Naar hoofdinhoud

ARR:WI21.TG034

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Tongeren 📅 2025-10-07 🌐 FR veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

15 Juni 1935, 15 juni 1935, Ger.W., Grondwet, Strafwetboek

Volledige tekst

Rolnumme1 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdelmg Tongeren -Borgloon Sectie correctionee l In de zaak van het openbaar ministerie en BURGERLIJKE PARTIJ(EN) . tegen· De Wooninspecteur van het Vlaams Gewest ingeschreven te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22 burgerl1Jke partij, vertegenwoord igd door meester loco meester , advocaat te BEl<LAAGDE(N) . 1. , RRN geboren van Belgische nat1onahte1t ingeschreven te p 2 :, advocaat te beklaagde, vertegenwoordigd door meester , advocaat te , advocaat te loco meester 2. 3. , RRN geboren van Belgische nat1onahte1t ingeschreven te beklaagde, vertegenwoordigd door meester , advocaat te , RRN geboren te van Bulgaarse nat1onahte 1t , advocaat te loco meester thans zonder gekende woon-of verblijfplaats zowel m Belgie als m het buitenland beklaagde, die verstek laat gaan 1. TENLASTELEGGINGEN Als dader of mededader m de zin van artikel 66 van het strafwetboek, De kadastrale omschn1vmg van het onroerend goed dat het voorwerp van het m1sdn1f ,s, Zijnde. ltggmg. met een oppervlakte van 6a84ca Wijk en nummer van het kadaster: en de eigenaars ervan ge1dent1ficeerd Zijnde als de huwgemeenschap dte de eigendomstitel hebben verkregen mgevolge akte dd 26 september 2022 verleden door notans te A. Als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een woning of een specifieke woonvorm , als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode , die niet voldoet aan de vereisten en normen, 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 3 vastgesteld met toepassing van artikel 5 van voornoemd Decreet, rechtstre eks of via tussenpersoon, te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewonin g, met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt. {art. 2 § 1, 31 •, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 JUii 1997 houdende de Vlaamse Wooncode) (art 20 § 1 lid 3, 1° Decreet 15 juh 1997 houdende de Vlaamse Wooncode) (De feiten vanaf 1 Januari 2021 nog steeds strafbaar gesteld ingevolge inbreuk op artikel 3.34 en 3 36 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, door als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning ) 1) Te :. in de periode van 1 1uni 2021 tot en met 14 december 2021 door 2) Te door • m de periode van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 , tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42, 3° en/of 43 bis van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de b1J2ondere verbeurdverklaring van een bedrag van 16.000,00 EUR, {huur van 1.000,00 EUR/maandelijks van 1 september 2020 tot 14 december 2021),zijnde de op grond van de weerhouden feiten geraamde opbrengst van de vervolgde m1sdriJven tevens gedagvaar d teneinde zich overeenko mstig art. 42, 3° en/of 43 bis van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van 1 750,00 EUR, (gemiddelde huur van 150,00 EUR/maandelijks van minstens 1 Juni 2021 tot 14 december 2021),zijnde de op grond van de weerhouden feiten geraamde opbrengst van de vervolgde misdrijven. Tevens gedagvaard om zich te horen veroordelen tot uitvoering van de herstelvorde ring van de Gewestelijke Wooninspecteur, waar b1J zitting van 8 februari 2022 het College van Burgemeester en Schepenen te zich heeft aangesloten {stukken 2 en 3 van het dossier), om binnen de 10 maanden, onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag m geval van niet-u1tvoermg, waarbij overeenkomstig artikel 3.47., hd 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, de Woonmspecteur en/of het College van Burgemeester en Schepenen van Genk, op kosten van de overtreder, ambtshalve in de uitvoering van de herstelmaatr egel kunnen voorzien voor het geval dat deze door beklaagde niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd. Tevens, overeenkomstig artikel 3 48, hd 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, dat de Wooninspecteur en/of het College van Burgemeester en Schepenen van gemachtigd worden eventuele kosten van herhuisvesting van de bewoners(s) van een niet-conforme wonmg m het betreffende pand, terug te vorderen van beklaagde. OVERSCHRIJVING DAGVAARDING TER KANTOOR VAN DE ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE PA­ TRIMONIUMDOCUMENTATIE De aandacht van de gerechtsdeurwaarder, met de betekening gelast, dient erop gevestigd te worden dat deze dagvaarding conform artikel 3.49§1 Vlaamse Codex Wonen van 2021 (voorheen artikel 20ter Woondecreet), door zijn zorgen aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de ligging van het onroerend goed dient te worden aangeboden teneinde overschrijving . Het bewijs van de overschrijving en de kantmelding dient samen met de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder gevoegd te worden aan het strafdossier Rolnumme, 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel 2. PROCEDURE De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting De rechtspleging verliep m de Nederlandse taal. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partIJen. Beklaagde Is niet verschenen hoewel hij rechtsgeldig werd gedagvaard 3. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 3.1. Voorafgaand 1. p 4 De rechtbank stelt vast dat uit de vermelding op het ongmeel van de dagvaarding is gebleken dat deze werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid op 28 oktober 2024 onder de referte Ref • Er Is aldus voldaan aan de bepalingen uit artikel 3.49 van de Vlaamse Codex Wonen, zodat de strafvordering ontvankehJk is 2. De ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging A2 dateren deels van vóór de mwerkingtredmg van de Vlaamse Codex Wonen 2021 op 1 Januari 2021 en waren voorheen strafbaar onder het artikel 20 §1 hd 1 van het decreet van 15 JUii 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. De actualisering van de omschriJvmg van de tenlastelegging werd door het openbaar ministerie reeds doorgevoerd in de rechtstreekse dagvaarding. Als de wet tussen het t1Jdst1p van de ten laste gelegde feiten en de dag van de uitspraak gew1Jz1gd Is, blijven de ten laste gelegde feiten steeds omschreven volgens de strafwet die van toepassing was op het t1Jdst1p van de feiten De rechtbank moet m dat geval nagaan of de ten laste gelegde misdrijven ononderb roken en op dezelfde wIJze strafbaar zIJn gebleven. Bovendien moet de rechtbank, als de straf, ten t1Jde van haar beslissing bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het m1sdriJf was bepaald, overeenkomst ig artikel 2, lid 2 van het Strafwetboek de minst zware straf toepassen. De rechtbank stelt vast dat de straf die destijds van toepassing was op de aan beklaagde ten laste gelegde feiten onder de nieuwe wetgeving niet werd gew1J21gd. Evenwel Is er een wI1zIg1ng gekomen in de strafbaarstelling. Waar er onder gelding van artikel 20, §1, van de Vlaamse Wooncode een m1sdnJf was zodra de verhuurde woning niet voldeed aan één van de door de regelgever vastgelegde woonkwa lite1tsvere1sten, Is het nu noodzakehJk vast te stellen dat de verhuurde woning 'niet-conform ' of 'overbewoond' Is Er Is sprake van een 'conforme woning' en 'conformitei t' indien de woning geen gebreken vertoont die worden vermeld m artikel 3.1, §1, derde lid, 2° en 3°, van de Vlaamse Codex Wonen (artikel 1, §1, 7° en 8°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021). Er Is sprake van een overbewoonde woning indien er een overschnJding Is van de bezettingsnorm (vastgeste ld met toepassing van artikel 3 1, § 1, vierde hd, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021), die een ve1hghe1ds- of gezondhe1dsns1co of mensonwaard ige levensomstand igheden veroorzaakt (artikel 1, §1, 37°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021). Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p s Uit de nieuwe bepalingen vloeit voort dat er een m1sdriJf aanwezig Is wanneer een woning wordt verhuurd (of te huur of ter beschikking wordt gesteld) terw1JI die woning gebreken vertoont die werden gecatalogeerd als gebreken van categorie Il of 111. Onder de oude regeling ontstond reeds strafbaarheid zodra een woonkwah te1tsnorm niet vervu Id was, wat met andere woorden dus sneller een strafrechtelijk sanct1oneerbare handeling tot gevolg had. De rechtbank zal de ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging A2 dan ook zowel wat betreft de strafbaarstelling als wat betreft de daarop gestelde straffen beoordelen onder het hu1d1ge artikel 3 34 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 3.2. Verbetering materiële vergissing Uit de omschnJving m de dagvaarding bliJkt dat beklaagden onder de tenlastelegging Al worden vervolgd met de volgende plaats-en tijdsbepaling· m de penode van 1 Juni 2021 tot en met 14 december 2021 1) Te Beklaagde wordt onder de tenlastelegging A2 vervolgd met plaats-en tijdsbepaling . 2) Te ~ in de penode van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 De geincnmineerde periode verwIJst evident naar de periode waarbinnen het pand door de respectievehJke beklaagden werd verhuurd Uit de gegeven van het strafdossier bliJkt dat beklaagder de woning vanaf 1 september 2020 verhuurden aan beklaagde en dat h1J vervolgens de woning vanaf 1 JU ni 2021 heeft onderverhuurd aan Bulgaarse onderdanen. Het Is aldus beklaagde 14 december 2021 en beklaagden 2020 tot en met 14 december 2021. die vervolgd wordt voor de periode van 1 Juni 2021 tot en met voor de periode van 1 september De beklaagden werden onderling e1genhJk verwisseld zodat een foutieve t1Jdspeno de werd verbonden aan de betrokken tenlasteleggingen Het betreft duidelijk een materiele vergissing, die dient te worden verbeterd als volgt : "A ( .) 1) Te m de penode van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 door 2) Te door m de periode van 1 jun, 2021 tot en met 14 december 2021 Deze verbetering wI1zIgt de b1J deze rechtbank aanhangige feiten niet Rolnumme1 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdelrng Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 6 3.3. Beoordeling van de schuld: 1 Beklaagden worden onder de verbeterde tenlastelegging Al vervolgd voor het verhuren van een niet conforme of overbewoonde woning en dit te in de periode van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 Op de zitting van 9 september 2025 en in de namens hen neergelegde conclusie betwistten zij de hen ten laste gelegde feiten en verzochten ZIJ om hiervoor te worden vnJgesproken Beklaagde wordt onder de verbeterde tenlastelegging A2 vervolgd voor het verhuren van een niet conforme of overbewoonde woning en dit te in de periode van 1 Juni 2021 tot en met 14 december 2021. 2. De rechtbank is van oordeel dat de aan beklaagden ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging Al en de aan beklaagde ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging A2 bewezen Zijn op basis van resultaten van het vooronderzoek en het ter zitting gevoerde onderzoek. Inzonderheid verw11st de rechtbank naar: de fe1tehJke en technische vaststelhngen van de wooninspecteur op 14 december 2021, waaruit bhjkt dat beklaagden te , een kamerwoning verhuurden Uit het verslag bliJkt dat het gebouw en de kamers niet voldeden aan de elementaire ve1l1gheids-, gezondhe1ds -en woonkwa l1te1tsvere1sten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen 2021, het fotodoss1er van de woonmspecteur en de overige door deze gevoegde stukken, de vaststellingen van de verbalisant ru1mtehJke ordening op 14 december 2021, de vaststellingen van de politie op 14 december 2021, zoals beschreven in het aanvankehJk P.V. en het door de politie opgestelde fotodossier, het verslag van de brandweennspect1e, de vaststelling dat beklaagder op bewoning aan beklaagde strafdossier gevoegde huurovereenkomst, het pand verhuurden met het oog en diens broer zoals bhJkt uit de de aan het de vaststelling dat de kamers in de wonmg door beklaagde verder werden verhuurd aan Bulgaarse onderdanen met het oog op bewoning, zoals onder meer blijkt uit de verklaringen van huurders aan de politie, de verklaring van beklaagde b1J de pol1t1e op 11 december 2020, m die zin dat htJ er kende dat h IJ toegaf dat er gebreken waren aan de woning waarvan h1J stelde dat hem dit nooit werd gemeld of hiervan niet op de hoogte was, het besluit van het college van burgemeester en schepenen van van 10 februari 2022 waann de kamers ongeschikt en onbewoonbaar werd verklaard; de verklaring van beklaagde bij de poht1e op 21 februari 2022; en tot slot de verklaring var b1J de politie op 11 oktober 2022. Rolnummer l rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 7 -·· ---------------------------- 3 3.1. Het staat op baSIS van de hoger beschreven obJect1eve onderzoeksresu ltaten boven elke redehJke twijfel vast dat beklaagden een niet conforme woning hebben verhuurd aan beklaagde en zIJn broer met het oog op bewoning. Het staat eveneens boven elke redehJke tw1Jfel vast dat beklaagde een kamerwoning heeft verhuurd aan Bulgaarse onderdanen eveneens met het oog op bewoning. Dat de (kamer)woningen niet conform waren in de zm van de Vlaamse Codex Wonen bhJkt onmiskenbaar uit de vaststellingen van de woonmspecteur op 14 december 2021 De rechtbank verwIJst hiervoor naar de vaststellingen van de wooninspecteu r en het naar aanleiding van deze vaststellingen opgestelde technisch verslag en het hiervan aangelegde fotodoss1e r. Uit het verslag bliJkt dat aan het gebouw op zich reeds één ernstig gebrek in de categorie Il en één gebrek met een direct gevaar voor de ve1hghe1d of gezondheid of mensonwaard ige levensomstandigheden veroorzaken . Het technisch verslag vermeldt een risico op elektrocutie/ontploffing of brand gelet op het onvoldoende afdekken van elektriciteitsdraden, alsook was een 4-pits gaskomfoor aangesloten met een foutieve gasslang. Vermits de gebreken aan het gebouw zelf zich uitstrekken over alle woonent1 teiten wordt per defin1t1e voor alle kamerwoningen reeds een advies gegeven tot ongeschiktheid en onbewoonbaarhe id. Ten overvloede vertoonden alle onderzochte kamers afzonderliJk telkens zelf nog meerdere gebreken van categorie Il en categorie 111. Zo was er op meerdere kamers gevaar voor elektrocutie wegens loshangende elektric1te1tsdraden en beschikte geen enkele kamer over een rookmelder. In de kelder van de woning werd een verwarmingskete l op gas geinstalleerd zonder dat er een onafslu1tbaar verluchtingsroos ter aanwezig was, wat leidt tot een verhoogd risico op CO-vergiftiging Uit het verslag van de brandweerins pectie van 23 december 2022 bhJkt dat het pand niet voldeed, met ernstige ve1lighe1dsrisico's voor de bewoners omdat er geen keuringen van elektrische installatie waren, er geen tweede vluchtmogehJkhe1d was, er geen branddetectiesysteem was, de keuken niet gecompartimenteerd was en tot slot de gebruikte bekledingsmaterialen in de vluchtwegen een vlotte evacuatie zouden verhinderen. Op 10 februari 2022 werden de kamers in het pand ongeschikt en onbewoon baar verklaard door de burgemeester van De niet conforme toestand van de woning staat dan ook op voldoende wIJze vast, daarbij eveneens rekening houdend met de nieuwe strafbaars telling uit artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen voor wat betreft de gebreken voor 1 Januari 2021 3.2 Deze niet-conforme toestand bestond reeds vanaf het ogenblik dat de woning werd verhuurd aan beklaagde op 1 september 2020. Uit de vaststellingen van de woon inspecteur en het fotodoss1er blijkt dat de vastgestelde gebreken op Rol nummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdehng Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 8 14 december 2021 aan het gebouw en de woonentIteIten ernstig waren en er niet zomaar van de ene op de andere dag zIJn gekomen. De vastgestelde gebreken zIJn niet van toevallige aard, zodat mag worden aangenomen dat deze reeds eerder aanwezig waren Er mag dan ook met zekerheid worden aangenomen dat de niet conform1te1t van de woning reeds bestond op het ogenblik dat het pand werd verhuurd aan beklaagde ', Zijnde aldus vanaf 1 september 2020 Beklaagde verklaarde overigens dat ziJ het pand begin 2020 met hun gezin hadden verlaten nadien in maart 2020 werd ook de doktersprakt1Jk verhuisd Beklaagde betrof de eerste huurder en er werd du1deliJk niets aan de woning gedaan voorafgaande lijk aan de verhuur Evenmin werd een conformiteitsattest aangevraagd. Wat de herstellingen betrof, verklaarde ZIJ dat de huurders behendig waren en er een akkoord was dat ZIJ kleine herstellingen zelf mochten uitvoeren, wat er eveneens op WIJSt dat het pand niet conform werd gemaakt vooraleer het verhuurd werd. 3.3. De vaststellingen van de woonmspecteur en de niet conforme toestand van de woning op het ogenblik van deze vaststellingen werden tot slot niet betwist Bovendien genieten de vaststellingen van de wooninspecteur b1Jzondere bew11swaarde en leveren de beklaagden geen bewijs van het tegendeel 3 4. Het bliJkt daarnaast eveneens duidelijk uit de huurovereenkomst, de verklaringen van de huurders, de verklaring van en beklaagde dat de (kamer)woningen gedurende de geincnmineerde periode werden verhuurd met het oog op bewoning, wat overigens evenmin wordt betwist. 3.5 Samengevat bhJkt dan ook uit de voorliggende onderzoeksresultaten dat beklaagden van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 en beklaagde van 1 Juni 2021 tot en met 14 december 2021 een niet conforme woning hebben verhuurd met het oog op bewoning, waardoor het materieel element van het m1sdriJf als bewezen voorkomt. 4 4.1. Beklaagden stellen in de namens hen neergelegde conclusie dat ZIJ niet betrokken zIJn geweest b1J de verhuur van de kamers aan de Bulgaren en zij heer geen kennis van hadden, noch toestemming voor hebben gegeven. Hun contractuele relatie werd enkel aangegaan met ', reden waarom ZIJ verzoeken om te worden vnJgesproken. Het staat niet ter discussie dat de woning sedert 1 september 2020 door hen aan beklaagde werd verhuurd, noch dat deze huur werd aangegaan met het oog op bewoning Hoger werd ook reeds aangehaald dat de niet conforme toestand van de woning reeds bestond b1J aanvang van de verhuur aan beklaagde 1• De volledige verdediging en argumentatie van de beklaagden Is gebaseerd op het onderverhuren van de kamerwonmgen aan de Bulgaarse seizoensarbe iders, waarvan ZIJ stellen niet betrokken te zIJn geweest b1J deze verhuur, hiervan niets geweten te hebben, en dus evenmin op strafbare wIJze aan te hebben deelgenomen. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correct1oneel p 9 Beklaagden gaan echter volledig voorb1J aan het feit dat ook de hoofdhuur die door hen werd afgesloten met beklaagde vanaf 1 september 2020 het strafbaar feit van 'krotverhuur' uitmaakt. Z1J verhuurden immers in eerste instantie zelf het niet conforme pand met het oog op bewoning Deze huurovereenkomst bestond nog steeds op het ogenblik van de vaststellingen van op 14 december 2021 vermits beklaagde in de woning werd aangetroffen Het Is dan ook zelfs irrelevant of beklaagden al dan niet betrokken waren b1J de onderverhuur aan de Bulgaarse onderdanen, en of ZIJ hiervan afwisten of op strafbare wIJze aan hebben deelgenomen. 4.2. Ten overvloede is de rechtbank van oordeel dat uit de gegevens van het strafdossier wel degehJk naar voren komt dat ZIJ op de hoogte waren dat beklaagde het pand verder had onderver huurd aan meerdere personen die aldaar tegelijkertijd verbleven en ZIJ dit hebben toegestaan . Uit de verklaring van blijkt dat de door beklaagde overgemaa kte bovendien erg huurovereenkomst pas na de controle werd opgesteld. Deze overeenkomst zelf Is onprofessioneel opgesteld nu ZIJ zelfs de namen van de verhuurders niet vermeldt. Deze huurovereenkoms t werd du1deliJk opgesteld om de verklaring van beklaagde geloofwaardig te maken. Bovendien bliJkt uit diezelfde verklaring van beklaagde dat ZIJ wel degelijk op de hoogte was van het feit dat er meerdere gezinnen in het pand verbleven. Zo verklaarde zij aan de politie wel vaker in de Stalenstraat te zIJn gepasseerd maar zou zich nooit vergewist hebben van de woning. Z1J verklaarde van de mama gehoord te hebben dat 'de gezinnen' werk zouden hebben en dat de kinderen ingeschreven waren in de school ZIJ verklaarde eveneens aan de 'bewoners' gevraagd te hebben om de voortuin op te ruimen omdat deze begon te verwilderen. ZIJ verklaarde eveneens de Bulgaarse ident1te1tsdocumen ten te hebben gezien en dat ZIJ met hen naar het stadhuis was gegaan om hen te laten inschniven ZIJ fungeerde daar als tolk. De huur werd cash aan haar betaald ZIJ verklaarde dat de bewoners behendige mensen waren en in overleg kleine herstellingen mochten uitvoeren . Ook beklaagde was volgens haar verklaring in de woning geweest omdat er een probleem was met de druk van de verwarming HIJ zou getoond hebben hoe dit moest worden verholpen. Op 23 december 2021 was ZIJ samen met de moeder van inspectie door de brandweer De moeder van beklaagde mensen te vertegenwoo rdigen. beklaagde aanwezig voor de was aanwezig om de Bulgaarse Het Is aldus duidellJk dat beklaagden ervan op de hoogte waren dat er meerder personen verbleven in het pand, wat ZIJ hebben toegestaan Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Lrmburg, afdelrng Tongeren-Borgloon Sectre correctioneel p 10 5 5 1. Het staat vast dat zowel beklaagden in de verhuur aan beklaagde als beklaagde in de onderverhuur aan de Bulgaarse personen, op de hoogte waren van de niet conforme staat van de woning Beklaagde verklaarde dat ZIJ niets meer hadden gedaan aan het pand nadat zij verhuisd waren naar een andere woning Er werd dus geen enkel initiatief genomen om de woning conform te maken voor verhuur Z1J verklaarde ook meermaals dat zowel ZIJ als beklaagde het te druk hadden met hun beroep als arts en geen tiJd hadden om veel met de woning bezig te z1Jn. Beklaagde was uiteraard eveneens op de hoogte van de niet conforme staat van het pand aangezien h1J er zelf ook verbleef. Uit het bovenstaande bl1Jkt du1dehJk een wetens en willens handelen van beklaagden '. ZIJ hadden kennis van het gegeven dat de woning niet voldeed aan de woningkwa liteitsvere1sten en deze woningen niet mochten worden verhuurd met het oog op bewoning Ondanks deze kennis werden de woningen toch verder verhuurd, waaruit een du1deliJke wil 1s gebleken om deze niet conforme woning te verhuren. Beklaagden handelden tot slot bewust en uit vnJe wil. 5 2 Wat betreft het moreel element van het m1sdnJf 1s bovendien minstens onachtzaamhe id vereist, maar dit volstaat. Dit betekent dat de verhuurde r een gebrek aan voorz1cht1g heid of voorzorg kan worden verweten zonder dat vereist 1s dat h1J wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd Beklaagden konden en moesten zich minstens vergewissen van de staat van de door hen verhuurde woning. Het gebrek aan voorzorg of voorzichtig heid bestaat hierin dat de beklaagden hebben nagelaten te controleren of de woningen wel aan de woningkwahte1tsnormen voldeden en of zij wel verhuurd mochten worden. Het 1s pas nadat de vaststellingen werden verricht dat er in1t1at1even werden genomen met het oog op herstel. In zover beklaagden voorhouden dat ziJ niet op de hoogte waren van de onregelmat igheden nu deze zouden z11n veroorzaak t door de huurders, 1s dat dan ook enkel aan hun eigen tekortkoming en te wiJten en is hun beweerde dwaling niet onoverwinneliJk of verschoonbaar Beklaagde verklaarde overigens dat ZIJ regelmatig aan het pand passeerde. Er is in hoofde van beklaagden onachtzaamheid dan ook minstens sprake van Uit wat voorafgaat blijkt dat ook het moreel element van het m1sdnJf bewezen 1s. 5. Alle wettelijk vereiste const1tut1eve bestanddelen van het onder de tenlastelegging beoogde m1sdn1f van de tenlastelegging Al, zijn bewezen lastens beklaagden ZIJ worden dan ook beiden schuldig verklaard aan de hen ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging Al zoals verbeterd. Rolnumm er 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdehng Tongeren -Borgloon Sectie correctionee l p 11 Er zIJn geen aanwIJ2ingen dat de herstelvorderen de overheid de beginselen van behoorhJk bestuur niet zou hebben nageleefd in haar optreden naar de beklaagden, zoals door beklaagden wordt voorgehouden in hun conclusie Alle wettehJk vereiste const1tutIeve bestandde len van het onder de tenlastelegging beoogde m1sdnJf van de tenlastelegging A2, zIJn bewezen lastens beklaagde '· HIJ wordt dan ook schuldig verklaard aan de hem ten laste gelegde feiten van de tenlastelegging A2 zoals verbeterd . 3.4. Straftoemeting 1. Beklaagden vroegen om hen de opschorting van de uitspraak van de veroordeling toe te kennen. De opschorting is een buitengewone gunst met een u1tzonderliJk karakter Het toekenne n van een opschorting heeft als bedoeling de reclassering van de veroordeelde te bevorderen of zIJn declassering te voorkomen. De rechtbank Is van oordeel dat de feiten te ernstig ziJn om voor een opschorting in aanmerking te komen Beklaagden tonen ook niet aan dat een veroordeling, zoals hierna bepaald, hun reclassering buiten proportie m het gedrang zou brengen. 2. De bewezen verklaarde tenlasteleggingen Al en A2 ziJn ernstig, laakbaar en maatschappeliJk onaanvaardbaar en geven blijk van een gebrek aan respect voor andermans welzijn, ve1hghe1d en gezondheid BIJ het bepalen van de strafmaat die aan beklaagden wordt opgelegd houdt de rechtbank rekening met de laakbaarheid van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst en het maatschappelijk nadeel ervan, de omstandigheden waarin deze werden gepleegd, hun leeftlJd, hun persoonlijkheid, zoals die bhJkt uit de gegevens van het strafdossier, de behandeling op de zitting van 9 septembe r 2025 en het strafrechte liJk verleden BhJkens het meest recente uittreksel uit het strafregister werd beklaagde veroordeeld door de politierechtbank uit hoofde van een verkeersmbreuk Beklaagden beschikken beiden nog over een blanco strafregister Een werkstraf werd niet gevraagd door beklaagden toepassing hiervan niet werd overwogen. De hierna bepaalde gevangenisstraf en geldboete wordt aan beklaagden éénmaal , zodat de opgelegd. Deze bestraffingen dienen hen het ontoelaatbare van hun handelen te doen inzien, alsook nieuwe strafbare feiten in de toekomst te verm1Jden. De omvang van deze gevangen isstraf en geldboete Is aangepast aan de aard en de ernst van de feiten en de persoonlijkheid van beklaagden. De omvang van de vervangende gevangenisstraf Is aangepas t aan de omvang van de geldboete. Rolnummer l rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 12 Het strafregister van beklaagden uitstel toe. laat het opleggen van een straf met Zij beschikken nog over een blanco strafregister Met het oog op de kans op verbetering en maatschappelijke integratie van beklaagden , verleent de rechtbank uitstel van tenuitvoe rlegging voor het hierna bepaalde gedeelte van de gevangenisstraf en geldboete. Om de preventieve werking van het uitstel voldoende lang te laten duren, wordt het uitstel opgelegd voor een proefperiode van v1Jf Jaar voor de gevangenisstraf en drie jaar voor de geldboete. Het uitstel van tenuitvoerlegging dient beklaagden ertoe te bewegen in de toekomst de wet stipt na te leven, nu bij een nieuwe veroordeling binnen de proefterm1Jn het verleende uitstel verloren kan gaan Het verlenen van een ruimer uitstel van tenuitvoerlegging voor de aan beklaagde opgelegde geldboete zou hen onvoldoende bewust maken van de aard en de ernst van de feiten, alsook zou dit een onvoldoende krachtig maatschappelijk signaal betreffen BeklaagdE het verstek gaan, zodat de rechtbank niet kon peilen naar z1Jn houding, hu1d1ge levensw1J2e, persoonliJke s1tuat1e en intenties 3. Het Openbaar Ministerie vorderde schnftehjk de verbeurdverklaring van illegale vermogensvoorde len Rekening houdend met de aard en de gevolgen van de bewezen verklaarde feiten, 1s rechtbank van oordeel dat het illegaal vermogensvoordeel inderdaad moet worden verbeurd verklaard Het is onaanvaardbaar dat beklaagden in het bezit zou bhjven van de opbrengsten van illegale activ1te1ten De dit dossier gegenereerde illegale vermogensvoordelen betreffen de huurgelden die werden gemd lopende de bewezen periode waarin een niet conforme woning werd verhuurd. De berekening zoals doorgevoerd in de schriftelijke nota van het openbaar mm1stene wordt door de rechtbank aanvaard nu deze steun vmdt in de gegevens van het strafdossier Uit de gegevens van het strafdossier bliJkt dat beklaagden voor de huur aan beklaagde in totaal een bedrag van 16.000,00 euro aan huurgelden hebben geind Beklaagde inde voor de huur aan de Bulgaren een totaal bedrag van 6.750,00 euro aan huurgelden, waarvan hij zelf een bedrag van 5 000,00 euro heeft afgedragen aan beklaagden Derhalve wordt lastens beklaagde r een bedrag van 16.000,00 euro verbeurd verklaard, te verdelen onder hen elk voor de helft. Aangezien het bedrag niet meer m het vermogen van de beklaagden kon worden aangetroffen wordt dit verbeurd verklaard bij equivalent lastens beklaagde wordt een bedrag van 1 750,00 euro b1J equivalent verbeurd verklaard vermits het bedrag niet meer in het vermogen van de beklaagde kon worden aangetrnffen 4 Deze bestraffing geeft op voldoende wijze uiting aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdelrng Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 13 overtreding van de strafwet, bevordert het herstel van het maatschappehj k evenwicht en het herstel van de door het m1sdnJf veroorzaakte schade, alsook wordt hiermee het bevorderen van de maatschappeliJke rehab1htat1e en re-integratie van de dader bevorderd, zodat deze bestraffing het best beantwoordt aan de doeleinden van de straf zoals bepaald in artikel 7, §2 van het Strafwetboek Deze bestraffing 1s tot slot proportioneel met het bewezen verklaarde m1sdnjf en veroorzaakt geen ongewenste neveneffecten ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving. 4. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt de burgerl11ke belangen ambtshalve aan overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 V.T. Sv. S. HERSTELVORDERING De herstelvordenng werd ingeleid bij het openbaar min1stene op 24 Januari 2022 De herstelvordenng 1s ontvankelijk Het college van burgemeeste r en schepenen heeft zich bij deze herstelvordering aangesloten zoals beslist in de zitting van 8 februari 2022 De herstelvordenng strekt ertoe om aan beklaagden het bevel te geven tot herbestemming van het pand volgens de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hetz1J de woning te slopen, tenz1J de sloop verboden zou z11n op grond van wettehjke, decretale of reglementa ire bepalingen en dit binnen een termijn van tien maanden vanaf heden en onder verbeurte van een dwangsom van € 150,00 per dag vertraging volgend op het verstnJken van deze hersteltermijn. Tevens vordert de wooninspecteur : om te zeggen voor recht dat de termijn van herstel niet dient te worden beschouwd als een termijn van verbeurdverklaring van de dwangsom en er geen aanleiding bestaat tot het opleg­ gen van een dwangsomtermijn 1n de zin van art. 1385b1s, 4de lid Ger.W., -machtiging van hemzelf evenals het college van burgemeester en schepenen om, b1J gebreke aan u1tvoenng door de overtreders zelf, ambtshalve in de uitvoering van het opgelegde herstel te mogen voorzien; machtiging om de kosten van herhuisvesting, bedoeld in art. 3.33 van de Vlaamse Codex Wo­ nen te verhalen op de veroordeelden, -om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren De herstelvordering strekt ertoe om de onrechtmatige toestand ingevolge het bewezen verklaard misdrijf te doen verdwijnen en 1s noodzakelijk om de gevolgen van dit m1sdnJf ongedaan te ma ken. Zij behoort tot de strafvordering in ruime zin, maar 1s niettemin als bijzondere vorm van teruggave een maatregel van burgerl11ke aard. Krachtens de art 44 Sw. en 161 en 189 Sv. dient de teruggave verplicht te worden uitgesproken. Een veroordeelde mag niet in het voordeel van het bewezen verklaard m1sdriJf bhJven. De rechtbank dient de interne en externe wett1ghe1d van de herstelmaatregel te toetsen en in het bijzonder na te gaan of de voordelen die deze maatregel voor de woonkwa liteit oplevert wel in verhouding staan tot de last die ze voor de overtreder veroorzaken. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 14 Na de irntiele herstelvordering werd inmiddels de bestemming van het pand opnieuw gew1JZ1gd naar ééngezinswoning Uit de conclusie van de Wooninspecteur bliJkt dat thans niet langer de herbestemming of het slopen wordt gevorderd, maar wel het integrale herstel van alle gebreken om terug aan de woonkwalite1tse1sen te voldoen nu het pand in aanmerking komt voor renovatie-, verbeterings- , of aanpassingswerken Tot op heden ligt geen P.V. van herstel voor, noch leveren de beklaagden het tegenbew1Js waaruit zou bhJken dat de herstelvordenng inmiddels werd uitgevoerd De gevorderde herstelmaatrege l 1s niet kennelijk onredelijk of d1sproport1onee l in het licht van het nagestreefde doel van de decreetgever, met name het Grondwettelijk recht op een behoorhJke huisvesting Het bhJkt niet dat de herstelmaatrege l onevenred ig 1s in verhouding tot de elementaire gezondhe1ds, veilighe1ds-, en woonkwahte1tse 1sen noch brengt de uitvoering van deze herstelmaatregel een buitensporig nadeel of last met zich mee voor de beklaagden. De voordelen die deze maatregel voor de woonkwaliteit oplevert herstelmaatregel z1Jn niet onevenredig staan in verhouding met de voor beklaagden veroorzaak te last Er z11n geen aanw1J2ingen dat de herstelvorderende overheid de beginselen van behoorlijk bestuur niet zou hebben nageleefd in haar optreden naar de beklaagden, noch heeft de herstelvord ering in deze concrete omstandigheden een purnt1ef karakter, zoals door beklaagden wordt voorgehouden in hun conclusie Derhalve wordt de herstelvorder ing ingew1ll1gd De term1Jn voor het uitvoeren van de herstelmaatregelen dient, gelet op de aard en de omvang ervan, te worden bepaald op tien maanden vanaf het in kracht van gew1Jsde treden van hu1d1g vonnis. Tevens 1s het gepast om een dwangsom op te leggen, nu de veroordeelden tot op heden niet het bew1Js levert dat hiJ vriJw1lhg 1s overgegaan tot het integraal herstel, wel integendeel Uit de twee navolgende controles bhJkt dat nog steeds niet aan de herstelvordenng werd voldaan. De laatste controle dateert reeds van 2 Jaar geleden waaruit blijkt dat sedertdien niets meer werd ondernomen. Het bedrag van de dwangsom dient bepaald te worden op € 150,00 per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatrege len. Deze dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na het verstrijken van de hoger vermelde hersteltermijn, in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend Dit houdt concreet in dat er geen dwangsomtermtJn wordt toegestaan . Verder dienen btJ toepassing van art 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen te worden gemachtigd om ambtshalve in de uitvoering van het opgelegde herstel te voorzien btJ gebreke aan uitvoering door de veroordeelde en dit op z1Jn kosten 81J toepassing van art 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen dienen de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te worden gemachtigd om de kosten, vermeld in art. 3.33 van de Vlaamse Codex Wonen te verhalen op de veroordeelde overtreder . Tevens gaat de rechtbank in op de vordering van de wooninspecteur om het vonnis uitvoerbaar te verklaren b1J voorraad en dit gelet op de ernst en de omvang van de gebreken die een snelle wtvoering noodzakeh Jk maakt Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren -Borgloon Sectie correctioneel p 15 6. TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de m1sdnJven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen. art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935; art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43b1s, 44, 45, 50, 66, 84 strafwetboek art. 4 V.T. Sv art. 186 Sv alsook de wetsbepa lingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis UITSPRAAK: De rechtbank bes hst OP TEGENSPRAAK ten aanzien var STEK ten aanzien van Verbetert de matenele vergissing in de tenlastelegging als volgt· "A (. ) 1) T€ ; ,n de periode van 1 september 2020 tot en met 14 december 2021 door 2) Te ,n de periode van 11um 2021 tot en met 14 december 2021 door OP STRAFGEBIED Ten aanzien van • eerste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegg ing Al zoals verbeterd bewezen. Veroordeelt voor de tenlastelegging Al zoals verbeterd· en OP VER- tot een gevangenisstraf van 1 jaar en tot een geldboete van 16000,00 EUR, zijnde 2000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wetteliJke termijn door een gevangenisstraf van 90 dagen. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de gevangenisstraf voor een term1Jn van 5 Jaar en wat betreft deze geldboete voor een term1Jn van 3 Jaar, doch slechts voor een gedeelte van 8000,00 EUR, z1Jnde 1000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw. de vermogensvoorde len voor een bedrag van 8.000,00 euro per equivalent . Veroordeelt tot betaling van· -een b1Jdrage van 1 maal 200,00 EUR, ziJnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctionee l p 16 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzette hJke gewelddaden en de occasionele redders een biJdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehJnsb1Jsta nd een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR solidair met medeveroordeelden strafvordering, op heden begroot op 35,65 EUR. Ten aanzien van , tweede beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging Al zoals verbeterd bewezen Veroordee lt voor de tenlastelegging Al zoals verbeterd· tot de kosten van de tot een gevangenisstraf van ljaar en tot een geldboete van 16000,00 EUR, z1Jnde 2000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar b1J gebreke van betaling binnen de wettehJke term1Jn door een gevangenisstraf van 90 dagen. Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de gevangenisst raf voor een term1Jn van 5 Jaar en wat betreft deze geldboete voor een termiJn van 3 Jaar, doch slechts voor een gedeelte van 8000,00 EUR, z1Jnde 1000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw de vermogensvoorde len voor een bedrag van 8.000,00 euro per equivalent Veroordeelt tot betaling van. een b1Jdrage van 1 maal 200,00 EUR, z1Jnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders een b1Jdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedeli JnsbiJstand een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken . Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR solidair met medeveroordeelden strafvordering, op heden begroot op 35,65 EUR . Ten aanzien van . derde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging A2 zoals verbeterd bewezen Veroordeelt voor de tenlastelegging A2 zoals verbeterd. tot de kosten van de tot een gevangenisstraf van 1 jaar en tot een geldboete van 16000,00 EUR, 21Jnde 2000,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren- Borgloon Sectie correctioneel p 17 Boete vervangbaar bIJ gebreke van betaling binnen de wetteliJke termIJn door een gevangenisst raf van 90 dagen. Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43b1s Sw de vermogensvoordelen voor een bedrag van 1.750,00 euro per equivalent Veroordeelt tot betaling van. -een b1Jdrage van 1 maal 200,00 EUR, z1Jnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzetteliJke gewelddaden en de occasionele redders -een biJdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedehjnsb1jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -solidair met medeveroordeelde n strafvordering, op heden begroot op 35,65 EUR. OP BURGERLIJK GEBIED tot de kosten van de De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan overeenkomst ig het bepaalde in artikel 4 VT Wb Sv DE HERSTELVORDERING Verklaart de herstelvordering van de Wooninspecteur en waarbij zich aansluit het College van Burgemeester en Schepenen van , ontvanke lijk en gegrond in de hierna bepaalde mate Beveelt beklaagden om de hierna bepaalde herstelmaatregel uit te voeren, meer bepaald het uitvoeren van werken om de conform1te1t in de zrn van artikel 1.3 §1, 8° van de Vlaamse Codex Wonen van het pand gelegen te (gekadast reerd als ) te herstellen en eventuele overbewoning te beeind1gen aan het pand Beveelt dat deze herstelmaatrege l integraal dient te worden uitgevoerd binnen een termijn van tien maanden vanaf het in kracht van gewijsde treden van dit vonnis. Beveelt, voor zover de opgelegde herstelmaat regel niet integraal zou Zijn uitgevoerd binnen deze termijn, dat de woonmspecteu r of het college van burgemeester en schepenen ambtshalve in de uItvoenng ervan kunnen voorzien op kosten van beklaagde. Machtigt de woonrnspecteur en het college van burgemeester en schepenen om de eventuele kosten, vermeld rn art. 3.33 van de Vlaamse Codex Wonen te verhalen op beklaagde. Veroordeelt beklaagder ·, voor het geval dat aan de opgelegde herstelmaatregel niet vrijwillig zou worden voldaan, tot betaling van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging vanaf de eerste dag volgend op het verstnjken van de hoger vermelde hersteltermijn en in zoverre hu1d1g vonnis voorafgaandeliJk werd betekend. Zegt voor recht dat de termijn voor herstel niet dient te worden beschouwd als een termijn van Rolnummer 1 rechter rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdehng Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel p 18 verbeurdver klaring van de dwangsom . Verklaart dit vonnis uitvoerbaar b1J voorraad, niettegenstaande iedere voorziening. OVERSCHRIJVING Zegt voor recht dat van dit vonnis melding dient te worden gemaakt m de rand van de overschnJving van de dagvaarding op het kantoor Rechtszekerheid Ref .. IS. * * * * * Alles gebeurde m de Nederlandse taal overeenkomst ig de wet van 15 Juni 1935. Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken m openbare zitting op 7 oktober 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon Sectie correctioneel, kamer 11K. , rechter m aanwez1ghe1d van het hd van het openbaar mm1stene vermeld m het proces-verbaa l van de terechtzitting, met b1Jstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot