ARR:WI 23.AN013
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2025-11-17
🌐 FR
Vonnis
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Sw., strafwetboek
Volledige tekst
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
geborer
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te ACl kamer
, RRN
beklaagde, vertegenwoord igd door Meester
2. , RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreve n t€
beklaagde, vertegenwoord igd door Meester
TENLASTELEGGING(E N) Vonnisnr
advocaat te
·, advocaat te
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboe k, /
p. 2
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbednJf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd,
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
biJeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld.
In het onroerend goed gelegen te , gekadastreerd als
·, met een totale oppervlakte van 03a 06ca, eigendom van de huwgemeenschap
voor de geheelhe1d volle
eigenaar, ingevolge akte verleden op 17 maart 2004, van notaris te 1.
verhuren, te huur of ter beschllcldng stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-confo1 me of overbewoo nde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art 3 34 Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Rolnummer AClkamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
in de periode van 16 maart 2022 tot en met 30 juni 2023
door
ten nadele var
ten nadele van
ten nadele van
, ten nadele van
ten nadele van
woning van het bovenvermelde pand
2 ~ in de periode van 16 maart 2022 tot en met 29 november 2023
door
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
woning m het bovenvermelde pand
in de periode van 16 maart 2022 tot en met 29 novembe r 2023
door
ten nadele var
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
woning van het bovenvermelde pand
EN INZAl(E:
de WOON INSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te
eiser in herstel, die verstek laat gaan
PROCEDURE Vonnisnr /
p 3
Gezien het bewijs van overschrlJving van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor Rechtszeke rheid
dd 25 november 2024 ref:
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
Rol nummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
beoordeling
op strafgeb1ed
feiten
a.
(tweede beklaagde, verder.
(kadastraal gekend als (eerste beklaagde, verder. ) en
N) zijn de eigenaars van een pand te
; verder: het pand) Vonmsnr I
p.4
Beklaagden verhuurden dne appartementen op de gelijkvloerse (woning de eerste (woning en
de tweede verdieping (woning van het pand met het oog op bewoning, hoewel deze woningen
ernstige gebreken vertoonden Inzake de vel11gheids-, gezondhelds -en woningkwalite1tsnormen die
leidden tot onbewoonbaar heid. Het pand was verouderd en in het bijzonder de elektnciteits- en
gasvoorziening leverden ernstige gevaren op voor de bewoners
bewijs, kwalificatie en toerekening
b.
Op 29 Januari 2023 kwam de lokale politie ter plaatse, nadat in het appartement op de tweede
verdieping, het pleisterwerk naar beneden viel. De verbalisanten stelden vast dat er ten gevolge van
de instorting van het plafond, water naar binnen sijpelde en er daarnaast vochtschade en
schimmelvorm111g 111 de woning was. Op aanraden van de brandweer verlieten de bewoners van het
appartement op de tweede verdieping hun woning. De politie stelde samen met de brandweer ook
vast dat de elektriciteit in de kelder onveilig aangesloten was en dat de bedrading er loshing.
Huurster meldde de verbalisanten dat zij reeds een klacht b1J indiende, waarna
woning wegens elektrocutie -en ontploffingsgevaar en stabiliteitsproblemen onbewoonbaar
verklaard zou zijn
C.
De wooninspecteu1 van het Vlaams Gewest (verder: de WOONINSPECTEUR) voerde een onderzoek uit In
de woningen In het pand op 16 maart 2023, naar aanleiding van een vooronderzoek op 17 februari
2023 door een controleur van de dienst huisvesting var 1.
Het gebouw vertoonde ernstige gebreken, inzonderheid met betrekking tot de vei11ghe1d van de
elektric1teitsmstaliat ie en de gasaansluiting. Deze gebreken houden geen verband met de problemen
aan het dak die de aanleiding vormden voor de tussenkomst van de poht1e. De gebreken aan het
gebouw leidden op zich reeds tot de onbewoonba arheid van alle woningen in het gebouw.
d.
De drie appartementen vertoonden op basis van de gebreken aan het gebouw en de spec1f1eke
gebreken per woning samengevat de volgende gebreken:
categorie 1 categorie Il categorie 111
woning gelijkvloerse verdieping 10 5 3
woning 1 e verdieping 13 5 4
woning 2e verdieping 12 8 3
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aan les Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnrsnr I
p.5 -·-----~---------- --------- -------
e
Op basis van de vaststellingen van de WOONINSPECTEUR staat vast dat de aangehaalde woningen in het
pand onbewoonbaar waren en dat de woningen op de gelijkvloerse en de eerste verdieping nog
effectief bewoond waren
was de huurder van de woning op de gehJkvloerse verdieping. Ze woonde
er sinds december 2009, samen met haar drie kinderen. Ze betaalde 848,90 euro huur en had een
afbetallngspla n voor achterstallige huur lopen. Haar ex-partner voerde in het verleden
verbetering swerken uit omdat de woning dermate verouderd was. ze· meldde dat er schimmel was en
dat de gas-en elektnc1te1tsvoorziening gebreken vertoonde. Ze bleef er wonen omdat ze op de
wachtlijst voor een sociale huurwoning stond
, woonde samen met zijn ouders sinds mei 2013 m de woning op de eerste
verdieping en ze betaalden 873,09 euro huur. Ze hadden het soms moeilijk om rond te komen en
hadden een maand huurachterstal. Er was vochtschade en er waren voortdurend problemen met de
elektrlciteltsvoorzlenlng. Wanneer ze de gebreken aan meldden, stuurde hij wel
iemand, maar de algemene woonkwaliteit bleef problematisch.
De woning op de tweede verdieping werd vanaf oktober 2022 tot op het moment van de eerste
vaststellingen, bewoond door , samen met haar man en dne jonge
kinderen. Ze betaalden 975 euro huur. Ze stelde sinds Januari 2023 geen huur meer te betalen.
f.
verklaarde in zijn eerste verhoor dat hij het pand zo'n 30 Jaar In eigendom had en
zelf ongeveer tien Jaar In het apparteme nt op de gelijkvloerse verdieping woonde. Tot 22 december
2022, toen de huurder hem op de hoogte bracht van het waterlek, had hij geen weet van
tekortkomingen aan deze woning. Hij had reeds een dakdekker aangesproken maar deze kon de
herstellingen niet eerder dan 28 januari 2023 aanvatten. Eén dag voor de geplande werken viel het
pleisterwerk naar beneden
Bij herverhoor verklaarde tot de controle niet geweten te hebben dat het pand met
ernstigere gebreken behept was, waaronder het ontbreken van een gasstop aan de gasleiding. H1J gaf
toe dat de laatste verbeteringswerken al even geleden waren en kon zich de datum niet meer
herinneren
verklaarde bij de verhuur betrokken te ziJn, doordat zij instond voor de administratie en de
betalingen die met de verhuur gepaard gingen. Zij verklaarde dat ze met een nieuwe huurder de woning
gmg bezichtigen, terwiJI beneden bleef.
g.
In hun conclusies en pleidooien voerden beklaagden m essentie geen betwisting over de hen ten laste
gelegde feiten, maar schetsten de context waarin deze plaatsvonden.
De verdediging benadrukte wel dat beklaagden pas voor het eerst van de ernstige gebreken op de
hoogte waren toen ziJ het technisch verslag van de kwaliteitscontrole ontvingen. Ze gaven aan in het
verleden steeds problemen aan de woningen op te lossen wanneer de huurders hen dit meldden
h.
Het verweer van beklaagden dat ze enkel met betrekking tot incidentele gebreken werden
gecontacteerd door de huurders, maar dat de huurders hen niet op de hoogte zouden hebben gebracht
van de substantiele gebreken, overtuigt niet.
Rolnumrner AClkamer Vonnisnr
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen I
p.6 ---~~~---------------- ------------
De gebreken waarmee zowel het gebouw, als de woningen behept waren, zijn niet plots of onvoorzien
ontstaan, maar zijn een gevolg van een structureel gebrek 111 het onderhoud van het pand, minstens
zouden ze bij een normale en redelijke opvolging van verhuurde goederen worden opgemerkt
Het moreel element van het misdrijf (artikel 3 34 Vlaamse Codex Wonen) houdt overigens niet in dat
beklaagden een formele melding van een kwaliteitsprobleem moeten hebben ontvangen, noch moet
de specifieke kennis van gebreken aangetoond worden. Een onachtzaamheid met betrekking tot de
algemene toestand van een woning biJ het verhuren of ter beschikking stellen volstaat
Bovendien indiceren zowel de verklaring van de huurders als die var dat de huurders
hen meermaals problemen meldden, maar nam hij zijn verplichting om de woonkwa liteit van het pand
op te volgen eerder incidenteel en m1111mahst1sch op.
Rekening houdende met de slechte algemene staat van het pand, de leeft1Jd van het pand en de lange
duur van de verhuur van de woningen op de gelijkvloerse en de eerste verdieping, dienden beklaagden
zich actief te vergewissen van de toestand van de woningen. Door dit niet voldoende te doen,
handelden ZIJ onvoorzicht ig en aldus met het vereiste moreel opzet voor het tenlastegelegde misdrijf.
situering in de t1Jd
1.
Beklaagden voerden in hun verweer terecht aan dat de 111crimmat1eperiode onder sub-tenlastelegging
1 ingeperkt dient te worden. Uit de verklaringen van de huurders van woning 2 en de
huurovereenkomst volgt dat de huur slechts op 1 oktober 2022 aanving. Daarnaast werd de einddatum
voor dit feit onterecht op 30 juni 2023 gesitueerd, hoewel urt de politionele vaststellingen bleek dat de
bewoners op 29 Januari 2023 het appartement reeds verlaten hadden. Het past dan ook de
lncrimlnatie periode onder sub-tenlastelegging 1111 te korten tot de periode van 1 oktober 2022 tot 29
januari 2023.
J,
Dat de woningen weerhouden onder de onderscheiden sub-tenlaste leggingen 2 en 3 vanaf 16 maart
2022 bewoond werden, volgt uit de verklaringen van de huurders, ondersteund door
huurovereenkomsten. Uit de hercontrole op 29 november 2023 blijkt dat de huurders de woningen op
die datum nog steeds bewoonden, zodat het eindpunt correct op deze datum werd bepaald.
Beklaagden betwistten dat de aangehaalde woningen op het startpunt van de weerhouden
incriminat 1eperiode met ernstige gebreken behept waren, aangezien deze een Jaar voor de eerste
vaststellingen door de woon Inspectie gesitueerd zijn.
Het merendeel van de gebreken (en in het bijzonder de gebreken die onder de categorieèn Il en 111
vallen) Is structureel van aard, zodat vaststaat dat deze gebreken niet pas op het ogenblik van de
vaststellingen zijn ontstaan. In het bijzonder de oude elektrische Installatie met onder meer te lichte
bedrading en aansluitingen die onder spanning bleven staan na het afzetten van de
verliesstroomschake laar, wijst erop dat de gebreken minstens al op 16 maart 2022 bestonden.
De feiten zijn bewezen aan de hand van de politionele vaststellingen, de vaststellingen van de
woon inspectie, de verklaringen van de bewoners en de verklaringen van
met de aangehaa lde beperking van de incrimlnatieperiode van sub-tenlastelegging 1. De feiten werden
correct gekwalificeerd in de rechtstreekse dagvaarding en worden
toegerekend.
Rolnumme1 ACl kamer Vonmsnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdehng Antv.1erpen p. 7
straf en strafmaat
k.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en vervult een signaalfunctie
van maatschappelijke afkeuring, zowel naar de veroordeelde toe als naar de maatschapp1J in haar
geheel. De bestraffing beoogt het herstel van de door het misdrijf aangebrachte maatschappelijke
schade. De bestraffing dient ook om de maatschapp ij te beschermen. Tegelijk wordt de
maatschappelijke reactie ten aanzien van de veroordeelde naar aanleiding van het misdrijf met de
bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de veroordee lde ertoe gebracht herhaling te vermijden
door middel van rehabilitatie en re-integratie.
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelden.
De bewezen feiten werden met eenzelfde strafbaar opzet gepleegd, zodat aan iedere beklaagde één
hoofdstraf met een bijkomende straf wordt opgelegd.
1.
Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico in voor de veihghe1d en de gezondheid van de
bewoners. Het is ook nefast voor hun welziJn. Het getuigt van een gebrek aan respect voor de
levenskwaliteit van de bewoners. Het nalaten de noodzakel1 Jke investeringen te doen leidt bovendien
tot een kostenbesparing en aldus tot een onrechtmatig economisch voordeel.
Bi1komend laakbaar is dat het herstel van het pand nog bijna twee jaar op zich liet wachten nada1
door de WOONIN SPECTEUR op de vingers werden getikt. De passieve houding die
beklaagden aannamen, terwijl ze aanzienlijke huurpri)Zen vroegen, benadrukt dat ze hun financièle
belangen lieten primeren op de decretale vereisten van veilighe1ds-, gezondhe1ds- en
woningkwalite itsnormen alsook de rechten en belangen van de bewoners
m
zijn respectievelijk en Jaar oud en werden eerder nog niet
veroordeeld .
Zij verzoeken middels hun raadsman om de gunst van de opschorting en m ondergeschikte orde om
een milde geldboete met uitstel van tenuitvoerlegging . Benadruk t wordt dat zij niet te kwader trouw
handelden, dat de langere duur te wijten was aan de huurders die de woning niet verlieten, dat ze
intussen meer dan de vereiste investeringen hebben gedaan en tot een herstel van het pand kwamen.
n.
De gevraagde opschorting van de uitspraak van de veroordeling 1s niettemin niet opportuun, omdat
aan beklaagden duidelijk het signaal gegeven dient te worden dat woningen bij verhuur of
terbeschikk ingstelling moeten voldoen aan de minimale velligheids-, gezondheids-en
wonmgkwalitei tsnormen en dat ZIJ daar als verhuurders ook strafrechtelijk verantwoordeli jk voor zijn.
Het valt ook niet in te zien welke negatieve effecten van een strafrechtehjke veroordeling op zich een
desociallserend effect zouden hebben voor
Aangezien de feiten gepleegd werden met het oog op geldgewin, past het beklaagden met een
hoofdstra f te raken in hun vermogen door middel van een geldboete.
Gelet op de financ1êle impact van zowel de bijzondere verbeurdverldari ng (infra) als de uitvoering van
de herstelvordering en aangezien beklaagden nog geen veroordeling opliepen, wordt de uitvoering van
de geldboetes volledig uitgesteld. Deze modaliteit heeft tevens tot doel hen te ontraden in de toekomst
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
nieuwe misdrijven te plegen
de b1Jzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen
0. Vonmsnr /
p.8
Bij de behandeling ten gronde op 6 oktober 2025 vorderde het openbaar ministerie mondeling de
bijzondere verbeurdverk laring van vermogensvoo rdelen en hierop werd een kort mondeling verweer
geformuleerd. Nadat de zaak naar de zitting van 20 oktober 2025 in voortzetting werd gezet -om
beklaagden toe te laten het vonnis van het vredegerecht van 26 september 2024 neer te leggen -bleek
dat de schriftelrJke vordering van het openbaar ministerie niet aan het dossier was gevoegd Het
openbaar ministerie legde op 7 oktober 2025 alsnog een schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring
neer ter griffie en namens beklaagden werd bijkomend geconcludeerd
,. procedurele exceptie: schending artikel 6.3 a) en b) EVRM
p.
De verdediging verzocht m hoofdorde om de vordering tot verbeurdverk laring af te wijzen, omdat de
laattijdige neerlegging van de schnftehjke vordering een onherstelbare schending van zowel artikel 6.3
a), als artikel 6.3 b) EVRM zou inhouden.
q
Artikel 6.3 a) EVRM bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd onverw,;ld het
recht heeft, [ ) op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingestelde
beschuldigingen. Onder de "redenen" van de ingestelde beschuldrgrng worden de onder de
tenlastelegging geviseerde strafbare feiten bedoeld en met de "aard" van die beschuldiging de
Juridische kwalificatie ervan.
De bijzondere verbeurdverklaring (van vermogensvoordelen) is als bijkomende straf een onderdeel van
de gevorderde strafmaat. De vordering van een (bijkomende) straf valt noch onder de "redenen", noch
onder de "aard" van de ingestelde strafvorder ing. Artikel 6.3.a EVRM is van toepassing voor zover de
bijkomende informatie over het strafbaar feit gaat waarvoor beklaagden vervolgd worden.
De (later neergelegde) vordering tot verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen op basis van de
wederrechtel ijk ontvangen huurgelden voegde geen nieuwe elementen toe over de feiten die
beklaagden tenlastegelegd worden, noch over hun kwallf1cat1e.
r.
Beklaagden voeren eveneens aan dat artikel 6.3 b) EVRM geschonden wordt, doordat zij (1) niet de
nodige tijd hadden om zich te verweren en (ir) inhoudelijk niet meer het verweer konden voeren dat
ze wel hadden gevoerd mochten ziJ eerder op de hoogte gebracht zijn van de inhoud van de vordering
tot verbeurdverklaring
s.
In de periode tussen de terechtzitt ing van 6 oktober 2025 en 20 oktober 2025 werd de vordering van
het openbaar mrnrsterie alsnog neergelegd en stelden beklaagden conclusies op met betrekking tot de
vordering. Om te verhelpen aan een voorgehouden gebrek aan tijd om een verweer op te bouwen,
werd aan beklaagden de mogelijkheid geboden om de zaak opnieuw uit te stellen, maar daar wensten
ze geen gebruik van te maken
Er is b11gevolg geen onherstelbaar gebrek aan tijd en faciliteiten in hoofde van beklaagden om dit deel
Rolnummer AClkamer Vonnrsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 9
van de vordering van het openbaar ministerie te beantwoorden.
t.
Beklaagden stellen daarnaast dat ze hun verweer anders zouden hebben gevoerd als ze t11d1g kennis
hadden kunnen nemen van de schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring. Dit euvel zou niet hersteld
kunnen worden door alsnog extra tijd te krijgen om het verweer vorm te geven.
Dit verweer werd geconcretiseerd met de stelling dat mogelijk een verweer zou zijn gevoerd met
betrekking tot de gegrondheid van de strafvorde ring betreffende de woningen op het gelijkvloers en
op de eerste verdiepin g (sub-tenlastelegg ingen 2 en 3). Concreet blijkt evenwel dat deze delen van de
vervolging moeilijk in aanmerking kwamen voor een ernstige betwisting, gelet op de structurele
gebreken (onder meer aan het gebouw) en het langdurig gebrek aan stelselmatige opvolging van de
ve1ltgheids-, gezondhe1ds -en woningkwahteitsnormen in het pand (supra).
Meer algemeen vereist artikel 6.3 b) EVRM nlet dat beklaagden voorafgaand aan de behandehng ten
gronde in kennis worden gesteld van de strafmaat in de vordering van het openbaar ministerie. Enkel
kan het in specifieke omstandigheden, zoals bij een crJfermatrg onderbouwde vordenng tot
verbeu rdverklarlng, m het licht van de rechten van verdediging noodzakelijk zijn aan beklaagden a Is nog
tijd en fac1hteiten te verlenen om het verweer verder ult te werken. Hieraan werd m deze voldaan.
u.
De rechten van verdediging van beklaagden noch hun recht op een eerlijk proces werden ingevolge de
latere neerlegging van de schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring miskend.
1i. begroting van de wederrech telijk ontvangen huurgelden
v.
Het openbaar ministerie vorderde de bijzondere verbeurdverklaring van het illegaal
vermogensvoordeel op basis van de ontvangen huurgelden voor de woningen en , ten belope van
de weerhouden incriminatieperiodes die 20 maanden omvatten. Voor woning gaf het openbaar
ministerie aan dat het vermogensvoordeel slechts voor de ingekorte incriminatieperiode van drie
maanden verschuldigd was.
w
Beklaagde n vragen de vordering tot verbeurdverklaring ongegrond te verklaren. Door de latere
neerlegging van de vordering tot verbeurdverklaring, konden beklaagden niet meer het schnfteltJk
bew1Js aanleveren van het feit dat de woon inspecteu r bij de controle op 16 maart 2023 stelde dat de
bewoning van woninger en gedoogd kon worden.
Wat woning betrof, verwees de verded1gmg naar de periode van bewoning die slechts drie maanden
duurde
Wat woning betrof, vroeg de verdediging om de verbeurdverklaring af te wijzen. De huurders wilden
de wonrng niet vr1Jw1lltg verlaten, maar stelden vervolgens op 18 maart 2024 een eis In voor het
vredegerecht om de huurgelden voor de hele huurperiode terug te vorderen. Bij vonnis van het
vredegerecht van van 26 september 2024 werden beklaagden veroordeeld om de huurders
van woning de ontvangen huurgelden voor de periode vanaf 6 september 2023, datum van het
besluit tot onbewoonbaarverklaring, terug te betalen. Het vredegerecht oordeelde dat 6 september
2023 als beginpunt van de wanprestat ie gold.
Wat woning betrof, merkte de verdediging op dat de verstandhouding met huurster
Rolnummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 10
geenszins verzuurd was, in tegenstelling tot wat ziJ bij de controle en bij haar verhoor liet wtschiJnen.
De huurster had een aanzienlijke huurachters tal ten belope van 15.484 euro opgelopen en op 20 april
2024 kwamen zij een afbetalmgsp lan overeen (afbetahngsplan dat vervolgens niet nageleefd zou ziJn).
De achterstall ige huur overschreed ruimschoots het bedrag van de huur die met de voormelde periode
van 6 september 2023 tot en met 29 november 2023 overeenstemde.
x.
Het staat vast dat beklaagden illegale vermogensvoorde len hebben genoten door het verhuren van
woongelege nheden die daartoe niet geschikt waren. Daar crimmalite1t niet mag lonen, zou het
maatschappelijk onverantwoord zijn dat beklaagden voordeel zouden halen uit de bewezen feiten.
Hoewel niet uit de vaststellingen opgemaakt kan worden dat de WOONINSPECTEUR aangaf dat de staat
van de woningen toeliet dat bewoning gedoogd mocht worden, wordt de periode na de controle van
16 maart 2023 buiten beschouwing gelaten bij bepalen van de omvang van de verbeurdverklaring. Dit
compenseert de moeilijkheid die beklaagden ondervonden met betrekking tot hun verweer op dit
punt.
y.
Met betrekking tot woning is het opportuun geen biJzondere verbeurdverklaring uit te spreken,
aangezien over de ontvange n huurgelden op burgerlijk gebied reeds een vonnis werd geveld
Betreffende woning wordt aannemelijk gemaakt dat de huurachtersta l de huurinkomsten voor de
te weerhouden periode overtreft, zodat het niet aangewezen is een btJzondere verbeurdverk laring uit
te spreken.
z.
De vordering tot verbeurdverklaring van vermogensvoo rdelen 1s bijgevolg slechts gegrond met
betrekking tot woning aldus voor een bedrag van 2 910 euro
Beide beklaagden worden in geiiJke mate geacht verantwoordelijk te zijn voor de feiten en financieel
voordeel te hebben gehaald uit de feiten, zodat ze elk veroordeeld worden tot de bijzondere
verbeurdverklaring van de helft van het totale bedrag.
herstel
aa.
Er werd voor het pand op 17 mei 2023 een herstelvordering ingediend door de WOONINSPECTEUR De
WOONINSPECTEUR kwam tussen bij de behandeling ten gronde, maar ltet voorafgaand aan de zitting van
6 oktober 2025 weten niet langer op te treden, aangezien het beoogde herstel op 25 april 2025 werd
uitgevoerd.
Uit het strafdossier blijkt dat het pand de nodige herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd, waardoor
de herstelvordering ondertussen zonder voorwerp is.
op burgerlijk gebied
bb.
Op bastS van de vaststellingen in het strafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordering werd ingesteld. De burgerlijke belangen worden in
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, ardeling Antwerpen
zoverre ambtshalve aangehouden .
TOEGEPASTE WETTEN ACl kamer Vonmsnr I
p.11
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 6, 7, 38, 39, 40, 41, 42, 43b1s1 65, 66 strafwetboek,
art. 4 V.T.Sv;
art 185 Sv;
alsook de wetsbepaling en aangehaal d in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien var
Bij verstek ten aanzien van De WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST,
Op strafgebied
Verleent akte aan De WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST van haar vrijwtlhge tussenkomst.
Beperkt de mcrlminatieperlode van sub-tenlastelegging 1 als volgt:
'in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 29 januan 2023'
Ten aanzien var 1 eerste beklaagde
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen 1 -met
beperkte incriminatieperiode -, 2 en 3:
tot een geldboete van 6800,00 EUR, zijnde 850,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar.
Verklaart verbeurd overeenkomsti g artikel 42, 3° en 43b1s Sw. de vermogensvoorde len voor een bedrag
van 1.455 euro.
Veroordeelt tot betaling van-
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasione le redders;
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor Juridische tweedelijnsbljstand;
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 12
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 392,04 = 196,02 EUR
Ten aanzien van tweede beklaagde
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen 1 -met beperkte
incrlmmatieperiode-, 2 en 3;
tot een geldboete van 6800,00 EUR, zi1nde 850,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenu1tvoerlegg111g wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar.
Verklaart verbeurd overeenk omstig artikel 42, 3° en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 1.455 euro.
Veroordeelt tot betalmg van:
-een b11drage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter f111anc1enng van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders,
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor jund1sche tweedelijnsbijstand;
-een vaste vergoedmg voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
-de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 392,04 = 196,02 EUR.
Herstel
Stelt vast dat de vordering van de WOONINSPECTEUR zonder voorwerp is.
Op burgerlijk gebied
Houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Rolnummer AC1 kamer Vonmsnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p 13
• --·---------------------------
Dit vonnis 1s gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 17 november 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer AC1 •
·, rechter
m aanwezighe id van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaa l van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier