ADB:rechtbank-eerste-aanleg-oudenaarde-18-12-2025
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Oudenaarde
📅 2025-12-18
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
Decreet van 15 juli 1997; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer 2025 / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 18 december 2025 Naam van de beklaagden Systeemnummer parket 21CO56703 Rolnummer Notitienummer parket OU66.WI.102700/2021 Aangeboden op Niet te registreren rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Ou...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
2025 /
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
18 december 2025
Naam van de beklaagden
Systeemnummer parket
21CO56703
Rolnummer
Notitienummer parket
OU66.WI.102700/2021
Aangeboden op
Niet te registreren
rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen, afdeling
Oudenaarde
Kamer O9
Vonnis
HYPOTHEEKWET – KANTOOR RECHTSZEKERHEID
REF :
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie en burgerlijke partijen :
,
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
,
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
,
,
tegen:
BEKLAAGDEN :
1)
2)
3)
4)
geboren
ingeschreven te
van Belgische nationaliteit
geboren
ingeschreven
van Belgische nationaliteit
geboren
ingeschreven te
van Belgische nationaliteit
met maatschappelijke zetel gevestigd te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
Actief Normale toestand
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 3
TENLASTELEGGINGEN
als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek:
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld.
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
1 te
46-47, 131-133, 138-139, 142)
in de periode van 14 september 2016 tot en met 31 januari 2022 (zie OK1 1 – st. 2-7,
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
in een pand gelegen te
, kadastraal gekend als
, in eigendom toebehorend aan
, geboren
, geboren
, wonende te
ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
, wonende te
en
op 23/02/2001.
door
2 te
op 2 augustus 2023 (zie OK 1 – st. 178-81)
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
in een pand gelegen te
, kadastraal gekend als
in eigendom toebehorend aan
, wonende te
en
geboren
, wonende te
),
, geboren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 4
4, ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
te
op 23/02/2001.
door
,
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
70-73, 82-86)
in de periode van 27 september 2017 tot en met 2 augustus 2023 (zie OK 2 – St. 2-5,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in eigendom toebehorend aan
, kadastraal gekend als
geboren
, wonende te
ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
30/01/2014.
te
op
door
,
C verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
88, 101 en OK 7 – st.. 100)
in de periode van 10 oktober 2017 tot en met 9 december 2022 (zie OK 3, st. 2-9, 85-
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
In een pand gelegen te
, Kadastraal gekend als
, in eigendom toebehorend aan
met ondernemingsnummer
en maatschappelijke zetel te
10/10/2014.
, ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
te
op
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 5
door
,
D verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
32-35, 42, 61-62)
in de periode van 27 september 2017 tot en met 9 december 2022 (zie OK 4 – st. 2-5,
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
In een pand gelegen te
, kadastraal gekend als
, in eigendom toebehorend aan
van aankoop verleden voor notaris
te
wonende te
op05/06/2013.
, geboren
, ingevolge akte
door
E verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
27, 36-39, 46)
in de periode van 15 september 2017 tot en met 9 december 2022 (Zie OK 5 - st. 2-5,
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
In een pand gelegen te
(
ondernemingsnummer
, in eigendom toebehorend aan
met
, Kadastraal gekend als
en maatschappelijke zetel te
3, ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
te
op 10/10/2014.
door
,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 6
F verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
56, 63)
in de periode van 10 oktober 2017 tot en met 9 december 2022 (Zie OK 6 – st. 2-6, 53-
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
In een pand gelegen te
, Kadastraal gekend als
, in eigendom toebehorend aan
met ondernemingsnummer
en maatschappelijke zetel te
10/10/2014.
door
, ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
te
op
,
G verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode )
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
te
53-54, 305-308, 315, 323-324)
in de periode van 15 september 2017 tot en met 9 december 2022 (Zie OK 7 – st. 2-5,
Een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
In een pand gelegen te
, Kadastraal gekend als
, in eigendom toebehorend aan
met ondernemingsnummer
en maatschappelijke zetel te
10/10/2014.
door
3, ingevolge akte van aankoop verleden voor notaris
te
op
,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 7
VERMOGENSVOORDEEL : Art. 42 en 43 Bis S.W.B.
TLA:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 18.825,40 euro,
elk ten belope van de helft, zijnde
1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
- huuropbrengst gedurende de periode 14 september 2016 tot 01 maart 2021 of 53,5 maanden aan
een maandelijkse basishuurprijs van 275,00 euro = 14.712,50 euro,
- huuropbrengst gedurende de periode 01 maart 2021 tot en met 31 januari 2022 of 11 maanden aan
een geïndexeerde maandelijkse basishuurprijs van 373,90,00 euro = 4.112,90,00 euro
TLB:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het
Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 28.000,00 euro, zijnde
4. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
5. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
6. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
huuropbrengst gedurende de periode van 27 september 2017 tot en met 2 augustus 2023 of 70
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 400,00 euro = 28.000,00 euro
TLC:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 27.900,00 euro,
zijnde
7. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
8. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
9. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 8
Berekening:
huuropbrengst gedurende de periode van 10 oktober 2017 tot en met 9 december 2022 of 62
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 450,00 euro = 27.900,00 euro
TLD:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het
Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 21.431,00 euro, zijnde
10. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
11. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
12. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
huuropbrengst gedurende de periode van 27 september 2017 tot en met 9 december 2022 of 62
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 500,00 euro = 31.000,00 euro
TLE:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 27.287,50 euro,
zijnde
13. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
14. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
15. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
- huuropbrengst gedurende de periode van 15 september 2017 tot en met 30 juni 2022 of 57,5
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 425,00 euro = 24.437,50 euro
- huuropbrengst gedurende de periode van 01 juli 2022 tot en met 09 december 2022 of 6
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 475,00 euro = 2.850,00 euro
TLF:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 31.483,56 euro,
zijnde
16. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
17. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
18. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 9
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
- huuropbrengst gedurende de periode van 10 oktober 2017 tot en met 31 oktober 2018 of 13
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 475,00 euro = 6.175,00 euro
- huuropbrengst gedurende de periode van 01 november 2018 tot en met 31 oktober 2020 of
24 maanden aan een maandelijkse geïndexeerde basishuurprijs van 502,44euro = 12.058,56
euro
- huuropbrengst gedurende de periode van 01 november 2020 tot en met 09 december 2022 of
25 maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 530,00 euro = 13.250,00 euro
TLG:
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 35.639,00 euro,
zijnde
19. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
20. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
21. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
- huuropbrengst gedurende de periode van 15 september 2017 tot en met 30 april 2020 of 31,5
maanden aan een maandelijkse basishuurprijs van 530,00 euro = 16.695,00 euro
huuropbrengst gedurende de periode van 01 mei 2020 tot en met 09 december 2022 of 32 maanden
aan een maandelijkse geïndexeerde basishuurprijs van 592,00 euro =18.944,00 euro
--------------------------
1. PROCEDURE
1.
De zaak werd, na tussenvonnis van deze rechtbank en kamer van 30 oktober 2025, verder ten gronde
behandeld op de openbare terechtzitting van 28 november 2025.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde:
- de burgerlijke partijen
raadsman mr.
namens mr.
, beiden vertegenwoordigd door hun
, beiden advocaat met kantoor te
- het openbaar ministerie, bij monde van substituut-procureur
- de eerste beklaagde
en de tweede beklaagde
, beiden
vertegenwoordigd door hun raadsman mr.
namens mr.
advocaat met kantoor te
, advocaat met kantoor te
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 10
- de derde beklaagde
namens mr.
- de vierde beklaagde
, vertegenwoordigd door zijn raadsman mr.
, beiden advocaat met kantoor te
;
vertegenwoordigd door zijn raadsman mr.
advocaat met kantoor te
namens mr.
, advocaat met
kantoor te
De Nederlandse taal werd gehanteerd voor de rechtspleging.
2. VORDERING TOT BEKRACHTIGING VAN EEN MINNELIJKE SCHIKKING
2.
De rechtbank nam kennis van de 4 vorderingen, allen daterend van 29 september 2025, van de
procureur des Konings tot bekrachtiging van de minnelijke schikkingen die met de respectieve
beklaagden tot stand kwamen.
Deze minnelijke schikkingen kwamen tot stand kwam nadat de rechtbank werd gevat om te oordelen
over de strafvordering.
Krachtens artikel 216bis §2, 9e lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna ‘Sv’) dient de rechtbank
na te gaan of de vordering van het openbaar ministerie met redenen omkleed is, of voldaan is aan de
wettelijke toepassingsvoorwaarden, of de beklaagden de voorgestelde minnelijke schikking uit vrije wil
en weloverwogen hebben aanvaard, of het geformuleerde voorstel proportioneel is met de ernst van
de feiten en de persoonlijkheid van de verdachten en of de voorgestelde minnelijke schikking een
wettig karakter heeft.
Artikel 216bis§2, 7e en 8e lid Sv luiden als volgt:
[De procureur des Konings] bepaalt de termijn binnen dewelke de verdachte, de inverdenking
gestelde of de beklaagde en het slachtoffer tot een akkoord kunnen komen in verband met de
omvang van de schade en de regeling van de schadevergoeding.
Indien bovenvermelde partijen tot een akkoord zijn gekomen, melden zij dat aan de procureur
des Konings die het akkoord akteert in een proces-verbaal.
3.
De rechtbank stelt vast dat het strafdossier inmiddels een proces-verbaal bevat van het akkoord tussen
partijen.
ter bekrachtiging
De
formele
toepassingsvoorwaarden. De rechtbank stelt evenmin een schending van enige andere wettelijke
bepaling vast.
voorgelegde minnelijke
voldoen aan de
schikkingen
Uit de voorliggende gegevens blijkt dat de burgerlijke partijen vergoed zijn. Uit niets blijkt dat er
bezwaar bestaat tegen de minnelijke schikkingen.
Op basis van de strafinformatie zijn er geen aanwijzingen dat de minnelijke schikkingen onvrijwillig of
onder druk zouden zijn aanvaard, dan wel dat de beklaagden, die allen werden bijgestaan door een
raadsman, zouden gehandeld hebben met onvoldoende kennis van zaken.
Het bedrag van de minnelijke schikkingen is proportioneel aan de feiten en heeft een wettig karakter.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
alg strafr 1R
Vonnisnr /
p. 11
De rechtbank bekrachtigt in dit vonnis, dat in openbare zitting zal worden uitgesproken, de minnelijke
schikkingen, die, na betaling, finaal resulteren in het verval van de strafvordering.
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
artikelen 11, 12, 14, 31, 36, 37 en 41 der wet van 15 juni 1935;
artikelen 162, 182, 184, 185, 189, 190, 194, 195 en 216 van het wetboek van strafvordering;
DE RECHTBANK recht doende op tegenspraak,
Bekrachtigt op vordering van 29 september 2025 van de procureur des Konings de minnelijke schik-
kingen zoals omschreven in de vorderingen van de procureur des Konings van 29 september 2025 be-
treffende
.
Laat de kosten van de strafvordering begroot op 415,48 euro, ten laste van de Belgische Staat.
Houdt de burgerlijke belangen voor zoveel als nodig aan.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 18 december 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, kamer O9:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier