Naar hoofdinhoud

ADB:hof-van-beroep-gent-19-12-2025-1

Beslissingsdetails

🏛️ Hof van Beroep Gent 📅 2025-12-19 🌐 NL Arrest

Rechtsgebied

Milieu Ruimtelijke Ordening

Geciteerde wetgeving

Decreet van 23 december 2011; Decreet van 23 december 2011; Decreet van 5 april 1995; Decreet van 5 april 1995; Decreet van 5 april 1995; art. 29 van de wet van 1 augustus 1985; wet van 1 augustus 1985; wet van 15 juni 1935

Samenvatting

Arrestnummer C l /lfb6 / 2025 Repertorium nummer 202s / '-{Jlf Datum van uitspra ak 19 december 2025 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/2949 2025/VJU/158 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 2 2024/PGG/2949...

Volledige tekst

Arrestnummer C l /lfb6 / 2025 Repertorium nummer 202s / '-{Jlf Datum van uitspra ak 19 december 2025 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/2949 2025/VJU/158 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 2 2024/PGG/2949 - 2025/VJll/158 Not.nr. In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE tegen 1. nr. .1 (RRN ), met Armeense nationaliteit, geboren wonende te - beklaagde - verdacht van: als dader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt: In dossier A schending meldingsplicht buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1. § 1 lid 2 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, zonder meldingsakte een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse te hebben geëxploiteerd of veranderd, namelijk door zonder melding een parkeer- en herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (rubrieken 15.21 15.4.1° en 15.6.1° van Bijlage Ivan het Vlarem Il) te hebben geëxploiteerd alsook gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen te hebben opgeslagen (rubriek 17.4 van Bijlage Ivan het Vlarem Il) . (art. 5.2.1. §§ 5 en 6 lid 21 en 16.6.1. § 1 lid 1 Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 51 2°1 b), en 6 lid 2 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning} herhaaldelijk in de periode van 1 januari 2020 tot en met het 15 januari 2024 B schending exploitatie- en vergunningsvoorwaarden buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1. § 1 lid 2 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, als exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit de algemene, Hof van beroep Gent - tiende kamer· . - p. 3 sectorale of bijzondere milieuvoorwaarden niet te hebben nageleefd, meer bepaald de hieronder vermelde artikelen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM Il): - Art. 5.6.1.1.6 doordat niet kon worden aangetoond dat de elektrische installaties in zones waar gevaar bestaat voor brand en ontploffing zijn ontworpen en uitgevoerd volgens de vereisten van een zoneringsplan en doordat niet kon worden aangetoond dat de elektrische toestellen en verlichtingstoestellen aan de voorschriften van de Codex Welzijn op het Werk en het AREi beantwoorden ; installaties, - Art. 5.15.0.7 door voertuigen te hebben gestald op plaatsen die niet zij n uitgerust met een vloeistofdichte vloer aangesloten op een lekdicht afwateringssysteem dat voorzien is van een koolwaterstofafscheider en sli bvangput ; Art. 5.15.0.10 door verontreinigd afvalwater niet te hebben verzameld en afgevoerd naar een bezink- en koolwate rstofverwijderingsinstallatie - (art. 5.4.9. § 1 en 16.6.1. § 1 lid 1 Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) herhaaldelijk in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 januari 2024 C opzettelijk achterlaten of beheren van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan opzettel ijk, in strijd met de wettelij ke voorschriften of in strijd met een vergunning, afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten afva lstoffen te hebben achtergelaten of beheerd in strijd met de voorschriften van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer va n materiaalkringlopen en afva lstoffen of de uitvoeringsbesluiten ervan, namelijk in strijd met artikel 4.3.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen het afval niet aan de bron te hebben gesorteerd en o.a. papie r, karton, kunststof, lege verfbussen, plastic samen op een hoop te hebben verzameld . (art. 16.6.3. § 1 lid 1 en 16.6.4. Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ; art. 3, 1° en 7°, 12 § 1 en 69 Decreet 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afva lstoffen) herhaaldelijk in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 januari 2024 D niet naleven bestuurlijke maatregel opzette lijk geldboeten, veiligheidsmaatregelen of de door de strafrechter opgelegde maatregelen niet te hebben uitgevoerd, betaald of te hebben genegeerd, bestuurlijke maatregelen, bestuurlijke opgelegde de namelijk niet voldaan te hebben aan de bestuurlijke maatregel van 26 november 2021 (st. 6) Hof van beroep Gent - tie nde kamer - ·p. 4 Deze feiten zijn strafbaar gesteld door artikel 16.6.1 §2, 1° van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepal ingen inzake milieubeleid. herhaaldelijk in de periode van 26 november 2021 tot en met 15 januari 2024 Tevens gedagvaard om bij toepassing van artikel 16.6.5. van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid door de rechter bij wijze van veiligheidsmaatregel, na de partijen te hebben gehoord, het verbod te horen uitspreken om de inrichting die aan de oorsprong van het milieumisdrijf ligt te exploiteren gedurende de termijnen door de rechter te bepa len, minstens tot dat de inrichting behoorlijk zal vergund zijn, onder verbeurte van een dwangsom van€ 250 per dag bij overtred ing van dit verbod. In dossier A schending meldingsplicht buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1. § 1 lid 2 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, zonder meldingsakte een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse te hebben geëxploiteerd of veranderd, namelijk door zonder melding een parkeer- en herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen {rubriek 15.2 van Bijlage I van het Vlarem 11) te hebben geëxploiteerd. (art. 5.2.1. §§ 5 en 6 lid 2, en 16.6.1. § 1 lid 1 Decreet OS april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 5, 2°, b}, en 6 lid 2 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) te herhaaldelijk in de periode van 27 maart 2023 tot en met 27 februari 2024 B opzettelijk achterlaten of beheren van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning, afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten afvalstoffen te hebben achtergelaten of beheerd in strijd met de voorschriften van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkring!open en afvalstoffen of de uitvoeringsbesluiten ervan, namelijk in strijd met artikel 4.3.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen het afval niet aan de bron te hebben gesorteerd. (art. 16.6.3. § 1 lid 1 en 16.6.4. Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepa lingen inzake milieubeleid ; art. 3, 1° en 7°, 12 § 1 en 69 Decreet 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaa lkringlopen en afvalstoffen) Hof van beroep Gent - tiende kamer· - p. 5 herhaaldelijk in de periode van 27 maart 2023 tot en met 27 februari 2024 1.1 De rechtbank van eerste aan leg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste bij vonnis van 28 oktober 2024 op tegenspraak als volgt: 11 7. BESLISSINGEN 7.1 Algemeen De rechtbank heeft uitspraak op tegenspraak gedaan ten aanzien van 1. Voegt de dossiers met ra/nummers en ·samen. 7.2 Beslissingen op stro/gebied 7.2.1 De rechtbank verklaart de feiten van tenlasteleggingen A, B, C, D (dossier (dossier bewezen wat betreft. De rechtbank veroordeelt tot: - een geldboete van 12.000,00 euro (=l.500,00 euro, wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij x 8} of een vervangende gevangenisstraf van 90 dagen De rechtbank veroordeelt tot betaling van • een bijdrage van 200,00 euro (=25,00 euro, wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij x 8), tot financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders • een bijdrage van 24,00 euro tot de financiering van het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. • de vaste vergoeding in strafzaken van 58,90 euro. 7.2.2 Gerechtskosten De rechtbank veroordeelt 73,03 euro. 7.3 Beslissingen over de herstelvordering tot de gerechtskosten, begroot in totaal op De rechtbank stelt vast dat het gevorderde milieuherstel zonder voorwerp is. Hof van beroep Gent - tiende kamer ,- p. 6 7.4 Beslissingen op burgerlijk gebied De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan (artikel 4 VTSv.)." 1.2 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op: 8 november 2024 door de beklaagde 13 november 2024 door het openbaar ministerie. Deze partijen dienden tegelijk ook elk een verzoekschrift in op die griffie, overeenkomstig artikel 204 Wetboek van Strafvordering. 1.3 Op de rechtszitting van 11 september 2025 (înleîdingszitting) legde het hof bij toepassing van de artikelen 152, § 1 en 209bis, lid, Wetboek van Strafvordering, conclusietermijnen vast en bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 21 november 2025. laatste Er zijn geen conclusies neergelegd . 1.4 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 21 november 2025 in het Nederlands: de beklaagde voor meester , vertegenwoordigd door meester , beiden advocaat met kantoor te het openbaar ministerie vertegenwoordigd door , advocaat-generaal. 2.1 De verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 28 oktober 2024 gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, zijn tijdig en regelmatig naar de vorm . Ook de verzoekschriften zijn tijdig ingediend . 2.2 De advocaat van de beklaagde bepaalde in het verzoekschrift nauwkeurige grieven over de schuld en de straf. Op de rechtszitting van 21 november 2025 deed de beklaagde afstand van de grief over de schuld. Het hof verleent hem hiervan akte. Het openbaar ministerie duidde enkel een grief aan over de straf en deed dit eveneens nauwkeurig. 2.3 De hoger beroepen van de beklaagde zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering). en van het openbaar ministerie Het hof beslist in dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. In dit verband stelt het hof vast dat er geen redenen zijn om ambtshalve een grief in de zin van de voormelde bepaling op te werpen. Hof van beroep Gent - tiende kamer - t - p . 7 Als gevolg van de devolutieve werking van de aangetekende beroepen en de grieven, en de afstand van de grief schuld, is de saisine van het hof beperkt tot de beslisslng over de strafmaat en de bijdrage aan het Slachtofferfonds. Alle overige beslissingen van de eerste rechter zijn definitief. 3. De eerste rechter vatte de feiten in het beroepen vonnis pertinent samen als volgt: "Op 20 november 2021 voerde de politie een controle uit in een loods die door gehuurd was aan was er aan auto's aan het werken. Er was afvalwater geloosd op het asfalt voor de loods. De loods was ingericht om er garage activiteiten uit te voeren en er stonden nog andere voertuigen geparkeerd. Op 14 december 2021 werd verhoord. Hij verklaarde dat hij er sinds begin 2020 werkte. Hij wist niet dat er een milieuvergunning noodzakelijk was. Hij was niet op de hoogte van de toepasselijke milieuwetgeving. Hij zou dat In orde laten brengen. Op 13 januari 2022 voerde de politie een controle uit. Er was de wil om de situatie in orde te brengen, contact opgenomen maar er waren nog verschillende inbreuken. Diezelfde dag had met de gemeente in verband met een omgevingsvergunning. Op 11 Juli 2022 voerde de politie een controle uit. Er was nog geen omgevingsvergunning omdat er nog geen elektriciteitskeuring was. Hij stelde dat hij vooral voertuigen reinigde en af en toe wat oplapte. Er waren een aantal inbreuken. Op 19 januari 2024 voerde de politie een controle uit in de loods die door werd aan gewerkt werd. herstellingen deed. Het afval was niet correct gesorteerd. gehuurd •. Er waren in de loods auto's aanwezig waaraan verklaarde dat hij tweedehands auto's kocht en verkocht en aan Op 20 februari 2024 werd verhoord. Hij verklaarde dat hij geen vergunning had omdat het om een voorlopige plaats ging. Hij had betaald om het afval te laten ophalen en hield alle facturen bij. Hij zou weggaan uit Op 27 februari 2024 bleek dat de activiteiten waren stopgezet." en zou zich daarom niet regulariseren. 4. De beklaagde pleegde de feiten van de telastleggingen A, B, C en D (referte 1) en A en 8 (referte 2) met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof hiervoor maar een straf oplegt, de zwaarste (artikel 65, eerste lid Strafwetboek). is jaar oud. Zijn strafrechtelijk verleden is blanco. Sinds 14 april 2025 zou hij geen zelfstandigenactiviteit meer uitoefenen. Hij werkt bij een garage ir Zijn financiële situatie zou precair zijn, in die zin dat hij met een beperkt inkomen niet enkel huishuur en alimentatie moet betalen, maar ook achterstallige sociale bijdragen en belastingen. Hij legde hiervan geen stukken neer. De bewezen misdrijven getuigen van een gebrek aan respect voor de regels die het leefmilieu beschermen. Dat hij na verhuis naar een tweede loods opnieuw meldingsplichtige Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 8 activiteiten uitoefende zonder meld ing en op nieuw naliet om afvalstoffen aa n de bron te sorteren, wijst op een structureel gebrek aan aandacht voor het leefmilieu bij de bedrijfsuitbating. De misdrijven gebeurden in een economische context. Het niet naleven van milieuregels beoogt een besparing en brengt oneerlijke concurrentie teweeg met sectorgenoten die wel investeren om de milieuregels te respecteren . Het opleggen van een geldboete is noodzakelijk en passend als maatschappelijke vergelding en om de beklaagde aan te sporen de regels voortaan we l na te leven . De geldboete die de eerste rechter oplegde is passend als maatschappelijke reactie op de bewezen misdrijven . Het hof verleent de beklaagde gewoon uitstel voor een deel van die geldboete. De beklaagde voldoet aan de wettelijke voorwaarden daartoe. Hij moet wel weten dat het uitstel kan worden herroepen als hij nieuwe misdrijven zou plegen. Dit moet hem ertoe aanzetten in de toekomst wel alle normen en wetten na te leven. Het hof vermeerdert de op te leggen boete met 70 deciemen en legt eeh vervangende gevangenisstraf op om hem ertoe aan te sporen die boete te betalen. 5. De eerste rechter besl iste definitief over de veroordeling van de beklaagde tot de kosten van de st rafvordering in eerste aanleg. De beklaagde is bovendien gehouden tot de kosten van de strafvordering in hoger beroep, aan de zijde van het openbaar min isterie begroot zoals hierna bepaald. Met toepassing van artikel 91 koni nklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken verhoogt het hof die kosten met 10 %. Het hof veroordeelt de beklaagde als veroordeelde tot een correctionele hoofdstraf tot het betalen van de bijdrage van 25 euro tot f inanciering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slacht offers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasione le redders (art. 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen aard heeft en geen straf inhoudt, wordt vermeerderd met 70 deciemen tot 200 euro, en dit ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten. De beslissing van de eerste rechter over de vaste vergoed ing en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand is definitief. Dictum Toegepaste wetsartikelen: Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaa lde artikelen en van de arti kelen: - 211 Wetboek van Strafvordering, - 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Perken van het hoger beroep: Hof van beroep Gent- t iende kamer- - p. 9 Het hof verleent de beklaagde akte van de afstand van de grief over de schuld. De saisine van het hof is beperkt tot de beslissing over de strafmaat en de bijdrage aan het Slachtofferfonds. Alle overige beslissingen van de eerste rechter zijn definitief. Beslissing van het hof: Het hof, rechtsprekend op tegenspraak, verklaart de beroepen ontvankelijk en er ten gronde over beslissend, wijzigt het beroepen vonn is voor zover bestreden als volgt: op strafgebied: voor de bewezen telastleggingen A, B, C en D veroordeelt de beklaagde (referte 1) en A en B (referte Il) samen tot een geldboete van 1.500 euro, met deciemen gebracht op 12.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van 90 dagen; verleent de beklaagde geldboete van 1.500 euro, gedurende een periode van drie jaar; gewoon uitstel voor 1.000 euro van de opgelegde veroordeelt de beklaagde tot betaling van een bedrag van 25 euro, vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op 200 euro als bijdrage tot de financiering van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders; veroordeelt de beklaagde 112,63 euro. tot betaling van de beroepskosten, begroot op Hof van beroep Gent - tiende kamer- p. 10 Kosten beroep: Afschrift vonnis: Afschriften akten HB: Opstelrecht ber. bekl.: Dagv. bekl.: + 10%: € 27,00 € 6,00 € 35,00 € 34,39 € 102,39 € 10,24 Totaal: € 112,63 Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctionele kamer, , als waarnemend kamervoorzitter, raadsheren samengesteld uit raadsheer • en in openbare rechtszitting van 19 december 2025 uitgesproken door wnd. kamervoorzitter , in aanwezigheid van advocaat-generaal, met bijstand van griffier 1.