Naar hoofdinhoud

ADB:hof-van-beroep-gent-09-01-2026

Beslissingsdetails

🏛️ Hof van Beroep Gent 📅 2026-01-09 🌐 NL Arrest

Rechtsgebied

Milieu

Geciteerde wetgeving

art. 29 van de wet van 1 augustus 1985; decreet van 23 december 2011; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; koninklijk besluit van 28 december 1950; wet van 1 augustus 1985; wet van 15 juni 1935

Samenvatting

Arrestnummer { ''1 33 /2026 Repertorium nummer 2026/ 93 Datum van uitspraak 9 januari 2026 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/1690 2024/VJU/816 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer · - p. 2 Not.nr. KO In de zaak v...

Volledige tekst

Arrestnummer { ''1 33 /2026 Repertorium nummer 2026/ 93 Datum van uitspraak 9 januari 2026 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/1690 2024/VJU/816 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer · - p. 2 Not.nr. KO In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE tegen 1. nr. met Belgische nationaliteit, (RRN geboren wonende te - beklaagde - 2. nr. (RRN met Belgische nationaliteit, geborer wonende te - beklaagde - verdacht van: als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, namelijk zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt: A opzettelijk achterlaten of beheren van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning, afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten afvalstoffen te hebben achtergelaten of beheerd in strijd met de voorschriften van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen of de uitvoeringsbesluiten ervan, (art. 16.6.3, § 1, eerste lid, en 16.6.4, decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 3, 1 ° en 7°, 12, § 1 en 69 decreet 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaal kringlopen en afvalstoffen) in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023 1 te door namelijk door: Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 3 - - - - - - resta nten kapotte metalen omheiningspalen/omheîningsnetten, verspreid op de exploitatie verschillende afvalstoffen achter te laten; m.n. minstens kapotte dakplaten, rioleringsbuizen, al lerhande betonrestanten, kapotte zeildoeken, elektronisch afval, leeggoed bier,. kapotte houtrestanten en houtaval, kapotte (tuin)meubelen, isolatierestanten, kapotte deur, oude kapotte hondenhokken, kapotte vijverbak en metaalafval; asbest te hergebruiken binnen de exploitatie; niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake asbest; zich niet van asbest te ontdoen; geen afvalstoffenregister ter beschikking/ter inzage te hebben op de exploitatie; het niet te kunnen aantonen dat de afvalstoffen de afgelopen vijf jaar conform werden afgevoerd; op niet nader te bepalen tijdstippen en minstens op 6 december 2022 in de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 december 2022, meermaals door namelijk door allerhande afvalstoffen, onder meer yoghurtpotjes, PMD, restafval, gevogelte en een hamster te hebben verbrand; in de periode van 1 januari 2022 tot en met 9 oktober 2023 3k door namelijk door: - - - - afvalstoffen restanten van te hebben achtergelaten: m.n. oude banden, allerhande metaalrestanten, kapotte ramen/glas, plastiekrestanten, kapotte potten, kapot t apijt, oude niet gekeurde olietank, kapotte /oude meubels (kapotte lesbank en tafel), groenafval, snoeihout, afvalhout, kapotte tuinschermen, kapotte dakplaten, kapot plastiek zei l, kapotte asbestplaten, oude/kapotte bakken, metaalrestanten, kapotte ramen, versteende cementzakken, asbestplaten op en rond allerhande puin/afbraakmaterialen, van wapeningsnetten, oude spuitbussen met gevaarssymbolen; asbest te hergebruiken binnen de exploitatie; niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake asbest; zich niet van asbest te ontdoen; resta nten B opzettelijke schending van de zorgplicht opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning, afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten, als natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen beheert, niet alle maatregelen te hebben Hof van beroep Gent - tiende kamer· -p. 4 genomen die redelijkerwijs kun nen worden genomen om gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora, geluids- of geurhinder, schade aan natuur- en landschapsschoon te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, {art. 16.6.3, § 1, eerste lid en 16.6.4. decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 3, 1° en 7°, 12, § 3 en 69 decreet 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023 1 te door namelijk door: restanten kapotte metalen omheiningspalen/omheiningsnetten, ka potte zeildoeken, verspreid op de exploitatie verschillende afvalstoffen achter te laten; m.n. minstens kapotte dakplaten, betonrestanten, rioleringsbuizen, allerhande elektronisch afval, leeggoed bier, kapotte houtrestanten en houtafval, kapotte (tuin)meubelen, isolatierestanten en metaalafval; asbest te hergebruiken binnen de exploitatie; niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake asbest; zich niet van asbest te ontdoen; verschillende bedrijfsafvalstoffen niet te scheiden en samen te stapelen: KGA, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afvalbanden; in de periode van 1 januari 2022 tot en met 9 oktober 2023 2k door namelijk door: - - - - afvalstoffen restanten van allerhande te hebben achtergelaten: m.n. oude banden, metaalrestanten, kapotte ramen/glas, plastiekrestanten, kapotte potten, kapot tapijt, oude niet gekeurde olietank, kapotte /oude meubels (kapotte lesbank en tafel), groenafval, snoeihout, afvalhout, kapotte tuinschermen, kapotte dakplaten, kapot plastiek zeil, kapotte asbestplaten, oude/kapotte bakken, metaalrestanten, kapotte ramen, versteende cementzakken, asbestplaten op en rond allerhande puin/afbraakmaterialen, restanten van wapeningsnetten, oude spuitbussen met gevaarssymbolen; asbest te hergebruiken binnen de exploitatie; niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake asbest; zich niet van asbest te ontdoen; C schending vergunningsplicht Hof van beroep Gent - tiende kamer - p. 5 -- ---~-~------------------------- buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1, § 1, tweede lid, decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, zonder omgevingsvergunning een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of de tweede klasse te hebben geëxploiteerd of veranderd, (art. 5.2.1, §§ 3, 4 en 6, eerste lid, en 16.6.1, § 1, eerste lid, decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 5, 1 °, c), en 6, eerste lid, decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning) namelijk door meer dan tien volwassen dieren te hebben gehouden zonder correcte o mgevi ngsvergu n n i ng, te door in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023 D schending exploitatie- en vergunningsvoorwaarden buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1, § 1, tweede lid, decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepal ingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid, als exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit de algemene, sectorale of bijzondere milieuvoorwaarden niet te hebben nageleefd, (art. 5.4.9, § 1 en 16.6.1, § 1, eerste lid, decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) namelijk door van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM Il) niet te hebben nageleefd: art. 4.1.3.1. - 4.1.3.3: het niet zindelijk houden van de exploitatie en onvoldoende maatregelen te nemen om ongedierte te bestrijden; art. 4.1.5.1: het niet op eenvoudig verzoek verschaffen van relevante gegevens inzake producten, afvalstromen, emissies; art. 4.1.6.1: het langdurig opslaan van afvalstoffen en geen regelmatige afvoer van bepaalde afvalstoffen te houden; art. 4.1.7.2: meerdere recipiënten (volgens CLP-verordening), niet ingekuipt te hebben en geen gepaste stalplaats te hebben voorzien; art. te vloeistoffen/afvalstoffen om de gevolgen voor mens en leefmilieu te beperken; art. 4.7.0.1: onvoldoende maatregelen te nemen om emissies van asbest te voorkomen, asbest niet verpakt/afgedekt, verspreid te laten liggen, vrij te laten liggen in de weide en door asbest bijkomend te hergebruiken; onvoldoende maatregelen gevaarlijke 4.1.12.1: nemen bij namelijk door van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM Il) niet te hebben nageleefd: - art. 5.9.8.4: de stalling van de dieren en de omgeving niet in een goede hygiënische toestand te houden, met name door onvoldoende reinigingsactiviteiten wat blijkt uit de vloerbevuiling; Hof van beroep Gent - tiende kamer· , - p. 6 - - - - - - - ratten, muizen, art. 5.9.8.4: onvoldoende bestrijdingsmaatregelen ter voorkoming van ongedierte zoals insecten, bij gebrek aan ongediertebestrij dingsplan; reststromen, bestemd voor de voeding van dieren, niet in gesloten recipiënten te bewaren; art. 5.9.8.5: restanten van dierlijke mest te lozen via de Interne riolering; art. 5.9.8.5: de vloeibare vorm van dierlijke mest niet/onvoldoende op te vangen; het lozen van terrein- of afvalwater afkomstig van de inrichting niet op te nemen in de omgevingsvergunn ing; art. 5.9.12.2: de omheining van de exploitatie tot op heden niet conform aangepast/vergund te maken; het groenscherm niet als volledig ondoorzichtig element te maken en niet volwaardig aan te planten; geen geluidsisolatie te voorzien bij de buitenhokken en de exploitatiegebouwen van de honden, de te stallen en exploitatiegebouwen onvoldoende ruimte te hebben om de honden binnen de gebouwen te huisvesten; art. 5.17.4.1.1. en art. 5.17.4.1.5: niet de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen inzake de gevaarlijke producten, door ze niet in een specifiek bestemde opslagruimte te bewaren, maar verspreid te stallen in/buiten de exploitatiegebouwen; voor lege gecontamineerde recipiënten geen voorbehouden en aangegeven plaats te hebben, maar ze verspreid gestald te laten staan In de exploitatiegebouwen; art. 5.17.4.1.7: geen rookverbod zichtbaar te hebben op de exploitatie; art. 5.17.4.1.11: geen instruct ies en duidelijke kennis inzake de gevaarsaspecten aan de werknemers te melden; art. 5.17.4.1.11: geen toezicht op de lokalen/opslagplaatsen te hebben; art. 5.17.4.3.1 en 5.17.4.3.6: geen inkuiping te voorzien voor gevaarlijke producten; producten met gevaarssymbolen opgenomen in de CLP-verordening in het rond te stallen; te gebruiken om materialen/afvalstoffen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) - - - - art. 4.3.2: niet de bed rijfsafvalstoffen afzonderlijk te houden (zoals KGA, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afvalbanden, ... ); art. 4.6.1: door te sluikstorten; art. 4.6.2: door zwerfvuil te creëren; art. 6.1.1.3: door niet de algemene voorwaarden na afvalstoffenproducenten; art. 7.2.1.1: door geen afvalstoffenregister bij te houden; art. 7.2.3.1: door de nodige registers niet vijf jaar lang bij te houden en ter inzage te houden op de exploitatiezetel; leven voor te namelijk door de bijzondere milieuvoorwaarden uit de omgevingsvergunning van 9 januari 2019 op naam var niet te hebben (zie bijlage 6 bij p11 nageleefd door: Hof van beroep Gent - tiende kamer - -p. 7 - - - - - de honden 's nachts niet in binnenhokken te laten verblijven en de binnenhokken niet bijkomend te isoleren; de binnenhokken die als berging of stal gebruikt worden niet te ontruimen en bijgevolg niet te gebruiken als huisvesting voor honden; de buitenpistes niet dagelijks te reinigen; de honden vrij te laten rondlopen op de binnenkoer en/of achteraan in de weide; geen ongediertebestrijdingsplan ter inzage op de exploitatie te hebben; te door in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023 E verzet tegen inspectie opzettelijk de toezichtrechten, bedoeld in artikel 16.3.10, 1° tot en met 5°, decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, te hebben geschonden, (art. 16.3.10, 1 • tot en met s·, en 16.6.1, § 2, 2° decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) namelijk door: - de opstellers geen toega ng te verlenen; niet de noodzakelijke documenten voor te leggen; te door in de periode van 14 december 2021 tot en met 14 februari 2022 de F niet naleven maatregelen opzettelijk geldboeten, voordeelontnemingen, veiligheidsmaatregelen of de door de rechte r opgelegde maatregelen niet te hebben uitgevoerd, betaald of te hebben genegeerd, (art. 16.6.1, § 2, 1° decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) bestuu rlijke maatregelen, bestuurlijke opgelegde namelijk door het exploitatieverbod uit het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West Vlaanderen, afdeling Kortrijk van 21 november 2016 niet na te leven, opgelegd omwille van het niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om behoorlij k vergund te zijn en te voldoen aan alle toepasselijke exploitatievoorwaarden; en/of bii samenhang elders in het Riik in de periode van 10 december 2021 te tot en met 9 oktober 2023 door Wat betreft Al-A2, B, C en D Beiden zijn eveneens gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.5. decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, door de rechter bij wijze van veiligheidsmaatregel, na de partijen te hebben gehoord, het verbod te horen uitspreken om Hof van beroep Gent - tiende kamer· - p. 8 de inrichtingen die aan de oorsprong van het milieumisdrijf liggen, te exploiteren gedurende de termijnen door de rechter te bepalen onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro per dag bij overtreding van dit verbod, dit tot op het ogenblik dat de inrichting, behoorlijk is vergund/de bewezen verklaarde milieumisdrijven (tenlasteleggingen A1-A2, B, C en D) hebben doen opgehouden te bestaan. Beiden zijn ook gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.4. decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepa lingen inzake milieubeleid, zich te horen veroordelen tot het inzamelen, vervoeren en verwerken van de achtergelaten afvalstoffen binnen een door de rechter vastgestelde term ijn, onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro per dag bij niet naleving van deze veroorde ling. Wat betreft A.3 is eveneens gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.4. decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zich te horen veroordelen tot het inzamelen, vervoeren en verwerken van de achtergelaten afvalstoffen binnen een door de rechter vastgestelde termijn, onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag bij niet naleving van deze veroordeling. 1. Voorafgaande procedure * * * * 1.1 De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste bij vonnis van 17 juni 2024 op tegenspraak als volgt: "OP STRAFGEBIED Op tegenspraak ten aanzien van de eerste beklaagde Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, B1, C, D, Een F voor de eerste beklaagde • bewezen. • voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten Veroordeelt de beklaagde van de tenlasteleggingen tot een geldboete van 8.000,00 euro, namelijk 1.000,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat bij niet betaling binnen de wettelijke termijn de geldboete zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 90 dagen. een bedrag van 200,00 euro, namelijk een bedrag van 25,00 Veroordeelt euro verhoogd met 70 opdeciemen, te betalen als bijdrage tot de financiering van het fonds Hof van beroep Gent - tiende kamer - -p. 9 , -----·., ••• - -------- - - - - - ------------ tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders. Veroordeelt strafzaken van 58,90 euro. • tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in Veroordeelt om te betalen de som van 34,17 euro als gerechtskosten. Veroordeelt het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. • tot het betalen van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor Op tegenspraak ten aanzien van de tweede beklaagde Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en 81 voor de tweede beklaagde niet bewezen. Spreekt de beklaagde 81. • vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2 en Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A3, 82, C, D, E en F voor de tweede beklaagde • bewezen. Veroordeelt de beklaagde ·voorde gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen tot een geldboete van 4.000,00 euro, namelijk 500,00 euro verhoogd met 70 opdeciemen. Zegt voor recht dat bij niet betaling binnen de wettelijke termijn de geldboete zal kunnen vervangen worden door een gevangenisstraf van 45 dagen. • een bedrag van 200,00 euro, namelijk een bedrag van 25,00 euro Veroordeelt verhoogd met 70 opdeciemen , te betalen als bijdrage tot de financiering van het fonds tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders . Veroordeelt strafzaken van 58,90 euro. • tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in Veroordeelt om te betalen de som van 34,17 euro als gerechtskosten. Veroordeelt het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. • tot het betalen van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 10 EXPLOITA TJEVERBOD ~ in toepassing van artikel 16.6.5 van het decreet Legt aan van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het verbod op om de hinderlijke inrichting gelegen aan te exploiteren, indien deze inrichting binnen de drie maanden na het in kracht van gewijsde treden van huidig vonnis niet voldoet aan de hierna volgende voorwaarden: - er moet voldaan zijn aan alle toepasselijke exploitatievoorwaarden (algemene, sectorale en bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden). Zegt voor recht dat door de beklaagden een dwangsom zal worden verbeurd van 1501 00 euro per dag vertraging in naleving van deze veroordeling vanaf het verstrijken van een termijn van 3 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis. HERSTELMAA TREGEL 1. Herstelmaatregel wat betreft het onroerend goed gelegen te ' L Verklaart de herstelmaatregel ten aanzien van de. • ongegrond. Verklaart de herstelmaatregel ten aanzien van • gegrond. Veroordeelt achtergelaten afvalstoffen gelegen op het onroerend goed gelegen te: tot het inzamelen, vervoeren en verwerken van de nummer :, kadastraal gekend, binnen een termijn van 3 maanden vanaf het definitief worden van dit vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging dat dit bevel niet wordt nageleefd. 2. Herstelmaatregel wat betreft het onroerend goed gelegen te L Zegt voor recht dat de herstelmaatregel zonder voorwerp is. Verklaart de herstelmaatregel ongegrond. OP BURGERLIJK GEBIED Hof van beroep Gent - tiende kamer - i-p.11 Houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan bij toepassing van artikel 4, tweede alinea VT,SV. aangehouden." 1.2 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op: 10 juli 2024 door de beklaagde 16 juli 2024 door de beklaagde 16 juli 2024 door de beklaagde 18 juli 2024 door het openbaar ministerie tegen beide beklaagden. Deze partijen dienden tegelijk ook elk een verzoekschrift In op die griffie, zoals voorgeschreven door artikel 204 Wetboek van Strafvordering. 1.3 Op de rechtszitting van 24 januari 2025 (inleidingszitting) legde het hof met toepassing van de artikelen 152, § 1 en 209bis, lid, Wetboek van Strafvordering, conclusietermijnen vast en bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 16 mei 2025. laatste Op de rechtszitting van 16 mei 2025 werd de zaak op vraag van de verdediging uitgesteld naar de rechtszitting van 21 november 2025 en vervolgens naar de rechtszitting van 4 december 2025. Enkel de beklaagde heeft conclusies neergelegd. Ze deed dit t ijdig. 1.4 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 4 december 2025 in het Nederlands: de beklaagde advocaat met kantoor te , vertegenwoordigd door meester de beklaagde , vertegenwoordigd door meester ·, voor meester :, beiden advocaat met kantoor te het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door , advocaat-generaal. 2. Ontvankelijkheid hoger beroep - saisine 2.1 Alle verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 17 juni 2024 zijn t ijdig en regelmatig naar de vorm. Ook de grievenformulieren zijn tijdig ingediend. op 9 juli 2024 ingediende grievenformulier 2.2 In het door de advocaat van verduidelijkt hij dat het hoger beroep beperkt is tot de dwangsom die de eerste rechter koppelde aan het exploitat ieverbod. De exploitatie zou bovendien stelselmatig zijn afgebouwd en geen vergunningsplichtige hinderlijke inrichting meer zijn. Hof van beroep Gent - tiende kamer - ,-p.12 ~-~----- - ------ - ------- - - - - - De advocaat van kruiste in het grievenformulier de rubriek "Straf en/of maatregel" aan en stelde daarin niet akkoord te gaan met het opgelegde exploitatieverbod en de daaraan gekoppelde dwangsom. Op 16 juli 2024 legde de advocaat van een tweede grievenformulier neer, waarin hij een bijkomende grief formuleerde over de herstelmaatregel en de daaraan gekoppelde dwangsom. Het openbaar ministerie legde voor beide beklaagden een afzonderlijk grievenformulier neer en duidde daarin telkens een grief aan over de straf. Al deze grieven zijn nauwkeurig. 2.3 De hoger beroepen van respectief de beklaagder het openbaar ministerie zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering). en van Het hof beslist In dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. Er zijn geen redenen om in deze zaak ambtshalve een grief in de zin van deze bepaling op te werpen. De devolutieve werking van de beperkte hoger beroepen en vervolgens de grieven brengt mee dat de saisine van het hof beperkt is tot de straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds1 het exploitatieverbod en de herstelmaatregel. Alle andere beslissingen van de eerste rechter zijn definitief. 3. Feiten 3.1 Op 14 december 2021 voerde toezichthouder ·, bijgestaan door onder meer twee inspecteurs-dierenartsen een controle uit van de hondenkwekerij uitgebaat door was aanwezig op het terrein, maar weigerde de politie aanvankelijk toegang te verlenen en weigerde alle medewerking. . De dochter van in Bij de rondgang stelde de politie vast dat er overal op het terrein afval lag, waaronder ook asbesthoudend afval en recipiënten met gevaarlijke producten, zonder te zijn voorzien van lekbakken. Verschillende ruimtes die volgens de verleende omgevingsvergunning bestemd waren als hondenhok, waren in werkelijkheid volgestouwd met afval. De puppy's die zich in de quarantaineruimte bevonden, hadden geen proper eten en drinkwater. In een hondenslaapmand op de buiten loopweide lag een 2ak met een beschimmelde, onbekende substantie. Het gebouw waar de puppy's zich bevonden 1 was onvoldoende geïsoleerd. De hygiënische omstandigheden van de hondenstallingen en de omgeving in het algemeen 1 lieten erg te wensen over. Zowel in als buiten de hondenverblijven was er allerlei slachtafval gedeponeerd. Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 13 Bij vonnis van 21 november 2016 legde de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, een exploitatieverbod op, maar de beklaagden hadden dit verbod dus zonder meer naast zich neergelegd. werd verhoord op 2 februari 2022. Hij weigerde te antwoorden op het merendeel van de vragen . verklaarde bij verhoor op 7 februari 2022 dat ze zorgde voor de administratie van de hondenkennel. Als het nodig was, hielp ze haar vader ook bij het verzorgen van de dieren. 3.2 Bij een hercontrole op 6 december 2022 stelde de politie vast dat de algemene, sectorale en bijzondere exploitatievoorwaa rden nog altijd niet werden nageleefd. Nog steeds lag er afval her en der onreglementair verspreid op het terrein. Niettegenstaande de minister van dierenwelzijn zijn erkenning als beroepskweker van honden met ingang van 1 juli 2022 had de kweekactiviteiten gewoon te hebben verdergezet. De ingetrokken, bleek inspecteur dierenwelzijn nam daarom verschillende bij de controle aanwezige hondennestjes in beslag. Ook op 28 november 2023 bleken de exploitatievoorwaarden niet te zijn nageleefd en werd de uitbating niettegenstaande het opgelegde verbod, nog altijd verdergezet. Het aantal honden was wel afgebouwd, maar onvoldoende opdat de Vlarem-regelgeving niet langer van toepassing zou zijn. Ondanks het uitvoeren van enkele opruimingswerken was er nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid afval aanwezig in en rond de gebouwen op het erf. , gelegen in 3.3 Op 6 december 2022 controleerde de politie ook de woning en het omliggend terrein . In de loop van de eigendom van maand oktober 2022 had ze bij de gemeente een melding klasse 3 ingediend voor het houden van maximum t ien honden op haar adres. Op het ogenblik van de controle wa ren er geen honden aanwezig, maar deze moesten volgens haar nog worden overgebracht van het erf aan , omdat de erkenni ng als hondenkweker van haar vader was ingetrokken. De woning en het omliggend terrein war en volgens de politie dermate wanordelijk, dat ze niet geschikt waren om dieren te huisvesten. Verspreid op het terrein lag allerlei afva l, waaronder asbestafval. 4. Strafbaarstellingen - aanvullingen door het hof De eerste rechter verklaarde D, Een F. Hij sprak haar voor de telastleggingen A.1, A.2 en B.1. Deze beslissingen zijn definitief. schuldig aan de telastleggingen A.1, A.2, B.l, C, verklaa rde hij schuldig aan de telastleggingen A.3, B.2, C, D, Een F. Hof van beroep Gent - tiende kamer· , -p.14 Aangezien zowel de telastlegging A.1 als de telastlegging A.3 onder meer inbreuken op de regels inzake asbestbeheer omvatten, zijn op de feiten van die telastleggingen ook de bepalingen van artikel 12, § 4 en 33/7 Materialendecreet van toepassing. De telastlegging A.1 slaat ook op de niet naleving van de regels inzake het bijhouden van een afvalstoffenregister en het niet kunnen aantonen dat de afvalstoffen conform werden afgevoerd. Ook de artikelen 7.2.1.1 en 7.2.3.1 Vlarema zijn dus van toepassing. Volgens de telastlegging A.2, zoals bewezen verklaard door de eerste rechter, verbrandde allerhande afvalstoffen, waaronder yoghurtpotjes, PMD, restafva l, gevogelte en een hamster. Dit is verboden krachtens artikel 6.11.1. Vlarem Il en artikel 4.5.2, § 1, Vlarema. en zijn dochter lgnes hielden meer dan tien volwassen honden op het terrein gelegen in zonder dat ze daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning beschikten. Deze feiten zijn het voorwerp van de telastlegging C. Dit is in strijd met de voorwaarden opgelegd door rubriek 9.9, 2° van de indellngslijst van Vlarem ll. Het niet naleven van de milieuvoorwaarden door het schenden van de bepalingen van de artikelen 4.3.2, 4.6.1, 4.6.2, 6.1.1.3, 7.2.1.1 en 7.2.3.1 Vlarema, zoals geviseerd in de telastlegging D, is strafbaar gesteld door artike l 16.6.3, § 1, eerste lid, Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid. en hebben allebei opzettelijk de toezichtrechten bedoe ld in artikel 16.3.10. Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid geschonden, zoals omschreven In de telastlegging E. Het weigeren om toegang te verlenen aan de opstellers wordt concreet strafbaar gesteld en verboden door de artikelen 16.3.10, 1° en 16.3.12. van dat decreet. Het niet voorleggen van de noodzakelijke documenten door de artikelen 16.3.10, 2° en 16.3.13. van datzelfde decreet. 5. Straftoemeting 5.1 Elke beklaagde pleegde de feiten van de door de eerste rechter voor hem/haar bewezen verklaarde telastleggingen met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof tel kens slechts een straf toepast, met name de zwaarste (art. 65, eerste lid, Strafwetboek). Artikel 7 Strafwetboek schrijft de strafdoelstellingen voor die de rechter in overweging moet nemen bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat. Deze strafdoelstellingen bestaan in het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet, de bescherming van de maatschappij, het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht, het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade en het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader. De rechter moet zoeken naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf. Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 15 5.2 De beklaagden schonden herhaaldelijk en toepassing op de hondenkwekerij op het terrein ir langdurig de milieuvoorschriften, van uitgebaat door , daarbij geholpen door . Daarnaast stouwde zijn terrein vol met afval, zelfs met asbesthoudend afval. Hierdoor bracht hij de gezondheid deed hetzelfde met haar terrein gelegen in van zowel mens als dier in gevaar Daarnaast toonden belde beklaagden zich bijzonder koppig en hardleers: al bij vonnis van 21 november 2016 was hen het verbod opgelegd de hondenkwekerij nog verder te exploiteren zolang de exploitatie niet behoorlijk vergund was, maar toch zetten ze de uitbating verder. Daarnaast bemoeilijkten ze de controles door de toezichthouders, door hen onder meer geen toegang tot het terrein ir te verlenen. is jaar oud. Zijn strafregister is ongunstig. Hij werd drie keer veroordeeld voor verkeersmisdrijven, maar ook drie keer voor misdrijven die verband houden met de uitbating van zijn hondenkwekerij. Zo veroordeelde de correctionele rechtbank te Kortrijk hem op 5 december 2012 tot een geldboete van 150 euro met uitstel voor inbreuken op de afvalstoffenwetgeving en de Dierenwelzijnswet. De correctionele rechtbank West Vlaanderen, afdeling Kortrijk, veroordeelde hem bij vonnis van 21 november 2016 tot een geldboete van 1.000 euro, deels met uitstel, opnieuw voor inbreuken op de Dierenwelzijnswet en op de milieuwetgeving. Dit hof, zelfde kamer, legde hem bij arrest van 10 maart 2023 een effectieve geldboete op van 750 euro voor inbreuken op de Dierenwelzijnswet en inbreuken op de milieuwetgeving. i~ jaar oud. Ook haar strafregister is niet meer gunstig. Ze werd een keer veroordeeld door de politierechtbank voor een verkeersinbreuk. Daarnaast werd ze door het hiervoor aangehaalde arrest van dit hof van 10 maart 2023 veroordeeld tot een geldboete van 250 euro, waarvan de helft met uitstel, eveneens voor inbreuken op de Dierenwelzijnswet en inbreuken op de milieuwetgeving. is naar eigen zeggen alleenstaande en zorgt zowel voor haar vader als voor haar moeder, die allebei ernstige gezondheidsproblemen hebben. Beide beklaagden hebben het financieel niet breed. Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met deze omstandigheden, zonder dat ze als verzachtend kunnen worden beschouwd in de zin van artikel 85 Strafwetboek. Terecht voert aan dat haar rol beperkter was dan die van haar vader. Dit neemt niet weg dat ze ten onrechte aanvoert dat ze nooit de bedoeling of het opzet heeft had om misdrijven te plegen, of om deel te nemen aan de inbreuken gepleegd door haar vader. Haar schuld aan de misdrijven van de telastleggingen A.3, 8.2, C, D, E en F staat immers definitief vast en ligt niet ter beoordeling van het hof voor. Voor wat de feiten betreft in huidig dossier, gepleegd vóór 10 maart 2023, maakt het hof voor beide beklaagden toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek. De misdrijven die werden beoordeeld in het arrest van 10 maart 2023 en de feiten die ter beoordeling van Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 16 het hof voorliggen, gepleegd voor die datum, zijn de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet. Het is volgens het hof niet nodig om daarvoor nog een bijkomende straf op te leggen. Een kopie van het arrest van 10 maart 2023 ligt voor in de bundel van (stuk 1). Alle partijen bevestigden op de rechtszitting van 4 december 2025 dat dit arrest definitief is geworden. Voor de feiten gepleegd na 9 maart 2023 legt het hof beide beklaagden de hierna bepaalde geldboete op. Bij het bepa len van de omvang daarvan, houdt het hof rekening met de ernst en het herhaaldelijk karakter van de feiten, met het aandeel van elk van hen hierin, en met de hiervoor aangehaalde persoonlijke omstandigheden van de beklaagden. Deze geldboete beantwoordt het best aan de hoger weergegeven strafdoelstellingeh. Ze geeft op passende wijze uiting aan de maatschappelijke afkeuring van de daden van de beklaagden en is proportioneel met de ernst van de misdrijven. Om voldoende ontradend te zijn , moet ze voor beide beklaagden effectief blijven en verleent het hof geen uitstel. De geldboete moet telkens nog worden vermeerderd met 70 deciemen (x 8). De vervangende gevangenisstraf die het hof de beklaagden oplegt, spoort hen voldoende aan om de geldboete te betalen. 6. Kosten - bijdrage aan het Slachtofferfonds De eerste rechter besliste definitief over de kosten van de strafvordering in eerste aanleg, net als over de vaste vergoeding en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand . De beklaagden zijn gehouden tot de kosten van de strafvordering in hoger beroep, aan de zijde van het openbaar ministerie begroot zoals hierna bepaald. Met toepassing van artikel 91 koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken verhoogt het hof de kosten in hoger beroep met 10 %. Nu het hof hen voor de feiten gepleegd na 9 maart 2023 veroordeelt tot een correctionele hoofdstraf moeten de beklaagden de bijdrage betalen van 25 euro tot financiering van het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders (art. 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen aard heeft en geen straf inhoudt, wordt vermeerderd met 70 dedemen tot 200 euro, en dit ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten. 7. Exploitatieverbod Het openbaar ministerie vordert dat het hof net zoals de eerste rechter beide beklaagden met toepassing van artikel 16.6.5 Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid een exploitatieverbod zou opleggen, onder verbeurte van een dwangsom. Hof van beroep Gent - tiende kamer· -p.17 -~~- - -~---------------------- Het gevorderde verbod slaat op de exploitatie van de hondenkwekerij, uitgebaat door , daarin bijgestaan en geholpen op het adres door Op 4 maart 2025 liet de hondenfokkerij had stopgezet (stuk 14, stukkenbundel aan de gemeente via het omgevingsloket weten dat hij ). De gemeente verleende hem hiervan akte op 23 april 2025 en wees hem er op dat dit betekende dat hij voortaan hoogstens vier volwassen honden mocht houden (stuk 15, stukkenbunde ). heeft sinds 1 juli 2024 geen ondernemingsnummer meer (zie bijlage 1 aan navolgend pv van 3 februari 2025 - stuk 17 procedurekaft in hoger beroep). Bij de controle op 3 februari 2025 bleek dat het aantal honden duidelijk was afgebouwd (zie datzelfde navolgend pv van 3 februari 2025) . De beklaagden hielden voor dat er slechts vier volwassen honden op het terrein aanwezig waren, maar de toezichthouders stelden vast dat ze vier honden hadden verstopt op de eerste verdieping van de woning en één in de veranda. Op de rechtszitting van 4 december 2025 legden de beklaagden een proces-verbaal voor van de inspectie Dierenwelzijn van 15 oktober 2025 waaruit blijkt dat bij een hercontrole op 7 oktober 2025 op het adres nog slechts drie border collies aanwezig waren en een whippet. Er konden geen andere honden worden aangetroffen, niettegenstaande alle ruimten van de woning werden doorzocht. Dlt waren ook de enige honden die in DoglD op naam van waren geregistreerd. Ook de eigen woning van werd diezelfde dag gecontroleerd. Daar waren slechts twee whippets aanwezig. Anders dan vroeger al gebeurde, was het dus niet zo dat er honden van op het waren overgebracht naar de eigen won ing van adres van om de toezichthouders te misleiden. is volgens het hof dan ook niet Het exploitatieverbod op te leggen. langer opportuun om de beklaagden een 8. Herstelmaatregel 8.1 Het openbaar ministerie vorderde eveneens om de beklaagden te veroordelen tot het verwijderen van alle achtergelaten afvalstoffen onder verbeurte van een dwangsom (art. 16.6.4. Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid). 8.2 Nu definitief is vrijgesproken voor de telastleggingen A.1, A.2 en B.1, besliste de eerste rechter terecht dat ze niet kon worden veroordeeld tot het verwijderen van het afval van het terrein in Hof van beroep Gent - tiende kamer - 2024/NT /816 - p. 18 Er ligt een proces-verbaal voor van 28 november 2023 (stuk 10, kaft rechtspleging in eerste het afval op het t errein rond haar eigen woning In aanleg) dat aantoont dat r verwijderde. In haar stukkenbundel steken stukken die bewijzen dat ze het asbestafval en oud ijzer reglementair heeft afgevoerd, net als verschillende stukken die de afvoer van allerlei afval naar het recyclagepark staven. Het is dan ook niet nodig om haar een afvalverwijderingsbevel op te leggen voor haar eigen terrein in betreft en het terrein in 8.3 Anders is het wat Hij is schuldig aan meerdere inbreuken op de afvalstoffenwetgeving, omschreven in de telastleggingen A.1 en 8.2. Bij de hercontrole op 3 februari 2025 bleek dat er zich toen nog steeds afval op het terrein bevond, onder andere rond de veranda, in en omheen de aanhangwagens (oud ijzer, houtafval, metaalrestanten, oude ramen, plastiekrestanten) (zie stuk 17, procedurekaft in hoger beroep). De beklaagde maakt op geen enkele manier aannemelijk dat hij dit afval inmiddels heeft verwijderd. Aangezien uit de dossiergegevens de manifeste onwil van de beklaagde blijkt om zich in regel te stellen en het afval van deze percelen te verwijderen, is een bevel tot verwijdering van het afval onder verbeurte van de hierna bepaalde dwangsom nog steeds noodzakelijk. Het bedrag van de dwangsom per dag dat na het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest en na het verlopen van de afvalverwijderingstermijn geen gevolg wordt gegeven aan de opgelegde maatregel, moet voldoende hoog zijn om de beklaagde aan te zetten tot het vrijwillig (laten) verwijderen van het afval. Dat bedrag kan daarom niet lager zijn dan het door de eerste rechter voorziene bedrag. Dit bedrag is helemaal niet buiten proportie tot de feiten en houdt er wel degelijk rekening mee dat de beklaagde al belangrijke inspanningen deed om een deel van het afval te verwijderen. Omwille van de beperkte financiële mogelijkheden van de beklaagde voorziet het hof wel een maximumbedrag aan te verbeuren dwangsommen, meer bepaald 25.000 euro. Toegepaste wetsartikelen: Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen: 211 Wetboek van Strafvordering, 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Perken van het hoger beroep: De saisine van het hof is beperkt tot de straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds, het exploitatieverbod en de herstelmaatregel. Alle andere beslissingen van de eerste rechter zijn definitief. Beslissing van het hof: Het hof, Hof van beroep Gent• tiende kamer- , - p. 19 rechtsprekend op tegenspraak, verklaart de beroepen ontvankelijk en beslist over de grond ervan als volgt: wijzigt het beroepen vonnis voor zover bestreden als volgt: op strafgebied: stelt vast dat de misdrijven die het voorwerp waren van het definitief geworden arrest van het hof van beroep te Gent van 10 maart 2023 en de aan het hof voorgelegde feiten van de telastleggingen A.1, A.2, B.1, C, D, Een F, gepleegd vóór die datum samen de opeenvo lgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet; beslist dat het niet nodig is om daarvoor een bijkomende straf op te leggen; veroordeelt de beklaagde voor de aan het hof voorgelegde feiten van de telastleggingen A.1, B.1, C, D en F gepleegd nà 9 maart 2023 samen tot een geldboete van 500 euro, met deciemen gebracht op 4.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van drie maanden; stelt vast dat de misdrijven die het voorwerp waren van het definitief geworden arrest van het hof van beroep te Gent van 10 maart 2023 en de aan het hof voorgelegde feiten van de telastleggingen A.3, B.2, C, D, E en F, gepleegd vóór die datum, samen voor de beklaagde de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet; beslist dat het niet nodig is om daarvoor een bijkomende straf op te leggen; veroordeelt de beklaagde voor de aan het hof voorgelegde feiten van de telastleggingen A.3, B.2, C, D en F gepleegd nà 9 maart 2023 samen tot een geldboete van 250 euro, met deciemen gebracht op 2.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van twee maanden; bijdrage aan het Slachtofferfonds, kosten in hoger beroep veroordeelt de beklaagder elk tot betaling van een bedrag van 25 euro, vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op telkens 200 euro te betalen als bijdrage tot de financiering van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders; Hof van beroep Gent - tiende kamer - - p. 20 veroordeelt de beklaagden hoofdelijk tot betaling van de kosten van de strafvordering in hoger beroep, voor het openbaar ministerie begroot op 260,50 euro; wat betreft het exploitatieverbod: stelt vast dat het gevorderde exploitatieverbod zonder voorwerp is; wat betreft het afvalverwijderingsbevel: veroordeelt (enkel) de beklaagde op vordering van het openbaar ministerie tot het legaal inzamelen, vervoeren en verwerken van alle achtergelaten afval op het percee l in binnen een termijn van drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest; onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging in de nakoming van dit bevel, in geval van niet-uitvoering van dit arrest binnen de gestelde termijn; bepaalt het maximum van de te verbeuren dwangsommen op in totaal 25.000 euro; verklaart het voor terrein te gevorderde afvalverwij derlngsbevel met betrekking tot het , zonder voorwerp. Hof van beroep Gent - t iende kamer- , -p. 21 Kosten beroep: Afschrift vonnis: Afschriften akten HB: Opstelrecht ber. bekl.: Dagv. 1e bekl.: Dagv. 2e bekl.: + 10%: € 57,00 € 12,00 € 105,00 € 31,41 € 31,41 € 236,82 € 23,68 Totaal: € 260,50 Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctionele kamer, samengesteld uit kamervoorzitter '., raadsheren en in openbare rechtszitting van 9 januari 2026 uitgesproken door , advocaat-generaal, met :, in aanwezigheid van kamervoorzitter bijstand van griffier