ARR:handhavingscollege-brussel-28-08-2025-0
๐๏ธ Handhavingscollege Brussel
๐
2025-08-28
๐ FR
Arrest
Rechtsgebied
bestuursrecht
Volledige tekst
HHC - 1 HANDHAVINGSCOLLEGE
ARREST
van 28 augustus 2025 met nummer
in de zaak met rolnummer
Verzoekende partij
met woonplaatskeuze te
Verwerende partij het VLAAMSE GEWEST , vertegenwoordigd door de Vlaamse
Regerin g, ten verzoeke van de Vlaamse m inister van Omgeving
en Landbouw , voor wie bij delegatie optreedt: de gewestelijke
entiteit (het Departement Omgeving - afdeling Handhaving)
vertegenwoordigd door ,
afdelingshoofd, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II -
laan 20, bus 8
I. Voorwerp van het beroep
Verzoekende partij vordert met een aangetekende brief van 11 oktober 2024 de vernietiging
van de beslissing van de gewestelijke entiteit met nummer , waarmee haar een
alternatieve bestuurlijke geldboete wordt opgelegd.
II. Toepassing van de vereenvoudigde procedure
1.
De voorzitter van het Handhavingscollege stelt met een beschikking van 29 januari 2025 vast
dat het beroep op het eerste gezicht klaarblijkelijk onontvankelijk is omdat verzoekende partij
heeft verzuimd om het verschuldigde rolrecht (tijdig) te storten. Deze beschikking wordt met
een aangetekende brief van 30 januari 202 5 betekend aan verzoekende partij, die wordt
HHC - 2 uitgenodigd om hierop desgevallend te reageren door het indienen van een
verantwoordingsnota (artikel 26/1, ยง2 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei
2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges -
Procedurebesluit). Verzoekende partij heeft geen (tijdige) verantwoordingsnota ingediend.
2.
Verzoekende partij is bij het indien en van een verzoekschrift tot vernietiging een rolrecht
verschuldigd van 100 euro (artikel 31/1, ยง1 van he t decreet van 4 april 2014 betreffende de
organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges - DBRC -
decreet) . Als dit bedrag niet tijdig wordt gestort is het beroep onontvankelijk (artikel 31/1, ยง4
DBRC -decreet). Verzoekende partij is door de griffie met een aangetekende brief van 26 juni
2025 uitgenodigd om het verschuldigde rolrecht alsnog te betalen. Ze heeft verzuimd om dit
(tijdig) te storten. Ze heeft ook geen verantwoordingsnota ingediend, zodat ze de vaststellingen
in de beschikking van 29 januari 2025 klaarblijkelijk niet betwist. De zaak wordt dan ook zonder
verdere rechtspleging in beraad genomen (artikel 26/1, ยง3 Procedurebesluit).
III. Beslissing van de voorzitter van het Handhavingscollege
1. Het beroep is klaarblijkelijk onontvankelijk .
2. De kosten van het beroep, begroot op 100 euro rolrecht, zijn ten laste van verzoekende
partij .
Dit arrest is uitgesproken op 28 augustus 2025 door:
De griffier , De voorzitter van het Handhavingscollege,