Naar hoofdinhoud

ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.141

🏛️ Grondwettelijk Hof / Cour Constitutionnelle 📅 2025-10-23 🌐 FR Arrest

Rechtsgebied

grondwettelijk

Geciteerde wetgeving

26 mei 2002, 6 januari 1989, Constitution, GRONDWET, Grondwet

Samenvatting

de vordering betreffende de toepassing van de wet van 26 mei 2002 « betreffende het recht op maatschappelijke integratie » en een vonnis van een arbeidsrechtbank, ingesteld door Patricia Kapata Panukupi-Meta.

Volledige tekst

ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.141 JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) Vonnis/arrest van 23 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.141 Arrest- Rolnummer: 141/2025 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-11-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2025-12-15 14:42 Versie(s): Versie FR Versie DE Fiche Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: de vordering betreffende de toepassing van de wet van 26 mei 2002 « betreffende het recht op maatschappelijke integratie » en een vonnis van een arbeidsrechtbank, ingesteld door Patricia Kapata Panukupi-Meta. Voorafgaande rechtspleging - Klaarblijkelijke niet-bevoegdheid van het Hof Tekst van de beslissing Grondwettelijk Hof Arrest nr. 141/2025 van 23 oktober 2025 Rolnummer : 8517 In zake : de vordering betreffende de toepassing van de wet van 26 mei 2002 « betreffende het recht op maatschappelijke integratie » en een vonnis van een arbeidsrechtbank, ingesteld door Patricia Kapata Panukupi-Meta. Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter Pierre Nihoul en de rechters-verslaggeefsters Emmanuelle Bribosia en Joséphine Moerman, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 juli 2025 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 juli 2025, heeft Patricia Kapata Panukupi-Meta een vordering betreffende de toepassing van de wet van 26 mei 2002 « betreffende het recht op maatschappelijke integratie » en een vonnis van een arbeidsrechtbank ingesteld. Op 6 augustus 2025 hebben de rechters-verslaggeefsters Emmanuelle Bribosia en Joséphine Moerman, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. Patricia Kapata Panukupi-Meta heeft een memorie met verantwoording ingediend. De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 2 II. In rechte -A- A.1. In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggeefsters geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat de vordering die is geformuleerd als « beroep tot ongrondwettigheid met betrekking tot de toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie met schending van artikel 23 van de Grondwet », klaarblijkelijk niet ontvankelijk is indien die vordering dient te worden geïnterpreteerd als een beroep tot vernietiging, in zoverre dat laatste, in dat geval, duidelijk de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 3, § 1, van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 zou overschrijden. Wat de andere vorderingen betreft, namelijk dat zou worden erkend dat de beslissing van het OCMW van de gemeente van de verzoekende partij « een ongrondwettige beperking vormt », dat « zou worden bevestigd dat de uitoefening van dat recht niet mag afhangen van een stilzwijgende toestemming of van voorwaarden die niet uitdrukkelijk bij de wet zijn bepaald », dat de grondwettigheid van een reeds door een arbeidsrechtbank gewezen beslissing zou worden onderzocht en dat voorlopig zou worden gelast de geschorste maatschappelijke dienstverlening weer toe te kennen, hebben de rechters-verslaggeefsters geoordeeld dat die vorderingen kennelijk niet onder de bevoegdheid van het Hof vielen. A.2. In haar memorie met verantwoording preciseert de verzoekende partij dat haar verzoekschrift geen « aansporing tot opheffing » van de in het geding zijnde wet vormt, maar dat dit verzoekschrift uitsluitend ertoe strekt haar grondwettelijke rechten « die zijn geschonden door specifieke beslissingen van het OCMW van Flémalle en van de Arbeidsrechtbank te Luik », te beschermen. -B- B.1. Uit het verzoekschrift en uit de verduidelijkingen die de verzoekende partij in haar memorie met verantwoording heeft gegeven, blijkt dat zij het Hof verzoekt om zich uit te spreken over de grondwettigheid van individuele beslissingen van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, alsook van een vonnis van de Arbeidsrechtbank te Luik. Daarnaast vraagt zij het Hof om voorlopig te gelasten de geschorste maatschappelijke dienstverlening weer toe te kennen. B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). B.3. Noch de hoofdvordering van de verzoekende partij, noch haar bijkomende vordering kunnen worden beschouwd als een beroep tot vernietiging in de zin van de voormelde bepaling. B.4. De vordering behoort klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof. 3 Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt de vordering. Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 23 oktober 2025. De griffier, De voorzitter, Nicolas Dupont Pierre Nihoul PDF document ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.141 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab ✉ info-JUPORTAL@just.fgov.be ©  2017-2025 ICT Dienst - FOD Justitie Powered by PHP 8.5.0 Server Software Apache/2.4.65 == Fluctuat nec mergitur ==

Vragen over dit arrest?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot