ARR:handhavingscollege-brussel-28-08-2025
🏛️ Handhavingscollege Brussel
📅 2025-08-28
🌐 FR
Arrest
Rechtsgebied
bestuursrecht
Volledige tekst
HHC - 1 HANDHAVINGSCOLLEGE
ARREST
van 28 augustus 2025 met nummer
in de zaak met rolnummer
Verzoekende partij
met woonplaatskeuze te
Verwerende partij het VLAAMSE GEWEST , vertegenwoordigd door de Vlaamse
Regerin g, ten verzoeke van de Vlaamse m inister van Omgeving
en Landbouw , voor wie bij delegatie optreedt: de gewestelijke
entiteit (het Departement Omgeving - afdeling Handhaving)
vertegenwoordigd door
afdelingshoofd, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II -
laan 20, bus 8
I. Voorwerp van het beroep
Verzoekende partij vordert met een aangetekende brief van 21 augustus 2024 de vernietiging
van de beslissing van de gewestelijke entiteit van 28 juni 2024 met nummer , waarmee
haar een alternatieve bestuurlijke geldboete wordt opgelegd van 2.900 euro wegens
schending van de artikelen artikel 4.2.1, 1°, 6.2.1, 1° en 2° en 6.2.2, 3° VCRO. Er wordt haar
met name verweten dat ze handelingen heeft gesteld zonder de daarvoor vereiste vergunning
of aktename en in strijd met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’, in
het bijzonder het dempen van de septische put, het vervangen van een draagmuur, het
plaatsen van een draagbalk op de gelijkvloerse verdieping, het plaatsen van een nieuwe
draagvloer op de eerste verdieping, het uitbreiden van de tweede verdieping links achteraan
met ongeveer 2m² en het ophogen van de s cheimuur links achteraan over een lengte van
ongeveer 7 m en een hoogte van ongeveer 20 cm.
HHC - 2 II. Toepassing van de vereenvoudigde procedure
1.
De voorzitter van het Handhavingscollege stelt met een beschikking van 3 februari 2025 vast
dat het beroep op het eerste gezicht klaarblijkelijk onontvankelijk is omdat het laattijdig is
ingediend. Deze beschikking wordt met een aangetekende brief van 5 fe bruari 2025 betekend
aan verzoekende partij, die wordt uitgenodigd om hierop desgevallend te reageren door het
indienen van een verantwoordingsnota (artikel 26/1, §2 van het besluit van de Vlaamse
regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor som mige Vlaamse
bestuursrechtscolleges - Procedurebesluit). Verzoekende partij heeft geen (tijdige)
verantwoordingsnota ingediend.
2.
De persoon aan wie de gewestelijke entiteit een alternatieve bestuurlijke geldboete oplegt kan
tegen deze beslissing, op straffe van onontvankelijkheid, binnen een termijn van dertig dagen
na de kennisgeving hiervan met een beveiligde zending, schorsend beroep indienen bij het
Handhavingscollege . De kennisgeving met een aangetekende brief wordt daarbij geacht te
zijn uitgevoerd op de derde werkdag na de afgifte bij de post, behalve in geval van bewijs van
het tegendeel (artikel 18 van he t decreet van 4 apri l 2014 betreffende de organisatie en de
rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges , in samenlezing met artikel 4
Procedurebesluit en met de artikelen 6.2.10 en 6.2.13, §4, lid 3 van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening).
Uit het administratief dossier blijkt dat de gewestelijke entiteit verzoekende partij met een
aangetekende brief van 4 juli 2024 in kennis stelt van de bestreden beslissing en dat deze
brief door de post wordt afgeleverd op 8 juli 2024, zodat haar vervalte rmijn om daartegen bij
het College een schorsend beroep in te dienen op het ogenblik van indiening van haar
verzoekschrift was verstreken. Verzoekende partij heeft ook geen verantwoordingsnota
ingediend, zodat ze de vaststellingen in de beschikking van 3 f ebruari 2025 klaarblijkelijk niet
betwist. De zaak wordt dan ook zonder verdere rechtspleging in beraad genomen (artikel 26/1,
§3 Procedurebesluit).
HHC - 3 III. Beslissing van de voorzitter van het Handhavingscollege
1. Het beroep is klaarblijkelijk onontvankelijk .
2. De kosten van het beroep, begroot op 100 euro rolrecht, zijn ten laste van verzoekende
partij .
Dit arrest is uitgesproken op 28 augustus 2025 door:
De griffier , De voorzitter van het Handhavingscollege,