ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.095
🏛️ Grondwettelijk Hof / Cour Constitutionnelle
📅 2025-06-19
🌐 FR
Arrest
verworpen
Rechtsgebied
grondwettelijk
Geciteerde wetgeving
13 juni 2005, 30 juli 2013, 6 januari 1989, Constitution, GRONDWET
Samenvatting
het beroep tot vernietiging van de wet van 30 juli 2013 « houdende wijziging van de artikelen 2, 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van artikel 90decies van het Wetboek van strafvordering », ingesteld door Ivan Vercauteren.
Volledige tekst
ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.095
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Grondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Vonnis/arrest van 19 juni 2025
ECLI nr:
ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.095
Arrest- Rolnummer:
95/2025
Rechtsgebied:
Constitutioneel recht
Invoerdatum:
2025-06-30
Raadplegingen:
129 - laatst gezien 2025-12-15 14:19
Versie(s):
Versie FR
Versie DE
Fiche
Thesaurus CAS:
GRONDWETTELIJK HOF
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF
Vrije woorden:
het beroep tot vernietiging van de wet van 30 juli 2013 « houdende wijziging
van de artikelen 2, 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende
de elektronische communicatie en van artikel 90decies van het Wetboek
van strafvordering », ingesteld door Ivan Vercauteren. Voorafgaande rechtspleging
- Beroep tot vernietiging - Beroep ingesteld buiten de termijn
Tekst van de beslissing
Grondwettelijk Hof
Arrest nr. 95/2025
van 19 juni 2025
Rolnummer : 8440
In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 30 juli 2013 « houdende wijziging van de artikelen 2, 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van artikel 90decies van het Wetboek van strafvordering », ingesteld door Ivan Vercauteren.
Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,
samengesteld uit voorzitter Luc Lavrysen en de rechters-verslaggevers Danny Pieters en Kattrin Jadin, bijgestaan door griffier Frank Meersschaut,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 12 maart 2025 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 14 maart 2025, is beroep tot vernietiging van de wet van 30 juli 2013 « houdende wijziging van de artikelen 2, 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van artikel 90decies van het Wetboek van strafvordering » ingesteld door Ivan Vercauteren.
Op 1 april 2025 hebben de rechters-verslaggevers Danny Pieters en Kattrin Jadin, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is.
Geen enkele memorie werd ingediend.
De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
2
II. In rechte
-A-
A.1. In hun conclusies, opgesteld met toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, hebben de rechters-verslaggevers geoordeeld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep, ingesteld door Ivan Vercauteren, klaarblijkelijk onontvankelijk is ratione temporis.
A.2. Er werd geen memorie met verantwoording ingediend.
-B-
B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de wet van 30 juli 2013 « houdende wijziging van de artikelen 2, 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van artikel 90decies van het Wetboek van strafvordering »
(hierna : de wet van 30 juli 2013).
B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en zulks binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3).
B.3. Krachtens artikel 3, § 1, van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 is de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen tegen de wet van 30 juli 2013, zes maanden vanaf de bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad van 23 augustus 2013.
De termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen tegen de wet van 30 juli 2013 was dus verstreken op het ogenblik dat, op 12 maart 2025, het voorliggende beroep werd ingesteld.
B.4. Het beroep tot vernietiging is klaarblijkelijk niet ontvankelijk.
3
Om die redenen,
het Hof, beperkte kamer,
met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,
verwerpt het beroep.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 19 juni 2025.
De griffier, De voorzitter,
Frank Meersschaut Luc Lavrysen
PDF document ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.095
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
✉
info-JUPORTAL@just.fgov.be
© 2017-2025 ICT Dienst - FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.65
== Fluctuat nec mergitur ==