ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-19-01-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2026-01-19
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 19 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 22CO30038 Rolnummer 25K001084 Notitienummer parket KO66.WI.100900/2022 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk Kamer K.17 Vonnis Aan...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
19 januari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
22CO30038
Rolnummer
25K001084
Notitienummer parket
KO66.WI.100900/2022
rechtbank van eerste aanleg
West-Vlaanderen, afdeling
Kortrijk
Kamer K.17
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 2
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van:
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiseres in herstel
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus
22, woonstkeuze doend bij haar raadsman
met als raadsman meester
, advocaat te
tegen:
, geboren
, ingeschreven te
,
, van Belgische nationaliteit, RRN:
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
,
male toestand
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
Actief Nor-
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
De beklaagden worden als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende
feiten:
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of over-
bewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 mei 2022
te
door
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
)
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 3
namelijk diverse kamerentiteiten in een hoeve gelegen te
ten kadaster onder
38a 45ca, toebehorende aan
volge inbreng van de geheelheid volle eigendom door
naamswijziging naar
te
op 28 juni 2012
, bekend
met een oppervlakte van
voor de geheelheid in volle eigendom en dit inge-
(op 1 juli 2020
aan
) bij akte verleden voor notaris
-------------------------
PROCEDURE
Gelet op de dagvaarding op 5 juli 2025 betekend aan de eerste beklaagde en de tweede beklaagde.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid
op 14 juli 2025 met
als referentie
.
De zaak werd ingeleid op de zitting van 15 september 2025 en werd op verzoek van raadsman van de
beklaagden uitgesteld tot de zitting van 15 december 2025.
De zaak werd behandeld op de openbare terechtzitting van 15 december 2025.
De wooninspecteur werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en werd gehoord in zijn middelen en
besluiten.
Het openbaar ministerie werd gehoord in zijn middelen.
De eerste en tweede beklaagden werden vertegenwoordigd door hun raadsman die werd gehoord in
zijn middelen en besluiten.
De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging.
OP STRAFGEBIED
1. DE FEITEN EN VOORGAANDEN
1.1. Op 7 april 2022 werd de wooninspecteur door het regionale meldpunt gecontacteerd omwille
van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet
voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
Op 27 april 2022 begaf de wooninspecteur
vergezeld van
, woningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
.
Na vertoon en voorlezing van de machtiging tot visitatie d.d. 21 april 2022 afgeleverd door de politie-
rechtbank
betraden zij de woongelegenheid.
De site betreft een hoevecomplex met een historische woning in gebruik als kamerwoning, een loods
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 4
en diverse bijgebouwen en stallingen. Een aantal bijgebouwen bevonden zich in erg vervallen toe-
stand.
De woning was in gebruik als kamerwoning met 6 kamers en omvatte een bewoonde gelijkvloers en
een zolder onder zadeldak.
In de woning werd een nieuwe indeling gemaakt met kamer 0/1 tot kamer 0/6.
Gemeenschappelijke voorzieningen met keuken en eetruimte, 2 afzonderlijke toiletten, 2 badkamers
(douche en lavabo), berging, inkom en gangen.
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
heeft een totaal van 23 kleine gebreken in categorie I, 17 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 22 kleine gebreken in categorie I, 19 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 23 kleine gebreken in categorie I, 17 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 14 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 25 kleine gebreken in categorie I, 18 ernstige gebreken in categorie
- het gebouw heeft een totaal van 2 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II
en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III.
- kamer
II en 5 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of menson-
waardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- badkamer
categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- badkamer
categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III.
- gemeenschappelijke keuken
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- toilet
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- toilet
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in
heeft een totaal van 2 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in
heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
heeft een totaal van 2 kleine gebreken in categorie I, 3 ernstige
heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
heeft een totaal van 23 kleine gebreken in categorie I, 17 ernstige gebreken in categorie
Er werd vastgesteld dat de dragende balken van de dakconstructie aangetast waren door houtworm,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 5
er was vochtschade, er was gevaar op elektrocutie door het loshangen van bekabeling en het niet af-
geschermd zijn van de zekeringskast, de hoofdkraan van het water was niet steeds toegankelijk voor
alle bewoners, aan het dak van het hoofdgebouw werden ontbrekende ramen vastgesteld, er was
geen EPC-attest aanwezig.
In de kamers werden verschillende gebreken vastgesteld met betrekking tot de toegankelijkheid, er
was gevaar op elektrocutie, vochtschade, het ontbreken van sanitaire functie, het ontbreken van ver-
warming, te kleine woonoppervlakte……
Er waren onvoldoende conforme gemeenschappelijke badfuncties, toiletfuncties en keukenfuncties.
De kamer
De kamer
De kamer
De kamer
werd bewoond door
werd bewoond door
werd bewoond door
werd bewoond door
.
.
.
(stukken 1 tot 128, technische vaststellingen en verslag, fotodossier)
1.2. De eerste beklaagde was bestuurder van de tweede beklaagde
De tweede beklaagde is een bedrijf met als activiteit onder andere het beheren en verhuren van on-
roerende goederen.
.
1.3. Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeed de woning niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Er werden stedenbouwkundige schendingen vastgesteld, namelijk een woning opsplitsen of in een
gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen, het verrichten van bouwwerken zonder vooraf-
gaande omgevingsvergunning.
1.4. Bij besluit van 6 mei 2022 van de burgemeester van
0/1 tot 0/6 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk 135).
werden de kamers
1.5. Op 13 mei 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor de woning gelegen te
.
1.6. Tijdens zijn verhoor op 21 juni 2022 verklaarde
dat hij bestuurder was van
Het betrof een patrimoniumvennootschap van zijn familie.
Het was de bedoeling dat hij er ooit ging wonen.
Eind 2020 waren de werken afgerond en waren de eerste bewoners erin gekomen.
Het waren dezelfde bewoners die ingeschreven waren en die bij hem bij
en
werkten. Het waren 5 à 6
Initieel moesten de bewoners niets betalen; later werd er overeengekomen dat elke persoon 200 of
250 euro per maand moest betalen.
De kosten voor huisvesting werden zeer sporadisch betaald. Er was geen schriftelijke overeenkomst
voor huisvesting (stukken 129 tot 134).
1.7. Tijdens zijn verhoor op 12 december 2023 verklaarde
werd overgenomen door
Sedert zijn vorig verhoor was er niets aan het pand gebeurd.
dat
.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 6
Hij verklaarde geen bestuurder meer te zijn en geen eigenaar meer te zijn van het gebouw (stukken
141 tot 144).
1.8. Op de brieven van de wooninspecteur d.d. 13 mei 2024 en d.d. juli 2024 gericht aan
en aan
kwam geen reactie (stukken 150 tot 156).
2. BEOORDELING VAN DE SCHULD TEN AANZIEN VAN
EN
2.1. Met ingang van 1 januari 2021 is de Vlaamse Codex Wonen van toepassing.
Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwaliteitsbewaking.
Het art. 3.1.§1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode) be-
paalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden.
Overeenkomstig de nieuwe regelgeving zijn de woonkwaliteitsnormen en de gebreken dezelfde maar
worden zij op een andere manier in aanmerking genomen.
Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt:
“Bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststelling van de specifieke
en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld in het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of
meer lijsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende drie categorieën:
1° gebreken van categorie I: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie II: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega-
tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de
woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie III: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor-
zaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van bewoners, waardoor
de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11 septem-
ber 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt in boek 3 de Woningkwaliteitsbewaking.
Het artikel 3.2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning
moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld zijn in de mo-
dellen van het technisch verslag die opgenomen zijn in bijlage 4, 5 en 6, die bij dit besluit zijn ge-
voegd.
2.2. Vanaf 1 januari 2021 wordt de strafbaarstelling in art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art.
20 §1, eerste lid Vlaamse Wooncode) omschreven als:
‘Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 7
zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen al-
leen.’
Artikel 3.36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt:
‘Het misdrijf bedoeld in artikel 3.34 of 3.35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000
euro en met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in de vol-
gende gevallen:
1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging
betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft.’
2.3. De boven vermelde categorieën (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) zijn terug te vinden
in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden opge-
steld door de woningcontroleur.
Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categorieën teruggebracht tot 3 categorieën.
De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, zijn gebreken van categorie III onder
de Vlaamse Codex Wonen.
De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I. Deze gebreken leiden niet tot een ongeschikt-
heid tenzij de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie I. In dat geval zal de woning auto-
matisch behept zijn met een gebrek van de categorie II.
Gebreken van de categorie II zullen de ongeschiktheid van de woning met zich meebrengen. Catego-
rie III heeft betrekking op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de woning.
Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie II of III.
Een woning is dus niet conform als zij gebreken vertoont van categorie II of categorie III.
2.4. De eerste beklaagde stelt dat er niet wetens en willens een inbreuk werd geleegd.
De tweede beklaagde stelt dat het misdrijf niet voor rekening van de vennootschap werd gepleegd.
De eerste beklaagde heeft beslist de werknemers daar te plaatsen. De tweede beklaagde kon dit niet
tegenspreken.
De eerste beklaagde stelt gehandeld te hebben onder druk van de omstandigheden, er waren onvol-
doende financiële middelen gezien het faillissement van de vennootschap waarin de bewoners(werk-
nemers) werden tewerkgesteld.
2.5.
was op het ogenblik van de feiten bestuurder van
is eigenaar van de hoeve gelegen te
.
heeft voor rekening van de vennootschap het pand ter beschikking gesteld van de be-
woners.
2.6. Het moreel element van het misdrijf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder/ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 8
heeft verhuurd of ter beschikking heeft gesteld.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
De verhuurder/ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurover-
eenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verant-
woordelijk voor behoud van de toestand.
Het moreel element van het misdrijf is voldoende bewezen.
2.7. Het materieel element van het misdrijf
De verhuurder/ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurover-
eenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verant-
woordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder/ ter beschikkingsteller moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de
woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden contro-
leren.
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken structurele gebreken zijn
die er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
De beklaagden kunnen niet omheen het feit dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig waren dat
zij geleid hebben tot het besluit van de burgemeester van
waarbij de woning en kamers ongeschikt en onbewoonbaar werden verklaard.
d.d. 6 mei 2022
Het materieel element van het misdrijf is voldoende bewezen.
De eerste beklaagde
stuur.
was bestuurder van
en belast met het be-
heeft als voorwerp onder andere het beheer van onroerende goederen en ver-
huring.
Hij had de algemene leiding over de bedrijfsvoering van de vennootschap en de beslissingsbevoegd-
heid, in het bijzonder over de regels van de naleving van de woonkwaliteit.
Binnen de rechtspersoon was er onvoldoende aandacht voor de naleving van de verplichtingen van
Vlaamse Codex Wonen, wat een eigen strafrechtelijke fout is van deze rechtspersoon.
De beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke on-
wetendheid, dwaling of overmacht.
De voor de beklaagden bewezen verklaarde misdrijven werden wetens en willens gepleegd.
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de feiten van de tenlastelegging
voor de eerste en tweede beklaagden bewezen zijn.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 9
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen en het fotodossier (cf. supra).
3. BEOORDELING VAN DE STRAF EN STRAFMAAT
3.1. Ten aanzien van de eerste beklaagde
De verhuring en ter beschikkingstelling van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de
veiligheid van de bewoners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder/ter beschikkingsteller.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
jaar.
De beklaagde is
Hij werd reeds 6 keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken.
Hij werd één keer veroordeeld door de correctionele rechtbank wegens inbreuken op de milieuregle-
mentering.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard, de duur en de ernst van de feiten, de begeleidende
omstandigheden, de persoonlijkheid en het strafverleden van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
Pas na de vaststellingen van de wooninspecteur werden er initiatieven genomen met het oog op het
herstel van de woning.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve
geldboete voor de beklaagde een gepaste straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen in-
zien en hem ervan te weerhouden gelijkaardige of andere feiten te plegen.
3.2. Ten aanzien van de tweede beklaagde
De verhuring en ter beschikkingstelling van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de
veiligheid van de bewoners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder/ter beschikkingsteller.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard, de duur en de ernst van de feiten, de begeleidende
omstandigheden, de identiteit en het strafverleden van de beklaagde.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 10
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
Pas na de vaststellingen van de wooninspecteur werden er initiatieven genomen met het oog op het
herstel van de woning.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel voor de beklaagde een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te
doen inzien en haar ervan te weerhouden gelijkaardige of andere feiten te plegen.
4. DE HERSTELVORDERING
4.1. Op 13 mei 2025 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor de woning gelegen te
.
4.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan de beklaagden om het onroerend goed en de erin ge-
legen woningen, gelegen te
kadastraal gekend onder
te herstellen door:
- als er een omgevingsvergunning bekomen wordt of het pand teruggebracht wordt naar zijn
vergunde toestand, deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen zodat er
geen overbewoning is;
- zo niet deze een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de
bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke beklaagde
en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W.
Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en
schepenen van
om :
- het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden
blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden,
- de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden.
De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even-
tueel verzet tegen een verstekvonnis.
4.3. De beklaagden stellen dat het herstel inmiddels werd uitgevoerd en verwijzen hiervoor naar een
aantal foto’s van de woning die zij voorlegden.
De eerste beklaagde stelt dat hij geen eigenaar is van de woning.
De beklaagden stellen dat de herstelvordering zonder voorwerp is.
4.4. Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel wor-
den veroordeeld.
De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 11
Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel.
De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand.
Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld.
Dit kan niet worden afgeleid uit de foto’s die de beklaagden voorlegden.
Er werd tot op heden geen proces-verbaal van herstel opgesteld.
De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond-
heids- en woonkwaliteitsvereisten.
Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk.
De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 10 maanden rekening hou-
dend met de reeds genoten termijnen.
De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van
de herstelwerkzaamheden voor elke beklaagde met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W.
De rechtbank merkt op dat
inmiddels gefusioneerd werd met de stad Tielt.
De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
machtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge-
breke zouden blijven.
worden ge-
Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft.
De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden.
5. OP BURGERLIJK GEBIED
De burgerlijke belangen worden overeenkomstig art. 4 al.2 van de voorafgaande titel van het Wet-
boek van strafvordering ambtshalve aangehouden .
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gezien de artikelen van voormelde tenlasteleggingen, alsook de artikelen
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
- 182, 184, 185, 189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering
- 38, 40, 50, 66, 79, 80 Sw.
- 1, 8 §1 W. 29.06.1964
- 1 Wet 05.03.1952
- 29 Wet 1.8.1985
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 12
Op tegenspraak ten aanzien van de eerste beklaagde
.
OP STRAFGEBIED
Verklaart de feiten van de tenlastelegging voor de eerste beklaagde
bewezen.
Veroordeelt
een geldboete van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot
Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen
vervangen worden door een gevangenisstraf van 90 dagen .
Veroordeelt
euro verhoogd met 70 opdeciemen, als bijdrage tot financiering van het Fonds tot financiële
hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namelijk 25,00
Veroordeelt
strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor
Op tegenspraak ten aanzien van de tweede beklaagde
OP STRAFGEBIED
Verklaart de feiten van de tenlastelegging voor de tweede beklaagde
bewezen.
Veroordeelt
tot een geldboete van 24.000 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen,
deels met uitstel zoals hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging
Aangezien
straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge
misdrijven te voorkomen gelast dat:
voldoet aan de wettelijke voorwaarden en de opgelegde
- de tenuitvoerlegging van de gelboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met
uitzondering van 12.000,00 effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd met 70
opdeciemen.
Veroordeelt
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namelijk
25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot
financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele
redders .
Veroordeelt
strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 13
Gerechtskosten
Veroordeelt
gerechtskosten bepaald op 365,57 euro.
solidair tot het betalen van de
DE HERSTELVORDERING
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en als volgt gegrond.
Beveelt
gelegen woningen, gelegen te
om het onroerend goed en de erin
kadastraal gekend onder
te herstellen door:
- als er een omgevingsvergunning bekomen wordt of het pand teruggebracht wordt naar zijn
vergunde toestand, deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen zodat er
geen overbewoning is;
- zo niet deze een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond
van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig
de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
en dit binnen een termijn van 10 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester
en schepenen van
veroordeelde
afzonderlijk een dwangsom zal worden verbeurd van
125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken
van de termijn van 10 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis.
door de veroordeelde
afzonderlijk en door de
Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit.
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de
termijn van 10 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen
van
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van
de veroordeelden
Wonen).
(artikel 3.47 Vlaamse Codex
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft.
Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op
.
Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond.
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel
van dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de
overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op
de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van
onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel
van verkrijging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 14
wenden een afschrift te bezorgen.
OP BURGERLIJK GEBIED
Houdt de burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande titel van
het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan .
Alles wat voorafgaat gebeurde in openbare terechtzitting in het Nederlands overeenkomstig
de bepalingen van de wet op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 19 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier