ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-19-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2026-01-19
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Samenvatting
Rolnummer rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk 17° correctionele kamer Vonnisnr / p. 1 Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 19 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 21CO22708 Rolnummer Notitienummer parket I...
Volledige tekst
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 1
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
19 januari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
21CO22708
Rolnummer
Notitienummer parket
IE66.WI.100200/2021
rechtbank van eerste
aanleg West-Vlaanderen,
afdeling Kortrijk
Kamer K.17
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 2
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van:
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiseres in herstel
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus
22, woonstkeuze doend bij haar raadsman
met als raadsman meester
, advocaat te
aan wie zich heeft gevoegd als burgerlijke partij :
, wonende te
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
tegen:
, geboren
, ingeschreven te
, van Nederlandse nationaliteit, RRN:
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
vertegenwoordigd door meester
en meester
, advocaten te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
, Actief Normale toestand
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
vertegenwoordigd door meester
en meester
, advocaten te
,
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
vertegenwoordigd door meester
en meester
, advocaten te
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 3
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
,
vertegenwoordigd door meester
en meester
, advocaten te
Ingeschreven onder het ondernemingsnummer
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
,
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
met beperkte aansprakelijkheid
schappelijke zetel gevestigd te
mingsnummer
, met maat-
, Ingeschreven onder het onderne-
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
, geboren
, van Belgische nationaliteit, RRN:
, ingeschreven te
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
, geboren
, ingeschreven te
, van Belgische nationaliteit, RRN:
bijgestaan door meester
, advocaat te
,
van Belgische nationaliteit, RRN:
, geboren
, ingeschreven te
bijgestaan door meester
, advocaat te
De beklaagden worden als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende
feiten:
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of over-
bewoonde woning met verzwarende omstandigheden
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
(art. 3.36, 1° Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 3 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 4
1 te
door
in de periode van 24 december 2020 tot en met 21 april 2021
,
Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te
ten kadaster onder
van 7a 10 ca, toebehorende aan de huwgemeenschap
heelheid in volle eigendom en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris
, bekend
, met een oppervlakte
voor de ge-
op 29 november 2017, meer bepaald:
- Kamer
ten nadele van
2021 tot en met 21 april 2021)
- Kamer
ten nadele van
met 21 april 2021)
- Kamer
ten nadele van
(van 18 janauri 2021 tot en met 21 april 2021)
- Kamer
ten nadele van
21 april 2021)
te
(van 18 januari
(van 24 december 2020 tot en
(van 18 januari 2021 tot en met
in de periode van 1 maart 2021 tot en met 15 december 2021
2 te
door
Namelijk diverse kamerentiteiten in verschillende gebouwdelen in het pand gelegen te
,
bekend ten kadaster onder
,
met een oppervlakte van 53a 30 ca, toebehorende aan
voor de geheelheid in volle eigendom, en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris
te
op 14 mei 2018,
Ten nadele van
3 te
door
in de periode van 15 december 2021 tot en met 31 januari 2023
Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te
ten kadaster onder
oppervlakte van 10a 63 ca, toebehorende aan
, bekend
, met een
voor 1/100ste in volle eigendom en aan
bij akte verleden voor
voor 99/100ste in volle eigendom, aangekocht van
notaris
op 26 december 2023, meer bepaald:
- Kamer
ten nadele van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 5
- Kamer
- Kamer
ten nadele van
ten nadele van
4 te
door
) in de periode van 15 februari 2022 tot en met 23 oktober 2022
Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te
ten kadaster onder
vlakte van 36a 64 ca, toebehorende aan
ingevolge akte aankoop verleden voor notaris
bepaald:
, bekend
met een opper-
voor de geheelheid in volle eigendom en dit
op 19 februari 2021, meer
- Kamer
- Kamer
- Kamer
- Kamer
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
B verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of over-
bewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de
Vlaamse Wooncode.
in de periode van 1 maart 2021 tot en met 15 december 2021
1 te
door
Namelijk diverse kamerentiteiten in verschillende gebouwdelen in het pand gelegen te
,
bekend ten kadaster onder
met een oppervlakte van 53a 30 ca, toebehorende aan
,
voor de geheelheid in volle eigendom, en dit ingevolge akte aankoop verleden voor notaris
te
op 14 mei 2018.
Ten nadele van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 6
2 te
door
) in de periode van 15 december 2021 tot en met 31 januari 2023
Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te
ten kadaster onder
oppervlakte van 10a 63 ca, toebehorende aan
bekend
, met een
voor 1/100ste in volle eigendom en aan
bij akte verleden voor
voor 99/100ste in volle eigendom, aangekocht van
notaris
op 26 december 2023, meer bepaald:
- Kamer
- Kamer
- Kamer
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
3 te
door
) in de periode van 15 februari 2022 tot en met 23 oktober 2022
,
Namelijk diverse kamerentiteiten in het pand gelegen te
ten kadaster onder
vlakte van 36a 64 ca, toebehorende aan
ingevolge akte aankoop verleden voor notaris
bepaald:
, bekend
, met een opper-
voor de geheelheid in volle eigendom en dit
op 19 februari 2021, meer
- Kamer
- Kamer
- Kamer
- Kamer
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Straf-
wetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermo-
gensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogens-
voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de
plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de
zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient
te ramen (het equivalent bedrag), namelijk:
- Kamer
Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 3 bewoners x 220 euro = 1.980 euro
- Kamer
Van 24 december 2020 tot en met 21 april 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
- Kamer
Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 4 bewoners x 220 euro = 2.640 euro
- Kamer
Van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021: 3 maanden x 2 bewoners x 220 euro = 1.320 euro
Totaal vermogensvoordeel = 6.820 euro
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 7
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
:
Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
:
:
Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
:
Van 28 oktober 2021 tot 15 december 2021: 2 maanden x 220 euro = 440 euro
Van 7 november 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
Van 14 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
:
Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro
:
Van 21 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
:
Van 21 augustus 2021 tot 15 december 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
(woonde voordien in de
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
:
Van 13 september 2021 tot 15 december 2021: 3 maanden x 220 euro = 660 euro
:
Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
Van 31 oktober 2021 tot 15 december 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
:
Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro
:
Van 1 maart 2021 tot 8 april 2021: 1 maand x 220 euro = 220 euro
Van 1 maart 2021 tot 16 augustus 2021: 4 maanden x 220 euro = 880 euro
:
Van 1 maart 2021 tot 15 december 2021: 8 maanden x 220 euro = 1.760 euro
:
Van 1 maart 2021 tot 19 juni 2021: 2 maanden x 220 euro = 440 euro
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 8
Totaal vermogensvoordeel = 18.480 euro
Totaal vermogensvoordeel beide panden: 6.820 euro + 18.480 euro = 25.300 euro
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis
van het Strafwetboek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna ver-
melde vermogensvoordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de
vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden
die in de plaats ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter,
indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde
daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag), namelijk:
Lastens
- Van 1 maart 2021 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 21 februari 2022 (beëindiging huur-
overeenkomst): 11 maanden x 4.000 euro = 44.000 euro
Totaal vermogensvoordeel = 44.000 euro
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwetboek te
horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermogensvoordelen
die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogensvoordelen die recht-
streeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld,
hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden
gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent
bedrag), namelijk:
Lastens
:
- Van 15 december 2021 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 28 januari 2023 (einde bewo-
ning): 13 maanden x 750 euro = 9.750 euro
Totaal vermogensvoordeel = 9.750 euro
tevens gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43bis van het Strafwet-
boek te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van hierna vermelde vermogens-
voordelen die zich bevinden in het patrimonium van de gedaagde, zijnde hetzij de vermogensvoorde-
len die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, hetzij de goederen en waarden die in de plaats
ervan zijn gesteld, hetzij de inkomsten uit de belegde voordelen, waarbij de rechter, indien de zaken
niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te
ramen (het equivalent bedrag), namelijk:
Lastens
:
- Van 15 februari 2022 (aanvang huurovereenkomst) tot en met 23 oktober 2022 (einde bewo-
ning): 8 maanden x 800 euro = 6.400 euro
Totaal vermogensvoordeel = 6.400 euro
PROCEDURE
-------------------------
Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de eerste beklaagde.
Rolnummer 25K000479
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 9
Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de tweede beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de derde beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de vierde beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de vijfde beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 14 februari 2025 betekend aan de zesde beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 7 februari 2025 betekend aan de zevende beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de achtste beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de negende beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de tiende beklaagde.
Gelet op de dagvaarding op 3 februari 2025 betekend aan de elfde beklaagde.
De dagvaarding werd overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid
.
referentie
op 18 april 2025 met als
De zaak werd ingeleid op de zitting van 7 april 2025.
De rechtbank regelde de conclusietermijnen en de zaak werd voor behandeling vastgesteld op de zit-
ting van 17 november 2025.
De zaak werd behandeld op de zitting van 17 november 2025.
Op de zitting van 17 november 2025 verklaarden de raadslieden van partijen dat alle besluiten in de
debatten mogen blijven.
Het openbaar ministerie heeft zich hiertegen niet verzet.
De wooninspecteur werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en werd gehoord in zijn middelen en
besluiten.
De burgerlijke partij
middelen en besluiten.
werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn
Het openbaar ministerie werd gehoord in zijn middelen.
De eerste beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen
en besluiten.
De tweede beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde-
len en besluiten.
De derde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in zijn middelen
en besluiten.
De vierde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde-
len en besluiten.
De vijfde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar middelen
en besluiten.
De zesde beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar middelen
en besluiten.
De zevende beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in zijn midde-
len en besluiten.
De achtste beklaagde werd vertegenwoordigd door haar raadsman die werd gehoord in haar midde-
len en besluiten.
De negende beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in haar midde-
len en besluiten.
De tiende beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen
en besluiten.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 10
De elfde beklaagde werd vertegenwoordigd door zijn raadsman die werd gehoord in zijn middelen en
besluiten.
De rechtbank nam kennis van het dossier van rechtspleging en van de stukken neergelegd door par-
tijen.
A. OP STRAFGEBIED
1. De beklaagden dienen zich te verantwoorden om als verhuurder, als eventuele onderverhuurder
of als een persoon die een woning ter beschikking stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning
rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met
het oog op bewoning al dan niet met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een ge-
woonte werd gemaakt.
2.
nootschap waarvan de
e
industrie.
zijn exploitatievennootschappen gericht op diensten voor de pluimvee-
) is een holdingven-
deel uitmaken.
huurt verschillende panden en onderverhuurt deze panden vervolgens aan
.
is bestuurder van
,
1. BEOORDELING VAN DE SCHULD
1.1. VOORAFGAAND
1.1.1. Met ingang van 1 januari 2021 is de Vlaamse Codex Wonen van toepassing.
Het boek 3 van de Vlaamse Codex Wonen handelt over woningkwaliteitsbewaking.
Het art. 3.1.§1 eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 5§1 Vlaamse Wooncode) be-
paalt dat elke woning op de daarin vermelde vlakken moet voldoen aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse regering nader bepaald worden.
Overeenkomstig de nieuwe regelgeving zijn de woonkwaliteitsnormen en de gebreken dezelfde maar
worden zij op een andere manier in aanmerking genomen.
Het artikel 3.1. §1 derde lid van de Vlaamse Codex Wonen luidt als volgt:
“Bij de nadere bepaling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, en de vaststelling van de specifieke
en aanvullende veiligheidsnormen, vermeld in het tweede lid, hanteert de Vlaamse Regering een of
meer lijsten van mogelijke gebreken die onderverdeeld zijn in de volgende drie categorieën:
1° gebreken van categorie I: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief
beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie II: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners nega-
tief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de
woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie III: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroor-
zaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van bewoners, waardoor
de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 11
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex van 2021 van 11 septem-
ber 2020 (BS 8 december 2020) bepaalt in boek 3 de Woningkwaliteitsbewaking.
Het artikel 3.2 §1 van voormeld Besluit bepaalt dat de vereisten en normen waaraan elke woning
moet voldoen conform artikel 3.1 §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vermeld zijn in de mo-
dellen van het technisch verslag die opgenomen zijn in bijlage 4, 5 en 6, die bij dit besluit zijn ge-
voegd.
1.1.2. Vanaf 1 januari 2021 wordt de strafbaarstelling in art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen (voorheen
art. 20 §1, eerste lid Vlaamse Wooncode) omschreven als:
‘Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van
zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen al-
leen.’
Artikel 3.36 Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 20§1, derde lid Vlaamse Wooncode) luidt als volgt:
‘Het misdrijf bedoeld in artikel 3.34 of 3.35 wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000
euro en met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in de vol-
gende gevallen:
1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging
betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft.’
1.1.3. De nieuwe strafbaarstelling die vanaf 1 januari 2021 geldt moet beschouwd worden als een
mildere strafwet in de zin van artikel 2, tweede lid van het Strafwetboek.
Dit houdt in dat overtreders zich vanaf die datum kunnen beroepen op de nieuwe strafbaarstelling
ook wanneer zij worden vervolgd voor misdrijven die voordien werden gepleegd.
(Vgl. T. Vandromme, D. Vermeir, Woningkwaliteitsbewaking volgens de Vlaamse Codex Wonen, In-
tersentia 2020, 46-47)
De feiten van de tenlastelegging zoals omschreven in de dagvaarding vallen onder de bepalingen van
de Vlaamse Codex Wonen.
1.1.4. De boven vermelde categorieën (art. 3.1 §1 derde lid Vlaamse Codex Wonen) zijn terug te vin-
den in de technische verslagen van het onderzoek van de kwaliteit van de woningen die werden op-
gesteld door de woningcontroleur.
Onder de Vlaamse Codex Wonen worden die 4 categorieën teruggebracht tot 3 categorieën.
De gebreken van categorie IV, volgens de Vlaamse Wooncode, zijn gebreken van categorie III onder
de Vlaamse Codex Wonen.
De eerder lichte gebreken vallen onder de categorie I. Deze gebreken leiden niet tot een ongeschikt-
heid tenzij de woning meer dan 6 gebreken heeft van de categorie I. In dat geval zal de woning auto-
matisch behept zijn met een gebrek van de categorie II.
Gebreken van de categorie II zullen de ongeschiktheid van de woning met zich meebrengen. Catego-
rie III heeft betrekking op gebreken die leiden tot de onbewoonbaarheid van de woning.
Gebreken die vroeger 9 of 15 strafpunten als gevolg hebben vallen onder categorie II of III.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 12
Een woning is dus niet conform als zij gebreken vertoont van categorie II of categorie III.
De rechtbank is van oordeel dat gebreken die vóór 1 januari 2021 werden vastgesteld volstaan om te
oordelen of de woning al dan niet-conform is volgens de nieuwe regelgeving en of de feiten strafbaar
zijn.
De oude en de nieuwe technische verslagen verschillen op een aantal punten van elkaar.
Deze technische bepalingen zijn opgenomen in de uitvoeringsbesluiten.
De feiten die ingevolge het vroegere besluit strafbaar waren op het ogenblik waarop ze werden ge-
leegd blijven strafbaar zelfs indien ze ingevolge het latere besluit, genomen ter uitvoering van de-
zelfde wetskrachtige akte of een gewijzigde wetskrachtige akte met een ongewijzigd gebleven straf-
baarstelling, ten tijde van de uitspraak geen strafbaar feit meer zouden opleveren.
(Vgl. Cass. 7 juni 2016,
.
De gebreken van categorie II, III en IV die vastgesteld werden in de technische verslagen zoals die van
kracht waren vóór 1 januari 2021 zijn ook na 1 januari 2021 strafbaar.
De strafbaarstelling is niet opgeheven.
1.2. Tenlastelegging A1 ten aanzien van
gecontac-
Op 11 januari 2021 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ
werkne-
teerd omdat er zich in de woning gelegen te
mers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu-
ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
Op 24 februari 2021 begaf de wooninspecteur
woningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
vergezeld van
Na vertoon en voorlezing van de machtiging tot visitatie afgeleverd bij beschikking van 12 februari
2021 van de politierechtbank
dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het doel van hun komst.
gaven zij door middel van hun
Het pand omvat een half open bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping.
Het gelijkvloers bestaat uit een eetplaats, berging/wasplaats, keuken, kamer 0/1, toilet.
De eerste verdieping: badkamer, kamer 1/1, kamer 1/2 en kamer 1/3.
Gelijkvloers: handelszaak.
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
- het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten
in het pand: vochtschade aan buitenmuren, vochtschade aan de binnenmuren in de
inkomhall, barst in dragende balk in de kelder, ontbreken rookmelder in de kelder, ontbreken
rookmelder in gemeenschappelijke wasplaats, douche is niet aangesloten op de watertoevoer….
Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en
0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond
door drie personen, o.a. risico op elektrocutie, geen mogelijkheid tot verluchten, indicatie van
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 9 ernstige gebreken in categorie
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 13
heeft een totaal van 12 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 12 kleine gebreken in categorie I, 9 ernstige gebreken in categorie
risico op CO-vergiftiging);
- kamer
II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond
door drie personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging);
- kamer
II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond
door vier personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging);
- kamer
II en 4 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (de kamer werd bewoond
door twee personen, o.a. indicatie van risico op CO-vergiftiging);
- gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig
gebrek in categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III;
- toilet: heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige gebreken in categorie II en 0
gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
heeft een totaal van 13 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
werd bewoond door
- kamer
18 januari 2021 tot en met 21 april 2021;
- kamer
werd bewoond door
tot en met 21 april 2021,
- kamer
werd bewoond door
van 18 januari 2021 tot en met 21 april 2021;
- kamer
werd bewoond door
21 april 2021.
verklaarde dat hij sinds 2018 voor
van
van 24 december 2020
van 18 januari 2021 tot en met
verklaarde dat hij sinds 6 maanden voor
in België werkte.
werkte.
verklaarde dat hij sinds 2 jaar voor
werkte.
was de grote baas.
Zij betaalden geen huur maar de kosten voor hun verblijf (huur, elektriciteit, internet) werden van
hun loon afgehouden.
verklaarden dat zij sinds de zomer
werkten.
van 2020 voor
Zij wisten niet of zij betaalden voor de woning. Zij wisten enkel dat ze 350 à 400 euro per week ver-
dienden.
verklaarden dat ze beiden voor
werkten.
Ze ontvingen 350 uur per week als loon. Ze wisten niet of er iets van hun loon werd afgehouden voor
stukken 1 tot 47, vaststellingen , technisch verslag en fotodossier).
hun verblijf (Kaft pand
Tijdens zijn verhoor verklaarde
dat hij de woning had verhuurd aan
Het goed werd door hem verhuurd om personen te huisvesten en werd door de huurster ter be-
schikking gesteld van haar werknemers om er tijdelijk te verblijven gedurende de periodes waarin zij
in de regio tewerkgesteld zijn (stukken 93 en 94 en 62 en 63).
Op 29 januari 2020 werd
huurster (stuk 64).
Op 30 april 2021 werd tussen
ten betreffende de beëindiging van de huurovereenkomst (stuk 83).
een dadingsovereenkomst afgeslo-
als huurster vervangen door
als
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 14
dat hij als bestuurder van
Tijdens zijn verhoor verklaarde
tract had afgesloten betreffende het pand gelegen te
Hij stelde nooit in
Hij verklaarde dat de arbeiders niets moesten betalen voor huisvesting. Zij betaalden wel een varia-
bele vergoeding voor gas, water elektriciteit, internet en afval.
Hij stelde dat sinds 31 december 2020 de activiteiten van
teiten naar aanleiding van de verwerving van
gestaakt zijn en dat de activi-
opgesplitst werd naar
te zijn geweest.
het huurcon-
.
Hij stelde dat
het beheer deed van de huisvesting (stukken 111 en 112).
.
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 2 april 2021 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
.
Op 21 april 2022 werd door de wooninspecteur vastgesteld dat de herstelvordering uitgevoerd werd
(stuk 146).
De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging.
Het moreel element van het misdrijf
stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be-
stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot-
schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd.
Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist
dat de woning met bepaalde gebreken behept was.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet
wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
De rechtbank is van oordeel dat het niet is aangetoond dat
een ter beschikkingsteller en dat zij wetens en willens haar medewerking heeft verleend aan de fei-
ten van de tenlastelegging.
Het moreel element is voor de beklaagde
kan worden beschouwd als
niet bewezen.
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 15
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
Het feit dat destijds op 22 december 2017 een plaatsbeschrijving voor de woning werd opgesteld en
ondertekend doet hieraan geen afbreuk.
zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd
met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting
van buitenlandse werknemers.
Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel
te wijten aan hun tekortkomingen.
hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehan-
deld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan.
Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne-
lijke dwaling of onwetendheid.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud
van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbeschikkingstelling.
Het moreel element van het misdrijf is voor
wezen.
Het materieel element van het misdrijf
voldoende be-
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
De rechtbank is van oordeel dat het niet is aangetoond dat
medewerking heeft verleend aan de feiten van de tenlastelegging.
Het materieel element van het misdrijf is voor
niet bewezen.
wetens en willens haar
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud
van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen
delijk dat de gebreken er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.2.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De overwegingen van
werknemers zijn ter zake niet dienend.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan
het pand hebben uitgevoerd.
in verband met de gedragingen van de buitenlandse
blijkt dui-
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 16
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
wezen.
voldoende be-
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A1 voor
niet bewezen zijn.
wordt vrijgesproken voor de feiten van de tenlastelegging A1.
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A1 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.3. Tenlastelegging A2 ten aanzien van
gecontacteerd omdat er in de
Op 10 november 2021 werd de wooninspecteur door de PZ
woning gelegen te
werknemers zouden verblijven en
omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die
niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
Op 10 november 2021 begaf de wooninspecteur
nen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
van het agentschap Wo-
.
De vaststellingen van de wooninspecteur gebeurden op heterdaad in zijn hoedanigheid van officier
van gerechtelijke politie.
De site betreft een omvangrijk voormalig agrarisch complex met verschillende gebouwen en ge-
bouwdelen.
Gebouwdeel 1 is volledig gescheiden van de gebouwdelen 2 en 3.
Het gebouwdeel omvat in totaal 6 kamers met gemeenschappelijke voorzieningen voor minstens 14
personen.
Gelijkvloers: gemeenschappelijke inkom, gemeenschappelijke leefruimte, gemeenschappelijke keu-
ken, gemeenschappelijke eetplaats, gemeenschappelijke wasplaats met 1 bad, 1 douche, 2 toiletten
en 2 lavabo’s.
Eerste verdieping: 6 kamers en gemeenschappelijke trap en gang.
De bewoners van de kamers in gebouwdeel 1 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen
voor wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid.
Voor wat betreft gebouwdeel 1 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhouden:
- ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van
verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar;
- onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen-
schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of
buiten werking gesteld;
- risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 17
zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met
ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen;
- stabiliteitsproblemen (gebrek categorie I of II): betonnen draagstructuur tussen gelijkvloers en
eerste verdieping is op verschillende plaatsen aangetast door corrosie;
- kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II);
- onveilige trap (gebrek categorie II);
- onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III);
- onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II);
- kamers hebben geen eigen brievenbus (gebrek categorie I);
- beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II);
- overbewoning.
Het gebouwdeel 1 werd in hoofdzaak bewoond door mensen van Roemeense afkomst.
De gebouwdelen 2 en 3 werden in hoofdzaak bewoond door mensen van Bulgaarse afkomst.
Door de politie-inspecteurs werden verschillende personen geïdentificeerd (Kaft notitienummer
stukken 1 tot 15).
De site werd op 2 december 2021 op basis van artikel 135 Gemeentewet onbewoonbaar verklaard.
De site is eigendom van
De bewoners waren tewerkgesteld door
”.
.
Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur
vergezeld van
, woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te
(stukken 47 tot 95).
Tijdens zijn verhoor verklaarde
dat hij de enige bestuurder was van
Hij had zijn activiteiten overgelaten aan
.
Hij bezocht telkens klanten van hem waarbij hij onder de prijs ging met als doel hem uit de markt te
concurreren.
De site aan
tot 2021. Maximum waren er 12 arbeidskrachten tegelijkertijd gehuisvest.
Hij stelde niet op de hoogte te zijn van de stedenbouwkundige inbreuk. Hij was misschien nonchalant
geweest wanneer hij bijkomende kamers had voorzien (stukken 101 en 102).
had voor huisvesting gediend voor zijn arbeidskrachten vanaf 2018
Tijdens zijn verhoor verklaarde
genomen. Op het ogenblik van de overname en voorafgaand daaraan waren werknemers van
dat hij het bedrijf
had over-
Hij stelde dat de huurkoopovereenkomst door hem in eigen naam werd gesloten. De mensen die er
gehuisvest waren werkten ofwel bij
.
op de site. De huurovereenkomst ging in op 1 maart 2021.
was betrokken als beheerder (stukken 112 en 113).
Door de wooninspecteur werd een opgave gemaakt van de personen die wat betreft het pand gele-
gen te
, geïdentificeerd werden (stukken 114 en 115).
De kamers
werden bij besluit van de burgemeester van
d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stukken 272-273).
Het gebouwdeel 2 omvat in totaal 11 kamers met voorzieningen voor minstens 19 personen, dubbele
keuken en 3 toiletten.
Het omvat een gelijkvloers met 4 kamers, een tussenverdieping met 1 kamer, een verdieping met 6
kamers.
Het gebouwdeel 3 betreft een houten constructie met uitsluitend een gelijkvloerse verdieping. De
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 18
houten constructie omvat een grote kamer met 5 matrassen en een kleine kamer met een matras.
De bewoners van de kamers in de gebouwdelen 2 en 3 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voor-
zieningen wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid.
Voor wat betreft gebouwdelen 2 en 3 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhou-
den (Kaft met notitienummer
- stukken 1 tot 26):
- ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van
verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar;
- onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen-
schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of
buiten werking gesteld;
- risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en
zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met
ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen;
- ramen en deuren (gebrek categorie II): minstens 1 kamer heeft een kapot raam door glasbreuk;
- kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II);
- onveilige trap (gebrek categorie II);
- onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III);
- onvoldoende verwarming (gebrek categorie III);
- onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II);
- vochtschade (gebrek categorie II);
- de kamers hebben geen eigen lavabo (gebrek categorie I);
- geen verwarming van badfunctie (categorie II of III);
- gemeenschappelijke voorzieningen niet slotvast afsluitbaar (gebrek categorie I of II);
- toiletfunctie en badfunctie niet gescheiden (gebrek categorie I);
- beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II);
- onvoldoende functies: bad- keuken- toiletfuncties (gebreken categorie II en III);
- overbewoning.
De politie identificeerde in totaal 22 personen voor deze gebouwdelen.
Op het adres stonden ook nog andere personen ingeschreven (stukken 611 tot 625).
De bewoners die ter plaatse aangesproken werden verklaarden voor
sector. Zij verklaarden dat de huisvesting werd geregeld via
te werken in de pluimvee-
Het pand gelegen te
werd bij besluit van de burgemeester van
d.d. 2 december 2021 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk 55).
Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur
vergezeld van
, woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te
(stukken 81 tot 207).
De kamers
burgemeester van
ken 632-634).
werden bij besluit van de
d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk-
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 19
.
De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging.
Het moreel element van het misdrijf
stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be-
stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot-
schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd.
Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
Buitenlandse onderneming
stelt dat zij deel uitmaakt van
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist
dat de woning met bepaalde gebreken behept was.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet wist dat
de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet
wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract
niet wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet
wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 20
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat buitenlandse onder-
neming
kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller
en dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging.
De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van de ven-
. De betrokken bestuurders werden niet verhoord.
nootschappen
Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden.
Het moreel element is voor de beklaagden buitenlandse onderneming
niet bewezen.
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
De beklaagden zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd met het zoeken en ter
beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog de huisvesting van buitenlandse werkne-
mers.
Voor zover de beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel
te wijten aan hun tekortkomingen.
Beklaagden hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun
onderzoeksplicht voldaan.
De beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwa-
ling of onwetendheid.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud
van de toestand.
Het feit of er al dan niet een plaatsbeschrijving werd opgemaakt voor het gebruik van het pand doet
hieraan geen afbreuk.
Het moreel element van het misdrijf is voldoende bewezen voor
.
Het materieel element van het misdrijf
Buitenlandse onderneming
stelt dat zij deel uitmaakt van
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat buitenlandse onder-
neming
wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan
de feiten van de tenlastelegging.
Het materieel element van het misdrijf is voor
niet bewezen.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 21
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen blijkt duidelijk dat de gebreken
er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.3.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De overwegingen van beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werknemers
zijn ter zake niet dienend.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan
het pand hebben uitgevoerd.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A2 voor bui-
tenlandse onderneming
Buitenlandse onderneming
van de tenlastelegging A2.
niet bewezen zijn.
worden vrijgesproken voor de feiten
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A2 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.4. Tenlastelegging A3 ten aanzien van
Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ
teerd omdat er in de woning gelegen te
werkne-
mers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu-
ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
gecontac-
Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur
ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
vergezeld van
wo-
,
Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het
doel van hun komst.
Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers
bezocht.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 22
Het pand betreft een gesloten bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping.
Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, kamer
woonkamer, gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijk toilet en gemeenschappelijke berging.
De eerste verdieping: kamer
, gemeenschappelijke
badkamer met bad en toilet.
, gemeenschappelijke
met berging, kamer
kamer
kamer
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 6 ernstige gebreken in categorie
- het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten
in het pand: op de zolder werden twee trekbalken ondersteund met schoren, de verdeelkast
van de elektriciteit bevond zich in kamer
en was niet bereikbaar voor alle bewoners,
de bewoners maken gebruik van stekkerblokken wat kan leiden tot overbelasting van de
elektrische installatie, de hoofwaterkraan was niet toegankelijk voor alle bewoners,
rookmelder in gemeenschappelijke ruimte ontbreekt, raam op gemeenschappelijke traphal
bestaat uit enkele beglazing, geen dakisolatie.
Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en
0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (risico op elektrocutie, geen
mogelijkheid tot verluchten, geen leuning aan de trap, geen borstwering aan terras);
- kamer
II en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarming, trap heeft geen leuning, geen rookmelder);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap, enkele
beglazing);
- gemeenschappelijke leefkamer: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- gemeenschappelijke badkamer: heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig
gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
- kamer
- kamer
- kamer
werd bewoond door
werd bewoond door
werd bewoond door
;
;
.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 23
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer
niet conform wa-
, stukken 1 tot 46).
Tijdens zijn verhoor verklaarde
dat hij eigenaar was van het pand gelegen te
,
Hij had het pand eerst verhuurd aan een landbouwer. Daarna had hij 6 maanden een gezin en
hem gecontacteerd om de woning te huren.
seizoenarbeiders erin ondergebracht.
Zij hadden erin verbleven tot november 2021.
In 2021 had de firma
Zij waren bij hem terechtgekomen door de landbouwer.
Daarna werd een huurovereenkomst met
De huurprijs bedroeg 750 euro per maand.
Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst
doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van
Er was geen huurachterstand. Tijdens de verhuring had hij nooit de woning bezocht.
Hij had iets opgevangen dat er vaak wisselende personen in het huis verbleven, maar mensen uit de
Westhoek zijn vaak niet zo spraakzaam.
Hij stelde in vertrouwen te hebben gehandeld.
Het huis was in orde toen het verhuurd werd, nu was het een stort (stukken 74 en 75).
opgesteld voor de duur van 2 jaar.
.
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging.
Het moreel element van het misdrijf
stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be-
stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot-
schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd.
Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat zij deel uitmaakt van
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist
dat de woning met bepaalde gebreken behept was.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet
wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 24
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract
niet wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat
dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging.
De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van
kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller en
De betrokken bestuurders werden niet verhoord.
Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden.
Het moreel element is voor de beklaagden
niet bewezen.
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd
met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting
van buitenlandse werknemers.
Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel
te wijten aan hun tekortkomingen.
hebben niet als een redelijk en
voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan.
Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne-
lijke dwaling of onwetendheid.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de ter be-
schikkingstelling.
Het moreel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdrijf
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat zij deel uitmaakt van
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 25
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat
wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan
de feiten van de tenlastelegging.
Het materieel element van het misdrijf is voor
niet bewezen.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer
niet conform wa-
stukken 1 tot 46).
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de
ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.4.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De overwegingen van de beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werkne-
mers zijn ter zake niet dienend.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan
het pand hebben uitgevoerd.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A3 voor bui-
tenlandse onderneming
Buitenlandse onderneming
van de tenlastelegging A3.
worden vrijgesproken voor de feiten
niet bewezen zijn.
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A3 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.5. Tenlastelegging A4 ten aanzien van
Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ
teerd omdat er zich in de woning gelegen te
gecontac-
werknemers van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 26
buitenlandse origine zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of
kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnor-
men).
Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur
ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
vergezeld van
wo-
Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het
doel van hun komst.
Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers
bezocht.
Het pand betreft een alleenstaande hoevewoning in gebruik als kamerwoning en bestaande uit ge-
lijkvloers en 1 verdieping.
Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, gemeenschappelijke keuken, ge-
meenschappelijke badkamer met douche en toilet, kamer
gemeenschappelijke
berging.
De eerste verdieping: kamer
, gemeenschappelijk toilet.
, kamer
kamer
kamer
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 16 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 14 ernstige gebreken in categorie
- het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten
in het pand: onder de elektriciteitskast zijn er contactpunten die niet afgeschermd zijn,
elektrische geleider aan de buitengevel onvakkundig afgeschermd, er ontbreekt glas in een raam
van de gemeenschappelijke garage, op verschillende plaatsen liggen dakpannen los.
Het gebouw heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie
II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III;
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 8 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen onderverluchting, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (boven deuropening in
wand verhoogde vochtwaarde, deur van kamer ontbreekt, water in kelder, gemeenschappelijke
keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt,
geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 7 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 9 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 18 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 27
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen natuurlijke verlichting, geen verluchtingsmogelijkheid,
geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- bad in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- toilet in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2
ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid
of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 6 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
gebreken in categorie II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- gemeenschappelijk toilet (eerste verdieping): heeft een totaal van 1 klein gebrek in categorie I, 2
ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid
of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
- kamer
- kamer
werd bewoond door
werd bewoond door
werd bewoond door
;
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
waren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld, woonentiteit
niet conform de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen (Kaft met notitienummer
niet conform
is
stukken 1 tot 51).
dat hij sinds twee jaar eigenaar was van de woning
Tijdens zijn verhoor verklaarde
en dat de woning bij de aanvang van de huurovereenkomst in goede staat van onderhoud was.
Na de aankoop had hij de verwarming en elektriciteit in orde gebracht. Hij had geen structurele wer-
ken in de woning uitgevoerd.
De woning werd voor een korte duur verhuurd aan
Hij had zelf een kippenbedrijf en zo kende hij
Hij verhuurde voor een korte periode omdat hij van anderen had gehoord dat het soms moeilijk was
om de huurders uit het pand te krijgen.
De huurovereenkomst werd afgesloten op verzoek van
Betreffende de woning had hij contact met
Tijdens de huurovereenkomst was hij niet in de woning geweest.
als servicebedrijf.
.
.
zou regelmatig langsgaan en alles opvolgen.
Hij had geen contact met de bewoners.
Soms zag hij een busje passeren. Hij zwaaide dan maar had geen idee wie daar woonde en met hoe-
veel.
Hij was na het vertrek van de bewoners redelijk verschoten over de toestand van het pand.
De huurprijs voor de woning bedroeg 800,00 euro per maand en 70,00 euro voor het internet.
Er was geen huurachterstand.
Het was niet de bedoeling dat de bewoners daar hun domicilie zouden hebben.
Hij dacht dat de woning zou gebruikt worden om mensen gedurende een korte periode tijdelijk erin
onder te brengen.
Hij was er zich niet van bewust dat de strenge woonnormen van toepassing waren.
Tijdens de duur van de huurovereenkomst werd hij nooit aangesproken om schade te herstellen.
Hij stelde dat de vastgestelde gebreken in hoofdzaak het gevolg waren van beschadigingen die in de
loop van de huurovereenkomst waren aangebracht.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 28
Het was nooit zijn bedoeling om zich te verrijken op de rug van zwakke personen.
Hij was van mening dat de woning voldeed en verwees hiervoor naar de omstandige plaatsbeschrij-
ving (stukken 78 tot 123).
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
.
Bij besluit van de burgemeester van
d.d. 9 februari 2023 werden de kamers
ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24
juni 2024).
De beklaagden betwisten de feiten van de tenlastelegging.
Het moreel element van het misdrijf
stelt dat hij zich heeft gedragen als een normale voorzichtige en vooruitziende be-
stuurder en dat er regelmatig controles werden uitgevoerd door de medewerkers van de vennoot-
schappen en dat er herstellingen werden uitgevoerd.
Hij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat zij deel uitmaakt van
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst niet wist
dat de woning met bepaalde gebreken behept was.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract niet
wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
stelt dat zij op het ogenblik van de ondertekening van het huurcontract
niet wist dat de woning behept was met gebreken.
Indien zij kennis nam van klachten of gebreken aan de woning dan loste zij de problemen zo spoedig
mogelijk op.
Zij verwijst naar de gedragingen van de buitenlandse werknemers en socio-culturele verschillen.
Zij stelt dat het moreel element van het misdrijf niet bewezen is.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat
dat zij wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan de feiten van de tenlastelegging.
kunnen worden beschouwd als een ter beschikkingsteller en
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 29
De rechtbank stelt vast dat geen enkel onderzoek werd gevoerd naar de betrokkenheid van
De betrokken bestuurders werden niet verhoord.
Er werd geen onderzoek gevoerd naar de mogelijke ontvangst van huurgelden.
Het moreel element is voor de beklaagde
niet bewezen.
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende vertrouwd
met het zoeken en ter beschikking stellen van panden in Vlaanderen met het oog op de huisvesting
van buitenlandse werknemers.
Voor zover deze beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel
te wijten aan hun tekortkomingen.
hebben niet als een redelijk en
voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun onderzoeksplicht voldaan.
Voormelde beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinne-
lijke dwaling of onwetendheid.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbe-
schikkingstelling.
Het moreel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdrijf
Buitenlandse onderneming
stelt dat zij deel uitmaakt van
en dat zij niet betrokken is bij de feiten.
stelt dat enkel de eigenaar, verhuurder of ter beschikkingsteller kan worden veroor-
deeld.
Zij stelt dat zij als holdingmaatschappij niet betrokken is bij de uitvoering van de werkzaamheden, de
contacten met de werknemers en het plaatsen van de werknemers in de panden.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat
wetens en willens hun medewerking hebben verleend aan
de feiten van de tenlastelegging.
Het materieel element van het misdrijf is voor
niet bewezen.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 30
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen (cf. supra sub 1.5).
Bij besluit van de burgemeester van
d.d. 9 februari 2023 werden de kamers
ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24
juni 2024).
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de
ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.5.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De overwegingen van de beklaagden in verband met de gedragingen van de buitenlandse werkne-
mers zijn ter zake niet dienend.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan
het pand hebben uitgevoerd.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging A4 voor
niet bewezen zijn.
worden vrijgesproken voor de feiten
van de tenlastelegging A4.
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging A4 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.6. De gewoonte als verzwarende omstandigheid voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2,
A3 en A4
Gezien de vrijspraak van
leggingen A2, A3 en A4 is de verzwarende omstandigheid van de gewoonte evenmin bewezen.
voor de feiten van de tenlaste-
Gezien de vrijspraak van
de verzwarende omstandigheid van de gewoonte evenmin bewezen.
voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4 is
De rechtbank is van oordeel dat de verzwarende omstandigheid van de gewoonte voldoende bewe-
zen is:
- in hoofde van
- in hoofde van
- in hoofde van
wat betreft de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4,
wat betreft de tenlasteleggingen A2, A3 en A4
wat betreft de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 31
De beklaagden hebben zich in de gegeven omstandigheden gedurende een langere periode met be-
trekking tot meerdere panden schuldig gemaakt aan de verhuring en/of terbeschikkingstelling van
niet-conforme kamers aan meerdere personen (cf. supra).
De rechtbank is van oordeel dat de verzwarende omstandigheid van de gewoonte niet bewezen is:
- in hoofde van
- in hoofde van
wat betreft tenlastelegging A2;
wat betreft telastlegging A2.
1.7. Tenlastelegging B1 ten aanzien van
gecontacteerd omdat er in de
Op 10 november 2021 werd de wooninspecteur door de PZ
woning gelegen te
15 buitenlandse werknemers zouden verblijven en
omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhuren/ ter beschikking stellen die
niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
Op 10 november 2021 begaf de wooninspecteur
nen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
van het agentschap Wo-
.
De vaststellingen van de wooninspecteur gebeurden op heterdaad in zijn hoedanigheid van officier
van gerechtelijke politie.
De site betreft een omvangrijk voormalig agrarisch complex met verschillende gebouwen en ge-
bouwdelen.
Gebouwdeel 1 is volledig gescheiden van de gebouwdelen 2 en 3.
Het gebouwdeel omvat in totaal 6 kamers met gemeenschappelijke voorzieningen voor minstens 14
personen.
Gelijkvloers: gemeenschappelijke inkom, gemeenschappelijke leefruimte, gemeenschappelijke keu-
ken, gemeenschappelijke eetplaats, gemeenschappelijke wasplaats met 1 bad, 1 douche, 2 toiletten
en 2 lavabo’s.
Eerste verdieping: 6 kamers en gemeenschappelijke trap en gang.
De bewoners van de kamers in gebouwdeel 1 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voorzieningen
voor wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid.
Voor wat betreft gebouwdeel 1 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhouden:
- ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van
verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar;
- onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen-
schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of
buiten werking gesteld;
- risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en
zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met
ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen;
- stabiliteitsproblemen (gebrek categorie I of II): betonnen draagstructuur tussen gelijkvloers en
eerste verdieping is op verschillende plaatsten aangetast door corrosie;
- kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II);
- onveilige trap (gebrek categorie II);
- onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III);
- onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II);
- kamers hebben geen eigen brievenbus (gebrek categorie I);
- beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II);
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 32
- overbewoning.
Het gebouwdeel 1 werd in hoofdzaak bewoond door mensen van
De gebouwdelen 2 en 3 werden in hoofdzaak bewoond door mensen van
Door de politie-inspecteurs werden verschillende personen geïdentificeerd (Kaft notitienummer
afkomst.
afkomst.
stukken 1 tot 15).
De site werd op 2 december 2021 op basis van artikel 135 Gemeentewet onbewoonbaar verklaard.
De site is eigendom van
De bewoners waren tewerkgesteld door
”.
.
Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur
vergezeld van
, woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te
(stukken 47 tot 95).
Tijdens zijn verhoor verklaarde
dat hij de enige bestuurder was van
Hij had zijn activiteiten overgelaten aan
.
Hij bezocht telkens klanten van hem waarbij hij onder de prijs ging met als doel hem uit de markt te
concurreren.
De site aan
tot 2021. Maximum waren er 12 arbeidskrachten tegelijkertijd gehuisvest.
Hij stelde niet op de hoogte te zijn van de stedenbouwkundige inbreuk. Hij was misschien nonchalant
geweest wanneer hij bijkomende kamers had voorzien (stukken 101 en 102).
had voor huisvesting gediend voor zijn arbeidskrachten vanaf 2018
Tijdens zijn verhoor verklaarde
genomen. Op het ogenblik van de overname en voorafgaand waren werknemers van
dat hij het bedrijf
had over-
gehuisvest op de site. De huurovereenkomst ging in op 1 maart 2021.
Hij stelde dat de huurkoopovereenkomst door hem in eigen naam werd gesloten. De mensen die er
gehuisvest waren werkten ofwel bij
.
was betrokken als beheerder (stukken 112 en 113).
Door de wooninspecteur werd een opgave gemaakt van de personen die wat betreft het pand gele-
gen te
, geïdentificeerd werden (stukken 114 en 115).
De kamers
werden bij besluit van de burgemeester van
d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stukken 272-273).
Het gebouwdeel 2 omvat in totaal 11 kamers met voorzieningen voor minstens 19 personen, dubbele
keuken en 3 toiletten.
Het omvat een gelijkvloers met 4 kamers, een tussenverdieping met 1 kamer, een verdieping met 6
kamers.
Het gebouwdeel 3 betreft een houten constructie met uitsluitend een gelijkvloerse verdieping. De
houten constructie omvat een grote kamer met 5 matrassen en een kleine kamer met een matras.
De bewoners van de kamers in de gebouwdelen 2 en 3 zijn afhankelijk van gemeenschappelijke voor-
zieningen wat betreft WC, bad/douche en/of kookgelegenheid.
Voor wat betreft gebouwdelen 2 en 3 werden de volgende gebreken van categorie II en III weerhou-
den (Kaft met notitienummer
- stukken 1 tot 26):
- ongunstig advies brandweer (gebrek categorie II): verouderde elektriciteitsvoorziening, gebruik van
verdeeldozen op stopcontacten met risico op overbelasting van het net en brandgevaar;
- onvoldoende rookmelders (gebrek categorie II): ontbreken van rookmelders in de gemeen-
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 33
schappelijke voorzieningen van de gebouwdelen 2 en 3; rookmelders die ontmanteld waren of
buiten werking gesteld;
- risico op elektrocutie en brand (gebreken categorie II en III): onvoldoende bekabeling en
zekering, aftakken van elektriciteitsnet met niet conforme aansluiting; zekeringskast met
ontbrekende zekeringen; veelvuldig gebruik van stekkerdozen;
- ramen en deuren (gebrek categorie II): minstens 1 kamer heeft een kapot raam door glasbreuk;
- kamers beantwoorden niet aan de minimale netto-oppervlakte (gebrek categorie II);
- onveilige trap (gebrek categorie II);
- onvoldoende borstwering (gebrek categorie II-III);
- onvoldoende verwarming (gebrek categorie III);
- onvoldoende verluchtingsmogelijkheid (gebrek categorie II);
- vochtschade (gebrek categorie II);
- de kamers hebben geen eigen lavabo (gebrek categorie I);
- geen verwarming van badfunctie (categorie II of III);
- gemeenschappelijke voorzieningen niet slotvast afsluitbaar (gebrek categorie I of II);
- toiletfunctie en badfunctie niet gescheiden (gebrek categorie I);
- beschadigingen en afwerking (gebreken categorie I vanaf 7 gebrek categorie II);
- onvoldoende functies: bad- keuken- toiletfuncties (gebreken categorie II en III);
- overbewoning.
De politie identificeerde in totaal 22 personen voor deze gebouwdelen.
Op het adres stonden ook nog andere personen ingeschreven (stukken 611 tot 625).
De bewoners die ter plaatse aangesproken werden verklaarden voor
sector. Zij verklaarden dat de huisvesting werd geregeld via
te werken in de pluimvee-
Het pand gelegen te
werd bij besluit van de burgemeester van de
d.d. 2 december 2021 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk 55).
Op 17 februari 2022 werden door de wooninspecteur
vergezeld van
, woningcontroleur, aanvullende vaststellingen verricht betreffende het pand gelegen te
(stukken 81 tot 207).
De kamers
burgemeester van
ken 632-634).
werden bij besluit van de
d.d. 31 mei 2022 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (stuk-
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
Het moreel element van het misdrijf
Uit het strafdossier en de afgesloten huurovereenkomst met aankoopoptie blijkt dat
met
op 25 februari 2021 een overeenkomst heeft afgesloten betref-
fende het pand gelegen te
namens de vennootschap de overeenkomst heeft ondertekend.
werd vertegenwoordigd door haar bestuurder
die
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 34
had de algemene leiding over de bedrijfsvoering van de vennootschap en de beslis-
singsbevoegdheid, in het bijzonder over de regels van de naleving van de woonkwaliteit.
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagden nagelaten hebben te
controleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel ver-
huurd mochten worden.
Voor zover de beklaagden voorhouden dat zij niet op de hoogte waren van de gebreken is dit enkel
te wijten aan hun tekortkomingen.
Beklaagden hebben niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en hebben niet aan hun
onderzoeksplicht voldaan.
De beklaagden kunnen zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwa-
ling of onwetendheid.
De verhuurder heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huurovereenkomst een woning
ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook verantwoordelijk voor behoud
van de toestand.
Het moreel element van het misdrijf is voldoende bewezen voor
.
De overwegingen van
relevant.
dat hij de hoeve niet in eigen naam heeft verhuurd zijn niet
Het materieel element van het misdrijf
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur wat betreft de woningen blijkt duidelijk dat de gebreken
er niet zomaar van de ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.7.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
Het is evenmin aangetoond dat de beklaagden tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan
het pand hebben uitgevoerd.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
doende bewezen.
en
vol-
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging B1 voor
en
vervuld en bewezen zijn.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 35
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.8. Tenlastelegging B2 ten aanzien van
gecontac-
Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ
teerd omdat er zich in de woning gelegen te
werk-
nemers zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of kamers verhu-
ren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnormen).
,
Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur
ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
vergezeld van
wo-
Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het
doel van hun komst.
Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers
bezocht.
Het pand betreft een gesloten bebouwing bestaande uit gelijkvloers en 1 verdieping.
Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, kamer
woonkamer, gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijk toilet en gemeenschappelijke berging.
gemeenschappelijke
De eerste verdieping: kamer
badkamer met bad en toilet.
, gemeenschappelijke
met berging, kamer
kamer
kamer
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
- het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten
in het pand: op de zolder werden twee trekbalken ondersteund met schoren, de verdeelkast
en was niet bereikbaar voor alle bewoners,
van de elektriciteit bevond zich in kamer
de bewoners maken gebruik van stekkerblokken wat kan leiden tot overbelasting van de
elektrische installatie, de hoofwaterkraan was niet toegankelijk voor alle bewoners,
rookmelder in gemeenschappelijke ruimte ontbreekt, raam op gemeenschappelijke traphal
bestaat uit enkele beglazing, geen dakisolatie.
Het gebouw heeft een totaal van 3 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig gebrek in categorie II en
0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (risico op elektrocutie, geen
mogelijkheid tot verluchten, geen leuning aan de trap, geen borstwering aan terras);
- kamer
II en 3 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarming, trap heeft geen leuning, geen rookmelder);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 6 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 9 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 36
heeft een totaal van 11 kleine gebreken in categorie I, 8 ernstige gebreken in categorie
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap);
- kamer
II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (geen mogelijkheid tot
verwarmen, te kleine minimum oppervlakte, geen rookmelder, geen leuning aan trap, enkele
beglazing);
- gemeenschappelijke leefkamer: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- gemeenschappelijke badkamer: heeft een totaal van 4 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig
gebrek in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer
- kamer
- kamer
werd bewoond door
werd bewoond door
werd bewoond door
;
;
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer
niet conform wa-
, stukken 1 tot 46).
Tijdens zijn verhoor verklaarde
dat hij eigenaar was van het pand gelegen te
,
Hij had het pand eerst verhuurd aan een landbouwer. Daarna had hij 6 maanden een gezin en
hem gecontacteerd om de woning te huren.
seizoenarbeiders erin ondergebracht.
Zij hadden erin verbleven tot november 2021.
In 2021 had de firma
Zij waren bij hem terechtgekomen door de landbouwer.
Daarna werd een huurovereenkomst met
De huurprijs bedroeg 750 euro per maand.
Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst
doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van
Er was geen huurachterstand. Tijdens de verhuring had hij nooit de woning bezocht.
Hij had iets opgevangen dat er vaak wisselende personen in het huis verbleven, maar mensen uit de
opgesteld voor de duur van 2 jaar.
.
zijn vaak niet zo spraakzaam.
Hij stelde in vertrouwen te hebben gehandeld.
Het huis was in orde toen het verhuurd werd, nu was het een stort (stukken 74 en 75).
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
.
De beklaagde betwist de feiten van de tenlastelegging.
Incriminatieperiode
De beklaagde stelt dat de eerste vaststellingen van de wooninspecteur dateren van 10 oktober 2022
zodat de incriminatieperiode ten vroegste een aanvang kan nemen op die datum en niet vanaf 15
december 2021.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 37
Uit het strafdossier blijkt dat
met
betreffende het pand gelegen te
op 1 december 2021 een huurovereenkomst heeft afgesloten
.
De wooninspecteur heeft op 10 oktober 2022 diverse ernstige structurele gebreken vastgesteld die
naar het oordeel van de rechtbank al aanwezig waren bij de contractsluiting (vochtschade, opstijgend
vocht, doorbuiging dragende dakelementen, risico op elektrocutie, geen dakisolatie, ontbreken trap-
leuning, onveilige toegang gemeenschappelijke ruimten, geen dubbele beglazing….)
Er is geen reden tot herleiding van de incriminatieperiode zoals gevorderd door de beklaagde.
Het moreel element van het misdrijf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te con-
troleren of de woning wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeed en dus of zij wel verhuurd
mocht worden.
De beklaagde heeft zelf verklaard dat hij vroeger al de woning had verhuurd aan een landbouwer die
seizoenarbeiders in onder had gebracht.
op zijn beurt daar
Overeenkomstig artikel 2 van de huurovereenkomst werd bepaald dat het gehuurde goed zal dienst
doen als woonruimte t.b.v. de medewerkers van
Uit de bewoordingen van de huurovereenkomst blijkt dat de beklaagde wist of behoorde te weten
dat het de huurder toegelaten was het gehuurde goed zonder voorafgaande schriftelijke toestem-
ming van de verhuurder geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden,
met name de medewerkers van
komst).
(stuk 146 – art. 13 huurovereen-
.
Voor zover de beklaagde voorhoudt dat hij niet op de hoogte was van de gebreken is dit enkel te wij-
ten aan zijn tekortkomingen.
De beklaagde heeft niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en heeft niet aan zijn on-
derzoeksplicht voldaan.
De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaling of
onwetendheid.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de terbe-
schikkingstelling.
Het moreel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdrijf
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor het behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 38
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
ren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld (Kaft met notitienummer
niet conform wa-
, stukken 1 tot 46).
(stuk 146 – art. 13 huurovereen-
Uit de bewoordingen van de huurovereenkomst blijkt dat de beklaagde wist of behoorde te weten
dat het de huurder toegelaten was het gehuurde goed zonder voorafgaande schriftelijke toestem-
ming van de verhuurder geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden,
met name de medewerkers van
komst).
De beklaagde wist dat het pand niet zou verhuurd worden als gezinswoning maar om er werknemers
in onder te brengen.
De overwegingen van de beklaagde dat het hem niet kan worden verweten dat er sprake was van
overbewoning zijn ter zake niet dienend en ongegrond.
De overwegingen van de beklaagde in verband met het verhuren van kamers zijn evenmin relevant
gezien de verrichte vaststellingen.
De beklaagde kan niet omheen het feit dat er te veel bewoners het pand hebben bewoond zoals
blijkt uit zijn verklaring waarin hij stelde dat hij al iets opgevangen had dat er vaak wisselende perso-
nen in het huis verbleven (stuk 74).
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de
ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.4.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
De overwegingen van de beklaagde in verband met de trapleuning, de borstwering, de rookmelders
en de ontbrekende verwarming zijn ongegrond.
Ten onrechte poogt de beklaagde het aantal en de ernst van de vastgestelde gebreken te minimalise-
ren.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagde tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het
pand heeft uitgevoerd.
Het feit dat naar het oordeel van de beklaagde het pand in goede staat van onderhoud was en dat hij
voor de aanvang van de huurovereenkomst elektriciteitswerken heeft uitgevoerd doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat alle constitutieve elementen van de tenlastelegging B2 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
1.9. Tenlastelegging B3 ten aanzien van
Op 23 september 2022 werd de wooninspecteur door de commissaris van de PZ
teerd omdat er zich in de woning gelegen te
gecontac-
, werknemers van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 39
buitenlandse origine zouden verblijven en omwille van een vermoeden van misdrijf (een woning of
kamers verhuren/ ter beschikking stellen die niet voldoen aan de huidige minimale kwaliteitsnor-
men).
Op 10 oktober 2022 begaf de wooninspecteur
ningcontroleur bij het agentschap Wonen Vlaanderen, zich naar het pand gelegen te
vergezeld van
wo-
,
Na vertoon gaven zij door middel van hun dienstkaart kennis van hun naam, hoedanigheid en het
doel van hun komst.
Na voorafgaande schriftelijke toestemming werden kamers
bezocht.
Het pand betreft een alleenstaande hoevewoning in gebruik als kamerwoning en bestaande uit ge-
lijkvloers en 1 verdieping.
Het gelijkvloers bestaat uit een gemeenschappelijke leefkamer, gemeenschappelijke keuken, ge-
meenschappelijke badkamer met douche en toilet, kamer
gemeenschappelijke
berging.
De eerste verdieping: kamer
gemeenschappelijk toilet.
kamer
kamer
kamer
De Wooninspecteur stelde gebreken vast als volgt:
heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 16 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 14 ernstige gebreken in categorie
- het gebouw (deel B technisch verslag) en die betrekking hebben op alle woonentiteiten
in het pand: onder de elektriciteitskast zijn er contactpunten die niet afgeschermd zijn,
elektrische geleider aan de buitengevel onvakkundig afgeschermd, er ontbreekt glas in een raam
van de gemeenschappelijke garage, op verschillende plaatsen liggen dakpannen los.
Het gebouw heeft een totaal van 0 kleine gebreken in categorie I, 0 ernstige gebreken in categorie
II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III;
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 8 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen onderverluchting, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 6 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (boven deuropening in
wand verhoogde vochtwaarde, deur van kamer ontbreekt, water in kelder, gemeenschappelijke
keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en warm water ontbreekt,
geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 7 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- kamer
II en 9 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 20 kleine gebreken in categorie I, 18 ernstige gebreken in categorie
heeft een totaal van 21 kleine gebreken in categorie I, 15 ernstige gebreken in categorie
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 40
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III (water in kelder,
gemeenschappelijke keldertrap beschikt niet over een leuning, lavabo met aanvoer van koud en
warm water ontbreekt, geen natuurlijke verlichting, geen verluchtingsmogelijkheid,
geen dubbele beglazing, geen rookmelder);
- bad in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- toilet in gemeenschappelijke douche: heeft een totaal van 5 kleine gebreken in categorie I, 2
ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid
of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- gemeenschappelijke keuken: heeft een totaal van 6 kleine gebreken in categorie I, 2 ernstige
gebreken in categorie II en 2 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of
gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III;
- gemeenschappelijk toilet (eerste verdieping): heeft een totaal van 1 klein gebrek in categorie I, 2
ernstige gebreken in categorie II en 0 gebreken die een direct gevaar opleveren voor de veiligheid
of gezondheid of mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken in categorie III.
- kamer 0/1 werd bewoond door
- kamer 1/1 werd bewoond door
- kamer 1/3 werd bewoond door
;
;
Door de wooninspecteur werd vastgesteld dat de woonentiteiten
waren en/of overbewoond en verhuurd en/of ter beschikking werden gesteld, woonentiteit 1/2 is
niet conform de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen (Kaft met notitienummer
niet conform
, stukken 1 tot 51).
dat hij sinds twee jaar eigenaar was van de woning
Tijdens zijn verhoor verklaarde
en dat de woning bij de aanvang van de huurovereenkomst in goede staat van onderhoud was.
Na de aankoop had hij de verwarming en elektriciteit in orde gebracht. Hij had geen structurele wer-
ken in de woning uitgevoerd.
De woning werd voor een korte duur verhuurd aan
Hij had zelf een kippenbedrijf en zo kende hij
Hij verhuurde voor een korte periode omdat hij van anderen had gehoord dat het soms moeilijk was
om de huurders uit het pand te krijgen.
De huurovereenkomst werd afgesloten op verzoek van
Betreffende de woning had hij contact met
Tijdens de huurovereenkomst was hij niet in de woning geweest.
als servicebedrijf.
.
.
.
zou regelmatig langsgaan en alles opvolgen.
Hij had geen contact met de bewoners.
Soms zag hij een busje passeren. Hij zwaaide dan maar had geen idee wie daar woonde en met hoe-
veel.
Hij was na het vertrek van de bewoners redelijk verschoten over de toestand van het pand.
De huurprijs voor de woning bedroeg 800,00 euro per maand en 70,00 euro voor het internet.
Er was geen huurachterstand.
Het was niet de bedoeling dat de bewoners daar hun domicilie zouden hebben.
Hij dacht dat de woning zou gebruikt worden om mensen gedurende een korte periode tijdelijk erin
onder te brengen.
Hij was er zich niet van bewust dat de strenge woonnormen van toepassing waren.
Tijdens de duur van de huurovereenkomst werd hij nooit aangesproken om schade te herstellen.
Hij stelde dat de vastgestelde gebreken in hoofdzaak het gevolg waren van beschadigingen die in de
loop van de huurovereenkomst waren aangebracht.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 41
Het was nooit zijn bedoeling om zich te verrijken op de rug van zwakke personen.
Hij was van mening dat de woning voldeed en verwees hiervoor naar de omstandige plaatsbeschrij-
ving (stukken 78 tot 123).
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen.
Op 17 november 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen te
Bij besluit van de burgemeester van
d.d. 9 februari 2023 werden de kamers
ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24
juni 2024).
De beklaagde betwist de feiten van de tenlastelegging.
De beklaagde stelt dat heel wat gebreken die op 10 oktober 2022 werden vastgesteld niet aanwezig
waren op het ogenblik van het afsluiten van de huurovereenkomst.
Hij verwijst in dit verband naar de plaatsbeschrijving die op 12 februari 2022 werd opgesteld.
Het moreel element van het misdrijf
De rechtbank merkt op dat wat het moreel element van het misdrijf betreft onachtzaamheid reeds
volstaat.
Dit betekent dat de verhuurder of ter beschikkingsteller een gebrek aan voorzichtigheid of aan voor-
zorg kan worden verweten zonder dat vereist is dat hij wetens en willens een gebrekkige woning
heeft verhuurd.
Het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg bestaat hierin dat de beklaagde nagelaten heeft te con-
troleren of de woningen wel aan de woningkwaliteitsvereisten voldeden en dus of zij wel verhuurd
mochten worden.
Voor zover de beklaagde voorhoudt dat hij niet op de hoogte was van de gebreken is dit enkel te wij-
ten aan zijn tekortkomingen.
De beklaagde heeft niet als een redelijk en voorzichtig persoon gehandeld en heeft niet aan zijn on-
derzoeksplicht voldaan.
De beklaagde kan niet ernstig voorhouden dat hij belazerd werd door
Uit de bewoordingen van artikel 13 van de huurovereenkomst (stuk 139) blijkt dat het de huurder
toegestaan was om zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de verhuurder het ge-
huurde goed geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of in gebruik te geven aan derden, met name
de medewerkers van
.
De beklaagde kan zich in de gegeven omstandigheden niet beroepen op onoverwinnelijke dwaling of
onwetendheid.
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor het behoud van de toestand tijdens de duur van de huurovereenkomst of de ter-
beschikkingstelling.
.
Het moreel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
Het materieel element van het misdrijf
De verhuurder en/of ter beschikkingsteller heeft niet alleen de plicht om bij de aanvang van de huur-
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 42
overeenkomst een woning ter beschikking te stellen die voldoet aan de normen maar hij is ook ver-
antwoordelijk voor behoud van de toestand.
Als verhuurder moet men controleren of een verhuurde woning wel aan de woningkwaliteitsnormen
voldoet en moet men regelmatig de staat van de verhuurde panden controleren.
Volgens de bevindingen van de wooninspecteur voldeden de woningen niet aan de normen van de
Vlaamse Codex Wonen (cf. supra sub 1.5).
Bij besluit van de burgemeester van
d.d. 9 februari 2023 werden de kamers
ongeschikt en onbewoonbaar verklaard (cf. proces-verbaal van inlichting d.d. 24
juni 2024).
Uit de vaststellingen van de wooninspecteur blijkt duidelijk dat de gebreken er niet zomaar van de
ene dag op de andere dag zijn gekomen.
De vastgestelde gebreken betreffen structurele gebreken (cf. supra sub 1.9.) die geenszins te wijten
zijn aan de beweerde gebrekkige onderhoudsplicht van de huurders.
Het feit dat de bewoners het pand niet altijd even proper onderhouden hebben doet evenwel geen
afbreuk aan de vaststellingen van de wooninspecteur.
Het is evenmin aangetoond dat beklaagde tijdens de incriminatieperiode structurele werken aan het
pand heeft uitgevoerd.
De vaststellingen van de wooninspecteur, de technische verslagen en het fotodossier tonen vol-
doende aan dat de verhuurde woningen niet voldeden aan de kwaliteitsnormen van de Vlaamse Co-
dex Wonen.
Het materieel element van het misdrijf is voor
voldoende bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de constitutieve bestanddelen van de tenlastelegging B3 voor
vervuld en bewezen zijn.
Hiervoor baseert de rechtbank zich op de vaststellingen van de wooninspecteurs, de technische ver-
slagen, het fotodossier en de verklaringen van de huurders (cf. supra).
2. BEOORDELING VAN DE STRAF EN STRAFMAAT
2.1. Ten aanzien van
De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A1 tot A4 zijn de uitdrukking van een en het-
zelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste.
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde is
jaar.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 43
Hij werd reeds twee keer strafrechtelijk veroordeeld door de rechtbank wegens sociaalrechtelijke in-
breuken.
De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo-
ningen verhuurt.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn
sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die
niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten.
Er is geen reden om een gevangenisstraf op te leggen.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve
geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem ervan
te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.2. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo-
ningen verhuurt.
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 44
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling
haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst
van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar
ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.3. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo-
ningen verhuurt.
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten , de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling
haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst
van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat geldboete deels
met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar er-
van te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.4. Ten aanzien van
De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A2, A3 en A4 zijn de uitdrukking van een en
hetzelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste.
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 45
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo-
ningen verhuurt.
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling
haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst
van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve
geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan
te weerhouden om identieke feiten te plegen.
2.5. Ten aanzien van
De bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen A1 tot A4 zijn de uitdrukking van een en het-
zelfde misdadig opzet zodat er slechts één straf moet worden opgelegd, namelijk de zwaarste.
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit .
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo-
ningen verhuurt.
De beklaagde heeft een blanco strafregister.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 46
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling
haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst
van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een effectieve
geldboete een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar ervan
te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.6. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit.
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van haar verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van
veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde dient te beseffen dat zij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer zij wo-
ningen verhuurt.
De beklaagde werd één keer veroordeeld door de politierechtbank wegens het niet meedelen van de
identiteit van de bestuurder.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling
haar economische activiteit zou belemmeren op een wijze die niet in verhouding staat tot de ernst
van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en haar
ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 47
2.7. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit.
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde is
Hij kreeg één keer de gunst van de opschorting van veroordeling wegens diefstal door de correctio-
nele rechtbank en hij werd één keer veroordeeld wegens een verkeersinbreuk.
jaar.
De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo-
ningen verhuurt.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn
sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die
niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem
ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.8. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit.
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde is
De beklaagde werd reeds 3 keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken.
jaar.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 48
De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo-
ningen verhuurt.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn
sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die
niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem
ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
2.9. Ten aanzien van
De verhuring van onbewoonbare panden houdt een zware inbreuk in op de veiligheid van de bewo-
ners en hun levenskwaliteit.
De regelgeving beoogt onder meer het waarborgen van het fundamenteel recht op menswaardig wo-
nen.
De beklaagde dient zich bewust te zijn van zijn verplichtingen als verhuurder.
De verhuurde woningen moeten voldoen aan de vereisten van de Vlaamse Codex Wonen en mogen
enkel worden verhuurd aan de bewoners wanneer voldaan is aan de minimumnormen van veiligheid,
gezondheid en woonkwaliteit.
De beklaagde is
De beklaagde werd 1 keer veroordeeld door de politierechtbank wegens verkeersinbreuken.
jaar.
De beklaagde dient te beseffen dat hij de geldende regelgeving dient te respecteren wanneer hij wo-
ningen verhuurt.
De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de ernst van de feiten, de begeleidende omstan-
digheden en de persoonlijkheid van de beklaagde.
De straftoemeting heeft niet enkel een vergeldingsfunctie maar beoogt ook preventie.
De beklaagde verzocht de rechtbank om in ondergeschikte orde de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling te gelasten.
De rechtbank gaat niet in op het verzoek van de beklaagde om de gunst van de opschorting van de
uitspraak van veroordeling, waaromtrent het openbaar ministerie een negatief advies heeft ver-
leend, te gelasten.
De bewezen verklaarde feiten zijn te ernstig en de beklaagde toont niet aan dat een veroordeling zijn
sociale declassering zou veroorzaken of zijn sociale reclassering zou belemmeren op een wijze die
niet in verhouding staat tot de ernst van de feiten.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 49
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat een geldboete
deels met uitstel een passende straf is om de beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en hem
ervan te weerhouden om identieke of andere feiten te plegen.
3. DE BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING
3.1. Ten aanzien van
3.1.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere
verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen:
- wat betreft het pand gelegen te
euro;
- wat betreft het pand gelegen te
euro;
namelijk in totaal 25.300,00 euro.
voor het bedrag van 6.820,00
voor het bedrag van 18.480,00
3.1.2. De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie de vordering enkel gericht heeft ten aan-
zien van
De bijzondere verbeurdverklaring kan maar worden uitgesproken voor zover het openbaar ministerie
de verbeurdverklaring schriftelijk heeft gevorderd (art. 43bis Sw.)
.
Gezien de vrijspraak van
ring tot verbeurdverklaring ongegrond.
voor de feiten van de tenlasteleggingen A1 en A2 is de vorde-
3.2. Ten aanzien van
3.2.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere
verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 44.000,00 euro, namelijk 11
maanden à 4.000,00 euro, wat betreft het pand gelegen te
.
3.2.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te
herleiden.
De beklaagde stelt dat er slechts 10 maanden huur werd betaald, namelijk voor de periode van maart
2021 tot december 2021.
Zij stelt dat er tussen haar en
huurgelden heeft terugbetaald.
een dading werd afgesloten en dat zij alle ontvangen
3.2.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be-
klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald.
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard.
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden
en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met
het misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van misdrijven mag niet lonen.
De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht-
streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op
de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 50
wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht.
Uit de dadingovereenkomst die afgesloten werd tussen
kan de rechtbank niet afleiden dat het bedrag van 40.000,00 euro de terugbetaling van huurgel-
den betreft.
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon-
den niet in het vermogen van de beklaagden worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar-
mee overeenstemmend bedrag.
Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver-
beurdverklaring tot het bedrag van 22.000,00 euro.
De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be-
klaagde
is gegrond voor het bedrag van 22.000,00 euro.
3.3. Ten aanzien van
3.3.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere
verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 9.750,00 euro, namelijk 13
maanden à 750,00 euro, wat betreft het pand gelegen te
3.3.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te
herleiden.
3.2.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be-
klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald.
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard.
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden
en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met
het misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van misdrijven mag niet lonen.
De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht-
streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op
de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die
wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht.
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon-
den niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar-
mee overeenstemmend bedrag.
Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver-
beurdverklaring tot het bedrag van 4.875,00 euro.
De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be-
klaagde
is gegrond voor het bedrag van 4.875,00 euro.
3.4. Ten aanzien van
3.4.1. Het openbaar ministerie vordert bij toepassing van de artikelen 42 en 43bis Sw. de bijzondere
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 51
verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor het bedrag van 6.400,00 euro, namelijk 8
maanden à 800,00 euro, wat betreft het pand gelegen te
3.4.2. De beklaagde vordert de verbeurdverklaring af te wijzen minstens de verbeurdverklaring te
herleiden.
3.4.3. Omdat het pand in de gegeven omstandigheid niet mocht worden verhuurd heeft de be-
klaagde rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf een vermogensvoordeel gehaald.
Dit vermogensvoordeel moet worden verbeurd verklaard.
Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig wordt bevonden
en gestraft maar dat de beklaagde anderzijds in het bezit wordt gelaten van de opbrengst die met
het misdrijf gerealiseerd werd.
Het plegen van misdrijven mag niet lonen.
De verbeurdverklaring van de in artikel 42,3° Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen die recht-
streeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en op
de inkomsten uit de belegde voordelen, is een straf die wordt uitgesproken tegen de beklaagde die
wordt veroordeeld voor het misdrijf dat de vermogensvoordelen heeft voortgebracht.
De vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het bewezen verklaarde misdrijf werden verkregen kon-
den niet in het vermogen van de beklaagde worden gevonden.
De geldwaarde ervan moet worden geraamd en de verbeurdverklaring heeft betrekking op het daar-
mee overeenstemmend bedrag.
Om geen onredelijk zware straf op te leggen herleidt de rechtbank de gevorderde bijzondere ver-
beurdverklaring tot het bedrag van 3.200,00 euro.
De wettelijke voorwaarden zijn vervuld en de bijzondere verbeurdverklaring in hoofde van de be-
is gegrond voor het bedrag van 3.200,00 euro.
klaagde
4. DE HERSTELVORDERING
4.1. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
4.1.1. Op 28 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen
te
.
4.1.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan
legen te
om het onroerend goed en de erin gelegen woningen, ge-
, kadastraal gekend
wegens de stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven,
dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen
verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en
in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou worden geoordeeld dat er
geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen
(art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is.
Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor-
deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid
Ger.W.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 52
Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en
schepenen van
om :
- het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden
blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden,
- de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden.
De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even-
tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen.
4.1.3.
De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de feitelijke
en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen.
stelt dat het pand inmiddels verkocht werd.
4.1.4. De herstelvordering wordt ingeleid tegen de overtreder.
Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden
veroordeeld.
De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf.
Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel.
De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni
2013, RW 2013-14, 503).
Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen
onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel.
Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld.
De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond-
heids- en woonkwaliteitsvereisten.
Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk.
De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge-
grond.
De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van
.
De vordering is ongegrond ten aanzien van
en buitenlandse onderneming
gezien de vrijspraak.
Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen.
De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou-
dend met de reeds genoten termijnen.
Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om
tot herstel over te gaan.
De dwangsom wordt bepaald op 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van de herstelwerk-
zaamheden voor de beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W.
De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge-
breke zouden blijven.
worden
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 53
De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden.
Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft.
De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen
voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is
ongegrond.
De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige-
naars van het pand niet in zake zijn.
4.2. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
4.2.1. Op 17 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen
te
4.2.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan
legen woningen, gelegen te
om het onroerend goed en de erin ge-
kadastraal gekend
wegens de stedenbouwkundige inbreuken een an-
dere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou
worden geoordeeld dat er geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van
de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is.
Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor-
deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid
Ger.W.
Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en
schepenen van
om :
- het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden
blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden,
- de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden.
De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even-
tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen.
4.2.3. De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de fei-
telijke en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen.
4.2.4. De herstelmaatregel wordt ingeleid tegen de overtreder.
Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden
veroordeeld.
De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf.
Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel.
De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni
2013, RW 2013-14, 503).
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 54
Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen
onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel.
Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld.
De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond-
heids- en woonkwaliteitsvereisten.
Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk.
De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge-
grond.
De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van
,
De vordering ten aanzien van
Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen.
is ongegrond gezien de vrijspraak.
.
De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou-
dend met de reeds genoten termijnen.
Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om
tot herstel over te gaan.
De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van
de herstelwerkzaamheden voor de beide beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W.
De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge-
breke zouden blijven.
worden
De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden.
Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft.
De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen
voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is
ongegrond.
De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige-
naars van het pand niet in zake zijn.
4.3. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
4.3.1. Op 17 februari 2022 stelde de wooninspecteur een herstelvordering op voor het pand gelegen
te
.
4.3.2. De wooninspecteur vordert te bevelen aan
erin gelegen woningen, gelegen te
om het onroerend goed en de
, kadastraal gekend
wegens de stedenbouwkundige inbreuken een
andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning, of indien zou
worden geoordeeld dat er geen stedenbouwkundige inbreuk is, deze conform te maken in de zin van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 55
de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is.
Dit binnen een uitvoeringstermijn van 10 maanden vanaf de datum van het tussen te komen vonnis
onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging ten laste van elke veroor-
deelde en met de uitdrukkelijke uitsluiting van de dwangsomtermijn van artikel 1385bis, 4° lid
Ger.W.
Uitdrukkelijk machtiging te verlenen aan de wooninspecteur en aan het college van burgemeester en
schepenen van
om :
- het gevorderd herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de veroordeelden in gebreke zouden
blijven en de kosten te verhalen op de veroordeelden,
- de kosten van gebeurlijke herhuisvesting te verhalen op de veroordeelden.
De veroordeling op grond van de herstelvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren spijts even-
tueel verstek en ondanks eventuele rechtsmiddelen.
4.3.3. De beklaagden stellen geen zakelijke rechten te hebben op het pand en stellen niet over de fei-
telijke en juridische rechten over het pand te beschikken om aan de maatregel te voldoen.
4.3.4. De herstelvordering wordt ingeleid tegen de overtreder.
Niet enkel de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed kan tot het herstel worden
veroordeeld.
De veroordeling tot herstel is het gevolg van het bewezen verklaarde misdrijf.
Bijgevolg kan een niet-eigenaar veroordeeld worden tot herstel.
De herstelmaatregel werkt in rem en is een zakelijk aankleven van het pand (Vgl. Antwerpen 26 juni
2013, RW 2013-14, 503).
Het feit dat het onroerend goed geen eigendom is van de beklaagden doet voor de overtreder geen
onmogelijkheid ontstaan om gevolg te geven aan de verplichting tot herstel.
Het bewijs ligt niet voor dat de woningkwaliteitsgebreken werden hersteld.
De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd op grond van de elementaire veiligheids-, gezond-
heids- en woonkwaliteitsvereisten.
Zij stemt overeen met de wettelijke bepalingen en is kennelijk niet onredelijk.
De overwegingen van de beklaagden om geen herstelvordering te bevelen zijn niet dienend en onge-
grond.
De herstelvordering is enkel gegrond ten aanzien van
.
De vordering ten aanzien van
is ongegrond gezien de vrijspraak.
Er is geen reden om de hersteltermijn op 2 jaar te bepalen.
De termijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren wordt bepaald op 12 maanden rekening hou-
dend met de reeds genoten termijnen.
Terecht wordt de verbeurte van een dwangsom gevorderd gezien het talmen van de beklaagden om
tot herstel over te gaan.
De rechtbank bepaalt tevens een dwangsom van 125,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 56
de herstelwerkzaamheden voor de beide beklaagden met uitsluiting van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W.
De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
gemachtigd om het gevorderde herstel ambtshalve uit te voeren voor het geval de beklaagden in ge-
breke zouden blijven.
worden
De eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de beklaagden.
Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard wat het opgelegde herstel betreft.
De vordering van sommige beklaagden om de eigenaars van het pand te veroordelen en te zeggen
voor recht dat deze hen dienen te vrijwaren voor alle kosten verbonden aan de herstelvordering is
ongegrond.
De beklaagden gaan ten onrechte voorbij aan het feit zij precies de overtreders zijn en dat de eige-
naars van het pand niet in zake zijn.
B. OP BURGERLIJK GEBIED
1. De vordering van de burgerlijke
1.1. De burgerlijke partij vordert schadevergoeding voor de feiten van de tenlastelegging A4 en B3 als
volgt:
- 8 maanden huur à 220,00 euro per maand
- administratiekosten
- morele schade
- rechtsplegingsvergoeding
1.2. De vordering is ontvankelijk.
1.760,00 euro
150,00 euro
1.250,00 euro
1.020,35 euro
1.3. De vordering is ongegrond ten aanzien van
gezien de vrijspraak voor de feiten van de tenlastelegging.
1.4. De gevorderde betaling van 8 maanden huur à 220,00 euro.
Het staat vast dat de burgerlijke partij het pand heeft bewoond.
Uit het strafdossier blijkt evenwel niet duidelijk gedurende hoeveel maanden de burgerlijke partij het
pand heeft bewoond.
Rekening houdend met het feit dat de buitenlandse werknemers gedurende enkele maanden in Bel-
gië verbleven tijdens hun tewerkstelling vooraleer zij naar hun thuisland terugkeerden bepaalt de
rechtbank de geleden materiële schade in alle billijkheid op 1.000,00 euro.
1.5. Morele schade
De burgerlijke partij vordert een morele schadevergoeding van 1.500,00 euro.
De rechtbank is van oordeel dat de burgerlijke morele schade heeft geleden tijdens de duur van zijn
verblijf in het pand.
In alle billijkheid wordt de morele schade bepaald op 250,00 euro.
1.6. Administratiekosten
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 57
De burgerlijke partij vordert een vergoeding van 150,00 euro voor administratiekosten.
De rechtbank is van oordeel dat de burgerlijke partij administratiekosten heeft gemaakt die in alle
billijkheid worden bepaald op 100,00 euro.
1.7. De vordering is ten aanzien van
gegrond voor het bedrag 1.350,00 euro meer de rente.
De rechtbank zegt voor recht dat van het bedrag van 3.200,00 euro dat verbeurd verklaard werd in
hoofde van
partij
het bedrag van 1.350,00 euro wordt toegewezen aan de burgerlijke
.
1.8. Rechtsplegingsvergoeding
lidair veroordeeld tot betaling aan
euro.
van de rechtsplegingsvergoeding bepaald op 627,91
worden so-
Voor zoveel als nodig worden de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig art. 4 al.2
van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering ambtshalve aangehouden .
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gezien de artikelen van voormelde tenlasteleggingen, alsook de artikelen
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
- 182, 184, 185, 189, 190, 191, 194 Wetboek van Strafvordering
- 38, 40, 42, 43, 43bis, 50, 65, 66, 79, 80 Sw.
- 1, 8 §1 W. 29.06.1964
- 1 Wet 05.03.1952
- 29 Wet 1.8.1985
Op tegenspraak ten aanzien van
,
OP STRAFGEBIED
1. Ten aanzien van de eerste beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat
van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor
Veroordeelt
tot een geldboete van 40.000,00 euro, namelijk 5.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen.
voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen
Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen
worden door een gevangenisstraf van 90 dagen .
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 58
Veroordeelt
verhoogd met 70 opdeciemen, als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan
de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro, namelijk 25,00 euro
Veroordeelt
61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van
Veroordeelt
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
2. Ten aanzien van de tweede beklaagde buitenlandse onderneming
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van
de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt niet bewezen voor de buitenlandse
onderneming
.
Spreekt de buitenlandse onderneming
A2, A3 en A4.
Legt de kosten ten laste van de Belgische Staat.
3. Ten aanzien van de derde beklaagde
vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat
van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt niet bewezen voor
.
Spreekt
vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3 en A4.
Legt de kosten ten laste van de Belgische Staat.
4. Ten aanzien van de vierde beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging A2, met uitzondering van de verzwarende omstandigheid
dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, bewezen voor
.
Veroordeelt
geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, deels met
uitstel zoals hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Veroordeelt
verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan
de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro
Veroordeelt
61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 59
Veroordeelt
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
5. Ten aanzien van de vijfde beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging A2, met uitzondering van de verzwarende omstandigheid
dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, bewezen voor
.
Veroordeelt
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging
tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen, deels
met uitstel zoals hierna bepaald.
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Veroordeelt
25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot
financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk
Veroordeelt
strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als
6. Ten aanzien van de zesde beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat van
de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor
voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van
Veroordeelt
de tenlasteleggingen tot een geldboete van 40.000,00 euro, namelijk 5.000,00 euro verhoogd met
70 opdeciemen.
Veroordeelt
namelijk 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot
financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro ,
Veroordeelt
beheerskosten in strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor
Veroordeelt
bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als
7. Ten aanzien van de zevende beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2, A3, A4 met de verzwarende omstandigheid dat
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 60
van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt bewezen voor
Veroordeelt
tenlasteleggingen tot een geldboete van 48.000,00 euro, namelijk 6.000,00 euro verhoogd met 70
opdeciemen.
voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van de
Veroordeelt
euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp
aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
M tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00
Veroordeelt
strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage
8. Ten aanzien van de achtste beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging B1 bewezen voor
.
Veroordeelt
tenlastelegging tot een geldboete van 24.000,00 euro, namelijk 3.000,00 euro verhoogd met 70
opdeciemen, deels met uitstel zoals hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 12.000,00 euro effectief, namelijk 1.500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Veroordeelt
namelijk 25,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot
financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro ,
Veroordeelt
beheerskosten in strafzaken van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor
Veroordeelt
bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als
9. Ten aanzien van de negende beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging B1 bewezen voor
.
Veroordeelt
geldboete van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel
zoals hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 61
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen
worden door een gevangenisstraf van 60 dagen .
Veroordeelt
verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan
de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro
Veroordeelt
van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken
Veroordeelt
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
10. Ten aanzien van de tiende beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging B2 bewezen voor
.
Veroordeelt
van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel zoals
hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een geldboete
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen
worden door een gevangenisstraf van 60 dagen .
Veroordeelt
met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan de
slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro verhoogd
Veroordeelt
euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken van 61,01
Veroordeelt
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
11. Ten aanzien van de elfde beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlastelegging B3 bewezen voor
Veroordeelt
geldboete van 6.000,00 euro, namelijk 750,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen deels met uitstel
zoals hierna bepaald.
voor de bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging tot een
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 62
Aangezien de beklaagde aan de wettelijke voorwaarden voldoet en de opgelegde straf een
voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te
voorkomen gelast dat:
- de tenuitvoerlegging van bovenstaande geldboete zal worden uitgesteld voor de
duur van 3 jaar met uitzondering van 4.000,00 euro effectief, namelijk 500,00 euro verhoogd
70 opdeciemen.
Zegt voor recht dat de geldboete bij niet betaling binnen de wettelijke termijn zal kunnen vervangen
worden door een gevangenisstraf van 60 dagen .
Veroordeelt
verhoogd met 70 opdeciemen , als bijdrage tot de financiering van het Fonds tot financiële hulp aan
de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders .
tot betaling van een bedrag van 200,00 euro , namelijk 25,00 euro
Veroordeelt
van 61,01 euro .
tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in strafzaken
Veroordeelt
Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
tot het betalen van een bedrag van 26,00 euro als bijdrage voor het
Gerechtskosten
Veroordeelt
solidair tot het betalen van de gerechtskosten bepaald op 600,23 euro.
,
BIJZONDERE VERBEURDVERKLARING
1. Ten aanzien van
Verklaart de vordering tot bijzondere verbeurdverklaring ongegrond.
2. Ten aanzien van
Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring
(artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor
uit voor het totaal bedrag van 22.000,00 euro.
3. Ten aanzien van
Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring
(artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor
uit voor het totaal bedrag van 4.875,00 euro.
4. Ten aanzien van
Zegt voor recht dat de wettelijke voorwaarden voor de bijzondere verbeurdverklaring
(artikel 42,3° Sw. en 43bis Sw.) vervuld zijn en spreekt de bijzondere verbeurdverklaring voor
uit voor het totaal bedrag van 3.200,00 euro.
Zegt voor recht dat van voormeld bedrag de som van 1.350,00 euro wordt toegewezen aan de
burgerlijke partij
.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 63
HERSTELVORDERINGEN
1. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en als volgt gegrond.
Beveelt
erin gelegen woningen, gelegen te
om het onroerend goed en de
, kadastraal gekend
wegens de stedenbouwkundige inbreuken een andere
bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop op grond van wettelijke, decretale of
reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een omgevingsvergunning deze conform
te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en zonder dat er overbewoning is.
en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en
schepenen van
door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden
verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het
verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis.
Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit.
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn
van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de
voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen).
Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen verhaald worden op de
veroordeelden.
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft.
Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond.
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van
dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven
dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in
artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis
ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden
een afschrift te bezorgen.
2. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van
buitenlandse onderneming
.
en
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 64
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk en als volgt gegrond.
Beveelt
onroerend goed en de erin gelegen woningen, gelegen te
kadastraal gekend
stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop
op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig
de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een
omgevingsvergunning deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en
zonder dat er overbewoning is.
wegens de
om het
en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en
schepenen van
door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden
verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het
verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis.
Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit.
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn
van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de
voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen).
Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de
veroordeelden.
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft.
Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond.
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van
dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven
dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in
artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis
ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden
een afschrift te bezorgen.
4.3. Herstelvordering betreffende het pand gelegen te
Verklaart de herstelvordering ontvankelijk doch ongegrond ten aanzien van
buitenlandse onderneming
.
en
De herstelvordering is ontvankelijk en gegrond als volgt.
Beveelt
het onroerend goed en de erin gelegen woningen, gelegen te
kadastraal gekend
stedenbouwkundige inbreuken een andere bestemming te geven, dan wel te slopen (tenzij de sloop
op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen verboden is) steeds overeenkomstig
wegens de
om
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 65
de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; en in het geval van het bekomen van een
omgevingsvergunning deze conform te maken in de zin van de Vlaamse Codex Wonen (art. 3.1) en
zonder dat er overbewoning is.
en dit binnen een termijn van 12 maanden vanaf de betekening van het huidig vonnis.
Zegt voor recht dat op vordering van de wooninspecteur en/of het college van burgemeester en
schepenen van
door elke voormelde veroordeelde een dwangsom zal worden
verbeurd van 125,00 euro per dag vertraging in nakoming van dit bevel, te rekenen vanaf het
verstrijken van de termijn van 12 maanden vanaf de betekening van huidig vonnis.
Sluit een bijkomende termijn in de zin van artikel 1385bis, 4° lid Ger.W. uitdrukkelijk uit.
Machtigt voor zover geen gunstig gevolg wordt gegeven aan boven vermeld bevel binnen de termijn
van 12 maanden de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
van ambtswege om in de uitvoering ervan te kunnen voorzien op kosten van de
voormelde veroordeelden (artikel 3.47 Vlaamse Codex Wonen).
Zegt voor recht dat de eventuele herhuisvestingskosten kunnen worden verhaald op de
veroordeelden.
Verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad wat het opgelegde herstel betreft.
Wijst het anders of meer gevorderde af als ongegrond.
Beveelt dat bij toepassing van artikel 3.49 §1, tweede lid Vlaamse Codex Wonen een uittreksel van
dit vonnis, nadat het in kracht van gewijsde zal zijn getreden, op de kant van de overgeschreven
dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven zal worden op de wijze bepaald in
artikel 84 van de hypotheekwet en bij gebreke daarvan, een uittreksel van onderhavig vonnis
ingeschreven dient te worden op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging.
Verzoekt de griffier om in toepassing van artikel 3.45 van de Vlaamse Codex Wonen aan de
herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden
een afschrift te bezorgen.
OP BURGERLIJK GEBIED
Verklaart de vordering van de burgerlijke partij
ontvankelijk en als volgt gegrond.
Veroordeelt
solidair tot betaling aan
het bedrag van 1.350,00 euro te vermeerderen met
de moratoire rente aan de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot op de dag van de
volledig betaling.
Zegt voor recht dat van het bedrag van 3.200,00 euro dat werd verbeurd verklaard in hoofde van
het bedrag van 1.350,00 euro meer de rente wordt toegewezen aan de burgerlijke
.
partij
Veroordeelt
solidair tot betaling aan
het bedrag van 627,91 euro als
rechtsplegingsvergoeding.
Wijst het meer of anders gevorderde af als ongegrond.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 66
Houdt de eventuele overige burgerlijke belangen overeenkomstig artikel 4 al. 2 van de voorafgaande
titel van het Wetboek van Strafvordering ambtshalve aan .
Alles wat voorafgaat gebeurde in openbare terechtzitting in het Nederlands overeenkomstig de
bepalingen van de wet op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 19 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier