Naar hoofdinhoud

ARR:WI 22.GE014

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-10-21 🌐 FR veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950

Volledige tekst

Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent In de zaak van het openbaar ministerie tegen: BEKLAAGDEN: 1. 2. RRN geboren van Belgische nationaliteit Ingeschreven te eerste beklaagde, vertegenwoordigd door meester , RRN geboren te van Belgische nationaliteit ingeschreven te tweede beklaagde, vertegenwoordigd door meester TENLASTELEGGINGEN Vonnlsnr ., advocaat te ., advocaat te / p.2 Als dader of mededader In de zin van artikel 66 van het strafwetboek; A verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op bewoning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwiJI dit goed gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl In dit goed de basisnutsvoorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmlngsmogeli Jkheid ontbreken of niet behoorliJk functioneren, (art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021) namelijk een pand gelegen te eigendom van , beiden wonend te 5/7/2013, notari5 te kadastraal gekend als en aangekocht bij akte van Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent door ten nadele van ten nadele van woning nr. door ten nadele van ten nadele van ten nadele van ten nadele van woning nr. , door ten nadele van ten nadele van ten nadele van ten nadele van woning nr. door ten nadele van ten nadele var woning nr. In de periode van 9 januari 2022 tot en met 24 februari 2022 in de periode van 3 augustus 2018 tot en met 24 februari 2022 in de periode van 24 februari 2022 tot en met 24 februari 2022 in de periode van 13 januari 2019 tot en met 24 februari 2022 Vonnlsnr / p.3 B verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op bewoning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakeli jk voor wonen bestemd Is, rechtstreeks of vla een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die een Rolnumme, Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaande ren, afdeling Gent Vonnlsnr / p.4 veiligheids-of gezondhe idsrisico inhouden of terwijl In dit goed de basisnutsvoorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenhe id en verwarmingsmogeli jkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren, (art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021) namelijk een pand gelegen te eigendom van :), beiden wonend te akte van 27/05/2010, notaris te kadastraal gekend als en , aangekocht bij in de periode van 1 maart 2018 tot en met 24 februari 2022 door ten nadele van ten nadele van woning nr. door woning nr. 3 te door ten nadele van ten nadele van ten nadele var woning nr 4te door ten nadele var. ten nadele van woning n, op 24 februari 2022 op 24 februari 2022 In de periode van 1 maart 2017 tot en met 24 februari 2022 (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, inbreuken voor 1/1/2021 werden strafbaar ge­ steld door art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode) Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnlsnr I p.S '-~=-~----------------------------- VERMOGENSVOORDEEL: Art. 42 en 43 Bis S.W.B. Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bls van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van € 125.370 euro, zijnde elk €62.685 1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, 2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, 3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen, waarbij de rechter, Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde ervan dient te ramen ( het equivalent bedrag). Berekening: huuropbrengst gedurende de incriminatieperiode: -huuropbrengst tenlastelegging A: €50.490 (blad 6 van stuk 2 bij OK 1) -huuropbrengst tenlastelegging B: €74.880 (blad 6 van stuk 1 bij OK Il) PROCEDURE De dagvaarding werd op 19 februari 2025 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid te Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van de onroerend goeden dat het voorwerp is van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven door de wetgeving inzake hypotheken. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats In openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. VOORAFGAANDELIJK De rechtbank verbetert de dagvaarding zoals in het beschikkend gedeelte vermeld. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 6 ..-.-.~ ...... ·----------------------------- BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Overzicht van de feiten 1. Naar aanleiding van een klacht van een buur over gebreken aan het pand, sluikstort, lawaai­ overlast, ongedierte, hoge huurprijzen en sterk verloop van bewoners, ging de wooninspectie ter plaatse naar vijf panden in op 24 februari 2022. Deze 5 gelijke panden bevatten telkens vier zelfstandige woningen m. Twee van de panden, en dus acht woonentiteiten, zijn in eigendom van beklaagden, namelijk de woningen en de woningen 1. 2. Woningen den. werden onderzocht. One van de vier woonentlteiten konden worden betre- Het gebouw had 1 klein gebrek van categorie 1, 3 ernstige gebreken van categorie Il en O ge­ breken van categorie 111. De woning 3 op het gelijkvloers had 8 kleine gebreken van categorie 1, 9 ernstige gebreken van categorie Il en O gebreken van categorie 111. De woning werd verhuurd aan en . Het contract werd afgesloten met eerste beklaagde , ging in op 9 janu­ ari 2022 en de huurprijs bedroeg 750 euro per maand. De huurders waren tevreden en dank­ baar dat ze de woning hadden en hadden geen klachten. De huisbaas kwam af en toe langs. Als er iets Is mogen ze hem bellen. De wonme op de eerste verdieping werd verhuurd aan en werd bewoond door vier personen. De woning had 8 kleine gebreken van categorie 1, 9 ernstige gebreken van cate­ gorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (geen verwarmingsmogelijkheid door een defect aan de e.v. installatie). verklaarde dat ze er eerst met drie woonden maar dat de schoon­ dochter erbIJ was komen wonen. Ze huurden vanaf augustus 2018 en betaalden eerst 650 euro per maand en nu 672 euro. Twee maanden geleden had hij laten weten dat hij de woning ging verlaten maar dat was niet gelukt. Nu moest hij een boete betalen van 80 euro per maand aan eerste beklaagde. De eigenaar komt niet als ze hem nodig hebben. De bulex werkt bijvoorbeeld niet goed en de eigenaar vindt dat ze het zelf moeten oplossen. De woning op de derde verdieping werd verhuurd aan sinds 13 januari 2019 voor 620 euro per maand. De woning had 6 kleine gebreken van categorie 1, 6 ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (geen reukafsluiter aan de goot­ steen). verklaarde er zo snel mogelijk weg te willen. De eigenaar deed niks. Als het regende lekte het aan de dampkap. De elektriciteitskast staat in de leefkamer en na een tijd bleek dat zij moesten betalen voor de elektriciteit van gans het gebouw. De woning nummer op de tweede verdieping kon niet worden onderzocht. Gelet op de ge­ breken vastgesteld aan het gebouw was de woning in elk geval ongeschikt. De wooninspecteur leidde een herstelvordering in bij het parket. Na melding van herstel ging de wooninspectie ter plaatse op 1 augustus 2022. Woninger waren conform. Na melding van herstel ging de wooninspectie ter plaatse op 18 oktober 2022. Woning was conform. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7 3. Woningen den. werden onderzocht. Enkel de woningen en konden worden betre- Het gebouw had 1 klein gebrek van categorie 1, 0 ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (lichtschake laar zonder beschermingsplaatje). Hierdoor waren de woningen en in elk geval al ongeschikt. In woning waren er 4 kleine gebreken van categorie 1, 3 ernstige gebreken van categorie Il en 2 gebreken van categorie 111 (lichtschake laar zonder beschermingsplaatJe, spot binnen de beschermde zone van de douche). Woning werd verhuurd aan . Ze woonde er met haar man en zoon sinds vier jaar. Ze hadden een schriftelijk huurcontract met maar ze wist niet of dit de eigenaar was. Ze betaalden 636 euro per maand. De woning was in orde. Haar man is handig en loste soms problemen zelf op. In woning 41 waren er 5 kleine gebreken van categorie 1, 5 ernstige gebreken van categorie Il en 1 gebrek van categorie 111 (lichtschakelaar zonder beschermingsp laatje). Woning werd verhuurd aan die er met hun twee kinderen woonden . Ze huurden sinds 5 maart 2017 en betaalden 600-630 euro per maand. Het dak is oud en daardoor zijn er vochtproblemen . Als ze de schimmel afwassen komt die terug. Hun contactpersoon Is Als ze hem bellen bij problemen zegt hij dat hiJ gaat langskomen maar dat gebeurt niet. Ze hebben dan zelf voor de herstelling gezorgd en betaald. Hun zoontje Is ziek en heeft een long­ punctie laten doen. Ze vroegen zich af of dtt door de woning kwam. Ze wilden graag verhuizen maar het was moeilijk om een geschikte en betaalbare woning te vinden. De wooninspec teur leidde een herstelvordering In bij het parket. Na melding van herstel ging de woonlnspectie ter plaatse op 1 augustus 2022. Alle vier de woonentlteiten waren conform. Eerste beklaagde werd uitgenodigd voor verhoor. Hij mailde dat alles in orde was gemaakt en hij een verhoor niet noodzakelijk achtte. 2. Bespreking van de schuldvraag 1. Beklaagden moeten zich voor de rechtbank verantwoorden wegens het verhuren van 8 ge­ brekkige woningen in twee panden in De rechtbank stelt een materiële vergissing vast in de tenlasteleggingen 8.1 en B.2. Partijen werden op de zitting van 23 september 2025 ingelicht over een overwogen verbetering hier­ van en hadden hierbij geen opmerkingen. • De benadeelden van tenlastelegging B.1 zijn (en niet •). • De benadeelden van tenlastelegging 8.2 zijn en De rechtbank zal de dagvaarding in die zin aanpassen. 2. Ter zitting werden de feiten niet betwist maar werd verzocht om de lncriminatiepe riode In te korten omdat beklaagden in het bezit waren van conformiteitsattesten en deze hun waarde pas verliezen op het moment van het verstrijken van 10 jaar ofwel op het moment van een ongunstige controle door de wooninspectie. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnlsnr I p.8 • ~-~-------------------------- ---- Er werden voor de woningen conformite itsattesten voorgelegd. Enkel wat de wo­ ningen en betreft, waren deze nog niet vervallen door het verstrijken van 10 jaar biJ de start van de incriminatieperiode. De rechtbank 1s in die omstandigheden van oordeel dat het niet bewezen is zonder enige re­ delijke twijfel dat de woningen lr met zekerheid reeds ongeschikt/niet conform waren bij de start van de incriminatiepe riode op een moment dat het conformiteits­ attest nog niet vervallen was door het verstrijken van 10 jaar. De ongeschikthe1d/nietconfor­ miteit van woning 5 op 3 augustus 2018 en van woning 9 op 13 Januari 2019 kan ook uit de aard en het aantal van de vastgestelde gebreken niet met zekerheid worden vastgesteld. De rechtbank zal om die reden beklaagden voor een deel van de incriminatieperiode vrijspreken . De incriminatieperlodes van de tenlasteleggingen B.1 en B.4 gaan ook ver m de t1Jd terug maar hier werden geen conformiteitsat testen voorgelegd. In deze woningen werden bovendien structurele gebreken aangetroffen die reeds van bij het begin van de huur moeten aanwezig geweest zijn. Voor woning verwijst de rechtbank naar het ontbreken van een keldertrap, de aanwezigheid van een spot in de beschermde zone van de douche waardoor er gevaar was op elektrocut ie en de afwezigheid van verluchtrngsmogelljkheid in de keuken. Wat de woning betreft verwijst de rechtbank naar het gebrek aan leuning in de kelder, stopcontacten waarvan de aardingspen niet is aangesloten op de aardingsinstallatie, de afwezigheid van verluchtings ­ mogelijkheid in de keuken en de aanwezigheid van een laag raam zonder borstwering In de traphal. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de vastgestelde gebreken door de wooninspect1e . Alle tenlasteleggingen (mits gedeeltelijke aanpassing van lncrlminatieper lode) zijn bewezen In hoofde van belde beklaagden en werden voor het overige ook niet betwist. 3. Straftoemeting 1. De rechtbank legt voor elke beklaagde overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één straf op voor de feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en 8.4 samen. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwarende factoren, de doelen van de straf zoals opgenomen in artikel 7, §2 Sw. en de persoonlijkhe id van beklaagden zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet beklaagden ertoe aanzetten In de toekomst geen mlsdriJven meer te plegen. 2. De beklaagden hebben acht woningen verhuurd in strijd met de minimale kwaliteits-en veiligheidsnormen. De vastgestelde gebreken waren talrijk en belangrijk . Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 9 Door te weinig belang te hechten aan de kwaliteit, gezondheid en veiligheid, brachten de beklaagden de huurders in potentieel gevaar. Ze stelden duidelijk hun eigen fmanciele belangen voorop. 3. Eerste beklaagde is Tweede beklaagde is verkeerslnbreuk. jaar oud en werd reeds éénmaal veroordeeld wegens subsidiebedrog. jaar oud en werd reeds éénmaal veroordeeld wegens een Gelet op de ernst van de inbreuken en het aantal niet conforme woningen gaat de rechtbank niet In op de vraag van beklaagden om hen de gunst van de opschorting te verlenen. Dit zou onvoldoende tot bewustwording lelden en recidive niet voorkomen. De hierna bepaalde geldboetes zijn passend en noodzakeli jk. De rechtbank verleent wel de gunst van het uitstel voor de hierna opgelegde geldboetes gelet op het zeer snelle herstel dat werd bereikt en hun nog gunstig strafverleden en gelet ook op de hierna nog uit te spreken verbeurdverklaring. Beklaagden moeten beseffen dat dit uitstel een gunst Is en dat het uitstel kan worden herroepen indien zij nieuwe misdrijven plegen gedurende de proefperiode die de rechtbank bepaalt op drie jaar. 4. Verbeurdverklaring 1. Het openbaar ministerie vordert schriftelijk overeenkomstig de artikelen 42, 3° en 43bis Strafwetboek de verbeurdverklaring bij equivalent van de vermogensvoordelen die beklaag­ den wederrechtelijk uit de bewezen misdrijven zouden hebben bekomen, namelijk elk 62.685 euro als wederrechtelijk bekomen huurinkomsten . 2. Beklaagden mogen niet In het bezit worden gelaten van voordelen die zij uit de bewezen misdrijven hebben verkregen: dit zou maatschappe lijk onaanvaardbaar zijn en meebrengen dat de misdrijven lonend zijn. Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelden raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag. Door het verhuren van de ongeschikte woningen waarop de gevorderde verbeurdverk laringen betrekking hebben, hebben beklaagden winsten kunnen maken die zonder de gepleegde In­ breuken niet konden worden gerealisee rd en dus wederrechtelijk waren. De berekening van de vermogensvoorde len moet worden aangepast aangezien beklaagden voor een deel van de periodes van de tenlasteleggingen A.2 en A.4 worden vrijgesproken . Woning : twee maanden aan 750 euro = 1.500 euro Woning elf maanden aan 650 euro= 7.150 euro Woning : geen gekend/berekend vermogensvoordee l Woning acht maanden aan 605 euro= 4.840 euro Woning : 48 maanden aan 636 euro= 30.528 euro Woning geen gekend/berekend vermogensvoordee l Woning geen gekend/berekend vermogensvoordeel Rolnumme Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaa nderen, afdeling Gent p.10 Woning : 36 maanden aan 600 euro= 21.600 euro en 24 maanden aan 630 euro= 15.120 euro TOTAAL aan ontvangen huurinkomsten In de bewezen incriminatlepenodes = 80.738 euro of elk 40.369 euro. Een verbeurdverklaring is echter een facultatieve straf en kan ook verminderd worden om be­ klaagden geen onredelijk zware straf op te leggen. Om beklaagden geen onredelijk zware straf op te leggen, vermindert de rechtbank het te ver­ beuren bedrag tot elk 10.000 euro. HERSTEL De rechtbank stelt vast dat de wooninspecteur inmiddels de conformiteit van de acht woon­ entiteiten heeft vastgesteld zodat de verschillende herstelvorderingen zonder voorwerp zijn. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Omdat de door beklaagden gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaak t, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voor­ afgaande Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.). TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik In gerechtszaken regelen: art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878 -Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering; art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 191, 194, 195 Wetboek van Strafvordering; art. 1, 2, 3, 7, 38, 39, 40, 41, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen aangehaald In de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten In strafzaken; art. 1 (§1, 2° en §2), 8, 14 §1 Wet van 29 juni 1964; Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p.11 DE RECHTBANK: op tegenspraak ten aanzien van VOORAFGAANDELIJK Verbetert tenlasteleggingen 8.1 en 8.2 in de dagvaarding als volgt: B verhuren, te huur of ter beschikking stellen van een gebrekkig goed met het oog op bewoning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dtt goed gebreken vertoont die een velllgheids-of gezondheidsr isico inhouden of terwijl in dtt goed de basisnutsvoorz1en1ngen zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenhe id en verwarmingsmoge lijkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren, (art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021) namelijk een pand gelegen te ; eigendom van ,), beiden wonend te akte van 27/05/2010, notaris te , kadastraal gekend als en , aangekocht bij in de periode van 1 maart 2018 tot en met 24 februari 2022 door ten nadele van ten nadele van woning nr. door ten nadele van ten nadele van woning n1 op 24 februari 2022 Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p, 12 OP STRAFGEBIED Ten aanzien van eerste beklaagde Spreekt vrij voor de tenlasteleggingen A.2 voor wat betreft de periode van 3 augustus 2018 tot en met 16 apnl 2021 en A.4 voor wat betreft de periode van 13 januari 2019 tot en met 6 juli 2021. Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A 1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, 8.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en 8.4 bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlastelegg ingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, 8.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), 8.3 en B.4: tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden . Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar. Bijzondere verbeurdverklaring Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bîs Strafwet­ boek van een bedrag van 10.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven zijn verkregen . Kosten Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedeliJnsb ijstand Rolnumme, Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p.13 -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde tot de kosten van de strafvordering, op heden begroot op 350,16 EUR, ondeelbaar veroorzaakt door de bewezen verklaarde ten lastelegglngen. Ten aanzien van , tweede beklaagde Spreekt vrij voor de tenlastelegg ingen A.2 voor wat betreft de periode van 3 augustus 2018 tot en met 16 april 2021 en A.4 voor wat betreft de periode van 13 januari 2019 tot en met 6 juli 2021. Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en B.4 bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2 voor wat betreft de periode van 17 april 2021 tot en met 24 februari 2022, A.3, A.4 voor wat betreft de periode van 7 juli 2021 tot en met 24 februari 2022, B.1 (zoals verbeterd), B.2 (zoals verbeterd), B.3 en B.4: tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen . Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 3 maanden. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar. Bijzondere verbeurdverklaring Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bis Strafwet­ boek van een bedrag van 10.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven zijn verkregen. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p 14 -•• --~--~----------------------------- Kosten Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, ziJnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelij ke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedel1Jnsb1jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken . Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde tot de kosten van de strafvordering, op heden begroot op 350,16 EUR, ondeelbaar veroorzaakt door de bewezen verklaarde tenlasteleggingen. HERSTEL De rechtbank stelt vast dat de herstelvorderingen zonder voorwerp zijn. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit vonnis Is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 21 oktober 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30D1: , rechter In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot