ARR:WI 23.HA007
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Hasselt
📅 2025-11-25
🌐 FR
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Ger.W., Strafwetboek, Sw., strafwetboek
Volledige tekst
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 2 / 10
In d
e zaak van het openbaar ministerie en:
EISER IN HERSTEL:
AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN ,
met maatschappelijke zetel te
,
eiser in herstel, vertegenwoordigd door meester , advocaat te
, loco meester , advocaat te
tegen:
BEKLAAGDE:
RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, vertegenwoordigd door meester , advocaat te .
1. TENLASTELEGGING
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek:
De kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp van het misdrijf is, zijnde:
ligging:
handelshuis met woongelegenheid,.
Gekadastreerd met een oppervlakte van 00a97ca
en de eigenaars ervan geïdentificeerd zijnde als ;
die de eigendomstitel hebben verkregen ingevolge akte dd.18/08/2003 verleden door notaris
te
Als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die dat roerend of onroerend
goed ter beschikking stelt, een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor
wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld
of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die
een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de basis nuts -
voorzieningen zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid
ontbreken of niet behoorlijk functioneren. (art. 3.35. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Te , in de periode van 1 november 2022 tot en met 23 september 2024
namelijk een woongelegenheid gelegen op de eerste en tweede verdieping t e
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 3 / 10
Tevens gedagvaard teneinde zich, overeenkomstig artikel 42, 3° en/of artikel 43 bis van het
Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van
20.400 euro, zijnde de op grond van de weerhouden feiten geraamde illegale vermogens -
voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de
plaats ervan zijn gesteld dan wel de inkomsten uit belegde voordelen.
Tevens gedagvaard om zich te horen veroordelen tot uitvoering van de herstelvordering van
de Gewestelijke Wooninspecteur binnen de 10 maanden, onder verbeurte van een dwangsom
van 150 euro per dag in geval van niet-uitvoering (stuk 3 van het dossier) , waarbij
overeenkomstig artikel 3.47., lid 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, de Wooninspecteur
en/of het College van Burgemeester en Schepenen van , op kosten van de
overtreder, ambtshalve in de uitvoering van de herstelmaatregel kunnen voorzien voor het
geval dat deze door beklaagde niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd.
Tevens, overeenkomstig artikel 3.48., lid 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, dat de
Wooninspecteur en/of het College van Burgemeester en Schepenen van
gemachtigd worden eventuele kosten van herhuisvesting van de bewoners(s) van een niet-
conforme woning in het betreffende pand, terug te vorderen van beklaagde.
[…]
2. PROCEDURE
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
3. VOORGAANDEN
1. Beklaagde werd gedagvaard om te verschijnen op 1 april 2025 bij rechtstreekse
dagvaarding betekend op 7 maart 2025 aan de woon- of verblijfplaats (art. 38, § 1 Ger.W.) van
beklaagde
De rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de strafvordering lastens beklaagde
2. De dagvaarding werd overeenkomstig artikel 3.49, § 1, 1ste lid Vlaamse Codex Wonen
overgeschreven op het Kantoor Rechtszekerheid op 11 maart 2025, zodat de
strafvordering ontvankelijk is.
3. Ter terechtzitting van 1 april 2025 verklaarde eiser in herstel AGENTSCHAP WONEN
VLAANDEREN zich burgerlijke partij te stellen conform de herstelvordering in het strafdossier.
Er werd haar akte verleend van haar burgerlijke partijstelling. Voor het overige werden
overeenkomstig artikel 152 Sv. conclusietermijnen bepaald voor:
- beklaagde uiterlijk op 3 juni 2025;
- eiser in herstel AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN en eventueel het openbaar
ministerie uiterlijk op 5 augustus 2025;
- beklaagde uiterlijk op 7 oktober 2025.
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 4 / 10
4. Ter
griffie werd op 4 augustus 2025, een conclusie door eiser in herstel AGENTSCHAP
WONEN VLAANDEREN neergelegd.
Het openbaar ministerie en beklaagde legden geen conclusie neer.
5. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting op 4
november 2025, waar werden gehoord:
- eiser in herstel AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN, in haar vordering verwoord door
;
- het openbaar ministerie, in haar vordering;
- beklaagde in zijn middelen van verdediging verwoord door .
De namens eiser in herstel AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN neergelegde conclusie werd
in het beraad betrokken.
4. BEOORDELING OP STRAFGEBIED
4.1. Beoordeling van de schuld
1. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging bewezen is op basis van de resultaten
van het vooronderzoek en van het onderzoek tijdens de zitting.
Beklaagde is sedert 18 augustus 2003 eigenaar van het pand onder de tenlastelegging
(stuk 311).
De rechtbank kan volstaan met te verwijzen naar de vaststellingen in het aanvankelijk proces-
verbaal naar aanleiding van een adrescontrole door de wijkagent op 26 januari 2023, die
vaststelde dat er 4 in het pand onder de tenlastelegging verbleven (stuk 28) en dat
de woning volgens hem niet in orde was (stuk 41). Er werden foto’s van de vaststellingen als
bijlage gevoegd (stuk 29-39).
Vervolgens doet de wooninspectie op 27 februari 2023 een huiszoeking met het oog op het
opstellen van een technisch verslag. De vaststellingen blijken tevens uit de foto’s (stuk 7-16).
2. Aangezien er:
- 4 gebrek categorie II;
- 8 gebreken categorie I vastgesteld, zijnde meer dan 6, hetgeen eveneens een inbreuk
categorie II oplevert;
werden vastgesteld, was de woning ongeschikt (art. 1.1, § 1, 35°; art. 3.1, § 1, 3de lid, 2°
Vlaamse Codex Wonen en art. 3.2, § 1 en bijlage 4 Besl. Vl. Reg. 11 september 2020 tot
uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen).
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 5 / 10
Bovendien werden er 2 gebreken categorie III vastgesteld en was de woning al dus tevens
onbewoonbaar (art. 1.1, § 1, 33°; art. 3.1, § 1, 3de lid, 3° Vlaamse Codex Wonen en art. 3.2, § 1
en bijlage 4 Besl. Vl. Reg. 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen).
3. Op 9 januari 2024 vertoonde de woning nog steeds 6 gebreken categorie I en 4 gebreken
categorie II (stuk 239) en op 23 september 2024 was de toestand ongewijzigd (stuk 315),
waardoor deze nog steeds ongeschikts was.
4. De gebreken betreffen voornamelijk stabiliteitsproblemen van de balken van de vloer, een
verouderde elektriciteit met risico op elektrocutie en vochtproblemen, dewelke overduidelijk
reeds van bij aanvang van de huur aanwezig moet zijn geweest.
Verder is de woning slechts geschikt voor 3 personen, doch werd bewoond door 4 à 5 personen
(stuk 5, 28 en 41), waardoor zij tevens overbewoond was.
5. De vaststellingen werden niet betwist door beklaagde doch hij stelde dat de huurders zelf
zouden renoveren, doch dit blijkt niet uit de (bovendien later) opgestelde huurovereenkomst,
waarbij zij bovendien ook nog eens 800,00 euro huur dienden te betalen (stuk 173).
Ter terechtzitting van 4 november 2025 werd de tenlastelegging niet betwist.
6. Gelet op voornoemde elementen heeft beklaagde het misdrijf onder de tenlastelegging
uitgevoerd als dader in de zin van artikel 66 Sw. en wordt hij schuldig bevonden aan de
tenlastelegging, zoals hierboven omschreven.
4.2. Straftoemeting
1. De hierna vermelde straffen en strafmaten zijn gepast, rekening houdend met:
- de feiten, in het bijzonder:
o de aard, de ernst en de maatschappelijke laakbaarheid ervan;
o de omstandigheden waarin ze plaatsvonden;
o de veroorzaakte overlast;
o de gevolgen ervan voor de slachtoffers;
- beklaagde en zijn:
o persoonlijkheid, zoals die blijkt uit het strafdossier en zijn strafrechtelijk verleden;
o persoonlijke, professionele en financiële situatie;
o leeftijd.
De bewezen verklaarde feiten zijn ernstig. Beklaagde verhuurde een deel van zijn pand dat
van in den beginne kennelijk niet voldeed aan de elementaire vereisten van bewoonbaarheid
en dit met een direct gevaar voor zijn huurders. Beklaagde werd in het verleden reeds
veroordeeld voor gelijkaardige feiten.
Een hoofdgevangenisstraf en een geldboete zoals hieronder nader bepaald, zijn gepast.
Overeenkomstig artikel 40 Sw. wordt aan beklaagde een vervangende gevangenisstraf
opgelegd, aangepast aan de hoogte van de geldboete, ingeval hij in gebreke zou blijven de
opgelegde geldboete te betalen.
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 6 / 10
2. He
t verlenen van enig uitstel van tenuitvoerlegging voor de opgelegde hoofdgevangenisstraf
en / of de opgelegde geldboete zou beklaagde EFE onvoldoende bewust maken van de ernst
en de maatschappelijke laakbaarheid van de door hem gepleegde feiten, mede rekening
houdend met de persoonlijkheid van beklaagde EFE, zijn persoonlijke, professionele en
financiële situatie en zijn strafrechtelijk verleden. Bovendien verscheen beklaagde EFE niet in
persoon ter zitting van 4 november 2025, zodat de rechtbank onvoldoende geïnformeerd is
over zijn problematiek op heden en zijn motivatie om voorwaarden na te leven.
3. Het Openbaar Ministerie vorderde schriftelijk de verbeurdverklaring van illegale vermogens -
voordelen. Rekening houdend met de aard en de gevolgen van de bewezen verklaarde feiten,
is rechtbank van oordeel dat het illegaal vermogensvoordeel inderdaad moet worden
verbeurd verklaard. Het is onaanvaardbaar dat beklaagde in het bezit zou blijven van de
opbrengsten van illegale activiteiten.
Uit de betalingsbewijzen en later opgestelde huurovereenkomst (stuk 173) blijkt dat er
800,00 euro huur werd betaald (stuk 6) en dat de huur inging op 1 november 2022
Het illegaal vermogensvoordeel dat door beklaagde werd gerealiseerd, wordt door het
openbaar ministerie op basis van deze gegevens correct geraamd op 20.400,00 euro. Dit
bedrag wordt verbeurd verklaard bij equivalent met toepassing van artikel 43 bis Sw.
4. Deze bestraffing beantwoordt het best aan de preventieve en repressieve doeleinden van
de straf.
4.3. Herstelvordering
1. De herstelvordering, zoals gehandhaafd door eiser in herstel AGENTSCHAP WONEN
VLAANDEREN bij conclusies, is geënt op de feiten die het voorwerp uitmaken van een bewezen
verklaarde tenlastelegging. De rechtbank is aldus bevoegd om hiervan kennis te nemen.
Middels zijn herstelvordering van 13 april 2023 gericht aan het openbaar ministerie (stuk 53),
waarbij het college van burgermeester en schepenen van de gemeente Leopoldsburg zich
aansloot bij beslissing van 26 juni 2023 (stuk 202) vorderde de Vlaamse Wooninspecteur dat:
- beklaagde E zou worden veroordeeld tot:
o het uitvoeren van de nodige herstellingen, dewelke maximaal 10 maanden in
beslag nemen (stuk 26);
o en dit onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zou worden verklaard.
Deze herstelvordering werd gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning
en het beëindigen van de overbewoning, vermeldt de gebreken op basis waar van het herstel
wordt gevorderd en is erop gericht om de woning te laten voldoen aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten in de zin van artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen.
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 7 / 10
De herstelvordering voldoet derhalve aan artikel 3. 44 Vl aamse Codex Wonen en de gevorderde
herstelmaatregelen zijn, mede gelet op artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M.:
- niet onevenredig in verhouding tot de door artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen beoogde
elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten;
- niet kennelijk onredelijk, nu de voordelen die de herstelmaatregelen voor de
woonkwaliteit opleveren in verhouding staan tot de last die ze voor beklaagde als
overtreder veroorzaken.
2. He
t is gepast om een dwangsom op te leggen, zoals nader bepaald in het beschikkend gedeelte
en dit per dag vertraging na de opgelegde hersteltermijn, die ingaat vanaf datum van betekening
van onderhavig vonnis. De dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na de hersteltermijn.
De eerste vaststellingen dateren inmiddels van 26 januari 2023 en uit het strafdossier blijkt
niet, noch wordt door beklaagde aangetoond dat:
- én hij overeenkomstig artikel 3.46 Vlaamse Codex Wonen inmiddels het nodige deed
opdat alle vastgestelde gebreken werden weggewerkt;
- én het pand op heden voldoet aan alle vereisten uit artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen
en dat de veiligheid en/of de gezondheid van huidige en toekomstige bewoners van
het pand niet meer in gedrang kunnen komen;
- het ofwel thans onmogelijk zou zijn nog over te gaan tot de uitvoering van de herstel-
maatregel.
Wat dit laatste betreft, blijft het van belang dat de inbreuken worden stopgezet opdat de
veiligheid en/of de gezondheid van bewoners in de toekomst niet meer in het gedrang kan
komen, reden waarom overeenkomstig artikel 3.49, § 3, 1ste lid Vlaamse Codex Wonen deze
maatregel in beginsel door iedereen moet worden gedoogd.
3. Gelet op de herstelvordering, dient tevens te worden bevolen dat de wooninspecteur en
het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Leopoldsburg:
- overeenkomstig artikel 3.47, 1ste lid Vlaamse Codex Wonen ambtshalve in de
uitvoering van de herstelmaatregelen kunnen voorzien voor het geval dat deze door
beklaagde EFE niet binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd;
- overeenkomstig artikel 3.48, 1ste lid Vlaamse Codex Wonen worden gemachtigd de in
het beschikkend gedeelte nader bepaalde kosten van herhuisvesting van de
bewoner(s) van het kwestieuze pand terug te vorderen van beklaagde EFE, gelet op
het feit dat hij, zoals bepaald onder de bewezen verklaarde tenlastelegging, een niet-
conforme of overbewoonde woning verhuurde, te huur stelde of ter beschikking stelde
met het oog op bewoning (art. 3.33 of 3.34 Vlaamse Codex Wonen);
met de verplichting voor beklaagde EFE als overtreder om alle uitvoeringskosten (art. 3.47, 2de
lid Vlaamse Codes Wonen) en/of herhuisvestingskosten (art. 3.48, 2de lid Vlaamse Codex
Wonen) te vergoeden op vertoon van een staat, opgesteld door de wooninspecteur of het
college van burgemeester en schepenen van of begroot en
uitvoerbaar verklaard door de beslagrechter in de burgerlijke rechtbank.
4. De rechtbank ziet geen redenen om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren in
de zin van artikel 203, § 3 Sv.
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 8 / 10
4.4. Kosten
, vergoeding en bijdragen
1. Beklaagde is als veroordeelde persoon gehouden tot de gerechtskosten en dient daarin
verwezen te worden krachtens artikel 50 Sw. en artikel 162, 1ste lid Sv.
2. Gezien beklaagde wordt veroordeeld tot een correctionele straf, wordt hij
overeenkomstig artikel 29, 2de lid Wet 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere
bepalingen tevens verplicht bij te dragen aan het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers
van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders.
3. Er dient aan hem als veroordeelde tevens een vergoeding te worden opgelegd conform
artikel 91, 2de lid K.B. 28.12.1950, houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in
strafzaken.
4. Het is niet aangetoond dat beklaagde geniet van juridische tweedelijnsbijstand of
rechtsbijstand, of zich op het vlak van bestaansmiddelen in een situatie bevindt waarbij hij
beroep zou kunnen doen op juridische tweedelijnsbijstand of op rechtsbijstand. Derhalve
wordt hij overeenkomstig artikel 4, § 3, 1ste lid Wet 19 maart 2017 tot oprichting van een
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand veroordeeld tot een bijdrage aan het
begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
5. De verschuldigde bedragen voor de kosten, vergoeding en bijdragen worden hierna begroot.
5. BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank houdt de beslissing over de burgerlijke belangen ambtshalve aan conform
artikel 4, 2de lid V.T.Sv.
6. TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven
en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 42, 43bis, 44, 45, 50, 66, 84 strafwetboek;
art. 4 V.T.S .;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van Wooninspectie .
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 9 / 10
Op strafgebied
Verk
laart beklaagde schuldig aan de feiten van de tenlastelegging.
Veroordeelt voor de enige tenlastelegging tot een gevangenisstraf van 6 maanden
en tot een geldboete van 8.000,00 euro , zijnde 1.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor
een bedrag van 20.400,00 euro.
Veroordeelt tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 200,00 euro, zijnde de som van 1 maal 25,00 euro verhoogd
met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van
opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische
tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt
61,01 euro;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 350,15 euro.
Herstelvordering:
Veroordeelt beklaagde overeenkomstig artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen, om:
- aan het pand gelegen te , kadastraal gekend
onder de nodige werken uit te (laten)
voeren en alle vastgestelde gebreken weg te werken opdat het pand (terug) zou
voldoen aan de vereisten uit artikel 3.1 Vlaamse Codex Wonen;
- dit binnen een termijn van 12 maanden na de betekening van dit vonnis;
- en zulks onder verbeurte van een DWANGSOM van 150 euro per dag vertraging vanaf
de eerste dag na het verstrijken van voornoemde hersteltermijn met een maximum
van 150.000 euro .
ZEGT VOOR RECHT dat de Vlaamse Wooninspecteur en het college van burgemeester en
schepenen van , indien de herstelmaatregel niet vrijwillig wordt
uitgevoerd, overeenkomstig artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen zelf ambtshalve in de
uitvoering ervan kunnen voorzien en dat in zulk geval beklaagde wordt verplicht
alle uitvoeringskosten te vergoeden op vertoon van een staat, opgesteld door de Vlaamse
Wooninspecteur en/of , of begroot en uitvoerbaar verklaard door
de beslagrechter in de burgerlijke rechtbank.
Rolnummer
rec
htbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel p. 10 / 10
Machtigt overeenkomstig artikel 3.48 Vlaamse Codex Won en de wooninspecteur en het college
van burgemeester en schepenen van om volgende kosten van
herhuisvesting van de bewoner(s) van de ongeschikte of onbewoonbare woning terug te vorderen
van beklaagde als verhuurder of persoon die de woning ter beschikking stelde:
1. de kosten om de woning te ontruimen;
2. de kosten voor het vervoer en de opslag van het meubilair en de goederen van de
bewoner(s);
3. de installatiekosten met betrekking tot de nieuw te betrekken woning;
4. gedurende een periode van maximaal één jaar: het verschil tussen de kosten per
maand van de woning, vermeld in punt 3., of van het verblijf in een daartoe uitgeruste
voorziening, en 20 % van het maandelijkse beschikbare inkomen van de bewoner.
Verzoekt de griffie om overeenkomstig artikel 3.45 Vlaamse Codex Wonen een afschrift van
onderhavig vonnis te bezorgen aan de Vlaamse Wooninspecteur en
binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden.
Zegt voor recht dat huidige eindbeslissing overeenkomstig artikel 3.49, § 1, 2de lid Vlaamse
Codex Wonen en artikel 84, 1ste lid Hypotheekwet op de kant van de overgeschreven
dagvaarding dient te worden overgeschreven door het bezorgen aan de Algemene
Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van twee uittreksels van het vonnis
afgegeven door de griffier met vermelding van:
- de naam, de voornamen en de woonplaats van de partijen;
- het beschikkende gedeelte van de beslissing;
- de vermelding van deze rechtbank, afdeling en kamer, die de beslissing wees.
Op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 25 november 2025 door de
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel, kamer 13D:
- , rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting ,
met bijstand van griffier .