ARR:WI 20.LE012
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Leuven
📅 2025-10-17
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 Jurn 1935, 20 november 2021, 28 JUh 1992, 30 Juli 2018, BW
Volledige tekst
Rolnurnrner
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken
In de zaak van het openbaar ministene en
Vertegenwoordigd door substituut-procureur des Konings
EISER TOT HERSTEL: Kamer C8
p 2
De Wooninspecteu r, handelend m naam van het Vlaams Gewest, met zetel gevestigd te
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
BURGERLIJl<E PARTIJ(EN )
tegen , RRI\
geboren
van Belgische nat1onahte1t
ingeschreven te
b1Jgestaan door meester
, advocaat te
BEKLAAGDE(N) :
1
geboren
van Belgische nat1onahte1t
zelfstandige
ingeschreve n te
bijgestaan door meester
2 , RRN
geboren
van Belgische nat1onahte1t
industrieel ingenieur
ingeschrev en
bijgestaan door meester
, advocaat te
3. , RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
vertegenwoordigd door meester
., advocaat te
4. , advocaat tE ., loco meester
, advocaat te loco meester
:, RRI\
:, advocaat te
advocaat te , loco meester
advocaat te loco meester
met maatschappelijke zetel gevestigd te l<BO
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionel e zaken
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
5
geboren
van Belgische nat1onallte1t
ingeschreven te
overleden
6
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
vertegenwoordigd door meester
7
geboren
van Belgische nat1onallte1t
a utoca ronderneme r
ingeschreven te
b1Jgestaan door meester
advocaat te
1 TENLASTELEGG ING(EN) , RRN , RRN advocaat te
, RRN
, advocaat te
advocaat te K.amerC8
p 3
loco meester
loco meester
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten en normen te voldoen met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter besch1kk1ng stelt, een
woning of een specifieke woonvorm, als vermeld m artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 Juli 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, namelijk (omschnjving
m1sdnjf).
(art 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lld 1 Decreet 15 Juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
met de omstand1ghe1d dat het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd-of bijkomende
bedrijv1ghe1d van een vereniging betrof, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon
had of niet.
(art. 20 § 1 lid 3, 2° Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
lÊ
2016 tot en met 18 mei 2021
door
ten nadele van Wooninspecteur , geboren te op,
halfopen gezinswoning gelegen m . m de periode van 1 1anuari
sectie-en perceelnummer
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken
2~
september 2017 tot en met 311uh 2022
door
ten nadele van , geboren
ten nadele van , geboren sectie-en perceelnummer
ten nadele van Woonmspect1e Vlaamse, geboren te op, KamerC8
p 4
in de periode van 1
belétagewonmg gelegen in (sectie-en perceel nummer
3 te
december 2020
door
ten nadele var in de periode van 1 Ianuan 2018 tot en met 1
, geboren , namelijk door de
vriJstaande woning, gelegen m , sectie-en
perceelnummer dat m totaal 97 strafpunten telt, te hebben verhuurd voor -initieel-725 euro
per maand
ten nadele van , geboren
ten nadele van Wooninspecteur, geboren te op,
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning , van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten en normen te voldoen
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
woning of een spec1f1eke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 JUii 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, namehJk (omschrrJvmg
m1sdnJf)
(art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 hd 1 Decreet 15 Juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
1~
september 2017 tot en met 311ulr 2022
door
ten nadele var
ten nadele van sectie-en perceelnummer
ten nadele van Woon inspectie Vlaamse, geboren te op, , m de periode van 1
2g m de periode van 1 januari 2018 tot en met 1
december 2020
door
ten nadele van
ten nadele van , geboren
, geboren 1,
, namehJk door de
vnJstaande woning gelegen 1n , sectie-en
perceelnummer dat m totaal 97 strapunten telt, te hebben verhuurd voor -1nrt1eel-725 euro
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken
per maand
ten nadele van , geboren
ten nadele van Wooninspecteur , geboren te op,
LE66 WI 102100/2020 KamerC8
p s
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat het een daad van deelneming aan de hoofd-of bijkomende bedrijv1ghe1d
van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft,
(art 3.36, 2° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
lk
door
ten nadele van geborer in de periode van 1 januari 2016 tot en met 18 mei 2021
ten nadele van , geboren 11
ten nadele van Wooninspect1e Vlaamse, geboren te op,
ten nadele van Wooninspecteur, geboren te op,
1 k. . sectie-en perceelnummer , m de periode van 1
september 2017 tot en met 311uil 2022
door
.,
ten nadele van , geboren
ten nadele van , geboren
ten nadele van Woonmspectie Vlaamse, geboren te op,
ten nadele van Wooninspecteur , geboren te op,
2 te
door
2 PROCEDURE m de periode van 1 september 2017 tot en met 311uh 2022
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats op de openbare terechtz,ttmg van 19
september 2025.
De rechtspleging verliep in het Nederlands
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging (inclusief de dagvaardingen ) en van de
stukken van het onderzoek alsook van het bijgebracht strafdossier en van de door partijen m het dossier
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken
en ter zitting neergelegde conclusies, nota's en stukken KamerC8
p 6
De rechtbank hoorde ter zitting het openb~ar ministerie en de aanwezige partijen, al dan niet
bijgestaan of vertegenwoordigd door hun raadsman.
De rechtbank beslist op tegenspraak .
De dagvaardingen werden overgeschreven in het register van het Kantoor Rechtszekerheid De
strafvordering Is regelmatig ingesteld en Is ontvankelijk
3 BEOORDELING VAN DE TENLASTELEGGINGEN
3.1 De omschrijving van de tenlasteleggingen
De tenlasteleggingen zoals geformuleerd m de oorspronkeli jke dagvaardingen, werden later door het
Openbaar Ministerie heromschreven en/of verbeterd of aangepast, in haar nota neergelegd op 14
maart 2024.
De rechtbank stelt vast dat de m1sdnJven die aan de beklaagden ten laste gelegd worden voortdurend
van aard zijn, nu deze voortduren gedurende de hele periode dat de panden niet-conform aan de
vigerende wetgeving werden verhuurd, te huur of ter beschikking werden gesteld met het oog op
bewoning. ZIJ bestaan In een door de daders geschapen ononderbroken bestendigde dehctuele
toestand Er is immers een voortdurend misdnJf wanneer de dader ervan in een permanente staat van
betrapping verkeert tot op het ogenblik dat vaststaat dat het misdrijf niet langer begaan wordt Bij een
voortdurend m1sdnJf Is er een fe1tel1Jke toestand die permanent de openbare orde verstoort zolang het
m1sdnJf voortduurt en die het algemeen belang In gevaar brengt zolang de toestand voortduurt .
Rekening houdende hiermee, moeten de feiten worden omschreven overeenkomstig de laatste van
toepassing zijnde wetswIizIging in de incriminat1epenode Daarenboven is de nieuwe wetgeving, met
toepassing van de artikelen van de Vlaamse Codex Woning 2021, overigens milder dan de oude
Vlaamse Wooncode, en wordt de nieuwe omschnJving van een niet-conforme woning toegepast op de
beoordeling van de feiten voorafgaand aan 1 januari 2021.
De rechtbank stelt in de gegeven omstandigheden vast dat de ten laste gelegde feiten als volgt moeten
worden omschreven·
31.1
Tenlastelegging A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet
conforme of overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden,
meer bepaald als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter
besch1kkmg stelt, een niet-conforme of overbewoonde wonmg rechtstreeks of via tussenpersoon te
hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3.34
Vlaamse Codex Wonen van 2021),
met de omstand1ghe1d dat het een daad van deelneming aan de hoofd-of b1Jkomende bedr1Jv1ghe 1d
van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft, (art.
3.36, 2° Vlaamse Codex Wonen van 2021)·
1 te
2016 tot en met 18 mei 2021,
door m de periode van 1 januari
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken KamerC8
p 7
• ···--··-----------------------
ten nadele , overleden
ten nadele van Agentschap Wonen-Vlaandere n, Vlaamse woonmspectIe
~ in de periode van 1
september 2017 tot en met 311ull 2022,
door
ten nadele van ten nadele van , ten nadele van Agentschap Wonen-
Vlaanderen, Vlaamse woonmspect Ie
3 te , sectie-en perceelnummer m de periode
van 1 januari 2018 tot en met 1 december 2020,
door
ten nadele van ., ten nadele van , ten nadele van Agentschap Wonen-
Vlaanderen, Vlaamse woonmspectie
31.2.
Tenlastelegging B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet
conforme of overbewoonde woning met verzwarende omstandigh eden,
meer bepaald als verhuurder, als eventuele onderverhuurde r of als persoon die een woning ter
beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te
hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3 34
Vlaamse Codex Wonen van 2021):
~ ., sectie-en perceelnummer , in de periode van 1
september 2017 tot en met 311uli 2022.
door
ten nadele van , ten nadele van , ten nadele van Agentschap Wonen-
Vlaanderen , Vlaamse woonmspec tIe
2 te , sectie-en perceelnummer in de periode
van 1 januari 2018 tot en met 1 december 2020,
door
ten nadele van ., ten nadele van , ten nadele van Agentschap Wonen-
Vlaanderen, Vlaamse wooninspect 1e
3.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie ter zitting
Het Openbaar Mm1stene geeft ter zitting aan dat er met betrekking tot de
) en te
wederrechtelijke toestand meer Is, maar dat dit wel het geval Is voor het pand
Ter zitting deelt het Openbaar Ministerie voorts mee dat
overleden 1s, zodat de strafvordering lastens haar vervallen Is.
Het Openbaar Mm1sterie vraagt ter zitting de vrijspraak voor
en voor
Voor vraagt het Openbaar MmIstene een opschorting. , voor panden te
, geen
gelegen te
inmiddels
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1one le zaken KamerC8
p 8
·----·-··---------------~-
Voor vordert het Openbaar Ministerie de veroordeling tot het betalen van
een geldboete van 1000 euro en voor een veroordeling tot het betalen van een geldboete
van 15 000 euro. Daarnaast wordt ter zIttIng een verbeurdverklaring gevorderd "van de
vermogensvoordelen"
3.3. Bespreking van de tenlasteleggingen zoals heromschreven
De dagvaardingen werden overgeschreven in het register van het Kantoor Rechtszekerheid . Daarnaast
werd door de gerechtsdeurwaarde r op verzoek van het Openbaar Ministerie aan het College van
Burgemeester en Schepenen verzocht om de dagvaardingen tevens in te schn1ven m het
vergunnmgenreg Ister van de gemeenten waar de onroerend goed gelegen Zijn.
De behandeling van de zaak werd meermaals uitgesteld. Er werd daarb1J geen lasthebber ad hoc
aangesteld voor de vennootschap Inmiddels Is er een, weliswaar redelijke, bijkomende termiJn voor
de behandeling van de zaak verstreken en werd de zaak vastgesteld gedurende een omvangrijke duur
voor de behandeling. De rechtbank stelt vast dat het niet opportuun Is om een lasthebber ad hoc aan
te stellen omwille van de reden dat de vennootschap behoorl11k wordt biJgestaan door een advocaat
(die weliswaa r tevens de verdediging van opneemt) en die, zoals
uit de uiteenzetting In de conclusie blijkt, diens belangen verdedigt. De vennootschap valt vandaag
inmiddels ook samen met , zodat deze er ook belang b1J heeft dat ook de
vennootschap correct verdedigd wordt Hoe dan ook wordt de vroeger bestaande decumul-regeling
niet toegepast (zie hieronder) zodat de gepleegde feiten niet u1tslu1tend toegeschreven worden aan de
vennootschap b1J de straftoeme ting
3.3.1. Lastens de beklaagde (A1, A2, A3}
werpt met betrekking tot het pand gelegen te
op dat de enige vernchtmg die hiJ terzake gedaan heeft het opmaken van een
plaatsbeschn1v1ng was, voorafgaandeltJk aan de incnmmat1eperiode, op een ogenblik dat er nog geen
verhuring was
De bewuste woning was eigendom van m de periode van de tenlasteleggingen . Naast
, waren zowel (sinds 21un1 2012, mandaat
hernieuwd voor 6 Jaar op 1 juni 2018) gedurende een periode bestuurder van de vennootschap
bezat bovendien één aandeel m de firma tot op 31 december 2022 Op 29
december 2022 Is volgens een proces-verbaal van de notaris zoals gepubliceerd m het Belgisch
Staatsblad (29 december 2022) de buitengewone algemene vergadering van
samengekomen waarb1J werd vermeld dat de vergadering op 2 JUii 2022 kennisnam van het ontslag van
als bestuurder van de vennootschap
Het pand ( ) werd bewoond. Het werd namelijk verhuurd aan
. Het huurcontract werd afgesloten met , vertegenwoo rdigd door
(aanvang van de huurovereenkomst op 1 Januari 2016)
Het Openbaar Mm1stene vermeldt in haar schrifteliJke nota dat meerdere gebreken in deze woning
reeds u,t de plaatsbeschri jving van 2016 bleken (opgemaakt door ), zoals het raam
In de keuken dat gebarsten was, de vochtvlekken die de muren vertonen, de aansluiting van de
wasmachine naast het bad, een gat in het dak, een oneffen pad, de versleten trap naar de zolder en de
gebarsten trede.
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken KamerC8
p 9 ------------------- --------
Ter zitting vraagt het Openbaar Ministerie de vnispraak voor zodat ZIJ thans bijgevolg
meent dat hij niet schuldig 1s aan de hem ten laste gelegde feiten, ook niet als bestuurder of mede-
minderhe idsaandeelhouder van 1-
De rechtbank stelt vast dat het opmaken van de plaatsbeschnJvmg inderdaad dateert van voor de
1ncnmmat1eperiode. Voorts stelt de rechtbank vast dat In hoofde van geen moreel
element van de tenlasteleggingen bewezen wordt nu niet bhjkt dat er enig opzet of enige
onachtzaamhe id was m Zijn hoofde ondanks het gegeven dat hij de gebreken opsomde in de
plaatsbeschnjving nu, gelet op de organ1sat1e van de vennootschap zoals deze blijkt uit de verklaringen
in het dossier, niet aangetoond wordt dat hij vervolgens gehouden was als medebestuurder of
medebeheerder of leidinggevend toezichthouder om verder toezicht uit te oefenen of de gebreken te
herstellen noch dat dit van hem m de gegeven omstandigheden , gelet op de organisatie van de
vennootschap, verwacht moest worden. Evenmin blijkt dat betrokken was bij het
afsluiten van het huurcontract met betrekking tot het pand (enkel
vertegenwoordigde de firma bij het opmaken van het huurcontract), noch bhjkt dat h1J uit hoofde van
Zijn mede-eigenaarschap, als aandeelhouder met één aandeel, inkomsten erU1t genereerde (of via de
firma) of dat enige actie van hem verwacht werd op dit vlak.
In de gegeven omstandigheden acht de rechtbank
laste gelegde feiten. niet schuldig aan de hem ten
Het Openbaar Ministerie vraagt ook met betrekking tot de overige beide panden (A2 en A3) de
vrijspraak var
laste gelegd voor de feiten aan hem in de welbepaalde incnmmat1epe riode ten
De rechtbank stelt vast dat geen van de feiten die aan ten laste gelegd worden
bewezen z1Jn (de bestanddelen van het misdnjf Zijn niet vervuld) en spreekt hem vr1J.
3.3.2. Lastens de beklaagde (Bl. te sectie-en
perceelnummer m de periode van 1 september 2017 tot en met 31Jult 2022)
had, na een schenking van Zijn ouders, op 15 juni 2016 de naakte eigendom
verkregen van dit pand. had als langstlevende echtgenoot het
vruchtgebruik (na het overlijden van haar echtgenoot ). was
vastgoedmake laar-rentmeester voor deze woning Er werd een opdracht tot verhuring gegeven op 26
mei 2013, ondertekend door
Na de incnminat1eperiode, op 25 februari 2023, werd volle eigenaar van de woning
(na het overlijden van zijn moeder .). Bij navolgend proces-verbaal
van 28 november 2023 werd vastgesteld dat aan de herstelvorde nng was voldaan
De naakte eigenaar kan normaliter niet geldig verhuren vermits hij geen recht heeft op het gebruik en
genot van de woning Het 1s echter niet onmogelijk dat de naakte eigenaar zich als een verhuurder
gedraagt, doch dit wordt inzake door geen enkel element aangetoond. blijkt niet te
zijn betrokken bij het verhuren van het goed, minstens wordt dit niet bewezen. Op de naakte eigenaar
rust evenwel de plicht tot het uitvoeren van grove herstellingen, zoals de opgesomde gebreken in de
herstelvordering Het Openbaar Ministerie vraagt de Vrijspraak van . De rechtbank
stelt vast dat het moreel element van het misdrijf in hoofde van niet aangetoond
wordt. Uit geen enkel element bliJkt dat er aan als naakte eigenaar onachtzaamheid
verweten kan worden en evenmin bltjkt dat hij wetens en willens met (imphc,ete) toestemm ing als
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctronele zaken KamerC8
p 10
naakte eigenaar medezeggenschap had bij het verhuren van een niet-conforme wonmg en ermee
betrokken was.
wordt b11gevolg vnJgesproken .
3 3 3. Lastens de beklaagde
·, sectie-en perceelnumme,
1 december 2020). (te
, m de penode van 1 januan 2018 tot en met
(geboren m ) Is eigenaar van de woning te
H1J deelt mee dat deze woning zIJn ouderhJk huis was dat rn orde werd
gebracht voor verhuring, H1J verzoekt om de vnispraak en deelt mee dat minstens het moreel element
inzake ontbreekt
Het Openbaar Ministerie vraagt eveneens de vrijspraak De rechtbank stelt vast dat niet wordt
aangetoond dat de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten bewezen Zijn en dat niet wordt
aangetoond dat voldaan Is aan de componenten van het m1sdnJf.
wordt vnJgesproken.
3,3.4. Lastens de beklaagden (A1, A2, A3}
De rechtbank stelt vast dat de vaststellingen van de Woonmspecteur die, met betrekking tot de diverse
tenlasteleggingen, werden verricht in de proces-verbalen, gelden tot bew1Js van het tegendeel.
Met toepassing van artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen 2021 worden gebreken aan de woonkwaliteit
vanaf 1 januari 2021 onderverdeeld in 3 categoneen (en rnet langer met punten). Gebreken van
categorie Il leiden tot de ongeschiktheid van een woning, waarb1J méér dan 6 gebreken rn categone 1
de woning automatisch onder categorie Il laat vallen Een gebrek In categorie 111 staat geliJk met
onbewoonbaarheid. Een woning is slechts conform wanneer er geen gebreken van categorie Il of 111
werden vastgeste ld.
Het bew1Js van het tegendeel van de door de Woonrnspecteur gedane vaststellingen wordt door deze
beklaagden nret geleverd. De matenal1teit van de feiten van de verscheidene tenlasteleggingen staat
vast, binnen de genoemde termijn waarbinnen de vaststellingen werden verncht Bij het onderzoek ter
plaatse werd vastgesteld dat de twee constItutIeve elementen van het m1sdnJf dat aan de beklaagden
ten laste gelegd wordt, voorhanden zijn, namehJk de woonentIteIten zijn nret conform en/of
overbewoond en de woonentIteIten werden verhuurd/ter beschikking gesteld met het oog op
bewoning Daarbij zIJn er, voor elk van de tenlasteleggingen, gebreken vastgesteld, binnen de termIJn
van de vaststellingen dte werden verncht, die thans onder categorie Il of 111 vallen
Met betrekking tot het pand te (tenlastelegging in de periode van 1 september 2017 tot en met
31 JUii 2022) trad op als rentmeester Het pand werd door 1, waarvan
eigenaars (z1J was mede (m1nderhe1ds-)aandeelhouder)) en bestuurders
waren (ontslag van als bestuurde r op 30 JUnt 2022), verhuurd aan
en
De beklaagden halen aan dat de huurders nalieten om t1Jd1g de huurgelden te betalen ten gevolge
waarvan de ontbmdmg van de huurovereenkomst in hun nadeel verkregen werd via de vrederechter.
Daarnaast halen de beklaagden aan dat ZIJ niet op de hoogte waren van de gebreken die de huurders
veroorzaakt hadden.
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken KamerC8
p 11
De rechtbank stelt vast dat, betreffende het moreel element van het misdrijf, het volstaat dat er een
gebrek aan voorzorg en voorz1cht1ghe1d was en dat een biJZonder opzet niet vereist 1s. Of de beklaagden
m hun hoedanigheid van verhuurder-rentmeester al dan niet op de hoogte waren van de vastgestelde
gebreken, of van het gegeven dat er gebreken waren die door de huurders veroorzaakt zouden z1Jn
geweest, Is dan ook zonder belang nu vaststaat dat ZIJ niet de vereiste voorz1cht1ghe1d aan de dag
gelegd hebben. Immers, als z1Jnde verantwoordehJk voor het verhuren van het goed, dienden de
beklaagden zich te vergewissen dat de aangeboden gehuurde woning voldeed aan de vereiste
woonkwahte1tsnormen en dienden ZIJ m die zin te controleren of de woning daaraan voldeed
gedurende de hele periode dat zij het gehuurde goed ter beschikking stelden (en niet slechts bij de
intrede van de huurders). ZiJ 21Jn immers verantwoordelijk voor het behoud van het goed in een staat
die conform 1s aan de vigerende regelgeving en behoorden te weten dat de woning met voldeed aan
de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen. Uit de vastgestelde gebreken zoals opgesomd in de
herstelvorder ing bliJkt dat de verhuurders op dit vlak m gebreke bleven en het 1s voor het beoordelen
van het m1sdn1f lastens de beklaagden niet relevant te weten op welke wijze de gebreken ontstaan z1Jn
of door wie deze veroorzaakt werden. Het Is dan ook voor de beoordeling van het m1sdnJf niet relevant
te weten of de huurders schade veroorzaakt hebben. De beklaagden kunnen zich niet verschuilen
achter hun onwetendheid nu zij de plicht hadden om zich te vergewissen van het ter besch1kkmgstellen
van een normconform pand zonder de gebreken waarvan sprake. De beklaagde beschikten over
wettelijke mogehJkheden, zoals b1Jvoorbeeld zich wenden tot de vrederechter, om toegang tot de
woning te verknJgen. De rechtbank stelt ook vast dat de gebreken zoals deze opgesomd werden rn de
herstelvordering structureel van aard z1Jn en dus niet verweten kunnen worden aan de bewoners Of
de huurders al dan niet m gebreke bleven de huurgelden te betalen Is niet relevant voor de beoordeling
van de tenlasteleggingen inzake.
De beklaagden menen voorts dat de penode van de tenlastelegging beperkt moet worden vanaf de
onbewoonbaarverklaring op 14 JUii 2022 Echter, uit de herstelvordering bhJken de vastgestelde
gebreken m de periode van de tenlastelegging . Er worden inbreuken op art. 3.34. Vlaamse Codex
Wonen weerhouden en vastgesteld. Dit staat los van de procedure om het pand onbewoonbaar te
verklaren wat een doortastende maatregel inhoudt om de openbare ve1hghe1d of gezondheid te
beschermen
De beklaagden hebben als verhuurder de desbetreffende woning ter beschikking gesteld met het oog
op bewoning en hebben daarbij een gebrek aan voorzorg en voorz1cht1gheid aan de dag gelegd. ZIJ
wisten of dienden te weten dat de woning niet conform was en dienden de staat van de woning
afdoende te controleren . Het argument van de beklaagden dat de woning b11 aanvang van de huur in
goede staat zou z1Jn geweest, doet geen afbreuk aan het feit dat ziJ als verhuurders deze controle
regelmatig diende uit te voeren.
*
Met betrekking tot het pand te ., trad tevens op als
verhuurder-rentmeester. De beklaagden halen met betrekking tot dit pand argumenten aan zoals deze
hoger beschreven (het pand was b1J aanvang m goede staat, de huurders hadden een huurachterstal
en de huurders zouden hebben nagelaten hen in te lichten omtrent de gebreken, de woning werd op
11 maart 2022 onbewoonbaar verklaard op een ogenblik dat het pand niet meer bewoond werd} zodat
dezelfde overwegingen op drt vlak als hierboven gelden met betrekking tot de inbreuken aangaande
dit pand. De schuld van de beklaagde staat vast, er was minstens onachtzaamheid in hoofde van de
beklaagde en er wordt geen bew1Js van het tegendeel geleverd met betrekking tot de materiele
vaststellingen
*
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctronele laken KamerC8
p 12
Met betrekking tot het pand te , was zowel eigenaar
als verhuurder. De beklaagden halen aan dat de woning gehuurd werd op vraag van de huurder en
stellen dat de relatie met de huurder goed was Dezen elementen zijn echter niet relevant voor het
beoordelen van de mbreuken. Het gegeven dat het pand bij aanvang In goede staat zou Zijn geweest
(wat overigens niet klopt vermits meerdere gebreken er reeds werden opgesomd) Is even mm relevant
vermits de eigenaar/verhuurder de plicht heeft om het pand gedurende de hele penode dat het goed
verhuurd wordt in een goede staat -conform de regelgeving van de Vlaamse Codex Wonen-ter
beschikking te stellen en vermits onachtzaamheid volstaat voor de vaststellmg van het moreel element
van het misdrijf. De bedoelingen die de eigenaar/verhuur der had met betrekkmg tot het pand (slopen,
verkopen) zijn eveneens irrelevant voor de beoordeling van de hen ten laste gelegde feiten. Ook het
gegeven dat de woning later verkocht werd doet geen afbreuk aan het gegeven dat de feiten bewezen
Zijn in de periode van de tenlastelegging (zie ook infra)
Is als eigenaar en verhuurder dan ook schuldig. Ook aan , die de firma
vertegenwoordigde bij het afsluiten van de huurovereenkomst en die bestuurder en eIgenaa r van de
firma Is die de woning verhuurde, wordt onachtzaamheid verweten nu h11 diende te weten dat het
goed de vastgestelde gebreken vertoonde en dtt niet mocht verhuren, te huur of ter beschikking
stellen, met het oog op bewoning, en deze niet-conforme staat, wat hij diende te controleren tijdens
de ganse periode van de huurovereenkom st lndren er, zoals inzake, sprake was van te weinig toezicht
in hoofde van de eigenaar/verhuurder verklaarde dat h1J voordien gedurende een
7 à 8 Jaar niet meer in de woning geweest was en dat er nooit een conform1te1tsattest gevraagd werd),
1s er sprake van onachtzaamheid . Hetzelfde geldt indien er tijdens de mcrimmatiepenode wel toezicht
zou zijn geweest maar met werd opgetreden om alle gebreken te herstellen . was
medebestuurder van de firma en mede-eigenaar (minderheidsaandeelhouder) zodat ook tn haar
hoofde dezelfde overweging geldt en er sprake was van onachtzaamheid als medeverantwoordelijke
Op grond van de bovenstaande elementen, Zijn de feiten van de diverse tenlasteleggingen Al, A2 en
A3 dan ook voldoende bewezen lastens de beklaagden ,.
Evenwel stelt de rechtbank vast dat de verzwarende omstand1gherd , dat de feiten een daad van
deelneming zouden betroffen hebben aan de hoofd-of b11komende bednJvighe1d van een verenigmg
ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon had (art. 3.36, 2° Vlaamse Codex
Wonen van 2021), niet bewezen 1s m hoofde van de beklaagden. Het gegeven dat er drie schuldige
beklaagden Zijn, waarvan twee bestuurders en eigenaars Zijn van de vennootschap, volstaat niet om te
spreken van de verzwarende omstandigheid van een vereniging Er worden door het Openbaar
Ministerie op dit vlak geen elementen aangedragen.
4 STRAFTOEMETING
4.1.
Terecht vermeldt het Openbaar Ministerie in haar nota dat door de Wijzing van artikel 5 Strafwet b1J
wet van 30 Juli 2018, de zogenaamde "decumul-regeling" in geval van onopzettelijke misdrijven werd
afgeschaft (m 2018 werd bepaald dat de strafrechtelijke verantwoordeltjkhe1d van de rechtspersonen
die van de natuurlijke personen, die daders Zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen , niet
u1tslu1t) en dat vervolgens door de 'wet van 20 november 2021 om justIt1e menselijker , sneller en
straffer te maken' een WIJ2Igmg werd aangebracht waardoor thans nog steeds wordt bepaald dat de
strafrechtelijke verantwoordeliJkheid van de rechtspersoon die van de natuurliJke personen, die daders
zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen , met u1tslu1t.
De feiten die aan de beklaagden ten laste gelegd worden Zijn een voortdurend misdrijf (zie hoger onder
Rolnumm er
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionel e zaken K.amerC8
p 13
3.1) en de beklaagden, waaronder als rechtspersoon , dienen zich te verantwoorden voor
m1sdnJven die zIJn bhJven voortduren tot na 30 juh 2018, zodat de beklaagden zich niet kunnen
beroepen op de voor die datum bestaande decumulregehng.
4.2.
Aan het dossier wordt door het Openbaar Ministerie een mhchting toegevoegd waarin wordt vermeld
dat de Woonmspecteur op 22 augustus 2024, met betrekking tot de woning gelegen in
(ongeveer 2 maanden later op 21 oktober 2024 werd de woning
verkocht), een mailbericht van de lokale politie te ontving, met de vermelding dat m
deze vervallen woning van een man in onmenselijke omstandigheden verbleef. Deze
man vertelde de pohtie, volgens het proces-verbaal van mhchtmgen, dat h1J daar noodgedwongen
verbleef tot hij een appartement zou mogen huren m waarvoor h1J van
een verhuurbelofte kreeg d.d. 9 april 2024 waarin gespec1f1eerd werd dat dit appartement aan hem
zou worden verhuurd "van zodra de wooninspect,e 1s langs geweest en de ongesch1kthe1d heeft
opgeheven". Deze man was volgens de gegeven inhchtmg bereid om de facturen van Eng1e al op 2IJn
naam te laten zetten om er zeker van te zIJn dat het appartement aan niemand anders verhuurd zou
worden. De facturen werden hem bezorgd door die hem zodanig zou hebben
gebriefd dat, indien er in controle zou komen door de poht1e, hij zou zeggen dat
hij niet wist dat er iemand In de woning verbleef en zou zeggen dat het om een kraker ging De huurder
wordt beschreven als een persoon die een referent,eadres verkreeg vanwege de gemeente, die uit ziJn
vorige verblijfplaats gezet werd door de gerechtsdeurwaarder en die in een financieel kwetsbare
posItIe verkeert. vroeg 450 euro huurgeld per maand voor het appartement
aldus nog deze inhchting. Ook dit laatste pand zou niet voldoen aan de mmimale
kwaliteitsnormen maar toch verhuurd worden (de facturen van Eng1e worden gevoegd)
De rechtbank stelt vast dat ZIJ met deze inlichtingen, die ook ter zitting werden aangehaald, geen
rekening kan houden vermits deze niet het voorwerp van een vervolging uitmaken die aan deze
rechtbank bij deze wordt voorgelegd en waarvoor dus op heden het vermoeden van onschuld geldt
4.3.
Het Openbaar Ministerie vordert lastem een geldboete van 15.000 euro.
De tenlastegelegde feiten werden gepleegd met eenheid van opzet.
Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de wonmg ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van
zes maanden tot dne Jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen
(artikel 3.14 VCW).
De Vlaamse Codex Wonen 2021 beoogt de uitvoering van een fundamenteel recht op menswaardig
wonen De overheid doet inspanningen om dit recht te waarborgen Als woningen worden verhuurd
en ter beschikking gesteld, mag verwacht worden dat deze minstens aan de opgelegde
kwaliteitsnormen voldoen.
De rechtbank gaat dan ook niet In op het verzoek van om een eenvoudig schuld1gverklanng
uit te spreken nu de behandeling van de vordering binnen een redehJke termIJn plaatsvond daarb11
rekening houdende met de complex1te1t van het dossier Overigens heeft de beklaagde in afwachting
van de uitspraak langdurig voordeel kunnen halen uit de door hemzelf gecreeerde onwettige toestand
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctronele zaken KamerCS
p 14
nu voor 2 panden inmiddels een herstel plaatsvond en h1J ook bepaalde huurgelden opstreek. De
rechtbank gaat evenmin in op de vraag van de beklaagde om de gunst van de opschorting te verlenen
nu dit inzake de doeleinden van de strafwet niet zal dienen en niet In verhquding staat tot de ernst van
de gepleegde feiten. Het pand in 1s nog steeds niet behoorl1Jk hersteld en een straf
1s nodig met het oog op hervalprevent1e, opdat de beklaagde zou inzien dat het zijn plicht 1s om toe te
zien dat aan de woonkwahte1tsvere1sten voldaan Is en hij zich niet kan verschuilen achter de
verantwoordehJkhe1d van de huurder(s) van de woning(en)
De feiten zijn zoals hoger uiteengezet bewezen lastens de nv Wilfra en de vordering vanwege het
Openbaar Ministerie 1s b1j2onder schappelijk gelet op de ernst van de gepleegde feiten. De rechtbank
veroordeelt tot een geldboete van 15 000 euro meer opdeciemen zoals hieronder bepaald.
4.4.
Het Openbaar Ministerie vordert lastens een opschorting
De rechtbank houdt rekening met het blanco strafrechte lijk verleden van
de feiten en haar persoonlijkheid zoals deze bhJkt uit het dossier. , de ernst van
Voor wordt geen eenvoudig schuldigverklaring uitgesproken om dezelfde reden a Is deze
hoger uiteengezet voor , maar voor kan de gunst van de opschorting
volstaan. Het zich moeten verantwoorden voor de strafrechtban k 1s een voldoende waarschuwing
geweest voor om zich in de toekomst niet meer schuldig te maken aan dergelijk gedrag.
Zij Is inmiddels geen bestuurde r meer en zou ook geen aandelen meer bezitten (het stul< 1 met
betrekking tot de aandelenoverdracht waarnaar verwezen wordt m de mventans Is niet gevoegd in de
bundel). De rechtbank schort voor de uitspraak van de veroordeling op gedurende een
periode van 3 Jaar Dit houdt in dat indien t11dens de proefterm1Jn van 3 Jaar nieuwe
strafbare pleegt waarvoor z11 wordt veroordeeld, de opschorting kan worden herroepen en de
rechtbank alsnog een straf kan uitspreken voor de bewezen verklaarde feiten.
4.5.
Het Openbaar Ministerie vordert lastens
opdeciem en een geldboete van 1 000 euro meer
De tenlastegelegde feiten werden gepleegd met eenheid van opzet. De rechtbank houdt rekening met
het blanco strafrechtehJk verleden van , de ernst van de feiten en z1Jn
persoonliJkhe1d .
De rechtbank gaat niet mop het verzoek van tot een eenvoudig schuldigverklaring
om dezelfde reden als deze hoger uiteengezet voor . De rechtbank gaat evenmin mop de
vraag van de beklaagde om hem de gunst van de opschorting te verlenen nu dit inzake de doeleinden
van de strafwet niet zal dienen en niet in verhouding staat tot de ernst van de gepleegde feiten Het
pand in is nog steeds niet behoorlijk hersteld en een straf 1s nodig met het oog op
hervalpreventie, opdat de beklaagde zou inzien dat het ziJn plicht 1s om toe te zien dat aan de
woonkwalite1tsvere1sten voldaan 1s en h1J zich niet kan verschuilen achter de verantwoordeh Jkhe1d van
de huurder(s ) van de wonmg(en)
De feiten zIJn zoals hoger uiteengeze t bewezen lastens . De straf zoals gevorderd
door het Openbaar Mmistene Is meer dan redehJk en zeker m verhouding tot de ernst van de gepleegde
feiten. De rechtbank veroordeelt tot een geldboete van 1 000 euro meer
opdeciemen zoals hieronder bepaald.
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken Kamer C8
p 15
--·· ·---------- -----------
4.6.
Over de ter zitting gevorderde verbeurdverk laring van wederrechtelijke vermogensvoordelen
Het Openbaar Mm,stene heeft noch m de dagvaardingen noch m haar op 14 maart 2024 neergelegde
nota, noch m enig ander stuk een schnftelijke vordering terzake geformuleerd en evenm In een
conclusie opgemaakt.
Artikel 43 bts strafwet bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklanng toepassehJk op de
vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het m1sdr1Jf zijn verkregen, op de goederen en waarden die
m de plaats ervan z1Jn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen, door de rechter slechts
kan worden uitgesproken voor zover ZIJ door de procureur des Konings schnftehjk wordt gevorderd.
Dit maakt de verbeurdverklaring, met eventuele toewijzing aan de burgerhJke partij, afhankelijk van
het m1t1at1efrecht van het openbaar mm,stene . Hoewel ter zitting mondeling werd gevraagd om "de
wederrechtel ijke vermogensvoordelen" te verbeuren, werd dit niet schnftehjk gevorderd en ook niet
nader concreet uiteengezet (noch schnftehJk noch mondeling) zodat partijen er zich niet op hebben
kunnen verweren. Aangezien er geen schnftel1Jke vordering werd neergelegd en er ook geen concrete
mondelinge vordering werd geacteerd op vraag van het Openbaar Mmistene, wordt het verzoek tot
verbeurdverklaring afgewezen Volled1ghe1dshalve dient te worden opgemerkt dat de
voordeelsontnemmg door het Openbaar Mm1stene ook voor het eerst m graad van beroep schnftehJk
kan worden gevorderd.
4.7.
Over de kosten, b11dragen en vergoeding.
De hoger veroordeelde beklaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot de kosten, met Uitzondering van
de kosten die gemaakt werden voor de beklaagden die worden vnJgesproken.
Voor elke criminele, correctionele en politiezaak wordt door de rechter aan iedere veroordeelde een
vaste vergoeding opgelegd waarvan het bedrag door de Kon 1ng wordt bepaald in het tarief m strafzaken
(art 71 Wet van 28 JUh 1992) Deze vergoeding moet ook worden opgelegd door de rechter dre
opschorting van de uitspraak van de veroordeling gelast. Bijgevolg wordt ieder van de beklaagden
veroordeeld tot het betalen van een vergoeding
Daarnaast wordt reder van de beklaagden veroordeeld tot het betalen van een brJdrage aan het
Begrotmgsfonds voor Juridische tweedehJnsbrJstand zoals hieronder bepaald.
en Zijn voorts ieder afzonderlijk ook een bijdrage verschuldigd aan het
b1J2onder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettehJke gewelddaden. De rechtbank 1s verplicht
om biJ iedere veroordeling tot een cnmmele of correctionele hoofdstraf deze sohdanteitsb 1Jdrage op
te leggen.
S BEOORDELING VAN DE HERSTELVORDERINGEN
5.1.
De advocaat van de Vlaamse Overherd-Woonmspecteur deelt ter zitting mee dat op 25 Jun, 2024 werd
vastgesteld dat de herstelvordering d.d. 3 november 2020 zoals geactualiseerd op 23 maart 2021 met
betrekking tot het pand gelegen te uitgevoerd werd. De
m het proces-verbaal van uitvoering opgenomen woonent1te1ten zijn conform de regelgeving en z1Jn
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken KamerC8
p 16
niet overbewoond. Dit maakt dat de herstelvordenng van 3 november 2020 zoals geactualiseerd op 23
maart 2021 thans zonder voorwerp Is, zo wordt ter zitting aangegeven .
De rechtbank stelt vast dat met betrekking tot het pand gelegen
., er op heden geen schending Is van de Vlaamse Codex Wonen en dat de
herstelvordering d.d. 3 november 2020 zoals geactualiseerd op 23 maart 2021 zonder voorwerp Is.
5.2.
De advocaat van de Vlaamse Overhe1d-Wooninspecteur deelt ter zitting mee, zoals tevens ve:rmeld m
haar conclusie, dat ook met betrekking tot het pand gelegen te , de
herstelvordering, die werd opgemaakt op 2 juni 2022, uitgevoerd werd en dat deze thans dus zonder
voorwerp Is geworden .
De rechtbank stelt vast dat ook deze herstelvordenng thans zonder voorwerp is.
5.3.
Met betrekking tot de woning gelegen te , handhaaft de
Wooninspecteur haar herstelvordenng die op 19 augustus 2020 werd geformuleerd en werd
geactualiseerd op 28 september 2022
531
De Woon inspecteur vraagt om
, in solidum, mmstens de ene b1J gebreke van de andere, te veroordele n tot het
uitvoeren van renovat1e-verbetenngs- en/of aanpassingswerken (met name het herstel van de
conform1te1t), waardoor het pand voldoet aan de minimale kwaliteitsvereisten Na het gevorderde
herstel mag de woning geen gebreken van categorie Il of 111 vertonen en mag er geen sprake zIJn van
overbewoning
Dienvolgens vordert de Wooninspecteur om
in solidum, minstens de ene bij gebreke van de andere, te
veroordelen om het herstel binnen een termIJn van 10 maanden na de uitspraak uit te voeren en dit
op straffe van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging per pand volgend op het verstriJken van
de hoger vermelde herstelterm 1Jn
Voorts vraagt de Woonmspecteur om haar en het College van burgemeester en schepenen van
te machtigen, voor het geval het herstel niet bmnen de door de rechtbank
gestelde termiJn wordt uitgevoerd, ambtshalve m de uitvoering ervan te voorzien en te zeggen voor
recht dat de Wooninspecteur gerechtigd is de kosten te verhalen op de beklaagden.
Tenslotte vraagt de Woonmspecteur om haar en het College van burgemeester en schepenen van
te machtigen om de kosten van herhuisvesting te verhalen op de
beklaagden.
5.3 2
In de geactualiseerde herstelvordenng werden door de Woonmspecteur de gebreken aangeduid die
onder de categorie Il en 111 vallen zoals bepaald in artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen van 2021 mzake
handhaving van de wonmgkwahte1t . De vaststellingen van de Woonmspecteur gelden tot bew11s van
het tegendeel, zoals hoger reeds uiteengezet. Het proces-verbaal heeft b11zondere bew11swaarde tot
bew1is van het tegendee l aangezien het werd opgesteld door een opsponngsambtenaar aan wie door
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken Kamer C8
p 17
bijzondere strafwetgeving een spec1f1eke opdracht wordt verleend met betrekking tot vaststelling van
de m1sdrtJven zoals in die wetgeving omschreven. In het b1Jzonder met betrekking tot de technische
vaststellingen dient overigens met te worden getw,Jfeld aan de onderlegdhe1d van de verbalisanten. Er
wordt geen bew1Js van het tegendeel geleverd
De betrokken woning was eigendom van m de penode van de tenlasteleggingen. Naast
, waren zowel als (sinds 2 Juni 2012, mandaat
hernieuwd voor 6 Jaar op 1 Juni 2018) gedurende een periode bestuurder van
was tevens gedurende een periode mmderhe1dsaandeelhouder en
bezat één aandeel tot op 31 december 2022. Op 29 december 2022 Is volgens een proces
verbaal van de notaris zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (29 december 2022) de
buitengewone algemene vergadering van samengekomen waarb1J werd vermeld dat de
vergadering op 30 jun, 2022 kenn1snam van het ontslag van als bestuurder met
onmiddellijke ingang en dat ZIJ op 2 Juh 2022 kenn,snam van het ontslag van
bestuurder van de vennootschap .
werd bewoond Het werd namelijk verhuurd aan als
1. Het huurcontract werd afgesloten met , vertegenwoordigd door
(aanvang van de huurovereenkomst op 1 Januari 2016).
5 3.3.
Ten aanzien van
wordt vr1Jgesproken (zie hoger en zie ook hoger de bespreking van de
elementen door hem opgeworpen) zodat geen herstelvordenng aan hem wordt opgelegd
5.3 4
Ten aanzien van de over,ge beklaagden inzake het pand te
In hun conclusie werpen de overige beklaagden op dat het pand b1J de intredende plaatsbeschnJvmg,
met name b1J de aanvang van de huur, in goede staat was en dat de relatie met de huurder goed was.
Dit is echter met relevant voor de beoordeling van de herstelvordering door de rechtbank vermits op
de eigenaar/verhuurder de verplichting rust om na te gaan dat de ter beschikking gestelde of te huur
gestelde woonent,teiten voldoen aan de minimale kwalite1tsvere1sten op elk ogenblik van de
huurovereenkomst en zich met beperkt tot een vaststelling b1J de aanvang ervan. De
eigenaar/verhuurder moet controleren of een verhuurde woning wel aan de wonmgkwalite1tsnormen
voldoet en moet regelmatig de staat van het verhuurde pand controleren. Een gebrek aan voorzorg of
voorz1cht1ghe1d (onachtzaamheid) volstaat als moreel element van het m1sdnJf, zoals hoger
omschreven. Dat er in hoofde van de beklaagden minstens sprake was van onachtzaamheid werd hoger
uiteengezet.
Dat het, zoals de beklaagden aanhalen, de bedoeling was om het pand te slopen doet geen afbreuk
aan het gegeven dat het pand verhuurd werd (en overigens niet gesloopt werd) terw1JI er gebreken
werden vastgesteld van de categorie Il en 111 zoals hoger vermeld.
De gebreken zoals deze opgesomd worden in de genoemde herstelvordering zijn structureel van aard
en kunnen in geen enkel opzicht verweten worden aan de bewoner.
Ook de slechte gezondheid van de huurder en het gegeven dat voor hem naar oplossingen gezocht
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken KamerCS
p 18
werd (zoals bijvoorbeeld een woonzorgcentrum) vormen niet in het minst enige verantwoording voor
het verhuren van het pand in de vastgestelde staat noch voor het met volledig herstellen van de
gebreken De slechte gezondheid van de huurder die wordt opgeworpen Is, in tegendeel, des te meer
schrijnend voor de huurder die daar in die omstandigheden diende te wonen (bovendien en dit louter
ten overvloede wordt in de conclusie van de beklaagden vermeld dat er meer dan 250 panden
verhuurd worden via tussenkomst van en dat actief was als
rentmeester, syndicus en vastgoedmakelaar-bemiddelaar, terw1JI de beklaagden er klaarbhJkelijk niet
in geslaagd zouden zIJn om een norm-conforme oplossing te vinden voor deze huurder zodat Zij tot
herstellingen konden overgaan, huurder, die 2 maanden nadat hiJzelf een einde maakte aan de
huurovereenkomst overleed) Evenmin doet het gegeven dat het pand verkocht zou worden en/of
verkocht werd, afbreuk aan de verantwoordeliJkheid die de beklaagden terzake hadden en hebben.
De beklaagden hadden de plicht en waren verantwoordeliJk om de verhuurde woning ter beschikking
te stellen overeenkomstig de normen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, alsook bleven ZIJ
verantwoordelijk voor het behoud van het verhuurde goed in die staat gedurende de ganse
huurovereenkomst. De beklaagden hadden moeten en kunnen weten dat het goed niet voldeed aan
de decretale vereisten vermits ZIJ zich ervan dienden te vergewissen dat wat zij aanboden aan de
decretale normen voldeed De beklaagden hebben niet voldaan aan deze zorgplicht. Overeenkomstig
artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is het rechtstreeks of via tussenpersoon verhuren,
te huur stellen of ter beschikking stellen met het oog op bewoning van niet-conforme of overbewoonde
woningen strafbaar.
hebben wetens en willens de feiten van de
tenlasteleggingen begaan en dienden op de hoogte te zrJn van de erbarmelijke staat van de verhuurde
woonentIteIten
Er werden inderdaad enkele herstelhngen uitgevoerd zoals de beklaagden aanhalen, maar uit de laatste
vaststellingen van de Wooninspecteur bliJkt dat de toestand met betrekking tot het pand (gelegen te
) nog steeds niet hersteld 1s Op 19 Janu a rr 2025 ma akte de
Wooninspecteur een proces-verbaal van inlichtingen over waarin 2Ij meedeelt dat ZIJ door de notaris
m kennis gesteld werd van het gegeven dat het pand op 21 oktober 2024 werd verkocht aan de
genaamden . Aan de nieuwe eigenaars werd door de
Woonmspecteur een begeleidende brief samen met de herstelvordenng overgemaakt, doch zonder
reactie De Wooninspecteur vermeldt terecht dat de herstelvordenng pas zonder voorwerp is op het
ogenblik dat het pand terug conform de regelgeving ,s en er ook geen overbewoning aanwezig ,s. De
herstelvordering d.d. 19 augustus 2020 zoals geactualiseerd op 28 september 2022 is op heden nog
niet zonder voorwerp .
Op grond van de vaststellingen van de Wooninspecteur en de bijhorende processen-verbaa l, en
rekening houdende met de onachtzaamheid in hun hoofde, blijkt afdoende dat
zich schuldig hebben gemaakt aan het mrsdnJf omschreven in artikelen
3 34, 3 35 en 3.36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 nu de gebreken zoals vastgesteld in de
processen -verbaal een inbreuk uitmaken in de zin van artikel 3.34 VCWvan 2021 en rn hoofde van reder
van hen minstens onachtzaamheid vaststaat.
Uit de meest recente vaststellingen waarvan proces-verbaal neergelegd ter zrttmg blijkt dat de toestand
met betrekking tot het pand gelegen nog steeds niet hersteld is
zodat de herstelvordenng nog van kracht ,s De herstelvordenng Is lastens
gegrond zoals hieronder bepaald De herstelvordenng 1s immers zowel
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken KamerC8
p 19
intern als extern wettig en beoogt op aangepaste en noodzakelijke Wijze het herstel van de gevolgen
van de door de beklaagden geleegde feiten. De herstelvordering Is afdoende gemotiveerd en Is niet
onevenredig in verhouding tot de beoogde woonkwahte 1tsnormen Dat het pand ondertussen Is
verkocht doet geen afbreuk aan de herstelverphchttng vermits de vordering daartoe 'in rem' werkt.
5.3.5.
Ook de vordering tot het opleggen van een dwangsom Is gegrond m de mate hierna bepaald
De dwangsom Is verbeurd per dag vertraging indien niet vrijwillig door de beklaagden wordt
overgegaan tot het uitvoeren van het herstel zoals gevorderd, binnen een herstelterm 1Jn van 12
maanden vanaf de eerste dag na de hoger vermelde herstelterm ijn in zover het hu1d1ge vonnis vooraf
werd betekend. De rechtbank zegt tevens dat geen dwangsom zal worden verbeurd boven het bedrag
van 500.000 euro.
De beklaagden hebben reeds immers ruim de mogehJkhe1d gehad om over te gaan tot dit herstel. De
maatschappij heeft er belang bij dat dit snel gebeurt.
De Wooninspecteur en het College van burgemeester en schepenen worden gemachtigd om het
herstel van het betrokken pand ambtshalve uit te voeren wanneer de herstelmaatregelen door de
beklaagden niet binnen de hersteltermijn van 12 maanden worden uitgevoerd met toepassing van
artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen 2021, waarb1J de Wooninspecteur en het College van
burgemeester en schepenen gemachtigd worden de kosten van een eventuele herhu1svestmg van de
bewoners te verhalen op de beklaagden met toepassing van artikel 3 48 van de Vlaamse Codex Wonen
2021.
6 BEOORDELING BURGERRECHTELIJKE VORDERING
6.1.
De rechtbank Is niet bevoegd om de oordelen over de burgerhJke vorderingen in zover deze betrekking
hebben op de beklaagden die worden vrijgesproken.
6.2.
stelt een vordering m ten aanzien van
vraagt om ., hoofdehjk, sohda1r, m sohdum, de ene
bij gebreke aan de andere, te veroordelen tot het betalen aan hem van de som van 38.035,86 euro ten
prov1s1onele titel, materieel en moreel vermengd, meer vergoedende intresten aan de wettehjke
intrestvoet vanaf 14 Juli 2022; alsook tot een rechtsplegingsvergoedmg begroot op het basisbedrag.
Voorts verzoekt om de vordering van lastens hem tot betaling van de
rechtsplegingsvergoedmg af te wIJzen.
was naakte eigenaar van het pand vanaf 15 juni 2016.
had na 9 Juli 2017 (na het overliJden van haar echtgenoot) het vruchtgebruik
was vastgoedmakelaar-rentmeester voor deze woning. Er werd een opdracht tot verhuring gegeven op
26 mei 2013, overeenkomst ondertekend door ., Het
pand werd verhuurd aan van 1september 2017 tot 1 augustus 2022.
Na de mcnminat1eperiode, op 25 februari 2023, werd volle eigenaar van de woning
Op 28 november 2023 werd vastgesteld dat aan de herstelvordering was voldaan
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctronele zaken KamerC8
p 20
------------~-------
worden met betrekking tot het bewust panc
, veroordeeld voor een mcnmmat iepenode van 1 september 2017 tot en met
31 JUii 2022.
T1Jdens deze penode dat, eerst de ouders van , en vervolgens
het vruchtgebruik van de woning hadden, met name tot 25 februari 2023, kwamen de
huurgelden aan hen/haar toe. Dat 1s b1Jgevolg gedurende de hele incnminati epenode.
Indien tijdens deze periode derhalve huurinkomsten zouden zijn misgelopen (wat niet blijkt want het
goed was verhuurd t1Jdens de 111cnmmatiepenode) kwamen deze toe aan
en 1s dit geen schade die door werd geleden, m111stens wordt niet aangetoond hoe
dit het geval zou kunnen zijn.
Daarnaast wordt door een schadevergoeding gevorderd wegens het niet nakomen
door de beklaagden van contractuele verplichtingen als zijnde lasthebber van
., wegens een overtreding van de plichtenleer en wegens niet nagekomen beloftes die de
beklaagde(n) formuleerde(n) aan (de bewindvo erder van) Deze rechtbank
1s niet bevoegd om te oordelen over schade die zou voortvloeien uit contractuele verb111ternssen tussen
en/of haar bewindvoerder ener21Jds en de beklaagden anderzijds, doch
louter voor het toekennen van een vergoedmg voor schade die 111 oorzakelijk verband staat met de
door de beklaagden gepleegde feiten.
vordert voorts een schadevergoeding wegens schending van een mformat1eplicht die
de beklaagde(n) als lasthebber Jegens hem als naakte eigenaar (de overeenkomst werd afgesloten met
.) zouden gehad hebben, doch de rechtbank merkt op dat de beklaagden
niet vervolgd worden daarvoor en dat zij dus ook niet bevoegd 1s om zrch hierover uit te spreken, noch
over eventuele schade die het gevolg zou ZIJn van mogehJke contractue le verplichtmge n tussen
bepaalde part11en
Volgens hadden de beklaagden Jegens hem contractuele verplichtingen, rn het
b11zonder mformat1everpl1chtmgen, en md1en zij daaraan voldaan zouden hebben, zou h1J als naakte
eigenaar het nodige hebben kunnen doen via de bewindvoerd er om de gebreken te herstellen en
zouden deze herstellingskosten op dat ogenblik 3000 euro geweest z1Jn mits de werken meteen
uitgevoerd geweest zouden zijn.
diende nadat htJ de volle eigenaar werd en mdien htJ het goed wenste te verhuren er
hoe dan ook voor te zorgen dat het pand conform de regelgeving zou worden verhuurd (een pitcht die
hij ook als naakte eigenaar had maar waarvan hem 111 hoofde van de tenlastelegging geen
onachtzaamheid verweten wordt 111 de gegeven aangehaalde omstandigheden). De werke111 die h1J
uitvoerde aan het pand en de daarmee gepaard gaande kosten z1Jn dan ook 111et ipso facto een gevolg
van de feiten die aan de beklaagden ten laste gelegd worden (ook btj vroegere uitvoering werden deze
kosten bovendien mogel!Jk niet door de rentmeester gedragen), dit moet worden aangetoond. Dat de
uitgevoerde werken door in zijn hoofde een schadepost Uitmaken die m oorzakelijk
verband staat met de gepleegde feiten, wordt 111et aangetoond
Volgens zou hij latere gederfde huurinkomsten hebben (niet t1Jdens de
111cnmmat1epenode), wegens het gegeven dat het pand 111et conform de Vlaamse
Wooncode had laten herstellen, nadat de huurders uit het pand z1Jn vertrokken (1/8/2022) tot en met
Rol nummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correcuonele zaken Kamer es
p 21
de datum van de schrapping van de herstelvordering (21/12/2023)
Er wordt echter niet aangetoond dat de gestelde schade na de incnminat1epenode te w1Jten ,s aan de
beklaagden en m oorzakelijk verband staat met de ten laste gelegde feiten binnen de
incnmmat1epenode of daar een later oorzakelijk gevolg van 1s (ook de eigenaar kon immers de
gebreken herstellen en vervolgens verhuren aan de gewenste priJs) Bovendien wordt door
ook niet aangetoond dat hij een hogere huurpnJs zou hebben kunnen ontvangen,
b1Jvoorbeeld dan deze die ontving tijdens de incnmmat1eperiode. Indien
de gebreken t1Jd1g hersteld geweest waren en onmiddell ijk uitgevoerd, bliJkt ook niet dat de kostprijs
ervan lager geweest zou z1Jn (3000 euro volgens ) dan thans het geval was en evenmin
dat de kosten of een deel ervan ten laste van de beklaagden als rentmeester zouden gelegd geweest
ZIJ n.
In zover daarnaast de nalatenschap van aanvaard heeft
en als erfgenaam zou optreden om een schade wegens gederfde huurinkomsten m de
mcnmmatiepenode te vorderen, dient h1J aan te tonen dat hij als erfgenaam optreedt en dat er schade
wegens gederfde inkomsten geleden werd die te w11ten 1s aan de feiten waarvoor de beklaagden
veroordeeld worden
Ook dat mede gedagvaard werd wegens het gegeven dat h1J naakte eigenaar was 111
de bewuste penode, en dat hij derhalve in ziJn verdediging moest voorzien, 1s geen schade m causaal
verband met de feiten die door de beklaagden gepleegd werden (maar het gevolg van 21Jn
eigenaarschap).
De gevraagde schadevergoeding voor het nakijken van de installatie van de centrale verwarming en het
opnieuw opstarten ervan en voor het plaatsen van een nieuwe condensat ieketel staan niet m
oorzakeliJk verband met de gepleegde feiten die aan de rentmeester-verhuu rder ten laste gelegd
worden in de bewuste mcnminat 1eperiode, met name als verhuurder een niet-conforme woning te
hebben verhuurd, minstens wordt dit niet aangetoond.
Wel staat het vast dat indien er geen gebreken geweest zouden z1Jn en de beklaagden de feiten niet
gepleegd zouden hebben, er geen herstelvordering zou Zijn opgemaakt en er dus ook geen 'hercontrole
111 het kader van de herstelvordermg' door de Vlaamse Woonmspect1e zou ziJn geweest. Deze kosten
staan in oorzakelijk verband met de gepleegde feiten en de beklaagden worden veroordeeld tot het
betalen van deze matenele schade aan , ten belope van 82,14 euro zoals gevorderd
meer de vergoedende intresten vanaf 9 augustus 2023.
Ook staat het vast dat er administratiekosten dienden te worden blootgesteld ten gevolge van de
feiten. De rechtbank houdt voor de begroting hiervan rekening met de indicatieve tabel en kent
hiervoor naar b1ll1jkhe1d een vergoeding toe van 150 euro, hierin reeds begrepen de vergoeden
intresten tot op heden. Het meer gevorderde wordt afgewezen nu er immers niet wordt aangetoond
dat het vragen van EPC-attesten, contacten met aannemers enzovoort, in oorzakelijk verband staat met
de gepleegde feiten en dat deze kosten niet hoe dan ook zouden worden gemaakt door de eigenaar
voor z1Jn goed
Dat ten gevolge van de feiten verplaatsingskosten diende te maken staat eveneens
vast. B1lliJkhe1dshalve wordt hiervoor een vergoeding van 35,91 euro toegekend meer intresten zoals
gevorderd
Rolnummer Kamer C8
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1one le zaken p 22
Er wordt derhalve een totale matenele schadevergoeding toegekend van 268,05 euro (82,14 euro +
150 euro +35,91 euro)
Er wordt niet aangetoond dat de gevraagde morele schadeve rgoeding in oorzakehJk verband staat met
het gegeven dat een gebrekkige woning verhuurd werd door de beklaagden MogehJk Is er schade
geleden ten gevolge van het gegeven dat eigenaar Is van een pand waarvan de
gebreken rnet werden hersteld (eventueel ten gevolge van een contractuele gebrekkige informatie aan
z1Jn moeder of diens bewindvoerder) doch dit maakt niet het voorwerp van de tenlastelegging uit. De
vordering wordt dan ook afgewezen
heeft recht op een rechtplegmgsvergoeding De rechtspleg1ngsvergo eding wordt door
de rechtbank vastgelegd op het door de Koning vastgestelde basisbedrag voor de toegekende
schadesom nu niet bhJkt dat de beklaagden tweedehJns Juridische b11stand genieten of er andere
gegronde redenen tot vermindering ervan z1Jn
7 TOEGEPASTE WETTEN
De volgende artikelen bepalen de bestandde len van de m1sdnJven, de strafmaat en de toepassing van
de taalwet·
artikel 11, 12, 14, 16, 31 tot 37 en 41 van de Wet van 15 Jurn 1935 op het taalgebru ik 111 gerechts
zaken,
artikelen zoals opgenomen onder punt 1 Tenlasteleggingen,
artikelen 3.1, 3.34, 3 35, 3.36, 3 47, 3 48, 3.49, 3.50 van de Vlaams Codex Wonen 2021,
artikel 1382 van het oud Burgerl1Jk Wetboek, thans artikel 6 5 BW
artikelen 65 lid 1 van het Strafwetboek,
8 UITSPRAAK
De rechtbank doet uitspraak m eerste aanleg en na tegenspraak
8.1.
De rechtbank heromschriJft de ten laste gelegde feiten als volgt:
A. Tenlastelegging A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van
niet-conforme of overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden;
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een won,ng ter beschikking stelt,
een met-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of v,a tussenpersoon te hebben verhuurd,
te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3 34 Vlaamse Codex
Wonen van 2021},
met de omstand1ghe1d dat het een daad van deelneming aan de hoofd-of bijkomende bedr1jv1ghe1d
van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft,
(art. 3.36, 2° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
1 te , sectie-en percee/nummer • in de per,ode van 1
JOnuart 2016 tot en met 18 me, 2021,
door ten nadele 1,
overleden , ten nadele van Agentschap Wonen-Vlaanderen, Vlaamse
woon,nspectIe .,
2 te ·, sectie-en perceelnummer , m de penode van 1
september 2017 tot en met 31 tuit 2022,
Rolnummer Kamer C8
p 23 Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctronele zaken
-------------- -------------
, ten nadele var ten door
nadele van ten nadele van Agentschap Wonen-Vlaanderen, Vlaamse woonmspect,e
3 te . sectie-en perceelnummer , m de
penode van 1 ,anuan 2018 tot en met 1 december 2020.
door ten nadele van
~ ten nadele van
Vlaamse woomnspectie , ten nadele van Agentschap Wonen-Vlaanderen ,
B. Tenlastelegging B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van
niet-conforme of overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden;
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een wonmg ter besch1kkmg stelt,
een met-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd,
te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (ort. 3.34. Vlaamse Codex
Wonen van 2021),
1 te ', sectie-en perceelnummer m de penode van-1 sep-
tember 2017 tot en met 311uli 2022,
door :, ten nadele van ten nadele van , ten nadele van Agent-
schap Wonen-Vlaanderen, Vlaamse woomnspect,e
2 te ·, sectie-en perceelnummer , m de pen-
ode van 1 Ianuari 2018 tot en met 1 december 2020,
door ten nadele van ~ ten nadele van :, ten
nadele van Agentschap Wonen-Vlaanderen, Vloamse woomnspectle
Met deze heromschriJvmg worden dezelfde feiten bedoeld als deze oorspronkehJk aan de beklaagden
ten laste gelegd en de beklaagden hebben er zich op kunnen verdedigen.
8.2.
De strafvordering Is ten aanzien van vervallen door overliJden .
8.3.
De aan ten laste
gelegde feiten zijn niet bewezen, zodat
worden vrijgesproken. en
8.4.
De feiten aan ten laste gelegd zoals heromschreven,
worden allen bewezen verklaard , met dien verstande dat de verzwarende omstandigheid lastens geen
van hen bewezen is
De rechtbank gelast voor , voor de bewezen verklaarde feiten onder de verschillende
tenlasteleggingen, de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende een periode van
dne Jaar vanaf heden.
De rechtbank veroordeelt voor de bewezen verklaarde feiten samen tot het betalen
van een geldboete van 8.000 euro, zijnde 1 000 euro vermeerderd met zeventig opdeciemen, waarb1J
de vervangende gevangenisstraf bepaald wort op 3 maanden
De rechtbank veroordeelt voor de bewezen verklaarde feiten samen tot het betalen van
een geldboete van 120.000 euro, ziJnde 15.000 euro vermeerderd met zeventig opdeciemen.
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correct1onele zaken KamerC8
p 24
De rechtbank verplicht , ieder afzonderhJk, voorts tot betaling van
een biJdrage aan het Btjzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettehjke gewelddaden van
200,00 euro, Zijnde 25,00 euro vermeerderd met 70 opdeciemen,.
De rechtbank verplicht , ieder afzonderlijk , daarnaast
tot betaling van een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor Juridische
tweedehjnsbijstand .
De rechtbank legt aan ieder afzonderlijk, ook een
vaste vergoeding in strafzaken op van 61,01 euro.
De rechtbank begroot de gerechtskosten uitgezonderd de kosten dte werden veroorzaakt voor het
dagvaarden van
., tot op heden op 300,62 euro en veroordeelt
in sohdum tot het betalen van deze kosten. De kosten die werden
veroorzaakt voor het dagvaarden van
., worden ten laste van de Belgische staat gelegd.
Deze worden begroot op 901,86 euro.
8.5.
De herstelvordering d.d. 3 november 2020 zoals geactualiseerd op 23 maart 2021 met betrekking tot
het pand gelegen te is zonder voorwerp
De herstelvordenng d.d 2 Juni 2022 met betrekking tot het pand gelegen te
Is zonder voorwerp
De rechtbank verklaart de herstelvordenng betreffende het pand gelegen te
kadastraal gekend als .,
, eigendom van , ontvankehJk en gegrond in de mate zoals
hierna bepaald
De rechtbank veroordeelt , m
solidum tot het uitvoeren van renovatie-, verbetenngs -en/of aanpassingswerken aan het voornoemd
pand, met name het herstel van de conform1te1t zoals beschreven m artikel 1 3, §1, 8° VCW, waardoor
het pand voldoet aan de minimale kwal1te1tsvere1sten en de woning geen gebreken van categorie Il of
111 meer vertoont en er evenmin sprake Is van overbewonmg .
De rechtbank veroordeelt m
sohdum, tot het uitvoeren van het herstel bedoeld m de voorgaande paragraaf binnen een termijn van
12 maanden die ingaat de dag na de betekening van huidig vonnis en dit op straffe van een dwangsom
van 150 euro per dag vertraging, dwangsom die ingaat vanaf de eerste dag vertraging na afloop van de
periode van 12 maanden tot het uitvoeren van het herstel zoals gevorderd, in zoverre hu1d1g vonnis
voorafgaandel1Jk werd betekend, doch met dien verstande dat geen dwangsom zal worden verbeurd
boven het bedrag van 500.000 euro
De rechtbank machtigt de Woonmspecteur, handelend rn naam van het Vlaamse Gewest, en het
College van burgemeester en schepenen om het herstel van het voornoemd pand ambtshalve uit te
voeren wanneer de herstelmaat regelen door de beklaagden
) niet binnen de hersteltermijn van 12 maanden worden uitgevoerd met
toepassing van artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen 2021
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken KamerC8
p 25
De rechtbank machtigt de Wooninspecteur, handelend m naam van het Vlaamse Gewest, en het
College van burgemeester en schepenen om de kosten van een eventuele herhuisvesting van de
bewoners te verhalen op de beklaagden
) met toepassing van artikel 3.48 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.
De rechtbank wIJst het meer en anders gevorderde af.
8.6.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de oordelen over de burgerliJke vorderingen in zover deze
betrekking hebben op de beklaagden die worden vnJgesproken
De rechtbank verklaart de burgerrechtehJke vordering van
gegrond tn de mate hierna bepaald
De rechtbank veroordee lt ontvankelijk doch slechts
in solidum tot het betalen aan
van 268,05 euro, te vermeerderen met de gerechteliJke intresten vanaf de datum van dit
vonnis tot de dag van volledige betaling, aan de wettelijke intrestvoet.
De rechtbank veroordeelt m sol1dum tot het betalen aan
van vergoedende intresten aan de wettel!Jke intrestvoet als volgt·
op het bedrag van 82,14 euro vanaf 9 augustus 2023 tot op heden;
op het bedrag van 35,91 euro vanaf 14 Juli 2022 tot op heden
De rechtbank veroordeelt in solidum tot het betalen aan
van een rechtsplegmgsvergoeding van 313,95 euro.
De rechtbank wIJst af van wat meer en anders gevorderd werd
8.7.
De rechtbank houdt de beslissing over de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan
8.8
De rechtbank beveelt de publicatie van dit vonnis op het bevoegde kantoor van de Algemene
Administratie van de Patrrmoniumdocumentat1e met toepassing van artikel 3.49 van de Vlaamse Codex
Wonen van 2021 en artikel 84 van de Hypotheekwet, en dit op kosten van de beklaagden
, bij hypotheekkantoor onder referte.
De rechtbank beveelt de publicatie van dit vonnis op het bevoegde kantoor van de Algemene
Administratie van de Patnmoniumdocumentat1e met toepassing van artikel 3 49 van de Vlaamse Codex
Wonen van 2021 en artikel 84 van de Hypotheekwet, en dit op kosten van de beklaagde
, b1J hypotheekkantoor onder referte. 1.
De rechtbank beveelt de publicatie van dit vonnis op het bevoegde kantoor van de Algemene
Administratie van de Patnmoniumdocumentat 1e met toepassing van artikel 3 49 van de Vlaamse Codex
Wonen van 2021 en artikel 84 van de Hypotheekwet, en dit op kosten van de beklaagde
biJ hypotheekkantoor onder referte.
De rechtbank beveelt de pubhcat1e van dit vonnis op het bevoegde kantoor van de Algemene
Rolnummer
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken KamerC8
p 26
Adm1n1strat1e van de Patnmoniumdocumentat,e met toepassing van artikel 3 49 van de Vlaamse Codex
Wonen van 2021 en artikel 84 van de Hypotheekwet, en drt op kosten van de beklaagde
., b1J hypotheekkantoor onder referte·
Dit vonnis ,s gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 17 oktober 2025 door de Rechtbank van
eerste aanleg Leuven correctionele zaken, kamer C8:
, rechter
in aanwez1ghe1d van het hd van het openbaar minIstene vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met b1Jstand van griffier