ADB:raad-van-state-brussel-15-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Raad van State Brussel
📅 2026-01-15
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Milieu
Geciteerde wetgeving
decreet van 5 april 1995
Samenvatting
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK In zake : VIIe KAMER A R R E S T nr. in de zaak van 15 januari 2026 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend...
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
In zake :
VIIe KAMER
A R R E S T
nr.
in de zaak
van 15 januari 2026
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
--------------------------------------------------------------------------------------------------
I. Voorwerp van het beroep
1.
Het beroep, ingesteld op 26 januari 2024, strekt tot de
nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en
Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 27 november 2023 waarbij het
bestuurlijk beroep tegen de beslissing van de Omgevingsinspectie
van
17 augustus 2023 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond
wordt verklaard.
II. Verloop van de rechtspleging
2.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend
en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Benny
heeft op 4 juli 2024 een verslag
opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en
een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie
ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft
plaatsgevonden op 4 december 2025.
Staatsraad
heeft verslag uitgebracht.
Advocaat
, die loco advocaat
verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Auditeur
heeft een met dit arrest eensluidend
advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der
talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Opheffing van de bestreden bestuurlijke maatregelen
3.
Op 28 juni 2024 heeft de afdeling Handhaving van het
departement Omgeving beslist tot “de opheffing van bestuurlijke maatregelen van
14 (lees: 17) augustus 2023 met kenmerk
volgens artikel
16.4.11 en 16.4.13 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid […]”.
4.
Verzoeker betwist niet dat voorliggend annulatieberoep
ingevolge de voornoemde beslissing tot opheffing van de bestuurlijke maatregelen
bij gebrek aan actueel belang als niet ontvankelijk dient te worden verworpen.
IV. Kosten
5.
De bestuurlijke maatregelen werden bij besluit van 28 juni 2024
opgeheven omdat verzoeker op 8 februari 2024 een omgevingsvergunning van
onbepaalde duur heeft verkregen voor de exploitatie van een inrichting voor de
recyclage van ferro- en non-ferro metalen waardoor voldaan was aan een in de
bestreden beslissing gestelde voorwaarde om tot de opheffing van de bestuurlijke
maatregelen te kunnen overgaan.
In de gegeven omstandigheden kan verzoeker geen aanspraak
maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot
nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van
24 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien januari tweeduizend zesentwintig,
door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
,
kamervoorzitter,
staatsraad,
staatsraad,
griffier.
bijgestaan door
De griffier
De voorzitter