Naar hoofdinhoud

ARR:WI 21.HV010

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel 📅 2025-10-23 🌐 FR Vonnis veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

15 Juni 1935, 29 Juni 1964, Strafwetboek, strafwetboek

Volledige tekst

Rolnumm er V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr J Nederlandstahge rechtbank van eerste aanleg Brussel p 2 ---------- In de zaak van het openbaar ministerie (parket )en De Wooninspecteur, handelend in naam van het Vlaams Gewest, met burelen gevestigd te tegen· 1. 2. Eiser In herstel, vertegenwoordigd door meester meester , RRN geboren van Belgische nat1onahte1t ingeschreven te , advocaat te beklaagde , b11gestaan door meester RRN geboren van Belgische nationalite it ingeschreven te beklaagde, btJgestaan door meester advocaat te TENLASTELEGGINGEN , advocaat tE :, loco , advocaat te ,advocaat te en meester Overg De procureur des Konings vervolgt de beklaagden als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek. door de misdaad of het wanbednJf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewe rkt, Op het perceel gelegen te (met 1 woongelegenheid) te , kadastraal gekend als handelshuis bij akte dd. 27 september akte voor notans te door geheelhe1d volle eigendom. Vervolgens werd het ingebracht m de huwgemeenschap en ingevolge een akte van inbreng verleden door notaris november 2007. , aangekocht voorde op 22 A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van woning of woonvorm zonder aan de vereisten eh normen te voldoen m de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 december 2020 door als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een Rolnummer V11fentwintigste kamer Vonnisnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 3 woning of een spec1f1eke woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 Juh 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, nameliJk een woning (lel) die niet conform en omwille van gezondhe1ds- en ve1ligheids ns1co's ook onbewoonbaar 1s te verhuren aar (art 2 § 1, 31°, en 20 § 1 hd 1 Decreet 15 Juh 1997 houdende de Vlaamse Wooncode) Thans strafbaar gesteld onder art 3.34 Vlaamse Codex Wonen B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning ) in de periode van 1 1anuan 2021 tot en met 21 oktober 2022 door als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning , namelijk een woning die niet conform en omwille van gezondhe1ds- en ve1l1gheidsns1co's ook onbewoonbaar 1s te verhuren aan (art 3 34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) Herstelvordering Overwegende dat de beklaagden tevens gedagvaard worden om zich overeenkomstig artikel 3 43- 3 48 Vlaamse Codex Wonen van 2021 te horen veroordelen tot het herstel van de gebreken van de woning, overeenkomstig de herstelvordenng van de woomnspecteur van 17 september 2021 Verbeurdverklaring Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig art. 42, 3° en 43 bis Strafwetboek te horen veroordelen tot de b1J2ondere verbeurdverklaring van een bedrag van 46.038, 73 euro, z1Jnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het m1sdnJf zijn verkregen, die werden berekend als volgt. minimumduur van de verhuur woning van 01/02/2014 tot en met 20/10/2022. (440 euro x 104 maanden)+ (14,6 euro x 19 dagen). Ingeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van op 06 mei 2025, ref 04481 en 04482 PROCEDURE De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats m openbare terechtz1tt lrig. Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 4 De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. ELEMENTEN VAN HET STRAFDOSSIER: 1. Beklaagde Is eigenaar van het onroerend goed gelegen op het perceel ge.legen te , kadastraal gekend als handelshuis (met 1 woongelegenheid) te akte voor notaris te door aangekocht bij akte dd 27 september voor de geheelheid volle eigendom. Vervolgens werd het ingebracht m de huwgemeenschap ingevolge een akte van inbreng verleden door notaris op 22 november 2007 2. Er werd een vooronderzoek gedaan waarin het vermoeden rees dat er inbreuken Zijn op de wooncode . In het pand zIJn er 3 personen ingeschreven op het nummer en 4 personen op het nummer Op 17 augustus 2021 gaat de woonmspectIe ter plaatse en werden door de woon1nspectIe vaststellingen gedaan betreffende dit pand Het pand is een meergezmswoning bestaande uit 6 woningen in gesloten bebouwing, bestaande uit een kelderverdieping, gelijkvloers , eerste verdieping en een tweede verdieping onder een plat dak De bewoners z1Jn niet afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen Er werden gebreken vastgesteld aan het gebouw, zo Is er vochtschade aan de dakkoepel in de trappenhal, de muren zIJn door vocht aangetast De elektric1te1t Is onvoldoende afgeschermd, de plaat van de zekenngskast ontbreekt, er Zijn geen rookmelders, in de kelder Zijn de gasleidingen met voorzien van gele kleur, en is er roest op de waterleidingen. Het gebouw heeft 4 ernstige gebreken in categorie Il en 1 gebrek dat direct gevaar kan betekenen voor de ve1lighe1d en gezondheid . De diverse appartementen worden geinspecteerd md1en mogelijks. Er worden inbreuken vastgesteld die ernstig 2IJn en waardoor deze ongeschikt en onbewoonbaar worden verklaard . In één van de woningen zijn er problemen met de gasaansluiting (geen conforme stopkraan en koppelstukken) Het appartement op de eerste verdieping links heeft 10 ernstige gebreken in categorie Il en 5 gebreken die direct gevaar kunnen betekenen voor de veiligheid en gezondheid 3. Uit nazicht bij de dienst ruimtelijke ordening is gebleken dat de opdeling van het pand niet vergund werd Het huisnummer 311s oorspronkehJk voorzien als handelsruimte en niet als woonfunctie. De raadsman geeft aan dat er reeds voor 1972 5 woonéénheden waren. De gemeente stelt dat er historisch 4 woonappartementen bestaan De handelsruimte zou ook reeds vroeg omgevorm d zijn tot woonéénhe1d De gemeente aanvaardt 5 woonappartementen . Rolnumrner VrJfentwmt ,gste kamer Vonrnsnr / Nederlandst alige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 5 4. Er wordt een herstelvordenng op 17 september 2021 geformuleerd In vergunde toestand zouden de herstelmaatregelen de volgende Zijn• Het uitvoeren van renovatie-, verbeterings-of aanpassingswerkzaamheden (dit 1s het herstel van de conformiteit zoals beschreven in art.1.3 §l,8° van de Vlaamse codex Wonen, waardoor het pand voldoet aan de m1n1male kwa lite itsve re1ste n. Evenwel komt het pand niet in aanmerking voor bovenstaande gelet op de splitsing van het gebouw, en wordt er bijgevolg gevorderd : 5 ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de V.CR.O., ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementa ire bepalingen Uit nazicht in 2022 blijkt dat er nog 6 personen ingeschreven zijn, 3 op het nummer en 3 op het nummer Eerste beklaagde voerde herstellingswerken uit m de loop van 2023, oa een nieuwe dakkoepel, en isolatie, plaatsen van rookmelders (zie mail van 20 februari 2023). 6 Op 20 september 2023 en 22 maart 2024 werd door de woonmspectie vastgesteld dat de herstelvordering nog niet zonder voorwerp 1s geworden . Er zijn wel renovatiewerken aan het pand uitgevoerd. De gemeente gaat uit van S woonappartementen. 7 Op 17 september 2025 wordt een proces-verbaal opgemaakt door de woonmspect1e. Op 30 JUrn 2025 werd de door beklaagde ingediende omgevmgsvergunning geweigerd door de gemeente. BEOORDELING VAN DE STRAFVORDERING 1 Vanaf de mwerkingtredmg van het Opt1malisatiedecreet 1s een nieuwe methode van beoordeling van de woonkwaliteit in voege (mvoegmg van een nieuw derde lid onder artikel 5 §1 Vlaamse Wooncode - art. 3.1. Vlaamse Codex Wonen). De Vlaamse regering hanteert lijsten van mogelijke gebreken die worden onderverdeeld in drie categoneen, volgens de ernst van de gebreken. Met betrekking tot de technische vaststelhngen moet worden verwezen naar het nieuwe Optimalisatiebeslu1t van 24 mei 2019, eveneens opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen en m werking vanaf ljanuari 2021. De strafbaarheid wordt beperkt tot de gebreken van de categorieen Il en 111. De gebreken onder categorie Il 21jn de ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief bemvloeden maar geen direct gevaar vormen voor hun ve1lighe1d of gezondheid, waardoor de wonmg niet in aanmerking zou komen voor bewoning. De gebreken onder categorie 111 zijn ernstige gebreken die mensonwaardige omstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de ve1ltghe1d of de gezondheid van de bewoners, Rolnumme V1Jfentwmbgste kamer Vonnisnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 6 . -----.--------------------- - waardoor de woning niet rn aanmerking komt voor bewoning. B1J het aanvankehJk proces-verbaal werd voor de woonent1te1ten vastgesteld dat de daar vastgestelde gebreken behoren tot de categorieen Il en/of 111, en dienvolgens niet conform de Vlaamse kwahte1tsnormen z1Jn, en zodoende ongeschikte woningen voor bewoning ter beschikking werden gesteld 2. Alle in het gebouw aanwezige woonent1te1ten, ZIJnde kamers, worden verhuurd of ter beschikking gesteld voor bewoning; dit betekent dat de ter beschikking stelling voor bewoning betrekking heeft of kan hebben op alle entiteiten . Alle ent1te1ten die voorwerp z1Jn van de voorliggende feiten voldoen aan de defm1t1e "woning" volgens artikel 1.3 §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen 3. Op basis van de elementen van het strafdossier, waaronder de vaststellingen door de wooninspecteurs, ZIJn de feiten bewezen. Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect ie en de b1Jhorende technische verslagen 1s bewezen dat beklaagde als verhuurder, onderverhuurde r of persoon die een woning ter besch1kkmg stelt, woonentite1ten heeft verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld voor bewoning rn betrokken onroerend goed, die niet voldeden aan de kwahte1tsvere 1sten van het artikel 5 van de Wooncode. Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect1e, de technische verslagen en de actualisering van de vaststellingen en van de herstelvordering is bewezen dat beklaagde in het betrokken onroerend goed woningen/kamers ter beschikking stelde voor bewoning die niet conform en/of overbewoond waren, gelet op de vastgestelde gebreken van de categoneen Il en 111. De vaststellingen van de Wooninspecteur hebben een b1J2ondere bew1Jswaarde; met name gelden ze tot bewijs van het tegendeel, daar deze z11n opgesteld door een opsporingsambtenaa r aan wie door een b1J2ondere strafwet een specifieke opdracht werd verleend met betrekking tot het vaststellen van m1sdnJven zoals in de wet omschreven. Aan het moreel element van het m1sdnJf bestaande m het verhuren, te huur stellen of voor bewoning ter besch1kkmg stellen van een niet-conforme woning is voldaan ook wanneer de dader nalatig of onzorgvuldig 1s geweest of er sprake 1s van een om1ss1e. Beklaagde vertoonde een onmiskenbaar nalatige houding en m1spnJZen voor de naleving van de Vlaamse Codex Wonen Eventuele verklaringen van bewoners dat zij geen klachten hebben kunnen terzake niet dienen als enige rechtvaard igings-of schulduits lu1tmgsgrond ten gunste van beklaagde en kunnen allerminst de obJect1eve vaststellingen ontkrachten. Beklaagde stelt dat ziJ geen toegang had tot het pand en zij geen beheersdaden heeft gesteld. Z11 was niet op de hoogte van de gebreken, ZIJ had hierover geen informatie en zij kon ook niet verhelpen aan enige gebrek. Het koppel 1s sinds 29 april 2022 uit de echt gescheiden. ZiJ legt een stukkenbund lel neer. Beklaagde was mede-eigenaar, ze 1s pas uit de echt gescheiden vanaf 29 april 2022. ZIJ draagde aldus wel degelijk de mede-verantwoordehJkhe1d om woonéénheden te verhuren die niet conform z1Jn. Rolnummer V1Jfentwmtigste kamer Vonntsnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 7 Er werd een nieuwe omgevmgsvergunnmg ingediend. STRAFTOEMETING 1 De feiten zIJn verenigd door een eenheid van opzet en moeten met één straf worden beteugeld overeenkomstig artikel 65, eerste hd, van het Strafwetboek. Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank onder andere rekening met de ernst van de feiten, de maatschappehJke impact van de feiten, het strafrechteliJk verleden van de beklaagde, evenals met de context waarin de feiten werden gepleegd De straf moet ertoe leiden dat beklaagde tot betere inzichten zou komen, en moet een afschrikwek­ kend effect hebben ten opzichte van andere potent1ele daders. 2 De feiten 2IJn ernstig. Het ter beschikking stellen van onaangepaste en/of onbewoonbare woningen kan leiden tot ziekte (b1Jv tengevolge van schimmels) en ongevallen (elektrocutie), en brengt dus de ve1lighe1d en gezondheid van de bewoners in gevaar. Beklaagde had onvoldoende aandacht voor de goede leef-en woonkwaliteit van derden. 3. Beklaagde heeft een gunstig strafregister. Een geldboete met gedeeltelijk uitstel is gepast. Beklaagde werd nog niet veroordeeld voor soortgelijke feiten. Als eigenaar Is ZIJ ook verantwoorde lijk voor het terbeschikkmgste llen van niet conforme woningen. ZIJ maakt het echter aannemelijk dat zij wemIg impact heeft op het beheer van het onroerend goed en dat tracht alles alleen te beheren Een opschorting in hoofde van komt aldus gepast voor. 4. In de gegeven omstandigheden en teneinde beklaagde tot betere inzichten te brengen, Is het gepast om aan beklaagde een geldboete op te leggen zoals hierna bepaald. 5. Het openbaar ministerie vordert schriftehjk de b1JZondere verbeurdverklaring van het vermogensvoordee l dat uit het m1sdnjf werd bekomen, begroot op een bedrag van 46.038,73 euro, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, berekend als volgt: minimumduur van de verhuur woning van 01/02/2014 tot en met 20/10/2022: (440 euro x 104 maanden) + (14,6 euro x 19 dagen). De verbeurdverk laring heeft betrekking op de huurgelden die beklaagde heeft ontvangen terw1JI de woning, die niet voldeed aan de wettelijke kwalite1tsvere1sten, niet mocht verhuurd worden Aangezien een woning of kamer die niet aan de kwaliteitsnormen voldoet niet ter beschikking mag worden gesteld voor bewoning, werd elke vergoeding voor verhuring of ter beschikking stelling onwettig verkregen en dienen deze bedragen te worden verbeurd verklaard. Daar de ontvangen huurgelden vermogensvoordelen zijn die niet m het vermogen van beklaagde Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonrnsnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 8 konden worden teruggevonden, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag als hierna bepaald. Op 17 augustus 2021 werd de beklaagde ervan tn kennis gesteld dat de woonéénheden niet langer mochten worden verhuurd Uit het dossier bltJkt dat de gemeente eerst onderzoek heeft moeten verrichten naar de historische toestand van het pand. Op basis van dat onderzoek werd vastgeste ld dat slechts Vijf woonéénheden vergund Zijn om ter beschikking te worden gesteld. De beklaagde heeft pas op dat moment vernomen dat de zesde woonéénhe1d niet verhuurd mocht worden. Vanaf dan had hij kennis van de onvergunde toestand van het pand De rechtbank beperkt daarom de penode van verbeurdver ldanng tot de termijn van september 2021 tot en met 20 oktober 2022, zijnde een periode van 14 maanden Aan een bedrag van 440 EUR per maand komt dit neer op een totaal van 6 160 EUR. De verbeurdverk laring ten aanzien van beklaagde huurontvangsten heeft ontvangen wordt afgewezen , het bllJkt niet dat ZIJ De verbeurdverklaring van het bedrag ten aanzien van beklaagde onredelijke bestraffing uit. van 6.160 EUR maakt geen WAT BETREFT DE HERSTELVORDERING 1. De herstelvordenng strekt ertoe de overtreder te bevelen: ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de VC R.O., ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond van wettehJke , decretale of reglementa ire bepaltngen De herstelvordering 1s gesteund op bewezen verklaarde misdrijven en 1s ontvankelijk. 2 Overeenkomstig het nieuwe artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen kan de rechtbank naast de straf de overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewomng te beeindigen. De herstelvordering dient gesteund te zijn op de bewezen misdrijven en 1s dan ook beperkt tot het herstel naar een conforme toestand, 1 e een toestand waarbij er geen gebreken meer 211n die ressorteren onder de categoneen Il en 111 (cfr. art. 1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen). Wegens de strafrechtel!Jke schuldigverklaring van beklaagde is hij gehouden tot maatschappel iJk herstel De herstelmaatrege l enn bestaande dat de woningen opnieuw 1n een conforme staat worden gebracht en daartoe de nodige herstellingswerken worden uitgevoerd, kan in voorhggend geval niet worden opgelegd. aanvaardt evenwel de historische s1tuat1e en aldus de opsplitsing m 5 eenheden. Thans 1s de situatie dat er 6 woonéénheden zijn, en moet de beklaagde een vergunning aanvragen om te regulariseren, of te brengen naar die 5 éénheden . De mdeling van het gebouw naar 6 één heden gebeurde aldus zonder voorafgaa ndelijke stedenbouwkund ige vergunning, en er dus sprake 1s van een illegale opdeling in een bijkomende woonentite 1t Rolnummer V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 9 Deze stedenbouwkundige m1sdn1ven werden vastgesteld b1J P.V. , sedertdien heeft nog geen regularisatie van de illegale toestand plaatsgevonden en moet op heden nog steeds vastgesteld worden dat er geen stedenbouwkundige vergunning voorhanden Is voor de opsplitsing van het gebouw, noch voor de bestemm111gsw1)21ging Het opleggen in het kader van een herstelmaatregel van verbouwings- en renovatiewerken om de woning opnieuw rechtsgeldig te kunnen verhuren of voor bewoning ter beschikking te stellen, z.ou dan ook beklaagde ertoe aanzetten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdnJf te plegen, in stand te houden of voort te zetten. Het spreekt vanzelf dat een herstelvordering niet tot het plegen van nieuwe inbreuken dan wel het instandhouden van een illegale toestand mag leiden. De enige mogelijke maatregel die de rechtbank kan opleggen bestaat erin het pand een nieuwe bestemming te geven die in overeenstemming Is met de vergunde stedenbouwkundige toestand, d.w.z. conform de bepalingen van de VCRO, dan wel het pand te slopen, tenzIJ dit verboden Is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. 3. Als hersteltermiJn wordt door de Woon inspecteur 10 maanden vooropgesteld onder verbeurte van een dwangsom van 150 EUR per dag vertraging in de uitvoering van de herstelmaatregel. De rechtbank oordeelt dat een hersteltermijn van 12 maanden in de gegeven omstandigheden overeenstemt met een redelijket1Jd die nodig is om de herstelmaatrege l te realiseren . Beklaagde heeft aldus voldoende t1Jd om een regularisatie aan te vragen. Gelet op de ernst van de inbreuken en het st1lz1tten van beklaagde, dient de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel gekoppeld te worden aan een dwangsom als hierna bepaald, en dient het bevolen herstel uitvoerbaar b1J voorraad te worden verklaard . Krachtens artikelen 3.47 en 3.48 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20 bis §7 en 8 Vlaamse Wooncode) dient eveneens te worden voorzien in de ambtshalve uitvoering door de Wooninspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van ,, voor het geval niet vrijwillig tot uitvoering wordt overgegaan, en dient het College van Burgemeester en Schepenen van gemachtigd te worden om de kosten van de herhuisvesting van de huurders te verhalen op de veroordeelde TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de m1sdnJven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik m gerechtszaken regelen· art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 Juni 1935; art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 50, 65, 66, 100 strafwetboek; art. 3 en 84 van de Hypotheekwet, art. 1, 3, 5, 6 en 8 van de wet van 29 Juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, art. 4 V.TSv alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis Rolnummer V1Jfentwmt 1gste kamer Vonn,snr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 10 De rechtbank : op tegenspraak ten aanzien van Op strafgebied Ten aanzien var Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A en B bewezen Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen A en B. tot een geldboete van 4.000,00 EUR, z1Jnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangernsstraf van 2 maanden . Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 Jaar, doch slechts voor een gedeelte van 2.000,00 EUR, z1Jnde 250,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Verklaart verbeurd in hoofde van beklaagde , bij toepassing van de artikelen 42,3° en 43b1s van het Strafwetboek, de som van 6.160 EUR EUR, b1J equivalent, Veroordeell tot betaling van: -een b1jdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen , ter financ1ermg van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettehJke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor 1und1sche tweede l11nsb1jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 697,97 EUR Ten aanzien van J. Verklaart de tenlasteleggingen A en B lastens • bewezen. Beveelt de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende een termîJn van DRIE JAAR, onder de voorwaarden van de wet betreffende de opschorting , het uitstel en de probatie; Rolnummer V1Jfentwmttgste kamer Vonnisnr / Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 11 Veroordeelt tot betaling van· -een btjdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehJnsb1Jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 697,97 EUR Publicatie Beveelt dat hu1d1g vonnis op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld zal worden op de wijze bepaald m artikel 3.49 van de Vlaamse Codex Wonen en de artikelen 3 en 84 van de Hypo­ theekwet, op kosten van beklaagden, Wat betreft de herstelvordering: Verklaart de herstelvordering van de Vlaamse Woon,nspecteur ontvankelijk en gegrond als volgt: Veroordeelt beklaagden ofwel een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ru1mtehJke Ordening, ofwel het pand te slopen, tenzIJ dit verboden Is op grond van wettelijke, decretale of reglemen­ taire bepalingen; Veroordeelt beklaagder , om dit herstel Uit te voeren binnen een termijn van maximaal twaalf maanden vanaf de betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van 150 EUR per dag vertraging bij niet uitvoering binnen de voormelde termIJn van de hoger vermelde herstelmaatregel, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van 300.000 EUR, Bij gebreke van uitvoering van de voormelde herstelmaatregel binnen de voormelde termijn, machtigt het College van Burgemees ter en Schepenen van en de Wooninspecteur om van rechtswege m de uitvoering van de maatrege l te voorzien, waarvan beklaagden alle kosten moet dragen, Machtigt de Woomnspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van om de kosten van herhuisvesting van de bewoners van de woonentiteiten m het pand te verhalen op beklaagden Op burgerlijk gebied De rechtbank houdt ambtshalve de burgerhJke belangen aan. Rolnummer V1Jfentwmt 1gste kamer Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken m openbare zitting op 23 oktober 2025 door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, kamer 2SN· rechter Vonrnsnr m aanwez1ghe1d van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier / p 12

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot