Naar hoofdinhoud

ARR:WI23.TG001

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Tongeren 📅 2025-10-07 🌐 FR veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

15 Juni 1935, Strafwetboek, strafwetboek

Volledige tekst

Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Lunburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctionee l In de zaak van het openbaa r mIrnstene en BURGERLI JKE PARTIJ{EN) . De Wooninspecteur van het Vlaamse Gewest met maatschappeh Jke zetel gevestigd te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22 burgerl1Jke partiJ, vertegenwoordigd door meester tegen: BEKLAAGDE{N) 1. 2. geboren van Belgische nat1onahte1t ingeschreven te , RRI\ beklaagde, vertegenwoordig d door meester meester geboren van Belgische nat1onallte1t ingeschreven te , advocaat te , RRI\ , advocaat te , advocaat te p 2 loco beklaagde, vertegenwoordigd door meester , advocaat te Leuven, loco meester , advocaat te 1. TENLAST ELEGGINGEN Als dader of mededade r in de zin van artikel 66 van het strafwetboek, De kadastrale omschruvmg van het onroerend goed dat het voorwerp van het m,sdruf ,s, zunde: ligging. aard en oppervlakte· hws, 0a50ca w11k en nummer van het kadaster· m naakte eigendom voor de geheelheid van en m vruchtgebrwk voor de ge heelheid van de huwgemeenschap die de e1gendomst1tel hebben verkregen ingevolge akte dd 14 JUh 1998 verleden voor notans Bij inbreuk op artikel 5, strafbaar gesteld door artikel 20§1 al. 1 van het decreet d.d. 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, als verhuurd er, als eventuele onderverhuurd er of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een woning die niet voldoet aan de vereisten en normen van artikel 5 rechtstreeks of via tussenpersoon verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld te hebben met het oog op bewoning. {art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 JUii 1997 houdend e de Vlaamse Wooncode) Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 3 (De feiten vanaf 1 Januari 2021 nog steeds strafbaar gesteld ingevolge inbreuk op artikel 3 34 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, door als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenper soon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning.) Te door , in de periode van 10 juni 2020 tot en met 28 maart 2023 namelijk een woning gelegen te Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42, 3° en/of 43 bis van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de b1J2ondere verbeurdverkla ring van een bedrag van 16.500,00 euro (huur van 500,00 euro/maandel ijks van Juni 2020 tot en met maart 2023), zijnde de op grond van de weerhouden feiten geraamde opbrengst van de vervolgde misdrijven OVERSCHRIJVING DAGVAARDING TER KANTOOR VAN DE ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE PA­ TRIMONIUMDOCUMENTATIE De aandacht van de gerechtsdeurwaarder , met de betekening gelast, dient erop gevestigd te worden dat deze dagvaarding conform artikel 3.49§1 Vlaamse Code Wonen van 2021 (voorheen artikel 20ter Woondecr eet), door zijn zorgen aan het bevoegd e kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdo cumentatie van de ligging van het onroerend goed dient te worden aangeboden ten­ einde overschrijving. Het bewijs van de overschrijving en de kantmelding dient samen met de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder gevoegd te worden aan het strafdossier. 2. PROCEDURE De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. 3. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 3.1. Voorafgaand 1. De rechtbank stelt vast dat uit de vermelding op het origineel van de dagvaarding 1s gebleken dat deze werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid op 28 oktober 2024 onder de referte Ref.. Er 1s aldus voldaan aan de bepalingen uit artikel 3 49 van de Vlaamse Codex Wonen, zodat de strafvordering ontvankelijk 1s Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 4 2 De aan beklaagden ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging dateren deels van vóór de mwerkingtreding van de Vlaamse Codex Wonen 2021 op 1 Januari 2021 en waren voorheen strafbaar onder het artikel 20 §1 hd 1 van het decreet van 15 JUh 1997 houdende de Vlaamse Wooncode . De actuahsenng van de omschriJving van de tenlastelegging werd door het openbaar min1stene reeds doorgevoerd in de rechtstreekse dagvaarding. Als de wet tussen het t1jdst1p van de ten laste gelegde feiten en de dag van de uitspraak gew1jz1gd Is, blijven de ten laste gelegde feiten steeds omschreven volgens de strafwet die van toepassing was op het t1Jdstip van de feiten. De rechtbank moet in dat geval nagaan of de ten laste gelegde misdrijven ononderbroken en op dezelfde Wijze strafbaar zijn gebleven Bovendien moet de rechtbank, als de straf, ten t11de van haar beslissing bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdnjf was bepaald, overeenkomstig artikel 2, lid 2 van het Strafwetboek de minst zware straf toepassen. De rechtbank stelt vast dat de straf die destijds van toepassing was op de aan beklaagde ten laste gelegde feiten onder de nieuwe wetgeving niet werd gew1jz1gd Evenwel 1s er een wijziging gekomen m de strafbaars telling. Waar er onder gelding van artikel 20, §1, van de Vlaamse Wooncode een misdrijf was zodra de verhuurde woning niet voldeed aan één van de door de regelgever vastgelegde woonkwal 1te1tsvere1s ten, 1s het nu noodzakelijk vast te stellen dat de verhuurde woning 'met-conform' of 'overbewoond' 1s Er 1s sprake van een 'conforme woning' en 'conformiteit' indien de wonmg geen gebreken vertoont die worden vermeld in artikel 3 1, §1, derde lid, 2° en 3°, van de Vlaamse Codex Wonen (artikel 1, §1, 7° en 8°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021). Er 1s sprake van een overbewoonde woning indien er een overschrijding 1s van de bezettmgsnorm (vastgeste ld met toepassing van artikel 3 1, § 1, vierde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021), die een ve11igheids- of gezondhe 1dsris1co of mensonwaardige levensomstand igheden veroorzaak t (artikel 1, §1, 37°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021) Uit de nieuwe bepalinge n vloeit voort dat er een misdrijf aanwezig 1s wanneer een woning wordt verhuurd (of te huur of ter besch1kkmg wordt gesteld) terwijl die wonmg gebreken vertoont die werden gecatalogeerd als gebreken van categorie Il of 111 Onder de oude regeling ontstond reeds strafbaarhe id zodra een woonkwahte1tsnorm niet vervuld was, wat met andere woorden dus sneller een strafrechtelijk sanct1oneerbare handeling tot gevolg had. De rechtbank zal de aan beklaagde ten laste gelegde feiten dan ook zowel wat betreft de strafbaarste lling als wat betreft de daarop gestelde straffen beoordelen onder het huidige artikel 3 34 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 3. Op de z1ttmg van 17 december 2024 werden overeenkomstig artikel 152, §1 van het Wetboek van Strafvordering conclus1etermijnen aan de partijen verleend De rechtbank stelt vast dat de eerste conclusie namens de beklaagde n laattijdig werd neergelegd ter griffie op 5 mei 2025 Artikel 152, §1, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt het hiernavolgende. "De conclus,es die met voor het verstn;ken van de vastgestelde termunen zun neergelegd en meegedeeld aan het openbaar ministerie , 1nd1en deze betrekking hebben op de strafvordering, en in Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdelrng Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 5 voorkomend geval, aan alle andere betrokken partI1en, worden ambtshalve wt de debatten geweerd. 11 Op de zitting van 9 september 2025 verzocht de rechtbank de partIJen standpunt in te nemen omtrent de namens de beklaagden laattiJdig neergelegde eerste conclusie Het openbaar mmIstene formuleerde bezwaar tegen het betrekken van deze conclusie in de debatten en het beraad. Vermits het openbaar ministerie door het vragen van de wenng zich er expliciet tegen verzet dat de conclusie wordt betrokken in het beraad, weert de rechtbank ambtshalve de namens beklaagde op 5 mei 2025 neergelegde conclusie uit de debatten en uit het beraad 3.2. Beoordeling van de schuld: 1. Beklaagden worden vervolgd voor het verhuren van 10 Juni 2020 tot en met 28 van een niet conforme of overbewoonde woning en dit te maart 2023 Op de zIttmg van 9 september 2025 en in de namens hen neergelegde syntheseconclus1e betwistten ZIJ de hen ten laste gelegde feiten en verzochten ZIJ om hiervoor te worden vriJgesproken. 2. De rechtbank Is van oordeel dat de aan ten laste gelegde feiten bewezen zIJn op basis van resultaten van het vooronderzoek en het ter zIttmg gevoerde onderzoek Inzonderheid verwIJst de rechtbank naar· 3. 3 1 de fe1tehJke en technische vaststellingen van de woonmspecteur op 21 februari 2023, waaruit blijkt dat beklaagden als vruchtgebruikers te een ééngezmswonmg verhuurden De Woonmspecteu r was ter plaatse gegaan op verzoek van de huurder, die een aanvraag had gedaan voor een woningkwaliteitsonderzoe k wegens ernstige schimmelvo rming Uit het technisch verslag bhJkt dat de woning niet voldeed aan de elementaire verligheids-, gezondhe1ds- en woonkwalite1tsvere1sten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 3 1 van de Vlaamse Codex Wonen 2021; het fotodoss1er van de wooninspecteu r en de overige door deze gevoegde stukken; de vaststellingen van de politie op 6 oktober 2020, zoals beschreven in het aanvankeliJk P.V. en het door de poht1e opgestelde fotodoss1er; de vaststelling dat de woning werd verhuurd met het oog op bewoning, zoals blijkt uit de verklaring van beklaagde en de aan het strafdossier gevoegde huurovereenkomste n. Het staat op basis van de hoger beschreven obJect1eve onderzoeksresultat en boven elke redeliJke twijfel vast dat beklaagder een niet conforme Rolnumme1 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdehng Tongeren-Borgloon Sectie correctionee l p 6 woning hebben verhuurd met het oog op bewoning Dat de woningen niet conform waren in de zin van de Vlaamse Codex Wonen bliJkt onmiskenbaar uit de vaststelhngen van de woon inspecteur op 21 februari 2023. De rechtbank verw1Jst hiervoor naar de inhoud van het verslag van de wooninspecteur van diezelfde datum waaruit bhJkt dat aan de woning tien kleine gebreken in categorie 1, vier ernstige gebreken in categorie Il en twee gebreken in categorie 111 die een direct gevaar opleveren werden vastgesteld. Zo bleek er onder meer in de eetkamer een ind1cat1e te 211n van risico op CO-vergiftiging aangezien er glasplaatJes op de gaskachel ontbraken die de dichtheid van het toestel moeten verzekere n, alsook werd het onafsluitbare verluchtingsrooster teneinde luchttoevoer te verzekeren dichtgeplakt met tape. In de achterste slaapkamer condenserend vocht met ernstige sch1mmelvormmg aan de buitenmuren Deze gebreken van de categorie lil leveren telkens een direct gevaar op en leiden per defm1t1e tot een advies van onbewoonbaa r-en ongesch1kthe 1dsverklanng. Het 1s voldoende en volstaat ook meteen dat op grond van het gevoerde onderzoek door de rechtbank kan worden vastgesteld dat de woning niet conform was, wat mmstens één gebrek m categorie Il veronderstelt. De niet conforme toestand van de woning staat dan ook op voldoende w11ze vast, daarb1J eveneens rekening houdend met de nieuwe strafbaarstelling uit artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen voor wat betreft de periode voor 1 Januari 2021. De vaststellingen van de wooninspecteur en de niet conforme toestand van de wonmg op het ogenblik van de vaststellingen op 21 februari 2023 werden tot slot niet betwist Bovendien genieten de vaststellingen van de wooninspecteur b1J2ondere bew11swaarde en leveren de beklaagden geen bew11s van het tegendeel. 3.2. Het bhJkt daarnaast eveneens du1deh1k uit de huurovereenkomst en de verklaring van beklaagde dat de woningen gedurende de gemcrimineerde periode werd verhuurd met het oog op bewonmg, wat overigens niet wordt betwist. 3.3 Samengevat bh1kt dan ook uit de voorliggende onderzoeks resultaten dat beklaagden van 10 JUnl 2020 tot en met 28 maart 2023 een niet conforme wonmg hebben verhuurd met het oog op bewonmg, waardoor het materieel element van het m1sdriJf als bewezen voorkomt. 4. 41. Beklaagden betwisten wel dat ZIJ deze niet conforme woning wetens en willens zouden hebben verhuurd, dan wel dat er m hoofde sprake was van onachtzaamheid of een gebrek aan voorz1chtighe1d of voorzorg ZIJ betwisten aldus het voorhanden z11n van het moreel element van het m1sdnJf, verwijzende naar het gegeven dat 18 februari 2019 nog een conform1te1tsattest voor de woning werd afgeleverd na een Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 7 eerder woningkwahte1tsonderzoek , alsook dat er een intredende plaatsbeschrijving werd opgesteld. Beklaagden betwisten tevens op de hoogte geweest te zijn van de gebreken en insinueren dan ook dat deze werden veroorzaakt door het gedrag van de huurders. De rechtbank acht het geloofwaa rdig dat de niet conforme staat van de woning lopende de huurovereenkomst werd veroorzaakt door het gedrag van de huurders, alsook dat de beklaagden hiervan tot op het ogenblik van de vaststellingen van 21 februari 2023 niet op de hoogte waren. De vastgestelde vochtschade 1s volgens het technisch afkomstig van condenserend vocht. Condenserend vocht ontstaat door te veel vochtproduct ie binnenshuis en onvoldoende afvoer hiervan door gebrek aan ventilatie Beklaagde verklaarde ook dat er in de badkamer geen raam is maar enkel een verluchtmgsbu 1s waardoor bij veelvuldig gebruik door meerdere personen het vocht niet snel genoeg weg kan. Uit de intredende plaatsbeschnjving bhjkt dat er geen opmerkingen werden gemaakt door de huurder over de aanwezigheid van vocht en/of schimmel, wat het bovenstaande nogmaals onderschnjft Het was immers de huurder zelf die contact opnam met de Wooninspectie omwille van de aanwez1ghe1d van schimmels. Bovendien werd het verluchtingsrooster in de eetkamer met tape afgeplakt, waarvan het heel onwaarsch1jnhjk 1s dat dit door de beklaagden zelf zou zijn gedaan of dat ZIJ hiervan wisten. Ook het gebrek aan de gaskachel zelf moet t1Jdens de verhuurpenode zijn ontstaan aangezien er in geen geval een conform1te1tsattest op 18 oktober 2019 zou z11n afgeleverd voor een woning met een gaskachel waarvan de afsluitglaasjes gebroken zijn. Gelet op wat hierboven werd aangehaald, 1s de rechtbank dus van oordeel dat de beklaagden niet wetens en willens hebben gehandeld. Het 1s evenmin bewezen dat de niet conforme toestand van de woning reeds aanwezig was op 10 Juni 2020, z11nde bij aanvang van de huur. Hiervoor kan opnieuw worden verwezen naar de intredende plaatsbeschnJving, alsook naar wat hierboven reeds werd uiteengezet omwille van het gedrag van de huurders lopende de huurperiode . Wel staat de niet conform1te1t vast vanaf het ogenblik van de vaststellingen, z11nde vanaf 21 februari 2023 De mcnmmat1eperiode dient aldus te worden heromschreven als volgt (zoals ook door de beklaagden zelf aangehaald m hun conclusie) . "Te ,n de periode van 21 februari 2023 tot en met 28 maart 2023" Deze heromschnjvmg wijzigt de aanhangig gemaakte feiten niet en was onderdeel van de debatten op de zitting van 9 september 2025. 4.2. Wat betreft het moreel element van het m1sdn1f betreft is echter minstens onachtzaamheid vereist, maar dit volstaat. Dit betekent dat de verhuurder een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 8 Beklaagden konden en moesten zich minstens vergewissen van de staat van de door hen verhuurde woning Het gebrek aan voorzorg ofvoorz1cht1ghe1d bestaat h1enn dat de beklaagden hebben nagelaten te controleren of de woning wel aan de woningkwahte1tsnormen voldeed en of ZIJ wel (verder) verhuurd mochten worden. In zoverre beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de onregelmat igheden nu deze zouden ZIJn veroorzaakt door de huurders, is dat dan ook enkel aan hun eigen tekortkomingen te w11ten en is hun beweerde dwaling niet onoverwinnel1Jk of verschoonbaar. Elke normaal, vooru1tz1end en voorz1cht1g verhuurder in dezelfde omstandigheden geplaatst zou immers 1nit1at1even hebben ondernomen om meer controle op de staat van het pand uit te voeren en desgevallend herstellingen uit te voeren, en dit zeker gelet op het gegeven dat het pand reeds eerder ongeschikt werd verklaard in een vorig woningkwalite1tsonderzoek Uit de vaststellingen ter plaatse bleken er zes personen woonachtig te z1Jn terw1JI de maximale bezetting op 4 personen werd bepaald. De bezettingsnorm werd dan ook overschreden. Beklaagde bevestigde in z1Jn verklaring hiervan op de hoogte te zijn en gaf dit uitdrukkehJk aan als reden voor de vochtproblemat1ek. Het gegeven dat h1J van deze overbezetting kennis had houdt in dat h1J op de hoogte was van de mogeliJke risico's die deze overbezetting zou meebrengen, wat eveneens reden te meer was om een controle op het pand uit te oefenen, dan wel deze overbezetting te beeind1gen. Noch het gegeven dat er een intredende plaatbeschnjving werd opgesteld noch het gegeven dat op 18 februari 2019 nog een conformiteitsattest voor de woning werd afgeleverd, doet hieraan enige afbreuk. Het voormelde ontslaat de verhuurders immers niet van hun verplichting de staat en conform 1te1t van de door hen verhuurde panden te controleren. Bovendien hebben de beklaagden klaarblijkel1Jk meerdere panden in eigendom die ZIJ verhuren en Zijn zij via deze weg uiteraard op de hoogte van de geldende wetgeving ter zake en geldt de voorzorgsplicht in hun hoofde als gebruikelijke verhuurders des te meer Dat er van de huurder zelf nooit een klacht of ingebrekestelling is gekomen, doet hieraan evenmin afbreuk Ten overvloede verklaarde beklaagde dat h1J 'niet zo dikw11ls' in de woning kwam waaruit blijkt dat hij er effectief 1s geweest en minstens de zeer ernstige gebreken op het gehikvloers had moeten hebben vastgesteld Er 1s in hoofde van beklaagden sprake van onachtzaamheid dan ook minstens Uit wat voorafgaat bhJkt dan ook dat het moreel element van het misdrijf bewezen 1s. 5 Alle wetteliJk vereiste const1tut1eve bestanddelen van het onder de tenlastelegging beoogde m1sdnJf, z11n bewezen lastens beklaagde n ZIJ worden dan ook beiden schuldig verklaard aan de hen ten laste gelegde feiten van de tenlastelegg ing zoals heromschreven in tijd. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 9 3.3. Straftoemeting 1 Beklaagde vroegen om hen de opschorting van de uitspraak van de veroordeling toe te kennen. De opschorting is een buitengewone gunst met een uitzonderlijk karakter Het toekennen van een opschorting heeft als bedoeling de reclassering van de veroordee lde te bevorderen of z11n declassering te voorkomen De rechtbank 1s van oordeel dat de feiten te ernstig zijn om voor een opschorting in aanmerking te komen. Beklaagden tonen ook niet aan dat een veroordeling, zoals hierna bepaald, hun reclassering buiten proportie in het gedrang zou brengen ZIJ verschenen bovendien niet in persoon op de terechtzitting, zodat de rechtbank hen hierover niet heeft kunnen bevragen. 2 De bewezen verklaarde tenlasteleggingen ziJn ernstig, laakbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar en geven bhJk van een gebrek aan respect voor andermans welzijn, veiligheid en gezondheid . Bij het bepalen van de strafmaat die aan beklaagden wordt opgelegd houdt de rechtbank rekening met de laakbaarheid van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst en het maatschappelijk nadeel ervan, de omstandigh eden waarin deze werden gepleegd, hun leeftiJd, hun persoonli1khe 1d1 zoals die bliJkt uit de gegevens van het strafdossier, de behandeling op de zitting van 9 september 2025 en het strafrechtelijk verleden. BliJkens de meest recente uittreksels uit het strafregister werd beklaagde in het verleden tweemaal strafrechtelijk veroordee ld uit hoofde van een inbreuk op de boekhoudwetgeving en uit hoofde van diefstal. Beklaagde werd in het verleden éénmaal strafrechtelijk veroordeeld uit hoofde van een inbreuk op de boekhoudwetgeving. De hierna bepaalde geldboete wordt aan beklaagden opgelegd Deze bestraffing dient hen het ontoelaatbare van hun handelen te doen inzien, alsook nieuwe strafbare feiten ,n de toekomst te verm1Jden. De omvang van deze geldboete 1s aangepast aan de aard en de ernst van de feiten en de persoonl11kh e1d van beklaagden De omvang van de vervangende gevangenisstraf 1s aangepast aan de omvang van de geldboete. Het strafregister van beklaagden van een straf met uitstel toe laat het opleggen ZIJ beschikken beiden nog over een gunstig strafrechtehjk verleden. De rechtbank houdt tevens rekening met het feit dat de vastgestelde gebreken voornameliJk te Wijten zijn aan het gedrag van de huurders en de feiten vanuit een gebrek aan voorncht1ghe1d of voorzorg werden gepleegd. Met het oog op de kans op verbetering en maatschappeliJke integratie van beklaagden , verleent de rechtbank uitstel van tenuitvoerlegging voor het hierna bepaalde gedeelte van de geldboete Om de preventieve werking van het uitstel voldoende lang te laten duren, wordt het uitstel opgelegd voor een proefperiode van dne Jaar. Rol nummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 10 Het uitstel van tenuitvoerlegging dient beklaagden ertoe te bewegen in de toekomst de wet stipt na te leven, nu bij een nieuwe veroordeling binnen de proeftermijn het verleende uitstel verloren kan gaan. Het verlenen van een ruimer uitstel van tenuitvoerlegging voor de aan beklaagden opgelegde geldboete zou hen onvoldoende bewust maken van de aard en de ernst van de feiten, alsook zou dit een onvoldoende krachtig maatschappeli jk signaal betreffen. Het opleggen van een gevangenisstraf zoals gevorderd door het openbaar ministerie acht de rechtbank m deze concrete omstandigheden geen gepaste bestraffing van de beklaagden voor de feiten zoals deze thans bewezen werden verklaard. 3 Het Openbaar Mmistene vorderde schnftehjk de verbeurdverk laring van illegale vermogensvoorde len. Rekening houdend met de aard en de gevolgen van de bewezen verklaarde feiten, is rechtbank van oordeel dat het illegaal vermogensvoordeel inderdaad moet worden verbeurd verklaard. Het is onaanvaardbaar dat m het bezit zou blijven van de opbrengsten van illegale activiteiten De dit dossier gegenereerde illegale vermogensvoordelen betreffen de huurgelden die werden geind lopende de bewezen periode waarin een niet conforme woning werd verhuurd Vermits de feiten slechts bewezen worden verklaard vanaf 21 februari 2023 tot en met 28 maart 2023, kunnen er evident slechts illegale vermogensvoordelen Zijn gegenereerd binnen deze periode, zijnde aldus de betaling voor de maand maart 2023 Derhalve wordt een bedrag van 500,00 euro verbeurd verklaart. Aangezien het bedrag niet meer in het vermogen van de beklaagden kon worden aangetroffen wordt dit verbeurd verklaard bij equivalent en dit ten belope van 250,00 euro elk 4. Deze bestraffing geeft op voldoende wijze uiting aan de maatschappe lijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet, bevordert het herstel van het maatschappelijk evenwicht en het herstel van de door het m1sdnJf veroorzaakte schade, alsook wordt hiermee het bevorderen van de maatschappelijke rehab1htat1e en re-integratie van de dader bevorderd, zodat deze bestraffing het best beantwoordt aan de doeleinden van de straf zoals bepaald in artikel 7, §2 van het Strafwetboek Deze bestraffing Is tot slot proportioneel met het bewezen verklaarde misdrijf en veroorzaakt geen ongewenste neveneffecten ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving. 4. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan overeenkomstig het bepaalde m artikel 4 V.T. Sv. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 11 5. HERSTELVORDERING De woon inspecteur stelde 24 maart 2023 een herstelvordenng in ertoe strekkende om aan beklaagden het bevel te geven tot het uitvoeren van werken om de conform1te1t in de zin van artikel 1.3 §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van het pand, ziJnde het gebouw met de aanwezige woonent1te1t(en), te herstellen en eventuele overbewoning te beeind1gen en dit binnen een term1Jn van tien maanden vanaf heden en onder verbeurte van een dwangsom van € 150,00 per dag vertraging volgend op het verstnJken van deze hersteltermijn. Het college van burgemeester en schepenen var zich aan te sluiten b1J de herstelvordenng. Tevens vordert de woon inspecteur· heeft op 14 april 2023 beslist om om te zeggen voor recht dat de term1Jn van herstel niet dien te worden beschouwd als een termijn van verbeurdve rklaring van de dwangsom, om te zeggen voor recht dat er geen aanleiding bestaat tot het opleggen van een dwangsom­ termijn in de zin van art. 1385b1s, 4de lid Ger W.; machtiging van hemzelf evenals het college van burgemeester en schepenen om, b1J gebreke aan uitvoering door de overtreders zelf, ambtshalve in de uitvoering van het opgelegde herstel te mogen voorzien; machtiging om de kosten van herhuisvesting, bedoeld in art 3 33 van de Vlaamse Codex Wo­ nen te verhalen op de veroordeelden; om het vonnis uitvoerbaar b1J voorraad te verklaren De herstelvordering 1s ontvankeliJk . De herstelvo rdering strekt ertoe om de onrechtmatige toestand ingevolge het bewezen verklaard m1sdnJf te doen verdw1Jnen en 1s noodzakeliJk om de gevolgen van dit m1sdnJf ongedaan te maken. Zij behoort tot de strafvorde ring in ruime zin, maar 1s niettemin als bijzondere vorm van teruggave een maatregel van burgerlijke aard l<rachtens de art. 44 Sw en 161 en 189 Sv. dient de teruggave verplicht te worden uitgesproken. Een veroordeelde mag niet in het voordeel van het bewezen verklaard misdrijf bhiven. Uit het PV van inlichting van de wooninspect1e van 24 apnl 2025 bhJkt dat er nog geen melding van herstel werd ontvangen, zodat de herstelvordenng nog niet zonder voorwerp 1s De rechtbank stelt vast dat uit de gegevens van het strafdossier blijkt dat het gebouw op 31 oktober 2024 werd verkocht aan , aan wie de herstelvordenng eveneens werd overgemaakt. Ondertussen blijken de oorspronkelijke huurders te zijn verhuisd, maar stonden er op 24 april 2025 nog steeds twee personen ingeschreven op het adres. Beklaagde n houden voor dat ZIJ niet meer kunnen worden veroordee ld tot de herstelvordenng gelet op de verkoop van het pand aan . Het feit dat het goed werd verkocht, doet voor de overtreder of veroordeelde geen onmogelijkhe id ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel. Niet enkel de eigenaar kan immers tot het herstel worden veroordee ld. De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdnJf en b1Jgevolg kan ook een niet-eigenaar veroordee ld worden tot herstel. De herstelmaatregel werkt immers in rem en 1s een zakelijk aankleven aan het pand (Antwerpen 26 Juni 2013, RW 2013-14, 503). De nieuwe eigenaar moet het opgelegde herstel ondergaan. Rol nummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 12 Evenmin ligt aldus op dit ogenblik een PV van de wooninspecteu r voor waaruit zou bllJken dat inmiddels aan het gevorderde herstel werd voldaan. De herstelvorde nng werd op dit ogenblik dus nog niet uitgevoerd . Derhalve wordt de herstelvo rdering ingewilligd in zoverre ZIJ beoogt het uitvoeren van werken om de conform1te1t m de zm van artikel 1.3 §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van het pand, z1Jnde het gebouw met de aa nwezIge woonent1te1t(en), te herstellen en eventuele overbewoning te beemd1gen. De termIJn voor het uitvoeren van de herstelmaatregelen dient, gelet op de aard en de omvang ervan, te worden bepaald op tien maanden vanaf het in kracht van gew11sde treden van hu1d1g vonnis Er is geen reden om een termijn van twee jaar op te leggen zoals gevraagd door beklaagden. Er werd immers geen enkel bewezen initiatief ondernomen om aan de gebreken te voldoen sedert de in1t1ele vaststellingen. Tevens is het gepast om een dwangsom op te leggen, nu de veroordeel den tot op heden niet het bew1Js leveren dat ZIJ vn1w1lhg zIJn overgegaan tot het integraal herstel. Het bedrag van de dwangsom dient bepaald te worden op€ 150,00 per dag vertraging m de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen. Deze dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na het verstriJken van de hoger vermelde herstelterm1Jn, m zoverre hu1d1g vonnis vooraf werd betekend Dit houdt concreet m dat er geen dwangsomterm1Jn wordt toegestaan. Er Is dan ook geen reden om het bedrag van de dwangsom te beperken tot 10,00 euro per dag zoals gevraagd door de beklaagden, nu dit een onvoldoende stimulans zou zijn Verder dienen b1J toepassing van art. 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen de wooninspecteur of het college van burgemeeste r en schepenen te worden gemachtigd om ambtshalve in de uitvoering van het opgelegde herstel te voorzien b1J gebreke aan uitvoering door de veroordee lden en dit op hun kosten. B1J toepassing van art 3 48 van de Vlaamse Codex Wonen dienen de wooninspecteu r en het college van burgemeester en schepenen te worden gemachtigd om de kosten, vermeld in art. 3 33 van de Vlaamse Codex Wonen te verhalen op de veroordeelde overtreders. Tevens gaat de rechtbank in op de vordering van de woonmspecteur om het vonnis uitvoerbaar te verklaren b1J voorraad en dit gelet op de ernst en de omvang van de gebreken die een snelle uitvoering noodzakeh Jk maakt. 6. TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de m1sdr11ven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen. art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 Juni 1935, art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43b1s, 44, 45, 50, 66, 84 strafwetboek art. 4 VT Sv alsook de wetsbepalingen aangehaa ld in de inleidende akte en in het vonnis Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 13 UITSPRAAK: De rechtbank beslist OP TEGENSPRAAK. OP STRAFGEBIED WEERT ambtshalve de namens beklaagde op 5 mei 2025 neergelegde conclusie uit de debatten HEROMSCHRIJFT de t1jdsbepaling van de aan beklaagden ten laste gelegde feiten als volgt . 11Te ,n de periode van 21 februari 2023 tot en met 28 maart 2023" Ten aanzien van , eerste beklaagde Verklaart de feiten van de enige tenlastelegging zoals heromschreven m tijd bewezen. Veroordeelt voor de enige tenlastelegging zoals heromschreven in tijd. tot een geldboete van 4000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen . Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettehjke termijn door een gevangeniss traf van 90 dagen Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 Jaar, doch slechts voor een gedeelte van 3000,00 EUR, z1Jnde 375,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw de vermogensvoo rdelen voor een bedrag van 250,00 euro per equivalent. Veroordeelt tot betaling van· -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, Zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedehJnsb1jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten m strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde tot de kosten van de strafvordering, op heden begroot op 35,41 EUR Ten aanzien van . tweede beklaagde Verklaart de feiten van de enige tenlastelegging zoals heromschreven in tijd bewezen. Veroordee lt voor de enige tenlastelegging zoals heromschreven m tijd. tot een geldboete van 4000,00 EUR, Zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een Rol nummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctionee l p 14 gevangenisstraf van 90 dagen. Verleent uitstel van tenu1tvoer legg1ng wat betreft deze geldboete voor een termIJn van 3 Jaar, doch slechts voor een gedeelte van 3000,00 EUR, z11nde 375,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw de vermogensvoorde len voor een bedrag van 250,00 euro per equivalent Veroordeelt tot betaling van: een biJdrage van 1 maal 200,00 EUR, Zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettehJke gewelddaden en de occasione le redders een b1Jdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehJnsb1jstand een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR sol1da1r met medeveroordeelde heden begroot op 35,41 EUR OP BURGERLIJK GEBIED tot de kosten van de strafvordering, op Houdt de burgerhJke belangen ambtshalve aan overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 VT Sv HERSTEL VORDERING Verklaart de herstelvorder ing van de Woonmspecteur ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate. Beveelt de beklaagden om de hierna bepaalde herstelmaa tregel uit te voeren, meer bepaald het uitvoeren van werken om de conform1te1t m de zin van artikel 1.3 §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van het pand gelegen te (gekadastreerd als ) te herstellen en eventuele overbewonmg te beemd1gen aan het pand. Beveelt dat deze herstelmaatregel integraal dient te worden uitgevoerd binnen een termI1n van tien maanden vanaf het in kracht van gew11sde treden van dit vonnis. Beveelt, voor zover de opgelegde herstelmaatregel met integraal zou zI1n uitgevoerd binnen deze termijn, dat de woon inspecteur of het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen ambtshalve m de uItvoenng ervan kunnen voorzien op kosten van de beklaagden Machtigt de woonmspecteur en het college van burgemeester en schepenen om de eventuele kosten, vermeld in art. 3.33 van de Vlaamse Codex Wonen te verhalen op beklaagden Veroordeelt de beklaagden , voor het geval dat aan de opgelegde herstelmaatregel met vn1w1lhg zou worden voldaan, tot betaling van een dwang.som van 150,00 euro per dag vertraging vanaf de eerste dag volgend op het verstnJken van de hoger vermelde herstelterm11n en m zoverre huidig vonnis voorafgaande lijk werd betekend. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 15 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande iedere voorziening. OVERSCHRIJVING Zegt voor recht dat van dit vonnis melding dient te worden gemaakt in de rand van de overschriJvmg van de dagvaarding op het kantoor Rechtszekerheid onder de referte Ref . * * * * * Alles gebeurde m de Nederlandse taal overeenkomst ig de wet van 15 Juni 1935 Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken m openbare z1ttmg op 7 oktober 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctionee l, kamer llK· , rechter m aanwezigheid van het hd van het openbaar mm1stene vermeld m het proces-verbaal van de terechtzitting, met b1Jstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot