ARR:WI 22.GE014
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent
📅 2025-10-21
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950
Volledige tekst
Dertigste kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent
In de zaak van het openbaar ministerie tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
2. RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
Ingeschreven te
eerste beklaagde, vertegenwoordigd door meester
, RRN
geboren te
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
tweede beklaagde, vertegenwoordigd door meester
TENLASTELEGGINGEN Vonnlsnr
., advocaat te
., advocaat te /
p.2
Als dader of mededader In de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op
bewoning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend
goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor
wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld
of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwiJI dit goed gebreken vertoont die een
veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl In dit goed de basisnutsvoorzieningen
zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmlngsmogeli Jkheid ontbreken of niet
behoorliJk functioneren,
(art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
namelijk een pand gelegen te
eigendom van
, beiden wonend te
5/7/2013, notari5 te kadastraal gekend als
en
aangekocht bij akte van
Rolnummer Dertigste kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent
door
ten nadele van
ten nadele van
woning nr.
door
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
woning nr. ,
door
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
woning nr.
door
ten nadele van
ten nadele var
woning nr. In de periode van 9 januari 2022 tot en met 24 februari 2022
in de periode van 3 augustus 2018 tot en met 24 februari 2022
in de periode van 24 februari 2022 tot en met 24 februari 2022
in de periode van 13 januari 2019 tot en met 24 februari 2022 Vonnlsnr /
p.3
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op
bewoning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend
goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakeli jk voor
wonen bestemd Is, rechtstreeks of vla een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld
of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die een
Rolnumme, Dertigste kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaande ren, afdeling Gent Vonnlsnr /
p.4
veiligheids-of gezondhe idsrisico inhouden of terwijl In dit goed de basisnutsvoorzieningen
zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenhe id en verwarmingsmogeli jkheid ontbreken of niet
behoorlijk functioneren,
(art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
namelijk een pand gelegen te
eigendom van
:), beiden wonend te
akte van 27/05/2010, notaris te kadastraal gekend als
en
, aangekocht bij
in de periode van 1 maart 2018 tot en met 24 februari 2022
door
ten nadele van
ten nadele van
woning nr.
door
woning nr.
3 te
door
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele var
woning nr
4te
door
ten nadele var.
ten nadele van
woning n, op 24 februari 2022
op 24 februari 2022
In de periode van 1 maart 2017 tot en met 24 februari 2022
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, inbreuken voor 1/1/2021 werden strafbaar ge
steld door art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
Rolnummer Dertigste kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnlsnr I
p.S '-~=-~-----------------------------
VERMOGENSVOORDEEL: Art. 42 en 43 Bis S.W.B.
Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bls van het Strafwetboek, te
horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van € 125.370 euro, zijnde elk
€62.685
1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de
beklaagde, de geldwaarde ervan dient te ramen ( het equivalent bedrag).
Berekening:
huuropbrengst gedurende de incriminatieperiode:
-huuropbrengst tenlastelegging A: €50.490 (blad 6 van stuk 2 bij OK 1)
-huuropbrengst tenlastelegging B: €74.880 (blad 6 van stuk 1 bij OK Il)
PROCEDURE
De dagvaarding werd op 19 februari 2025 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid te
Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van de onroerend goeden dat het voorwerp is
van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven door de
wetgeving inzake hypotheken.
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats In openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige
partijen.
Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting.
VOORAFGAANDELIJK
De rechtbank verbetert de dagvaarding zoals in het beschikkend gedeelte vermeld.
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 6
..-.-.~ ...... ·-----------------------------
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
1. Overzicht van de feiten
1. Naar aanleiding van een klacht van een buur over gebreken aan het pand, sluikstort, lawaai
overlast, ongedierte, hoge huurprijzen en sterk verloop van bewoners, ging de wooninspectie
ter plaatse naar vijf panden in op 24 februari 2022. Deze 5 gelijke
panden bevatten telkens vier zelfstandige woningen m. Twee van de panden, en dus acht
woonentiteiten, zijn in eigendom van beklaagden, namelijk de woningen en de woningen
1.
2. Woningen
den. werden onderzocht. One van de vier woonentlteiten konden worden betre-
Het gebouw had 1 klein gebrek van categorie 1, 3 ernstige gebreken van categorie Il en O ge
breken van categorie 111.
De woning 3 op het gelijkvloers had 8 kleine gebreken van categorie 1, 9 ernstige gebreken van
categorie Il en O gebreken van categorie 111. De woning werd verhuurd aan
en . Het contract werd afgesloten met eerste beklaagde , ging in op 9 janu
ari 2022 en de huurprijs bedroeg 750 euro per maand. De huurders waren tevreden en dank
baar dat ze de woning hadden en hadden geen klachten. De huisbaas kwam af en toe langs.
Als er iets Is mogen ze hem bellen.
De wonme op de eerste verdieping werd verhuurd aan en werd bewoond door
vier personen. De woning had 8 kleine gebreken van categorie 1, 9 ernstige gebreken van cate
gorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (geen verwarmingsmogelijkheid door een defect aan de
e.v. installatie). verklaarde dat ze er eerst met drie woonden maar dat de schoon
dochter erbIJ was komen wonen. Ze huurden vanaf augustus 2018 en betaalden eerst 650 euro
per maand en nu 672 euro. Twee maanden geleden had hij laten weten dat hij de woning ging
verlaten maar dat was niet gelukt. Nu moest hij een boete betalen van 80 euro per maand aan
eerste beklaagde. De eigenaar komt niet als ze hem nodig hebben. De bulex werkt bijvoorbeeld
niet goed en de eigenaar vindt dat ze het zelf moeten oplossen.
De woning op de derde verdieping werd verhuurd aan sinds
13 januari 2019 voor 620 euro per maand. De woning had 6 kleine gebreken van categorie 1, 6
ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (geen reukafsluiter aan de goot
steen). verklaarde er zo snel mogelijk weg te willen. De eigenaar deed niks.
Als het regende lekte het aan de dampkap. De elektriciteitskast staat in de leefkamer en na
een tijd bleek dat zij moesten betalen voor de elektriciteit van gans het gebouw.
De woning nummer op de tweede verdieping kon niet worden onderzocht. Gelet op de ge
breken vastgesteld aan het gebouw was de woning in elk geval ongeschikt.
De wooninspecteur leidde een herstelvordering in bij het parket.
Na melding van herstel ging de wooninspectie ter plaatse op 1 augustus 2022. Woninger
waren conform.
Na melding van herstel ging de wooninspectie ter plaatse op 18 oktober 2022. Woning was
conform.
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7
3. Woningen
den. werden onderzocht. Enkel de woningen en konden worden betre-
Het gebouw had 1 klein gebrek van categorie 1, 0 ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek
van categorie 111 (lichtschake laar zonder beschermingsplaatje). Hierdoor waren de woningen
en in elk geval al ongeschikt.
In woning waren er 4 kleine gebreken van categorie 1, 3 ernstige gebreken van categorie Il
en 2 gebreken van categorie 111 (lichtschake laar zonder beschermingsplaatJe, spot binnen de
beschermde zone van de douche). Woning werd verhuurd aan . Ze woonde
er met haar man en zoon sinds vier jaar. Ze hadden een schriftelijk huurcontract met
maar ze wist niet of dit de eigenaar was. Ze betaalden 636 euro per maand. De woning was in
orde. Haar man is handig en loste soms problemen zelf op.
In woning 41 waren er 5 kleine gebreken van categorie 1, 5 ernstige gebreken van categorie Il
en 1 gebrek van categorie 111 (lichtschakelaar zonder beschermingsp laatje). Woning werd
verhuurd aan die er met hun twee kinderen woonden . Ze huurden
sinds 5 maart 2017 en betaalden 600-630 euro per maand. Het dak is oud en daardoor zijn er
vochtproblemen . Als ze de schimmel afwassen komt die terug. Hun contactpersoon Is
Als ze hem bellen bij problemen zegt hij dat hiJ gaat langskomen maar dat gebeurt niet. Ze
hebben dan zelf voor de herstelling gezorgd en betaald. Hun zoontje Is ziek en heeft een long
punctie laten doen. Ze vroegen zich af of dtt door de woning kwam. Ze wilden graag verhuizen
maar het was moeilijk om een geschikte en betaalbare woning te vinden.
De wooninspec teur leidde een herstelvordering In bij het parket.
Na melding van herstel ging de woonlnspectie ter plaatse op 1 augustus 2022. Alle vier de
woonentlteiten waren conform.
Eerste beklaagde werd uitgenodigd voor verhoor. Hij mailde dat alles in orde was gemaakt en
hij een verhoor niet noodzakelijk achtte.
2. Bespreking van de schuldvraag
1. Beklaagden moeten zich voor de rechtbank verantwoorden wegens het verhuren van 8 ge
brekkige woningen in twee panden in
De rechtbank stelt een materiële vergissing vast in de tenlasteleggingen 8.1 en B.2. Partijen
werden op de zitting van 23 september 2025 ingelicht over een overwogen verbetering hier
van en hadden hierbij geen opmerkingen.
• De benadeelden van tenlastelegging B.1 zijn (en
niet •).
• De benadeelden van tenlastelegging 8.2 zijn en
De rechtbank zal de dagvaarding in die zin aanpassen.
2. Ter zitting werden de feiten niet betwist maar werd verzocht om de lncriminatiepe riode In
te korten omdat beklaagden in het bezit waren van conformiteitsattesten en deze hun waarde
pas verliezen op het moment van het verstrijken van 10 jaar ofwel op het moment van een
ongunstige controle door de wooninspectie.
Rolnummer Dertigste kamer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnlsnr I
p.8
• ~-~-------------------------- ----
Er werden voor de woningen conformite itsattesten voorgelegd. Enkel wat de wo
ningen en betreft, waren deze nog niet vervallen door het verstrijken van 10 jaar biJ de
start van de incriminatieperiode.
De rechtbank 1s in die omstandigheden van oordeel dat het niet bewezen is zonder enige re
delijke twijfel dat de woningen lr met zekerheid reeds ongeschikt/niet
conform waren bij de start van de incriminatiepe riode op een moment dat het conformiteits
attest nog niet vervallen was door het verstrijken van 10 jaar. De ongeschikthe1d/nietconfor
miteit van woning 5 op 3 augustus 2018 en van woning 9 op 13 Januari 2019 kan ook uit de
aard en het aantal van de vastgestelde gebreken niet met zekerheid worden vastgesteld. De
rechtbank zal om die reden beklaagden voor een deel van de incriminatieperiode vrijspreken .
De incriminatieperlodes van de tenlasteleggingen B.1 en B.4 gaan ook ver m de t1Jd terug maar
hier werden geen conformiteitsat testen voorgelegd. In deze woningen werden bovendien
structurele gebreken aangetroffen die reeds van bij het begin van de huur moeten aanwezig
geweest zijn. Voor woning verwijst de rechtbank naar het ontbreken van een keldertrap, de
aanwezigheid van een spot in de beschermde zone van de douche waardoor er gevaar was op
elektrocut ie en de afwezigheid van verluchtrngsmogelljkheid in de keuken. Wat de woning
betreft verwijst de rechtbank naar het gebrek aan leuning in de kelder, stopcontacten waarvan
de aardingspen niet is aangesloten op de aardingsinstallatie, de afwezigheid van verluchtings
mogelijkheid in de keuken en de aanwezigheid van een laag raam zonder borstwering In de
traphal.
Voor het overige verwijst de rechtbank naar de vastgestelde gebreken door de wooninspect1e .
Alle tenlasteleggingen (mits gedeeltelijke aanpassing van lncrlminatieper lode) zijn bewezen In
hoofde van belde beklaagden en werden voor het overige ook niet betwist.
3. Straftoemeting
1. De rechtbank legt voor elke beklaagde overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek
één straf op voor de feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van
17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021
tot en met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en 8.4 samen.
Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de
bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwarende
factoren, de doelen van de straf zoals opgenomen in artikel 7, §2 Sw. en de persoonlijkhe id
van beklaagden zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, gezinstoestand en
arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent.
De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet
beklaagden ertoe aanzetten In de toekomst geen mlsdriJven meer te plegen.
2. De beklaagden hebben acht woningen verhuurd in strijd met de minimale kwaliteits-en
veiligheidsnormen. De vastgestelde gebreken waren talrijk en belangrijk .
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 9
Door te weinig belang te hechten aan de kwaliteit, gezondheid en veiligheid, brachten de
beklaagden de huurders in potentieel gevaar. Ze stelden duidelijk hun eigen fmanciele
belangen voorop.
3. Eerste beklaagde is
Tweede beklaagde is
verkeerslnbreuk. jaar oud en werd reeds éénmaal veroordeeld wegens subsidiebedrog.
jaar oud en werd reeds éénmaal veroordeeld wegens een
Gelet op de ernst van de inbreuken en het aantal niet conforme woningen gaat de rechtbank
niet In op de vraag van beklaagden om hen de gunst van de opschorting te verlenen. Dit zou
onvoldoende tot bewustwording lelden en recidive niet voorkomen. De hierna bepaalde
geldboetes zijn passend en noodzakeli jk. De rechtbank verleent wel de gunst van het uitstel
voor de hierna opgelegde geldboetes gelet op het zeer snelle herstel dat werd bereikt en hun
nog gunstig strafverleden en gelet ook op de hierna nog uit te spreken verbeurdverklaring.
Beklaagden moeten beseffen dat dit uitstel een gunst Is en dat het uitstel kan worden
herroepen indien zij nieuwe misdrijven plegen gedurende de proefperiode die de rechtbank
bepaalt op drie jaar.
4. Verbeurdverklaring
1. Het openbaar ministerie vordert schriftelijk overeenkomstig de artikelen 42, 3° en 43bis
Strafwetboek de verbeurdverklaring bij equivalent van de vermogensvoordelen die beklaag
den wederrechtelijk uit de bewezen misdrijven zouden hebben bekomen, namelijk elk 62.685
euro als wederrechtelijk bekomen huurinkomsten .
2. Beklaagden mogen niet In het bezit worden gelaten van voordelen die zij uit de bewezen
misdrijven hebben verkregen: dit zou maatschappe lijk onaanvaardbaar zijn en meebrengen
dat de misdrijven lonend zijn.
Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelden raamt
de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee
overeenstemmend bedrag.
Door het verhuren van de ongeschikte woningen waarop de gevorderde verbeurdverk laringen
betrekking hebben, hebben beklaagden winsten kunnen maken die zonder de gepleegde In
breuken niet konden worden gerealisee rd en dus wederrechtelijk waren.
De berekening van de vermogensvoorde len moet worden aangepast aangezien beklaagden
voor een deel van de periodes van de tenlasteleggingen A.2 en A.4 worden vrijgesproken .
Woning : twee maanden aan 750 euro = 1.500 euro
Woning elf maanden aan 650 euro= 7.150 euro
Woning : geen gekend/berekend vermogensvoordee l
Woning acht maanden aan 605 euro= 4.840 euro
Woning : 48 maanden aan 636 euro= 30.528 euro
Woning geen gekend/berekend vermogensvoordee l
Woning geen gekend/berekend vermogensvoordeel
Rolnumme Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaa nderen, afdeling Gent p.10
Woning : 36 maanden aan 600 euro= 21.600 euro en 24 maanden aan 630 euro= 15.120
euro
TOTAAL aan ontvangen huurinkomsten In de bewezen incriminatlepenodes = 80.738 euro of
elk 40.369 euro.
Een verbeurdverklaring is echter een facultatieve straf en kan ook verminderd worden om be
klaagden geen onredelijk zware straf op te leggen.
Om beklaagden geen onredelijk zware straf op te leggen, vermindert de rechtbank het te ver
beuren bedrag tot elk 10.000 euro.
HERSTEL
De rechtbank stelt vast dat de wooninspecteur inmiddels de conformiteit van de acht woon
entiteiten heeft vastgesteld zodat de verschillende herstelvorderingen zonder voorwerp zijn.
BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
Omdat de door beklaagden gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaak t, houdt
de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voor
afgaande Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.).
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven
en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik In gerechtszaken regelen:
art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935;
art. 4 Wet van 17 april 1878 -Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van
Strafvordering;
art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 191, 194, 195 Wetboek van Strafvordering;
art. 1, 2, 3, 7, 38, 39, 40, 41, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen
aangehaald In de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven;
art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952;
art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985;
art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de
juridische tweedelijnsbijstand;
art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen
reglement van de gerechtskosten In strafzaken;
art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964;
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p.11
DE RECHTBANK:
op tegenspraak ten aanzien van
VOORAFGAANDELIJK
Verbetert tenlasteleggingen 8.1 en 8.2 in de dagvaarding als volgt:
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op
bewoning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend
goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor
wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld
of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dtt goed gebreken vertoont die een
velllgheids-of gezondheidsr isico inhouden of terwijl in dtt goed de basisnutsvoorz1en1ngen
zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenhe id en verwarmingsmoge lijkheid ontbreken of niet
behoorlijk functioneren,
(art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
namelijk een pand gelegen te
; eigendom van
,), beiden wonend te
akte van 27/05/2010, notaris te , kadastraal gekend als
en
, aangekocht bij
in de periode van 1 maart 2018 tot en met 24 februari 2022
door
ten nadele van
ten nadele van
woning nr.
door
ten nadele van
ten nadele van
woning n1 op 24 februari 2022
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p, 12
OP STRAFGEBIED
Ten aanzien van eerste beklaagde
Spreekt vrij voor de tenlasteleggingen A.2 voor wat betreft de periode van 3
augustus 2018 tot en met 16 apnl 2021 en A.4 voor wat betreft de periode van 13 januari 2019
tot en met 6 juli 2021.
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A 1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april
2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en
met 24 februari 2022, 8.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en 8.4 bewezen.
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlastelegg ingen A.1, A.2 voor
wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft
de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, 8.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals
verbeterd), 8.3 en B.4:
tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 3 maanden .
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van
3 jaar.
Bijzondere verbeurdverklaring
Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bîs Strafwet
boek van een bedrag van 10.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de
misdrijven zijn verkregen .
Kosten
Veroordeelt tot betaling van:
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd
met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische
tweedeliJnsb ijstand
Rolnumme, Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p.13
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
61,01 EUR
-solidair met medeveroordeelde tot de kosten van de strafvordering, op
heden begroot op 350,16 EUR, ondeelbaar veroorzaakt door de bewezen verklaarde
ten lastelegglngen.
Ten aanzien van , tweede beklaagde
Spreekt vrij voor de tenlastelegg ingen A.2 voor wat betreft de periode van 3
augustus 2018 tot en met 16 april 2021 en A.4 voor wat betreft de periode van 13 januari 2019
tot en met 6 juli 2021.
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april
2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en
met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en B.4 bewezen.
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor
wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft
de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals
verbeterd), B.3 en B.4:
tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen .
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 3 maanden.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van
3 jaar.
Bijzondere verbeurdverklaring
Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bis Strafwet
boek van een bedrag van 10.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de
misdrijven zijn verkregen.
Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr /
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 14
-•• --~--~-----------------------------
Kosten
Veroordeelt tot betaling van:
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, ziJnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd
met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelij ke gewelddaden en de occasionele redders
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische
tweedel1Jnsb1jstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken . Deze vergoeding bedraagt
61,01 EUR
-solidair met medeveroordeelde tot de kosten van de strafvordering,
op heden begroot op 350,16 EUR, ondeelbaar veroorzaakt door de bewezen verklaarde
tenlasteleggingen.
HERSTEL
De rechtbank stelt vast dat de herstelvorderingen zonder voorwerp zijn.
OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan.
Dit vonnis Is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 21 oktober 2025 door de
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30D1:
, rechter
In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier