ARR:WI 24.HV009
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Brussel
📅 2025-10-23
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, 29 Juni 1964, Strafwetboek, strafwetboek
Volledige tekst
Rolnummer V1Jfentwint1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 2
In de zaak van het openbaar ministerie (parket :) en
De Wooninspecteur, handelend in naam van het Vlaams Gewest, met burelen gevestigd te
tegen· Eiser in herstel, vertegenwoordigd door meester
meester , advocaat te
, RRN
geboren
van Burundische nationaliteit
ingeschreven te
burgerliJke part1J, die persoonlijk versch11nt
geboren
van Belgische nat1onalite1t
ingeschreven te , RRN
beklaagde, bijgestaan door meester
TENLASTELEGGINGEN ., advocaat te loco
·, advocaat te
De procureur des Konings vervolgt de beklaagde als dader of mededader in de zin van artikel 66 van
het strafwetboe k·
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt,
Op het perceel gelegen te
eigendom van
voormalig echtgenoo t kadastraal gekend als
ingevolge erfenis na overlijden van haar
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstree ks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
1 ~ 1 in de periode van 1 februari 2024 tot en met 21 september 2024
namelijk een ongeschikte en omwille van ernstige gezondhe1ds-en veilighe1dsns 1co's ook
onbewoonbare woning (ent1te11 ) te verhuren aan
Rolnummer v,,rentwint1gste kamer Vonmsnr /
Nederlandstahge rechtbank van eerste aanleg Brussel p 3
m de periode van 1 december 2023 tot en met 30 november 2024
namelok een ongeschikte en omwille van ernstige gezondhe 1ds-en veilighe1dsns1co's ook
onbewoonbare kamer (entiteit te verhuren aan
in de periode van 1 september 2023 tot en met 16 april 2024
namelijk een ongeschikte en omwille van ernstige gezondhe 1ds-en veilighe1dsns1co's ook
onbewoonbare kamer (ent1te1t te verhuren aan
Herstelvordering
Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig artikel 3 43-3.48
Vlaamse Codex Wonen van 2021 te horen veroordelen tot het herstel van de gebreken van de woning,
overeenkomst ig de herstelvordermgvan de woonmspecteur van 24 mei 2024.
Verbeurdverklaring
Overwegende dat de verdachte tevens gedagvaard wordt om zich overeenkomstig art. 42, 3° en 43
bis Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklari ng van een bedrag van
15.369,93 euro, z1Jnde de vermogensvoorde len die rechtstreeks uit het misdrtJf zijn verkregen die
werden berekend als volgt·
entiteit werd minimum verhuurd van 01/09/2024 tot en met 21/09/2024: (850 euro x 6
maanden)+ (850 euro/ 30 dagen x 21 dagen)= 5.694,93 euro,
entiteit werd minimum verhuurd van 01/09/2023 tot en met 15/04/2024 : (250 euro x 7
maanden)+ (250 euro/ 30 dagen x 15 dagen)= 1.875 euro;
entIteIt werd minimum verhuurd van 01/12/2023 tot en met 30/11/2024. 650 euro x
12 maanden= 7 800 euro.
Overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van , op 25 april 2015, ref. 04198
PROCEDURE
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtz,ttmg.
De rechtspleging verliep In de Nederland se taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige parttJe·n.
ELEMENTEN VAN HET STRAFDOSSIER:
1.
Beklaagde Is eigenaar van het onroerend goed gelegen op het perceel gelegen te
, kadastraa l gekend als ingevolge erfenis
na overlijden van haar voormalig echtgenoot
Rol nummer V1Jfentw1nt1gste kamer Vonnisnr I
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 4 -----~-------------------
2.
Op 4 april 2024 gaat de woon inspecteur ter plaatse
Er werd een vooronderzoek gedaan op 21 maart 2024 waarin de kamer op de tweede verdieping
vooraan rechts 5 ernstige gebreken in categorie Il vertoonde en 2 gebreken welke een direct gevaar
kunnen betekenen voor de veil1ghe1d en gezondheid . Foto's hreNan werden gevoegd.
Tijdens de huiszoeking troffen zij
2024 verhuizen. aan. Deze persoon zou op 23 december
Zij betreden het pand. De woning op het geliikvloers wordt bewoond door beklaagde. De andere twee
woonent1te1ten vertoonden geen aanwez1ghe 1d op dat moment van de bewoner5
Er is een gemeenschappehJke toilet op de tweede verdieping voor de bovenste kamers.
Er z11n 3 bellen en 1 brievenbus voor 4 woonentite1ten. Er 1s geen conforme trapleuning.
De woning op de eerste verdieping heeft 3 kleine gebreken en 2 gebreken van categorie 11, dit zijn
de gebreken hiervoor aangehaald
Hetzelfde voor kamer (achteraan links) op de 2de verdieping .
Wat betreft kamer ziJn er naast de voormelde gebreken die slaan op het gebouw ook ernstige
gebreken: zo 1s er geen vast verwarmingstoestel, en er is geen gootsteen aanwezig met koud en warm
water De netto-oppervlakte bedraagt sleclits 12,57 m2 zodat bewoning niet 1s toegestaan.
Volgens de woonmspectie hebben deze inbreuken tot gevolg dat alle woonent1te1ten ongeschikt en
onbewoonbaar worden verklaard
verklaart dat het contract 1s ingegaan op 1 december 2023 De huur bedraagt
650 EUR, water en elektriciteit inbegrepen. Het contract werd afgesloten voor 12 maanden. Hij komt
var en is naar Belg,e gekomen om te werken.
3.
u,t nazicht b11 de dienst ru1mtel11ke ordening 1s gebleken dat het pand werd verg'-lnd als
ééngezmswoning . Uit de vaststellingen bl1Jkt dat het pand werd gesphtst 111 4 kamers zander
omgevingsvergunning.
De twee kamers op de zoldeNerd1eping z1Jn niet vergund en vergunbaar.
4
Er wordt een herstelvordering op 24 me, 2024 geformuleerd.
In vergunde toestand zouden de herstelmaatregelen de volgende ZIJn' Het uitvoeren van renovatie-,
verbetenngs-of aanpassingswerkzaamheden (dit is het herstel van de conformite it zoals beschreven
in art.13 §1,8° van de Vlaamse code>< Wonen, waardoor het pand voldoet aan de minimale
kwahteitsvereiste. Na het doorge\/oerde herstel mag/mogen de woonentiteiten geen gebreken van
categorie Il of 111 vertonen en mag er geen spral<e 2ijn van overbewonmg . Het volledige herstel heeft
betrekkmg op 2owel de objectgebonden kwaliteitsvereisten (geen gebreken van categorie Il of III meer)
als op de subjectgebonden kwal1te1tsvereisten (het respecteren van de be2ettingsnorm, in dte 21n dat
er geen overbewonmg mag z1Jn)
Rolnummer V1Jfentwint1gste kamer Vonmsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 5
Evenwel komt het pand niet in aanmerking voor bovenstaande gelet op de niet vergunde splitslng, en
de niet vergunbare kamers op de tweede verdieping, van het gebouw, en wordt er bijgevolg gevorderd·
ofwel aan he~ pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
V.C.R.O.,
5. ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden Is op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen.
Op 26 maart 2025 werd er nog geen regulansat1evergunnmg ingediend
6.
Beklaagde werd verhoord op 17 jUnl 2024. De raadsman van beklaagde stelt dat de wooninspect1e het
verhoor aanvatte vooraleer h1J ter plaatse was. Beklaagde zou volgens de verdediging ernstige
geheugenproblemen hebben.
7.
De huurders werden opgezegd. Evenwel diende beklaagde de hulp in te schakelen van de Vrederechter
voor wat betreft , bij vonnis van 22 augustus 2024. Tenslotte diende de
gerechtsdeurwaarder herhaaldelijk tussen te komen, met een (herhaald) bevel tot u1tdr1Jvtng begin Juni
2025 om de heer ls'haq uit de woning te ontzetten
BEOORDELING VAN DE STRAFVORDERING
1.
Vanaf de mwerkmgtredmg van het Opt1mahsat1edecreet Is een nieuwe methode van beoordeling van
de woonkwaliteit In voege (invoeging van een nieuw derde lid onder artikel 5 §1 Vlaamse Wooncode
art. 3.1. Vlaamse Codex Wonen). De Vlaamse regering hanteert lijsten van mogeliJke gebreken die
worden onderverdeeld in drie categorieen , volgens de ernst van de gebreken. Met betrekking tot de
technische vaststellingen moet worden verwezen naar het nieuwe Opt1mahsat1ebeslu1t van 24 mei
2019, eveneens opgenomen m de Vlaamse Codex Wonen en m werking vanaf 1 januari 2021.
De strafbaarheid wordt beperkt tot de gebreken van de categoneen Il en 111.
De gebreken onder categorie Il zijn de ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de
bewoners negatief bemvloeden maar geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid,
waardoor de woning niet In aanmerking zou komen voor bewoning
De gebreken onder categorie 111 z1Jn ernstige gebreken die mensonwaardige omstandigheden
veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de ve11ighe1d of de gezondheid van de bewoners,
waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning .
BIJ het aanvankelijk proces-verbaal werd voor de woonent1teIten vastgesteld dat de daar vastgestelde
gebreken behoren tot de categorieen Il en/of 111, en dienvolgens niet conform de Vlaamse
kwalitertsnormen zijn, en zodoende ongeschikte woningen voor bewoning ter beschikking werden
gesteld
2.
Alle in het gebouw aanwezige woonentiteiten, zijnde kamers, worden verhuurd of ter beschikking
gesteld voor bewoning, dit betekent dat de ter beschikking stelling voor bewoning betrekking heeft of
kan hebben op alle entiteiten
Rolnummer V1Jfentw1nt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalig e rechtbank van eerste aanleg Brussel p 6
-• ---------------------- ---
Alle ent1te1ten die voorwerp zijn van de voorliggende feiten voldoen aan de definitie "woning" volgens
artikel 1.3 §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen.
3.
Op basis van de elementen van het strafdossie r, waaronder de vaststellingen door de woonmspecteur,
zijn de feiten bewezen.
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect1e en de bijhorende technische verslagen 1s
bewezen dat beklaagde als verhuurder, onderverhuurder of persoon die een woning ter beschikking
stelt, woonent1te1ten heeft verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld voor bewoning m
betrokken onroerend goed, die niet voldeden aan de kwahte1tsvere1sten van het artikel 5 van de
Wooncode.
Op grond van de vaststellingen door de Wooninspect1e, de technische verslagen en de actualisering
van de vaststellingen en van de herstelvordering is bewezen dat beklaagde in het betrokken onroerend
goed woningen/kamers ter beschikking stelde voor bewoning die niet conform en/of overbewoond
waren, gelet op de vastgestelde gebreken van de categoneen Il en 111
Men stelde vast dat de woning vergund als eengezinswoning werd opgesplitst naar een
meergezinswoning zonder vergunning.
De vaststellingen van de Woon,nspecteur hebben een bijzondere bewiJswaarde; met name gelden ze
tot bew1Js van het tegendeel, daar deze zijn opgesteld door een opsporingsambtenaar aan wie door
een b1Jzondere strafwet een spec1f1eke opdracht werd verleend met betrekking tot het vaststellen van
m1sdnJven zoals in de wet omschreven
Aan het moreel element van het misdriJf bestaande m het verhuren, te huur stellen of voor bewoning
ter beschikking stellen van een niet-conforme woning 1s voldaan ook wanneer de dader nalatig of
onzorgvuldig is geweest of er sprake 1s van een om1ss1e.
Beklaagde vertoonde een onmiskenbaar nalatige houding
Eventuele verklaringen van bewoners dat zij geen klachten hebben kunnen terzake niet dienen als
enige rechtvaard1g ings-of schulduitsluitingsgrond ten gunste van beklaagde en kunnen allerminst de
obJect1eve vaststellingen ontkrachten Evenwel zijn de gebreken niet van die aard dat het welzijn van
de huurders in het gedrang kwam.
STRAFTOEMET ING
1.
De feiten zijn verenigd door een eenheid van opzet en moeten met één straf worden beteugeld
overeenkomstig artikel 65, eerste hd, van het Strafwetboek.
Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank onder andere rekening met de ernst van de feiten, de
maatschappelijke impact van de feiten, het strafrechtelijk verleden van de beklaagde, evenals met de
context waarin de feiten werden gepleegd .
De straf moet ertoe leiden dat beklaagde tot betere inzichten zou komen, en moet een afschrikwek
kend effect hebben ten opzichte van andere potentiele daders.
Rol nummer V1Jfentwmt1g ste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 7
2.
De feiten zIJn ernstig Het ter beschikking stellen van onaangepaste en/of onbewoonbare woningen
kan leiden tot ziekte en ongevallen, en brengt dus de ve11ighe1d en gezondheid van de bewoners in
gevaar. Beklaagde had onvoldoende aandacht voor de goede leef-en woonkwaliteit van derden.
3.
Beklaagde heeft een blanco strafregister, is Jaar en heeft ernstige geheugenproblemen.
In deze gegeven omstandigheden is het gepast om aan beklaagde een geldboete met uitstel op te
leggen, het uitstel dient tevens om beklaagde te weerhouden om in de toekomst dergeltjke feiten op
nieuw te plegen.
4.
Het openbaar ministerie vordert schnfteliJk de b1J2ondere verbeurdverklaring van het
vermogensvoordeel dat uit het misdrijf werd bekomen, begroot op een bedrag van een bedrag van
15.369,93 euro, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het m1sdnJf z1Jn verkregen,
berekend als volgt:
o entiteit werd minimum verhuurd van 01/09/2024 tot en met 21/09/2024: (850
euro x 6 maanden)+ (850 euro/ 30 dagen x 21 dagen)= 5.694,93 euro;
o ent1teIt werd minimum verhuurd van 01/09/2023 tot en met 15/04/2024: (250
euro x 7 maanden}+ (250 euro/ 30 dagen x 15 dagen)= 1.875 euro;
o entiteit werd minimum verhuurd van 01/12/2023 tot en met 30/11/2024 . 650
euro x 12 maanden== 7.800 euro.
De verbeurdverklaring heeft betrekking op de huurgelden die beklaagde heeft ontvangen terwijl de
wonmg, die niet voldeed aan dewettehJke kwahte1tsvere1sten, niet mocht verhuurd worden. Aangezien
een woning of kamer die met aan de kwaliteitsnormen voldoet niet ter beschikking mag worden gesteld
voor bewoning, werd elke vergoeding voor verhuring of ter beschikking stelling onwettig verkregen en
dienen deze bedragen te worden verbeurd verklaard
Daar de ontvangen huurgelden vermogensvoordelen 2I1n die niet m het vermogen van beklaagde
konden worden teruggevonden , raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverldanng
betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag als hierna bepaald.
De verdediging stelt dat de bedragen in ondergeschikte orde dienen te worden verminderd naar een
bedrag van 3.900 EUR gelet op het feit dat de periode welke m aanmerking genomen dient te worden
vanaf 24 mei 2024 Is, en dat de beklaagde vanaf die datum op de hoogte was.
De rechtbank volgt de argumentatie van de beklaagde en begroot het bedrag op 3.900 EU R.
De verbeurdverklaring van het bedrag van 3.900 EUR maakt geen onredelijke bestraffing uit.
WAT BETREFT DE HERSTELVORDERING
1.
De herstelvordering strekt ertoe de overtreder te bevelen·
ofwel aan het pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de
VC.R.O.,
Rolnummer V1Jfentwrnt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 8
ofwel het pand te slopen, tenzij de sloop verboden Is op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen.
De herstelvordenng Is gesteund op bewezen verklaarde m1sdruven en Is ontvankelijk.
2.
Overeenkomstig het nieuwe artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen kan de rechtbank naast de straf de
overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de
aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewoning te beemd1gen .
De herstelvordering dient gesteund te zijn op de bewezen m1sdn1ven en Is dan ook beperkt tot het
herstel naar een conforme toestand, I.e. een toestand waarbij er geen gebreken meer zijn die
ressorteren onder de categoneen Il en 111 (cfr. art. 1.3. §1, 7° Vlaamse Codex Wonen).
3.
Wegens de strafrechtelijke schuld,gverklanng van beklaagde ,s zij gehouden tot maatschappelijk
herstel
4
De herstelmaatregel enn bestaande dat de woningen opnieuw rn een conforme staat worden gebracht
en daartoe de nodige herstelhngswerken worden uitgevoerd , kan m voorliggend geval niet worden
opgelegd, nu de indeling van het gebouw gebeurde zonder voorafgaandelijke stedenbouwkundige
vergunning, en er dus sprake is van een illegale opdeling in afzonderl1jke woonent1teiten; tevens Is er
sprake van een bestemm1ngsw1j21gmg Ook het ingeschreven Zijn van verschillende personen of
gezinnen op het adres Zijn md1cat1es van het de facto opsplitsen van een gebouw m meerdere
woonentIteIten waarvoor een stedenbouwkund ige vergunning vereist Is. Niet enkel fysieke ingrepen
zIJn vereist om te kunnen spreken van een illegale opdeling van een gebouw.
Deze stedenbouwkundige m1sdn1ven werden vastgeste ld bij P.V. , sedertdien heeft geen regularisatie
van de illegale toestand plaatsgevonden en moet op heden nog steeds vastgesteld worden dat er geen
stedenbouwkundige vergunning voorhanden 1s voor de opsplitsing van het gebouw, noch voor de
bestemm ingswijz1gmg.
Het opleggen in het kader van een herstelmaatregel van verbouwings -en renovatiewerken om de
woning opnieuw rechtsgeldig te kunnen verhuren of voor bewoning ter beschikking te stellen, zou dan
ook beklaagde ertoe aanzetten een stedenbouwkund ige mbreu kof een stedenbouwkundig misdrijf te
plegen, in stand te houden of voort te zetten. Het spreekt vanzelf dat een herstelvordering niet tot het
plegen van nieuwe inbreuken dan wel het instandhouden van een illegale toestand mag leiden.
De enige mogelijke maatregel die de rechtbank kan opleggen bestaat enn het pand een nieuwe
bestemming te geven die m overeenstemm ing is met de vergunde stedenbouwkundige toestand, d.w.z.
conform de bepalingen van de VCRO, dan wel het pand te slopen, tenzij dit verboden Is op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen .
5.
Als hersteltermijn wordt door de Woon inspecteur 10 maanden vooropgesteld onder verbeurte van een
dwangsom van 150 EUR per dag vertraging in de uitvoering van de herstelmaatregel.
Een hersteltermijn van twee jaar stemt m de gegeven omstandigheden overeen met een redelijke tijd
die nodig is om de herstelmaatregel te realiseren
Een dwangsom acht de rechtbank niet noodzakeh Jk.
Rolm1mmer V1Jfentwmt 1gste kamer Vonmsnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 9
Krachtens artikelen 3.47 en 3.48 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20 bis §7 en 8 Vlaamse
Wooncode) dient eveneens te worden voorzien m de ambtshalve u1tvoermg door de Woonmspecteur
en het College van Burgemeester en Schepenen van , voor het geval met
vnjwill1g tot uitvoering wordt overgegaan, en dient het College van Burgemeester en Schepenen van
gemachtigd te worden om de kosten van de herhuisvesting van de huurders te
verhalen op de veroordeelde.
WAT BETREFT DE BURGERLIJKE VORDERING
stelt zich burgerlijke partij en vordert een schadevergoeding van 3500 EUR
tengevolge van materiele schade en 2500 EUR tengevolge van morele schade.
De burgerlijke partij kan een vergoeding vragen voor de schade die ze heeft geleden tengevolge van
het bewezen verklaarde misdrijf. Deze schade kan bestaan m het ter beschikking stellen van een
woning die niet conform 1s, waardoor de bewoners schade hebben geleden tengevolge van de
mensonwaardige huisvesting of veiligheidsrisico's , of andere factoren die een invloed hebben op de
woonkwaliteit.
De verdediging stelt terecht dat de voorliggende gebreken de leefkwahte1t van de bewoners niet
zwaar hebben bemvloed.
Daarenboven bhjkt uit het dossier dat de burgerhJke part1J voor ongeveer 1 Jaar huur achterstond, hij
werd door het Vredegerecht veroordeeld m betaling van een bedrag van 2700 EUR aan
huurachters tal, en dat men hem effectief uit het pand heeft moeten uitzetten
De burgerh;ke partij verduidelijkt niet waarom h1J recht zou hebben op een matenele en morele scha
devergoeding. Daarenboven worden de bedragen niet verduidelijkt.
De burgerlijke vordering dient te worden afgewezen .
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik m gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 50, 65, 66, 100 strafwetboek;
art. 1 en 8 van de wet van 29 Juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,
art. 3 en 84 van de Hypotheekwet,
art 4 V.T.Sv
alsook de wetsbepalmgen aangehaald in de inleidende akte en m het vonnis
Rolnummer 2SN001659 V1Jfentwmt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 10
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van , De Wooninspecteur,
Op strafgebled
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en A3 bewezen.
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en A3:
tot een geldboete van 4.000,00 EUR, z1Jnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen
Boete vervangbaar btJ gebreke van betaling binnen de wettehJke termijn door een
gevangenisstraf van 2 maanden.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termtJn van 3 Jaar
Verklaart verbeurd m hoofde van beklaagde bij toepassing van de artikelen 42,3° en 43b1s van
het Strafwetboek, de som van 3.900 EUR, btj equivalent;
Veroordeelt tot betaling van·
een b1Jdrage van 1 maal 200,00 EUR, Zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter f1nanc1ermg van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders
een b1Jdrage van 26,00 EUR aan het Begrotmgsfonds voor Juridische tweedelljnsb1Jstar1d
een vaste vergoeding voor beheerskosten rn strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 348,99 EUR
Publicatie
Beveelt dat huidig vonnis op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld zal worden op de
w1Jze bepaald in artikel 3.49 van de Vlaamse Codex Wonen en de artikelen 3 en 84 van de Hypo
theekwet, op kosten van
***
Wat betreft de herstelvordering:
Verklaart de herstelvordenng van de Vlaamse Woonmspecteur ontvankelijk en gegrond als volgt:
Veroordeelt beklaagdE om het onroerend goed gelegen op het perceel gelegen te
Rolnummer V11fentwmt1gste kamer Vonnisnr /
Nederlandstal ige rechtbank van eerste aanleg Brussel p 11
, kadastraal gekend al~ ingevolge erfenis
na overlijden van
ofwel een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening,
ofwel het pand te slopen, tenzIJ dit verboden Is op grond van wettelîjke, decretale of reglemen
taire bepalingen;
Veroordeelt om dit herstel uit te voeren binnen een termIJn van maximaal TWEE JAAR vanaf de
betekening van dit vonnis,
BiJ gebreke van uitvoering van de voormelde herstelmaatregel binnen de voormelde termijn, m acht1gt
de Woonmspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van om
van rechtswege m de u1tvoenng van de maatregel te voorzien, waarvar alle kosten moet dragen,
Machtigt de Wooninspecteur en het College van Burgemeester en Schepenen van
om de kosten van herhuisvesting van de bewoners van de woonentiteIten rn het pand te
verhalen op beklaagde
Wat betreft de burqerliike vordering
Verklaart de burgerhJk vordering ontvankeh Jk doch ongegrond
De rechtbank houdt de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Dit vonnis Is gewezen en uitgesproken m openbare zitting op 23 oktober 2025 door de
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, kamer 25N:
, rechter
m aanwezigheid van het lid van het openbaar mm1sterre vermeld m het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met b1Jstand van griffier