ADB:rechtbank-eerste-aanleg-dendermonde-12-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde
📅 2026-01-12
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
Decreet van 15 Juli 1997; Wet van 15 juni 1935; Wet van 29 juni 1964; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
. ·~ ~- ·-- .......... -~.;:; .. - . Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van ui tspraak 12 januari 2026 Naam van de beklaagden Systeemnummer parket 22CO3S027 Rolnummer Notitienummer parket DE66.Wl.101700/ 2022 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Den...
Volledige tekst
.
·~
~-
·-- .......... -~.;:; .. - .
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van ui tspraak
12 januari 2026
Naam van de beklaagden
Systeemnummer parket
22CO3S027
Rolnummer
Notitienummer parket
DE66.Wl.101700/ 2022
rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde, sectie
correctionele rechtbank
Kamer D13M
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele r echtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p. 2
~=· ,,.,.~,-...,...,...,._,.,, ____ _____________________________ _
In de zaak van het openbaar ministerie en:
BURGERLIJKE PARTIJ
,RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr
te
loco mr.
·, advocaat
tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
2.
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
Ingeschreven te
eerste beklaagde, bijgestaan door meester
, advocaat te
,RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
tweede beklaagde, bijgestaan door meeste,
, advocaat te
1.
TENLASTELEGGING:
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter besch ikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, namelijk een ongeschikte en
onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan
in een pand gelegen te
, kadastraal gekend als
,, in eigendom toebehorend aar
, geboren
~ geborer
, beiden samenwonende te
, ingevolge aankoopakte van 26/06/2007 verleden voor notaris
en
te
in de periode van 12 mei 2017 tot en met 14 febru.arl 2023
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 3
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021, voorheen strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het
Decreet van 15 Juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)
VERMOGENSVOORDEEL: Art. 42 en 43 Bis S.W.B.
De eerste en de tweede tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het
Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 31.350,00 euro, elk ten
belope van de helft, zijnde
1.
2.
3.
hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zijn geste ld,
hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen (het equivalent bedrag).
Berekening:
huuropbrengst gedurende de periode 12/05/2017 tot en met 14/02/2023 of 57 maanden aan een
maandelijkse basishuurprijs van 550,00 euro=€ 31 .350,00 euro in hoofde van de eerste en de tweede
2.
PROCEDURE
1.
De zaak werd bij de rechtbank aanhangig gemaakt door dagvaarding aan de eerste beklaagde
en de tweede beklaagde in toepassing van artikel 33 ev. van het Gerechtelijk Wetboek betekend op 13
juni 2024.
2.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtzekerheid van de plaats waar het
onroerend goed gelegen fs.
3.
De rechtbank behandelde de zaak op de openbare terechWtt ing van 10 november 2025 .
4.
De recht bank nam kennis van de stukken van de rechtsp leging en hoorde de aanwezige partijen,
Inclusief het openbaar ministerie in haa r vordering.
3.
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
3.1 Overzicht van de feiten en beoordeling
5.
De beklaagden worden vervolgd wegens het verhuren, In de periode van 12 mei 2017 tot en met
14 februari 2023 van een ongeschikt e en onbewoonbare woning aan
. Het gaat
om het pand gelegen te
6.
De decreten over het Vlaamse Woonbeleid werden gecodificeerd op 17 juli 2020 bij arti kei 2
Besluit van de Vlaamse Rege ring van 17 juli 2020 (B513 november 2020) In de Vlaamse Codex Wonen
van 2021 (art. 1). De Vlaamse Wooncode werd mee gebundeld.
Rol nummer
recht bank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen , afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 4
Sinds 1 januari 2021 Is de woningkwaliteltsbewaklng gebundeld In boek 3 van de Vlaamse Codex Wo
nen. Artikel 3.1, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt de veiligheids -gezondheids- en woning
kwal ite ltsnormen, zoals die tot 1 januari 2021 vermeld waren In artikel S, § 1, Vlaamse Wooncode.
Op grond van artikel 3.1, § 1, derde lid, Vlaamse Codex Wonen van 202 1 zijn de mogelijke gebreken
onderverdeeld m de volgende drie categorieën:
1 ° gebreken van categorie 1: kle ine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken va n categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega
tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de
woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3• gebreken van categorie 111: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor
zaken of die een direct gevaarvormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners, waardoor
de won ing niet in aanmerking komt voor bewoning.
De strafbaarstelling voor inbreuk op de gestelde vereisten is sinds 1 januari 2021 vervat in artikel 3.34,
eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 en luidt. "Als een niet-conforme of overbewoonde woning
rechtstreeks of vla tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het
oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter
beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie Jaar en een geldboete
van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen".
De door de wooninspectie in deze zaak vastgestelde gebreken betroffen onder meer ernstige gebre
ken, namelijk gebreken van nu minstens categorie 111 en categorie Il wat het gebouw betrof, en cat. Il
en I wat de wooneenheden bet rof. In totaal had de won ing volgens de woon inspecteur 7 kleine in
breuken in categorie 1, 11 ernstige gebreken in categorie Il en 3 gebreken die een direct gevaar ople
veren voor de veiligheid of de gezondheid of mensonwaard ige levensomstandigheden veroorzaken in
categorie 111 in de eindbeoordeling op het technisch verslag en was de woning dus ongeschikt en on
bewoonbaar (zie het stuk 3 ev. van het strafdossier).
De ten laste gelegde feiten (ook die tussen 12 mei 2017 en 1 januari 2021) zijn dus sinds 1 januari 2021
strafbaar gebleven. De strafmaten zijn overigens ook dezelfde gebleven .
7.
werd hierover verhoord op 13 Ju li 2022.
Hij verklaarde onder meer dat hij samen met zijn vrouw,
de volle eige
naar was over het pand. Het pand was in goede staat en ook de vorige huurders zorgden voor een
correct onderhoud. Maar
meldde nooit problemen. Hij ging er dus van uit dat
alles in orde was en de huurder tevreden was. Hij wist niet dat je als verhuurder verplicht bent om
jaa rlijks langs te gaan. Hij kon zich niet herinneren dat hij via Messenger berichten te hebben ontvan
gen van de huurder met de melding van gebreken . Hij had plannen om de woning te slopen maar die
hadden vertraging.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.S
Hij bevestigde dat hij de herstelvordering ontvangen had. Het enige wat de huurder ooit eens gemeld
had, was dat de verwarming niet werkte. Hij was van plan om een vergunning aan te vragen en de
woning te laten slopen en een nieuwbouw te plaatsen.
De woning bleef nadien nog altijd bewoond en verhuurd. Op 31 mei 2023 kwam eindelijk een einde
aan de huur (bij vonnis uitgesproken door de vrederechter).
8.
Bij brief van 21 oktober 2025 deelde de raadsman van de woon inspecteur mee dat de herstel
vordering zonder voorwerp was nu daaraan eindelijk gevolg werd gegeven. Dat zou ook opgenomen
zijn in een PV dat bij het strafdossier zou gevoegd worden. Ook ter terechtzitting van 10 november
2025 werd nogmaals bevestigd dat de vordering van de Vlaamse wooninspecteur zonder voorwerp
geworden was.
9.
De feiten van de enige tenlastelegging zijn in hoofde van de eerste en de tweede beklaagde
bewezen.
De rechtbank verwijst hiervoor naar de vaststellingen zoa ls zij blijken uit het strafdossier onder meer
van de Vlaamse wooninspecteurs, de foto's van de gebreken, de verklaringen van de huurder, de heer
en van de eerste beklaagde,
die de feiten niet betwistte.
Ook ter terechtzitting van 10 november 2025 betwistten de eerste en de tweede beklaagde de inbreu
ken niet.
10. Die feiten zijn de eerste en de tweede beklaagde als eigenaar/verhuurder toe te rekenen zodat
de rechtbank de beklaagden hiervoor zal veroordelen.
3.2 Straftoemeting
11. De rechter bepaa lt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en
maatregelen en hun maat noodzakelijk zijn ter realisering van de doelstellingen die hij met de straftoe
meting beoogt. Die doelstellingen zijn:
•
het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;
■ het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de
door het misdrijf veroorzaakte schade;
•
het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-Integratie van de dader en
■ de bescherming van de maatschappij.
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt uit het
strafrechtelijk verleden, zijn gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De
rechtbank houdt hierbij ook rekening met de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van
de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving, en de samenleving.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p. 6
12. De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het fun
damenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met winstoog
merk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid opgelegde
kwaliteitsnormen en - vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op Investeringen hiertoe. Uit
het strafdossier blijkt dat de huurders de beklaagde meermaals op de hoogte stelden van de gebreken
en hem aanmaanden om de nodige herstellingswerken uit te voeren. Een dergelijke verhuur is terecht
strafbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het zijn vooral de meest kwetsbaren die onder die om
standigheden gehouden zijn om te wonen.
De straf moet dan ook uiting geven aan de maatschappelijke ve,rontwaardiging die er terecht over
dergelijke feiten bestaat. De straf moet ook In verhoud ing staan tot de door de beklaagden
veroorzaakte schade.
13. De eerste beklaagde,
, is
jaar oud. Hij beschikt nog over een blanco
strafblad.
Hij verzocht de rechtbank om hem de gunst van de opschorting te willen verlenen.
De rechtbank meent dat de eerste beklaagde die gunst kan worden toegekend. Met het vaststellen
van de schuld van de eerste beklaagde, zal het de eerste beklaagde duidelijk zijn dat de feiten niet
aanvaard worden door de samenleving. De rechtbank verwijst ook naar het tijdsverloop sinds de fei
ten, de leeftijd van de eerste beklaagde, zijn blanco strafblad en het feit dat er ondertussen (eindelijk)
tot herstel werd overgegaan.
Verdere maatregelen zijn In die omstandigheden voor de rechtbank niet nodig.
De eerste beklaagde moet wel weten dat het hier om een uitzonderlijke gunst gaat. Als hij gedurende
de proeftijd, die de rechtbank hier op 3 jaar bepaalt nieuwe feit-en zou plegen, kan de opschorting
worden herroepen en kan hem alsnog een effectieve straf worden opgelegd.
14. De tweede beklaagde,
blanco strafblad.
, Is
jaar oud. Zij beschikt nog over een
Zij verzocht de rechtbank om haar de gunst van de opschorting te willen verlenen.
De rechtbank meent dat de tweede beklaagde die gunst eveneens kan worden toegekend. Met het
vastste llen van de schuld van de tweede beklaagde, zal het de tweede beklaagde duidelijk zijn dat de
feiten niet aanvaard worden door de samenleving. De rechtbank verwijst ook naar het tijdsverloop
sinds de feiten, de leeftijd van de tweede beklaagde, haar blanco st rafblad en het feit dat er ondertus
sen (eindelijk) tot herstel werd overgegaan.
Verdere maatregelen zijn In die omstandigheden voor de rechtbank niet nodig.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 7
De tweede beklaagde moet wel weten dat het hier om een uitzonderlijke gunst gaat. Als zij gedurende
de proeftijd, die de rechtbank hier op 3 jaar bepaalt, nieuwe feiten zou plegen, ka n de opschorting
worden herroepen en kan haar alsnog een effectieve straf worden opgelegd .
3.3 Verbeurdverklaring
15. Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van de som van 31.350,00 euro als equi
valent van het vermogensvoordeel dat de beklaagden haalden uit het misdrijf. Het openbaar ministerie
vordert dat de beklaagden elk tot de helft van het bedrag worden veroordeeld.
16. Aan de toepassingsvoorwaarden van de artikelen 42 en 43bis van het Strafwetboek Is voldaan.
De vermogensvoordelen moeten principieel worden verbeurdverklaard, nu ze inherent deel uitmaken
van de in hoofde van beklaagden bewezenverklaarde misdrijven. Het is maatschappelijk niet te ver
antwoorden - wanneer de misdrijven bewezen zijn - dat de veroordeelde de bekomen vermogens
voordelen zou mogen behouden. Dit is een bijkomend signaal naar beklaagden om hen bewust te ma
ken dat dergelijke misdrijven nooit lonend kunnen zijn.
Bij de begroting van de vermogensvoordelen dient de rechtbank geen aftrek te doen van de kosten die
verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf, noch van de aankoopprijs van de goederen die het
misdrijf mogelijk hebben gemaakt, ongeacht of die goederen al dan niet wettelijk zijn verkregen of in
bezit zijn van de beklaagde.
De rechtbank is evenmin gebonden door het bedrag waarvan het openbaar ministerie de verbeurd
verklaring vordert maar kan de geldwaarde zelf bepaleh (zie o.m. Cass. 13 november 2007,
).
Wanneer de rechter vaststelt dat de zaken die het vermogensvoordeel samenstellen niet meer vind
baar zijn in het vermogen van beklaagden, kan hij de tegenwaarde van dat vermogensvoordeel ramen
en de verbeurdverklaring bij equivalent bevelen van deze tegenwaarde.
17. Het vermogensvoordeel bedraagt 69 maanden (en niet S 7 maanden zoals vermeld in de vorde
ring) zoals ook de burgerlijke partij terecht vordert. Het gaat om de huurgelden die voor het pand dat
niet geschikt was om te worden verhuurd ontvangen werden. Het ging om structurele gebreken die al
van bij de aanvang van de huur bestonden.
De rechtbank verklaart de som van 37.950 euro dan ook verbeurd. waarbij de eerste beklaagde en de
tweede beklaagde hiertoe elk voor de helft gehouden zijn.
18. De verbeurdverklaring maakt geen onredelijke bestraffing uit zodat er ook geen reden is om de
bijzondere verbeurdverklaring te beperken.
19.
In toepassing van artikel 43bis, derde lid van het Strafwetboek wijst de rechtbank de verbeurd
verklaarde bedragen toe aan de burgerlijke partij. Die toewijzing is uiteraard bepérkt tot het bedrag
Rol nummer
rechtbank van ee rste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 8
van de schadevergoeding dat aan de burgerlijke partij toekomt (zie hierna, de bespreking van de bur
gerlijke vordering).
4.
HERSTEL
20. De wooninspecteur deelde mee dat de herstelvordering zonder voorwerp Is.
5.
BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
5.1.
Vordering van
21.
conclusie neer.
stelde zich burgerlijke partij en legde hiertoe op 2 september 2025 een
Het staat vast dat hij nadeel leed door de door de beklaagden ge pleegde feiten . De vordering is t ijdig
en regelmatig zodat de rechtbank de vordering ontvankelijk verklaart.
22. Artikel 44 van het Strafwetboek bepaalt dat de veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen
altijd wordt uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen zou
verschuldigd zij n.
Artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering voorziet eveneens dat als de rechtbank de beklaagde
schuldig acht aan een misdrijf, het de strafrechter is die oordeelt over de vorderingen tot terugbetaling
en tot schadevergoeding. De beklaagde kan dan ook niet gevolgd worden in zijn stelling dat de straf
rechter hiervoor niet zou bevoegd zijn.
Die teruggave houdt, naast het louter teruggeven van goederen die aan de eigenaar werden ontnomen
en die in handen van het gerecht zijn gekomen, elke maatregel in die beoogt de materiële gevolgen
van het bewezenverklaarde misdrijf teniet te doen, met als doe het herstel van de feitelij ke toestand
zoals die bestond voor het misdrijf.
23. Hier houdt die teruggave dan ook de nietigverklaring van de overeenkomst in. De nietigverkla
ring van de huurovereenkomst onderscheidt zich niet van de nietigheid die de burgerlijke rechter zou
uitspreken.
23.1. Die nietigheid is alvast niet gelijk te stellen met de ontbinding van de huurovereenkomst aange•
zien ze ex tune werkt. De overeenkomst wordt volledig verniet igd en alle gevolgen ervan moeten wor
den weggenomen .
Dat is dus te onderscheiden met de beëindiging van de huur zoals vastgesteld door de vrederechter In
het proces-verbaal van minnelijke schikking waar de burgerlijke partij alvast geen afstand deed van
welke vordering dan ook.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost.Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.9
23.2. De nietigheid zou normaal wel tot gevolg hebben dat er restitutie moet gebeuren van al wat
ontvangen was. De huurder moet zo de huurgelden terugbetaald krijgen maar hij zou dan ook zijn
huurgenot moeten teruggeven, wat uiteraard niet mogelijk is. Dat zou dan enkel kunnen door de be
taling van een genotsrecht.
Het Hof van Cassatie bevestigde in zijn arrest van 30 september 2021
) dat het algemeen
rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit uitsluit "dat een contractpartij die bedrog heeft gepleegd bij de
totstandkoming van een overeenkomst, met het oogmerk de wederpartij te schaden of uit winstbejag,
of aan wie dit bedrog toerekenbaar is, na vernietiging van de overeenkomst aanspraak kan maken op
restitutie door de wederpartij van de in uitvoering van de overeenkomst reeds geleverde prestaties,
indien hij hierdoor voordeel zou kunnen halen uit zijn bedrog" {zie tevens: Cass. 3 oktober 2019,
www.juportal.be, waar het Hof oordeelde: "de restitutie na nietigheid van een overeen
komst mag niet leiden tot een verrijking van de partijen"). Het Hof van Cassatie keurde deze mogelijk
heid tot restitutiewelgerlng goed, wanneer de restitutie na nietigverklaring de preventieve werking
van de sanctie teniet zou doen of wanneer de sociale orde zou vereisen dat er een zwaardere sanctie
wordt opgelegd (zie ook: Cass. 1S februari 2016,
23.3 . De aard van de gebreken die vastgesteld werden, rechtvaardigen dat hier In concreto alle huur
gelden worden terugbetaald.
De rechtbank kent de burgerlijke partij dan ook een schadevergoeding toe begroot op 37.950 euro .
24.
De rechtbank kent de burgerlijke partijen hierop ook interesten toe zoals gevorderd.
25. De beklaagden moeten ook veroordeeld worden tot het betalen van een rechtsplegingsvergoe-
ding berekend op het door de burgerlijke partij gevorderde bedrag.
5.2.
Overige burgerlijke belangen
26. Omdat de door beklaagde gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaakt, houdt de
rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voorafgaande
Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.).
TOEGEPASTE WETTEN
De bijzondere wetten zoals vermeld in punt 1. Tenlasteleggingen;
Wet van 15 juni 1935, art. 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41;
Wetb. van strafvordering, art. 162, 162 bis, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 194, 195;
Strafwetboek, art. 42, 43bis, 66;
Art. 6 Programmawet 11 van 27.12.2006;
W.01.08.1985, art. 28, 29, gew. art. 1 K.B. 31.10.2005;
Wet van 29 juni 1964, art. 3 en 6; gew.W. 10.2.1994 & W.22.3 .99;
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
• ,.,.~ ,---------------------------------
Vonnisnr
~ -•
I
p.10
Wet van 17.4.1878, art. 3 en 4; burg. wetb. art. 1382,
Wetb. strafrecht, art.44, 45;
Ger. Wetboek, art. 1022, KB 26.10.07 art2.
UITSPRAAK
De recht bank beslist op tegenspraak t en aanzien van
, de beklaagden en
, de burgerlijke partij.
OP STRAFGEBIED
• Ten aanzien van
, de eerste beklaagde
De rechtbank:
verklaart de eerste beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de enige tenlastelegging;
VERLEENT de eerste beklaagde de gunst van de opschorting van straf voor een termijn van 3
jaar;
verklaart de eerste beklaagde VERBEURD van een bedrag van 18.975,00 euro, als equivalent
van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen en wijst de effectief verbeurdver
klaarde bedragen toe aan de burgerlijke partijen, beperkt tot het bedrag van de schadever
goeding dat aan die burgerlijke partij toekomt zoals hieronder verder omschreven;
Veroordeelt
tot betaling van:
-
-
-
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 34,55 EUR.
• Ten aanzien van
, de tweede beklaagde
De rechtbank:
verklaart de tweede beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de enige tenlastelegging;
VERLEENT de tweede beklaagde de gunst van de opschorting van straf voor een termijn van 3
jaar;
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.11
verklaart de tweede beklaagde VERBEURD van een bedrag van 18.975,00 euro, als equivalent
van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen en wijst de effectief verbeurdver
klaarde bedragen toe aan de burgerlijke partijen, beperkt tot het bedrag van de schadever
goeding dat aan die burgerlijke partij toekomt zoals hieronder verder omschreven;
Veroordeelt
tot betaling van:
-
-
-
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 34,55 EUR.
HERSTEL VORDERING
De rechtbank stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp is.
OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank:
verklaart de vordering van de burgerlijke partijen,
ontvankelijk;
verklaart de huurovereenkomst tussen de eerste en de tweede beklaagde en
nietig;
veroordeelt de eerste en de tweede beklaagde hoofdelijk om aan die burgerlijke partijen een
schadevergoeding te betalen van op 37.950,00 euro, te vermeerderen met de vergoedende
interesten, aan de wettelijke interestvoet, vanaf een gemiddelde datum, met name vanaf 12
januari 2020 en met de gerechtelijke interestvoet vanaf heden, ook aan de wettelijke interest
voet, tot op de dag van de effectieve betaling;
veroordeelt de eerste en de tweede beklaagde hoofdelijk om aan de burgerlijke partij een
rechtsplegingsvergoeding te betalen ten belope van 3.139,53 euro.
De rechtbank houdt de overige burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Alles gebeurde în de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 juni 1935.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 12 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank, kamer D13M:
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.12
, rechter
In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier