Naar hoofdinhoud

ARR:BM 4239.49

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-10-21 🌐 FR veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950, 29 juni 1964

Volledige tekst

Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent In de zaak van het openbaar ministerie tegen: BEKLAAGDEN: 1. geboren van Belgische nationaliteit Ingeschreven te RRN eerste beklaagde, vertegenwoordigd door meester 2. lRN geboren van Belgische nationaliteit ingeschreven te Vonnîsnr advocaat te I p.2 tweede beklaagde, vertegenwoordigd door meester advocaat te TENLASTELEGGING Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; functioneel samenbrengen van materialen tot constructie zonder of in strijd met een geldige vergunning buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een constructie ontstaat, met uitzondering van onderhoudswerken, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk op het perceel gelegen te kadastraal gekend als eigendom van geboren ~n van geboren te beiden wonende te aangekocht als bouwgrond bij akte van 01.12.2010 verleden voor notaris te in strijd met de verkavelingsvergunnlng, waarin bepaald wordt dat verhardingen dienen beperkt te worden tot een oprit en maximaal 1 parkeerplaats, de volledige voortuin te hebben Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.3 ................ "",,_ .. ______________________________ _ verhard, alsook de zijtuin-en de achtertuin te hebben verhard over een oppervlakte van 120m2, zijnde meer dan de maximum vrijgestelde oppervlakte van 80m2 (art. 4.1.1., 3° en 9°1 4.2.1., 1°1 b), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1 °1 a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsverg unning) ~ door PROCEDURE i.n de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 januari 2020 De dagvaarding werd op 7 april 2025 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid te Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven door de wetgeving inzake hypotheken. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats In openbare terechtzitting. De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Overzicht van de feiten 1. Op 29 juli 2019 werd door de verbalisant ruimtelijke ordening vastgeste ld dat er in de voor­ tuin van de woning in een verharding werd aangebracht zonder vergunning . Eerste beklaagde werd aangemaand met brief van 6 augustus 2019. Hij stelde dat hij die ver­ harding nodig had om zijn twee voertuigen te kunnen stallen aan zijn woning. Op 21 december 2020 werd vastgesteld dat de toestand ongewijzigd was. De voortuin werd 100% verhard In rode steenslag. Enkel 1 oprit en een pad in de voortuin werd vergund. De verharding werd bovendien doorgetrokken in de zijtuin en in de achtertuin was er een terras. Verhardinge n in zij-en achtertuin zijn vrijgesteld voor 80 m2 maar In totaal bedroeg deze verharding 120 m2. In de vergunning was enkel een terras van 32 m2 vergund. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnlsnr I p.4 Op het vergunde plan was vermeld dat de achterbouw als groendak zou worden aangelegd, maar dit werd niet aangelegd. Eerste beklaagde werd verhoord op 29 september 2021. Hij verklaarde dat de verharding in de zijtuinstrook er moest komen van het polderbestuur omdat zij met een graafwerker aan de waterloop moesten kunnen geraken die naast hun woning loopt. De verharding In de voortuin had hij nodig om hun twee auto's te kunnen parkeren. Op straat parkeren is niet praktisch. Het groendak was uit zijn hoofd gegaan. Hij ging hiervoor nog het nodige doen. Op 16 maart 2022 was er nog niets veranderd. Eerste beklaagde verklaarde dat er geen financiële middelen waren voor een groendak. Hij ging zo vlug mogelijk een afspraak maken bij de stedelijke dienst vergunnen. Het was een hectisch jaar geweest op persoonlijk en financieel vlak. Uit de historiek opgenomen in de herstelvordering blijkt er in 2022 overleg geweest te zijn. Op 18 oktober 2022 meldde de stad dat het voorstel van beklaagden niet voorzag in voldoende groenaanleg. 2. De burgemeester van leidde een herstelvordering in bij het parket met brief van 4 april 2024. De burgemeester verzocht aanpassingswerken: Verharding in voortuinstrook uitbreken, inclusief fundering, tot er maximaal 50% van de voortuinstrook is verhard en er slechts 1 oprit van 4 meter breed is. De vrijgekomen zone moet voorzien worden van kwalitatieve groenaanleg (gras, planten, bloemen, ... ) Er werd een hersteltermijn van 6 maanden vooropgesteld en een dwangsom gevorderd van 100 euro per dag vertraging. De Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering verleende een positief advies. Er werd verwezen naar de strijdigheid met de verkavelingsvoorschriften (maximaal 1 parkeerplaats), de visueel­ vormelijke hinder, de overschrijding van de ruimtelijke draagkracht van het perceel en de vaststelling dat de aanleg verkeerstechnisch gevaarlijk is. 2. Bespreking van de schuldvraag 1. Beklaagden moeten zich voor de rechtbank verantwoorden wegens het verharden van hun voor-, zij-en achtertuin zonder vergunning. Ter zitting werden de feiten niet betwist. 2. Gelet op de duidelijke vaststellingen in het strafdossier staat de schuld van beklaagden vast. De aanleg van de voor-, zij-en achtertuin gebeurde manifest in strijd met de verkavelir:igsver­ gunning. Rolnumme · Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent 3. Straftoemeting Vonnisnr I p.5 1. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwa ­ rende factoren en de persoonlijkheid van beklaagde zoals die blijkt uit het strafrechtelijk ver­ leden, gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet beklaagde ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijven meer te plegen. 2. Beklaagden hebben hun voor-, zij-en achtertuin overmatig verhard in strijd met de verkavellngsvergunning en dachten hierbij enkel aan hun eigen belangen. Overmatige verharding zorgt voor een verstoring van de waterhuishouding en de bijkomende parkeerplaatsen zorgden voor een verkeerstechnisch gevaarlijke situatie. Het duurde bijzonder lang vooraleer beklaagden overgingen tot regularisatie van de situatie. 3. Eerste beklaagde is jaar oud en heeft een blanco strafverleden. Tweede beklaagde Is jaar oud en heeft een blanco strafverleden. Gelet op het feit dat beklaagden inmiddels de nodige werken uitvoerden om tot een herstel te komen en nu zij beiden nog over een blanco strafregister beschikken, gaat de rechtbank in op hun verzoek om hen de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling te verlenen. Het openbaar ministerie gaf hieromtrent een positief advies ter zitting. Beklaagden dienen te beseffen dat hen alsnog een straf kan worden opgelegd indien zij nieuwe misdrijven zouden plegen gedurende de proefperiode die de rechtbank bepaalt op drie jaar. HERSTEL Ter zitting van 16 september 2025 toonden beklaagden aan dat zij hun voortuin heringericht hadden zodat deze conform de verkavelingsvergunning is. De herstelvordering is hierdoor zon­ der voorwerp. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Omdat het door beklaagden gepleegde misdrijf mogelijk schade heeft veroorzaakt, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Vooraf­ gaande Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.). TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestandde len van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen , afdeling Gent art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935; Vonnisnr / p.6 art. 4 Wet van 17 april 1878 -Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering; art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering; art. 1, 2, 3, 7, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepal ingen aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten in strafzaken; art. 1 (§1, 1° en §2), 3, 5, 6, 13 van de Wet van 29 juni 1964; DE RECHTBANK: op tegenspraak ten aanzien van OP STRAFGEBIED Ten aanzien van eerste beklaagde Verklaart de enige tenlastelegg ing lastens :iewezen. Gelast ten voordele van de OPSCHORTING van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van 3 jaar. Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijsta nd -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde heden begroot op 349,30 EUR. tot de kosten van de strafvordering, op Rolnummer Dertigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 7 Ten aanzien van tweede beklaagde Verklaart de enige tenlastelegging lastens bewezen. Gelast ten voordele van de OPSCHORTING van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van 3 jaar. Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelljnsbijstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde heden begroot op 349,30 EUR. HERSTEL tot de kosten van de strafvordering, op De rechtbank stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp Is. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 21 oktober 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI: rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot