ADB:hof-van-beroep-gent-19-12-2025-0
Beslissingsdetails
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2025-12-19
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Arrestnummer { '1 //662. /2025 Repertorium nummer 2025 / 4î11 Datum van uit spraak 19 december 2025 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2023/PGG/1380 2024/VJU/665 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer · - p. 2 2023/PGG/1380 ...
Volledige tekst
Arrestnummer
{
'1 //662. /2025
Repertorium nummer
2025 / 4î11
Datum van uit spraak
19 december 2025
Notitienummer griffie
Notitienummer parket-generaal
2023/PGG/1380
2024/VJU/665
Hof van beroep
Gent
Arrest
tiende kamer
correctionele zaken
Hof van beroep Gent - tiende kamer ·
- p. 2
2023/PGG/1380 - 2024/VJll/665
Not.nr.
In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE en van
1. nr.
DE WOONINSPECTEUR, bevoegd voor en handelend namens het Vlaamse
Gewest,
woonstkeuze bij meester
, advocaat met kantoor te
- eiser tot herstel -
.,
2. nr.
, (ON
met maatschappelijke zetel te
- vrijwillig tussenkomende partij-
tegen
1. nr
(ON
en(RRN
met Belgische nationaliteit,
geboren
wonende te
- beklaagde -
2. nr.
, (RRN
met Belgische nationaliteit,
geboren te
wonende te
- beklaagde -
verdacht van:
als dader of mededader In de zin van artikel 66 Strafwetboek, namelijk zij die de misdaad of
he_t wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt;
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van een niet
conforme of overbewoonde woning
Hof van beroep Gent - t iende kamer ·
- p. 3
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een won ing ter beschikking
stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te
hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art.
3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021),
namelijk diverse woonentiteiten in een pand gelegen te
het kadaster als
een oppervlakte van 16a en 78ca,
en bekend bij
met
toebehorende aan
eigendom, openbaar aangekocht van
notaris
te
bij akte van 24 juni 2021,
) voor de geheelheid in volle
:, bij
in de periode van 7 juni 2019 tot en met 31 mei 2021
door
:, ten nadele van
, geboren
, ten nadele van
·, geboren
, ten nadele van
, geboren
De beklaagden zijn eveneens gedagvaard met het oog op de bijzondere verbeurdverkarling
overeenkomstig art. 42 en 43bis Strafwetboek van de hierna verme lde vermogensvoordelen
die zich bevinden in hun patrimon ium, zijnde hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks
uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn
gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken
niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagden, de geldwaarde daarvan
dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk:
Berekening vermogensvoordeel:
periode 7 juni 2019 - mei 2021
woning
woning
= 330 euro/mnd x 24 maanden= 7.920,00 euro
= 500 euro/mnd x 24 maanden= 12.000,00 euro
totaal = 19.920,00 euro
* * * *
1. Voorafgaande procedure
1.1 De rechtbank van eerste aan leg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste
bij vonnis van 15 april 2024 op tegenspraak als volgt:
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
. - p. 4
"OP STRAFGEBIED
Op tegenspraak ten aanzien van de eerste beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging voor de beklaagde
Gelast op de opschorting van de uitspraak van veroordeling voor de beklaagde
• bewezen.
• voor de duur van 3 jaar.
Veroordeelt
strafzaken van 58,90 euro.
tot betaling van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
• tot betaling van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor
Ten aanzien van de tweede beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging voor de beklaagde
·bewezen.
Gelast op de opschorting van de uitspraak van veroordeling voor de beklaagde
• voor de duur van 3 jaar.
Veroordeelt
strafzaken van 58,90 euro.
• tot betaling van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
• tot betaling van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor
Gerechtskosten
Veroordeelt
gerechtskosten van 327,27 euro.
BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING
solidair
tot betaling van de
Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring
(artikelen 42,3° Sw. en 43bis Sw.} vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring uit
in hoofde van de eerste beklaagde
• en de tweede beklaagde
voor een bedrag van 19.920,00 euro, namelijk voor elk 9.960,00 euro.
DE HERSTELVORDERING
Verklaart de herstelvordering wat betreft het pand gelegen aan
, ontvankelijk en als volgt gegrond.
Hof van beroep Gent- tiende kamer -
- p. 5
Beveelt
erin gelegen woonentiteiten, gelegen
onder
artikel 3.43 van de Vlaamse Codex Wonen:
- zo de veroordeelden geen regulariserende omgevingsvergunning bekomen op grond van
artikel 4.2.1, 7° VCRO:
• tot het herstel van het onroerend goed en de
,, kadastraal gekend
' in de zin van
* ofwel het betrokken pand een andere bestemming te geven op basis van de bepalingen
van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
* ofwel het pand te slopen, tenzij dit verboden is op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen;
- zo de veroordeelden wel een regulariserende omgevingsvergunning bekomen op grond van
artikel 4.2.1 .7° VCRO:
* het wegwerken, door middel van renovatie-, verbeterings- en aanpassingswerken van de
gebreken aan het gebouw en de daarin ondergebrachte woongelegenheden, zodat dit
gebouw en de daarin ondergebrachte woongelegenheden voldoen aan de veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten conform de Vlaamse Codex Wonen.
en dit binnen een termijn van 10 maanden vanaf het in kracht van gewijsde gaan van het
vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de Wooninspecteur en/of het college van burgemeester
en schepenen van
, door de veroordeelden
• een dwangsom zal worden verbeurd van 150,00 euro per dag vertraging in
nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van 10 maanden
vanaf het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger. W. uitdrukkelijk uit.
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de
termijn van 10 maanden de Wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op
van
kosten
veroordeelden
Zegt voor recht dat de gebeurlijke herhuisvestingskosten o,:.
van
de
• kunnen worden verhaald.
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft.
Verklaart de vordering van de vrijwillig tussenkomende partij
Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond.
ongegrond.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
. - p. 6
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een
uittreksel van dit vonn is, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van
de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden
op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel
van onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de
titel van verkrijging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te
wenden een afschrift te bezorgen.
OP BURGERLIJK GEBIED
Houdt de burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande titel van
het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan."
1.2 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op
de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op:
14 mei 2024 door beide beklaagden;
14 mei 2024 door de vrijwillig tussenkomende partij;
16 mei 2024 door het openbaar ministerie.
Deze partijen dienden op diezelfde data ook elk een verzoekschrift in op de griffie, zoals
voorgeschreven door artikel 204 Wetboek van Strafvordering.
1.3 Op de rechtszitting van 23 januari 2025 (inleidingszitting) legde het hof met toepassing
lid, Wetboek van Strafvordering,
van de artikelen 152, § 1 en 209bis,
conclusletermijnen vast en bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 15 mei 2025.
laatste
Op de rechtszitting van 15 mei 2025 werd de zaak op vraag van de advocaat van de vrijwillig
tussenkomende partij uitgesteld naar de rechtszitting van 21 november 2025.
De conclusietermijnen zijn nageleefd.
1.4 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 21 november 2025 in het Nederlands:
de beklaagde
kantoor te
bijgestaan door meester
., advocaat met
de beklaagde
advocaat met kantoor te
vertegenwoordigd door meester
..
•I
het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door
, advocaat-generaal;
Hof van beroep Gent - t iende kamer-
• - p. 7
de vrijwillig tussenkomende partij
;, voor meester
meester
te
en voor meester
vertegenwoordigd door
·, beiden advocaat met kantoor
., .,
~, advocaat met kantoor te
de eiser tot herstel, vertegenwoordigd door meester
kantoor te
voor meester
., advocaat met kantoor te
·, advocaat met
2. Ontvankelijkheid van de hoger beroepen
2.1 Alle verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 15 april 2024 zijn tijdig en
regelmatig naar de vorm. Dat is ook het geval voor de grievenformulieren.
duidde in het grievenformulier een grief aan over de procedure
2.2
(reden: de eerste rechter heeft niet op alle argumenten geantwoord, de bewijskracht van
verschillende akten werd geschonden). In de rubriek "Andere" voert de vrijwil lig
tussenkomende partij aan dat ze gegriefd is door de veroordeling van Axelle en Céline
Kerckhof tot het herstel. Als nieuwe eigenaar van het pand worden ze geconfronteerd met
een potentiële bestemmingswijziging, dan wel een sloop.
De beklaagden specifieerden in de rubriek "Straf en/of maatregel" dat ze het niet eens zijn
met de beslissing van de eerste rechter over de verbeurdverklaring, omdat het te verbeuren
bedrag niet correct zou zijn berekend. Daarnaast betwisten ze de opgelegde
herstelmaatregel.
Het openbaar ministerie kruiste enkel de rubriek "Straf en/of maatregel" aan, waarin het
verduidelijkte dat een zwaardere straf, verbeurdverklaring en/of herstelmaatregel
aangewezen lijken.
Al deze grieven zijn nauwkeurig.
2.3 De hoger beroepen van respectief de beklaagden, de vrijwill ig tussenkomende pa rtij en
van het openbaar ministerie zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering).
Het hof beslist in dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de
grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van St rafvordering. Het stelt vast dat er geen
redenen zijn om ambtshalve een grief in de zin van deze bepaling op te werpen.
De devolutieve werking van de beperkte hoger beroepen en de grieven brengt mee dat de
saisine van het hof beperkt is tot de strafmaat, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en de
herstelmaatregel. Alle overige beslissingen van de eerste rechter zijn definitief.
3. Overschrijving van de dagvaarding
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 8
De dagvaarding werd met toepassing van artikel 3.49, § 1, Vlaamse Codex Wonen 2021 op
17 november 2022 overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid
ref.:
).
4. Feiten
4.1 Op 22 april 2021 voerde de wooninspecteur een controle uit van het hoevecomplex
gelegen aan
. De gemeente had de wooninspectie
gecontacteerd, omdat ze vermoedde dat er inbreuken werden gepleegd op de Vlaamse
Codex Wonen van 2021. De woningen op het terrein leken verwaarloosd en er was ook
sprake van een ernstig stabiliteitsrisico.
i, bestond uit meerdere
Het hoevecomplex, gekend onder
gebouwen. Het door de wooninspecteur onderzochte gebouw omvatte één verdieping en
een zadeldak. Er waren vier woongelegenheden in ondergebracht.
De wooninspecteur stelde een zeer groot aantal ernstige gebreken vast van de tweede en de
derde categorie, zowel aan het gebouw als aan de individuele woningen. Zo boog het dak
van het gebouw door op verschillende plaatsen. De schouw in het midden van het dak
vertoonde scheuren en aan de schouw uiterst links waren stenen en voegen losgekomen. De
buitenmuur van woning was ernstig verzakt. In de woonkamer van woning
kwam de
schouw los van de muur. Zowel in de woonkamer als in de slaapkamer waren er scheuren
tussen de schouw en de muur. In de bijkeuken van woning was er instortingsgevaar, als
gevolg van een ernstige verzakking van het plafond. In de woonkamer van woning was een
houtkachel type B geïnstalleerd, zonder dat een onafsluitbaar verluchtingsrooster was
voorzien dat permanent voldoende luchttoevoer verzekerde, met een risico op CO
vergiftiging tot gevolg. De houtkachel was aangesloten op de schouw die loskwam van de
muur. Ook dit bracht een risico op CO-intoxicatie mee. Ook de woonkamer van woning
werd verwarmd met een hout kachel type B, zonder dat permanente luchttoevoer was
gebreken aan het
voorzien. Verder waren er zowel in woning
elektriciteitsnetwerk en was er vochtschade in woning
in woning
als
Woningen en waren op het ogenblik van de controle niet toegankelijk, maar waren als
gevolg van de vastgestelde gebreken aan het gebouw net als woningen en ongeschikt en
onbewoonbaar.
huurde de woning met nummer Hij vertelde de wooninspecteur er sinds
4.2
augustus 2017 te wonen. Hij sliep in een camper op het terrein, omdat hij zich onveil ig
voelde in de woning. Het raam van de slaapkamer was immers te klein, waardoor hij niet zou
kunnen wegvluchten bij brand. Drie jaar geleden ontplofte de gastank. De vroegere eigenaar
wilde de tank niet vervangen, zodat hij sindsdien kookte en verwarmde op
werden de drie kleinkinderen eigenaar,
elektriciteit. Na het overlijden van
maar ze kwamen niet overeen.
Hof van beroep Gent - t iende kamer ·
. - p. 9
waren de bewoners van woning Ook zij woonden er
sinds 2017. Ze verklaarden dat ze veel problemen hadden met de woning. Pleister brokkelde
af, het dak vertoonde openingen en de wind waaide door het huis. Er waren al twee jaar
stabiliteitsproblemen en sinds enkele maanden werd de won ing gestut.
4.3 Het pand was behept met meerdere stedenbouwkundige inbreuken, waaronder het
zonder vergunning opsplitsen van een gebouw (art. 4.2.1, 7° Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening) en het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een bebouwd
onroerend goed (art. 4.2.1, 6° Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
4.4 Op 4 mei 2021 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op, die hij overmaakte
aan het openbaar ministerie.
op
4.5
7 juni 2019 volle eigenaar van het hoevecomplex. Zij zijn halfzus(sen) en halfbroer van
elkaar.
werden samen met de minderjarige
Op 24 juni 2021 verkochten ze het complex via een openbare verkoop aan
5. Toepassing wetgeving in de tijd
De decreten over het Vlaamse woonbeleid werden gecodificeerd op 17 juli 2020 bij artike l 2
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 (BS 13 november 2020) in de Vlaamse
Codex Wonen van 2021 (art. 1). De Vlaamse Wooncode werd mee gebundeld.
Sinds 1 januari 2021 is de woningkwaliteitsbewaking gebundeld in boek 3 van de Vlaamse
Codex Wonen. Artikel 3.1, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaa lt de veiligheids
gezondheids- en woningkwaliteitsnormen, zoals die tot 1 januari 2021 vermeld waren in
artikel 5, § 1, Vlaamse Wooncode.
Op grond van artikel 3.1, § 1, derde lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de mogelijke
gebreken onderverdeeld in de volgende drie categorieën:
1 • gebreken van categorie 1: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners
negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de
bewoners negatief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of
gezondheid, waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewon ing;
3°
die mensonwaardige
111:
levensomstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de
gezondheid van de bewone rs, waardoor de woning niet in aanmerking komt voo r bewoning.
gebreken
gebreken
categorie
ernstige
van
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
- p.10
De strafbaarstelling voor inbreuk op de gestelde vereisten is sinds 1 januari 2021 vervat In
artikel 3.34, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 en luidt: "Als een niet-conforme of
overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of
ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een
gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of
met een van die straffen alleen."
De door de wooninspectie in deze zaak vastgestelde gebreken zijn voornamelijk ernstige
gebreken, namelijk gebreken van nu minstens categorie Il en 111.
Elk van de vier woningen was ongeschikt en onbewoonbaar. Dit bevestigt de ernst van de
vastgestelde gebreken.
De te last gelegde feiten zijn dus sinds 1 januari 2021 onond erbroken strafbaar gebleven. De
strafmaat is dezelfde gebleven.
6. Straftoemeting
De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het
fundamenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren
met winstoogmerk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de
overheid opgelegde kwaliteitsnormen en - vereisten strikt naleven en mogen niet besparen
op investeringen hiertoe.
Bij de beslissing over de aan de beklaagden op te leggen sanctie of maatregel houdt het hof
er nochtans rekening mee dat de beklaagden het hoevecomplex met daarin de
onbewoonbare woningen hebben geërfd. Op het ogenblik dat ze er de volle eigenaars van
werden, bevonden de woningen zich met zekerheid al in een abominabele toestand. Ze zijn
dus zelf niet de veroorzaker daarvan en ze sloten ook zelf de huurovereenkomsten niet af.
Ze raakten als het ware verzeild in een toestand waarvoor ze zelf niet hebben gekozen.
Omwille van de complexe familiale situatie vergde het bovendien wat t ijd om de
huurovereenkomsten te beëindigen en het on roerend goed te verkopen.
Beide beklaagden hebben een blanco strafregister.
boekhoudster en is momenteel mantelzorger voor haar moeder die ernstig ziek is.
werkte tot voor kort als
is bejaa rdenhelpster en is alleenstaande.
Hen een straf opleggen, al dan niet met uitstel, zou op onevenredige wijze leiden tot hun
sociale declassering.
Rekening houdend met dit alles bevestigt het hof de besl issing van de eerste rechter om hen
allebei de gunst van de opschorting te verlenen gedurende een proeftermijn van drie jaar.
Hof van beroep Gent - tiende kam er•
-p.11
Allebei voldoen ze aan de wettelijke voorwaarden daarvoor. Ze werden immers nog niet
veroordeeld tot een criminele straf of tot een hoofgevangenisstraf van meer dan zes
maanden.
7. Verbeurdverklaring
Het openbaar ministerie vorderde schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van de
vermogensvoordelen in de zin van artikel 42, 3° Strafwetboek en voldeed zo aan de vereiste
gesteld door artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek.
De verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen is facultatief. Het hof is niet verplicht ze
toe te passen.
De beklaagden zetten in conclusies uiteen dat de berekening van het openbaar ministerie er
geen rekening mee houdt dat de huurders de verschuldigde huur niet altijd hebben betaald.
Bovendien maken ze aannemelijk dat
hen niet als verhuurder wilde erkennen
en gedurende meerdere maanden de huur is blijven betalen op rekening van hun
grootmoeder. De zo betaalde huurgelden kwame n terecht in de nalatenschap van hun
grootmoeder, waarin ook hun tante en oom gerechtigd waren. In real iteit genoten ze dus
heel wat minder huuropbrengsten dan vooropgesteld in de berekening van het openbaar
ministerie. Daarenboven zou het verbeurdverklaren van de vermogensvoordelen in dit geval
afbreuk doen aan het doel dat het hof beoogt door de beklaagden de gunst van de
opschorting te verlenen, namelijk het vermijden van het sociaal declasserend effect van een
daadwerkelij ke straf.
Het hof wijst de vordering tot verbeurdverklaring daarom af.
Kosten - bijdrage aan het Slachtofferfonds
De beklaagden zijn hoofdelijk gehouden tot de kosten van de strafvordering in beroep.
Nu de beklaagden niet veroordeeld zijn tot een correctionele hoofdstraf, zijn ze niet
gehouden tot de bijdrage aan het Slachtofferfonds.
8. Herstelvordering
De wooninspecteur stelde op 4 mei 2021 een herstelvordering op en maakte die over aan
het openbaar ministerie.
Op de rechtszitting van 21 november 2025 verklaarde de vrijwillig tussenkomende partij,
•, dat ze het hoevecomplex grotendeels heeft gesloopt. In elk geval werd
het gebouw met daarin de ongeschikte en onbewoonbare woningen volledig met de grond
gelijk gemaakt. Ze legde daarvan foto's voor.
Hof van beroep Gent - tiende kamer-
- p. 12
Artikel 3.46 Vlaamse Codex Wonen voorziet:
"Als de overtreder de gevorderde of de door de rechtbank opgelegde herstelmaatregelen
vrijwillig heeft uitgevoerd, brengt hij de wooninspecteur en het college van burgemeester en
schepenen daarvan onmiddellijk op de hoogte. ( ... ) Na ontvangst van de vergoeding, vermeld
in het tweede lid, doet de wooninspecteur ( ... ) een controle ter plaatse en stelt hij een proces
verbaal van vaststelling op. ( ... ) Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces
verbaal van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel. ( ... )"
Op vandaag is er nog geen proces-verbaal van herstel. De afbraakwerken konden volgens
pas in november van 2025 worden aangevat, waardoor een hercontrole nog niet kon
worden gevraagd.
Vergelijking van de foto's die
op de rechtszitting van het hof neerlegde met de
foto's van het hoevecomplex in het strafdossier (p. 29) bevestigt dat het gebouw waarin zich
de verhuurde woningen bevonden, inderdaad werd gesloopt. Deze foto's zijn authentiek en
waarheidsgetrouw, wat geen enkele partij betwistte. Het bewijs is dan ook geleverd dat de
herstelvordering zonder voorwerp is geworden.
Toegepaste wetsartikelen:
Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen:
211 Wetboek van Strafvordering,
24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Perken van het hoger beroep:
De saisine van het hof beperkt is tot de strafmaat, de bijdrage aan het Slachtofferfonds en
de herstelmaatregel.
Beslissing van het hof:
Het hof,
rechtsprekend op tegenspraak,
verklaart de beroepen ontvankelijk en beslist over de grond ervan als volgt:
wijzigt het beroepen vonnis voor zover bestreden als volgt:
op strafgebied:
Hof van beroep Gent - tiende kamer ·
- p. 13
verleent de beklaagden
allebei voor de bewezen feiten
van de enige telastlegging de gunst van de opschorting gedurende een proeftermijn van drie
jaar;
wijst de vordering tot verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen af;
veroordeelt de beklaagden
hoofdelijk tot betaling van de
kosten van de strafvordering, voor het openbaar ministerie begroot op 249,61 euro in
beroep;
wat betreft de herstelvordering:
verklaart de herstelvordering zonder voorwerp.
Hof van beroep Gent - tiende kamer-
. -p. 14
Kosten beroep:
Afschrift vonnis:
Afschriften akten HB:
Opstelrecht ber. bekl.:
Dagv. le bekl.:
Dagv. 2e bekl.:
Dagv. eiser tot herstel:
Dagv. VTP:
€ 54,00
€9,00
€ 35,00
€ 31,41
€ 33,19
€ 31,13
€ 33,19
+ 10%:
€ 226,92
€ 22,69
Totaal :
€ 249,61
Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctionele kamer,
, als waarnemend kamervoorzitter, raadsheren
samengesteld uit raadsheer
• en in openbare rechtszitting van 19 december
2025 uitgesproken door wnd. kamervoorzitter
, in aanwezigheid van
advocaat-generaal, met bijstand van griffier