Naar hoofdinhoud

ADB:rechtbank-eerste-aanleg-dendermonde-12-01-2026-0

Beslissingsdetails

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde 📅 2026-01-12 🌐 NL Vonnis

Rechtsgebied

Woonbeleid

Geciteerde wetgeving

Decreet van 29 maart 2013; Decreet van 15 juli 1997; Wet van 15 juni 1935; Wet van 29 juni 1964; wet van 15 juni 1935

Samenvatting

Vonnlsnummer / Griffienummer I Repertoriumnummer / Europees Datum van uit spraak 12 januari 2026 Naam van de beklaagde Systeemnummer parket 22CO41281 Rolnummer Notitienummer parket DE66.Wl.102300/ 2022 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtba...

Volledige tekst

Vonnlsnummer / Griffienummer I Repertoriumnummer / Europees Datum van uit spraak 12 januari 2026 Naam van de beklaagde Systeemnummer parket 22CO41281 Rolnummer Notitienummer parket DE66.Wl.102300/ 2022 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Kamer D13M Vonnis Aangeboden op Niet te registreren Rolnummer rechtbank van eerst e aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnlsnr / p. 2 In de zaak van het openbaar ministerie en BURGERLIJKE PARTIJEN: ,, RRN geboren van Russische nationaliteit ingeschreven te burgerlijke partij, die niet verschijnt, noch iemand voor hem RRN geboren van Belgische nationaliteit ingeschreven te burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester tegen: BEKLAAGDE: , advocaat te , met maatschappelijke zetel tE met ondernemingsnummer beklaagde, vertegenwoordigd door meester , advocaat te 1. TENLASTELEGGINGEN: Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek; A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning bij inbreuk op de artikel 5, strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een won ing ter beschikking stelt, een woning die niet voldoet aan de vereisten en normen van artikel S rechtstreeks of via tussenpersoon verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld te hebben met het oog op bewoning, zoals gewijzigd door het Decreet van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwallteltsbewaking betreft, vanaf 11.08.2013 in het pand gelegen te ,, eigendom van met maatschappel ijke zetel te verleden voor notaris , kadastraal gekend als ~ ondernemingsnummer , bij aankoopakt e van 10 maart 1995 (feiten vanaf 1 januari 2021 strafbaar gesteld door de artikelen 3.35 en 3.36, 1 • Vlaamse Codex Wonen van 2021) 1 ee n ongeschikte en/of onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan te 120·125, 148·149) in de periode van 15 juli 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 4-5, 81-84, Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnisnr / p. 3 2 een ongeschikte en/of onbewoonbare won inf!! te hebben verhuurd aan k 131) in de periode van 14 juli 2022 tot en met 21 oktober 2022 (st. 5, 81-84, 126- 3 een ongeschikte en/of onbewoonbare wonlne te hebben verhuurd aar te 137, 149) in de periode van 14 luli 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 5, 81-84, 132- 4 een ongeschikte en onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan te 9200 Dendermonde in de periode van 24 oktober 2017 tot en met 23 november 2022 (st. 5-7, 81· 84, 138-143, 150) 5 een ongeschikte en/of onbewoonbare won ing 1 te hebben verhuurd aan Jonas Laureys ~ 84, 102-107, 148) In de periode van 1 augustus 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 3-4, 81- 6 een ongeschikte en/of onbewoonbare woning te hebben verhuurd aan te 84, 114-119, 148) in de pe riode van 1 september 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 4, 81- 7 een ongeschikte woning te hebben verhuurd aan {st. 147-148) op 23 november 2022 (feiten vanaf 1 januari 2021 strafbaar gesteld door de artikelen 3.35 en 3.36, 1 • Vlaamse Codex Wonen van 2021) VERMOGENSVOORDEEL : Art. 42 en 43 Bis S.W.B. Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 40.925 euro hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zij n gesteld, hetzij inkomsten uit belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde ervan dient te ramen ( het equivalent bedrag). Berekening: Huuropbrengst tijdens de lncrim inatieperiode: Woning Woning Wonin~ Woning : 4 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 520 euro, in totaa l 2.080 euro : 3 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 550 euro, in totaal 1.650 euro 16 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 490 euro, in totaal 7.840 euro : 2 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 450 euro, in totaal 900 euro Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank ,,., ..... ...,.,.,..,.,..,,_,. ________________________________ _ Dertiende kamer Vonnisnr / p.4 Woning Wonin@ 4 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 480 euro, in totaal 1.920 euro 61 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 435 euro, in totaal 26.535 euro 2. PROCEDURE 1. De zaak werd bij de rechtbank aanhangig gemaakt door dagvaarding aan de beklaagde in toe- passing van artikel 33 ev. van het Gerechtelijk Wetboek betekend op 21 juni 2024. De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtzekerheid van de plaats waar het onroe rend goed gelegen is. 2. De rechtbank behandelde de zaak op de openbare terechtzitting van 10 november 2025. 3. De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen, inclusief het openbaar ministerie in persoon van ., substituut-procureur des Konings, in haar vordering. 3. BEOORDELING OP STRAFGEBIED 3.1 Vooraf: de vordering in ontvankelijk 4. In tegenstelling tot wat de beklaagde voorhoudt, werd de dagvaarding overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid van de plaats waar het onroerend goed gelegen is. De strafvordering is bijgevolg wel ontvankelijk. 3.2 Overzicht van de feiten en beoordeling 5. De beklaagde wordt vervolgd wegens het verhuren, in de periode van 24 oktober 2017 tot 23 november 2022 van een ongeschikte en/of onbewoonbare woningen (tenlasteleggingen A1-A7). 6. De decreten over het Vlaamse woonbeleid werden gecodificeerd op 17 juli 2020 bij artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 (BS 13 november 2020) in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (art. 1). De Vlaamse Wooncode werd mee gebundeld. Sinds 1 januari 2021 is de woningkwaliteltsbewaking gebundeld in boek 3 van de Vlaamse Codex Wo nen. Artikel 3.1, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt de veilighelds-, gezondheids- en woning kwaliteitsnormen, zoals die tot 1 januari 2021 vermeld waren in artikel 5, § 1, Vlaamse Wooncode. Op grond van artikel 3.1, § 1, derde lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de mogelijke gebreken onderverdeeld m de volgende drie categorieën : Rol nummer rech tbank v.m eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtban k Dertiende kamer Vonnisnr I p. S 1° gebreken van categorie 1: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken; 2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning; 3° gebreken van categorie 111 : ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor zaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners, waardoor de woning niet In aanmerking komt voor bewoning. De strafbaarstelling voor inbreuk op de gestelde vereisten is sinds 1 januari 2021 vervat in artikel 3.34, eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 en luidt. "Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie Jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen". Terecht merkt de beklaagde op de feiten mogelijk strafbaar zijn op grond van artikel 3.34 van de Codex Wonen en niet op grond van artikel 3.35 en 3.36 zoals vermeld in de dagvaarding. De rechtbank za l de ten lastelegging in die zin aanpassen. Die verbetering verandert niets aan de feiten waarvoor de beklaagde vervolgd wordt. Uiteraard blijft de rechtbank ook bevoegd om hierover te oordelen. Het verweer van de beklaagde had hier ook be trekking op. De door de wooninspectie in deze zaak vastgestelde gebreken betroffen ernstige gebreken, namelijk gebreken van nu minstens categorie 111, cat. Il en l wat de versch illende wooneenheden betrof (zie de stukken 4-5, 81-84 en 146-151 van het strafdossier). De ten laste gelegde feiten (ook die tussen 24 oktober 2017 en 1 januari 2021) zijn dus ook na 1 januari 2021 strafbaar gebleven . De strafmaten zijn overigens ook dezelfde gebleven. 7. werd hierover verhoord op 24 oktober 2022. Hij betwistte de gebreken niet maar deelde mee dat hij die, samen met alle anderen, ondertussen hersteld had. Hij zou de inspecteur contacteren wanneer alle herstellingen uitgevoerd waren . Op 23 november 2022 vond er inderdaad een hercontrole plaats. Maar ook toen moest de woonln specteur vaststellen dat nog niet alle herstellingen uitgevoerd waren. Het ging hierbij, in tegenstelling tot wat de beklaagde argumenteert In zijn conclusie, niet allemaal om andere gebreken. 8. Op 19 apri l 2023 vond nog een controle plaats waarbij de woonlnspecteur vaststelde dat de beklaagde de herstellingen uitvoeren de wooneenheden conform waren. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnisnr / p.6 9. Er is niet slechts sprake van een schending van de woningkwaliteltsvereisten wanneer een ge brek leidt tot een levensbedreigende situatie. Geen van de woonentiteiten opgesomd in de telastleg ging A voldeed aan de toepasselijke woningkwaiiteitsvereisten. De rechtbank verwijst naar de vaststel lingen van de wooninspecteur in de processen-verbaal van de wooninspectie die zelfs bijzondere be wijswaarde hebben. De beklaagde betwistte die vaststellingen op zich niet. 10. Ook in conclusie betwis de beklaagde feiten dus niet. Zij voerde enkel aan dat zij onmiddellijk alles gedaan heeft nadat zij door de wooninspectie op de hoogte werd gesteld van de feiten. Het mo reel element zou dan ook niet aanwezig zijn In hoogde van de beklaagde. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Dat de beklaagde de werknemers te goeder trouw in de woningen onderbracht en de gebreken van de woningen niet zou gekend hebben, kan de rechtbank niet aannemen maar ls eigenlijk ook irrele vant. Ook wanneer pas na aanvang van de huurovereenkomst gebreken ontstaan die tot gevolg heb ben dat de woning niet meer voldoet aan de woningkwaliteitsvereisten, stelt de verhuurder of persoon die de woning ter beschikking zich bloot aan strafrechtelijke vervolging zo hij deze gebreken niet her stelt. Uit het loutere feit dat sommige gebreken zouden ontstaan zijn tijdens de bewoning volgt niet dat ze hoe dan ook toe te schrijven zijn aan een gebrekkig onderhoud van de bewoners en al zeker niet aan opzettelijke beschadiging door de bewoners. De verhuurder of de persoon die de woning ter be schikking stelt heeft gedurende de volledige duur van de huurovereenkomst de verplichting ervoor te zorgen dat de woning in overeenstemming is met de woningkwaliteitsnormen. Zo nodig moet hij daar toe het pand (laten) controleren. Hij moet niet wachten tot er hem een probleem wordt gemeld. Kwaad opzet is niet vereist voor de strafbaarstelling. De vervolgde misdrijven vereisen {algemeen) op zet als moreel element. Dat is voorhanden bij het wetens en willens, dat is bewust en zonder dwang, plegen van de feiten. De beklaagde maakt rechtvaardiging, schuldontheffing of niet-toerekeningsvat baarheid zelfs niet enigszins aannemelijk. De feiten zijn voor de rechtbank dan ook bewezen. 11. Uiteraard berust de bewijslast wel bij het openbaar ministerie. Het is dus aan het openbaar mi nisterie om te bewijzen dat de gebreken er ook al waren voor de eerste vaststellingen van de woonin specteur, hier voor 14 juli 2022. Als ernstige tekortkomingen op de woningkwaliteit verwezen de wooninspecteurs hoofdzakelijk naar het elektrocutiegevaar door de elektrische verdeeldozen of het ontbreken van de afdekplaatjes, het ontbreken van kraan, waren er niet per definitie al voorafgaand aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De rechtbank zal de feiten dan ook bewezen verklaren maar, wat de tenlastelegging A4 betreft, slechts vanaf 14 juli 2022 tot en met 23 hovember 2023 en de beklaagde voor de overige periode vrijs:preken. 12. De beklaagde is de verhuurder. Rol nummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer ... """""--·=•--- ----------------------------- Vonnlsnr / p. 7 Het misdrijf dat de beklaagde ten laste wordt gelegd, houdt Intrinsiek verband met het maatschappe lijke doel van de beklaagde. Zij zijn de beklaagde dan ook toe te rekenen zodat de rechtbank de be klaagde zal veroordelen voor de feiten van de tenlasteleggingen Al tot A7 (met voorbehoud dus wat de incriminatieperiode betreft voor de tenlastelegging A4). 3.3 Straftoemeting 13. De In hoofde van beklaagde bewezen verklaarde feiten onder de tenlasteleggingen Al tot A7 zijn de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet, zodat voor die feiten sa men bij toepassing van artikel 65 eerste lid van het Strafwetboek slechts één straf dient te worden opgelegd, met name de zwaarste. 14. De rechter bepaalt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en maatregelen en hun maat noodzakelijk zijn ter realisering van de doelstellingen die hij met de straftoe meting beoogt. Die doelstelllngen zijn: • • • • het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet; het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade; het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader en de bescherming van de maatschappij. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt uit het strafrechtelijk verleden, zijn gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De rechtbank houdt hierbij ook rekening met de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving, en de samenleving. 15. De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het fun damenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met Winstoog merk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid opgelegde kwaliteitsnormen en - vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op Investeringen hiertoe. Uit het strafdossier blijkt dat de huurders de beklaagde meermaals op de hoogte stelden van de gebreken en hem aanmaanden om de nodige herstellingswerken uit te voeren. Een dergelijke verhuur is terecht strafbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het zijn voora l de meest kwetsbaren die onder die om standigheden gehouden zijn om te wonen. De straf moet dan ook uiting geven aan de maatschappelijke verontwaardiging die er terecht over dergelijke feiten bestaat. De straf moet ook in verhouding staan tot de door de beklaagde veroorzaakte schade. 16. De beklaagde, , werd In het verleden al éénmaal veroordeeld we- gens stedenbouwkundige misdrijven. 17. De beklaagde verzocht de rechtbank om haar de gunst van de opschorting toe te kennen . Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnlsnr J p. 8 De rechtbank acht dat hier niet aangewezen. Dat zou onvoldoende de veroorzaakte schade herstellen. Bovendien is helemaal niet aangetoond in welke mate de reclassering van de onderneming - die al veroordeeld werd wegens stedenbouwkundige inbreuken - in het gevaar zou komen bij een veroor deling. De straf voor de rechtspersoon wordt bepaald via het omzetting voorzien in artikel 41bis van het Straf wetboek. De rechtbank acht een geldboete zoals hierna bepaald noodzakelijk. Hiermee wordt uiting gegeven aan de maatschappelijke verontwaardiging die voor de feiten bestaat. Die straf staat ook In verhouding tot de (maatschappelijke) schade die de beklaagde veroorzaakte. Bij het bepalen van de omvang van de straf houdt de rechtbank wel rekening met het feit dat de be klaagde ondertussen tot volledig herstel is overgegaan. Bijgevolg zal de rechtbank de geldboete ge deeltelijk met uitstel opleggen. Dat moet de beklaagde ertoe aanzetten zich in de toekomst wel aan de reglementering te houden en de kwaliteitsvereisten bij het verhuren van woningen strikter op te volgen. 3.4 Verbeurdverklaring 18. Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van de som van 40.925,000 euro als equtvalent van het vermogensvoordeel dat de beklaagde haalde uit het misdrijf. Het gaat om de huur gelden van de verschillende wooneen heden die uit de bewezenverklaarde misdrijven en dus weder rechtelijk zouden bekomen. 19. Aan de toepassingsvoorwaarden van de artikelen 42 en 43bis van het Strafwetboek is voldaan. De vermogensvoordelen moeten principieel worden verbeurdverklaard, nu ze inherent deel uitmaken van de in hoofde van beklaagden bewezenverklaarde misdrijven. Het is maatschappelijk niet te ver antwoorden - wanneer de misdrijven bewezen zijn - dat de veroordeelde de bekomen vermogens voordelen zou mogen behouden. Dit is een bijkomend signaal naar beklaagden om hen bewust te ma ken dat dergelijke misdrijven nooit lonend kunnen zijn. Bij de begroting van de vermogensvoordelen dient de rechtbank geen aftrek te doen van de kosten die verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf, noch van de aankoopprijs van de goederen die het misdrijf mogelijk hebben gemaakt, ongeacht of die goederen al dan niet wettelijk zijn verkregen of in bezit zijn van de beklaagde. De rechtbank Is evenmin gebonden door het bedrag waarvan het openbaar ministerie de verbeurd verklaring vordert maar kan de geldwaarde zelf bepalen (zie o.m. Cass. 13 november 2007, ) . Rol nummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnisnr / p.9 Wanneer de rechter vaststelt dat de zaken die het vermogensvoordeel samenstellen niet meer vind baar zijn in het vermogen van beklaagden, kan hij de tegenwaarde van dat vermogensvoordeel ramen en de verbeurdverklaring bij equivalent bevelen van deze tegenwaarde. 20. Ten onrechte ging het openbaar ministerie wel uit van 16 maanden huur voor wat woning 3 betreft, terwijl het openbaar ministerie maar dagvaardde voor een periode van 15 jull 2022 tot 23 november 2022, zodat de beklaagde hier maar een illegaal vermogensvoordeel van 4 maanden x 490 euro of 1.960 euro uit bekwam. Wat de wooneenheid nr. 6 besliste de rechtbank dat het misdrijf maar bewezen is voor de periode 14 juli 2022 tot en met 23 november 2022. Voor die periode van 4 maanden bedraagt het vermogens voordeel 4 x 435 euro of 1.740 euro. De rechtbank verklaart dan ook in totaal de som van 10.250,00 euro dan ook verbeurd. 21. De verbeurdverklaring maakt geen onredelijke bestraffing ult zodat er ook geen reden is om de bijzondere verbeurdverklaring te beperken. 4. HERSTEL 22. De rechtbank stelt vast dat de beklaagde ondertussen de wooneenheden herstelde. De woon- inspecteur bevestigde dat ook in zijn PV van 19 april 2023. De rechtbank is niet gevat om enige inbreuk op de stedenbouw vast te stellen. De herstelvordering is dan ook zonder voorwerp. 5. BEOORDELING OP GEBIED 5.1. Vorderingen van 23. tegen de beklaagde. stelden zich burgerlijke partij verscheen niet noch iemand voor hem. 24. De beklaagde legt evenwel een dading neer waarin uitdrukkelijk afstand doen van iedere mogelijke vordering voor de correctio nele rechtbank. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdellng Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnlsnr / p. 10 terechtzitting van 10 november 2025 verklaarde zijn raadsman ook dat hij dermate zwakzinnig is dat houdt voor dat die overeenkomst met bedrog tot stand gekomen is. Op de hij de volledige omvang van de dading niet begreep. Dwaling of bedrog moeten natuurlijk bewezen worden. De burgerlijke partij legt hiervan geen enkel bewijs voor. Ook van zijn zwakbegaafdheid ligt geen enkel stuk voor. De rechtbank kan dat hier dan ook niet aannemen. Er is bijgevolg geen reden om de dading nietig te verklaren. 25. Gelet op de tussen partijen gesloten dading, is de burgerlijke vordering van de burgerlijke par- tijen, , bijgevolg onontvankelijk. 5.2. Overige burgerlijke belangen 26. Omdat de door beklaagde gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaakt, houdt de rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voorafgaande Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.). TOEGEPASTE WETTEN De bijzondere wetten zoals vermeld In punt 1. Tenlasteleggingen; Wet van 15 juni 1935, art. 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41; Wetb. van strafvordering, art. 162, 182, 184, 185, 186, 189, 190, 190ter, 194, 195; Strafwetboek, art. 2, 38 (geldboete), 42, 43bis, 65 eerste lid, 66, 79, 80; Wet van S maart 1952, art. 1, gew. programmawet d.d. 24.12.1993, art. 1; gew. art.36 Wet 07.02 .2003; Art. 2 en 3 van de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie (B.S. 30.12.2011); Art. 6 Programmawet Il van 27.12.2006; W.01.08.1985, art. 28, 29, gew. art. 1 l<.B. 31.10.2005; Wet van 29 juni 1964, art. 8§1; gew.W. 10.2.1994; Wet van 17.4.1878, art. 3 en 4; burg. wetb. art. 1382; Wetb. strafrecht, art.44, 45. UITSPRAAK De rechtbank beslist op tegenspraak ten aanzien van en , de burgerlijke partij en op verstek ten aanzien van Rolnumme1 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correct ionele rechtban k Dertiende kamer Vonnisn r I p. 11 OP STRAFGEBIED De rechtbank: verklaart de beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, AS, A6 en A7, zij het dat de rechtbank het feit van de tenlastelegging A4 enkel bewezen verklaart voor de periode van 14 juli 2022 tot en met 23 november 2022 en de beklaagde voor de overige duur van de incriminatieperiode VRIJSPREEKT; VEROORDEELT de beklaagde voor de bewezenverklaarde feiten samen tot een GELDBOETE van 24.000 EURO, dat is een geldboete van 3.000 euro, vermeerderd met de opdeciemen (x8); verleent UITSTEL voor 16.000 euro, dat is 2.000 euro vermeerderd met opdeciemen (x8), van het geheel van de geldboete van 24.000 euro voor een termijn van 3 jaar; verklaart de eerste beklaagde VERBEURD van een bedrag van 10.250,00 euro, als equivalent van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen . Veroordeel1 tot betaling van : - een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke ge welddaden en de occasionele redders; - - - een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand; een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR; de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 34,55 EUR. HERSTELVORDERING De rechtbank stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp Is. OP BURGERLIJK GEBIED De rechtbank: verklaart de vorderingen var en onontvankelijk; houdt de overige burgerlijke belangen aan. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank Dertiende kamer Vonnlsnr I p. 12 Alles gebeurde in de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 juni 1935. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 12 januari 2026 door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank, kamer OBM: , rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier