ARR:WI20.KO003
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2025-10-03
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Ger.W.
Volledige tekst
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaand eren, afdeling KortriJk- , -03/10/2025 • p 2
DE DERDE BURGERLIJl(E l<AMER,
In de zaal< van Algemene Rol nr.
VLAAMSE WOONINSPECTIE, bevoegd voor en handelend namens het Vlaams Gewest,
-met kantoren te 1000 Brussel, Herman Te,rlinckgebouw, Havenlaan 88 bus 22,
woonstkiezende bij haar raadsman meester ., hierna vermeld,
-EISENDE PARTIJ,
-vertegenwoordigd door meester , advocaat te
tegen:
1/ l
-met rijksregisternumme r
-geboren
-wonende te 'I
-EERSTE VERWERENDE PARTIJ,
-hebbende als raadsman meester , advocaat te
2/
-met rijksreg 1sternummer
-geboren ·,
-wonende te
-TWEEDE VERWERENDE PARTIJ,
-hebbende als raadsman meeste, , advocaat te
3/ al
-met riJksreg1sternummer
-geboren
-thans wonende te met aanvraag tot
adreswijziging naar
-DERDE VERWERENDE PARTIJ,
-versteklatend.
1 Procedure
De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
werden nageleefd .
De procedure werd ingeleid met een dagvaarding, rechtsgeld ig betekend op 10 februari 2025 aan
en door het ambt van gerechtsdeurwaarder
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk • -03/10/2025 -p 3
met standplaats te overgeschreven op het kantoor Rechtszekerhe id (ref.
Op de zitting van 7 maart 2025 was niet aanwezig, noch iemand voor hem. De
raadsman van de Vlaamse Wooninspectle vorderde verstek en vonnis lastens hem. De onderling
tussen de overige partijen overeengekomen conclus1etermijnen werden met toepassing van artikel
747, §1 Ger.W. bekrachtigd en de rechtsdag werd vastgesteld op 5 september 2025.
Op de zitting van 5 september 2025 hebben de raadslieden van de Vlaamse Wooninspectie, en van
de zaak uiteengezet. De debatten werden daarna gesloten en de zaak
werd in beraad genomen.
De rechtbank heeft kennis genomen van het rechtspleglngsdossier en de neergelegde stukken.
2 Relevante antecedenten
zijn de eigenaars van het onroerend goed gelegen te .,
, kadastraal gekend als
Zij waren tevens de uitbaters van het restaurant '
gevestigd was. Die handelszaak werd overgelaten aan perceel nummer
" dat aldaar
die de broer betreft van
Het pand is vergund als handelspand met bovenliggend een woonfunctie als eengezinswo ning.
Naar aanleiding van een controle op 12 februari 2020, werd vastgesteld dat in voormeld onroerend
goed meerdere kamers werden ingericht op de eerste verdieping, zodat het pand is ingericht als
meergezinswoning . Naast die standbouwkundige inbreuk, werd tevens vastgesteld dat de minimale
woon kwaliteitsnormen van de Vlaamse Wooncode miskend werden.
De Vlaamse Wooninspect ie vaardigde op 1 april 2020 een herstelvordering uit, waarvan kennis werd
gegeven aan er , het openbaar ministerie en het college van
burgemeester en schepenen van
Op 16 juni 2021 het de Vlaamse Wooninspectie aan weten
dat het strafrechtelijk dossier door het openbaar ministerie geseponeerd werd, maar de verplichting
tot herstel wel bleef bestaan. Er werd hen verzocht binnen de maand te melden dat de Inbreuken
hersteld waren of een renovatieplan over te maken.
Op 18 november 2024 maakte de Vlaamse Wooninspectie een geactualiseerde herstelvordering op.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk· , -03/10/2025 -p 4
Aangezien ondanks alle beloftes en toegestane uitstel geen volledig herstel werd uitgevoerd, ging de
Vlaamse Woon inspectie uiteindelijk over tot dagvaarding .
3 Vorderingen
3.1
De Vlaamse Wooninspectie vordert in laatste besluiten te
bevelen het onroerend goed, en de erin gelegen woongelegenheden, te herstellen
-door op stedenbouwkundig vlak en steeds overeenkomstig de bepalingen van de VCRO een
regulanserende omgevingsve rgunning te verkriJgen en uit te voeren, zo niet door de bestemming
ervan te wijzigen, dan wel door het te slopen, tenzij dat verboden zou zijn op grond van
wettehJl<e, decretale of reglementaire bepalingen;
-tn geval een stedenbouwkundige regularisatie wordt verkregen en uitgevoerd, door de nodige
renovatie-, verbeterings- en/of aanpassingswerken uit te voeren zodat het gebouw en de erin
aanwezige woning(en) conform zijn als bedoeld in artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen, ook zonder
dat er overbewoning is.
Dit binnen een uitvoeringstermi jn van 10 maanden, vanaf datum vonnis, onder verbeurte van een
dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging per veroordeelde en met de uitdrul<kehjke u1tslu1ting
van de dwangsomtermijn van artikel 138Sbis, vierd lid Ger.W.
Daarbij ook uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de Wooninspecteu r en aan het College van
Burgemeester en Schepenen van om het gevorderde herstel ambtshalve uit te
voeren voor het geval in gebreke zouden bliJven en die
kosten en de kosten van de gebeurlijke herhuisvesting in so/idum op hen te verhalen.
3.2
vragen in laatste besluiten de vordering zonder voorwerp te verklaren.
Ondergeschikt verzoeken ZIJ de dwangsommen te beperken tot 150,00 euro per dag voor
sarnen en de verbeurte van de dwangsommen te beperkeh tot een
termI1n van zes maanden of maximaal het bedrag van 30.000,00 euro
3.3
liet verstek gaan en heeft geen standpunt ingenomen.
4 Beoordeling
4.1 Ten aanzien var
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk· 1 -03/10/2025 -p S
Overeenkomstig artikel 806 Ger. W. willigt de rechter in het verstekvonnis de vorderingen of
verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen
of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter
krachtens de wet ambtshalve kan toepassen.
De vordering 1s ondersteund door stukken en komt de rechtbank niet strijdig voor met de openbare
orde, noch met rechtsregels die ambtshalve kunnen worden toegepast, zodat de vordering wordt
toegekend.
4.2 Ten aanzien van
4.2.1
voeren geen betwisting over de vastgestelde inbreuken en de noodzaak
tot herstel conform de herstelvordenng. ZiJ geven aan dat het pand uiteindelijk zal worden gesloopt,
zodat de herstelvordering "zonder voorwerp is, of minstens zal worden".
Nu vaststaat dat het noodzakelijke herstel nog niet 1s gerealiseerd, is de herstelvordering op heden
niet zonder voorwerp, zodat die vordering wordt toegel<end .
4.2.2
De dwangsom moet een financiële prikkel geven aan de veroordeelden zodat ZIJ tot snelle en
vnJw1ll1ge uitvoering van de hoofdveroordehng overgaan. Het 1s daarom gepast dat die dwangsom
aan elk van de veroordeelden afzonderlij k wordt opgelegd. Een gezamenl!Jke veroordel ing zou ertoe
leiden dat zij het bedrag van die financiële prikkel uiteindelijk onder drie personen kunnen verdelen,
waardoor het bedrag van 150,00 euro per dag dan onvoldoende hoog zou zijn om hen tot nakoming
aan te zetten
Omdat de vordering enkel uitgaat van de wooninspecteur, machtigt de rechtbank enkel de
woon!nspecteur overeenkomst ig artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen, tot ambtshalve uitvoering over
te gaan in het geval het herstel In de oorspronkelijke toestand niet binnen de gestelde termijn wordt
uitgevoerd
Gelet op die machtiging tot ambtshalve herstel door de wooninspecteu r op kosten van de
veroordeelden, past het de dwangsommen te beperken tot een maximumbedrag van 30.000,00
euro.
5 Gedingkosten
Als m het ongelijk gestelde partijen, moeter instaan voor
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk - , -03/10/202S • p. 6
de gedingkosten, waaronder de dagvaardingskosten en de kosten van overschrijving van de
dagvaardingen
ZIJ moeten tevens instaan voor de rechtsplegingsvergoeding aan de Vlaamse Wooninspectie voor een
niet in geld waardeerbare vordering Ten aanzien van wordt die
vergoeding begroot op het basisbedrag, hetziJ 1.883,72 euro. Ten aanzien van wordt
die overeenkoms tig artikel 1022, zevende lid Ger.W. begroot op het minimumbedrag van 117,73
euro.
6 Voorlopige tenuitvoe rlegging en kantonnement
Gelet op de afwezigheid van betwisting en het verstek door , valt niet uit te slwten dat
hij rechtsmiddelen zou aanwenden louter voor vertragende doeleinden. De rechtbank beslist daarom
dat eventueel verzet of hoger beroep de voorlopige tenuitvoer legging van het vonnis niet zullen
schorsen.
De wooninspecteur haalt geen redenen aan die toelaten om de wettelijke mogeliJkheid tot
kantonnement uit te sluiten.
7 Beslissing in eerste aanleg
7.1
De rechtbank doet uitspraak bij verstek ten aanzien van
van de Vlaamse Woon inspectie en op tegenspraak ten aanzien
7.2
De rechtbank verklaart de vordering van de Vlaamse Woonmspectie ontvankelijk en als volgt gegrond.
De rechtbank beveelt
, kadastraal gekend als
te herstellen om het onroerend goed gelegen te
door op stedenbouwkundig vlak en steeds overeenkomstig de bepalingen van de VCRO een
regulanserende omgevingsvergunning te verkrijgen en uit te voeren, zo niet door de bestemming
ervan te wijzigen, dan wel door het te slopen, tenzij dat verboden zou ztjn op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen ;
in geval een stedenbouwkundige regularisatie wordt verkregen en uitgevoerd, door de nodige
renovatie-, verbetenngs-en/of aanpassingswerken uit te voeren zodat het gebouw en de erin
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling KortnJk • 1-03/10/2025 -p. 7
aanwezige wonmg(en) conform zijn als bedoeld m artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen, ook zonder
dat er overbewoning 1s.
Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van de betekening van dit vonnis,
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per veroordeelde per dag vertraging, voor het
eerst te verbeuren na verloop van de voormelde termijn van 10 maanden en met een maximum van
30.000,00 euro.
7.3
De rechtbank iTlachtigt de Vlaamse Wooninspect1e om:
-het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren, voor het geval
in gebreke blijven, waarbij de kosten op hen kunnen worden verhaald;
-de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op
7.4
De rechtbank veroordeelt In solldum tot de gedingkosten,
aan de zijde van de Vlaamse Wooninspectie begroot op:
-de dagvaardingskosten van 1.277,69 euro, daann inbegrepen de kosten van overschruvmg op
het hypotheekkantoor van 285,00 euro;
-een rechtsplegingsvergoeding, m de verhouding met begroot op
1.883,72 euro en in de verhouding tot op 117,73 euro.
De rechtbank veroordeelt tot betaling van de rolrechten,
begroot op 165,00 euro, hetz1J elk 55,00 euro. De rolrechten moeten betaald worden aan FOD
Fmancien na ontvangst van een verzoek tot betaling.
Aldus gevonnist en uitgesproken m het gerechtsgebouw I te Kortrijk, in openbare terechtzitting op
drie oktober tweeduizend en vijfentwintig .
Aanwezig: ·, rechter,
, griffier,