ARR:WI 15.HV023 / C.24.0417.N
🏛️ Hof van Cassatie Brussel
📅 2025-10-30
🌐 FR
Arrest
Rechtsgebied
strafrecht
bestuursrecht
Geciteerde wetgeving
gw
Volledige tekst
vertegenwoordigd door mr.
kantoor te
zen. 30 OKTOBER 2025
·, advocaat bij het Hof van Cassatie, met
, waar de verweerders woonplaats kie-
l. RECHTSPLEGING VOOR JIET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel
van 13 juni 2023.
Advocaat-generaal
conclusie neergelegd.
Raadsheer
Advocaat-generaal
II. CASSATIEMIDDEL heeft op 30 september 2025 een schriftelijke
heeft verslag uitgebracht.
heeft geconcludeerd.
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Artikel 1.3, § 1, 8°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gecoördineerd
bij besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2020 tot codificatie van de decre
ten betreffende het woonbeleid, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021, bepaalt
dat in die codex en de besluiten genomen ter uitvoering ervan onder "conformi
teit" wordt verstaan het vertonen van geen enkel gebrek als vermeld in artikel 3 .1,
§ 1, derde lid, 2° en 3°.
Artikel 3 .1, § 1, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat elke wo
ning op de in die bepaling vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire
veiligheids -, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, zoals nader bepaald door
de Vlaamse regering.
30 OKTOBER 2025
Artikel 3 .1, § l, derde lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat de
Vlaamse regering bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste
lid, en de vaststelling van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen , ver
meld in het tweede lid, een of meer lijsten hanteert van mogelijke gebreken die
onderverdeeld zijn in de volgende drie categorieën: 1 °) gebreken van categorie I,
2°) gebreken van categorie II en 3 °) gebreken van categorie III.
Artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat als een niet-conforme
of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, de verhuurde r,
de eventuele onderverh uurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, ge
straft wordt met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboe
te van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen.
Artikel 3.43, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt dat de recht
bank, naast de straf, de overtreder kan bevelen om werken uit te voeren om de
woning of het pand dat het gebouw met de aanwezige woningen omvat, conform
te maken en om de overbewoning te beëindigen. Als de rechtbank vaststelt dat de
woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of dat het gaat om een
goed als vermeld in artikel 3 .3 5, beveelt ze de overtreder om er een andere be
stemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of om de woning of het goed te slopen,
tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglemen
taire bepalingen . Dat gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecte ur
of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning,
het pand of het goed ligt.
2. Uit de tekst van de artikelen 1.3, § 1, 8°, 3.1, 3.34 en 3.43 Vlaamse Codex
. Wonen van 2021, hun ontstaansgeschiedenis en de doelstellingen van de decreet
gever volgt dat het gevorderde herstel in hoofdorde tot conformite it moet strek
ken, dit wiJ zeggen tot het wegwerken van de gebreken aan het onroerend goed
teneinde het te laten voldoen aan de vereisten en normen vastgesteld krachtens de
artikelen 1.3, § 1, 8°, en 3.1, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021.
30 OKTOBER 2025
Indien dit herstel van de conformiteit als principiële herstelmaatrege l volgens de
rechter niet mogelijk is, dient de rechter de alternatieve maatregel van de herbe
stemming of de sloop te bevelen.
3. Wanneer de uitvoering van de bevolen herbestemming van een onroerend
goed overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening niet tot gevolg
heeft dat de woonfunct ie ervan wordt ongedaan gemaakt, moet de rechter behalve
de alternatieve maatregel ook het herstel van de conformiteit bevelen van het on
roerend goed in. zoverre het na de herbestemming nog een woonfunctie heeft, be
staande in het wegwerken van de gebreken aan het onroerend goed teneinde het te
laten voldoen aan de vereisten en normen vastgesteld krachtens de artikelen 1.3, §
1, 8°, en 3 J, § 1, VJ aam se Codex Wonen van 2021.
4. Behoudens een vastgesteld herstel van de conformiteit, mag de vordering
slechts worden afgewezen in het geval van kennelijke onredelijkheid . Deze toet
sing houdt in dat de rechter moet nagaan of de herstelmaatregel niet onevenredig
is in verhouding tot de door de artikelen 1.3, § 1, 8°, en 3.1, § 1, Vlaamse Codex
Wonen van 2021 beoogde elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwali
teitsvereisten , of de voordelen die de herstelmaatregel voor de woonkwal iteit op
levert wel in verhouding staan tot de last die ze voor de overtreder veroorzaken en
bijgevolg of het bestuur in redelijkheid kon overgaan tot het vorderen van dat her
stel.
5. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite, rekening houdend met concrete
en ter zake doende elementen van het dossier, of de voordelen die de herstelmaat
regel oplevert voor de woonkwaliteit in verhouding staan tot de lasten die ze voor
de overtreder veroorzaken .
Het Hof kan nagaan of de rechter uit de door hem in aanmerking genomen feite
lijke gegevens geen gevolgen trekt die op grond daarvan niet kunnen worden ver
antwoord.
6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat:
-de eiser in hoofdorde vorderde om de verweerders te veroordelen tot het geven
van een andere bestemming overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening , hetzij het pand te slopen tenzij de sloop verboden
is wegens wettelijke, decretale of reglementa ire bepalingen;
30 OKTOBER 2025
-de eiser ondergeschikt vorderde de verweerders te veroordelen om renovatie-,
verbeterings- en/of aanpassingswerkzaamheden aan de woonentiteiten uit te
voeren, te weten het herstel van de conformiteit zoals beschreven in artikel 1.3,
§ 1, 8°, Vlaamse Codex Wonen van 2021, waardoor het pand voldoet aan de
minimale kwaliteitsvereisten;
-de verweerders zich schuldig hebben gemaakt aan het misdrijf omschreven in
artikel 3 .34 Vlaamse Codex Wonen van 2021 ;
-er geen vergunning was of is voor het opdelen van de woning in afzonderlijke
woongelegenheden, zodat de rechtbank. niet kon opleggen de woning met de
afzonderlijke woongelegenheden conform te maken;
-bijgevolg alleen kon worden bevolen een andere bestemming te geven of te
slopen;
-de verweerders echter ten laatste op 13 februari 2019 zelf het goed zijn gaan
bewonen;
-uit een proces-verbaal na hercontrole van 5 november 2019 blijkt dat het ge
bouw nog verdeeld was in drie woongelegenheden, maar enkel de woonentiteit
op het gelijkvloers en de kelderverdieping door het gezin van de verweerders
werd bewoond, alsook dat de woongelegenheden op de verdiepingen niet meer
bewoond waren, niet afsluitbaar waren en geen afzonderlijke brievenbussen of
functionerende deurbellen hadden;
-de verweerders aldus de bestemming hadden gewijzigd naar eengezinswoning,
zodat vol.daan was aan het voorwerp van de in hoofdorde ingestelde vordering;
-de ondergeschikte vordering, het herstel van de conformiteit van de woongele
genheden zoals beschreven in artikel 1.3, § 1, 8°, Vlaamse Codex Wonen van
202 i, uiteraard zonder belang was, omdat wegens de herbestemming tot
eengezinswoning de afzonderlijke woongelegenheden niet meer te huur werden
gesteld en dus ook niet meer hoefden te voldoen aan de vereisten van artikel
3.1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;
-een en ander bevestiging vindt in een proces-verbaal van 14 juni 2021 na her
controle van 25 mei 2021, dus na het beroepen vonnis, waarin wordt vastge-
30 OKTOBER 2025
steld dat de woning is teruggebracht van een meergezinswoning naar een een
gezinswoning en bewoond wordt door de eigenaars en hun gezin;
-het proces-verbaal voorts "1 klein gebrek categorie I" (in de traphal ontbreken
er muurplinten) en "J ernstig gebrek in categorie II" (er kon niet vas1gesteld
worden dat er dakisolatie aanwezig is) vermeldt;
-deze minimale gebreken zonder werkelijke invloed zijn op de bewoonbaarheid
van de woning; .
-het opleggen van aanpassingswerken, in casu het plaatsen van een plint en het
laten zien of plaatsen van dakisolatie niet in verhouding zou zijn tot het door de
wetgeving nagestreefde doel, de verwezenlijking van het recht op menswaardig
wonen;
-de vordering tot aanpassing wat dat betreft kennelijk onredelijk is.
7. De appelrechter die de in ondergeschikte orde gestelde vordering tot herstel
van de conformiteit van "de woongelegenheden" zonder belang acht; beperkt
daarmee de vordering tot herstel van de conformiteit tot de mate waarin het onroe
rend goed, na herbestemming, nog een woonfunctie heeft en schendt aldus niet de
artikelen 3.34 en 3.43, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In zoverre kan het middel niet wor,den aangenomen.
8. Met de concrete en ter zake doende redenen dat de minimale gebreken zon
der werkelijke invloed op de bewoonbaarheid van de woning zijn en dat het op
leggen van aanpassingswerken niet in verhouding zou zijn tot het door de wetge
ving nagestreefde doel, kon de appelrechter naar recht oordelen dat de in onderge
schikte orde ingestelde vordering tot herstel van de conformiteit kennelijk onrede
lijk is.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
9. Voor het overige komt het middel op tegen een ten overvloede gegeven re-
den en is het niet ontvankelijk.
30 OKTOBER 2025
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
V eroordeeh de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 470,19 euro en op de som van 650 eur<? rol
recht verschuldigd aari de Belgische Staat.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-
gesteld uit sectievoorzitter , als voorzitter, en de raadsheren
: en in openbare
rechtszitting van 30 oktober 2025 uitgesproken door sectievoorzitter
in aanwezigheid van advocaat-generaal
van griffier , met bijstand