ADB:rechtbank-eerste-aanleg-dendermonde-12-01-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde
📅 2026-01-12
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
Decreet van 29 maart 2013; Decreet van 15 juli 1997; Wet van 15 juni 1935; Wet van 29 juni 1964; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnlsnummer / Griffienummer I Repertoriumnummer / Europees Datum van uit spraak 12 januari 2026 Naam van de beklaagde Systeemnummer parket 22CO41281 Rolnummer Notitienummer parket DE66.Wl.102300/ 2022 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtba...
Volledige tekst
Vonnlsnummer / Griffienummer
I
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uit spraak
12 januari 2026
Naam van de beklaagde
Systeemnummer parket
22CO41281
Rolnummer
Notitienummer parket
DE66.Wl.102300/ 2022
rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde, sectie
correctionele rechtbank
Kamer D13M
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerst e aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie en
BURGERLIJKE PARTIJEN:
,, RRN
geboren
van Russische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, die niet verschijnt, noch iemand voor hem
RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
burgerlijke partij, vertegenwoordigd door meester
tegen:
BEKLAAGDE:
, advocaat
te
, met maatschappelijke zetel tE
met ondernemingsnummer
beklaagde, vertegenwoordigd door meester
, advocaat
te
1.
TENLASTELEGGINGEN:
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
bij inbreuk op de artikel 5, strafbaar gesteld door artikel 20§1 al 1 van het Decreet van 15 juli 1997
houdende de Vlaamse Wooncode, als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die
een won ing ter beschikking stelt, een woning die niet voldoet aan de vereisten en normen van artikel
S rechtstreeks of via tussenpersoon verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld te hebben met
het oog op bewoning, zoals gewijzigd door het Decreet van 29 maart 2013 houdende wijziging van
diverse decreten wat de woonkwallteltsbewaking betreft, vanaf 11.08.2013
in het pand gelegen te
,, eigendom van
met maatschappel ijke zetel te
verleden voor notaris
, kadastraal gekend als
~ ondernemingsnummer
, bij aankoopakt e van 10 maart 1995
(feiten vanaf 1 januari 2021 strafbaar gesteld door de artikelen 3.35 en 3.36, 1 • Vlaamse Codex Wonen
van 2021)
1 ee n ongeschikte en/of onbewoonbare woning
te hebben verhuurd aan
te
120·125, 148·149)
in de periode van 15 juli 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 4-5, 81-84,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p. 3
2 een ongeschikte en/of onbewoonbare won inf!!
te hebben verhuurd aan
k
131)
in de periode van 14 juli 2022 tot en met 21 oktober 2022 (st. 5, 81-84, 126-
3 een ongeschikte en/of onbewoonbare wonlne
te hebben verhuurd aar
te
137, 149)
in de periode van 14 luli 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 5, 81-84, 132-
4 een ongeschikte en onbewoonbare woning
te hebben verhuurd aan
te 9200 Dendermonde in de periode van 24 oktober 2017 tot en met 23 november 2022 (st. 5-7, 81·
84, 138-143, 150)
5 een ongeschikte en/of onbewoonbare won ing 1 te hebben verhuurd aan Jonas Laureys
~
84, 102-107, 148)
In de periode van 1 augustus 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 3-4, 81-
6 een ongeschikte en/of onbewoonbare woning
te hebben verhuurd aan
te
84, 114-119, 148)
in de pe riode van 1 september 2022 tot en met 23 november 2022 (st. 4, 81-
7 een ongeschikte woning
te hebben verhuurd aan
{st. 147-148)
op 23 november 2022
(feiten vanaf 1 januari 2021 strafbaar gesteld door de artikelen 3.35 en 3.36, 1 • Vlaamse Codex Wonen
van 2021)
VERMOGENSVOORDEEL : Art. 42 en 43 Bis S.W.B.
Tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek, te horen
veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van 40.925 euro
hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen,
hetzij goederen en waarden die in de plaats ervan zij n gesteld,
hetzij inkomsten uit belegde voordelen,
waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde,
de geldwaarde ervan dient te ramen ( het equivalent bedrag).
Berekening:
Huuropbrengst tijdens de lncrim inatieperiode:
Woning
Woning
Wonin~
Woning
: 4 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 520 euro, in totaa l 2.080 euro
: 3 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 550 euro, in totaal 1.650 euro
16 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 490 euro, in totaal 7.840 euro
: 2 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 450 euro, in totaal 900 euro
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
,,., ..... ...,.,.,..,.,..,,_,. ________________________________ _
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.4
Woning
Wonin@
4 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 480 euro, in totaal 1.920 euro
61 maanden aan een maandelijkse huurprijs van 435 euro, in totaal 26.535 euro
2.
PROCEDURE
1.
De zaak werd bij de rechtbank aanhangig gemaakt door dagvaarding aan de beklaagde in toe-
passing van artikel 33 ev. van het Gerechtelijk Wetboek betekend op 21 juni 2024.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtzekerheid van de plaats waar het onroe
rend goed gelegen is.
2.
De rechtbank behandelde de zaak op de openbare terechtzitting van 10 november 2025.
3.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen,
inclusief het openbaar ministerie in persoon van
., substituut-procureur des Konings, in haar
vordering.
3.
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
3.1 Vooraf: de vordering in ontvankelijk
4.
In tegenstelling tot wat de beklaagde voorhoudt, werd de dagvaarding overgeschreven op het
kantoor Rechtszekerheid van de plaats waar het onroerend goed gelegen is.
De strafvordering is bijgevolg wel ontvankelijk.
3.2 Overzicht van de feiten en beoordeling
5.
De beklaagde wordt vervolgd wegens het verhuren, in de periode van 24 oktober 2017 tot 23
november 2022 van een ongeschikte en/of onbewoonbare woningen (tenlasteleggingen A1-A7).
6.
De decreten over het Vlaamse woonbeleid werden gecodificeerd op 17 juli 2020 bij artikel 2
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 (BS 13 november 2020) in de Vlaamse Codex Wonen
van 2021 (art. 1). De Vlaamse Wooncode werd mee gebundeld.
Sinds 1 januari 2021 is de woningkwaliteltsbewaking gebundeld in boek 3 van de Vlaamse Codex Wo
nen. Artikel 3.1, § 1, Vlaamse Codex Wonen van 2021 bepaalt de veilighelds-, gezondheids- en woning
kwaliteitsnormen, zoals die tot 1 januari 2021 vermeld waren in artikel 5, § 1, Vlaamse Wooncode.
Op grond van artikel 3.1, § 1, derde lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn de mogelijke gebreken
onderverdeeld m de volgende drie categorieën :
Rol nummer
rech tbank v.m eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtban k
Dertiende kamer
Vonnisnr
I
p. S
1° gebreken van categorie 1: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie Il: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega
tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de
woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie 111 : ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor
zaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners, waardoor
de woning niet In aanmerking komt voor bewoning.
De strafbaarstelling voor inbreuk op de gestelde vereisten is sinds 1 januari 2021 vervat in artikel 3.34,
eerste lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 en luidt. "Als een niet-conforme of overbewoonde woning
rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het
oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter
beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie Jaar en een geldboete
van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen".
Terecht merkt de beklaagde op de feiten mogelijk strafbaar zijn op grond van artikel 3.34 van de Codex
Wonen en niet op grond van artikel 3.35 en 3.36 zoals vermeld in de dagvaarding. De rechtbank za l de
ten lastelegging in die zin aanpassen.
Die verbetering verandert niets aan de feiten waarvoor de beklaagde vervolgd wordt. Uiteraard blijft
de rechtbank ook bevoegd om hierover te oordelen. Het verweer van de beklaagde had hier ook be
trekking op.
De door de wooninspectie in deze zaak vastgestelde gebreken betroffen ernstige gebreken, namelijk
gebreken van nu minstens categorie 111, cat. Il en l wat de versch illende wooneenheden betrof (zie de
stukken 4-5, 81-84 en 146-151 van het strafdossier).
De ten laste gelegde feiten (ook die tussen 24 oktober 2017 en 1 januari 2021) zijn dus ook na 1 januari
2021 strafbaar gebleven . De strafmaten zijn overigens ook dezelfde gebleven.
7.
werd hierover verhoord op 24 oktober 2022.
Hij betwistte de gebreken niet maar deelde mee dat hij die, samen met alle anderen, ondertussen
hersteld had. Hij zou de inspecteur contacteren wanneer alle herstellingen uitgevoerd waren .
Op 23 november 2022 vond er inderdaad een hercontrole plaats. Maar ook toen moest de woonln
specteur vaststellen dat nog niet alle herstellingen uitgevoerd waren. Het ging hierbij, in tegenstelling
tot wat de beklaagde argumenteert In zijn conclusie, niet allemaal om andere gebreken.
8.
Op 19 apri l 2023 vond nog een controle plaats waarbij de woonlnspecteur vaststelde dat de
beklaagde de herstellingen uitvoeren de wooneenheden conform waren.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.6
9.
Er is niet slechts sprake van een schending van de woningkwaliteltsvereisten wanneer een ge
brek leidt tot een levensbedreigende situatie. Geen van de woonentiteiten opgesomd in de telastleg
ging A voldeed aan de toepasselijke woningkwaiiteitsvereisten. De rechtbank verwijst naar de vaststel
lingen van de wooninspecteur in de processen-verbaal van de wooninspectie die zelfs bijzondere be
wijswaarde hebben.
De beklaagde betwistte die vaststellingen op zich niet.
10. Ook in conclusie betwis de beklaagde feiten dus niet. Zij voerde enkel aan dat zij onmiddellijk
alles gedaan heeft nadat zij door de wooninspectie op de hoogte werd gesteld van de feiten. Het mo
reel element zou dan ook niet aanwezig zijn In hoogde van de beklaagde.
De rechtbank volgt dat standpunt niet.
Dat de beklaagde de werknemers te goeder trouw in de woningen onderbracht en de gebreken van
de woningen niet zou gekend hebben, kan de rechtbank niet aannemen maar ls eigenlijk ook irrele
vant. Ook wanneer pas na aanvang van de huurovereenkomst gebreken ontstaan die tot gevolg heb
ben dat de woning niet meer voldoet aan de woningkwaliteitsvereisten, stelt de verhuurder of persoon
die de woning ter beschikking zich bloot aan strafrechtelijke vervolging zo hij deze gebreken niet her
stelt. Uit het loutere feit dat sommige gebreken zouden ontstaan zijn tijdens de bewoning volgt niet
dat ze hoe dan ook toe te schrijven zijn aan een gebrekkig onderhoud van de bewoners en al zeker niet
aan opzettelijke beschadiging door de bewoners. De verhuurder of de persoon die de woning ter be
schikking stelt heeft gedurende de volledige duur van de huurovereenkomst de verplichting ervoor te
zorgen dat de woning in overeenstemming is met de woningkwaliteitsnormen. Zo nodig moet hij daar
toe het pand (laten) controleren. Hij moet niet wachten tot er hem een probleem wordt gemeld.
Kwaad opzet is niet vereist voor de strafbaarstelling. De vervolgde misdrijven vereisen {algemeen) op
zet als moreel element. Dat is voorhanden bij het wetens en willens, dat is bewust en zonder dwang,
plegen van de feiten. De beklaagde maakt rechtvaardiging, schuldontheffing of niet-toerekeningsvat
baarheid zelfs niet enigszins aannemelijk.
De feiten zijn voor de rechtbank dan ook bewezen.
11. Uiteraard berust de bewijslast wel bij het openbaar ministerie. Het is dus aan het openbaar mi
nisterie om te bewijzen dat de gebreken er ook al waren voor de eerste vaststellingen van de woonin
specteur, hier voor 14 juli 2022. Als ernstige tekortkomingen op de woningkwaliteit verwezen de
wooninspecteurs hoofdzakelijk naar het elektrocutiegevaar door de elektrische verdeeldozen of het
ontbreken van de afdekplaatjes, het ontbreken van kraan, waren er niet per definitie al voorafgaand
aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De rechtbank zal de feiten dan ook bewezen verklaren maar, wat de tenlastelegging A4 betreft, slechts
vanaf 14 juli 2022 tot en met 23 hovember 2023 en de beklaagde voor de overige periode vrijs:preken.
12. De beklaagde is de verhuurder.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
... """""--·=•--- -----------------------------
Vonnlsnr
/
p. 7
Het misdrijf dat de beklaagde ten laste wordt gelegd, houdt Intrinsiek verband met het maatschappe
lijke doel van de beklaagde. Zij zijn de beklaagde dan ook toe te rekenen zodat de rechtbank de be
klaagde zal veroordelen voor de feiten van de tenlasteleggingen Al tot A7 (met voorbehoud dus wat
de incriminatieperiode betreft voor de tenlastelegging A4).
3.3 Straftoemeting
13. De In hoofde van beklaagde bewezen verklaarde feiten onder de tenlasteleggingen Al tot A7 zijn
de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet, zodat voor die feiten sa
men bij toepassing van artikel 65 eerste lid van het Strafwetboek slechts één straf dient te worden
opgelegd, met name de zwaarste.
14. De rechter bepaalt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en
maatregelen en hun maat noodzakelijk zijn ter realisering van de doelstellingen die hij met de straftoe
meting beoogt. Die doelstelllngen zijn:
•
•
•
•
het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;
het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de
door het misdrijf veroorzaakte schade;
het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader en
de bescherming van de maatschappij.
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt uit het
strafrechtelijk verleden, zijn gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank die kent. De
rechtbank houdt hierbij ook rekening met de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van
de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving, en de samenleving.
15. De regelgeving over het Vlaamse woonbeleid beoogt onder meer het waarborgen van het fun
damenteel recht op menswaardig wonen. Personen die onroerende goederen verhuren met Winstoog
merk moeten bij de verhuur of terbeschikkingstelling van woningen de door de overheid opgelegde
kwaliteitsnormen en - vereisten strikt naleven en mogen niet besparen op Investeringen hiertoe. Uit
het strafdossier blijkt dat de huurders de beklaagde meermaals op de hoogte stelden van de gebreken
en hem aanmaanden om de nodige herstellingswerken uit te voeren. Een dergelijke verhuur is terecht
strafbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar. Het zijn voora l de meest kwetsbaren die onder die om
standigheden gehouden zijn om te wonen.
De straf moet dan ook uiting geven aan de maatschappelijke verontwaardiging die er terecht over
dergelijke feiten bestaat. De straf moet ook in verhouding staan tot de door de beklaagde veroorzaakte
schade.
16. De beklaagde,
, werd In het verleden al éénmaal veroordeeld we-
gens stedenbouwkundige misdrijven.
17. De beklaagde verzocht de rechtbank om haar de gunst van de opschorting toe te kennen .
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
J
p. 8
De rechtbank acht dat hier niet aangewezen. Dat zou onvoldoende de veroorzaakte schade herstellen.
Bovendien is helemaal niet aangetoond in welke mate de reclassering van de onderneming - die al
veroordeeld werd wegens stedenbouwkundige inbreuken - in het gevaar zou komen bij een veroor
deling.
De straf voor de rechtspersoon wordt bepaald via het omzetting voorzien in artikel 41bis van het Straf
wetboek.
De rechtbank acht een geldboete zoals hierna bepaald noodzakelijk.
Hiermee wordt uiting gegeven aan de maatschappelijke verontwaardiging die voor de feiten bestaat.
Die straf staat ook In verhouding tot de (maatschappelijke) schade die de beklaagde veroorzaakte.
Bij het bepalen van de omvang van de straf houdt de rechtbank wel rekening met het feit dat de be
klaagde ondertussen tot volledig herstel is overgegaan. Bijgevolg zal de rechtbank de geldboete ge
deeltelijk met uitstel opleggen. Dat moet de beklaagde ertoe aanzetten zich in de toekomst wel aan
de reglementering te houden en de kwaliteitsvereisten bij het verhuren van woningen strikter op te
volgen.
3.4 Verbeurdverklaring
18. Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van de som van 40.925,000 euro als
equtvalent van het vermogensvoordeel dat de beklaagde haalde uit het misdrijf. Het gaat om de huur
gelden van de verschillende wooneen heden die uit de bewezenverklaarde misdrijven en dus weder
rechtelijk zouden bekomen.
19. Aan de toepassingsvoorwaarden van de artikelen 42 en 43bis van het Strafwetboek is voldaan.
De vermogensvoordelen moeten principieel worden verbeurdverklaard, nu ze inherent deel uitmaken
van de in hoofde van beklaagden bewezenverklaarde misdrijven. Het is maatschappelijk niet te ver
antwoorden - wanneer de misdrijven bewezen zijn - dat de veroordeelde de bekomen vermogens
voordelen zou mogen behouden. Dit is een bijkomend signaal naar beklaagden om hen bewust te ma
ken dat dergelijke misdrijven nooit lonend kunnen zijn.
Bij de begroting van de vermogensvoordelen dient de rechtbank geen aftrek te doen van de kosten die
verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf, noch van de aankoopprijs van de goederen die het
misdrijf mogelijk hebben gemaakt, ongeacht of die goederen al dan niet wettelijk zijn verkregen of in
bezit zijn van de beklaagde.
De rechtbank Is evenmin gebonden door het bedrag waarvan het openbaar ministerie de verbeurd
verklaring vordert maar kan de geldwaarde zelf bepalen (zie o.m. Cass. 13 november 2007,
) .
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.9
Wanneer de rechter vaststelt dat de zaken die het vermogensvoordeel samenstellen niet meer vind
baar zijn in het vermogen van beklaagden, kan hij de tegenwaarde van dat vermogensvoordeel ramen
en de verbeurdverklaring bij equivalent bevelen van deze tegenwaarde.
20.
Ten onrechte ging het openbaar ministerie wel uit van 16 maanden huur voor wat woning 3
betreft, terwijl het openbaar ministerie maar dagvaardde voor een periode van 15 jull 2022 tot 23
november 2022, zodat de beklaagde hier maar een illegaal vermogensvoordeel van 4 maanden x 490
euro of 1.960 euro uit bekwam.
Wat de wooneenheid nr. 6 besliste de rechtbank dat het misdrijf maar bewezen is voor de periode 14
juli 2022 tot en met 23 november 2022. Voor die periode van 4 maanden bedraagt het vermogens
voordeel 4 x 435 euro of 1.740 euro.
De rechtbank verklaart dan ook in totaal de som van 10.250,00 euro dan ook verbeurd.
21. De verbeurdverklaring maakt geen onredelijke bestraffing ult zodat er ook geen reden is om de
bijzondere verbeurdverklaring te beperken.
4.
HERSTEL
22. De rechtbank stelt vast dat de beklaagde ondertussen de wooneenheden herstelde. De woon-
inspecteur bevestigde dat ook in zijn PV van 19 april 2023.
De rechtbank is niet gevat om enige inbreuk op de stedenbouw vast te stellen.
De herstelvordering is dan ook zonder voorwerp.
5.
BEOORDELING OP
GEBIED
5.1.
Vorderingen van
23.
tegen de beklaagde.
stelden zich burgerlijke partij
verscheen niet noch iemand voor hem.
24. De beklaagde legt evenwel een dading neer waarin
uitdrukkelijk afstand doen van iedere mogelijke vordering voor de correctio
nele rechtbank.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdellng Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 10
terechtzitting van 10 november 2025 verklaarde zijn raadsman ook dat hij dermate zwakzinnig is dat
houdt voor dat die overeenkomst met bedrog tot stand gekomen is. Op de
hij de volledige omvang van de dading niet begreep.
Dwaling of bedrog moeten natuurlijk bewezen worden. De burgerlijke partij legt hiervan geen enkel
bewijs voor. Ook van zijn zwakbegaafdheid ligt geen enkel stuk voor. De rechtbank kan dat hier dan
ook niet aannemen. Er is bijgevolg geen reden om de dading nietig te verklaren.
25. Gelet op de tussen partijen gesloten dading, is de burgerlijke vordering van de burgerlijke par-
tijen,
, bijgevolg onontvankelijk.
5.2. Overige burgerlijke belangen
26. Omdat de door beklaagde gepleegde misdrijven mogelijk schade hebben veroorzaakt, houdt de
rechtbank de burgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van de Voorafgaande
Titel wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.).
TOEGEPASTE WETTEN
De bijzondere wetten zoals vermeld In punt 1. Tenlasteleggingen;
Wet van 15 juni 1935, art. 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41;
Wetb. van strafvordering, art. 162, 182, 184, 185, 186, 189, 190, 190ter, 194, 195;
Strafwetboek, art. 2, 38 (geldboete), 42, 43bis, 65 eerste lid, 66, 79, 80;
Wet van S maart 1952, art. 1, gew. programmawet d.d. 24.12.1993, art. 1; gew. art.36 Wet 07.02 .2003;
Art. 2 en 3 van de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie (B.S. 30.12.2011);
Art. 6 Programmawet Il van 27.12.2006;
W.01.08.1985, art. 28, 29, gew. art. 1 l<.B. 31.10.2005;
Wet van 29 juni 1964, art. 8§1; gew.W. 10.2.1994;
Wet van 17.4.1878, art. 3 en 4; burg. wetb. art. 1382;
Wetb. strafrecht, art.44, 45.
UITSPRAAK
De rechtbank beslist op tegenspraak ten aanzien van
en
, de burgerlijke partij en op verstek ten aanzien van
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correct ionele rechtban k
Dertiende kamer
Vonnisn r
I
p. 11
OP STRAFGEBIED
De rechtbank:
verklaart de beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, AS,
A6 en A7, zij het dat de rechtbank het feit van de tenlastelegging A4 enkel bewezen verklaart
voor de periode van 14 juli 2022 tot en met 23 november 2022 en de beklaagde voor de overige
duur van de incriminatieperiode VRIJSPREEKT;
VEROORDEELT de beklaagde voor de bewezenverklaarde feiten samen tot een GELDBOETE van
24.000 EURO, dat is een geldboete van 3.000 euro, vermeerderd met de opdeciemen (x8);
verleent UITSTEL voor 16.000 euro, dat is 2.000 euro vermeerderd met opdeciemen (x8), van
het geheel van de geldboete van 24.000 euro voor een termijn van 3 jaar;
verklaart de eerste beklaagde VERBEURD van een bedrag van 10.250,00 euro, als equivalent
van de wederrechtelijk bekomen vermogensvoordelen .
Veroordeel1
tot betaling van :
-
een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke ge
welddaden en de occasionele redders;
-
-
-
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 34,55 EUR.
HERSTELVORDERING
De rechtbank stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp Is.
OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank:
verklaart de vorderingen var
en
onontvankelijk;
houdt de overige burgerlijke belangen aan.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
I
p. 12
Alles gebeurde in de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 juni 1935.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 12 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank, kamer OBM:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier