ARR:WI 21.HV010
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-10-23
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 Juni 1935, 29 Juni 1964, Strafwetboek, strafwetboek
Volledige tekst
Rolnumm er V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr J
Nederlandstahge rechtbank van eerste aanleg Brussel p 2 ----------
In de zaak van het openbaar ministerie (parket )en
De Wooninspecteur, handelend in naam van het Vlaams Gewest, met burelen gevestigd te
tegen·
1.
2. Eiser In herstel, vertegenwoordigd door meester
meester
, RRN
geboren
van Belgische nat1onahte1t
ingeschreven te , advocaat te
beklaagde , b11gestaan door meester
RRN
geboren
van Belgische nationalite it
ingeschreven te
beklaagde, btJgestaan door meester
advocaat te
TENLASTELEGGINGEN , advocaat tE :, loco
, advocaat te
,advocaat te en meester
Overg De procureur des Konings vervolgt de beklaagden als dader of mededader in de zin van artikel
66 van het strafwetboek.
door de misdaad of het wanbednJf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewe rkt,
Op het perceel gelegen te
(met 1 woongelegenheid) te , kadastraal gekend als handelshuis
bij akte dd. 27 september akte voor notans te door
geheelhe1d volle eigendom. Vervolgens werd het ingebracht m de huwgemeenschap
en ingevolge een akte van inbreng verleden door notaris
november 2007. , aangekocht
voorde
op 22
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm
zonder aan de vereisten eh normen te voldoen
m de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 december 2020
door
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
Rolnummer V11fentwintigste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 3
woning of een spec1f1eke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 Juh 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met
toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, nameliJk een woning
(lel) die niet conform en omwille van gezondhe1ds- en ve1ligheids ns1co's ook onbewoonbaar 1s te
verhuren aar
(art 2 § 1, 31°, en 20 § 1 hd 1 Decreet 15 Juh 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
Thans strafbaar gesteld onder art 3.34 Vlaamse Codex Wonen
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
) in de periode van 1 1anuan 2021 tot en met 21 oktober 2022
door
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning , namelijk een woning die niet
conform en omwille van gezondhe1ds- en ve1l1gheidsns1co's ook onbewoonbaar 1s te verhuren aan
(art 3 34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Herstelvordering
Overwegende dat de beklaagden tevens gedagvaard worden om zich overeenkomstig artikel 3 43-
3 48 Vlaamse Codex Wonen van 2021 te horen veroordelen tot het herstel van de gebreken van de
woning, overeenkomstig de herstelvordenng van de woomnspecteur van 17 september 2021
Verbeurdverklaring
Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig art. 42, 3° en 43 bis
Strafwetboek te horen veroordelen tot de b1J2ondere verbeurdverklaring van een bedrag van 46.038, 73
euro, z1Jnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het m1sdnJf zijn verkregen, die werden
berekend als volgt. minimumduur van de verhuur woning van 01/02/2014 tot en met 20/10/2022.
(440 euro x 104 maanden)+ (14,6 euro x 19 dagen).
Ingeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van op 06 mei 2025, ref 04481 en 04482
PROCEDURE
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats m openbare terechtz1tt lrig.
Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 4
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
ELEMENTEN VAN HET STRAFDOSSIER:
1.
Beklaagde Is eigenaar van het onroerend goed gelegen op het perceel ge.legen te
, kadastraal gekend als handelshuis (met 1 woongelegenheid)
te
akte voor notaris te door aangekocht bij akte dd 27 september
voor de geheelheid volle
eigendom. Vervolgens werd het ingebracht m de huwgemeenschap
ingevolge een akte van inbreng verleden door notaris op 22 november 2007
2.
Er werd een vooronderzoek gedaan waarin het vermoeden rees dat er inbreuken Zijn op de wooncode .
In het pand zIJn er 3 personen ingeschreven op het nummer en 4 personen op het nummer
Op 17 augustus 2021 gaat de woonmspectIe ter plaatse en werden door de woon1nspectIe
vaststellingen gedaan betreffende dit pand
Het pand is een meergezmswoning bestaande uit 6 woningen in gesloten bebouwing, bestaande uit
een kelderverdieping, gelijkvloers , eerste verdieping en een tweede verdieping onder een plat dak
De bewoners z1Jn niet afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen
Er werden gebreken vastgesteld aan het gebouw, zo Is er vochtschade aan de dakkoepel in de
trappenhal, de muren zIJn door vocht aangetast De elektric1te1t Is onvoldoende afgeschermd, de plaat
van de zekenngskast ontbreekt, er Zijn geen rookmelders, in de kelder Zijn de gasleidingen met voorzien
van gele kleur, en is er roest op de waterleidingen.
Het gebouw heeft 4 ernstige gebreken in categorie Il en 1 gebrek dat direct gevaar kan betekenen voor
de ve1lighe1d en gezondheid .
De diverse appartementen worden geinspecteerd md1en mogelijks. Er worden inbreuken vastgesteld
die ernstig 2IJn en waardoor deze ongeschikt en onbewoonbaar worden verklaard .
In één van de woningen zijn er problemen met de gasaansluiting (geen conforme stopkraan en
koppelstukken)
Het appartement op de eerste verdieping links heeft 10 ernstige gebreken in categorie Il en 5 gebreken
die direct gevaar kunnen betekenen voor de veiligheid en gezondheid
3.
Uit nazicht bij de dienst ruimtelijke ordening is gebleken dat de opdeling van het pand niet vergund
werd Het huisnummer 311s oorspronkehJk voorzien als handelsruimte en niet als woonfunctie.
De raadsman geeft aan dat er reeds voor 1972 5 woonéénheden waren. De gemeente stelt dat er
historisch 4 woonappartementen bestaan De handelsruimte zou ook reeds vroeg omgevorm d zijn tot
woonéénhe1d De gemeente aanvaardt 5 woonappartementen .
Rolnumrner VrJfentwmt ,gste kamer Vonrnsnr /
Nederlandst alige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 5
4.
Er wordt een herstelvordenng op 17 september 2021 geformuleerd
In vergunde toestand zouden de herstelmaatregelen de volgende Zijn• Het uitvoeren van renovatie-,
verbeterings-of aanpassingswerkzaamheden (dit 1s het herstel van de conformiteit zoals beschreven
in art.1.3 §l,8° van de Vlaamse codex Wonen, waardoor het pand voldoet aan de m1n1male
kwa lite itsve re1ste n.
Evenwel komt het pand niet in aanmerking voor bovenstaande gelet op de splitsing van het gebouw,
en wordt er bijgevolg gevorderd :
5 ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
V.CR.O.,
ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettelijke, decretale of
reglementa ire bepalingen
Uit nazicht in 2022 blijkt dat er nog 6 personen ingeschreven zijn, 3 op het nummer en 3 op het
nummer
Eerste beklaagde voerde herstellingswerken uit m de loop van 2023, oa een nieuwe dakkoepel, en
isolatie, plaatsen van rookmelders (zie mail van 20 februari 2023).
6
Op 20 september 2023 en 22 maart 2024 werd door de woonmspectie vastgesteld dat de
herstelvordering nog niet zonder voorwerp 1s geworden . Er zijn wel renovatiewerken aan het pand
uitgevoerd. De gemeente gaat uit van S woonappartementen.
7
Op 17 september 2025 wordt een proces-verbaal opgemaakt door de woonmspect1e. Op 30 JUrn 2025
werd de door beklaagde ingediende omgevmgsvergunning geweigerd door de gemeente.
BEOORDELING VAN DE STRAFVORDERING
1
Vanaf de mwerkingtredmg van het Opt1malisatiedecreet 1s een nieuwe methode van beoordeling van
de woonkwaliteit in voege (mvoegmg van een nieuw derde lid onder artikel 5 §1 Vlaamse Wooncode -
art. 3.1. Vlaamse Codex Wonen). De Vlaamse regering hanteert lijsten van mogelijke gebreken die
worden onderverdeeld in drie categoneen, volgens de ernst van de gebreken. Met betrekking tot de
technische vaststelhngen moet worden verwezen naar het nieuwe Optimalisatiebeslu1t van 24 mei
2019, eveneens opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen en m werking vanaf ljanuari 2021.
De strafbaarheid wordt beperkt tot de gebreken van de categorieen Il en 111.
De gebreken onder categorie Il 21jn de ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de
bewoners negatief bemvloeden maar geen direct gevaar vormen voor hun ve1lighe1d of gezondheid,
waardoor de wonmg niet in aanmerking zou komen voor bewoning.
De gebreken onder categorie 111 zijn ernstige gebreken die mensonwaardige omstandigheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de ve1ltghe1d of de gezondheid van de bewoners,
Rolnumme V1Jfentwmbgste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 6 . -----.--------------------- -
waardoor de woning niet rn aanmerking komt voor bewoning.
B1J het aanvankehJk proces-verbaal werd voor de woonent1te1ten vastgesteld dat de daar vastgestelde
gebreken behoren tot de categorieen Il en/of 111, en dienvolgens niet conform de Vlaamse
kwahte1tsnormen z1Jn, en zodoende ongeschikte woningen voor bewoning ter beschikking werden
gesteld
2.
Alle in het gebouw aanwezige woonent1te1ten, ZIJnde kamers, worden verhuurd of ter beschikking
gesteld voor bewoning; dit betekent dat de ter beschikking stelling voor bewoning betrekking heeft of
kan hebben op alle entiteiten .
Alle ent1te1ten die voorwerp z1Jn van de voorliggende feiten voldoen aan de defm1t1e "woning" volgens
artikel 1.3 §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen
3.
Op basis van de elementen van het strafdossier, waaronder de vaststellingen door de wooninspecteurs,
ZIJn de feiten bewezen.
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect ie en de b1Jhorende technische verslagen 1s
bewezen dat beklaagde als verhuurder, onderverhuurde r of persoon die een woning ter besch1kkmg
stelt, woonentite1ten heeft verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld voor bewoning rn
betrokken onroerend goed, die niet voldeden aan de kwahte1tsvere 1sten van het artikel 5 van de
Wooncode.
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect1e, de technische verslagen en de actualisering
van de vaststellingen en van de herstelvordering is bewezen dat beklaagde in het betrokken onroerend
goed woningen/kamers ter beschikking stelde voor bewoning die niet conform en/of overbewoond
waren, gelet op de vastgestelde gebreken van de categoneen Il en 111.
De vaststellingen van de Wooninspecteur hebben een b1J2ondere bew1Jswaarde; met name gelden ze
tot bewijs van het tegendeel, daar deze z11n opgesteld door een opsporingsambtenaa r aan wie door
een b1J2ondere strafwet een specifieke opdracht werd verleend met betrekking tot het vaststellen van
m1sdnJven zoals in de wet omschreven.
Aan het moreel element van het m1sdnJf bestaande m het verhuren, te huur stellen of voor bewoning
ter besch1kkmg stellen van een niet-conforme woning is voldaan ook wanneer de dader nalatig of
onzorgvuldig 1s geweest of er sprake 1s van een om1ss1e.
Beklaagde vertoonde een onmiskenbaar nalatige houding en m1spnJZen voor de naleving van de
Vlaamse Codex Wonen
Eventuele verklaringen van bewoners dat zij geen klachten hebben kunnen terzake niet dienen als
enige rechtvaard igings-of schulduits lu1tmgsgrond ten gunste van beklaagde en kunnen allerminst de
obJect1eve vaststellingen ontkrachten.
Beklaagde stelt dat ziJ geen toegang had tot het pand en zij geen beheersdaden heeft gesteld.
Z11 was niet op de hoogte van de gebreken, ZIJ had hierover geen informatie en zij kon ook niet
verhelpen aan enige gebrek. Het koppel 1s sinds 29 april 2022 uit de echt gescheiden. ZiJ legt een
stukkenbund lel neer. Beklaagde was mede-eigenaar, ze 1s pas uit de echt gescheiden vanaf 29 april
2022. ZIJ draagde aldus wel degelijk de mede-verantwoordehJkhe1d om woonéénheden te verhuren die
niet conform z1Jn.
Rolnummer V1Jfentwmtigste kamer Vonntsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 7
Er werd een nieuwe omgevmgsvergunnmg ingediend.
STRAFTOEMETING
1
De feiten zIJn verenigd door een eenheid van opzet en moeten met één straf worden beteugeld
overeenkomstig artikel 65, eerste hd, van het Strafwetboek.
Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank onder andere rekening met de ernst van de feiten, de
maatschappehJke impact van de feiten, het strafrechteliJk verleden van de beklaagde, evenals met de
context waarin de feiten werden gepleegd
De straf moet ertoe leiden dat beklaagde tot betere inzichten zou komen, en moet een afschrikwek
kend effect hebben ten opzichte van andere potent1ele daders.
2
De feiten 2IJn ernstig. Het ter beschikking stellen van onaangepaste en/of onbewoonbare woningen
kan leiden tot ziekte (b1Jv tengevolge van schimmels) en ongevallen (elektrocutie), en brengt dus de
ve1lighe1d en gezondheid van de bewoners in gevaar. Beklaagde had onvoldoende aandacht
voor de goede leef-en woonkwaliteit van derden.
3.
Beklaagde heeft een gunstig strafregister. Een geldboete met gedeeltelijk uitstel is gepast.
Beklaagde werd nog niet veroordeeld voor soortgelijke feiten. Als eigenaar Is ZIJ ook
verantwoorde lijk voor het terbeschikkmgste llen van niet conforme woningen. ZIJ maakt het echter
aannemelijk dat zij wemIg impact heeft op het beheer van het onroerend goed en dat tracht
alles alleen te beheren Een opschorting in hoofde van komt aldus gepast voor.
4.
In de gegeven omstandigheden en teneinde beklaagde tot betere inzichten te brengen, Is het gepast
om aan beklaagde een geldboete op te leggen zoals hierna bepaald.
5.
Het openbaar ministerie vordert schriftehjk de b1JZondere verbeurdverklaring van het
vermogensvoordee l dat uit het m1sdnjf werd bekomen, begroot op een bedrag van 46.038,73 euro,
zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, berekend als volgt:
minimumduur van de verhuur woning van 01/02/2014 tot en met 20/10/2022: (440 euro x 104
maanden) + (14,6 euro x 19 dagen).
De verbeurdverk laring heeft betrekking op de huurgelden die beklaagde heeft ontvangen terw1JI de
woning, die niet voldeed aan de wettelijke kwalite1tsvere1sten, niet mocht verhuurd worden
Aangezien een woning of kamer die niet aan de kwaliteitsnormen voldoet niet ter beschikking mag
worden gesteld voor bewoning, werd elke vergoeding voor verhuring of ter beschikking stelling
onwettig verkregen en dienen deze bedragen te worden verbeurd verklaard.
Daar de ontvangen huurgelden vermogensvoordelen zijn die niet m het vermogen van beklaagde
Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonrnsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 8
konden worden teruggevonden, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring
betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag als hierna bepaald.
Op 17 augustus 2021 werd de beklaagde ervan tn kennis gesteld dat de woonéénheden niet
langer mochten worden verhuurd Uit het dossier bltJkt dat de gemeente eerst onderzoek heeft moeten
verrichten naar de historische toestand van het pand. Op basis van dat onderzoek werd vastgeste ld dat
slechts Vijf woonéénheden vergund Zijn om ter beschikking te worden gesteld.
De beklaagde heeft pas op dat moment vernomen dat de zesde woonéénhe1d niet verhuurd mocht
worden. Vanaf dan had hij kennis van de onvergunde toestand van het pand De rechtbank beperkt
daarom de penode van verbeurdver ldanng tot de termijn van september 2021 tot en met 20 oktober
2022, zijnde een periode van 14 maanden Aan een bedrag van 440 EUR per maand komt dit neer op
een totaal van 6 160 EUR.
De verbeurdverk laring ten aanzien van beklaagde
huurontvangsten heeft ontvangen wordt afgewezen , het bllJkt niet dat ZIJ
De verbeurdverklaring van het bedrag ten aanzien van beklaagde
onredelijke bestraffing uit. van 6.160 EUR maakt geen
WAT BETREFT DE HERSTELVORDERING
1.
De herstelvordenng strekt ertoe de overtreder te bevelen:
ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
VC R.O.,
ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettehJke , decretale of
reglementa ire bepaltngen
De herstelvordering 1s gesteund op bewezen verklaarde misdrijven en 1s ontvankelijk.
2
Overeenkomstig het nieuwe artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen kan de rechtbank naast de straf de
overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de
aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewomng te beeindigen.
De herstelvordering dient gesteund te zijn op de bewezen misdrijven en 1s dan ook beperkt tot het
herstel naar een conforme toestand, 1 e een toestand waarbij er geen gebreken meer 211n die
ressorteren onder de categoneen Il en 111 (cfr. art. 1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen).
Wegens de strafrechtel!Jke schuldigverklaring van beklaagde is hij gehouden tot maatschappel iJk
herstel
De herstelmaatrege l enn bestaande dat de woningen opnieuw 1n een conforme staat worden gebracht
en daartoe de nodige herstellingswerken worden uitgevoerd, kan in voorhggend geval niet worden
opgelegd. aanvaardt evenwel de historische s1tuat1e en aldus de
opsplitsing m 5 eenheden. Thans 1s de situatie dat er 6 woonéénheden zijn, en moet de beklaagde
een vergunning aanvragen om te regulariseren, of te brengen naar die 5 éénheden . De
mdeling van het gebouw naar 6 één heden gebeurde aldus zonder voorafgaa ndelijke
stedenbouwkund ige vergunning, en er dus sprake 1s van een illegale opdeling in een bijkomende
woonentite 1t
Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 9
Deze stedenbouwkundige m1sdn1ven werden vastgesteld b1J P.V. , sedertdien heeft nog geen
regularisatie van de illegale toestand plaatsgevonden en moet op heden nog steeds vastgesteld worden
dat er geen stedenbouwkundige vergunning voorhanden Is voor de opsplitsing van het gebouw, noch
voor de bestemm111gsw1)21ging
Het opleggen in het kader van een herstelmaatregel van verbouwings- en renovatiewerken om de
woning opnieuw rechtsgeldig te kunnen verhuren of voor bewoning ter beschikking te stellen, z.ou dan
ook beklaagde ertoe aanzetten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdnJf te
plegen, in stand te houden of voort te zetten. Het spreekt vanzelf dat een herstelvordering niet tot het
plegen van nieuwe inbreuken dan wel het instandhouden van een illegale toestand mag leiden.
De enige mogelijke maatregel die de rechtbank kan opleggen bestaat erin het pand een nieuwe
bestemming te geven die in overeenstemming Is met de vergunde stedenbouwkundige toestand, d.w.z.
conform de bepalingen van de VCRO, dan wel het pand te slopen, tenzIJ dit verboden Is op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen.
3.
Als hersteltermiJn wordt door de Woon inspecteur 10 maanden vooropgesteld onder verbeurte van een
dwangsom van 150 EUR per dag vertraging in de uitvoering van de herstelmaatregel.
De rechtbank oordeelt dat een hersteltermijn van 12 maanden in de gegeven omstandigheden
overeenstemt met een redelijket1Jd die nodig is om de herstelmaatrege l te realiseren . Beklaagde heeft
aldus voldoende t1Jd om een regularisatie aan te vragen.
Gelet op de ernst van de inbreuken en het st1lz1tten van beklaagde, dient de uitvoering van de bevolen
herstelmaatregel gekoppeld te worden aan een dwangsom als hierna bepaald, en dient het bevolen
herstel uitvoerbaar b1J voorraad te worden verklaard .
Krachtens artikelen 3.47 en 3.48 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20 bis §7 en 8 Vlaamse
Wooncode) dient eveneens te worden voorzien in de ambtshalve uitvoering door de Wooninspecteur
en het College van Burgemeester en Schepenen van ,, voor het geval
niet vrijwillig tot uitvoering wordt overgegaan, en dient het College van Burgemeester en Schepenen
van gemachtigd te worden om de kosten van de herhuisvesting van
de huurders te verhalen op de veroordeelde
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de m1sdnJven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik m gerechtszaken regelen·
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 Juni 1935;
art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 50, 65, 66, 100 strafwetboek;
art. 3 en 84 van de Hypotheekwet,
art. 1, 3, 5, 6 en 8 van de wet van 29 Juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,
art. 4 V.TSv
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis
Rolnummer V1Jfentwmt 1gste kamer Vonn,snr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 10
De rechtbank :
op tegenspraak ten aanzien van
Op strafgebied
Ten aanzien var
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B.
tot een geldboete van 4.000,00 EUR, z1Jnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangernsstraf van 2 maanden .
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 Jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 2.000,00 EUR, z1Jnde 250,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen.
Verklaart verbeurd in hoofde van beklaagde , bij toepassing van de artikelen 42,3°
en 43b1s van het Strafwetboek, de som van 6.160 EUR EUR, b1J equivalent,
Veroordeell tot betaling van:
-een b1jdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen , ter financ1ermg van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettehJke
gewelddaden en de occasionele redders
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor 1und1sche tweede l11nsb1jstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
-de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 697,97 EUR
Ten aanzien van J.
Verklaart de tenlasteleggingen A en B lastens • bewezen.
Beveelt de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende een termîJn van
DRIE JAAR, onder de voorwaarden van de wet betreffende de opschorting , het uitstel
en de probatie;
Rolnummer V1Jfentwmttgste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 11
Veroordeelt tot betaling van·
-een btjdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehJnsb1Jstand
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 697,97 EUR
Publicatie
Beveelt dat hu1d1g vonnis op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld zal worden op de
wijze bepaald m artikel 3.49 van de Vlaamse Codex Wonen en de artikelen 3 en 84 van de Hypo
theekwet, op kosten van beklaagden,
Wat betreft de herstelvordering:
Verklaart de herstelvordering van de Vlaamse Woon,nspecteur ontvankelijk en gegrond als volgt:
Veroordeelt beklaagden
ofwel een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ru1mtehJke Ordening,
ofwel het pand te slopen, tenzIJ dit verboden Is op grond van wettelijke, decretale of reglemen
taire bepalingen;
Veroordeelt beklaagder , om dit herstel Uit te voeren binnen een
termijn van maximaal twaalf maanden vanaf de betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een
dwangsom van 150 EUR per dag vertraging bij niet uitvoering binnen de voormelde termIJn van de
hoger vermelde herstelmaatregel, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van 300.000
EUR,
Bij gebreke van uitvoering van de voormelde herstelmaatregel binnen de voormelde termijn, machtigt
het College van Burgemees ter en Schepenen van en de
Wooninspecteur om van rechtswege m de uitvoering van de maatrege l te voorzien, waarvan
beklaagden alle kosten moet dragen,
Machtigt de Woomnspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van
om de kosten van herhuisvesting van de bewoners van de
woonentiteiten m het pand te verhalen op beklaagden
Op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerhJke belangen aan.
Rolnummer V1Jfentwmt 1gste kamer
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken m openbare zitting op 23 oktober 2025 door de
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, kamer 2SN·
rechter Vonrnsnr
m aanwez1ghe1d van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier /
p 12