ADB:raad-van-state-brussel-15-01-2026-2
Beslissingsdetails
🏛️ Raad van State Brussel
📅 2026-01-15
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Milieu
Natuur en Bos
Samenvatting
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER A R R E S T nr. van 15 januari 2026 in de zaak A. 241.910/VII-In zake : . bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advoca...
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
A R R E S T
nr.
van 15 januari 2026
in de zaak A. 241.910/VII-42.518
In zake :
.
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaten
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
--------------------------------------------------------------------------------------------------
I. Voorwerp van het beroep
1.
Het beroep,
ingesteld op 10 mei 2024, strekt
tot de
nietigverklaring van “het besluit van het departement Omgeving, afdeling
Handhaving dd. 12 maart 2024, waarbij het administratief beroep […] tegen het
besluit van de administrateur-generaal van het agentschap Natuur en Bos
dd. 22 november 2023 houdende het verbod van de jacht op de kleinwildsoorten
fazant, haas en patrijs op de jachtterreinen van wildbeheerseenheid
met ingang van 27 november 2023 tot en met
27 november 2024, onontvankelijk wordt verklaard en de procedure conform
art. 62, § 3, 1° van het Uitvoeringsbesluit van het DABM wordt beëindigd”.
II. Verloop van de rechtspleging
2.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend
en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur
heeft op 29 november 2024
een verslag opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en
een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie
ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft
plaatsgevonden op 4 december 2025.
Staatsraad
heeft verslag uitgebracht.
Advocaat
, die loco advocaten
verschijnt voor verzoeker, en advocaat
, die
verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur
heeft een met dit arrest
eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der
talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Ontvankelijkheid van het beroep
Standpunt van de partijen
3.
Verzoeker wijst er in zijn laatste memorie op dat de “geviseerde
bestuurlijke maatregel”, waarbij de jacht op de kleinwildsoorten fazant, haas en
patrijs werd verboden met ingang van 27 november 2023 tot en met 27 november
2024, inmiddels uit het rechtsverkeer is verdwenen, zodat het bestuurlijk beroep
tegen die maatregel “doelloos [is] geworden” aangezien de verwerende partij de
bestreden maatregel in beroep niet meer kan bevestigen, hervormen of opheffen en
de nagestreefde vernietiging hem derhalve geen voordeel meer kan opleveren.
4.
In haar laatste memorie valt de verwerende partij het standpunt
van verzoeker bij dat het annulatieberoep zijn voorwerp heeft verloren door “het
verstrijken [op 28 november 2024] van de sluitingsperiode [van de jacht
kleinwildsoorten]”.
Beoordeling
5.
Met de bestreden beslissing wordt het bestuurlijk beroep dat
verzoeker heeft ingesteld tegen de beslissing van de administrateur-generaal van
het Agentschap voor Natuur en Bos van 22 november 2023 waarbij de jacht op de
kleinwildsoorten fazant, haas en patrijs wordt verboden op de jachtterreinen van
de wildbeheereenheid
, niet ontvankelijk
verklaard. Zoals door verzoeker en de verwerende partij wordt opgemerkt, is de
termijn van het jachtverbod inmiddels verstreken. In het kader van de herneming
van de bestuurlijke beroepsprocedure na een vernietigingsarrest van de Raad van
State, zou de verwerende partij in de gegeven omstandigheden enkel kunnen
vaststellen dat de beroepsprocedure tegen de beslissing van 22 november 2023
geen voorwerp meer heeft door het verstrijken van de termijn van het aangevochten
jachtverbod en dat het beroep om die reden moet worden verworpen.
Om voormelde redenen dient te worden besloten dat verzoeker
niet langer voordeel kan halen uit de nagestreefde nietigverklaring van de bestreden
beslissing.
6.
Het beroep is niet ontvankelijk bij gebrek aan actueel belang.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring,
begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een
rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende
partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien januari tweeduizend zesentwintig,
door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
,
kamervoorzitter,
staatsraad,
staatsraad,
griffier.
bijgestaan door
De griffier
De voorzitter