ADB:hof-van-beroep-gent-09-01-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2026-01-09
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Milieu
Natuur en Bos
Ruimtelijke Ordening
Geciteerde wetgeving
Decreet van 23 december 2011; art. 29 van de wet van 1 augustus 1985; decreet van 13 juni 1990; decreet van 23 december 2011; wet van 1 augustus 1985; wet van 15 Juni 1935
Samenvatting
/ 2026 Arrestnummer c, 3? Repertoriumnummer 2026 / gJ7 Datum van uitspraak 9 januari 2026 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2025/PGG/671 2025/VJll/344 Hypothecaire inschrijving Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent • - kamer 1. 2 Not.nr....
Volledige tekst
/ 2026
Arrestnummer
c, 3?
Repertoriumnummer
2026 / gJ7
Datum van uitspraak
9 januari 2026
Notitienummer griffie
Notitienummer parket-generaal
2025/PGG/671
2025/VJll/344
Hypothecaire inschrijving
Hof van beroep
Gent
Arrest
tiende kamer
correctionele zaken
Hof van beroep Gent • - kamer
1. 2
Not.nr.
In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE
tegen
1. nr.
verdacht van :
(RRN
met Belgische nationaliteit,
geboren
thans zonder woon- of verblijfplaats in het rijk,
- beklaagde -
als dader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, door de misdaad of het wanbedrijf te hebben
uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt;
A opzettelijk achterlaten of beheren van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het
Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan
opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning,
afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten afvalstoffen te
hebben achtergelaten of beheerd in strijd met de voorschriften van het Decreet van 23
december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
of de uitvoeringsbesluiten ervan,
namelijk door op een perceel gelegen te
hebben gestort en in de grond te hebben ingewerkt
, afvalresten te
in de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juli 2021
te
(art. 16.6.3. § 1 lid 1 en 16.6.4. Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepa lihgen inzake
milieubeleid; art. 3, 1 ° en 7°, 12 § 1 en 69 Decreet 23 december 2011 betreffende het
duurzaam beheer van materiaal kringlopen en afva lstoffen)
OKI
B met bomen begroeide oppervlakten ontbossen zonder of in strijd met een geldige
vergunning
Hof van beroep Gent - - kamer -
. - p. 3
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, het ontbossen, zoals vermeld in artikel 4, 15° van het bosdecreet van
13 juni 1990, van met bomen begroeide oppervlakten, vermeld in artikel 3 §§ 1 en 2 van
voornoemd decreet, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning,
verkavel ingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of
omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende
vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de
termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende
vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk
door op een perceel gelegen te
gekend als
maatschappelijke zetel te
oppervlakte van 246,53m2 te hebben ontbost (stuk 27)
1, eigendom van
, zonder nummer, kadastraal
, met
, een
in de periode van 1 januari 2022 tot en met 5 februa ri 2022
te
(art. 4.2.1., 2°, 4.2.2., 4.2.3 ., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening; art. 5, 1°, al, en 6
lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de
omgevingsvergunning)
OKII
C aanmerkelijk wijzigen van reliëf van bodem zonder of in strijd met een geldige
vergunning
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex
Ru imtelijke Ordening, het aanmerkel ijk wijzigen van het reliëf van de bodem, onder meer
door de bodem aan te vul len, op te hogen, uit te graven of uit te diepen waarbij de aard of
de
funct ie van het terrein wijzigt, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige
vergunn ing, verkavelingsvergun ning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige
handelingen of omgevingsvergunn ing voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met
de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het
verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van
de betreffende vergunn ing, verde r te hebben uitgevoerd, namelijk
door op een perceel gelegen te
kadastraal gekend als
tE
·, eigendom van
, twee grachten te hebben gédempt,
, zonder nummer,
wonend
te
in de periode van 1 april 2021 tot en met 3 augustus 202 1
(art. 4.2.1., 4°, 4.2.2., 4.2 .3., 4.2.4., 6.2.1 . lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening; art. S, 1°1 a), en 6
lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de
omgevi ngsve rgu n n ing)
Hof van beroep Gent - - kamer -
- p. 4
OKIII
D kwaadwillig omhakken, verminken of ontschorsen van bomen
kwaadwillig een of meer bomen te hebben omgehakt of zodanig gesneden, verminkt of
ontschorst dat zij vergingen,
(art. 537 lid 1, 2 en 4 Strafwetboek)
namelijk 10 hoogstammige bomen
in de periode van 20 november 2021 tot en met 29 november 2021
ten nadele van
OK IV
Wat betreft de tenlasteleggingen B en C vordert mijn ambt bij toepassing van artikel 6.3 .1.§
1. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat de beklaagde wordt veroordeeld tot het herstel
in de oorspronkel ijke toestand van de volledige illegaliteit ter plaatse binnen een door de
rechter vastgestelde termijn, onder verbeurte van een dwangsom van€ 500 per dag bij niet
naleving van deze veroordeling:
- Wat betreft de tenlastelegging B: het herstel uit te voeren dr. stuk 7 van PV
(OKII)
- Wat betreft de tenlastelegging C: het herstel uit te voeren dr. stu k 5 van PV
(OKIII)
* * "' *
1.1 De rechtbank van eerste aan leg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, 012e kamer,
besliste bij vonnis van 17 oktober 2023 bij verstek als volgt:
"STRAFRECHTELIJK
Vult de dagvaarding aan in die zin dat bij de telastleggingen A, B en C de samenhang met de
feiten gepleegd te
. dient voorzien te worden.
Verbetert de dagvaarding in die zin dat de feiten vermeld onder de telastlegging B gepleegd
werden te
'in de plaats van 'te
, voor de hierboven omschreven en bewezen verklaarde
Veroordeelt
telastleggingen A (zoals aangevuld), B (zoals aangevuld en verbeterd), C (zoals aangevuld) en
D samen tot een gevangenisstraf van 8 maanden en tot een geldboete van 24.000 euro,
Hof van beroep Gen t - - kamer -
-p. 5
zijnde 3.000 euro vermeerderd met 70 opdeciemen, of een vervangende gevangenisstraf van
3 maanden.
Veroordeelt hem tot betaling van een bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot Hulp aan de
Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders van 25 euro,
vermeerderd met 70 opdeciemen tot 200 euro.
Veroordeelt hem tot betaling van de bijdrage tot het Begrotingsfonds voor de juridische
tweedelijnsbijstand van 24 euro.
Veroordeelt hem tot betaling van de vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van
58,24 euro.
Gerechtskosten
Veroordeelt
, tot betaling van de gerechtskosten voor het openbaar
ministerie, tot op heden begroot op 264 euro, meer de eventuele betekeningskosten van
huidig vonnis.
VERWIJDERING AFVAL
Beveelt overeenkomstig artikel 16.6.4. DABM de verwijdering van alle met afval
verontreinigde grond gestort op het perceel
gelegen
te
en dit binnen 3 maanden vanaf het definitief worden van dit
vonnis.
STEDENBOUWKUNDIG HERSTEL
Beveelt op vordering van het openbaar ministerie het herstel met betrekking tot de percelen
gelegen te
:, zonder nummer, kadastraal gekend als
;, wonend te
·, door de gedempte grachten te herstellen in hun oorspronkelijke staat en het
verwijderen van het perceel van alle opgevoerde grond, en door het herstel van het perceel
overeenkomstig de door de natuurinspectie opgelegde maatregelen.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 6 maanden.
En dit onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging in de nakoming
van dit bevel lastens de beklaagde op vordering van het openbaar ministerie.
Zegt voor recht dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien het vonnis
niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan
kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 VCRO, op kosten van de veroordeelde.
Hof van beroep Gent • - kamer -
- p. 6
BURGERRECHTELIJK
Houdt ambtshalve de overige burgerrechtelijke belangen aan."
1.2 Dit ve rstekvonnis werd op 22 november 2023 betekend aan
aangestelde van de beklaagde
december 2023 verzet aan.
. De beklaagde tekende hiertegen op 8
1.3 De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, O12e kamer,
besliste bij vonnis van 28 november 2024 op verzet en op t egenspraak als volgt:
"OP STRAFRECHTELIJK GEBIED
- Verklaart het verzet van de opposant tegen het vonnis van deze rechtbank en kamer van 17
oktober 2023 ontvankelijk, en zegt dat het, binnen de perken van het aangetekende verzet
als niet bestaande moet worden beschouwd;
- Opnieuw recht doende:
- Vult de dagvaarding aan in die zin dat bij de telastleggingen A, B en C de samenhang met
de feiten gepleegd te
dient voorzien te worden.
- Verbetert de dagvaarding in die zin dat de feiten vermeld onder de telastlegging B gepleegd
werden •
'in de plaats van •
,,
- Verklaart de opposant
, schuldig aan de hierboven omschreven en
bewezenverklaarde telastleggingen A (zoals aangevuld}, B (zoals aangevuld en verbeterd), C
(zoals aangevuld} en D, en veroordeelt hem voor deze feiten samen tot een gevangenisstraf
van 6 maanden en tot een geldboete van 2.500 euro, verhoogd met 70 opdeciemen tot
20.000 euro of een vervangende gevangenisstraf van 3 maanden.
Biidrage-vergoeding - kosten
- Veroordeelt de opposant tot betaling van de bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot Hulp aan
de Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders van 25 euro,
vermeerderd met 70 opdeciemen tot 200 euro.
- Veroordeelt de opposant tot betaling van de bijdrage tot het Begrotingsfonds voor de
juridische tweedelijnsbijstand van 24 euro.
- Veroordeelt de opposant tot betaling van de vaste vergoeding voor beheerskosten in
strafzaken van 58,24 euro.
Hof van beroep Gent• • kamer·
-p. 7
Veroordeelt opposant tot de proceskosten, wat de openbare partij betreft tot op heden in het
geheel begroot op 432,18 euro, hierinbegrepen de kosten van het vonnis waartegen verzet,
de eventuele betekeningskosten van het vonnis waartegen verzet en de kosten van het
verzet, het verstek aan opposant te wijten zijnde.
Verwiidering afval
- Beveelt overeenkomstig artikel 16.6.4. DABM de verwijdering van alle met afval
verontreinigde grond gestort op het perceel
gelegen
te
en dit binnen 3 maanden vanaf het definitief worden van dit
vonnis.
Stedenbouwkundig herstel
- Beveelt op vordering van het openbaar ministerie het herstel met betrekking tot de percelen
gelegen te
'., zonder nummer, kadastraal gekend als
eigendom van
1,
, door de gedempte grachten te herstellen in hun oorspronkelijke staat en het
verwijderen van het perceel van alle opgevoerde grond, en door het herstel van het perceel
overeenkomstig de door de natuurinspectie opgelegde maatregelen.
:, wonend te
- Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen op 6 maanden, onder
verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging in de nakoming van dit bevel
lastens de opposant op vordering van het openbaar ministerie.
- Zegt voor recht dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester, indien het vonnis
niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen de voormelde termijn, ambtshalve in de uitvoering
ervan kunnen voorzien, overeenkomstig artikel 6.3.4 VCRO, op kosten van de veroordeelde.
OP BURGERRECHTELIJK GEBIED
Houdt ambtshalve de overige burgerrechtelijke belangen aan."
1.4 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op
de griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaa rde, op:
26 december 2024 door de beklaagde
31 december 2024 door het openbaar ministerie.
Deze partijen dienden tegelijk ook elk een verzoekschrift in op die griffie, overeenkomstig
artikel 204 Wetboek van Strafvordering.
1.5 Op de rechtszitting van 12 september 2025 ste lde het hof de zaak op vraag van de
raadsman van de beklaagde uit naar de rechtszitting van 21 november 2025. Op de
Hof van beroep Gent - - kamer -
- p. 8
rechtszitting van 21 november 2025 stelde het hof de zaak nogmaals uit naar de rechtszitting
van 5 december 2025, omdat de beklaagde niet was overgebracht.
1.6 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 5 december 2025 in het Nederlands:
de beklaagde
met kantoor te
het openbaar ministerie vertegenwoordigd door
, bijgestaan door meester
, advocaat
advocaat-generaal.
2.1 De verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 28 november 2024 gedaan op de
griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, zijn tijdig en regelmatig naar de vorm.
Ook de verzoekschriften zijn tijdig ingediend.
2.2 In het verzoekschrift bepaalde de advocaat van de beklaagde
nauwkeurige grieven over de schuld (beperkt tot de telastleggingen A, B en D), de straf en
andere (herstelmaatregel en afvalverwijderingsbevel). Het openbaar ministerie duidde enkel
een grief aan over de straf. Ook dit gebeurde nauwkeurig.
2.3 De hoger beroepen van de beklaagde
ministerie zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering).
en van het openbaar
Het hof beslist in dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de
grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. In dit verband stelt het hof
vast dat er geen redenen zijn om ambtshalve een grief in de zin van de voormelde bepaling
op te werpen.
Als gevolg van de devolutieve werking van de aangetekende beroepen en vervolgens de
grieven, staat de schuld van de beklaagde aan de telastlegging C definitief vast. Hetzelfde
geldt voor de veroordeling tot de vaste vergoeding en de veroordeling tot de bijdrage aan
het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
3. De dagvaarding werd op 22 juni 2023 overgeschreven op het kantoor rechtszekerheid te
(referentie
4. De eerste rechter vatte de feiten in het beroepen vonnis pertinent samen als volgt:
"7.
De opposant is landbouwer en wordt vervolgd voor verschillende misdrijven op verschillende
locaties.
Telastlegging A - OK / -
(afvalstoffen)
8.
Na een melding over aanvoer van grond op een perceel nabij
lokaal toezichthouder op 27 juli 2021 ter plaatse.
ging een
Hof van beroep Gent - - kamer -
.-p. 9
Hij stelde vast dat er al 9 vrachten grond werden gestort. Het ging om ongeveer 100m 3
was vervuild met steenpuin, hout, touw, plastiek, botresten van runderen ...
. De grond
Op 28 juli 2021 waren de hopen al open gespreid en ingefreesd in de bodem.
Het perceel is eigendom var.
het gewestplan in va/leigebied. Het is ook overstromingsgevoelig gebied.
.~ de schoonvader van de opposant. Het ligt volgens
verklaarde niets te weten over de feiten en verwees naar de opposant.
Op 14 januari 2022 verklaarde de opposant dat hij heeft inderdaad de grond opvoerde en
infreesde, maar dat het geen verontreinigde grond betrof. Helaas kan hij de bewijsstukken niet
voorleggen. Ze liggen bij hem thuis en helaas is hij momenteel aangehouden.
Telastlegging B - OK Il
(ontbossing)
9.
Op 5 februari 2022 stelde de ndtuurinspecteur vast dat te
een strook bos, voornamelijk
bestaande uit zomereiken van ongeveer 35 jaar oud, gerooid werd. Alle bomen over een lengte
van 110 men 15 m breed werden gerooid.
Hiervoor was geen vergunning aangevraagd.
De opposant is pachter van het perceel.
Het betrof een resterend deel van bos dat eerder sluipend gerooid werd en waarvan
landbouwgrond werd gemaakt.
De stopzetting werd bevolen, en middels een bestuurlijke maatregel werd het herstel opgelegd.
Een heraanplanting moest tegen 31 december 2022 uitgevoerd worden.
De opposant kon door de natuurinspecteur niet worden verhoord aangezien hij was aangehouden
voor een poging doodslag. Het was de opposant die de bomen rooide, aldus zijn echtgenote.
Later belde en mailde de opposant naar de natuurinspecteur. Volgens hem was het een
misverstand en dacht hij dat hij de toelating had var.
i.
Op 20 juni 2022 werd de opposant verhoord in de gevangenis. Hij zou het bos heraanplanten.
Op 9 april 2023 stelde de natuurinspecteur vast dat er nieuwe aanplantingen gedaan werden en
dat de bestuurlijke maatregel werd uitgevoerd.
Telastlegging C - OK Il/ -
(reliëfwijziging, dempen grachten)
10.
ging de
Na een melding over aanvoer van grond op een grasland nabij
natuurinspectie op 3 augustus 2021 ter plaatse en stelde vast dat 2 grachten gedempt werden.
Door het werk met zwaar materieel is ook de vegetatie beschadigd.
Hof van beroep Gent - - kamer-
'
- p. 10
Het perceel is eigendom var
en wordt gebruikt door de opposant. Het ligt volgens
het gewestplan in valleigebied. Het is ook historisch permanent grasland dat op de biologische
waarderingskaart als zeer waardevol staat aangeduid.
Met een bestuurlijke maatregel werd het herstel opgelegd. Dat moest tegen 30 september 2022
uitgevoerd worden.
De opposant werd op 22 juni 2022 verhoord in de gevangenis en gaf toe dat hij de werken
uitvoerde omdat de grachten hem hinderden in de exploitatie.
Hij zou overgaan tot herstel wanneer hij uit de gevangenis vrij komt.
Op 11 oktober 2022 stelde de natuurinspecteur vast dat het herstel niet werd uitgevoerd.
Telastlegging D - OK IV -
rooien van bomen
11.
De opposant was pachter van
verpachter
10-tal bomen. De bomen hadden een diameter van ongeveer 1 meter.
1. Op 28 november 2021 legde de
klacht neer tegen de opposant wegens het kappen van een
De opposant gaf toe dat hij de bomen gekapt had omdat ze in zijn weg stonden. Hij hield voor dat
hij niet wist dat hij toelating van de eigenaar nodig had en dat hij bovendien nieuwe 'stekskes' had
geplant.
5. Terecht heeft de eerste rechter samenhang aangenomen tussen de feiten gesitueerd in
. Ook de verbetering van de plaats van de telastlegging B
Is terecht. Het hof bevestigt dit.
6. De beklaagde blijft voorhouden dat de grond die hij inwerkte op het perceel in de
niet vervuild was (telastlegging A). Het tegendeel blijkt uit de
foto's die zijn genomen voordat de gestorte grond werd ingewerkt (onderkaft 1 van het
strafdossier). Op die foto's zijn onder meer puinbrokken en een oorkenteken (vermoedelijk
van een rund) zichtbaar. Dat de brokstukken naar boven zouden zijn gekomen bij het
infreezen van de grond, is daarom ongeloofwaardig. De schuld van de beklaagde Peter
Verschraegen aan de feiten van de telastlegging A blijft bewezen.
Hetzelfde geldt voor de telastlegging B. De beklaagde betwist niet dat hij bomen heeft
Hij rooide
gerooid op het perceel in Lochristi dat kadastraal is gekend onder nummer
eiken en berken die er vermoedelijk al 35 jaar stonden. Het is niet geloofwaardig dat hij
ervan uitging dat hij voor het rooien van die bomen de toestemming had van
Uit de gevoegde stukken blijkt dat hij heeft gevraagd of hij een jong bosje
mocht rooien. Van dwaling is geen sprake. De
(aangeplant in 2015), gelegen op perceel
beklaagde is niet te goeder trouw.
Hof van beroep Gent - - kamer -
- p. 11
Tot slot blijft ook zijn schuld aan de telastlegging D bewezen, echter beperkt tot 1
hoogstammige boom. Ook hier erkende de beklaagde dat hij bomen velde, om de
achterliggende weilanden beter te kunnen bereiken. Het afzagen van wilgen en essen langs
de oever van de beek kan beschouwd worden als het afzagen van hakhout, wat normaal
onderhoud is. Hiervoor was geen vergunning vereist. De beklaagde heeft echter ook een
boom met een omtrek van ongeveer een meter afgezaagd zonder dat hij over een
vergunn ing beschikte, terwijl daarvoor wel een vergunning is vereist. Dat hij inmiddels
nieuwe stekjes plantte, doet geen afbreuk aan zijn schuld aan dit misdrijf.
7. De beklaagde pleegde de feiten van de telastleggingen A, B, C en D (beperkt tot een
hoogstammige boom) met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof hiervoor maar een straf
oplegt, de zwaarste (artikel 65, eerste lid Strafwetboek).
ging in de exploitatie van zijn landbouwbedrijf bijzonder eigengereid te
werk. Hij pleegde verschillende misdrijven om zijn bedrijfsexploitatie te maximaliseren. Zo
berokkende hij aanzienlijke schade aan het leefmilieu. Hij stelde zijn eigen bela ng boven het
belang dat de gemeenschap heeft bij de vrijwaring van de natuur en de biodiversiteit. De
bewezen misdrijven getuigen van een bijzonder asociale ingesteldheid.
Het strafregister van de beklaagde toont aan dat hij de normen en wetten naast zich
neerlegt en niet leert uit eerdere veroordelingen. Hij liep vijftien veroordelingen op voor
misdrijven in het verkeer, waaronder onopzettelijk doden en meermaals sturen spijts verval.
Hij werd bovendien correctioneel veroordeeld wegens onder meer inbreuken op de
inbreuken op de afvalstoffenwetgeving en
wetgeving
stedenbouwkundige misdrijven. Op 6 januari 2023 werd hij veroordeeld tot een
gevangenisstraf van twee jaar wegens rijden spijts verval. Op 11 maart 2025 veroordeelde
de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, hem tot een
gevangenisstraf van zeven jaar wegens poging tot moord en partnergeweld. Hij zit op dit
ogenblik in de gevangenis, in strafuitvoering.
inzake de dierengezondheid,
Om hem duidelijk te maken dat de maatschappij de bewezen misdrijven afkeurt, is de hierna
bepaalde geldboete noodzakelij k. Het hof gaat niet in op zijn verzoek om die geldboete op te
leggen met probatie-uitstel. Zo lang de beklaagde in hechtenis verblijft, kan hij geen
voorwaarden naleven, terwijl niet geweten is wanneer hij de gevangenis kan verlaten.
Bovendien zijn geen nuttige probatievoorwaarden denkbaar. De geldboete moet effectief
zijn, om de kosten die de bewezen feiten hebben veroorzaakt voor de samenleving enigszins
te compenseren.
Het hof vermeerdert de geldboete met 70 deciemen en
gevangenisstraf op om de beklaagde ertoe aan te sporen om die geldboete te betalen.
legt een vervangende
8. De beklaagde Is gehouden tot de kosten, gevallen in de beide aanleggen aan de zijde van
het openbaar ministerie zoals hierna bepaald.
Hot van beroep Gent - - kamer -
- p.12
Het hof veroordeelt de beklaagde als veroordeelde tot een correctionele hoofdstraf tot het
betalen van de bijdrage van 25 euro tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de
slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders (art. 29 van de wet
van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen
aard heeft en geen straf inhoudt, wordt vermeerderd met 70 deciemen tot 200 euro, en dit
ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten.
De beslissing van de eerste rechter over de vaste vergoeding en de bijdrage aan het
Begrotingsfonds voor de jurid ische tweedelijnsbijstand is definitief.
9. Artikel 16.6.4 Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid bepaalt: "Wie afvalstoffen
achterlaat in strijd met de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het
duurzaam beheer van materiaalkring/open en afvalstoffen, wordt door de strafrechter
veroordeeld tot het inzamelen, vervoeren en verwerken ervan binnen een door hem
vastgestelde termijn."
Het is niet aangetoond dat de verontreinigde grond werd afgevoerd van het perceel in
legt ook het hof de beklaagde een
afvalverwijderingsbevel op. Gelet op de detentiestatus van de beklaagde, verlengt het hof de
termijn voor uitvoering van dit bevel tot achttien maanden.
. Daarom
10. De eerste rechter veroordeelde de beklaagde tot het herstel van het perceel gelegen
in hun
oorspronkelijke staat en alle opgevoerde grond van het perceel te verwijderen, en door het
herstel van het perceel overeenkomstig de door de natuurinspectie opgelegde maatregelen.
., door de gedempte grachten
te herstellen
De beklaagde houdt voor dat dit herstel is uitgevoerd, maar het hof kan dit niet verifiëren .
Daarom beveelt het hof het herstel van dit perceel zoals gevraagd door het agentschap
natuur en bos (stuk 7 in onderkaft 3), overeenkomstig artikel 6.3.1, § 1 Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening.
Omwille van het talmen van de beklaagde in het verleden om tot het volledig herstel over te
gaan, wordt terecht de verbeurte van een dwangsom gevorderd bij niet naleving van het
bevel tot herstel. De hierna bepaalde modaliteiten vormen een gepaste en noodzakelijke
aansporing van de veroordeelde om nu effectief zelf tot herstel over te gaan. Als het herstel
wel al zou zijn uitgevoerd, zal worden vastgesteld dat de herstelmaatregel zonder voorwerp
is.
De lange tijd sedert dewelke de beklaagde al kon overgaan tot het herstel en de ruime
termijn die hem hiertoe nog wordt verleend, brengen mee dat er geen reden is om bij
toepassing van artikel 1385bis, laatste alinea, Gerechtelijk Wetboek nog een zekere termijn
te bepalen waarna de beklaagde pas de dwangsom zullen kunnen verbeuren.
Hof van beroep Gent - - kamer -
·p. 13
Het bedrag van de dwangsom per dag dat, na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest
en na het verlopen van de termijn, geen gevolg wordt gegeven aan de opgelegde maatregel,
moet voldoende hoog zijn om hem aan te zetten tot vrijwillige uitvoering.
Er is geen grond om een maximum voor de te verbeuren dwangsom te bepalen, gezien dit in
het geval van de beklaagde de effectiviteit van de dwang die moet uitgaan van een
dwangsom zou beperken.
Overeenkomstig artikel 6.3.4, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening machtigt het hof de
stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester om ambtshalve In de uitvoering van het
herstel te voorzien wanneer de beklaagde dit niet zelf binnen de gestelde termijn zouden
doen.
Dictum
Toegepaste wetsartikelen:
Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen:
- 211 Wetboek van Strafvordering,
- 24 van de wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Perken van het hoger beroep:
De beslissing van de eerste rechter over de schuld van de beklaagde aan de telastlegging Cis
definit ief, net zoals de veroordeling tot de vaste vergoeding en de bijdrage aan het
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
Beslissing van het hof:
Het hof,
rechtsprekend op tegenspraak
verklaart de beroepen ontvankelijk en er ten gronde over beslissend:
bevestigt het beroepen vonnis in de verbetering van de dagvaarding en de beslissing tot het
aanhouden van de burgerlijke belangen;
wijzigt het beroepen vonnis voor zover bestreden voor het overige als volgt:
op strafgebied:
verklaart de beklaagde
Ben D (beperkt tot een hoogstammige boom);
schuldig aan de feiten van de telastleggingen A,
Hof van beroep Gent - - kamer•
. 14
veroordeelt de beklaagde
voor de bewezen telastleggingen A, B1 C en D
(beperkt tot een hoogstammige boom) samen tot een effectieve geldboete van 2.000 euro,
met deciemen gebracht op 16.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van drie
maanden;
veroordeelt de beklaagde
tot betaling van een bedrag van 25 euro 1
vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op 200 euro als bijdrage tot de financiering
van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de
occasionele redders;
veroordeelt de beklaagde
tot betaling van de kosten van de
strafvordering, voor het openbaar ministerie begroot op 433,18 euro in eerste aanleg en
123,81 euro in beroep;
Afva lve rwijderi ngsbevel
met toepassing van artikel 16.6.4 decreet van
veroordeelt de beklaagde
5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid tot het verwijderen van alle
gelegen te
met afval verontreinigde grond gestort op het perceel
en dit binnen de achttien maanden na het definitief worden
van dit arrest.
Herstelvordering
beveelt op vordering van het openbaar ministerie lastens de beklaagde
het herstel van het perceel gelegen te
kadastraal gekend als
:, zonder nummer,
., wonend te
, door:
de gedempte grachten te herstellen in hun oorspronkelijke staat en alle opgevoerde
grond te verwijderen tot op het oorspronkelijk niveau;
de diepe sporen die de machines hebben achtergelaten te nivelleren;
de werken uit te voeren wanneer het perceel niet te nat is om nieuwe schade te
voorkomen;
en dit binnen een termijn van achttien maanden na het definitief worden van dit arrest,
onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging in de nakoming van dit
bevel;
machtigt overeenkomstig artikel 6.3.4, § 1, eerste lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester van de
namens de gemeente tot ambtshalve uitvoering van de herstelmaatregel.
Hof van beroep Gent - - kamer -
- p.15
Kosten eerste aanleg:
A fsch ritten:
Dagv. bekl. (gev; D'mnde):
Hypoth. inschr.:
Betekening verstek:
Reg. verzet:
+ 10%:
€ 36,00
€/
€ 240,00
€ 31,80
36,00
€ S0,00
€ 393,80
€ 39,38
Totaal:
€ 433,18
Kosten beroep:
Afschrift vonnis:
Afschriften akten HB:
Opstelrecht ber. bekl.:
Dagv. bekl.:
+ 10%:
€ 39,00
€ 6,00
€ 35,00
€ 32,55
€ 112,55
€ 11,26
Totaal:
€ 123,81
Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctione le kamer,
samengesteld uit
, als kamervoorzitter, raadsheren
en
kamervoorzitter
bijstand van griffier
in openbare rechtszitting van 9 januari 2026 uitgesproken door
, advocaat-generaal, met
in aanwezigheid van
1.