Naar hoofdinhoud

ARR:WI 22.GE011

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent 📅 2025-11-18 🌐 FR Vonnis veroordeling

Rechtsgebied

strafrecht

Geciteerde wetgeving

1 augustus 1985, 15 juni 1935, 17 april 1878, 19 maart 2017, 28 december 1950

Volledige tekst

Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent In de zaak van het openbaar ministerie tegen: BEKLAAGDEN : 1. 2. geboren van Belgische nationaliteit ingeschreven te eerste beklaagde , bijgestaan door meester :, RRN geboren van Turkse nationaliteit ingeschreven te tweede beklaagde , vertegenwoordigd door meester TENLASTELEGGINGEN Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; Vonnisnr :, advocaat te / p.2 advocaat te A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) namelijk een woning gelegen te Het huis (met 4 woongelegenheden) te -oppervlakte 00a 59ca) behoort toe aan : Historiek : 1) voor½ in volle eigendom. ') voor½ in volle eigendom. ·, kadastraal gekend als Aangekocht door huwgeme enschap (voor 99/100 in volle eigendom) en door de (voor 1/100 in volle eigendom) bij akte d.d. 30/06/2008 , notaris te Verkopers : Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.3 ····••·'<""' .. .,.......,._ __ _____ _________________________ _ Ingevolge akte afstand/verdeling d.d. 04/03/2011 , notaris te ieder voor de helft volle eigenaar. in de periode van 2 februari 2021 tot en met 24 februari 2022 door ten nadele van ten nadele van namelijk woning nr. Gent in de periode van 1 juni 2021 tot en met 24 februari 2022 door ten nadele var ten nadele var namelijk woning nr door ten nadele van ten nadele van ten nadele van ten nadele van in de periode van 1 juni 2021 tot en met 24 februari 2022 namelijk woning nr. 4k door ten nadele var ten nadele van in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 24 februari 2022 namelijk woning nr. werden B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, Rolnumme, Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost.Vlaandere n, afdeling Gent Vonnlsnr / p.4 ·,.~~-~ .. ,.------------------------------ (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) namelijk een woning gelegen te , kadastraa l gekend als Het huis (met 4 woongelegenheden) te -oppervlakte 00a 69ca) behoort voor de geheel heid in volle eigendom toe aan Historiek: Aangekocht door (voor 99/100 in volle eigendom) en door de huwgemeenscha p (voor 1/100 in volle eigendom) bij akte d.d. 30/06/2008, notari~ te Verkopers : Ingevolge akte afstand/verdeling d.d. 04/03/2011, notaris te werc voor de geheelheid volle eigenaar. op 24 februari 2022 door namelijk woning nr door ten nadele van ten nadele van in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 24 februari 2022 namelijk woning nr door ten nadele van ten nadele van ten nadele van in de periode van 25 februari 2017 tot en met 24 februari 2022 namelijk woning nr in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 24 februari 2022 door ten nadele van namelijk woning nr Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr I p.S (inbreuken voor 1/1/2021 werden strafbaar gesteld door art. 2 § 1, 31°, en 20 § 1 lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode). De beklaagden worden eveneens gedagvaard om zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van Voor beklaagde : €61.670 Voor beklaagde €12.870 1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, 2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, 3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde , de geldwaarde ervan dient te ramen ( het equivalent bedrag), namelijk de huurinkoms ten tijdens de periode van verhuur; Berekening: A.1, A.2, A.3, A.4 (blad 5 bij PV Totaal vermogensvoordeel is €25.740, elk €12.870 B.1, B.2, B.3, B.4 (blad 6 bij PV Woning : €3.600 Woning € 41.700 (4.800 + 18.000 + 17.100 + (4x 450)), dit is huurperiode vanaf 1/3/2017, bedragen ervoor zijn verjaard. Woning : €3.500 Totaal: € 48.800 Voor beklaagde Voor beklaagde PROCEDURE : €12.870 + €48.800 = €61.670 :: €12.870 De dagvaarding werd op 29 november 2024 overgeschreven op het kantoor Rechtszeke rheid te Zij vermeldt de kadastrale omschrijving van de onroerende goeden dat het voorwerp is van de tenlasteleggingen en identificeert de eigenaar ervan zoals voorgeschreven door de wetgeving inzake hypotheken. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting . De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal. Rolnumme 1 Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr / p.6 De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen. Het openbaar ministerie heeft haar vordering geformuleerd ter zitting. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 1. Overzicht van de feiten 1. Op 22 juni 2021 werd de woon inspectie gecontacteerd door de dienst Toezicht Wonen naar aanleiding van een aanvraag tot conformiteitsonderzoek in de woningen geleden in . De aanvraag werd ingediend door een buur van het pand die klaagde over diverse gebreken aan het pand, sluikstort, geluidsoverlast, ongedierte , hoge huurprijzen en sterk verloop van bewoners. De woningen maken deel uit van een reeks van vijf gelijke panden met tel­ kens 4 zelfstandige woongelegenheden en zijn in handen van verschillende leden van de fami­ lies Omdat er te weinig indicaties waren voor huisjesmelkerij werd het dossier opgestart bij de wooninspec tie. 2. Op 24 februari 2022 ging de woon inspectie ter plaatse in de vier woongelegenhede n in de waarvan beide beklaagden elk voor de helft eigenaar zijn. De vier woningen werden verhuurd aan personen met de nationaliteit. De bewoners waren aanwezig bij de huiszoeking en gaven toestemming. Aan het gebouw zelf waren er drie ernstige gebreken en twee gebreken die een direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden ver­ oorzaakten in categorie 111. Het betrof vooral ernstige scheurvorm ing in de buitenmuren, ernstige corrosie aan de draag­ vloer met gevaar voor de stabiliteit, risico op elektrocutie aan de zekeringenkast, aansluiting van het mobiel gasfornuis met een niet aangepaste flexibel en een gebrek aan rookmelder s. Alle vier de zelfstandige woningen waren behept met zeer vele gebreken zowel in categorie 1, categorie 2 als categorie 111. De woningen waren ongeschikt en onbewoonbaar . De volgende gebreken werden onder meer vastgesteld: condenserend vocht met schimmel, glasbreuk , water in de kelder, wc die niet goed kan worden afgesloten, gebrek aan verluchting in de keuken, badkamer of wc, ontbrekende trapleuning, geen EPC, geen rookmelders, te wei­ nig licht in de traphal, toestellen aangesloten op stopcontacten zonder aarding, gebruik van aardpennen die niet aangesloten zijn op een aardgeleider en loshangende bedrading. De huurders konden huurcontracten voorleggen voor periodes van 1 jaar. De huurprijs be­ droeg 650 tot 700 euro per maand. De huurders verklaarden dat tweede beklaagde , hun huurbaas was aan wie zij betaalden. De huurders van het gelijkvloers, een kop- pel met een pasgeboren baby, verklaarden dat ze naar een persoon ' kunnen bellen die Rolnumme, Dertigste kamer Vonnlsnr I rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdellng Gent p. 7 werkt voor de eigenaar wanneer er problemen zijn. Ze hadden veel last van vocht en ze hadden problemen met de elektrische kachel. De overige huurders meldden geen noemenswaard ige problemen en verklaarden ook dat ze bij de eigenaar of terecht konden bij problemen. De wooninspecteur leidde bij brief van 6 april 2022 een herstelvordering in bij het parket. Het principiee l herstel werd gevorderd, namelijk werken uitvoeren om de conformiteit te herstel­ len binnen een termijn van 10 maanden onder verbeurte van een dwangsom. Na melding van herstel deed de woonlnspectie een hercontrole op 1 augustus 2022. Er waren geen gebreken meer aan het gebouw. De herstelde barst diende wel opgevolgd te worden. Alle woningen vertoonden nog kleine gebreken, maar drie woningen waren niettemin reeds conform. Enkel de woning op het gelijkvloers had nog een gebrek van categorie Il, namelijk een aantasting van condenserend vocht met schimmelvorm ing aan de zijgevel links in de keu­ ken en een ernstige aantasting met schimmel achteraan in de slaapkame r. Op 21 september 2022 werd opnieuw een controle uitgevoerd, ditmaal enkel van woning De muren in de keuken en de slaapkamer bleven een verhoogde vochtwaa rde vertonen. Het was aangewezen om dit gebrek grondig aan te pakken door bijvoorbeeld de muren te injecte­ ren. De woning was hierdoor nog steeds niet conform. Op 5 oktober 2022 kon het herstel worden vastgesteld. De muren werden geïnjecteerd. 3. Op 24 februari 2022 ging de wooninspectie eveneens ter plaatse in de vier woongelegenhe- den in . waarvan enkel eerste beklaagde eigenaar is. Eén van de bewoners, werd verbaal agressief en wou geen toestemming geven tot huiszoeking. Hij zei dat de eigenaar zijn broer was en er geen problemen waren. Ook eerste beklaagde uitte uitdrukkelijk zijn ongenoegen omtrent het onderzoek . De overige bewoners gaven wel toestemming. Ook hier waren de meeste huurders van Bul­ gaarse afkomst en kwamen ze er via via terecht. Het gebouw had één klein gebrek en één ernstig gebrek van categorie Il (scheurvorming) . Woning had vier kleine gebreken en twee ernstige gebreken. Woning had twee kleine gebreken en twee ernstige gebreken. Woning had twee kleine gebreken, vier ernstige gebreken en 1 gebrek dat een direct gevaar opleverde voor de veiligheid, gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroor­ zaakte (loshangend stopcontact en licht te dicht bij douche waardoor er een risico was op elektrocutie). De huurders konden contracten voorleggen die steeds voor 1 jaar werden afgesloten. De huur­ prijs bedroeg tussen de 600 en 720 euro per maand. Zij verklaarden dat zij met de eerste be­ klaagde, , het huurcontrac t afsloten. De huurders waren tevreden en stelden dat zij de verhuurder konden bereiken bij problemen. Alleen de huurder van woning stelde dat het water uit de gootsteen niet goed wegliep en dat de verhuurder hier niets aan gedaan had. De wooninspecteur leidde bij brief van 25 april 2022 een herstelvordering in bij het parket. Het principieel herstel werd gevorderd, namelijk werken uitvoeren om de conformiteit te her­ stellen binnen een termijn van 10 maanden onder verbeurte van een dwangsom. Rol nummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr / p.8 Na melding van herstel deed de wooninspectie een nacontrole op 1 augustus 2022. Bij deze hercontrole stemde wel in met een huiszoeking . De conformiteit kon worden vastgesteld . 4. Beklaagden werden schriftelijk uitgenodigd voor verhoor maar reageerden niet op deze uitnodiging. 2. Bespreking van de schuldvraag 1. Eerste beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens de verhuur van twee panden met daarin telkens vier woongelegenheden in strijd met de woonkwaliteitsnormen . Tweede beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens de verhuur van één pand met daarin vier woongelegenheden in strijd met de woonkwa liteitsnormen. Eerste beklaagde heeft de tenlasteleggingen niet betwist maar is van oordeel dat hij onmoge­ lijk kennis kon hebben van de gebreken. De huurders waren tevreden en hebben de manke­ menten niet ter kennis gebracht. Ook was hij er niet van op de hoogte dat er zoveel personen woonden in bepaalde woningen. Er was geen sprake van kwaadwilligheid waarbij hij bewust te veel mensen in een niet conforme woning heeft laten intrekken. Tweede beklaagde heeft de tenlasteleggingen niet betwist maar verzocht om de opslorping met een eerdere veroordeling bij vonnis van 18 juni 2024. Hij verzocht er rekening mee te houden dat er in 2009 conformiteitsattesten werden afgeleverd, de meeste huurders geen melding maakten van problemen met betrekking tot hun woning, de huurders verklaarden dat tweede beklaagde bereikbaar was voor herstellingen, hij geen weet had van de overbewoning en hij de dagvaarding niet afwachtte om tot herstel over te gaan. 2. Gelet op de duidelijke vaststellingen van de wooninspectie op 24 februari 2022 zijn alle tenlastelegg ingen bewezen. De gebreken waren talrijk, duidelijk zichtbaar en vaak structureel waardoor het voor de rechtbank vaststaat dat de woningen reeds bij de start van de verschillende incriminatieperiodes niet conform waren. De meeste huurders (met uitzonder ing van Yilmaz Esen) woonden nog niet lang in de woning zodat beklaagden niet kunnen stellen dat zij niet op de hoogte konden zijn van de gebreken. Bij het aangaan van een nieuw huurcontract is een controle eenvoudig en evident. Bovendien verklaarden de huurders dat beklaagden geregeld langskwamen zodat zij eenvoudig konden kennisnemen van de gebreken. Ook in de beide gemeenschappelijke inkomhallen waren er ernstige gebreken aan de elektriciteit die bij een eenvoudig binnenkomen in het pand konden worden opgemerkt. De gemeenschappelijke trap in had vele zichtbare gebreken zoals een deels ontbrekende leuning, ontbrekende spijlen aan de trapleuning en losliggende trapbekleding met valgevaar. Het is weinig ernstig te stellen dat beklaagden hier onmogelijk van op de hoogte konden zijn. De voorgelegde conformiteitsattesten dateren van 2009 en waren niet meer geldig. Het bestaan van een conformiteitsattest ontsloeg beklaagden bovendien niet van hun plicht als verhuurders om na te gaan of de woonkwalite itsnormen blijvend werden nageleefd. Rolnummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent Vonnisnr / p.9 De omstandigheid dat de huurders geen klachten hadden zegt niets over de conformiteit van hun woningen. Nog afgezien van de omstandigheid dat de huurders dikwijls geen klacht durven neerleggen uit schrik hun woning te verliezen, is hun mening of aanvoelen over de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de woning geenszins schuldbevrijdend. Wat de overbewoning betreft, stelt de rechtbank vast dat de wooninspectie nergens overbewoning vaststelde, maar wel een aantal keren een overschrijding van de bezettingsnorm. Wat bijvoorbeelc betreft, stelt de rechtbank vast dat in het huurcontract werd opgenomen dat de woning met drie personen (man, vrouw, 1 kindje) mocht bewoond worden terwijl de bezettingsnorm slechts twee personen is. De overschrijding van de bezettingsnorm werd aldus in dit geval toegestaan door beklaagden zodat zij zich niet kunnen verschuilen achter daden van hun huurders waar zij niets vanaf wisten. Nu beklaagden niet vervolgd worden voor het verhuren van overbewoonde woningen, gaat de rechtbank niet verder in op dit verweer. Het moreel element van het misdrijf vereist enkel (algemeen) opzet, dit is in casu niet te doen wat door de vermelde bepalingen geboden is te doen. Het misdrijf vereist geen kwaadwilligheid . De Vlaamse Codex Wonen van 2021 geeft geen aanduiding nopens het moreel element, zodat het bewust en vrijwillig handelen volstaat. Dat van dit laatste sprake is wordt veronderste ld bij het plegen van de materiële handeling, die als de uiting van de vrije en bewuste wil van beklaagden moet worden aangezien, wanneer zij het bestaan van een schulduitsluitingsgrond, zoals overmacht of onoverkomelijke dwaling, of van een rechtvaard igingsgrond, zoals noodtoestand , niet enigszins geloofwaardig maken. Beklaagden voeren geen verschonings -of rechtvaardigingsgronde n aan, noch maken zij deze aannemelijk. Dat beklaagden beweren niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dat de woningen niet conform en woonongeschikt waren is zoals hierboven reeds gesteld niet geloofwaardig en vormt alleszins geen verschonings- of rechtvaardigingsgrond. Het valt bovendien niet na te gaan waarvan beklaagden op de hoogte waren en het is ook niet relevant. Personen die een woning ter beschikking stellen met het oog op bewoning, mogen dit immers pas doen als die woning conform en woongeschikt is. Deze personen horen dit te weten. Die kennis is niet afhankelijk van een voorafgaande mededeling of verwittiging door een overheid, bv. door de wooninspecteur die vaststelling van inbreuken doet of een melding van problemen door de huurders. Zo nodig moeten zij daartoe het pand (laten) controleren . 3. Straftoemeting 1. De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met winstoogmerk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid opgelegde kwaliteitsnormen en -vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op investeringen hiertoe. Beklaagden legden deze verplichtingen naast zich neer en konden zo belangrijke besparingen doen terwijl zij huurders lieten verblijven in verouderde woningen in slechte staat. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 10 2. Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden, de eventuele strafverzwa­ rende factoren, de doelen van de straf zoals bepaald in artikel 7 §2 Sw. en de persoonlijkheid van beklaagden zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, gezinstoestand en arbeidssitu ­ atie, voor zover de rechtbank die kent. De straf heeft niet alleen een vergeldende functie, ze moet ook preventief werken: ze moet beklaagden ertoe aanzetten in de toekomst geen misdrijven meer te plegen. Gelet op de economische aard van de misdrijven, is een geldboete en de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, zoals hierna besproken, de meest passende straf. De straf moet beklaagden doen afzien van economische afwegingen inzake pakkans, bestraffing en econo­ misch voordeel en hen ertoe aanzetten voortaan bij verhuring van woningen alle veiligheids­ en kwaliteitsnormen in het belang van de bewoners in acht te nemen. Gelet op het grote aan­ tal niet conforme woningen die eerste beklaagde verhuurde, gaat de rechtbank niet in op zijn vraag om een werkstraf op te leggen. Bovendien zullen de opgelegde geldboetes beklaagden niet sociaal declasseren of hun sociale reclassering disproportioneel belemmeren. Opdat beklaagden de ernst van de gepleegde mis­ drijven vatten, moeten de geldboetes in beginsel effectief zijn en gelast de rechtbank geen uitstel van de tenuitvoerlegging ervan. 3. Eerste beklaagde, , is jaar oud en werd al zestien maal veroordeeld wegens diefstal, geweldsdelicten , verkeersinbreuken, wapenbezit en inbreuk op het wetboek inkomstenbelasting . Eerste beklaagde houdt zich professioneel bezig met de verhuur van woningen en leeft van huurinkomsten. In het nadeel van eerste beklaagde houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met het grote aantal niet conforme woningen dat werd verhuurd door eerste beklaagde, de ernst van de aanwezige gebreken en het negatief strafverleden. In het voordeel van eerste beklaagde houdt de rechtbank rekening met het zeer snelle herstel dat werd bereikt en de tijd die inmiddels is verstreken sinds de vaststellingen. De rechtbank legt voor eerste beklaagde overeenkomst ig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één straf op voor de feiten van de tenlasteleggingen A.1, A.2, A.3, A.4, B.1, B.2, B.3 en B.4 samen. Een geldboete van 500 euro is om alle voorgaande redenen passend en evenwichtig. 4. Tweede beklaagde, :, i~ jaar oud en werd reeds zeven maal veroordeeld voor onder meer verkeersinbreuken , diefstal, opzettelijke slagen, afpersing en verkoop van verdovende middelen. Hij komt niet meer in aanmerking voor de gunst van het gewoon uitstel. De feiten die aan de nu bewezen verklaarde tenlasteleggingen ten grondslag liggen zijn in hoofde van tweede beklaagde de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van een zelfde misdadig opzet als hetgeen ten grondslag ligt aan de tenlasteleggingen waarvoor hij bij vonnis van 18 juni 2024, dat in kracht van gewijsde is getreden, werd veroordeeld door deze rechtbank, zodat de rechtbank krachtens artikel 65, tweede lid Sw. rekening moet houden met de al uitgesproken geldboete van 300 euro. Deze straf is echter niet voldoende voor een juiste bestraffing van al de misdrijven samen. Tweede beklaagde wordt thans immers veroordeeld Rolnumme, Dertigste kamer Vonnisnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p.11 voor het verhuren van nog vier niet-conforme woningen in ongeveer dezelfde periode. Een bijkomende geldboete van 200 euro vormt daarom een passende bestraffing. 4. Verbeurdverklaring 1. De bewezen misdrijven hebben voor beklaagden vermogensvoordelen opgeleverd die zon­ der de misdrijven niet mogelijk waren geweest. De woningen mochten in deze toestand im­ mers niet worden verhuurd . Het openbaar ministerie vorderde schriftelijk de bijzondere ver­ beurdverklaring van de vermogensvoordelen in de zin van artikel 42, 3° Strafwetboek en vol­ deed zo aan de vereiste gesteld door artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek , dat de rechtbank de mogelijkheid biedt deze straf op te leggen. Het is maatschappelijk onaanvaardbaar dat be­ klaagden in het bezit zou blijven van de vruchten van de bewezen misdrijven. Daartoe is niet vereist dat er sprake zou zijn van een abnormale , buitensporige, bovenmatige of overdreven winst. De wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen werden door het openbaar ministerie be­ paalt op 61.670 euro voor eerste beklaagde en 12.870 euro voor tweede beklaagde, namelijk de huuropbrengsten van de woningen gedurende de incriminatieperiodes. De berekening van de ontvangen huurinkomsten is correct en werd niet betwist. Deze ontvan­ gen huurgelden kunnen in principe volledig verbeurd verklaard worden nu beklaagden deze gebrekkige woningen nooit hadden mogen verhuren in de ten laste gelegde periodes. Het verweer van eerste beklaagde dat de periodes korter zouden geweest zijn indien de woon­ inspectie sneller zou gekomen zijn Is de wereld op zijn kop. Het is aan eerste beklaagde om geen misdrijven te plegen, ongeacht een eventuele controle. Ook het verweer dat hij veel kos­ ten heeft gemaakt om de woningen In orde te brengen na de vaststelling van de non-confor­ miteit kan de rechtbank niet overtuigen tot mildheid. Deze kosten hadden immers reeds veel eerder moeten gemaakt worden zodat de huurders niet in slechte en gevaarlijke omstandig­ heden hadden moeten wonen. Beklaagden verzochten de verbeurdverklaring niet uit te spreken of het bedrag van de ver­ beurdverklaring te milderen en geen onredelijke straf op te leggen. 2. Om beklaagden geen onredelijk zware straf op te leggen vermindert de rechtbank het be­ drag aan vermogensvoordelen dat zal verbeurd verklaard worden tot 20.000 euro voor eerste beklaagde en 5.000 euro voor tweede beklaagde . HERSTEL Gelet op de op 1 augustus 2022 ( ) en 5 oktober 2022 ( vastgestelde conformiteit, zijn de herstelvorderingen van de wooninspecteur zonder voor­ werp. Rolnummer Dertigste kamer Vonnlsnr / rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent p. 12 BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED Omdat de door beklaagden gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaakt, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voor­ afgaande Titel wetboek van Strafvordering. TOEGEPASTE WETTEN De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen: art. 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 41 Wet van 15 juni 1935; art. 4 Wet van 17 april 1878 -Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvorder ing; art. 162, 182, 184, 185 §1, 189, 190, 194, 195 Wetboek van Strafvordering ; art. 1, 2, 3, 7, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 43bis, 65, 66, 100 Strafwetboek; alsmede de artikelen en wetsbepalingen aangehaald in de tenlasteleggingen, zoals hiervoor omschreven ; art. 1, 2, 3 Wet van 5 maart 1952; art. 28, 29 Wet van 1 augustus 1985; art. 4 §3 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand; art. 91 2e lid van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement van de gerechtskosten in strafzaken; DE RECHTBANK: op tegenspraak ten aanzien van OP STRAFGEBIED Ten aanzien van • eerste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegg ingen A.1, A.2, A.3, A.4, B.1, B.2, B.3 en B.4 bewezen. Veroordeelt voor de vermengde feiten van de tenlastelegg ingen A.1, A.2, A.3, A.4, B.1, B.2, B.3 en B.4: tot een geldboete van 4.000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen. Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangen isstraf van 3 maanden . Rol nummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen , afdeling Gent Bijzondere verbeurdverklaring Vonnisnr / p.13 Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bis Strafwet­ boek van een bedrag van 20.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven zijn verkregen. Kosten Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfond s voor juridische tweedelijn sbijstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 192,12 EUR Ten aanzien van ·, tweede beklaagde verklaart schuldig aan de misdrijven omschreven in de tenlasteleggingen A.1, A.2, A.3 en A.4 en stelt vast dat de feiten die eraan ten grondslag liggen en de feiten waar­ voor tweede beklaagde bij vonnis van 18 juni 2024 van de rechtbank van eerste aanleg Oost­ Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30D1, werd veroordeeld de opeenvolgende en voortge­ zette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet zijn. Veroordeelt :, rekening houdend met de bij voormeld vonnis van 18 juni 2024 uitgesproken straf, voor de tenlasteleggingen A.1, A.2, A.3 en A.4 samen: tot een bijkomende geldboete van 1.600,00 EUR, zijnde 200,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een gevangenisstraf van 1 maand. Rol nummer Dertigste kamer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen , afdeling Gent Bijzondere verbeurdver klaring Vonnlsnr / p.14 Beveelt de bijzondere verbeurdverklaring overeenkomstig de artikelen 42 en 43bis Strafwet­ boek van een bedrag van 5.000,00 EUR, zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven zijn verkregen. Kosten Veroordeelt tot betaling van: -een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbi jstand -een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR -de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 192,12 EUR HERSTEL De rechtbank stelt vast dat de herstelvorderingen zonder voorwerp zijn. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 18 november 2025 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer G30DI: ., rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot