ADB:rechtbank-eerste-aanleg-dendermonde-05-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde
📅 2026-01-05
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
Decreet van 15 juli 1997; Wet van 15 juni 1935; Wet van 5 maart 1952; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 5 januari 2026 Naam van de beklaagden Systeemnummer parket 23CO4650 Rolnummer Notitienummer parket DE66.WI.102600/2022 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank ...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
5 januari 2026
Naam van de beklaagden
Systeemnummer parket
23CO4650
Rolnummer
Notitienummer parket
DE66.WI.102600/2022
rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde, sectie
correctionele rechtbank
Kamer D13M
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie en:
BURGERLIJKE PARTIJEN
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, bijgestaan door meester
, advocaat te
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partijen, vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
tegen:
BEKLAAGDEN
1.
2.
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, bijgestaan door meester
advocaat te
geboren te
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
, RRN
, advocaat te
loco meester
,
beklaagde, vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
loco meester
, advocaat te
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 3
1.
TENLASTELEGGINGEN
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek;
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021, feiten voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1
van het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
1 te
door
in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 22 november 2022
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
in een pand gelegen te
in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
28/06/2004.
te
– OK 1
, kadastraal gekend als
, geboren te
, geboren
en in blote eigendom aan
,
op
2 te
door
in de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
, kadastraal gekend als
, geboren
, geboren
en in blote eigendom aan
, aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
te
op
28/06/2004.
OK 2
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 4
3 te
door
in de periode van 1 april 2020 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
kadastraal gekend als
, geboren
, geboren
en in blote eigendom aan
, wonende te
,
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
28/06/2004.
te
op
– OK 3
4 te
door
in de periode van 15 april 2021 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
kadastraal gekend als
, geboren
, geboren te
en in blote eigendom aan
, wonende te
,
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
te
op
.
– OK 4
5 te
door
in de periode van 1 maart 2013 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
28/06/2004.
te
– OK 5
kadastraal gekend als
, geboren
, geboren
en in blote eigendom aan
,
op
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 5
6 te
door
in de periode van 15 september 2022 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
, kadastraal gekend als
, geboren
geboren
en in blote eigendom aan
, aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
te
op
28/06/2004.
– OK 6
7 te
door
in de periode van 1 februari 2013 tot en met 24 november 2022
,
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
28/06/2004.
te
– OK 7
, kadastraal gekend als
, geboren
, geboren
en in blote eigendom aan
,
op
8 te
door
in de periode van 15 oktober 2019 tot en met 24 november 2022
een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
,
in een pand gelegen te
, in vruchtgebruik toebehorend aan
en
beiden samenwonende te
, geboren
, wonende te
aangekocht als bouwgrond ingevolge akte verleden voor notaris
28/06/2004.
kadastraal gekend als
, geboren
, geboren
en in blote eigendom aan
,
te
op
– OK 8
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 6
VERMOGENSVOORDEEL : Art. 42 en 43 Bis S.W.B.
Beklaagden tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek, te
horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 314.740,00euro, elk ten belope van de
helft, zijnde
1. hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
2. hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
3. hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
TLA:
Berekening – st. 5 – OK 1:
- huuropbrengst gedurende de periode 08/2015 tot en met 11/2022 of 88 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 600,00 euro = 52.800,00 euro.
TLB:
Berekening – st. 5 – OK 2:
- huuropbrengst gedurende de periode 01/2015 tot en met 11/2022 of 95 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 600,00 euro = 57.000,00 euro.
TLC
Berekening – st. 5 – OK 3:
- huuropbrengst gedurende de periode 04/2020 tot en met 11/2022 of 32 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 650,00 euro = 20.800,00 euro – 665,00 euro = 20.135,00 euro.
TLD:
Berekening – st. 5 – OK 4:
- huuropbrengst gedurende de periode 15/04/2021 tot en met 11/2022 of 20 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 700,00 euro = 14.000,00 euro – 2.100,00 euro = 11.900 euro.
TLE:
Berekening – st. 5 – OK 5:
- huuropbrengst gedurende de periode 03/2013 tot en met 11/2022 of 117 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 675,00 euro = 78.975,00 euro.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 7
TLF:
Berekening – st. 4 – OK 6:
- huuropbrengst gedurende de periode 15/09/2022 tot en met 11/2022 of 3 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 750,00 euro = 2.250,00 euro.
TLG:
Berekening – st. 5-6 – OK 7:
- huuropbrengst gedurende de periode 02/2013 tot en met 11/2022 of 118 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 580,00 euro = 68.440,00 euro.
TLF:
Berekening – st. 5-6 – OK 8:
- huuropbrengst gedurende de periode 15/10/2019 tot en met 14/10/2022 of 36 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 680,00 euro = 24.480,00 euro.
- huuropbrengst gedurende de periode 15/10/2022 tot en met 24/11/2022 of 2 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 400,00 euro = 800,00 euro
24.480,00 euro + 800,00 euro = 25.280,00 euro – 3 md x 680,00 euro = 23.240,00 euro
2.
PROCEDURE
* * *
De zaak werd bij de rechtbank aanhangig gemaakt door dagvaarding van beklaagden, betekend op
25 januari 2025 aan eerste en tweede beklaagde in persoon.
De dagvaarding werd overgeschreven op het bevoegde kantoor Rechtszekerheid op 3 februari 2025.
De zaak werd behandeld op de openbare terechtzitting van 24 november 2025.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen,
inclusief het openbaar ministerie in de persoon van
, substituut-procureur des Konings, in
haar vordering.
3.
3.1
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
Overzicht van de feiten
1.
Het strafdossier is samengesteld uit verschillende vaststellingen aangaande woningen in de
werden verhuurd.
die door
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 8
Het Agentschap Wonen-Vlaanderen ging over tot verder onderzoek nadat beklaagden door de
gemeente Waasmunster werden gecontroleerd omwille van een vermoeden dat de hiernavolgende
panden niet voldeden aan de woningkwaliteitsnormen van de Vlaamse Codex Wonen. De vastgestelde
inbreuken hadden allen betrekking op woningen die deel uitmaakten van een groep/site van
woningen met huisnummer
gemeente gecontacteerd met klachten over de woningkwaliteit.
Verschillende bewoners hadden de
en busnummers
tot en met
2.
Tenlastelegging A.2:
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer 1 betrof een eengezinswoning die sinds januari 2015 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een controle uit. Deze woning
werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens twee gebreken die een direct
gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaakten (categorie
III gaven aanleiding tot
onbewoonbaarheid:
Volgende gebreken van categorie
III).
-
-
-
in de woning was een houtkachel type B in de leefruimte geïnstalleerd. Er was geen
onafsluitbaar verluchtingsrooster aanwezig die permanent voldoende
luchttoevoer
verzekerde. Hierdoor bestond er een verhoogd risico op CO-vergiftiging;
in de woonkamer stond een houtkachel als hoofdverwarming in dezelfde ruimte als een
dampkap met extractie naar buiten. Dit kon onderdrukken veroorzaken in de opstellingsruimte
en de rookgasafvoer negatief beïnvloeden;
in de slaapkamer rechts was een laag opendraaiend raam op een hoogte van 46cm zonder
bijkomende borstwering. Er bestond valgevaar.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie kon met zekerheid worden vastgesteld dat bij aanvang van de
huurovereenkomst reeds een houtkachel type B was geplaatst in de leefruimte als hoofdverwarming
met in dezelfde ruimte een dampkap met extractie naar buiten. Er was risico op CO-vergiftiging.
Daarnaast was ook het laag opendraaiend raam zonder borstwering reeds aanwezig bij aanvang van
de huur, stond het lichtpunt in de badkamer op minder dan 60 cm van de badrand net als het
stopcontact in de badkamerkast én was het stopcontact in de woonkamer rechts voorzien van een
aardpen die niet was aangesloten op een aardgeleider. Dit gaf een vals gevoel van veiligheid.
verklaarde dat hij een werkloosheidsuitkering ontving die net genoeg was om rond te
komen. Sinds 2021 waren er problemen in de woning, vooral vocht. Voordien was de woning vrij goed.
Hij wilde zelf de herstellingen uitvoeren omdat het risico bestond dat het nadien nog slechter was als
de eigenaar de herstellingen uitvoerde. Er was een accumulatiekachel in de woning maar die gebruikte
hij niet omdat hij de elektrische aansluiting niet vertrouwde. Hij hield de eigenaar op de hoogte van de
problemen, zoals het vocht. Bij aanvang van het huurcontract was een zeer beperkte plaatsbeschrijving
opgemaakt waarbij de makelaar niet alles noteerde, zoals vocht- en schimmelvorming aan de muren
in de kamer boven de garage. Hij moest snel een huis hebben door problemen met zijn ex-vriendin en
de verkoop van een huis. Hij had schulden en huisdieren en kon dus niet kieskeurig zijn op het vlak van
een woning. Hij was blij met wat hij kon huren.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Bij een hercontrole op
13 juli 2023 waren nog niet alle problemen verholpen en was het risico op CO-vergiftiging nog steeds
aanwezig. Op 1 december 2023 stelde de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de
minimale kwaliteitsvereisten.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 9
3.
Tenlastelegging A.6:
(aanvankelijk
proces-verbaal
betrof een eengezinswoning die sinds 15 september 2022 werd
De woning met busnummer
verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse
Wooninspectie een controle uit. Deze woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder
meer wegens één gebrek dat een direct gevaar opleverde voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakte (categorie III). Het gebrek van categorie III dat
aanleiding gaf tot onbewoonbaarheid betrof de installatie van een pelletkachel in de woonkamer als
hoofdverwarming in dezelfde ruimte als een dampkap met extractie naar buiten. Dit kon onderdrukken
veroorzaken in de opstellingsruimte en de rookgasafvoer negatief beïnvloeden.
verklaarden dat volgens hen geen plaatsbeschrijving was
opgesteld. Er was bij aanvang van de huur een houtkachel aanwezig die ze met goedkeuring van de
verhuurder zelf lieten vervangen door een pelletkachel. De huurders verbleven pas sinds november
2022 in de woning omdat de levering van de pelletkachel op zich liet wachten. De huurders verklaarden
dat zij geen klachten hadden over de woning. Ze moesten nog geen beroep doen op de eigenaar.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie kon met zekerheid worden vastgesteld dat bij aanvang van de
huurovereenkomst reeds een pelletkachel was geplaatst als hoofdverwarming met in dezelfde ruimte
een dampkap met extractie naar buiten (gebrek van categorie III).
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Op 23 juni 2023 stelde
de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
4.
Tenlastelegging A.1:
aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer
betrof een eengezinswoning die sinds augustus 2015 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een controle uit. Deze
woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens vier gebreken die een
direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaken
tot
onbewoonbaarheid:
III). Volgende gebreken van categorie
III gaven aanleiding
(categorie
- de afschermkap van de elektrische boiler in de slaapkamer ontbrak waardoor er een risico op
elektrocutie bestond;
-
- de enkelwandige rookgasafvoer van de houtkachel liep door de houten roostering en
plafondafwerking. De houtstructuren waren reeds zwartgeblakerd door oververhitting. Het
was vereist om een vuurvaste doorvoer te voorzien;
in de woonkamer stond een houtkachel als hoofdverwarming in dezelfde ruimte als een
dampkap met extractie naar buiten. Dit kon onderdrukken veroorzaken in de opstellingsruimte
en de rookgasafvoer negatief beïnvloeden. Bovendien ontbraken de gasplaatjes van de
houtkachel gedeeltelijk;
in de slaapkamer achteraan was een laag opendraaiend raam op vloerniveau zonder
bijkomende borstwering. Hierdoor bestond een direct valgevaar.
-
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 10
Volgens de Vlaamse Wooninspectie kon met zekerheid worden vastgesteld dat bij aanvang van de
huurovereenkomst reeds een houtkachel was geplaatst als hoofdverwarming met in dezelfde ruimte
een dampkap met extractie naar buiten en dat er in de slaapkamer achteraan een laag opendraaiend
raam met een direct valgevaar aanwezig was.
Tamara Van Looy verklaarde dat het huurcontract mondeling werd gesloten voor een prijs van 600
euro per maand, zonder kosten voor elektriciteit en water. Er werd geen huurwaarborg betaald. De
woning bevond zich in dezelfde staat als bij aanvang van de huur.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Op 1 december 2023
stelde de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
5.
Tenlastelegging A.3:
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer
betrof een eengezinswoning die sinds 1 april 2020 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een controle uit. Deze
woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens drie gebreken die een
direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaakten
III gaven aanleiding tot
III). Volgende gebreken van categorie
onbewoonbaarheid:
(categorie
- diverse afdekplaatjes van stopcontacten en lichtschakelaars op het gelijkvloers ontbraken met
risico op elektrocutie;
er was geen vast verwarmingsapparaat in de woning waardoor de bewoner moest
gebruikmaken van losstaande elektrische vuurtjes;
er waren lage ramen op de eerste verdieping zonder borstwering.
-
-
Volgens de Vlaamse Wooninspectie kon met zekerheid worden vastgesteld dat het gebrek aan vast
verwarmingsapparaat, de lage ramen zonder borstwering, de grote openingen in de borstwering aan
de trap en het lichtpunt in de badkamer op minder dan 60 cm van de bad-of doucherand gebreken
waren die reeds aanwezig waren bij aanvang van de huurovereenkomst.
verklaarde dat hijzelf allerlei werken uitvoerde aan de woning. Het ging om zaken die
gemeld waren aan de eigenaar, maar waarvoor hij geen initiatief nam om er iets aan te doen. Om die
reden deed hij het zelf met zijn eigen middelen. De eigenaar was enkel in geld geïnteresseerd. Er was
geen vast verwarmingstoestel aanwezig in de woning omdat hij dit van de vorige huurder zou
overnemen, maar deze had dat toestel uiteindelijk meegenomen. De huurprijs bedroeg 650 euro per
maand.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Op 1 december 2023
stelde de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
6.
Tenlastelegging A.7:
)
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer
betrof een eengezinswoning die sinds februari 2013 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie
een controle uit.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 11
Deze woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens drie gebreken die een
direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaakten
tot
onbewoonbaarheid:
III). Volgende gebreken
III gaven aanleiding
in categorie
(categorie
- de afschermkap van de elektrische boiler in de slaapkamer ontbrak waardoor er risico op
elektrocutie was;
- de afdekplaat van de stopcontacten in de slaapkamer ontbrak, met risico op elektrocutie als
-
-
gevolg;
in de woonkamer was een pelletkachel type B geïnstalleerd. Er was geen onafsluitbaar
verluchtingsrooster aanwezig die permanent voldoende luchttoevoer verzekerde. Er bestond
een verhoogd risico op CO-vergiftiging. Deze pelletkachel stond in dezelfde ruimte met een
dampkap met extractie naar buiten, wat voor onderdrukken kon zorgen en de rookgasafvoer
negatief kon beïnvloeden. Het rookgasafvoerkanaal van de pelletkachel bestond uit een
loshangende flexibel aangesloten aan het toestel en liep door de muur naar de veranda door
tot aan het plafond waar deze verderliep in een vaste buis door het dak. De maximale lengte
van 1 meter flexibel was hierdoor ruimschoots overschreden;
in de slaapkamer achteraan was een laag opendraaiend raam tot op vloerniveau zonder
bijkomende borstwering. Er was een direct valgevaar.
De huurders verklaarden dat zij 580 euro per maand betaalden. De laatste jaren ging het bergaf met
de woning. Als er iets was, deed de eigenaar er wel iets aan. De werken gebeurden door ‘prutsers van
werkmannen’. Ze werkten niets af en herstelden niets goed. Ze waren het beu en hadden verschillende
klachten over de woning. In oktober 2022 was de boiler kapot. Deze werd vervangen, maar de boiler
was niet goed vastgehangen. Deze kwam los en viel op het bed. Het bed was beschadigd en de eigenaar
wou hen niet vergoeden. Ze vonden het vervelend dat hij steeds zaken herstelde met
tweedehandsmaterialen en dat het geen geld mocht kosten.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie waren volgende gebreken van categorie III met zekerheid reeds
bij aanvang van de huurovereenkomst aanwezig:
-
-
verhoogd risico op CO-vergiftiging ten gevolge van een pelletkachel type B in de woonkamer
in dezelfde ruimte als een dampkap met extractie naar buiten;
een laag opendraaiend raam tot op vloerniveau in de slaapkamer achteraan zonder
borstwering.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Bij een hercontrole op
13 juli 2023 werd vastgesteld dat de woning nog steeds ongeschikt en onbewoonbaar was omdat
onder meer het verhoogde risico op CO-vergiftiging nog niet was verholpen. Op 24 augustus 2023
stelde de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
7.
Tenlastelegging A.4:
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer
betrof een eengezinswoning die sinds 15 april 2021 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een
controle uit. Deze woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens twee
gebreken die een direct gevaar opleverden voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaakten (categorie III). Volgende gebreken in categorie III gaven
aanleiding tot onbewoonbaarheid:
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 12
- de afdekplaat van het stopcontact in de woonkamer ontbrak met een risico op elektrocutie tot
gevolg;
- de bewoners maakten gebruik van een mobiel verwarmingstoestel in de woonkamer en de
keuken als hoofdverwarming. Er was niet voorzien in een toevoer van verbrandingslucht en
afvoer van de rookgassen voor de verbranding van een dergelijk toestel. Er was een verhoogd
risico op CO-vergiftiging.
verklaarde dat zij 700 euro per maand betaalden. Sinds kort zaten ze in
schuldbemiddeling. Er was mondeling afgesproken dat ze drie maanden geen huur moesten betalen
omdat ze een schutting in de tuin hadden gezet. De eigenaar was dit ogenschijnlijk vergeten want hij
startte een procedure voor de vrederechter op. Zo begonnen de problemen. Ze stelde de verhuurder
in gebreke omwille van de gebreken in de woning. Deze procedure liep nog. Er waren problemen met
vocht en schimmel sinds enkele maanden. Ze had ook haar bedenkingen over de elektriciteit. Het dak
was in slechte staat waardoor het binnen regende. In het begin was de woning in orde, pas nadien
kwamen de klachten. Er was elektrische accumulatieverwarming aanwezig in de woning. Omwille van
de hoge kosten, sloten ze deze af en gebruikten ze een toestel op petroleum. Ze zouden op eigen
initiatief en kosten een houtkachel laten plaatsen als alternatief. De eigenaar kwam hier niet in tussen.
Een jaar voordien was de boiler stuk en deze werd toen wel vlot vervangen.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie kon met zekerheid worden vastgesteld dat volgende ernstige
gebreken van categorie II van bij aanvang van de huurovereenkomst aanwezig waren:
- het stopcontact in de badkamer was voorzien van een aardpen maar was niet aangesloten op
-
een aardgeleider. Dit zorgt voor een vals gevoel van veiligheid;
in de slaapkamer achteraan is een laag opendraaiend raam op een hoogte van 73 cm zonder
bijkomende borstwering. Er was valgevaar.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Op 13 juli 2023 stelde
de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
8.
Tenlastelegging A.8:
)
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer
aan
op 7 november 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard door de burgemeester.
betrof een eengezinswoning die sinds 15 oktober 2019 werd verhuurd
. Na een woningkwaliteitsonderzoek op 1 september 2022 werd deze woning
Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een controle uit. Deze woning werd
ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens één gebrek dat een direct gevaar
opleverde voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakte
(categorie III). Het gebrek dat aanleiding gaf tot onbewoonbaarheid was de installatie van een
houtkachel type B in de woonkamer. Er was geen onafsluitbaar verluchtingsrooster aanwezig die
permanent voldoende luchttoevoer verzekerde. Er bestond een verhoogd gevaar op CO-vergiftiging.
Deze houtkachel stond in dezelfde ruimte als een dampkap met extractie naar buiten wat tot
onderdrukken kon leiden en de rookgasafvoer negatief kon beïnvloeden.
verklaarde dat hij de woning huurde voor een bedrag van 680 euro per maand. Hij
meldde problemen in de woning meteen aan de eigenaar waarop deze antwoordde dat hij een
‘moeilijke mens’ was. Hij schakelde daarop de Huurdersbond in en verwittigde de gemeente. Het
duurde lang voor zaken hersteld werden door de verhuurder en de herstelling was vaak niet goed
gedaan en gebeurde met versleten materiaal. Hij betaalde nu een bedrag van 400 euro per maand.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 13
Op een termijn van 1,5 jaar waren er drie maanden huur op een aparte spaarrekening gezet. Sinds
oktober 2022 werd er 280 euro per maand op die spaarrekening gezet. Dit in functie van de lopende
procedure bij de vrederechter en in overleg met zijn advocaat. Hij kon en wou alles betalen, maar niet
als het huis in die toestand verkeerde. Bij zijn intrek was een verwarmingskachel op mazout aanwezig.
Deze werkte maar hij plaatste een nieuwe omdat hij geen dergelijk verwarmingstoestel wou
gebruiken.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie waren er twee ernstige gebreken van categorie II met zekerheid
reeds aanwezig bij aanvang van de huurovereenkomst, namelijk dat het stopcontact in de slaapkamer
voorzien was van een aardpen maar dat deze niet was aangesloten op een aardgeleider en dat er een
laag opendraaiend raam was in de slaapkamer op een hoogte van 72cm zonder bijkomende
borstwering waardoor er valgevaar bestond.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Op 23 juni 2023 stelde
de Vlaamse Wooninspectie vast dat de woning voldeed aan de normen.
9.
Tenlastelegging A.5:
(aanvankelijk
proces-verbaal
De woning met busnummer betrof een eengezinswoning die sinds maart 2013 werd verhuurd aan
. Op 24 november 2022 voerde de Vlaamse Wooninspectie een controle uit. Deze
woning werd ongeschikt en onbewoonbaar bevonden, onder meer wegens één gebrek dat een direct
gevaar opleverde voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden
veroorzaakte (categorie III). Het gebrek dat aanleiding gaf tot onbewoonbaarheid was de installatie
van een houtkachel type B in de woonkamer. Er was geen onafsluitbaar verluchtingsrooster aanwezig
die permanent voldoende luchttoevoer verzekerde. Er bestond een verhoogd gevaar op CO-
vergiftiging. Deze houtkachel stond in dezelfde ruimte als een dampkap met extractie naar buiten wat
tot onderdrukken kon leiden en de rookgasafvoer negatief kon beïnvloeden.
verklaarde dat ze reeds tien jaar in de woning woonde en een huurprijs van 675 euro
per maand betaalde. Ze was tevreden over haar woning en had geen problemen. Ze had een goed
contact met de eigenaar en de eigenaar deed veel zelf. Recent was de boiler kapot. Deze werd hersteld
maar ging kort nadien opnieuw kapot. De boiler werd opnieuw hersteld. Dit ging vlot en was snel
geregeld. In de hoek van de woning stond een mazoutvuur dat haar man zelf had geplaatst. Voordien
was er een houtvuur.
Volgens de Vlaamse Wooninspectie was volgend gebrek van categorie III met zekerheid aanwezig bij
aanvang van de huurovereenkomst: de houtkachel type B met verhoogd risico op CO-vergiftiging.
De Vlaamse Wooninspectie diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in. Bij een hercontrole op
13 juli 2023 was er nog steeds een gebrek in categorie III aanwezig (risico op CO-vergiftiging) alsook
twee ernstige gebreken in categorie II. Op 24 augustus 2023 stelde de Vlaamse Wooninspectie vast
dat de woning voldeed aan de normen.
10.
werd verhoord op 20 februari 2023. Hij zou aan
vragen om
het nodige te laten doen en zou de Vlaamse Wooninspectie contacteren voor een hercontrole. Voor
de volledige inhoud van zijn verhoor verwijst de rechtbank naar de processen-verbaal van verhoor in
elk gevoegd dossier.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 14
praktische en administratieve ondersteuning voor
ongeveer een jaar als tussenpersoon voor de huurders en
verklaarde tijdens zijn verhoor van 1 maart 2023 kort samengevat dat hij de
verzorgde. Hij fungeerde al
. Voor de woning in de
hadden ze zelf een nieuwe controle aangevraagd bij de gemeente nadat deze was
opgefrist en vooraleer ze de woning opnieuw zouden verhuren. Dit na de eerdere ervaring van
met de procedures die hij voor andere panden had gehad. Daarop werd bevestigd dat
de woning in orde was voor verhuur. Ze bezorgden het EPC-attest en daarop bleef het stil. Ze gingen
controleerde
ervan uit dat alles in orde was. Later bleek dan dat dit niet zo was.
enkel de betalingen van de huurgelden en contacteerde de huurders in geval van achterstal. De rest
werd oor
bleef het eerste
aanspreekpunt van de huurders. Hij vond dat de woningen vrij degelijk waren en dat een deel van de
problemen werden veroorzaakt door huurders die de woningen minder goed onderhielden. Er waren
ook gebreken die niet door de huurders werden veroorzaakt maar zijn ervaring met
geregeld en beslist.
was dat hij alles meteen wilde herstellen en zaken aanpakte vanaf het moment dat hij ervan
op de hoogte was. Hij had geen slechte bedoelingen.
3.2
Beoordeling van de schuldvraag
1.
Beklaagden moeten zich onder tenlasteleggingen A.1 tot en met A.8 voor de rechtbank verantwoorden
voor het verhuren, te huur of ter beschikking stellen met het oog op bewoning van een niet-conforme
of overbewoonde woning, met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd
gemaakt, zoals nader omschreven in de dagvaarding.
2.
Tenlasteleggingen A.1 tot en met A.8 hebben betrekking op het verhuren van een woning die niet
voldoet aan de vereisten en normen van artikel 5 §1 van de Vlaamse Wooncode. Deze feiten, voor
zover bewezen, werden strafbaar gesteld door artikel 20 §1, eerste lid van de Vlaamse Wooncode met
een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een geldboete van 500 tot 25.000 euro.
De decreten over het Vlaamse woonbeleid werden gecodificeerd op 17 juli 2020 bij artikel 2 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 (B.S. 13 november 2020) in de Vlaamse Codex Wonen
van 2021 (art. 1). De Vlaamse Wooncode werd mee gebundeld. Sinds 1 januari 2021 zijn de veiligheids-
, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen, zoals die tot dan vastgelegd waren in artikel 5 § 1 van de
Vlaamse Wooncode, opgenomen in artikel 3.1, § 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Een inbreuk op de woningkwaliteitsvereisten is sinds 1 januari 2021 strafbaar op grond van artikel 3.34,
eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, dat voorziet in een gevangenisstraf van zes
maanden tot drie jaar en/of een geldboete van 500 tot 25.000 euro voor het verhuren van een niet-
conforme of overbewoonde woning.
Indien er sprake is van een gewoonte, worden de feiten op grond van artikel 3.36 Vlaamse Codex
Wonen van 2021 bestraft met een gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en/of een geldboete van
1.000 euro tot 100.000 euro. Artikel 20, § 1, derde lid, 1° van de Vlaamse wooncode bevatte tot de
opheffing ervan op 1 januari 2021 dezelfde strafverzwarende omstandigheid.
De feiten van tenlastelegging A, voor zover bewezen, zijn dus ook na de wetswijziging van 1 januari
2021 strafbaar gebleven en worden nog steeds strafbaar gesteld met dezelfde straffen, met inbegrip
van de vermelde verzwarende omstandigheid.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 15
3.
Beklaagden betwistten de hen ten laste gelegde feiten in conclusie en bij de behandeling van de zaak
op de zitting van 24 november 2025. Zij stellen in essentie dat de vastgestelde gebreken het gevolg
waren van het eigen optreden en nalaten van de huurders, zoals het niet melden van gebreken
wanneer deze zich voordeden. De huurders aanvaardden impliciet het goed te huren in de staat waarin
het zich bevond. Ook zou het moreel element in hoofde van beklaagden ontbreken vermits zij geen
kennis hadden van de vastgestelde gebreken.
4.
De feiten van tenlasteleggingen A.1 tot en met A.8 zijn bewezen op grond van de behandeling van de
zaak op de zitting van 24 november 2025 en de gegevens in het strafdossier, waaronder de technische
vaststellingen van de wooninspecteurs, de foto’s van de woningen, de verklaringen van de huurders
en de resultaten van de hercontroles. Zelfs indien sommige gebreken zouden ontstaan zijn door
toedoen van de huurders, dan nog staat vast dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de
kwaliteitsvereisten. Uit de vaststellingen van de wooninspecteurs blijkt dat alle woningen, met
uitzondering van de nummers
met zekerheid reeds van bij aanvang van het huurcontract
één of meerdere gebreken van categorie III vertoonden en dus onbewoonbaar waren. De
wooninspecteurs stelden bovendien vast dat ook de woningen met nummers
reeds bij
aanvang van de huurovereenkomst verschillende ernstige gebreken van categorie II vertoonden,
waardoor deze woningen ongeschikt waren voor bewoning.
Daarenboven is het merendeel van de gebreken structureel van aard en heeft het merendeel
betrekking op de uitrusting van de woning, zoals die moet worden voorzien door de verhuurder. Het
blijkt ook niet dat de vastgestelde gebreken het gevolg zijn van een gebrekkig onderhoud van de
huurders. Beklaagden uitten daarover vóór de vaststellingen van de wooninspecteur alleszins zelf
nooit klachten. Bovendien blijkt uit het strafdossier dat verschillende huurders op regelmatige
tijdstippen melding maakten van gebreken aan hun woningen, maar dat zij ervaarden dat deze op
gebrekkige wijze of met versleten materiaal werden hersteld. Als verhuurders hadden beklaagden
bovendien de opdracht de toestand van de woning op geregelde tijdstippen te controleren. Ze maken
ook niet aannemelijk dat de huurders hen voor 24 november 2022 nauwelijks in hun woningen
toelieten. Meer zelfs, uit het strafdossier blijkt dat beklaagden onder meer boilers lieten vervangen in
de woningen met nummers
Artikel 14 van het Vlaams Woninghuurdecreet staat
er evenmin aan in de weg dat de verhuurders op overeengekomen tijdstippen het gehuurde goed
betreden om hun verplichtingen inzake onderhoud en herstelling van de woning na te komen.
Beklaagden leggen bovendien slechts één conformiteitsattest voor dat dateert van voor de
ingebruikname van de woning, namelijk het attest van 10 december 2014 voor de woning gelegen in
, zijnde ongeveer acht maanden voor de ingebruikname. Het is aannemelijk dat
bepaalde ernstige gebreken op 10 december 2014 onopgemerkt zijn gebleven, vermits de
wooninspecteur op 24 november 2022 onder meer vaststelde dat in de slaapkamer een laag
opendraaiend raam op vloerniveau zonder borstwering bestond met direct valgevaar. Het is
onwaarschijnlijk dat dit raam niet reeds aanwezig was bij aanvang van de huurovereenkomst.
Bovendien ontsloeg het conformiteitsattest van 10 december 2024 beklaagden er niet van om er
tijdens de volledige duur van de huurovereenkomst op toe te zien dat de woning aan alle normen bleef
voldoen. De geldigheid van dit attest vervalt van rechtswege vanaf het ogenblik dat er voor de woning
een proces-verbaal zoals vermeld in artikel 3.9, 4° van de Vlaamse Codex Wonen wordt opgesteld, in
dit geval op 24 november 2022. De vaststellingen van 24 november 2022 toonden bovendien aan dat
het conformiteitsattest van 10 december 2024 niet meer actueel was. De verplichting om een
conforme woning ter beschikking te stellen of te verhuren, geldt overigens voor de volledige duur van
de huurovereenkomst.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 16
De woningkwaliteitsnormering is regelgeving van openbare orde. De decreetgever wou met deze
normen namelijk uitwerking geven aan het grondrecht op een behoorlijke huisvesting en grondrechten
die de openbare orde aanbelangen. Om die reden wordt het niet-respecteren van de
woningkwaliteitsnormen strafrechtelijk gesanctioneerd. Dit wilt zeggen dat een woning die niet aan
de woningkwaliteitsnormen voldoet niet geldig het voorwerp van een huurovereenkomst kan
uitmaken.
Eerste en tweede beklaagde waren minstens op de hoogte van de ernstige en zelfs direct gevaarlijke
gebreken waar hun woningen bij aanvang van de huurcontracten mee waren behept, maar kozen er
wetens en willens voor om toch woningen te verhuren die niet aan de minimale kwaliteitsvereisten
voldeden en die bijgevolg onbewoonbaar waren. Bovendien houdt het moreel element van het misdrijf
niet in dat de dader weet moet hebben van elk specifiek gebrek. Een onachtzaamheid met betrekking
tot de algemene toestand van een woning bij het verhuren of ter beschikking stellen, volstaat.
De feiten van tenlasteleggingen A.1 tot en met A.8 zijn toerekenbaar aan eerste en tweede beklaagde.
5.
Uit de feiten zoals hierboven weergegeven blijkt bovendien duidelijk dat eerste en tweede beklaagde
een gewoonte maakten van het verhuren van niet-conforme, ongeschikte en in vele gevallen zelfs
onbewoonbare woningen. De verzwarende omstandigheid zoals vermeld onder tenlasteleggingen A.1
tot en met A.8 is dan ook zonder enige twijfel bewezen.
3.3
Straftoemeting
1.
De rechtbank legt beklaagden overeenkomstig artikel 65, eerste lid van het Strafwetboek één straf op
voor de feiten van tenlasteleggingen A1 tot en met A.8 samen.
De rechtbank bepaalt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en
strafmaten noodzakelijk zijn om de doelstellingen die de straftoemeting beoogt te realiseren. Die
doelstellingen zijn:
- het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;
- het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de
door het misdrijf veroorzaakte schade;
- het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader;
- de bescherming van de maatschappij.
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de persoonlijkheid van beklaagden zoals die blijkt uit hun
strafrechtelijk verleden, hun gezinstoestand en hun arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent.
De rechtbank houdt hierbij ook rekening met de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien
van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.
2.
De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het
fundamenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met
winstoogmerk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid
opgelegde kwaliteitsnormen en -vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op investeringen
hiertoe. Uit het strafdossier blijkt dat de huurders beklaagden meermaals op de hoogte stelden van de
gebreken en hen aanmaanden om de nodige herstellingswerken uit te voeren. Een dergelijke verhuur
is terecht strafbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het zijn vooral de meest kwetsbaren die
onder die omstandigheden gehouden zijn om te wonen.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 17
De straf moet dan ook uiting geven aan de maatschappelijke verontwaardiging die er terecht over
dergelijke feiten bestaat. De straf moet ook in verhouding staan tot de door beklaagden veroorzaakte
schade.
3.
3.1
Eerste beklaagde,
, is
jaar oud en is gehuwd met tweede beklaagde,
die
jaar oud is. Eerste beklaagde werd al meermaals veroordeeld, onder meer voor
verkeersgelerateerde inbreuken en voor meerdere milieumisdrijven. Beide beklaagden werden op 13
juni 2023 samen veroordeeld voor het verhuren van niet-conforme of overbewoonde woningen met
de omstandigheid dat zij van de betrokken activiteit een gewoonte maakten.
Zij verzochten beiden om vast te stellen dat de huidig bewezen verklaarde feiten de opeenvolgende en
voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet als de feiten waarvoor zij werden
veroordeeld bij definitief geworden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen,
afdeling Dendermonde van 13 juni 2023 en om geen bijkomende straf op te leggen (toepassing van
artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek).
De rechtbank stelt vast dat huidige feiten dateren van vóór de definitief geworden veroordeling van 13
juni 2023. Zowel de huidig bewezen verklaarde feiten als de feiten die aanleiding gaven tot de
veroordeling van 13 juni 2023, zijn inbreuken op de Vlaamse Codex Wonen. De rechtbank neemt
bijgevolg eenheid van opzet in aanmerking, zodat er toepassing moet worden gemaakt van artikel 65,
tweede lid van het Strafwetboek en rekening dient gehouden te worden met de in het vonnis van 13
juni 2023 uitgesproken straf.
De bestraffing opgelegd bij vonnis van 13 juni 2023 is, mede gelet op de door beklaagden terecht
aangevoerde beperkte schending van de redelijke termijn, volgens deze rechtbank toereikend zodat de
rechtbank voor beide beklaagden geen bijkomende straf zal opleggen.
3.4
Verbeurdverklaring
1.
Het openbaar ministerie vordert schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van
157.370 euro ten aanzien van elke beklaagde. Hiermee is voldaan aan de artikelen 42 en 43bis van het
Strafwetboek.
vermogensvoordelen moeten
verbeurdverklaard. De bekomen
inderdaad worden
De
vermogensvoordelen maken immers inherent deel uit van de bewezen verklaarde misdrijven. Het gaat
niet op om misdrijven bewezen te verklaren en dan te zeggen dat men de bekomen voordelen mag
behouden. Dit is een bijkomend signaal naar eerste en tweede beklaagde om hen bewust te maken dat
dergelijke misdrijven niet lonend zijn.
2.
Het openbaar ministerie verduidelijkte de begroting van de vermogensvoordelen in de berekening
zoals weergegeven in de dagvaarding. Deze berekening komt de rechtbank correct voor.
De rechtbank gaat niet in op de vraag van beklaagden om rekening te houden met huurgelden die
eerste en tweede beklaagde nooit zouden ontvangen hebben, waarbij de rechtbank er onder meer op
wijst dat eerste en tweede beklaagde blijkbaar juridische stappen ondernamen om de achterstallige
huurgelden op te eisen. Ook het feit dat eerste en tweede beklaagde investeringen hebben gedaan om
de woningen aan te passen en de kwaliteitsvereisten na te leven, heeft geen invloed op de begroting
van de vermogensvoordelen.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 18
De rechtbank acht het evenwel passend om het verbeurd te verklaren bedrag te milderen op basis van
artikel 43bis, 6de lid van het Strafwetboek tot een bedrag van 40.000 euro voor elke beklaagde,
teneinde hen geen onredelijk zware straf op te leggen.
3.
In toepassing van artikel 43bis, derde lid van het Strafwetboek wijst de rechtbank de verbeurd
verklaarde bedragen toe aan de burgerlijke partijen. Die toewijzing is uiteraard beperkt tot het bedrag
van de schadevergoeding dat aan de burgerlijke partijen toekomt (zie hierna, bij de bespreking van de
burgerlijke vorderingen).
3.5
Herstelvordering
De wooninspecteur diende op 10 januari 2023 een herstelvordering in voor alle in de dagvaarding
opgenomen panden.
Uit het strafdossier blijkt dat geen van deze woningen thans nog gebreken vertonen inzake veiligheids-
, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen. De herstelvordering van de wooninspecteur is bijgevolg
zonder voorwerp.
4.
BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
4.1
Algemeen
1.
Krachtens de artikelen 1382 en 1383 van het (oud) Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld
aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat impliceert dat de
benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad
waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld. Degene die schadevergoeding vordert moet bewijzen dat
er tussen de fout en de schade, zoals die zich heeft voorgedaan, een oorzakelijk verband bestaat; dit
verband veronderstelt dat, zonder de fout, de schade zich niet had voorgedaan, zoals ze zich heeft
voorgedaan.
Als algemeen uitgangspunt moet worden vooropgesteld dat de schadelijder recht heeft op een
volledige schadevergoeding, wat impliceert dat deze herstel dient te krijgen in de toestand zoals die
zou geweest zijn zonder de schadeverwekkende daad van beklaagde. Er mag geen deel van de schade
op hem blijven rusten. Maar anderzijds is het niet de bedoeling dat een slachtoffer zich zou verrijken
door het
(vgl. T. Vansweevelt, B. Weyts, Handboek Buitencontractueel
Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 665).
schadegeval
Morele schade komt niet voor precieze begroting in aanmerking. Het gaat in essentie om de juridische
erkenning van het leed dat werd berokkend. Bij de begroting van deze schade houdt de rechtbank
rekening met de ernst van de feiten en de impact hiervan op het slachtoffer evenals met de bedragen
die gebruikelijk worden toegekend in gelijkaardige gevallen.
4.2 Vordering van
2.
beklaagden. De rechtbank verklaart deze vordering ontvankelijk.
stelde zich op de zitting van 24 november 2025 burgerlijke partij lastens
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 19
Het staat vast dat hij nadeel leed door het door beklaagden onder tenlastelegging A.8 gepleegde en
bewezen verklaarde feit.
3.
verzoekt de rechtbank om een vergoeding voor genotsderving van het gehuurde
goed voor een totaalbedrag van 16.527,90 euro vanaf de aanvang van het huurcontract op 15 oktober
2019 tot op 15 mei 2025 (gebaseerd op de datum van conclusie). Daarnaast vordert hij een morele
schadevergoeding voor zichzelf van 1.500 euro en een vergoeding van 750 euro per kind qq. zijn
minderjarige kinderen
. Tot slot vordert hij een
forfaitaire vergoeding voor administratiekosten- en achternageloop van 150 euro.
4.
Het huurcontract van
werd gesloten voor een maandelijkse huurprijs van 680 euro.
Hij begroot de werkelijke huurwaarde in conclusie op 400 euro. Dit bedrag komt de rechtbank redelijk
voor rekening houdend met de in de woning vastgestelde gebreken. De vordering tot terugbetaling
van de huurgelden is evenwel slechts ten belope van de incriminatieperiode gegrond, namelijk tot 24
november 2022. De rechtbank bepaalt de vergoeding voor genotsderving derhalve op een bedrag van
10.080 euro. Hierbij houdt de rechtbank rekening met het feit dat
vanaf 15 oktober
2022 slechts 400 euro betaalde in plaats van de gehele huurprijs.
in redelijkheid
De rechtbank begroot de morele schadevergoeding in hoofde van
qq. zijn minderjarige
en billijkheid op een bedrag van 500 euro en in hoofde van
kinderen op 250 euro per kind. De rechtbank kent de gevorderde schadevergoeding van 150 euro voor
administratiekosten en achternageloop toe.
dienen de aan
Gelet op de minderjarigheid van
hen toekomende bedragen te worden gestort op een geblokkeerde rekening op hun naam,
onbeschikbaar tot de leeftijd van 18 jaar.
De toegekende bedragen moeten worden vermeerderd met de interesten, zoals nader bepaald in het
beschikking gedeelte.
Deze burgerlijke partij maakt ook aanspraak op een rechtsplegingsvergoeding begroot op het
basisbedrag van 1.726,74 euro en rekening houdend met het toegekende – herleide – bedrag, nu de
burgerlijke partij onvoldoende staaft waarom hem het maximumbedrag zou moeten worden
toegekend.
4.3 Vordering van
5.
partij lastens beklaagden. De rechtbank verklaart deze vorderingen ontvankelijk.
stelden zich op de zitting van 24 november 2025 burgerlijke
Het staat vast dat zij nadeel leden door het door beklaagden gepleegde feit onder tenlastelegging A.7.
6.
verzoekt de rechtbank om de nietigheid van de huurovereenkomst met betrekking tot
de woning gelegen in
vast te stellen en beklaagden te
veroordelen tot betaling van 73.660 euro, namelijk de huurgelden sinds de aanvang van het
huurcontract tot 24 augustus 2023, datum waarop de woning conform werd bevonden. Daarnaast
vordert zij ook een vergoeding voor morele schade ten belope van 1.500 euro, noodzakelijke verhuis-
en inrichtingskosten ten belope van 1.000 euro en administratiekosten ten belope van 150 euro.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 20
Zij verzoekt om deze bedragen te vermeerderen met interesten.
aan administratiekosten, meer interesten.
vordert een schadevergoeding van 1.500 euro voor morele schade en 100 euro
Beklaagden verzochten de rechtbank om deze vorderingen in alle redelijkheid te herleiden.
7.
Artikel 44 van het Strafwetboek bepaalt dat de veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen altijd
wordt uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen zou
verschuldigd zijn.
Die teruggave houdt, naast het louter teruggeven van goederen die aan de eigenaar werden ontnomen
en die in handen van het gerecht zijn gekomen, elke maatregel in die beoogt de materiële gevolgen
van het bewezenverklaarde misdrijf teniet te doen, met als doel het herstel van de feitelijke toestand
zoals die bestond voor het misdrijf.
Bij de verhuur van een onbewoonbare woning wordt de wederrechtelijke toestand middels de
teruggave (artikel 44 van het Strafwetboek) ongedaan gemaakt door de huurovereenkomst nietig te
verklaren. In concreto valt het startpunt van de incriminatieperiode van het bewezen verklaard misdrijf
onder tenlastelegging A.7 van verhuur van woning 68/5 samen met het tijdstip waarop de
huurovereenkomst gesloten werd. Het staat dan ook vast dat de huurovereenkomst gebaseerd is op
het bewezen verklaarde misdrijf van het verhuren van een niet-conforme woning. De rechtbank
verklaart de huurovereenkomst nietig.
Naar billijkheid raamt de rechtbank de normale gebruikswaarde van de woning, rekening houdend met
de gebreken, op de helft van de afgesproken huurprijs. Beklaagden zijn er bijgevolg toe gehouden om
een bedrag van 34.220 euro (de betaalde huurgelden voor een periode van 118 maanden onder aftrek
van een bezettingsvergoeding van 50%) te betalen aan
.
8.
De rechtbank begroot de morele schadevergoeding in hoofde van
en in hoofde van
in redelijkheid en billijkheid telkens op een bedrag van 750 euro. De rechtbank
kent de voor
gevorderde schadevergoeding van 100 euro voor administratiekosten toe.
gevorderde schadevergoeding van 150 euro en voor
Het is aannemelijk dat
gevorderde verhuis- en inrichtingskosten in hoofde van
redelijkheid en billijkheid op 250 euro, gelet op het gebrek aan stavingstukken.
ingevolge de feiten verhuis- en inrichtingskosten maakte. De
begroot de rechtbank in
Deze bedragen moeten worden vermeerderd met de interesten, zoals nader bepaald in het
beschikking gedeelte.
Deze burgerlijke partijen maken ook aanspraak op een rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro,
berekend op de toegekende vordering gelet op de kennelijke overschatting van de schade-eis.
4.4 Vordering van
9.
stelde zich op de zitting van 24 november 2025 burgerlijke partij lastens beklaagden. De
rechtbank verklaart deze vordering ontvankelijk.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 21
Het staat vast dat hij nadeel leed door het door beklaagden gepleegde feit onder tenlastelegging A.2.
10.
verzoekt de rechtbank om de nietigheid van de huurovereenkomst met betrekking tot de
woning gelegen in
vast te stellen en beklaagden te
veroordelen tot betaling van 64.200 euro, namelijk de huurgelden sinds de aanvang van het
huurcontract tot 1 december 2023, datum waarop de woning conform werd bevonden. Daarnaast
vordert hij ook een vergoeding voor morele schade ten belope van 1.500 euro, noodzakelijke verhuis-
en inrichtingskosten ten belope van 1.000 euro en administratiekosten ten belope van 150 euro. Hij
verzoekt om deze bedragen te vermeerderen met interesten.
Beklaagden verzochten de rechtbank om deze vordering in alle redelijkheid te herleiden.
11.
Zoals hierboven (zie titel 4.3) weergegeven bestaat teruggave in deze in de nietigverklaring van de
huurovereenkomst, maar houdt de rechtbank rekening met een bezettingsvergoeding. In concreto valt
het startpunt van de incriminatieperiode van het bewezen verklaard misdrijf onder tenlastelegging A.2
van verhuur van woning
samen met het tijdstip waarop de huurovereenkomst gesloten werd.
Het staat dan ook vast dat de huurovereenkomst gebaseerd is op het bewezen verklaarde misdrijf van
het verhuren van een niet-conforme woning. De rechtbank verklaart de huurovereenkomst nietig en
bepaalt de bezettingsvergoeding ook in dit geval op 50%, zodat beklaagden worden veroordeeld tot
betaling van een bedrag van 28.500 euro (50% van de huurprijs gedurende een periode van 95
maanden).
De rechtbank begroot de morele schadevergoeding in hoofde van
in redelijkheid en
billijkheid op een bedrag van 750 euro. De rechtbank kent de gevorderde schadevergoeding van 150
euro voor administratiekosten toe.
Het is aannemelijk dat
gevorderde verhuis- en inrichtingskosten in hoofde van
redelijkheid en billijkheid op 250 euro, gelet op het gebrek aan stavingstukken.
ingevolge de feiten verhuis- en inrichtingskosten maakte. De
begroot de rechtbank in
Deze bedragen moeten worden vermeerderd met de interesten, zoals nader bepaald in het
beschikking gedeelte.
Deze burgerlijk partij maakt ook aanspraak op een rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro
berekend op de toegekende vordering gelet op de kennelijke overschatting van de schade-eis.
4.5 Overige burgerlijke belangen
Omdat de door beklaagden gepleegde misdrijven mogelijk nog andere schade hebben veroorzaakt,
houdt de rechtbank de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de
Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 22
5.
TOEGEPASTE WETTEN
De bijzondere wetten zoals vermeld in punt 1. Tenlasteleggingen;
Wet van 15 juni 1935, art. 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41;
Wetb. van strafvordering, art. 162, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 194, 195;
Strafwetboek, art. 2, 42, 43bis, 50, 65, eerste en tweede lid, 66;
Wet van 5 maart 1952, art. 1, gew. programmawet d.d. 24.12.1993, art. 1; gew. art.36 Wet 07.02.2003;
Art. 2 en 3 van de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie (B.S. 30.12.2011),
zoals gewijzigd bij B.S. 29.12.2016, art. 59, 60; (opdeciemen);
Art. 6 Programmawet II van 27.12.2006;
W.01.08.1985, art. 28, 29, gew. art. 1 K.B. 31.10.2005 (25 euro);
Wet van 17.4.1878, art. 3 en 4; burg. wetb. art. 1382,
Wetb. strafrecht, art.44, 45; (BP).
BESLISSING
De rechtbank beslist OP TEGENSPRAAK ten aanzien van
.
OP STRAFGEBIED
Eerste beklaagde,
De rechtbank:
-
-
verklaart eerste beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de tenlasteleggingen A.1 tot en met
A.8, met inbegrip van de verzwarende omstandigheid “dat van de betrokken activiteit een
gewoonte werd gemaakt”;
zegt voor recht dat de feiten zich in toepassing van artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek,
vermengen met de feiten waarvoor eerste beklaagde reeds werd veroordeeld bij definitief
geworden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde van 13 juni 2023 en dat het niet nodig is om nog een bijkomende straf op te
leggen.
Verbeurdverklaring
De rechtbank verklaart lastens eerste beklaagde een bedrag van 40.000 euro VERBEURD als equivalent
van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen.
De rechtbank wijst het effectief verbeurd verklaarde bedrag toe aan de burgerlijke partijen, beperkt
tot het bedrag van de schadevergoeding dat aan hen toekomt zoals hieronder nader beschreven.
Bijdragen - vergoeding
De rechtbank veroordeelt eerste beklaagde tot betaling van:
-
een bijdrage van 1 maal 200,00 euro, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 23
-
-
een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 euro.
* * *
Tweede beklaagde,
De rechtbank:
-
-
verklaart tweede beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de tenlasteleggingen A.1 tot en met
A.8, met inbegrip van de verzwarende omstandigheid “dat van de betrokken activiteit een
gewoonte werd gemaakt”;
zegt voor recht dat de feiten zich in toepassing van artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek,
vermengen met de feiten waarvoor tweede beklaagde reeds werd veroordeeld bij definitief
geworden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde van 13 juni 2023 en dat het niet nodig is om nog een bijkomende straf op te
leggen.
Verbeurdverklaring
De rechtbank verklaart lastens tweede beklaagde een bedrag van 40.000 euro VERBEURD als
equivalent van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen
De rechtbank wijst het effectief verbeurd verklaarde bedrag toe aan de burgerlijke partijen, beperkt
tot het bedrag van de schadevergoeding dat aan hen toekomt zoals hieronder nader beschreven.
Bijdragen - vergoeding
De rechtbank veroordeelt tweede beklaagde tot betaling van:
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 200,00 euro, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 euro.
Kosten
* * *
De rechtbank veroordeelt eerste en tweede beklaagde hoofdelijk tot de kosten van de strafvordering
tot op heden begroot op 484,11 euro.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 24
HERSTEL
De rechtbank verklaart de herstelvorderingen voor alle in de dagvaarding weergegeven panden zonder
voorwerp.
OP BURGERLIJK GEBIED
Vordering van
, in eigen naam en in zijn hoedanigheid van wettelijk
vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen
De rechtbank:
-
-
-
verklaart de vordering van de burgerlijke partij
minderjarige kinderen
in de hiernavolgende mate gegrond;
in eigen naam en q.q. zijn
, ontvankelijk en
een schadevergoeding te betalen
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
van 10.730 euro, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet
vanaf 18 augustus 2021 tot de datum van dit vonnis en vanaf dan met de gerechtelijke
interesten aan de wettelijke interestvoet tot de datum van algehele betaling;
, handelend in zijn hoedanigheid
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
van wettelijk vertegenwoordiger over de minderjarige
een morele
schadevergoeding van 250 euro te betalen, te vermeerderen met de vergoedende interesten
vanaf 18 augustus 2021 tot op vandaag en met de moratoire (gerechtelijke) interesten vanaf
vandaag tot de datum van volledige betaling, telkens aan de wettelijke rentevoet;
- beveelt dat het bedrag dat de minderjarige
toekomt op een geblokkeerde
rekening moet worden geplaatst op naam van de minderjarige, waar het – behoudens
wettelijke uitzonderingen – onbeschikbaar blijft tot aan haar meerderjarigheid;
-
, handelend in zijn hoedanigheid
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
van wettelijk vertegenwoordiger over de minderjarige
een morele
schadevergoeding van 250 euro te betalen, te vermeerderen met de vergoedende interesten
vanaf 18 augustus 2021 tot op vandaag en met de moratoire (gerechtelijke) interesten vanaf
vandaag tot de datum van volledige betaling, telkens aan de wettelijke rentevoet;
- beveelt dat het bedrag dat de minderjarige
toekomt op een geblokkeerde
rekening moet worden geplaatst op naam van de minderjarige, waar het – behoudens
wettelijke uitzonderingen – onbeschikbaar blijft tot aan haar meerderjarigheid;
-
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
, handelend in zijn hoedanigheid
een morele
van wettelijk vertegenwoordiger over de minderjarige
schadevergoeding van 250 euro te betalen, te vermeerderen met de vergoedende interesten
vanaf 18 augustus 2021 tot op vandaag en met de moratoire (gerechtelijke) interesten vanaf
vandaag tot de datum van volledige betaling, telkens aan de wettelijke rentevoet;
- beveelt dat het bedrag dat de minderjarige
toekomt op een geblokkeerde
rekening moet worden geplaatst op naam van de minderjarige, waar het – behoudens
wettelijke uitzonderingen – onbeschikbaar blijft tot aan zijn meerderjarigheid;
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 25
-
-
zegt voor recht dat de burgerlijke partij slechts aanspraak kan maken op dit bedrag in de mate
dat zijn schade niet reeds werd vergoed door de verbeurdverklaring met toewijzing in zijn
voordeel;
veroordeelt beklaagden hoofdelijk tot de kosten van deze burgerlijke partij hierin begrepen
een rechtsplegingsvergoeding van 1.726,74 euro.
Vordering van
De rechtbank:
-
-
-
-
-
-
verklaart de vordering van de burgerlijke partijen
ontvankelijk en in de hiernavolgende mate gegrond;
verklaart de huurovereenkomst die aanving op 1 februari 2013 tussen
beklaagden met betrekking tot de woning
nietig;
,
en
een schadevergoeding te betalen
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
van 35.370 euro, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet
vanaf 14 mei 2018 tot de datum van dit vonnis en vanaf dan met de gerechtelijke interesten
aan de wettelijke interestvoet tot de datum van algehele betaling;
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
een schadevergoeding te
betalen van 850 euro te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke
intrestvoet vanaf 28 april 2022 tot de datum van dit vonnis en vanaf dan met de gerechtelijke
interesten aan de wettelijke interestvoet tot de datum van algehele betaling;
zegt voor recht dat de burgerlijke partijen slechts aanspraak kunnen maken op dit bedrag in de
mate dat hun schade niet reeds werd vergoed door de verbeurdverklaring met toewijzing in
hun voordeel;
veroordeelt beklaagden hoofdelijk tot de kosten van deze burgerlijke partijen hierin begrepen
een rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro.
Vordering van
De rechtbank:
-
-
-
verklaart de vordering van de burgerlijke partij
hiernavolgende mate gegrond;
ontvankelijk en
in de
verklaart de huurovereenkomst die aanving op 1 januari 2015 tussen
beklaagden met betrekking tot de woning
nietig;
en
veroordeelt beklaagden hoofdelijk om aan
een schadevergoeding te betalen van
29.650 euro, te vermeerderen met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet
vanaf 17 juni 2019 tot de datum van dit vonnis en vanaf dan met de gerechtelijke interesten
aan de wettelijke interestvoet tot de datum van algehele betaling;
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr /
p. 26
-
-
zegt voor recht dat de burgerlijke partij slechts aanspraak kan maken op dit bedrag in de mate
dat zijn schade niet reeds werd vergoed door de verbeurdverklaring met toewijzing in zijn
voordeel;
veroordeelt beklaagden hoofdelijk tot de kosten van deze burgerlijke partij hierin begrepen
een rechtsplegingsvergoeding van 3.139,53 euro.
Overige burgerlijke belangen
De rechtbank houdt de beslissing over de overige burgerlijke belangen waarover nog niet is beslist
ambtshalve aan.
Alles gebeurde in de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 juni 1935.
Dit vonnis is in openbare terechtzitting uitgesproken op 5 JANUARI 2026 door de rechtbank van eerste
aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, D13M kamer, samengesteld uit:
, rechter, voorzitter van de D13M kamer,
In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
Met bijstand van griffier