Naar hoofdinhoud

ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-19-01-2026

Beslissingsdetails

🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk 📅 2026-01-19 🌐 NL Vonnis

Rechtsgebied

Ruimtelijke Ordening Woonbeleid

Samenvatting

Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 1 Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 19 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 21CO22708 Rolnummer Notitienummer parket I...

Volledige tekst

Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 1 Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 19 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 21CO22708 Rolnummer Notitienummer parket IE66.WI.100200/2021 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk Kamer K.17 Vonnis Aangeboden op Niet te registreren Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 2 KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN Gezien de processtukken In de zaak van: HET OPENBAAR MINISTERIE, Eiseres in herstel WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22, woonstkeuze doend bij haar raadsman met als raadsman meester , advocaat te aan wie zich heeft gevoegd als burgerlijke partij : , wonende te vertegenwoordigd door meester , advocaat te tegen: , geboren , ingeschreven te , van Nederlandse nationaliteit, RRN: vertegenwoordigd door meester , advocaat te , met maatschappelijke zetel gevestigd te Ingeschreven onder het ondernemingsnummer vertegenwoordigd door meester , advocaat te , met maatschappelijke zetel gevestigd te Ingeschreven onder het ondernemingsnummer vertegenwoordigd door meester en meester , advocaten te Ingeschreven onder het ondernemingsnummer , Actief Normale toestand , met maatschappelijke zetel gevestigd te vertegenwoordigd door meester en meester , advocaten te , Ingeschreven onder het ondernemingsnummer , met maatschappelijke zetel gevestigd te vertegenwoordigd door meester en meester , advocaten te Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 3 , met maatschappelijke zetel gevestigd te Ingeschreven onder het ondernemingsnummer , vertegenwoordigd door meester en meester , advocaten te Ingeschreven onder het ondernemingsnummer , met maatschappelijke zetel gevestigd te , vertegenwoordigd door meester , advocaat te met beperkte aansprakelijkheid schappelijke zetel gevestigd te mingsnummer , met maat- , Ingeschreven onder het onderne- vertegenwoordigd door meester , advocaat te , geboren , van Belgische nationaliteit, RRN: , ingeschreven te vertegenwoordigd door meester , advocaat te , geboren , ingeschreven te , van Belgische nationaliteit, RRN: bijgestaan door meester , advocaat te , van Belgische nationaliteit, RRN: , geboren , ingeschreven te bijgestaan door meester , advocaat te De beklaagden worden als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende feiten: A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of over- bewoonde woning met verzwarende omstandigheden als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, (art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021) Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 3 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 4 1 te door in de periode van 24 december 2020 tot en met 21 april 2021 , Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te ten kadaster onder van 7a 10 ca, toebehorende aan de huwgemeenschap heelheid in volle eigendom en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris , bekend , met een oppervlakte voor de ge- op 29 november 2017, meer bepaald: - Kamer ten nadele van 2021 tot en met 21 april 2021) - Kamer ten nadele van met 21 april 2021) - Kamer ten nadele van (van 18 janauri 2021 tot en met 21 april 2021) - Kamer ten nadele van 21 april 2021) te (van 18 januari (van 24 december 2020 tot en (van 18 januari 2021 tot en met in de periode van 1 maart 2021 tot en met 15 december 2021 2 te door Namelijk diverse kamerentiteiten in verschillende gebouwdelen in het pand gelegen te , bekend ten kadaster onder , met een oppervlakte van 53a 30 ca, toebehorende aan voor de geheelheid in volle eigendom, en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris te op 14 mei 2018, Ten nadele van 3 te door in de periode van 15 december 2021 tot en met 31 januari 2023 Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te ten kadaster onder oppervlakte van 10a 63 ca, toebehorende aan , bekend , met een voor 1/100ste in volle eigendom en aan bij akte verleden voor voor 99/100ste in volle eigendom, aangekocht van notaris op 26 december 2023, meer bepaald: - Kamer ten nadele van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 5 - Kamer - Kamer ten nadele van ten nadele van 4 te door ) in de periode van 15 februari 2022 tot en met 23 oktober 2022 Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te ten kadaster onder vlakte van 36a 64 ca, toebehorende aan ingevolge akte aankoop verleden voor notaris bepaald: , bekend met een opper- voor de geheelheid in volle eigendom en dit op 19 februari 2021, meer - Kamer - Kamer - Kamer - Kamer ten nadele van ten nadele van ten nadele van ten nadele van B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of over- bewoonde woning als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, (art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021) Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. in de periode van 1 maart 2021 tot en met 15 december 2021 1 te door Namelijk diverse kamerentiteiten in verschillende gebouwdelen in het pand gelegen te , bekend ten kadaster onder met een oppervlakte van 53a 30 ca, toebehorende aan , voor de geheelheid in volle eigendom, en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris te op 14 mei 2018. Ten nadele van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 6 2 te door ) in de periode van 15 december 2021 tot en met 31 januari 2023 Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te ten kadaster onder oppervlakte van 10a 63 ca, toebehorende aan bekend , met een voor 1/100ste in volle eigendom en aan bij akte verleden voor voor 99/100ste in volle eigendom, aangekocht van notaris op 26 december 2023, meer bepaald: - Kamer - Kamer - Kamer ten nadele van ten nadele van ten nadele van 3 te door ) in de periode van 15 februari 2022 tot en met 23 oktober 2022 , Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te ten kadaster onder vlakte van 36a 64 ca, toebehorende aan ingevolge akte aankoop verleden voor notaris bepaald: , bekend , met een opper- voor de geheelheid in volle eigendom en dit op 19 februari 2021, meer - Kamer - Kamer - Kamer - Kamer ten nadele van ten nadele van ten nadele van ten nadele van tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Straf- wetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermo- gensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogens- voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk: - Kamer Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 3 bewoners x 220 euro = 1.980 euro - Kamer Van 24 december 2020 tot en met 21 april 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro - Kamer Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 4 bewoners x 220 euro = 2.640 euro - Kamer Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 2 bewoners x 220 euro = 1.320 euro Totaal vermogensvoordeel = 6.820 euro Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 7 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - : Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro : : Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro : Van 28 oktober 2021 tot 15 december 2021: 2 maanden x 220 euro = 440 euro Van 7 november 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro : Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro : Van 21 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro : Van 21 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro (woonde voordien in de Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : : Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro : Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro : Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro : Van 1 maart 2021 tot 8 april 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro Van 1 maart 2021 tot 16 augustus 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro : Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro : Van 1 maart 2021 tot 19 juni 2021: 2 maanden x 220 euro = 440 euro Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 8 Totaal vermogensvoordeel = 18.480 euro  Totaal vermogensvoordeel beide panden: 6.820 euro + 18.480 euro = 25.300 euro tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna ver- melde vermogensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk: Lastens - Van 1 maart 2021 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 21 februari 2022 (beëindiging huur- overeenkomst): 11 maanden x 4.000 euro = 44.000 euro  Totaal vermogensvoordeel = 44.000 euro tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermogensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogensvoordelen die recht- streeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk: Lastens : - Van 15 december 2021 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 28 januari 2023 (einde bewo- ning): 13 maanden x 750 euro = 9.750 euro  Totaal vermogensvoordeel = 9.750 euro tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwet- boek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermogens- voordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogensvoorde- len die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk: Lastens : - Van 15 februari 2022 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 23 oktober 2022 (einde bewo- ning): 8 maanden x 800 euro = 6.400 euro  Totaal vermogensvoordeel = 6.400 euro PROCEDURE ------------------------- Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de eerste beklaagde. Rolnummer 25K000479 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 9 Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de tweede beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de derde beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de vierde beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de vijfde beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de zesde beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de zevende beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de achtste beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de negende beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de tiende beklaagde. Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de elfde beklaagde. De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid . referentie op 18 april 2025 met als De zaak werd ingeleid op de zitting van 7 april 2025. De rechtbank regelde de conclusietermijnen en de zaak werd voor behandeling vastgesteld op de zit- ting van 17 november 2025. De zaak werd behandeld op de zitting van 17 november 2025. Op de zitting van 17 november 2025 verklaarden de raadslieden van partijen dat alle besluiten in de debatten mogen blijven. Het openbaar ministerie heeft zich hiertegen niet verzet. De wooninspecteur werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en werd gehoord in zijn middelen en besluiten. De burgerlijke partij middelen en besluiten. werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn Het openbaar ministerie werd gehoord in zijn middelen. De eerste beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen en besluiten. De tweede beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde- len en besluiten. De derde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in zijn middelen en besluiten. De vierde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde- len en besluiten. De vijfde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar middelen en besluiten. De zesde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar middelen en besluiten. De zevende beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in zijn midde- len en besluiten. De achtste beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde- len en besluiten. De negende beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in haar midde- len en besluiten. De tiende beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen en besluiten. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 10 De elfde beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen en besluiten. De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging en van de stukken neergelegd door par- tijen. A. OP STRAFGEBIED 1. De beklaagden dienen zich te verantwoorden om als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als een persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning al dan niet met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een ge- woonte werd gemaakt. 2. nootschap waarvan de e industrie. zijn exploitatievennootschappen gericht op diensten voor de pluimvee- ) is een holdingven- deel uitmaken. huurt verschillende panden en onderverhuurt deze panden vervolgens aan . is bestuurder van , 1. BEOORDELING VAN DE SCHULD 1.1. VOORAFGAAND 1.1.1. Met ingang van 1 januari 2021 is de Vlaamse Codex Wonen van toepassing. Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwaliteitsbewaking. Het art. 3.1.§1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode) be- paalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden. Overeenkomstig de nieuwe regelgeving zijn de woonkwaliteitsnormen en de gebreken dezelfde maar worden zij op een andere manier in aanmerking genomen. Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt: “Bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststelling van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld in het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of meer lijsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende drie categorieën: 1° gebreken van categorie I: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken; 2° gebreken van categorie II: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega- tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning; 3° gebreken van categorie III: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor- zaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van bewoners, waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 11 Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11 septem- ber 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt in boek 3 de Woningkwaliteitsbewaking. Het artikel 3.2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld zijn in de mo- dellen van het technisch verslag die opgenomen zijn in bijlage 4, 5 en 6, die bij dit besluit zijn ge- voegd. 1.1.2. Vanaf 1 januari 2021 wordt de strafbaarstelling in art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20 §1, eerste lid Vlaamse Wooncode) omschreven als: ‘Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen al- leen.’ Artikel 3.36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt: ‘Het misdrijf bedoeld in artikel 3.34 of 3.35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in de vol- gende gevallen: 1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, 2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft.’ 1.1.3. De nieuwe strafbaarstelling die vanaf 1 januari 2021 geldt moet beschouwd worden als een mildere strafwet in de zin van artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek. Dit houdt in dat overtreders zich vanaf die datum kunnen beroepen op de nieuwe strafbaarstelling ook wanneer zij worden vervolgd voor misdrijven die voordien werden gepleegd. (Vgl. T. Vandromme, D. Vermeir, Woningkwaliteitsbewaking volgens de Vlaamse Codex Wonen, In- tersentia 2020, 46-47) De feiten van de tenlastelegging zoals omschreven in de dagvaarding vallen onder de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen. 1.1.4. De boven vermelde categorieën (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) zijn terug te vin- den in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden op- gesteld door de woningcontroleur. Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categorieën teruggebracht tot 3 categorieën. De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, zijn gebreken van categorie III onder de Vlaamse Codex Wonen. De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I. Deze gebreken leiden niet tot een ongeschikt- heid tenzij de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie I. In dat geval zal de woning auto- matisch behept zijn met een gebrek van de categorie II. Gebreken van de categorie II zullen de ongeschiktheid van de woning met zich meebrengen. Catego- rie III heeft betrekking op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de woning. Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie II of III. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 12 Een woning is dus niet conform als zij gebreken vertoont van categorie II of categorie III. De rechtbank is van oordeel dat gebreken die vóór 1 januari 2021 werden vastgesteld volstaan om te oordelen of de woning al dan niet-conform is volgens de nieuwe regelgeving en of de feiten strafbaar zijn. De oude en de nieuwe technische verslagen verschillen op een aantal punten van elkaar. Deze technische bepalingen zijn opgenomen in de uitvoeringsbesluiten. De feiten die ingevolge het vroegere besluit strafbaar waren op het ogenblik waarop ze werden ge- leegd blijven strafbaar zelfs indien ze ingevolge het latere besluit, genomen ter uitvoering van de- zelfde wetskrachtige akte of een gewijzigde wetskrachtige akte met een ongewijzigd gebleven straf- baarstelling, ten tijde van de uitspraak geen strafbaar feit meer zouden opleveren. (Vgl. Cass. 7 juni 2016, . De gebreken van categorie II, III en IV die vastgesteld werden in de technische verslagen zoals die van kracht waren vóór 1 januari 2021 zijn ook na 1 januari 2021 strafbaar. De strafbaarstelling is niet opgeheven. 1.2. Tenlastelegging A1 ten aanzien van gecontac- Op 11 januari 2021 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ werkne- teerd omdat er zich in de woning gelegen te mers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu- ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). Op 24 februari 2021 begaf de wooninspecteur woningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te vergezeld van Na vertoon en voorlezing van de machtiging tot visitatie afgeleverd bij beschikking van 12 februari 2021 van de politierechtbank dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst. gaven zij door middel van hun Het pand omvat een half open bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping. Het gelijkvloers bestaat uit een eetplaats, berging/wasplaats, keuken, kamer 0/1, toilet. De eerste verdieping: badkamer, kamer 1/1, kamer 1/2 en kamer 1/3. Gelijkvloers: handelszaak. De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt: - het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten in het pand: vochtschade aan buitenmuren, vochtschade aan de binnenmuren in de inkomhall, barst in dragende balk in de kelder, ontbreken rookmelder in de kelder, ontbreken rookmelder in gemeenschappelijke wasplaats, douche is niet aangesloten op de watertoevoer…. Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - kamer II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond door drie personen, o.a. risico op elektrocutie, geen mogelijkheid tot verluchten, indicatie van heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 9 ernstige gebreken in categorie Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 13 heeft een totaal van 12 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 12 kleine gebreken in categorie I, 9 ernstige gebreken in categorie risico op CO-vergiftiging); - kamer II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond door drie personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging); - kamer II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond door vier personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging); - kamer II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond door twee personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging); - gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III; - toilet: heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; heeft een totaal van 13 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie werd bewoond door - kamer 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021; - kamer werd bewoond door tot en met 21 april 2021, - kamer werd bewoond door van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021; - kamer werd bewoond door 21 april 2021. verklaarde dat hij sinds 2018 voor van van 24 december 2020 van 18 januari 2021 tot en met verklaarde dat hij sinds 6 maanden voor in België werkte. werkte. verklaarde dat hij sinds 2 jaar voor werkte. was de grote baas. Zij betaalden geen huur maar de kosten voor hun verblijf (huur, elektriciteit, internet) werden van hun loon afgehouden. verklaarden dat zij sinds de zomer werkten. van 2020 voor Zij wisten niet of zij betaalden voor de woning. Zij wisten enkel dat ze 350 à 400 euro per week ver- dienden. verklaarden dat ze beiden voor werkten. Ze ontvingen 350 uur per week als loon. Ze wisten niet of er iets van hun loon werd afgehouden voor stukken 1 tot 47, vaststellingen , technisch verslag en fotodossier). hun verblijf (Kaft pand Tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij de woning had verhuurd aan Het goed werd door hem verhuurd om personen te huisvesten en werd door de huurster ter be- schikking gesteld van haar werknemers om er tijdelijk te verblijven gedurende de periodes waarin zij in de regio tewerkgesteld zijn (stukken 93 en 94 en 62 en 63). Op 29 januari 2020 werd huurster (stuk 64). Op 30 april 2021 werd tussen ten betreffende de beëindiging van de huurovereenkomst (stuk 83). een dadingsovereenkomst afgeslo- als huurster vervangen door als Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 14 dat hij als bestuurder van Tijdens zijn verhoor verklaarde tract had afgesloten betreffende het pand gelegen te Hij stelde nooit in Hij verklaarde dat de arbeiders niets moesten betalen voor huisvesting. Zij betaalden wel een varia- bele vergoeding voor gas, water elektriciteit, internet en afval. Hij stelde dat sinds 31 december 2020 de activiteiten van teiten naar aanleiding van de verwerving van gestaakt zijn en dat de activi- opgesplitst werd naar te zijn geweest. het huurcon- . Hij stelde dat het beheer deed van de huisvesting (stukken 111 en 112). . Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 2 april 2021 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te . Op 21 april 2022 werd door de wooninspecteur vastgesteld dat de herstelvordering uitgevoerd werd (stuk 146). De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging. Het moreel element van het misdrijf stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be- stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot- schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd. Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist dat de woning met bepaalde gebreken behept was. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. De rechtbank is van oordeel dat het niet is aangetoond dat een ter beschikkingsteller en dat zij wetens en willens haar medewerking heeft verleend aan de fei- ten van de tenlastelegging. Het moreel element is voor de beklaagde kan worden beschouwd als niet bewezen. De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 15 Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver- huurd mochten worden. Het feit dat destijds op 22 december 2017 een plaatsbeschrijving voor de woning werd opgesteld en ondertekend doet hieraan geen afbreuk. zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting van buitenlandse werknemers. Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel te wijten aan hun tekortkomingen. hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehan- deld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan. Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne- lijke dwaling of onwetendheid. De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbeschikkingstelling. Het moreel element van het misdrijf is voor wezen. Het materieel element van het misdrijf voldoende be- stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. De rechtbank is van oordeel dat het niet is aangetoond dat medewerking heeft verleend aan de feiten van de tenlastelegging. Het materieel element van het misdrijf is voor niet bewezen. wetens en willens haar De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen delijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.2.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De overwegingen van werknemers zijn ter zake niet dienend. Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand hebben uitgevoerd. in verband met de gedragingen van de buitenlandse blijkt dui- Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 16 De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor wezen. voldoende be- De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A1 voor niet bewezen zijn. wordt vrijgesproken voor de feiten van de tenlastelegging A1. De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A1 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.3. Tenlastelegging A2 ten aanzien van gecontacteerd omdat er in de Op 10 november 2021 werd de wooninspecteur door de PZ woning gelegen te werknemers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). Op 10 november 2021 begaf de wooninspecteur nen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te van het agentschap Wo- . De vaststellingen van de wooninspecteur gebeurden op heterdaad in zijn hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. De site betreft een omvangrijk voormalig agrarisch complex met verschillende gebouwen en ge- bouwdelen. Gebouwdeel 1 is volledig gescheiden van de gebouwdelen 2 en 3. Het gebouwdeel omvat in totaal 6 kamers met gemeenschappelijke voorzieningen voor minstens 14 personen. Gelijkvloers: gemeenschappelijke inkom, gemeenschappelijke leefruimte, gemeenschappelijke keu- ken, gemeenschappelijke eetplaats, gemeenschappelijke wasplaats met 1 bad, 1 douche, 2 toiletten en 2 lavabo’s. Eerste verdieping: 6 kamers en gemeenschappelijke trap en gang. De bewoners van de kamers in gebouwdeel 1 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen voor wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid. Voor wat betreft gebouwdeel 1 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhouden: - ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar; - onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen- schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of buiten werking gesteld; - risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 17 zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen; - stabiliteitsproblemen (gebrek categorie I of II): betonnen draagstructuur tussen gelijkvloers en eerste verdieping is op verschillende plaatsen aangetast door corrosie; - kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II); - onveilige trap (gebrek categorie II); - onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III); - onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II); - kamers hebben geen eigen brievenbus (gebrek categorie I); - beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II); - overbewoning. Het gebouwdeel 1 werd in hoofdzaak bewoond door mensen van Roemeense afkomst. De gebouwdelen 2 en 3 werden in hoofdzaak bewoond door mensen van Bulgaarse afkomst. Door de politie-inspecteurs werden verschillende personen geïdentificeerd (Kaft notitienummer stukken 1 tot 15). De site werd op 2 december 2021 op basis van artikel 135 Gemeentewet onbewoonbaar verklaard. De site is eigendom van De bewoners waren tewerkgesteld door ”. . Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur vergezeld van , woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te (stukken 47 tot 95). Tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij de enige bestuurder was van Hij had zijn activiteiten overgelaten aan . Hij bezocht telkens klanten van hem waarbij hij onder de prijs ging met als doel hem uit de markt te concurreren. De site aan tot 2021. Maximum waren er 12 arbeidskrachten tegelijkertijd gehuisvest. Hij stelde niet op de hoogte te zijn van de stedenbouwkundige inbreuk. Hij was misschien nonchalant geweest wanneer hij bijkomende kamers had voorzien (stukken 101 en 102). had voor huisvesting gediend voor zijn arbeidskrachten vanaf 2018 Tijdens zijn verhoor verklaarde genomen. Op het ogenblik van de overname en voorafgaand daaraan waren werknemers van dat hij het bedrijf had over- Hij stelde dat de huurkoopovereenkomst door hem in eigen naam werd gesloten. De mensen die er gehuisvest waren werkten ofwel bij . op de site. De huurovereenkomst ging in op 1 maart 2021. was betrokken als beheerder (stukken 112 en 113). Door de wooninspecteur werd een opgave gemaakt van de personen die wat betreft het pand gele- gen te , geïdentificeerd werden (stukken 114 en 115). De kamers werden bij besluit van de burgemeester van d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stukken 272-273). Het gebouwdeel 2 omvat in totaal 11 kamers met voorzieningen voor minstens 19 personen, dubbele keuken en 3 toiletten. Het omvat een gelijkvloers met 4 kamers, een tussenverdieping met 1 kamer, een verdieping met 6 kamers. Het gebouwdeel 3 betreft een houten constructie met uitsluitend een gelijkvloerse verdieping. De Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 18 houten constructie omvat een grote kamer met 5 matrassen en een kleine kamer met een matras. De bewoners van de kamers in de gebouwdelen 2 en 3 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voor- zieningen wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid. Voor wat betreft gebouwdelen 2 en 3 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhou- den (Kaft met notitienummer - stukken 1 tot 26): - ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar; - onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen- schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of buiten werking gesteld; - risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen; - ramen en deuren (gebrek categorie II): minstens 1 kamer heeft een kapot raam door glasbreuk; - kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II); - onveilige trap (gebrek categorie II); - onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III); - onvoldoende verwarming (gebrek categorie III); - onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II); - vochtschade (gebrek categorie II); - de kamers hebben geen eigen lavabo (gebrek categorie I); - geen verwarming van badfunctie (categorie II of III); - gemeenschappelijke voorzieningen niet slotvast afsluitbaar (gebrek categorie I of II); - toiletfunctie en badfunctie niet gescheiden (gebrek categorie I); - beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II); - onvoldoende functies: bad- keuken- toiletfuncties (gebreken categorie II en III); - overbewoning. De politie identificeerde in totaal 22 personen voor deze gebouwdelen. Op het adres stonden ook nog andere personen ingeschreven (stukken 611 tot 625). De bewoners die ter plaatse aangesproken werden verklaarden voor sector. Zij verklaarden dat de huisvesting werd geregeld via te werken in de pluimvee- Het pand gelegen te werd bij besluit van de burgemeester van d.d. 2 december 2021 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk 55). Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur vergezeld van , woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te (stukken 81 tot 207). De kamers burgemeester van ken 632-634). werden bij besluit van de d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk- Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 19 . De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging. Het moreel element van het misdrijf stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be- stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot- schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd. Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. Buitenlandse onderneming stelt dat zij deel uitmaakt van en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist dat de woning met bepaalde gebreken behept was. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 20 De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat buitenlandse onder- neming kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller en dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van de ven- . De betrokken bestuurders werden niet verhoord. nootschappen Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden. Het moreel element is voor de beklaagden buitenlandse onderneming niet bewezen. De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver- huurd mochten worden. De beklaagden zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog de huisvesting van buitenlandse werkne- mers. Voor zover de beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel te wijten aan hun tekortkomingen. Beklaagden hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan. De beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwa- ling of onwetendheid. De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud van de toestand. Het feit of er al dan niet een plaatsbeschrijving werd opgemaakt voor het gebruik van het pand doet hieraan geen afbreuk. Het moreel element van het misdrijf is voldoende bewezen voor . Het materieel element van het misdrijf Buitenlandse onderneming stelt dat zij deel uitmaakt van en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat buitenlandse onder- neming wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. Het materieel element van het misdrijf is voor niet bewezen. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 21 De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.3.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De overwegingen van beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werknemers zijn ter zake niet dienend. Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand hebben uitgevoerd. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A2 voor bui- tenlandse onderneming Buitenlandse onderneming van de tenlastelegging A2. niet bewezen zijn. worden vrijgesproken voor de feiten De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A2 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.4. Tenlastelegging A3 ten aanzien van Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ teerd omdat er in de woning gelegen te werkne- mers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu- ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). gecontac- Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te vergezeld van wo- , Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst. Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers bezocht. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 22 Het pand betreft een gesloten bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping. Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, kamer woonkamer, gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijk toilet en gemeenschappelijke berging. De eerste verdieping: kamer , gemeenschappelijke badkamer met bad en toilet. , gemeenschappelijke met berging, kamer kamer kamer De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt: heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 6 ernstige gebreken in categorie - het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten in het pand: op de zolder werden twee trekbalken ondersteund met schoren, de verdeelkast van de elektriciteit bevond zich in kamer en was niet bereikbaar voor alle bewoners, de bewoners maken gebruik van stekkerblokken wat kan leiden tot overbelasting van de elektrische installatie, de hoofwaterkraan was niet toegankelijk voor alle bewoners, rookmelder in gemeenschappelijke ruimte ontbreekt, raam op gemeenschappelijke traphal bestaat uit enkele beglazing, geen dakisolatie. Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (risico op elektrocutie, geen mogelijkheid tot verluchten, geen leuning aan de trap, geen borstwering aan terras); - kamer II en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarming, trap heeft geen leuning, geen rookmelder); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap, enkele beglazing); - gemeenschappelijke leefkamer: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - gemeenschappelijke badkamer: heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie - kamer - kamer - kamer werd bewoond door werd bewoond door werd bewoond door ; ; . Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 23 Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer niet conform wa- , stukken 1 tot 46). Tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij eigenaar was van het pand gelegen te , Hij had het pand eerst verhuurd aan een landbouwer. Daarna had hij 6 maanden een gezin en hem gecontacteerd om de woning te huren. seizoenarbeiders erin ondergebracht. Zij hadden erin verbleven tot november 2021. In 2021 had de firma Zij waren bij hem terechtgekomen door de landbouwer. Daarna werd een huurovereenkomst met De huurprijs bedroeg 750 euro per maand. Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van Er was geen huurachterstand. Tijdens de verhuring had hij nooit de woning bezocht. Hij had iets opgevangen dat er vaak wisselende personen in het huis verbleven, maar mensen uit de Westhoek zijn vaak niet zo spraakzaam. Hij stelde in vertrouwen te hebben gehandeld. Het huis was in orde toen het verhuurd werd, nu was het een stort (stukken 74 en 75). opgesteld voor de duur van 2 jaar. . Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging. Het moreel element van het misdrijf stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be- stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot- schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd. Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat zij deel uitmaakt van stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist dat de woning met bepaalde gebreken behept was. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 24 Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller en De betrokken bestuurders werden niet verhoord. Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden. Het moreel element is voor de beklaagden niet bewezen. De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver- huurd mochten worden. zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting van buitenlandse werknemers. Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel te wijten aan hun tekortkomingen. hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan. Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne- lijke dwaling of onwetendheid. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de ter be- schikkingstelling. Het moreel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. Het materieel element van het misdrijf en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat zij deel uitmaakt van stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 25 contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. Het materieel element van het misdrijf is voor niet bewezen. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer niet conform wa- stukken 1 tot 46). Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.4.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De overwegingen van de beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werkne- mers zijn ter zake niet dienend. Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand hebben uitgevoerd. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A3 voor bui- tenlandse onderneming Buitenlandse onderneming van de tenlastelegging A3. worden vrijgesproken voor de feiten niet bewezen zijn. De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A3 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.5. Tenlastelegging A4 ten aanzien van Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ teerd omdat er zich in de woning gelegen te gecontac- werknemers van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 26 buitenlandse origine zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnor- men). Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te vergezeld van wo- Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst. Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers bezocht. Het pand betreft een alleenstaande hoevewoning in gebruik als kamerwoning en bestaande uit ge- lijkvloers en 1 verdieping. Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, gemeenschappelijke keuken, ge- meenschappelijke badkamer met douche en toilet, kamer gemeenschappelijke berging. De eerste verdieping: kamer , gemeenschappelijk toilet. , kamer kamer kamer De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt: heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 16 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 14 ernstige gebreken in categorie - het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten in het pand: onder de elektriciteitskast zijn er contactpunten die niet afgeschermd zijn, elektrische geleider aan de buitengevel onvakkundig afgeschermd, er ontbreekt glas in een raam van de gemeenschappelijke garage, op verschillende plaatsen liggen dakpannen los. Het gebouw heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III; - kamer II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 8 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen onderverluchting, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (boven deuropening in wand verhoogde vochtwaarde, deur van kamer ontbreekt, water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 7 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 9 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 18 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 27 mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen natuurlijke verlichting, geen verluchtingsmogelijkheid, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - bad in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - toilet in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 6 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - gemeenschappelijk toilet (eerste verdieping): heeft een totaal van 1 klein gebrek in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. - kamer - kamer - kamer werd bewoond door werd bewoond door werd bewoond door ; Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten waren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld, woonentiteit niet conform de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen (Kaft met notitienummer niet conform is stukken 1 tot 51). dat hij sinds twee jaar eigenaar was van de woning Tijdens zijn verhoor verklaarde en dat de woning bij de aanvang van de huurovereenkomst in goede staat van onderhoud was. Na de aankoop had hij de verwarming en elektriciteit in orde gebracht. Hij had geen structurele wer- ken in de woning uitgevoerd. De woning werd voor een korte duur verhuurd aan Hij had zelf een kippenbedrijf en zo kende hij Hij verhuurde voor een korte periode omdat hij van anderen had gehoord dat het soms moeilijk was om de huurders uit het pand te krijgen. De huurovereenkomst werd afgesloten op verzoek van Betreffende de woning had hij contact met Tijdens de huurovereenkomst was hij niet in de woning geweest. als servicebedrijf. . . zou regelmatig langsgaan en alles opvolgen. Hij had geen contact met de bewoners. Soms zag hij een busje passeren. Hij zwaaide dan maar had geen idee wie daar woonde en met hoe- veel. Hij was na het vertrek van de bewoners redelijk verschoten over de toestand van het pand. De huurprijs voor de woning bedroeg 800,00 euro per maand en 70,00 euro voor het internet. Er was geen huurachterstand. Het was niet de bedoeling dat de bewoners daar hun domicilie zouden hebben. Hij dacht dat de woning zou gebruikt worden om mensen gedurende een korte periode tijdelijk erin onder te brengen. Hij was er zich niet van bewust dat de strenge woonnormen van toepassing waren. Tijdens de duur van de huurovereenkomst werd hij nooit aangesproken om schade te herstellen. Hij stelde dat de vastgestelde gebreken in hoofdzaak het gevolg waren van beschadigingen die in de loop van de huurovereenkomst waren aangebracht. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 28 Het was nooit zijn bedoeling om zich te verrijken op de rug van zwakke personen. Hij was van mening dat de woning voldeed en verwees hiervoor naar de omstandige plaatsbeschrij- ving (stukken 78 tot 123). Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te . Bij besluit van de burgemeester van d.d. 9 februari 2023 werden de kamers ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24 juni 2024). De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging. Het moreel element van het misdrijf stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be- stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot- schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd. Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat zij deel uitmaakt van stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist dat de woning met bepaalde gebreken behept was. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat de woning behept was met gebreken. Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig mogelijk op. Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen. Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is. De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller en Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 29 De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van De betrokken bestuurders werden niet verhoord. Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden. Het moreel element is voor de beklaagde niet bewezen. De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver- huurd mochten worden. zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting van buitenlandse werknemers. Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel te wijten aan hun tekortkomingen. hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan. Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne- lijke dwaling of onwetendheid. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbe- schikkingstelling. Het moreel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. Het materieel element van het misdrijf Buitenlandse onderneming stelt dat zij deel uitmaakt van en dat zij niet betrokken is bij de feiten. stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor- deeld. Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden. De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging. Het materieel element van het misdrijf is voor niet bewezen. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 30 Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen (cf. supra sub 1.5). Bij besluit van de burgemeester van d.d. 9 februari 2023 werden de kamers ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24 juni 2024). Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.5.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De overwegingen van de beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werkne- mers zijn ter zake niet dienend. Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand hebben uitgevoerd. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A4 voor niet bewezen zijn. worden vrijgesproken voor de feiten van de tenlastelegging A4. De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A4 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.6. De gewoonte als verzwarende omstandigheid voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4 Gezien de vrijspraak van leggingen A2, A3 en A4 is de verzwarende omstandigheid van de gewoonte evenmin bewezen. voor de feiten van de tenlaste- Gezien de vrijspraak van de verzwarende omstandigheid van de gewoonte evenmin bewezen. voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4 is De rechtbank is van oordeel dat de verzwarende omstandigheid van de gewoonte voldoende bewe- zen is: - in hoofde van - in hoofde van - in hoofde van wat betreft de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4, wat betreft de tenlasteleggingen A2, A3 en A4 wat betreft de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4 Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 31 De beklaagden hebben zich in de gegeven omstandigheden gedurende een langere periode met be- trekking tot meerdere panden schuldig gemaakt aan de verhuring en/of terbeschikkingstelling van niet-conforme kamers aan meerdere personen (cf. supra). De rechtbank is van oordeel dat de verzwarende omstandigheid van de gewoonte niet bewezen is: - in hoofde van - in hoofde van wat betreft tenlastelegging A2; wat betreft telastlegging A2. 1.7. Tenlastelegging B1 ten aanzien van gecontacteerd omdat er in de Op 10 november 2021 werd de wooninspecteur door de PZ woning gelegen te 15 buitenlandse werknemers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). Op 10 november 2021 begaf de wooninspecteur nen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te van het agentschap Wo- . De vaststellingen van de wooninspecteur gebeurden op heterdaad in zijn hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. De site betreft een omvangrijk voormalig agrarisch complex met verschillende gebouwen en ge- bouwdelen. Gebouwdeel 1 is volledig gescheiden van de gebouwdelen 2 en 3. Het gebouwdeel omvat in totaal 6 kamers met gemeenschappelijke voorzieningen voor minstens 14 personen. Gelijkvloers: gemeenschappelijke inkom, gemeenschappelijke leefruimte, gemeenschappelijke keu- ken, gemeenschappelijke eetplaats, gemeenschappelijke wasplaats met 1 bad, 1 douche, 2 toiletten en 2 lavabo’s. Eerste verdieping: 6 kamers en gemeenschappelijke trap en gang. De bewoners van de kamers in gebouwdeel 1 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen voor wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid. Voor wat betreft gebouwdeel 1 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhouden: - ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar; - onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen- schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of buiten werking gesteld; - risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen; - stabiliteitsproblemen (gebrek categorie I of II): betonnen draagstructuur tussen gelijkvloers en eerste verdieping is op verschillende plaatsten aangetast door corrosie; - kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II); - onveilige trap (gebrek categorie II); - onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III); - onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II); - kamers hebben geen eigen brievenbus (gebrek categorie I); - beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II); Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 32 - overbewoning. Het gebouwdeel 1 werd in hoofdzaak bewoond door mensen van De gebouwdelen 2 en 3 werden in hoofdzaak bewoond door mensen van Door de politie-inspecteurs werden verschillende personen geïdentificeerd (Kaft notitienummer afkomst. afkomst. stukken 1 tot 15). De site werd op 2 december 2021 op basis van artikel 135 Gemeentewet onbewoonbaar verklaard. De site is eigendom van De bewoners waren tewerkgesteld door ”. . Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur vergezeld van , woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te (stukken 47 tot 95). Tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij de enige bestuurder was van Hij had zijn activiteiten overgelaten aan . Hij bezocht telkens klanten van hem waarbij hij onder de prijs ging met als doel hem uit de markt te concurreren. De site aan tot 2021. Maximum waren er 12 arbeidskrachten tegelijkertijd gehuisvest. Hij stelde niet op de hoogte te zijn van de stedenbouwkundige inbreuk. Hij was misschien nonchalant geweest wanneer hij bijkomende kamers had voorzien (stukken 101 en 102). had voor huisvesting gediend voor zijn arbeidskrachten vanaf 2018 Tijdens zijn verhoor verklaarde genomen. Op het ogenblik van de overname en voorafgaand waren werknemers van dat hij het bedrijf had over- gehuisvest op de site. De huurovereenkomst ging in op 1 maart 2021. Hij stelde dat de huurkoopovereenkomst door hem in eigen naam werd gesloten. De mensen die er gehuisvest waren werkten ofwel bij . was betrokken als beheerder (stukken 112 en 113). Door de wooninspecteur werd een opgave gemaakt van de personen die wat betreft het pand gele- gen te , geïdentificeerd werden (stukken 114 en 115). De kamers werden bij besluit van de burgemeester van d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stukken 272-273). Het gebouwdeel 2 omvat in totaal 11 kamers met voorzieningen voor minstens 19 personen, dubbele keuken en 3 toiletten. Het omvat een gelijkvloers met 4 kamers, een tussenverdieping met 1 kamer, een verdieping met 6 kamers. Het gebouwdeel 3 betreft een houten constructie met uitsluitend een gelijkvloerse verdieping. De houten constructie omvat een grote kamer met 5 matrassen en een kleine kamer met een matras. De bewoners van de kamers in de gebouwdelen 2 en 3 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voor- zieningen wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid. Voor wat betreft gebouwdelen 2 en 3 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhou- den (Kaft met notitienummer - stukken 1 tot 26): - ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar; - onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen- Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 33 schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of buiten werking gesteld; - risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen; - ramen en deuren (gebrek categorie II): minstens 1 kamer heeft een kapot raam door glasbreuk; - kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II); - onveilige trap (gebrek categorie II); - onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III); - onvoldoende verwarming (gebrek categorie III); - onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II); - vochtschade (gebrek categorie II); - de kamers hebben geen eigen lavabo (gebrek categorie I); - geen verwarming van badfunctie (categorie II of III); - gemeenschappelijke voorzieningen niet slotvast afsluitbaar (gebrek categorie I of II); - toiletfunctie en badfunctie niet gescheiden (gebrek categorie I); - beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II); - onvoldoende functies: bad- keuken- toiletfuncties (gebreken categorie II en III); - overbewoning. De politie identificeerde in totaal 22 personen voor deze gebouwdelen. Op het adres stonden ook nog andere personen ingeschreven (stukken 611 tot 625). De bewoners die ter plaatse aangesproken werden verklaarden voor sector. Zij verklaarden dat de huisvesting werd geregeld via te werken in de pluimvee- Het pand gelegen te werd bij besluit van de burgemeester van de d.d. 2 december 2021 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk 55). Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur vergezeld van , woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te (stukken 81 tot 207). De kamers burgemeester van ken 632-634). werden bij besluit van de d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk- Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te Het moreel element van het misdrijf Uit het strafdossier en de afgesloten huurovereenkomst met aankoopoptie blijkt dat met op 25 februari 2021 een overeenkomst heeft afgesloten betref- fende het pand gelegen te namens de vennootschap de overeenkomst heeft ondertekend. werd vertegenwoordigd door haar bestuurder die Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 34 had de algemene leiding over de bedrijfsvoering van de vennootschap en de beslis- singsbevoegdheid, in het bijzonder over de regels van de naleving van de woonkwaliteit. De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver- huurd mochten worden. Voor zover de beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel te wijten aan hun tekortkomingen. Beklaagden hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan. De beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwa- ling of onwetendheid. De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud van de toestand. Het moreel element van het misdrijf is voldoende bewezen voor . De overwegingen van relevant. dat hij de hoeve niet in eigen naam heeft verhuurd zijn niet Het materieel element van het misdrijf De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.7.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. Het is evenmin aangetoond dat de beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand hebben uitgevoerd. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor doende bewezen. en vol- De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging B1 voor en vervuld en bewezen zijn. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 35 Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.8. Tenlastelegging B2 ten aanzien van gecontac- Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ teerd omdat er zich in de woning gelegen te werk- nemers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu- ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen). , Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te vergezeld van wo- Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst. Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers bezocht. Het pand betreft een gesloten bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping. Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, kamer woonkamer, gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijk toilet en gemeenschappelijke berging. gemeenschappelijke De eerste verdieping: kamer badkamer met bad en toilet. , gemeenschappelijke met berging, kamer kamer kamer De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt: heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie - het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten in het pand: op de zolder werden twee trekbalken ondersteund met schoren, de verdeelkast en was niet bereikbaar voor alle bewoners, van de elektriciteit bevond zich in kamer de bewoners maken gebruik van stekkerblokken wat kan leiden tot overbelasting van de elektrische installatie, de hoofwaterkraan was niet toegankelijk voor alle bewoners, rookmelder in gemeenschappelijke ruimte ontbreekt, raam op gemeenschappelijke traphal bestaat uit enkele beglazing, geen dakisolatie. Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (risico op elektrocutie, geen mogelijkheid tot verluchten, geen leuning aan de trap, geen borstwering aan terras); - kamer II en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarming, trap heeft geen leuning, geen rookmelder); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 6 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 36 heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap); - kamer II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap, enkele beglazing); - gemeenschappelijke leefkamer: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - gemeenschappelijke badkamer: heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. - kamer - kamer - kamer werd bewoond door werd bewoond door werd bewoond door ; ; Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer niet conform wa- , stukken 1 tot 46). Tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij eigenaar was van het pand gelegen te , Hij had het pand eerst verhuurd aan een landbouwer. Daarna had hij 6 maanden een gezin en hem gecontacteerd om de woning te huren. seizoenarbeiders erin ondergebracht. Zij hadden erin verbleven tot november 2021. In 2021 had de firma Zij waren bij hem terechtgekomen door de landbouwer. Daarna werd een huurovereenkomst met De huurprijs bedroeg 750 euro per maand. Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van Er was geen huurachterstand. Tijdens de verhuring had hij nooit de woning bezocht. Hij had iets opgevangen dat er vaak wisselende personen in het huis verbleven, maar mensen uit de opgesteld voor de duur van 2 jaar. . zijn vaak niet zo spraakzaam. Hij stelde in vertrouwen te hebben gehandeld. Het huis was in orde toen het verhuurd werd, nu was het een stort (stukken 74 en 75). Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te . De beklaagde betwist de feiten van de tenlastelegging. Incriminatieperiode De beklaagde stelt dat de eerste vaststellingen van de wooninspecteur dateren van 10 oktober 2022 zodat de incriminatieperiode ten vroegste een aanvang kan nemen op die datum en niet vanaf 15 december 2021. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 37 Uit het strafdossier blijkt dat met betreffende het pand gelegen te op 1 december 2021 een huurovereenkomst heeft afgesloten . De wooninspecteur heeft op 10 oktober 2022 diverse ernstige structurele gebreken vastgesteld die naar het oordeel van de rechtbank al aanwezig waren bij de contractsluiting (vochtschade, opstijgend vocht, doorbuiging dragende dakelementen, risico op elektrocutie, geen dakisolatie, ontbreken trap- leuning, onveilige toegang gemeenschappelijke ruimten, geen dubbele beglazing….) Er is geen reden tot herleiding van de incriminatieperiode zoals gevorderd door de beklaagde. Het moreel element van het misdrijf De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te con- troleren of de woning wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeed en dus of zij wel verhuurd mocht worden. De beklaagde heeft zelf verklaard dat hij vroeger al de woning had verhuurd aan een landbouwer die seizoenarbeiders in onder had gebracht. op zijn beurt daar Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van Uit de bewoordingen van de huurovereenkomst blijkt dat de beklaagde wist of behoorde te weten dat het de huurder toegelaten was het gehuurde goed zonder voorafgaande schriftelijke toestem- ming van de verhuurder geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden, met name de medewerkers van komst). (stuk 146 – art. 13 huurovereen- . Voor zover de beklaagde voorhoudt dat hij niet op de hoogte was van de gebreken is dit enkel te wij- ten aan zijn tekortkomingen. De beklaagde heeft niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en heeft niet aan zijn on- derzoeksplicht voldaan. De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaling of onwetendheid. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbe- schikkingstelling. Het moreel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. Het materieel element van het misdrijf De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor het behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 38 Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer niet conform wa- , stukken 1 tot 46). (stuk 146 – art. 13 huurovereen- Uit de bewoordingen van de huurovereenkomst blijkt dat de beklaagde wist of behoorde te weten dat het de huurder toegelaten was het gehuurde goed zonder voorafgaande schriftelijke toestem- ming van de verhuurder geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden, met name de medewerkers van komst). De beklaagde wist dat het pand niet zou verhuurd worden als gezinswoning maar om er werknemers in onder te brengen. De overwegingen van de beklaagde dat het hem niet kan worden verweten dat er sprake was van overbewoning zijn ter zake niet dienend en ongegrond. De overwegingen van de beklaagde in verband met het verhuren van kamers zijn evenmin relevant gezien de verrichte vaststellingen. De beklaagde kan niet omheen het feit dat er te veel bewoners het pand hebben bewoond zoals blijkt uit zijn verklaring waarin hij stelde dat hij al iets opgevangen had dat er vaak wisselende perso- nen in het huis verbleven (stuk 74). Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.4.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. De overwegingen van de beklaagde in verband met de trapleuning, de borstwering, de rookmelders en de ontbrekende verwarming zijn ongegrond. Ten onrechte poogt de beklaagde het aantal en de ernst van de vastgestelde gebreken te minimalise- ren. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. Het is evenmin aangetoond dat beklaagde tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand heeft uitgevoerd. Het feit dat naar het oordeel van de beklaagde het pand in goede staat van onderhoud was en dat hij voor de aanvang van de huurovereenkomst elektriciteitswerken heeft uitgevoerd doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor bewezen. De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging B2 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 1.9. Tenlastelegging B3 ten aanzien van Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ teerd omdat er zich in de woning gelegen te gecontac- , werknemers van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 39 buitenlandse origine zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnor- men). Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te vergezeld van wo- , Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst. Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers bezocht. Het pand betreft een alleenstaande hoevewoning in gebruik als kamerwoning en bestaande uit ge- lijkvloers en 1 verdieping. Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, gemeenschappelijke keuken, ge- meenschappelijke badkamer met douche en toilet, kamer gemeenschappelijke berging. De eerste verdieping: kamer gemeenschappelijk toilet. kamer kamer kamer De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt: heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 16 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 14 ernstige gebreken in categorie - het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten in het pand: onder de elektriciteitskast zijn er contactpunten die niet afgeschermd zijn, elektrische geleider aan de buitengevel onvakkundig afgeschermd, er ontbreekt glas in een raam van de gemeenschappelijke garage, op verschillende plaatsen liggen dakpannen los. Het gebouw heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III; - kamer II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 8 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen onderverluchting, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (boven deuropening in wand verhoogde vochtwaarde, deur van kamer ontbreekt, water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 7 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - kamer II en 9 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 18 ernstige gebreken in categorie heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 40 mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder, gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt, geen natuurlijke verlichting, geen verluchtingsmogelijkheid, geen dubbele beglazing, geen rookmelder); - bad in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. - toilet in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. - gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 6 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III; - gemeenschappelijk toilet (eerste verdieping): heeft een totaal van 1 klein gebrek in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. - kamer 0/1 werd bewoond door - kamer 1/1 werd bewoond door - kamer 1/3 werd bewoond door ; ; Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten waren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld, woonentiteit 1/2 is niet conform de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen (Kaft met notitienummer niet conform , stukken 1 tot 51). dat hij sinds twee jaar eigenaar was van de woning Tijdens zijn verhoor verklaarde en dat de woning bij de aanvang van de huurovereenkomst in goede staat van onderhoud was. Na de aankoop had hij de verwarming en elektriciteit in orde gebracht. Hij had geen structurele wer- ken in de woning uitgevoerd. De woning werd voor een korte duur verhuurd aan Hij had zelf een kippenbedrijf en zo kende hij Hij verhuurde voor een korte periode omdat hij van anderen had gehoord dat het soms moeilijk was om de huurders uit het pand te krijgen. De huurovereenkomst werd afgesloten op verzoek van Betreffende de woning had hij contact met Tijdens de huurovereenkomst was hij niet in de woning geweest. als servicebedrijf. . . . zou regelmatig langsgaan en alles opvolgen. Hij had geen contact met de bewoners. Soms zag hij een busje passeren. Hij zwaaide dan maar had geen idee wie daar woonde en met hoe- veel. Hij was na het vertrek van de bewoners redelijk verschoten over de toestand van het pand. De huurprijs voor de woning bedroeg 800,00 euro per maand en 70,00 euro voor het internet. Er was geen huurachterstand. Het was niet de bedoeling dat de bewoners daar hun domicilie zouden hebben. Hij dacht dat de woning zou gebruikt worden om mensen gedurende een korte periode tijdelijk erin onder te brengen. Hij was er zich niet van bewust dat de strenge woonnormen van toepassing waren. Tijdens de duur van de huurovereenkomst werd hij nooit aangesproken om schade te herstellen. Hij stelde dat de vastgestelde gebreken in hoofdzaak het gevolg waren van beschadigingen die in de loop van de huurovereenkomst waren aangebracht. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 41 Het was nooit zijn bedoeling om zich te verrijken op de rug van zwakke personen. Hij was van mening dat de woning voldeed en verwees hiervoor naar de omstandige plaatsbeschrij- ving (stukken 78 tot 123). Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te Bij besluit van de burgemeester van d.d. 9 februari 2023 werden de kamers ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24 juni 2024). De beklaagde betwist de feiten van de tenlastelegging. De beklaagde stelt dat heel wat gebreken die op 10 oktober 2022 werden vastgesteld niet aanwezig waren op het ogenblik van het afsluiten van de huurovereenkomst. Hij verwijst in dit verband naar de plaatsbeschrijving die op 12 februari 2022 werd opgesteld. Het moreel element van het misdrijf De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds volstaat. Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor- zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning heeft verhuurd. Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te con- troleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel verhuurd mochten worden. Voor zover de beklaagde voorhoudt dat hij niet op de hoogte was van de gebreken is dit enkel te wij- ten aan zijn tekortkomingen. De beklaagde heeft niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en heeft niet aan zijn on- derzoeksplicht voldaan. De beklaagde kan niet ernstig voorhouden dat hij belazerd werd door Uit de bewoordingen van artikel 13 van de huurovereenkomst (stuk 139) blijkt dat het de huurder toegestaan was om zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de verhuurder het ge- huurde goed geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden, met name de medewerkers van . De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaling of onwetendheid. De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor het behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de ter- beschikkingstelling. . Het moreel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. Het materieel element van het misdrijf De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur- Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 42 overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver- antwoordelijk voor behoud van de toestand. Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren. Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen (cf. supra sub 1.5). Bij besluit van de burgemeester van d.d. 9 februari 2023 werden de kamers ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24 juni 2024). Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen. De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.9.) die geenszins te wijten zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders. Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur. Het is evenmin aangetoond dat beklaagde tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het pand heeft uitgevoerd. De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol- doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co- dex Wonen. Het materieel element van het misdrijf is voor voldoende bewezen. De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging B3 voor vervuld en bewezen zijn. Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver- slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra). 2. BEOORDELING VAN DE STRAF EN STRAFMAAT 2.1. Ten aanzien van De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A1 tot A4 zijn de uitdrukking van een en het- zelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste. De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit . De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde is jaar. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 43 Hij werd reeds twee keer strafrechtelijk veroordeeld door de rechtbank wegens sociaalrechtelijke in- breuken. De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo- ningen verhuurt. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Er is geen reden om een gevangenisstraf op te leggen. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.2. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit . De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo- ningen verhuurt. De beklaagde heeft een blanco strafregister. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 44 uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.3. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit . De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo- ningen verhuurt. De beklaagde heeft een blanco strafregister. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar er- van te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.4. Ten aanzien van De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A2, A3 en A4 zijn de uitdrukking van een en hetzelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste. De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 45 De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo- ningen verhuurt. De beklaagde heeft een blanco strafregister. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan te weerhouden om identieke feiten te plegen. 2.5. Ten aanzien van De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A1 tot A4 zijn de uitdrukking van een en het- zelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste. De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit . De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo- ningen verhuurt. De beklaagde heeft een blanco strafregister. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 46 De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.6. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit. De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo- ningen verhuurt. De beklaagde werd één keer veroordeeld door de politierechtbank wegens het niet meedelen van de identiteit van de bestuurder. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 47 2.7. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit. De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde is Hij kreeg één keer de gunst van de opschorting van veroordeling wegens diefstal door de correctio- nele rechtbank en hij werd één keer veroordeeld wegens een verkeersinbreuk. jaar. De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo- ningen verhuurt. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.8. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit. De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde is De beklaagde werd reeds 3 keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken. jaar. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 48 De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo- ningen verhuurt. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 2.9. Ten aanzien van De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo- ners en hun levenskwaliteit. De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo- nen. De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder. De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit. De beklaagde is De beklaagde werd 1 keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken. jaar. De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo- ningen verhuurt. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan- digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde. De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie. De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling te gelasten. De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver- leend, te gelasten. De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 49 Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen. 3. DE BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING 3.1. Ten aanzien van 3.1.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen: - wat betreft het pand gelegen te euro; - wat betreft het pand gelegen te euro; namelijk in totaal 25.300,00 euro. voor het bedrag van 6.820,00 voor het bedrag van 18.480,00 3.1.2. De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie de vordering enkel gericht heeft ten aan- zien van De bijzondere verbeurdverklaring kan maar worden uitgesproken voor zover het openbaar ministerie de verbeurdverklaring schriftelijk heeft gevorderd (art. 43bis Sw.) . Gezien de vrijspraak van ring tot verbeurdverklaring ongegrond. voor de feiten van de tenlasteleggingen A1 en A2 is de vorde- 3.2. Ten aanzien van 3.2.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 44.000,00 euro, namelijk 11 maanden à 4.000,00 euro, wat betreft het pand gelegen te . 3.2.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te herleiden. De beklaagde stelt dat er slechts 10 maanden huur werd betaald, namelijk voor de periode van maart 2021 tot december 2021. Zij stelt dat er tussen haar en huurgelden heeft terugbetaald. een dading werd afgesloten en dat zij alle ontvangen 3.2.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be- klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald. Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het misdrijf gerealiseerd werd. Het plegen van misdrijven mag niet lonen. De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht- streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 50 wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht. Uit de dadingovereenkomst die afgesloten werd tussen kan de rechtbank niet afleiden dat het bedrag van 40.000,00 euro de terugbetaling van huurgel- den betreft. De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon- den niet in het vermogen van de beklaagden worden gevonden. De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar- mee overeenstemmend bedrag. Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver- beurdverklaring tot het bedrag van 22.000,00 euro. De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be- klaagde is gegrond voor het bedrag van 22.000,00 euro. 3.3. Ten aanzien van 3.3.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 9.750,00 euro, namelijk 13 maanden à 750,00 euro, wat betreft het pand gelegen te 3.3.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te herleiden. 3.2.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be- klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald. Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het misdrijf gerealiseerd werd. Het plegen van misdrijven mag niet lonen. De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht- streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht. De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon- den niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden. De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar- mee overeenstemmend bedrag. Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver- beurdverklaring tot het bedrag van 4.875,00 euro. De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be- klaagde is gegrond voor het bedrag van 4.875,00 euro. 3.4. Ten aanzien van 3.4.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 51 verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 6.400,00 euro, namelijk 8 maanden à 800,00 euro, wat betreft het pand gelegen te 3.4.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te herleiden. 3.4.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be- klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald. Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met het misdrijf gerealiseerd werd. Het plegen van misdrijven mag niet lonen. De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht- streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht. De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon- den niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden. De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar- mee overeenstemmend bedrag. Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver- beurdverklaring tot het bedrag van 3.200,00 euro. De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be- is gegrond voor het bedrag van 3.200,00 euro. klaagde 4. DE HERSTELVORDERING 4.1. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te 4.1.1. Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te . 4.1.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan legen te om het onroerend goed en de erin gelegen woningen, ge- , kadastraal gekend wegens de stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou worden geoordeeld dat er geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor- deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 52 Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en schepenen van om : - het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden, - de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden. De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even- tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen. 4.1.3. De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de feitelijke en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen. stelt dat het pand inmiddels verkocht werd. 4.1.4. De herstelvordering wordt ingeleid tegen de overtreder. Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden veroordeeld. De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf. Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel. De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni 2013, RW 2013-14, 503). Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel. Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld. De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond- heids- en woonkwaliteitsvereisten. Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk. De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge- grond. De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van . De vordering is ongegrond ten aanzien van en buitenlandse onderneming gezien de vrijspraak. Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen. De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou- dend met de reeds genoten termijnen. Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om tot herstel over te gaan. De dwangsom wordt bepaald op 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van de herstelwerk- zaamheden voor de beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge- breke zouden blijven. worden Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 53 De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft. De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is ongegrond. De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige- naars van het pand niet in zake zijn. 4.2. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te 4.2.1. Op 17 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te 4.2.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan legen woningen, gelegen te om het onroerend goed en de erin ge- kadastraal gekend wegens de stedenbouwkundige inbreuken een an- dere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou worden geoordeeld dat er geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor- deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en schepenen van om : - het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden, - de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden. De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even- tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen. 4.2.3. De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de fei- telijke en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen. 4.2.4. De herstelmaatregel wordt ingeleid tegen de overtreder. Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden veroordeeld. De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf. Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel. De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni 2013, RW 2013-14, 503). Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 54 Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel. Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld. De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond- heids- en woonkwaliteitsvereisten. Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk. De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge- grond. De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van , De vordering ten aanzien van Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen. is ongegrond gezien de vrijspraak. . De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou- dend met de reeds genoten termijnen. Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om tot herstel over te gaan. De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van de herstelwerkzaamheden voor de beide beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge- breke zouden blijven. worden De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft. De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is ongegrond. De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige- naars van het pand niet in zake zijn. 4.3. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te 4.3.1. Op 17 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te . 4.3.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan erin gelegen woningen, gelegen te om het onroerend goed en de , kadastraal gekend wegens de stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou worden geoordeeld dat er geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 55 de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor- deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en schepenen van om : - het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden, - de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden. De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even- tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen. 4.3.3. De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de fei- telijke en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen. 4.3.4. De herstelvordering wordt ingeleid tegen de overtreder. Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden veroordeeld. De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf. Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel. De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni 2013, RW 2013-14, 503). Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel. Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld. De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond- heids- en woonkwaliteitsvereisten. Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk. De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge- grond. De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van . De vordering ten aanzien van is ongegrond gezien de vrijspraak. Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen. De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou- dend met de reeds genoten termijnen. Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om tot herstel over te gaan. De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 56 de herstelwerkzaamheden voor de beide beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge- breke zouden blijven. worden De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft. De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is ongegrond. De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige- naars van het pand niet in zake zijn. B. OP BURGERLIJK GEBIED 1. De vordering van de burgerlijke 1.1. De burgerlijke partij vordert schadevergoeding voor de feiten van de tenlastelegging A4 en B3 als volgt: - 8 maanden huur à 220,00 euro per maand - administratiekosten - morele schade - rechtsplegingsvergoeding 1.2. De vordering is ontvankelijk. 1.760,00 euro 150,00 euro 1.250,00 euro 1.020,35 euro 1.3. De vordering is ongegrond ten aanzien van gezien de vrijspraak voor de feiten van de tenlastelegging. 1.4. De gevorderde betaling van 8 maanden huur à 220,00 euro. Het staat vast dat de burgerlijke partij het pand heeft bewoond. Uit het strafdossier blijkt evenwel niet duidelijk gedurende hoeveel maanden de burgerlijke partij het pand heeft bewoond. Rekening houdend met het feit dat de buitenlandse werknemers gedurende enkele maanden in Bel- gië verbleven tijdens hun tewerkstelling vooraleer zij naar hun thuisland terugkeerden bepaalt de rechtbank de geleden materiële schade in alle billijkheid op 1.000,00 euro. 1.5. Morele schade De burgerlijke partij vordert een morele schadevergoeding van 1.500,00 euro. De rechtbank is van oordeel dat de burgerlijke morele schade heeft geleden tijdens de duur van zijn verblijf in het pand. In alle billijkheid wordt de morele schade bepaald op 250,00 euro. 1.6. Administratiekosten Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 57 De burgerlijke partij vordert een vergoeding van 150,00 euro voor administratiekosten. De rechtbank is van oordeel dat de burgerlijke partij administratiekosten heeft gemaakt die in alle billijkheid worden bepaald op 100,00 euro. 1.7. De vordering is ten aanzien van gegrond voor het bedrag 1.350,00 euro meer de rente. De rechtbank zegt voor recht dat van het bedrag van 3.200,00 euro dat verbeurd verklaard werd in hoofde van partij het bedrag van 1.350,00 euro wordt toegewezen aan de burgerlijke . 1.8. Rechtsplegingsvergoeding lidair veroordeeld tot betaling aan euro. van de rechtsplegingsvergoeding bepaald op 627,91 worden so- Voor zoveel als nodig worden de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig art. 4 al.2 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering ambtshalve aangehouden . OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Gezien de artikelen van voormelde tenlasteleggingen, alsook de artikelen - 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 182, 184, 185, 189, 190, 191, 194 Wetboek van Strafvordering - 38, 40, 42, 43, 43bis, 50, 65, 66, 79, 80 Sw. - 1, 8 §1 W. 29.06.1964 - 1 Wet 05.03.1952 - 29 Wet 1.8.1985 Op tegenspraak ten aanzien van , OP STRAFGEBIED 1. Ten aanzien van de eerste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor Veroordeelt tot een geldboete van 40.000,00 euro, namelijk 5.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 90 dagen . Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 58 Veroordeelt verhoogd met 70 opdeciemen, als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namelijk 25,00 euro Veroordeelt 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van Veroordeelt Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het 2. Ten aanzien van de tweede beklaagde buitenlandse onderneming Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt niet bewezen voor de buitenlandse onderneming . Spreekt de buitenlandse onderneming A2, A3 en A4. Legt de kosten ten laste van de Belgische Staat. 3. Ten aanzien van de derde beklaagde vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt niet bewezen voor . Spreekt vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4. Legt de kosten ten laste van de Belgische Staat. 4. Ten aanzien van de vierde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging A2, met uitzondering van de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, bewezen voor . Veroordeelt geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, deels met uitstel zoals hierna bepaald. voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Veroordeelt verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro Veroordeelt 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 59 Veroordeelt Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het 5. Ten aanzien van de vijfde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging A2, met uitzondering van de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, bewezen voor . Veroordeelt voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, deels met uitstel zoals hierna bepaald. Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Veroordeelt 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk Veroordeelt strafzaken van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in Veroordeelt bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als 6. Ten aanzien van de zesde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van Veroordeelt de tenlasteleggingen tot een geldboete van 40.000,00 euro, namelijk 5.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. Veroordeelt namelijk 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , Veroordeelt beheerskosten in strafzaken van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor Veroordeelt bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als 7. Ten aanzien van de zevende beklaagde Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 60 van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor Veroordeelt tenlasteleggingen tot een geldboete van 48.000,00 euro, namelijk 6.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van de Veroordeelt euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . M tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 Veroordeelt strafzaken van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage 8. Ten aanzien van de achtste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B1 bewezen voor . Veroordeelt tenlastelegging tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, deels met uitstel zoals hierna bepaald. voor de bewezen verklaarde feiten van de Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Veroordeelt namelijk 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , Veroordeelt beheerskosten in strafzaken van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor Veroordeelt bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als 9. Ten aanzien van de negende beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B1 bewezen voor . Veroordeelt geldboete van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel zoals hierna bepaald. voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 61 - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 60 dagen . Veroordeelt verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro Veroordeelt van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken Veroordeelt Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het 10. Ten aanzien van de tiende beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B2 bewezen voor . Veroordeelt van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel zoals hierna bepaald. voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een geldboete Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 60 dagen . Veroordeelt met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro verhoogd Veroordeelt euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van 61,01 Veroordeelt Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het 11. Ten aanzien van de elfde beklaagde Verklaart de feiten van de tenlastelegging B3 bewezen voor Veroordeelt geldboete van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel zoals hierna bepaald. voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 62 Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen gelast dat: - de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 60 dagen . Veroordeelt verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro Veroordeelt van 61,01 euro . tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken Veroordeelt Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het Gerechtskosten Veroordeelt solidair tot het betalen van de gerechtskosten bepaald op 600,23 euro. , BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING 1. Ten aanzien van Verklaart de vordering tot bijzondere verbeurdverklaring ongegrond. 2. Ten aanzien van Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring (artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor uit voor het totaal bedrag van 22.000,00 euro. 3. Ten aanzien van Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring (artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor uit voor het totaal bedrag van 4.875,00 euro. 4. Ten aanzien van Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring (artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor uit voor het totaal bedrag van 3.200,00 euro. Zegt voor recht dat van voormeld bedrag de som van 1.350,00 euro wordt toegewezen aan de burgerlijke partij . Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 63 HERSTELVORDERINGEN 1. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en als volgt gegrond. Beveelt erin gelegen woningen, gelegen te om het onroerend goed en de , kadastraal gekend wegens de stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis. Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en schepenen van door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis. Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit. Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen). Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen verhaald worden op de veroordeelden. Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft. Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond. Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden een afschrift te bezorgen. 2. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van buitenlandse onderneming . en Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 64 Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en als volgt gegrond. Beveelt onroerend goed en de erin gelegen woningen, gelegen te kadastraal gekend stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. wegens de om het en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis. Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en schepenen van door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis. Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit. Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen). Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de veroordeelden. Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft. Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond. Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden een afschrift te bezorgen. 4.3. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van buitenlandse onderneming . en De herstelvordering is ontvankelijk en gegrond als volgt. Beveelt het onroerend goed en de erin gelegen woningen, gelegen te kadastraal gekend stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig wegens de om Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 65 de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is. en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis. Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en schepenen van door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis. Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit. Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen). Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de veroordeelden. Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft. Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond. Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden een afschrift te bezorgen. OP BURGERLIJK GEBIED Verklaart de vordering van de burgerlijke partij ontvankelijk en als volgt gegrond. Veroordeelt solidair tot betaling aan het bedrag van 1.350,00 euro te vermeerderen met de moratoire rente aan de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot op de dag van de volledig betaling. Zegt voor recht dat van het bedrag van 3.200,00 euro dat werd verbeurd verklaard in hoofde van het bedrag van 1.350,00 euro meer de rente wordt toegewezen aan de burgerlijke . partij Veroordeelt solidair tot betaling aan het bedrag van 627,91 euro als rechtsplegingsvergoeding. Wijst het meer of anders gevorderde af als ongegrond. Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 66 Houdt de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan . Alles wat voorafgaat gebeurde in openbare terechtzitting in het Nederlands overeenkomstig de bepalingen van de wet op het gebruik van talen in gerechtszaken. Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 19 januari 2026 door de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17: , rechter in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting, met bijstand van griffier