ARR:WI 21.AN002
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2025-11-24
🌐 FR
veroordeling
Rechtsgebied
strafrecht
Geciteerde wetgeving
15 juni 1935, Burgerlijk Wetboek, Gerechtelijk Wetboek, Strafwetboek, Sw.
Volledige tekst
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
In de zaak van het openbaar ministerie en
BURGERLIJKE PARTIJEN:
tegen: wonende te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
loco , advocaat te
wonende te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
loco Meester , advocaat te t
geboren
ingeschreven te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
loco Meester i, advocaat te
BEKLAAGDE:
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, vertegenwoord igd door Meester
TENLASTELEGGING(EN) Vonnisnr
, advocaat te
, advocaat te
, advocaat te
, advocaat te
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; /
p. 2
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstree ks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
Rolnumm er ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnisnr /
p.3
bijeenkom sten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongeste ld.
in het onroerend goed gelegen te
2023 gekadastreerd als sinds
, met een totale oppervlakte van 00a 53ca en met
de volgende eigenaars en indeling:
) is voor de geheelheid volle eigenaar van het
handelspand op het gelijkvloers en het appartement op de tweede verdieping te
)
.) is voor de geheelheid volle eigenaar van het
duplexappartement op de derde verdieping te
. Aangekocht bij akte d.d. 14/12/2023, notaris te
:. Verkoper:
) is voor 99/100 volle eigenaar en
Is voor 1/100 volle eigenaar van het appartement op de eerste verdieping te
Aangekocht bij akte d.d.
30/11/2023, notaris te Verkoper:
A verhuren, te h r of ter beschikking stelleh, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
in de periode van 26 januari 2020 tot en met 26 januari 2021
namelijk een appartement .) gelegen op voornoemd adres te
dat niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten , aan
euro/maand.
in de periode van 26 januari 2020 tot en met 26 januari 2021
namelijk een appartement ) gelegen op voornoemd adres te
dat niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten, aan
euro/maand.
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 26 januari 2021
namelijk een appartement gelegen op voornoemd adres te
dat niet voldeed aan de minimale kwaliteitsvereisten , aan
euro/maand. voor 550,00
voor 575,00
voor 550,00
De feiten voor 1 januari 2021 omschreven en strafbaar gesteld als volgt: Als verhuurder, als eventuele
onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een woning of een specifieke
woonvorm, als vermeld in artikel 5 § 3 lid 1 van het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode , die niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van
voornoemd Decreet, rechtstreeks of via tussenpersoon, te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter
beschikking gesteld met het oog op bewoning (art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
houdende de Vlaamse Wooncode) .
PROCEDURE Vonnisnr I
p.4
Gezien het bewijs van overschrijving van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor Rechtszekerheid
dd. 18 februari 2025 ref :
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats In openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
beoordeling
op strafgebied
feiten
a.
(beklaagde, verder: • was tot 2 februari 2021 samen met zijn broer en twee
zussen de eigenaar van het onroerend goed gelegen te , kadastraal
gekend als (verder: het pand).
verhuurde tot 26 januari 2021 drie appartementen in het pand (woningen met
het oog op bewoning, hoewel deze niet voldeden aan de veillgheids-, gezondheids- en
wonlngkwaliteltsnormen.
bewijs, kwalificat ie en toereken ing
b.
De Vlaamse wooninspectie voerde een onderzoek uit in !het pand op 26 januari 2021 naar aanleiding
van een vooronderzoek door een controleur van de dienst woonkwaliteit van ,.
C.
Het gebouw vertoonde één gebrek in categorie I en twee gebreken in categorie 111. In de inkomhal, de
traphal en in de kelder waren geleiders onder spanning aanraakbaar, met een direct gevaar voor
elektrocutie tot gevolg. In de keuken in wonin@ was de gaskraan niet van een gasstop voorzien.
Tevens was er op verscheidene plaatsen vochtschade te zien.
De woningen vertoonden op basis van de gebreken aan het gebouw en de specifieke gebreken per
woning samengevat de volgende gebreken:
K:ategorle 1 ~ategorie Il K:ategorie 111
woning ie verdieping 11 5 3
woning 2e verdieping r? ~ ~
woning 3e verdieping s r? 2
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnisnr /
p.5 .,.,-~,,---------------- -----------------
d.
Tijdens de controle bleek dat enkel woningen verhuurd werden.
en mevrouw huurden woning
verklaarde dat ze er sinds 17 juni 2018 woonden. De huurprijs bedroeg 550 euro in het eerste huurjaar,
indien ze de "kleine" gebreken in de woning herstelden, en vanaf het volgende huurjaar 600 euro.
Volgens de huurovereenkomst stond de verhuurder enkel in voor de opgesomde structurele
herstellingen aan de buitenzijde van het pand.
De huurder van woning , mevrouw (burgerlijke partij, verder: sloot
een huurovereenkomst op 26 december 2019, maar huurde de woning sinds 2017. Ze betaalde 575
euro huur en had geen achterstal. Sinds een paar maanden viel door waterinfiltratie een gedeelte van
het plafond naar beneden. Hoewel ze dit in berichten gemeld had, zorgde niet voor een
herstelling. Tevens sijpelde er vocht in haar slaapkamer bij regenval. legde een brief van 1
Juni 2020 voor, waarin voorstelde om de huur op te zeggen opdat hij de woning kon renoveren
en een brief van 17 september 2020, waarin zij van de verschillende gebreken in kennis stelde.
De huurder van woninl:l (burgerlijke partij, verder- ), legde
een huurovereenkomst voor, waaruit bleek dat hij er sinds 1 maart 2020 woonde en dat hij 550 euro
huur betaalde. Ook voor hem gold een lagere huurprijs wanneer hij de "kleine" gebreken zou
herstellen. had geen huurachterstal. Hij had sinds augustus 2020 meermaals gevraagd
om de verschillende gebreken waaronder lekken en schimmel te willen verhelpen, maar enige reactie
bleef uit.
werd uitgenodigd voor verhoor, maar gaf hier geen gevolg aan.
e.
Nadat het pand op 2 februari 2021 aan werd verkocht, nam deze laatste de
herstellingswerkzaamheden voor zijn rekening. Bij een hercontrole op 19 jull 2023 stelde de inspectie
vast dat er (vergunde) herstellingen werden uitgevoerd en de indeling terug naar drie woningen werd
gebracht, zoals vergund. Niettemin vertoonden zowel het gebouw, als de woningen nog gebreken van
categorie Il of categorie 111.
a. de actualisering van de vaststellingen
f.
betwist de mogelijkheid om de feiten die zich in de weerhouden incriminatieperiode voor de
inwerkingtreding van de Vlaamse Codex Wonen (in werking sedert 1 januari 2021) situeren, te
beoordelen als gebreken van de categorieën Il en III in de zin van het regelgevend kader van de Vlaamse
Codex Wonen.
Een eerste vaststelling hierbij is dat dit verweer louter in abstracto wordt gevoerd. haalt geen
specifiek gebrek aan, dat onder het regelgevend kader van de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997 niet
tot strafbaarhe id zou leiden.
Bovendien betwistte de verdediging niet dat de nieuwe strafbaarstelling , concreet artikel 3.34 Vlaamse
Codex Wonen, op de feiten van toepassing is, zoals tevens weergegeven in de rechtstreekse
dagvaarding. De feiten betreffen immers (per woning) een voortgezet misdrijf, zodat de
strafbaarstelling zoals van toepassing tijdens de laatste periode -in deze vanaf 1 januari 2021 -van
toepassing is.
Rol nummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen , afdeling Antwerpen Vonnisnr /
p.6
In een proces-verbaal van 24 november 2024 werden de bevindingen van de eerste controle tevens
aan het regelgevend kader van de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997 getoetst. De wooninspectie
stelde vast dat de gebreken van de categorieën Il en 111 (zowel aan het gebouw, als aan de woningen)
ook strafbaar waren onder de gelding van de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997.
Ongeacht of de woon inspectie haar vaststellingen aan de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, dan wel
aan de Vlaamse Codex Wonen toetste, staan de vaststellingen op zich. De kwalificatie door de
wooninspectie is hierbij formeel juridisch niet noodzakeli jk, de kwalificatie van een bepaald gebrek
vindt Immers plaats door de beoordeling van de feitenrechter volgens de geldende decretale normen
en de bepalingen van uitvoeringsbesluiten.
b. de materiële vaststellingen
g.
In zijn verweer betwistte een aantal gebreken van categorie 111, die door de wooninspectie bij de
controle op 26 januari 2021 werden vastgesteld.
Ten eerste stelt hij dat men zonder een foto van het specifieke gebrek, de vaststelling dat een open
contactdoos die zich in de gemeenschappelijke inkomhal bevond en waarvan de geleiders aanraakbaar
waren, niet precies kon situeren.
Het is evenwel geen vereiste dat de woonlnspectie elk waarneembaar gebrek eveneens op foto
vastlegt. De verdediging voert niet concreet aan waarom de vaststellingen onvoldoende gedetailleerd
zou zijn, opdat ze niet aan de decretale normen en de bepalingen van uitvoeringsbesluiten getoetst
kunnen worden.
h.
Vervolgens wordt aangehaald dat de vaststellingen niet zouden stroken met de inhoud van het
technisch verslag dat de dienst woonkwaliteit op 30 november 2020 naar aanleiding van het
vooronderzoek opstelde. Enerzijds kan de evolutieve toestand van het pand verklaren dat in de loop
van de tijd nieuwe problemen aan het licht kwamen en daarom in het verslag van de wooninspectie
opgetekend werden. Anderzijds spreekt het voor zich dat de omvang van het vooronderzoek op 30
november 2020 minder ruim was, aangezien deze controle zich toespitste op het appartement op de
tweede verdieping. Dit neemt niet weg dat de vaststellingen die de wooninspectie op 26 januari 2021
optekende op zich volstaan om de vermelde tekortkomingen als gebreken van categorie III te
kwalificeren.
i.
In zijn verweer wierp verder op dat de loshangende kabels in de gemeenschappelijke traphal niet
langer aangesloten waren op het elektriciteitsnet . Aangezien deze niet onder spanning stonden, kon
er ook geen direct gevaar zijn.
Ook de vaststelling dat een leiding niet meer In gebruik is, maar wel nog kan aangekoppeld worden,
betreft een tekortkom ing die volgens het Ministerieel Besluit minstens tot categorie Il behoort. De
tekortkoming zoals weergegeven door de verdediging leidt bijgevolg nog steeds tot een risico op brand
en elektrocutie en betreft onder categorie Il, weliswaar een minder ernstige, maar nog steeds een
strafbare tekortkoming .
De verdediging stelde in gelijke zin dat de ontbrekende gasstop in woning in de praktijk niet onveilig
zou zijn, doordat de netbeheerder een gasstop voor de gasmeter had voorzien. Daarnaast zou de
gasaansluiting in won in@ niet langer in gebruik zijn. Opdat een aftakking waarop geen gastoestellen
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 7
aangesloten worden reglementair afgesloten is, is vereist dat een gasstop voorzien wordt. Deze vereiste
geldt tevens wanneer de gastoevoer niet langer doorloopt naar de woningen.
j.
In zoverre wijst op de (andere) gebreken van categorieën Il en lil die bij de hercontrole op 19 juli
2023 na meer structurele herstellingen , aan het licht kwamen, houdt dit vooral verband met het herstel
van het pand en de woningen. Voor de strafbaarheid van de geviseerde feiten volstaan de eerste
vaststellingen met abstractie van de gebreken die slechts op 19 juli 2023 werden opgetekend.
Behoudens dat de loshangende kabels een gebrek van categorie Il vormen, blijven de gebreken inzake
veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteit snormen op basis van de vaststellingen door de
wooninspectie vaststaan. Bovendien werden meerdere gebreken vastgesteld die aanleiding gaven tot
niet-conformiteit en/of onbewoonbaarheid, zodat de betwisting van een deel ervan de vaststellingen
van het materieel element van het misdrijf niet in de weg staat.
c. het moreel element
k.
argumenteert dat hij voorafgaand aan de eerste vaststellingen niet op de hoogte was van het
bestaan van ernstige gebreken die tot de onbewoonbaarheid van de woningen leidden. Hij betwist
onachtzaam te zijn geweest, te weten te hebben gehandeld (of nagelaten te handelen) met een gebrek
aan voorzorg of voorzichtigheid .
voert verder aan dat de huurders slechts de gebreken hebben aangekaart nadat hij duidelijk
maakte dat hij de huurovereenkomst ging opzeggen . Dit zou bevestigen dat de gebreken niet
noodzakelijk reeds voordien bestonden.
1.
Vooreerst vereist het moreel element van het misdrijf (artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen) niet dat
een melding of een klacht van gebreken of vermeende gebreken moet ontvangen hebben.
Het komt aan iedere verhuurder toe zich als een redelijk en vooruitziend persoon te gedragen, wat
concreet met zich brengt dat deze erop moet toezien dat een woning die hij verhuurt voldoet aan de
minimale veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen .
Overigens kan het laattijdige melden van gebreken eveneens uitgelegd worden door de context waarin
de huurders zich bevonden , aangezien ze aangaven dat het vinden van een alternatieve huurwoning
op korte termijn niet voor de hand lag.
Dat reeds voor de meldingen van de huurders op de hoogte was van de gebrekkige staat van het
pand en bijgevolg van de woningen die hij verhuurde, blijkt uit de gezamenli jke beoordeling van
volgende elementen :
voerde aan dat hij reeds voor het overlijden van zijn vader op voor de
verhuur van de appartementen instond. Hij had bijgevolg al langer kennis van de situatie
waarin woningen werden verhuurd en wist op het moment van de eigendomsovergang dat hij
als verhuurder ook verplichtingen na te komen had.
Uit de inhoud van huurovereenkomsten met de huurders van woning en volgt dat
beklaagde wel weet had van het bestaan van gebreken in hun woning, aangezien de huurprijs
met 50 euro verminderd werd indien de huurders gebreken aan de woning op eigen kosten
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnlsnr /
p.8
~~., ••• ,,,.,. ..... .,.,,~ ....... --------------------------,..-------
herstelden.
betwist niet dat hij regelmatig in het pand kwam en geeft dus toe dat hij zicht had op de
feitelijke situatie van het pand. Hij schatte de toestand van het pand als niet-problematisch in.
m.
In een relatief oud onroerend goed zoals het pand, waarvan bovendien wist dat het gebreken
vertoonde, mocht van in zijn hoedanigheid van verhuurder minstens verwacht worden dat hij een
actievere houding aannam om na te gaan of de verhuurde woningen nog de minimale normen voor
bewoning haalden en bleven halen. Het feit dat de huurders niet sinds de aanvang van de
incriminatieperiode gebreken signaleerden, neemt niet weg dat als verhuurder reeds van bij
aanvang deze actieve houding diende aan te nemen om de minimale woonkwaliteit op te volgen.
vroeg reeds enkele maanden voor de vaststellingen in een bericht van 24 oktober 2020 om
het gebrek aan het plafond te herstellen. Ongeacht of de datum op de brief juist was, blijkt uit de
inhoud van de berichten dat beklaagde had gewacht met concrete hulp te bieden, hetgeen erop wijst
dat een passieve houding aannam. Het is in dat opzicht van geen belang of dit gebrek dermate
ernstig was dat het tot categorie Il of 111 behoorde, maar wel dat niet begaan was met het
verhelpen van het gebrek op zich.
Bovendien houdt het moreel element van het misdrijf niet in dat de dader weet moet hebben van elk
specifiek gebrek. Een onachtzaamheid met betrekking tot de algemene toestand van een woning bij
het verhuren of ter beschikking stellen, volstaat.
Het moreel element van het misdrijf is dan ook vervuld in hoofde van
d. situering in de tijd
n.
Volgens de verdediging kan uit de vaststellingen van 26 januari 2021 niet opgemaakt worden dat de
vermelde gebreken reeds sinds één jaar aanwezig waren.
De gebreken die op 26 januari 2021 werden vastgesteld, in het bijzonder een algemeen verouderde
elektriciteitsinstallatie, de afwezigheid van een sifon en een gasstop, zijn voldoende structureel om vast
te stellen dat ze sinds geruime tijd aanwezig waren. Deze gebreken kunnen evenmin toegeschreven
worden aan een gebrekkig onderhoud door de huurders. Het staat vast dat de structurele gebreken
reeds een jaar voor de vaststellingen bestonden.
De feiten zijn bewezen, werden correct gekwalificeerd en worden toegerekend.
straf en strafmaat
o.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en vervult een signaalfunctie
van maatschappelijke afkeuring, zowel naar de veroordeelde toe als naar de maatschappij in haar
geheel. De bestraffing beoogt het herstel van de door het misdrijf aangebrachte maatschappelijke
schade. De bestraffing dient ook om de maatschappij te beschermen. Tegelijk wordt de
maatschappelijke reactie ten aanzien van de veroordeelde naar aanleiding van het misdrijf met de
bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de veroordeelde ertoe gebracht herhaling te vermijden
door middel van rehabilitatie en re-integratie.
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen , afdeling Antwerpen Vonnisnr I
p.9
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
De bewezen feiten werden met eenzelfde strafbaar opzet gepleegd, zodat één hoofdstraf met een
bijkomende straf wordt opgelegd.
p.
Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico in voor de veiligheid en de gezondheid van de
bewoners. Het is ook nefast voor hun welzijn. Het getuigt van een gebrek aan respect voor de
levenskwalite it van de bewoners. Het nalaten de noodzakelijke investeringen te doen leidt bovendien
tot een kostenbespar ing en aldus tot een onrechtmatig economisch voordeel.
schonk onvoldoende aandacht aan de vereiste kwaliteit van de verhuurde appartementen.
Hoewel hij op de hoogte was van de gebrekkige toestand van het pand, bleef hij de woningen verhuren
aan gezinnen die zich in een kwetsbare positie bevonden en bleef hij verder huurgelden innen.
stelde daar nauwelijks inspanninge n tegenover om een werkelijk huurgenot te verschaffen en een
veilige en gezonde woonomgeving in ruil te bieden.
Het openbaar ministerie formuleerde een voorstel van minnelijke schikking op 8 april 2024 voor een
bedrag van 6.000 euro, maar daar ging niet op in.
q.
is jaar oud en werd al zeven keer veroordeeld in verkeerszaken.
De gevraagde opschorting van de uitspraak van de veroordeling is niet opportuun, omdat aan
beklaagde duidelijk het signaal gegeven dient te worden dat woningen bij verhuur of
terbeschikkingstelling moeten voldoen aan de minimale veiligheids-, gezondheids- en
woningkwaliteitsnormen en dat hij daar als verhuurder ook strafrechtelijk verantwoordelijk voor is. Het
valt ook niet in te zien welke negatieve effecten van een strafrechtelijke veroordeling op zich een
desocialiserend effect zouden hebben voor
Aangezien de feiten gepleegd werden met het oog op geldgewin, past het
raken in zijn vermogen door middel van een geldboete. met een hoofdstraf te
Gelet op de financiële impact vari zowel de bijzondere verbeurdverklaring als de veroordeling op
burgerlijk gebied (lnfra), wordt de uitvoering van een deel van de geldboete uitgesteld. Deze modaliteit
heeft tevens tot doel beklaagde te ontraden in de toekomst nieuwe misdrijven te plegen.
r.
Het openbaar ministerie vordert de bijzondere verbeurdverklaring van het illegaal vermogensvoordeel
op basis van de ontvangen in de vastgestelde incriminatieper iodes, dat in totaal 19.000 euro bedraagt.
vraagt bij monde van zijn raadsman om de verbeurdverklaring af te wijzen als ongegrond . Het
staat evenwel vast dat illegale vermogensvoordelen heeft genoten door het verhuren van
woongelegenheden die daartoe niet geschikt waren. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat
hij zou kunnen blijven beschikken over de winst die hij opstreek door het plegen van de
bewezenverklaarde misdrijven.
In ondergeschikte orde verwijst naar het gegeven dat ook in geval een huurovereenkomst nietig
verklaard wordt, nog steeds een bezettingsvergoeding voor het weliswaar beperktere huurgenot in
rekening wordt genomen. Hij stelt dat deze vergoeding op de integrale huurprijs begroot moet worden,
Rolnummer ACl kamer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Vonnisnr /
p.10
•·•:•···,-;•1 .. ,_1(1'_, ___ Gli'QI'--~---------------------- --------
omdat de huurders de toestand van de woning en dus ook de aanwezige gebreken kenden alvorens de
huurovereenkomst te sluiten.
s.
De rechtbank brengt bij de begroting van het verbeurd te verklaren vermogensvoordeel een met een
bezettingsvergoeding overeenstemmend bedrag in mindering . Hierdoor wordt ook vermeden dat aan
een onredelijk zware straf wordt opgelegd.
Aangezien er wel degelijk een aanzienlijke negatieve Impact was op het woongenot, wordt de
bezettingsvergoed ing op een derde van de huurprijs geraamd en wordt ook een maandelijkse kost van
50 euro voor de verwarming in mindering gebracht, aangezien deze kost in de huurprijs begrepen was.
Lasten~ komt het berekende vermogensvoordeel neer op 10.966,67 euro:
woning : 6.600 euro -(12 maanden x (550 euro : 3) + 12 maanden x 50 euro) = 3.800 euro;
woning .: 6.900 euro -{12 maanden x (575 euro : 3) + 12 maanden x 50 euro)= 4.000 euro;
woning .: 5.500 euro -(10 maanden x (550 euro : 3) + 10 maanden x 50 euro) = 3.166,67
euro.
t.
Teneinde de belangen van zowel als de burgerlijke partijen te vrijwaren, wordt de toewijzing
bevolen van het voorwerp van de verbeurdverk laring ten belope van de titel van zowel als
en zijn echtgenote, (burgerlijke partij, verder: ).
herstel
u.
Er werd voor het pand op 23 maart 2021 een herstelvordering ingediend door de wooninspecteur .
sloot zich op 29 oktober 2021 aan bij deze herstelvordering.
Op basis van een proces-verbaal betreffende vaststellingen van 23 oktober 2023 blijkt dat de woningen
In het pand geen gebreken inzake veiligheids-, gezondhe lds-en woningkwaliteitsnormen meer
vertonen.
op burgerlijk gebied
burgerlijke partij
v.
DE WACHTER vordert een geldsom van , bestaande uit een materiële schadevergoeding voor de
betaalde huurgelden over een periode van twaalf maanden en een morele schadevergoeding van 2.500
euro.
W.
verwijst evenwel naar een akkoord onder stuk nr. 3 dat hij met bereikte, met
betrekking tot de terugvorder ing van de betaalde huurgelden na de onbewoonbaarverklaring.
stelt op haar beurt dat geen akkoord met beklaagde tot stand kwam aangezien (i) het
document enkel door beklaagde ondertekend werd en (ii) de betaling werd uitgevoerd na de datum
die in het akkoord bepaald werd.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
x. ACl kamer Vonnisnr /
p.11
Bij de behandeling teh gronde stond het niet ter discussie dat de vorige raadsman var de
overeenkomst had overgemaakt, reden waarom de handtekening van nog ontbrak. Het
begeleidende e-mailverkeer tussen haar vorige raadsman duidt dat er tussen een
wilsovereenstemming bestond over de afstand van de uitoefening van het vorderingsrecht met
betrekking tot de betaalde huurgelden. Het staat overigens niet ter discussie dat het bedrag van
750 euro (weliswaar laattijdig) heeft betaald, wat zijn akkoord bevestigt. Daarnaast wordt evenmin
betwist dat dit bedrag niet heeft teruggestort en dus heeft aanvaard.
De materiële schade betreffende de huurgelden werd reeds definitief geregeld tussen
, zodat de rechtbank zich hierover niet verder kan uitspreken.
y.
In zoverre een vordering stelt met betrekking tot morele schade, is de eis ontvankelijk
gedeeltelijk gegrond. Het is duidelijk dat morele schade heeft geleden ten gevolge van de
bewoning van de manifest niet-conforme woning. Betreffende deze schade wordt de billijke vergoeding
begroot op 250 euro.
Gelet op de kennelijke overschatting van de schade-eis, wordt de rechtsplegingsverg oeding bepaald op
basis van het toegekende bedrag.
z.
Deze burgerlijke vordering wordt in de eerste plaats uitgevoerd middels de toewijzing van de bedragen
die worden geïnd bij de uitvoering van de verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel. Wanneer
het openbaar ministerie echter aangeeft niet tot de uitvoering van die bijkomende straf over te
(kunnen) gaan, kan de uitvoering onverkort zelf nastreven .
burgerlijke partijen
aa.
huurden woning het pand tijdens de vastgestelde lncriminatieperiode.
Ze vorderen om:
de nietigheid van de huurovereenkomst vast te stellen;
geen bezettingsvergoeding toe te kennen;
de terugbetaling van 7.150 euro aan huurgelden die overeenstemt met dertien maanden huur
(dan wel deze na verbeurdverklaring aan hen toe te wijzen);
met betrekking tot morele schade, lichamelijke schade en verhuiskosten, één euro
provisioneel schadevergoeding toe te kennen;
een rechtsplegingsvergo eding van 1.800 euro.
Ook deze vordering wordt integraal betwist.
bb.
Bij de verhuur van een onbewoonbare woning wordt de wederrechtelijke toestand middels de
teruggave (artikel 44 Strafwetboek) ongedaan gemaakt door de huurovereenkomst nietig te verklaren.
In concreto valt het startpunt van de incriminatieperiode van het bewezen verklaard misdrijf van
verhuur van woning samen met het tijdstip waarop de huurovereenkomst gesloten werd. Het staat
Rolnummer ACl kamer Vonnlsnr I
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen , afdeling Antwerpen p. 12
dan ook vast dat de huurovereenkomst gebaseerd is op het bewezen verklaarde misdrijf van het
verhuren van een niet-conforme woning. De rechtbank verklaart om die reden de huurovereenkomst
nietig.
cc.
tonen aan de hand van schermafbeeldingen van verrichtingen aan dat ze
maandelijks 550 euro huur betaalden tijdens de incriminatieperiode. De vordering tot terugbetaling
van huurgelden is evenwel slechts ten belope van de incriminatieperiode, d.w.z. voor tien maanden,
gegrond.
In de concrete omstandigheden wordt een bedrag dat met een bezettingsvergoeding overeenstemt in
mindering gebracht, waarbij de bezettingsvergoeding geraamd wordt op een derde van de huurprijs.
Tevens wordt een maandelijkse vergoeding ten bedrage van 50 euro voor de verwarmingskost In
mindering gebracht.
dd.
Met betrekking tot de vermeende verhuiskosten en lichamelijke schade tonen
geen schade aan die in causaal verband staat met de bewezen feiten. Deze schadeposten worden
afgewezen.
Rekening houdende met de duurtijd van de huur staat het tevens vast dat
morele schade leden, die in oorzakelijk verband staat met de huur van de niet-conforme woning. Het
tijdsverloop sinds de feiten brengt ook met zich dat er geen reden is om deze schadevergoeding
provisioneel toe te kennen. Met betrekking tot de morele schade wordt een definitief bedrag van 200
euro als billijke en passende vergoeding, zowel aar toegekend .
De rechtsplegingsvergoeding wordt, zonder betwisting dienaangaande, begroot op het basisbedrag
overeenkomstig het gevorderd bedrag, aldus 1.412,79 euro, verdeeld zoals
bepaald in het dictum.
ee.
Deze burgerlijke vordering wordt in de eerste plaats uitgevoerd middels de toewijzing van de bedragen
die worden gei"nd bij de uitvoering van de verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel. Wanneer
het openbaar ministerie echter aangeeft niet tot de uitvoering van die bijkomende straf over te
(kunnen) gaan, kunnen de uitvoering onverkort zelf nastreven .
overige burgerlijke belangen
ff.
Op basis van de vaststellingen in het strafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordering werd ingesteld. De burgerlijke belangen worden In
zoverre ambtshalve aangehouden.
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 13 . •,,,,,• ... -.,=-=-'"·'--------------------------------
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebru ik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 6, 7, 38, 40, 41, 42, 43bis, 44, 45, 65, 66 strafwetboek;
art. 162ter, 185 Sv;
art. 1382 Oud Burgerlijk Wetboek;
art. 4 V.T.Sv;
alsook de wetsbepalingen aangehaa ld in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van , en de burgerlijke partijen
Op strafgebled
Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en A3:
tot een geldboete van 6400,00 EUR, zijnde 800,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 3200,00 EUR, zijnde 400,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen.
Verklaart verbeurd overeenkomst ig artikel 42, 3° en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 10.966,67 euro; met toewijzing aan de burgerlijke partijen ten belope van hun titel (zoals hieronder
bepaald).
Veroordee lt tot betaling van:
-een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen , ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
-een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
-een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken . Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
-de kosten van de strafvorde ring tot op heden begroot op 348,99 EUR.
Verplicht veroordeelde tot betaling van een administratieve toeslag. Deze toeslag bedraagt 29,8S EUR.
Herstel
De herstelvordering van de Wooninspecteur is zonder voorwerp;
Rol nummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpe n p. 14
Op burgerlijk gebied
Verklaart de eis van de burgerlijke partij
mate: toelaatbaar en gegrond in volgende
Veroordeelt om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke partij
de som van: tweehonderd euro (200,00 EUR) definitief (morele schade). te vermeerderen met
vergoedende interesten vanaf 26 januari 2021 tot heden en de gerechtelijke moratoire interesten vanaf
heden tot de dag van de volledige betaling.
Veroordeelt om als rechtsplegingsvergoeding aan te betalen de
som van 412,79 EUR (art.1022 Gerechtelijk Wetboek -art.1 tot 13 Wet van 21/4/2007 -art.162 bis -
194 Wetboek van Strafvordering).
Bepaalt dat deze eis dient te worden voldaan door de toewijzing van het verbeurdverklaarde bedrag
aan de burgerlijke partij, tenzij het Openbaar Ministerie aangeeft dat de bijzondere verbeurdverklaring
niet zal worden uitgevoerd;
*
Verklaart de eis van de burgerlijke partij toelaabaar en gegrond in de volgende mate:
Verklaart de huurovereenkomst die aanving op 1 maart 2020 tusser met
betrekking tot woning van het pand nietig.
Veroordee l1 om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke partij
de som van: drieduizend honderdzesehzestig euro en zevenenzestig cent (3166,67 EUR)
definitief, te vermeerderen met vergoedende interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 26 januari
2021 tot heden en de gerechtelijke moratoire interesten vanaf heden tot de dag van de volledige
betaling.
Veroordeelt om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke partij
Halki de som van: tweehonderd euro (200,00 EUR) definitief (morele schade), te vermeerderen met
vergoedende interesten vanaf 26 januari 2021 tot heden en de gerechtelijke moratoire interesten vanaf
heden tot de dag van de volledige betaling.
Veroordeelt om als rechtsplegingsvergoeding aan te betalen de som van
1000,00 EUR (art.1022 Gerechtelijk Wetboek -art.1 tot 13 Wet van 21/4/2007 -art.162 bis -194
Wetboek van Strafvordering).
Bepaalt dat deze eis dient te worden voldaan door de toewijzing van het verbeurdverklaarde bedrag
aan de burgerlijke partij, tenzij het openbaar ministerie aangeeft dat de bijzondere verbeurdverk laring
niet zal worden uitgevoerd.
*
Verklaart de eis van ontoelaatbaar in de mate deze de restitutie van de huurgelden
betaald voor de huur van de onbewoonbare woning, tot voorwerp heeft;
Verklaart de eis van de burgerlijke parti'. toelaatbaar en gegrond in de volgende mate:
Rolnummer ACl kamer Vonnisnr /
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen p. 15
··.·.-•• r •• -•=•=--------------------------------
Veroordeelt om als schadevergoeding te betalen aan de burgerlijke partij
de som van: tweehonderdvijftig euro (250,00 EUR) definitief. te vermeerderen met vergoedende
interesten vanaf 26 januari 2021 tot heden en de gerechtelijke moratoire interesten vanaf heden tot
de dag van de volledige betaling.
Veroordeelt om als rechtspleg ingsvergoeding aan te betalen de som van
235.47 EUR (art.1022 Gerechtelijk Wetboek -art.1 tot 13 Wet van 21/4/2007 -art.162 bis -194
Wetboek van Strafvordering).
Bepaalt dat deze eis dient te worden voldaan door de toewijzing van het verbeurdverklaarde bedrag
aan de burgerlijke partij, tenzij het openbaar ministerie aangeeft dat de bijzondere verbeurdverklaring
niet zal worden uitgevoerd.
*
Houdt de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan.
****
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 24 november 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. kamer AC1:
j rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier