Naar hoofdinhoud

ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.158

🏛️ Grondwettelijk Hof / Cour Constitutionnelle 📅 2025-11-27 🌐 FR Arrest

Rechtsgebied

grondwettelijk

Geciteerde wetgeving

6 januari 1989, 7 januari 2024, BW, Burgerlijk Wetboek, Constitution

Samenvatting

de prejudiciële vragen betreffende artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge.

Volledige tekst

ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.158 JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 27 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.158 Arrest- Rolnummer: 158/2025 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-12-08 Raadplegingen: 34 - laatst gezien 2025-12-15 14:51 Versie(s): Versie FR Fiche - Schending (artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat een persoon die is geadopteerd door de echtgenoot van een van zijn oorspronkelijke ouders slechts een verklaring tot naamsverandering kan doen voor één van de namen bedoeld in artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, en daardoor niet ervoor kan kiezen uitsluitend de naam van de andere oorspronkelijke ouder te dragen) - Geen schending (artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat een persoon die is geadopteerd door de echtgenoot van een van zijn oorspronkelijke ouders een verklaring tot naamsverandering kan doen voor één van de namen bedoeld in zowel artikel 335, § 1, eerste lid, als artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, en aldus ervoor kan kiezen uitsluitend de naam van de andere oorspronkelijke ouder te dragen) Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de prejudiciële vragen betreffende artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge. Burgerlijk recht - Naam en voornamen - Adoptieve afstamming - Gewone adoptie - Verandering van naam - Adoptie tijdens minderjarigheid Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 158/2025 van 27 november 2025 Rolnummer : 8424 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters Luc Lavrysen en Pierre Nihoul, en de rechters Yasmine Kherbache, Sabine de Bethune, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt en Magali Plovie, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Luc Lavrysen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging Bij vonnis van 24 januari 2025, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 30 januari 2025, heeft de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 370/8/1, § 1 1 oud BW artikel 22bis GW in samenhang gelezen met artikel 8 van het Kinderrechtenverdrag doordat het een meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon, die tijdens zijn minderjarigheid werd geadopteerd, niet toelaat een naamsverandering naar die van zijn biologische ouder(s)/oorspronkelijke familienaam alleen te verkrijgen terwijl de keuze van een naam behoort tot de morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van een kind ? 2. Schendt artikel 370/8/1, § 1 oud BW artikel 22, lid 1 GW in samenhang gelezen met artikel 8 EVRM doordat het een meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon, die tijdens zijn minderjarigheid werd geadopteerd, niet toelaat een naamsverandering naar die van zijn biologische ouder(s)/oorspronkelijke familienaam alleen te verkrijgen, terwijl de keuze van een naam deel uitmaakt van het recht op privé- en familieleven ? 3. Schendt artikel 370/8/1 § 1 oud BW de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 22bis van de Grondwet, artikel 8 van het 2 Kinderrechtenverdrag, artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 EVRM, in zoverre het een meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon die tijdens zijn minderjarigheid werd geadopteerd en daardoor op grond van artikel 353-2 oud BW de naam van de adoptant dan wel een samengestelde naam heeft verkregen, niet toelaat een naamsverandering naar diens oorspronkelijke familienaam, zijnde de naam van de oorspronkelijke juridische en biologische ouder, zijnde de naam van vóór de adoptie, te vragen, terwijl de meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon die als meerderjarige werd geadopteerd samen met de andere partijen op grond van artikel 353-3 oud BW aan de rechtbank kan vragen om zijn oorspronkelijke familienaam, zijnde de naam van zijn oorspronkelijke juridische en biologische ouder(s) te behouden, zijnde de naam van vóór de adoptie, en op een later tijdstip een verandering van naam naar die van zijn adoptant alleen kan vragen ? ». Nathalie Tanghe heeft een memorie ingediend. Bij beschikking van 24 september 2025 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Willem Verrijdt en Magali Plovie te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij Nathalie Tanghe binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Nathalie Tanghe is geboren op 28 november 1970, met als ouders de echtgenoten Marc Meyus en Maddy Garwig. Zij heeft bij de geboorte de naam Meyus gekregen. Marc Meyus is overleden op 4 maart 1974. Nathalie Tanghe is vervolgens, op 22 november 1977, gewoon geadopteerd door de nieuwe echtgenoot van haar moeder, Bertrand Tanghe. Als gevolg van die adoptie is haar naam gewijzigd van Meyus naar Tanghe. Op 20 juli 2024 heeft Nathalie Tanghe de ambtenaar van de burgerlijke stand te Kortemark verzocht haar naam te wijzigen van Tanghe naar Meyus. Op 14 augustus 2024 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand dat verzoek geweigerd, omdat de gewenste naam niet behoort tot de mogelijkheden bedoeld in artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek. Op 11 september 2024 heeft Nathalie Tanghe tegen die laatste beslissing een beroep ingesteld bij het verwijzende rechtscollege, overeenkomstig artikel 370/9 van het oud Burgerlijk Wetboek. Bij zijn vonnis van 24 januari 2025 heeft dat rechtscollege overwogen dat Nathalie Tanghe, overeenkomstig artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, slechts het recht heeft haar naam te wijzigen in één van de namen bedoeld in artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, gelet op haar gewone adoptie door Bertrand Tanghe. Artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek verwijst niet naar artikel 353-3 van hetzelfde Wetboek, dat voorziet in een mogelijkheid voor de partijen bij een adoptie om, indien de geadopteerde meerderjarig is, de rechtbank te vragen dat de naam van die laatste onveranderd blijft. Volgens het verwijzende rechtscollege heeft Nathalie Tanghe aldus de keuze tussen de namen Garwig, Garwig Tanghe, Tanghe Garwig, Meyus Tanghe, Tanghe Meyus, Meyus Garwig of Garwig Meyus, maar kan zij niet uitsluitend voor Meyus kiezen. Op verzoek van Nathalie Tanghe heeft het verwijzende rechtscollege vervolgens aan het Hof de hiervoor weergegeven prejudiciële vragen gesteld. 3 III. In rechte -A- A.1. Nathalie Tanghe wijst erop dat zij, naast het verzoek bij de ambtenaar van de burgerlijke stand op grond van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, de minister van Justitie reeds tweemaal om een naamsverandering heeft verzocht op grond van artikel 370/4, § 1, van hetzelfde Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 4 van de wet van 7 januari 2024 « tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de procedure voor naamsverandering te versoepelen ». Het eerste verzoek werd afgewezen op 10 juni 2020, bij gebrek aan uitzonderlijk karakter en ernstige redenen. Met betrekking tot het tweede verzoek, waarvan de betrokken ambtenaar reeds op 20 december 2022 de ontvangst heeft bevestigd, is er vooralsnog geen beslissing genomen. A.2. Volgens Nathalie Tanghe is artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek ongrondwettig, in zoverre die bepaling niet toelaat dat zij haar naam wijzigt in Meyus. Minstens kan die bepaling op een grondwetsconforme wijze worden geïnterpreteerd, waardoor de naamsverandering wel mogelijk zou zijn. Wat in het bijzonder het verschil in behandeling tussen geadopteerden betreft, naargelang zij meerderjarig of minderjarig waren op het ogenblik van de adoptie, benadrukt Nathalie Tanghe dat een minderjarige geen inspraak heeft in de naamkeuze bij de adoptie en nadien zijn naam niet kan wijzigen in zijn oorspronkelijke naam. Een meerderjarige heeft wel inspraak in de naamkeuze bij de adoptie en behoudt de mogelijkheid om nadien zijn naam te wijzigen. -B- Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan B.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de mogelijkheden waarover een geadopteerde persoon beschikt om zijn familienaam te wijzigen. B.2. De artikelen 370/3 tot 370/9 van het oud Burgerlijk Wetboek vormen hoofdstuk 3 (« Verandering van naam en voornamen ») van titel VIII/1 (« Namen en voornamen ») van boek I (« Personen ») van dat Wetboek. De in dat hoofdstuk bepaalde procedure tot naamsverandering is gewijzigd bij de wet van 7 januari 2024 « tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de procedure voor naamsverandering te versoepelen » (hierna : de wet van 7 januari 2024). Volgens de parlementaire voorbereiding van die wet « [krijgt] elke burger [...] het onvoorwaardelijke recht om eenmaal in het leven van achternaam te veranderen voor zover die naamsverandering de naam van de vader, de moeder of een 4 combinatie van beide betreft. Ook een andere naamsverandering blijft mogelijk, maar enkel indien daar ernstige redenen toe zijn » (Parl. St., Kamer, 2022-2023, DOC 55-3201/001, p. 1). B.3.1. Artikel 370/4, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 4 van de wet van 7 januari 2024, voorziet in een mogelijkheid tot naamsverandering in geval van ernstige redenen. Het eerste lid van die paragraaf bepaalt : « De Koning staat de naamsverandering, na controle van de gerechtelijke antecedenten toe, indien het bewijs van ernstige redenen wordt geleverd en indien de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden ». Het verzoek tot naamsverandering met toepassing van die bepaling wordt gericht aan de minister van Justitie (artikel 370/3, § 2, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 3 van de wet van 7 januari 2024). B.3.2. Vóór de vervanging ervan bij de wet van 7 januari 2024 bepaalde artikel 370/4, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek dat de naamsverandering om ernstige redenen slechts uitzonderlijk kon worden toegestaan. Volgens de parlementaire voorbereiding van de wet van 7 januari 2024 verliest die procedure « zijn gunst- of discretionair karakter, evenals zijn uitzonderlijke aard, die niet meer overeenstemt met de werkelijkheid : voortaan is een naamswijziging een recht als aan de voorwaarden in de wet is voldaan » (Parl. St., Kamer, 2023-2024, DOC 55-3201/003, p. 5). B.4.1. Artikel 370/8/1 van het oud Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 7 januari 2024, voorziet daarnaast in « de vereenvoudigde afwijkende procedure voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, die alleen betrekking heeft op meerderjarigen of ontvoogde minderjarigen die hun naam willen wijzigen binnen een beperkt aantal mogelijkheden bepaald door de namen van hun ouders » (Parl. St., Kamer, 2023-2024, DOC 55-3201/003, p. 4). De in het geding zijnde paragraaf 1 van dat artikel bepaalt : « Elke meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon kan eenmalig en onverminderd artikel 370/3, § 2, een verklaring tot naamsverandering doen voor een van de bij de artikelen 335, § 1, eerste lid, 335ter, § 1, eerste lid, 353-1, 353-2 en 356-2 bedoelde namen, al naargelang het geval. 5 Het verzoek wordt gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand : 1° van de gemeente waar de betrokkene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingenregister of het wachtregister is ingeschreven, of; 2° indien de betrokkene in het buitenland verblijft, van de gemeente waar hij het laatst was ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingenregister of het wachtregister, of bij ontstentenis; 3° van Brussel. De ambtenaar van de burgerlijke stand controleert de gerechtelijke antecedenten. In geval van ernstige twijfels kan de ambtenaar van de burgerlijke stand het advies van de procureur des Konings inwinnen ». B.4.2. De artikelen 335, § 1, eerste lid, 335ter, § 1, eerste lid, 353-1 en 353-2 van het oud Burgerlijk Wetboek bepalen : « Art. 335. § 1. Het kind wiens afstamming van vaderszijde en afstamming van moederszijde tegelijkertijd komen vast te staan draagt ofwel de naam van zijn vader, ofwel de naam van zijn moeder, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen ». « Art. 335ter. § 1. Het kind wiens afstamming van moederszijde en afstamming van meemoederszijde tegelijkertijd komen vast te staan draagt ofwel de naam van zijn moeder, ofwel de naam van zijn meemoeder, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen ». « Art. 353-1. De adoptie verleent aan de geadopteerde in plaats van zijn naam, die van zijn adoptant. In geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden draagt de geadopteerde ofwel de naam van een van de adoptanten, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. De partijen kunnen evenwel de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door de naam van de adoptant, of in geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden, door de naam van een van de adoptanten, die zij kiezen overeenkomstig het tweede lid. De samenstelling van de naam van de geadopteerde is beperkt tot één naam voor de geadopteerde en één naam voor de adoptant(en). [...] ». « Art. 353-2. § 1. In geval van adoptie van het kind of adoptief kind van een echtgenoot, van een samenwonende of van een voormalige partner, draagt de geadopteerde ofwel de naam 6 van de echtgenoot, van de samenwonende of van de voormalige partner, ofwel de naam van de adoptant, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. De partijen kunnen de rechtbank evenwel vragen dat de geadopteerde één van zijn namen behoudt, voorafgegaan of gevolgd door één naam van de adoptant of van de echtgenoot, van de samenwonende of van de voormalige partner. De samenstelling van de naam van de geadopteerde is beperkt tot één naam voor de geadopteerde en één naam voor de adoptant of voor de echtgenoot, voor de samenwonende of voor de voormalige partner. [...] ». B.4.3. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 7 januari 2024 blijkt dat de wetgever de bedoeling had de mogelijkheden geboden door de procedure inzake naamsverandering in overeenstemming te brengen met de verruimde mogelijkheden inzake naamgeving. Immers, « kinderen nemen niet langer automatisch de naam van hun vader aan. Ouders hebben voor de naam van hun kinderen de keuze tussen drie opties : de naam van de vader, de naam van de moeder, of een combinatie van beide. [...] De naam is dus verder geïndividualiseerd. Het is logisch dat ook de procedure voor naamsverandering mee evolueert. Waar het vroeger, behoudens uitzonderingen, moeilijk denkbaar was dat iemand van familienaam zou veranderen, lijkt dat vandaag wegens de keuzevrijheid van de ouders veel meer vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid wettelijk vertalen, is de doelstelling van dit wetsvoorstel » (Parl. St., Kamer, 2022-2023, DOC 55-3201/001, p. 3). B.5. Tegen de weigering door de minister van Justitie of de ambtenaar van de burgerlijke stand om de naamsverandering toe te staan, staat een beroep open bij de familierechtbank (artikel 370/9, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 7 januari 2024). B.6.1. De verzoekende partij voor het verwijzende rechtscollege is, tijdens haar minderjarigheid, gewoon geadopteerd door de echtgenoot van haar moeder en heeft daarbij de familienaam gekregen van die echtgenoot. Nadat zij meerderjarig is geworden, heeft zij de ambtenaar van de burgerlijke stand, op grond van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, verzocht haar naam te veranderen in de naam van haar oorspronkelijke vader, die zij reeds droeg vóór de adoptie. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot een dergelijke situatie. 7 B.6.2. Het verwijzende rechtscollege is van oordeel dat artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek niet toelaat het voormelde verzoek tot naamsverandering in te willigen. Het staat in de regel aan het verwijzende rechtscollege om de bepalingen die het van toepassing acht te interpreteren, onder voorbehoud van een kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling, wat te dezen niet het geval is. Artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek maakt immers een verklaring tot naamsverandering mogelijk voor één van de namen die kunnen worden toegekend bij, « al naargelang het geval », de vaststelling van een oorspronkelijke (artikelen 335, § 1, eerste lid, en 335ter, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek) dan wel van een adoptieve afstamming (artikelen 353-1, 353-2 en 356-2 van hetzelfde Wetboek). Met name artikel 353-2 van het oud Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de naamgeving bij een gewone adoptie door de echtgenoot van een van de oorspronkelijke ouders. Die bepaling maakt het niet mogelijk voor het kind dat de naam draagt van de andere oorspronkelijke ouder om na de adoptie uitsluitend die naam te behouden. Het Hof onderzoekt bijgevolg de in het geding zijnde bepaling in de door het verwijzende rechtscollege voorgelegde interpretatie. Ten gronde Wat betreft de tweede prejudiciële vraag B.7. De tweede prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek met artikel 22, eerste lid, van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, « doordat het een meerderjarige of ontvoogde minderjarige persoon, die tijdens zijn minderjarigheid werd geadopteerd, niet toelaat een naamsverandering naar die van zijn biologische ouder(s)/oorspronkelijke familienaam alleen te verkrijgen, terwijl de keuze van een naam deel uitmaakt van het recht op privé- en familieleven ». B.8.1. Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. 8 De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de bescherming van dat recht ». B.8.2. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt : « 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van ’s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». B.8.3. De Grondwetgever heeft gestreefd naar een zo groot mogelijke concordantie tussen artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 997/5, p. 2). De draagwijdte van dat artikel 8 is analoog aan die van de voormelde grondwetsbepaling, zodat de waarborgen die beide bepalingen bieden, een onlosmakelijk geheel vormen. B.9.1. De aangelegenheid van de naamsverandering valt onder het toepassingsgebied van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, zoals gewaarborgd bij artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. De naam vormt een wezenlijk element om een persoon te identificeren in de samenleving en kan een band met een gezin tot uitdrukking brengen (EHRM, 9 november 2010, Losonci Rose en Rose t. Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2010:1109JUD000066406 , § 26; 7 februari 2023, Jacquinet en Embarek Ben Mohamed t. België, ECLI:CE:ECHR:2023:0207JUD006186015 , § 51). Het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven biedt bescherming tegen een aantasting van het recht op naam en voornaam, en omvat tevens aspecten van de sociale identiteit van een individu (EHRM, 6 april 2017, A.P., Garçon en Nicot t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2017:0406JUD007988512 , § 92). B.9.2. Artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens houden evenwel geen onvoorwaardelijk recht in om van naam te veranderen. Die bepalingen staan niet eraan in de weg dat, in het algemeen belang, de mogelijkheden tot 9 naamsverandering worden beperkt. De nationale autoriteiten beschikken over een ruime, doch niet onbeperkte beoordelingsvrijheid wanneer zij de procedure inzake naamsverandering regelen. Het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven wordt slechts geschonden wanneer zij, rekening houdend met die beoordelingsvrijheid, geen billijk evenwicht tussen de in het geding zijnde rechten en belangen hebben bewerkstelligd (EHRM, 7 februari 2023, Jacquinet en Embarek Ben Mohamed t. België, voormeld, §§ 52-57). B.9.3. Het Hof dient voorts rekening ermee te houden dat, wat de procedure inzake naamsverandering betreft, het in eerste instantie toekomt aan de wetgever om te beoordelen welke keuzes dienen te worden gemaakt. B.10. De toekenning van een familienaam berust in hoofdzaak op overwegingen van sociaal nut. In tegenstelling tot de toekenning van de voornaam wordt zij door de wet bepaald. Die wet strekt ertoe, enerzijds, de familienaam op een eenvoudige, snelle en eenvormige wijze te bepalen en, anderzijds, aan die familienaam een zekere onveranderlijkheid te geven. B.11.1. De wet van 7 januari 2024 heeft de procedure om van familienaam te veranderen versoepeld. Zoals is vermeld in B.3.2, kon een naamsverandering vóór de inwerkingtreding van die wet slechts uitzonderlijk worden toegestaan, indien daartoe met name ernstige redenen voorhanden waren. B.11.2. Thans beschikt elke meerderjarige persoon, onder de voorwaarden bepaald in artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, over een recht om eenmalig van familienaam te veranderen, door een verklaring af te leggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zoals ook blijkt uit de in B.4.3 vermelde parlementaire voorbereiding, is die verruiming van de mogelijkheden tot naamsverandering ingegeven door de reeds eerder doorgevoerde wijzigingen van de regeling inzake naamgeving (zie de wetten van 8 mei 2014 « tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde » en van 25 december 2016 « tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind »). De doelstelling van die wijzigingen bestond erin de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te herstellen. Zij komen in essentie erop neer dat de naam van de vader niet langer primeert, maar op gelijke voet wordt behandeld met 10 die van de moeder. De wilsautonomie van de ouders, die onder meer de mogelijkheid hebben voor een dubbele naam te kiezen, is daarbij het uitgangspunt. B.12. De wetgever is aldus afgeweken van de principiële onveranderlijkheid van de familienaam, door te voorzien in een recht op een naamsverandering dat is beperkt tot de namen waarvoor kan worden gekozen op het ogenblik van de vaststelling van de – oorspronkelijke of adoptieve – afstamming. In het geval van een gewone adoptie van een minderjarig kind van een echtgenoot, gaat het om ofwel de naam van de echtgenoot, ofwel de naam van de adoptant, ofwel één die is samengesteld uit hun twee namen (artikel 353-2, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek). Daarenboven kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de geadopteerde één van zijn namen behoudt, voorafgegaan of gevolgd door één naam van de oorspronkelijke ouder of van de adoptant (artikel 353-2, § 1, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek). Bijgevolg is het mogelijk dat de minderjarige geadopteerde uitsluitend de naam draagt van de oorspronkelijke ouder die is gehuwd met de adoptant. Daarentegen kan die geadopteerde niet uitsluitend de naam van de andere oorspronkelijke ouder dragen, ook niet indien hij die naam droeg vóór de adoptie. B.13. Mede in het licht van de in B.10 vermelde overwegingen van sociaal nut, is het legitiem dat de wetgever, wanneer hij ervoor kiest de mogelijkheden inzake naamsverandering te verruimen, een parallellisme nastreeft tussen die mogelijkheden en de bestaande mogelijkheden inzake naamgeving bij de vaststelling van de afstamming. B.14. Er dient evenwel rekening mee te worden gehouden dat, in het geval van een gewone adoptie door de echtgenoot van een van de oorspronkelijke ouders van de geadopteerde, de bestaande afstammingsbanden niet worden verbroken, ook niet ten aanzien van de andere oorspronkelijke ouder. De redenen die kunnen verantwoorden dat een minderjarige geadopteerde na zulk een adoptie, ondanks het behoud van de afstamming met die andere oorspronkelijke ouder, niet uitsluitend de naam van die laatste kan dragen, zijn niet noodzakelijk nog voorhanden wanneer diezelfde geadopteerde, nadat hij meerderjarig is geworden, om een naamsverandering 11 verzoekt. In het bijzonder wordt, indien de geadopteerde het kind is van de echtgenoot van de adoptant, het ouderlijk gezag in beginsel gezamenlijk door de beide echtgenoten uitgeoefend en dus niet door de andere oorspronkelijke ouder (artikel 353-9 van het oud Burgerlijk Wetboek). Meer in het algemeen kan de regeling inzake naamgeving bij een gewone adoptie worden geacht de integratie van het kind in het adoptiegezin te bevorderen (zie ook arrest nr. 183/2004 van 16 november 2004, ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.183 , B.4.2). Zodra de geadopteerde meerderjarig is geworden, vervalt echter het ouderlijk gezag (artikel 372 van het oud Burgerlijk Wetboek) en kan de bekommernis van een optimale integratie in het adoptiegezin niet langer als doorslaggevend worden beschouwd. Overigens bepaalt artikel 353-3 van het oud Burgerlijk Wetboek dat, indien « de geadopteerde ouder [is] dan achttien jaar, [...] de partijen de rechtbank [kunnen] vragen dat de naam van de geadopteerde onveranderd blijft ». Hoewel die bepaling betrekking heeft op de gewone adoptie van een meerderjarige, blijkt daaruit dat het niet noodzakelijk ingaat tegen de belangen van de betrokken partijen dat, in het geval van een gewone adoptie door de echtgenoot van een van de oorspronkelijke ouders, de geadopteerde de naam van de andere oorspronkelijke ouder blijft dragen. B.15. Weliswaar kan de geadopteerde ten slotte steeds de minister van Justitie om een naamsverandering verzoeken op grond van artikel 370/4, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, waarbij de keuze van de naam, althans in zoverre die geen aanleiding geeft tot verwarring en hemzelf of derden niet kan schaden, vrij is en het derhalve eveneens om de naam van een van de oorspronkelijke ouders kan gaan. Zulk een naamsverandering kan echter slechts worden toegestaan indien het bewijs wordt geleverd van ernstige redenen, terwijl de verklaring tot naamsverandering op grond van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek niet dient te zijn ingegeven door specifieke, laat staan ernstige redenen. B.16. Uit het bovenstaande volgt dat artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, in de aan het Hof voorgelegde interpretatie, geen billijk evenwicht tot stand brengt tussen het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven van de bij de adoptie betrokken personen en de nagestreefde doelstelling om de mogelijkheden inzake naamsverandering te beperken tot die inzake naamgeving. Indien de wetgever, binnen de ruime beoordelingsvrijheid waarover hij ter zake beschikt, ervoor kiest af te wijken van de principiële onveranderlijkheid van de familienaam, door een geadopteerde persoon een eenmalige mogelijkheid toe te kennen om 12 tijdens de meerderjarigheid zijn naam te veranderen in die van de oorspronkelijke ouder die is gehuwd met de adoptant, valt er niet in te zien waarom die mogelijkheid niet ook zou bestaan met betrekking tot de naam van de andere oorspronkelijke ouder. Het maatschappelijk nut dat aan de naam een zekere bestendigheid wordt toegekend, kan niet in het ene geval wel primeren en in het andere niet. In de interpretatie die het verwijzende rechtscollege eraan geeft, is artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek bijgevolg niet bestaanbaar met artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. B.17. Artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek is evenwel voor een andere interpretatie vatbaar. Die bepaling verwijst niet alleen naar de namen bedoeld in artikel 353-2 van het oud Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de naamgeving in geval van de gewone adoptie van het kind van een echtgenoot, maar ook naar de namen bedoeld in artikel 335, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de naamgeving bij de vaststelling van de oorspronkelijke afstamming. Krachtens die laatste bepaling draagt « het kind wiens afstamming van vaderszijde en afstamming van moederszijde tegelijkertijd komen vast te staan [...] ofwel de naam van zijn vader, ofwel de naam van zijn moeder, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen ». Aangezien, in geval van een gewone adoptie, de oorspronkelijke afstammingsbanden niet worden verbroken, kan artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek zo worden geïnterpreteerd dat het de persoon die gewoon is geadopteerd door de echtgenoot van een van zijn oorspronkelijke ouders, toelaat zijn naam te veranderen in één van de namen bedoeld in zowel artikel 335, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek als artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek. In die interpretatie kan de betrokkene onder meer een verklaring tot naamsverandering doen voor « ofwel de naam van zijn vader, ofwel de naam van zijn moeder », en derhalve ook voor die van de andere oorspronkelijke ouder dan diegene die is gehuwd met de adoptant en met wie de oorspronkelijke afstammingsbanden niet zijn verbroken. Die interpretatie vindt trouwens steun in de parlementaire voorbereiding van de wet van 7 januari 2024, die vermeldt dat de vereenvoudigde procedure tot naamsverandering « de namen van álle ouders » betreft (Parl. St., Kamer, 2023-2024, DOC 55-3201/003, p. 5). 13 In die interpretatie is artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek bestaanbaar met artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Wat betreft de eerste en de derde prejudiciële vraag B.18. De eerste prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek met artikel 22bis van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. B.19. De derde prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 22 en 22bis van de Grondwet, met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 8 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. B.20. Rekening houdend met het antwoord dat is gegeven op de tweede prejudiciële vraag, behoeven de eerste en de derde prejudiciële vraag geen antwoord. 14 Om die redenen, het Hof zegt voor recht : - Artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek schendt artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat een persoon die is geadopteerd door de echtgenoot van een van zijn oorspronkelijke ouders slechts een verklaring tot naamsverandering kan doen voor één van de namen bedoeld in artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, en daardoor niet ervoor kan kiezen uitsluitend de naam van de andere oorspronkelijke ouder te dragen. - Artikel 370/8/1, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek schendt niet artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat een persoon die is geadopteerd door de echtgenoot van een van zijn oorspronkelijke ouders een verklaring tot naamsverandering kan doen voor één van de namen bedoeld in zowel artikel 335, § 1, eerste lid, als artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, en aldus ervoor kan kiezen uitsluitend de naam van de andere oorspronkelijke ouder te dragen. Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 27 november 2025. De griffier, De voorzitter, Nicolas Dupont Luc Lavrysen PDF document ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.158 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2004:ARR.183 ECLI:CE:ECHR:2010:1109JUD000066406 ECLI:CE:ECHR:2017:0406JUD007988512 ECLI:CE:ECHR:2023:0207JUD006186015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab ✉ info-JUPORTAL@just.fgov.be ©  2017-2025 ICT Dienst - FOD Justitie Powered by PHP 8.5.0 Server Software Apache/2.4.65 == Fluctuat nec mergitur ==

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot