ADB:hof-van-beroep-gent-09-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2026-01-09
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Milieu
Geciteerde wetgeving
art. 29 van de wet van 1 augustus 1985; decreet van 23 december 2011; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; decreet van 5 april 1995; koninklijk besluit van 28 december 1950; wet van 1 augustus 1985; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Arrestnummer { ''1 33 /2026 Repertorium nummer 2026/ 93 Datum van uitspraak 9 januari 2026 Notitienummer griffie Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/1690 2024/VJU/816 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionele zaken Hof van beroep Gent - tiende kamer · - p. 2 Not.nr. KO In de zaak v...
Volledige tekst
Arrestnummer
{ ''1 33
/2026
Repertorium nummer
2026/ 93
Datum van uitspraak
9 januari 2026
Notitienummer griffie
Notitienummer parket-generaal
2024/PGG/1690
2024/VJU/816
Hof van beroep
Gent
Arrest
tiende kamer
correctionele zaken
Hof van beroep Gent - tiende kamer ·
- p. 2
Not.nr. KO
In de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE
tegen
1. nr.
met Belgische nationaliteit,
(RRN
geboren
wonende te
- beklaagde -
2. nr.
(RRN
met Belgische nationaliteit,
geborer
wonende te
- beklaagde -
verdacht van:
als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, namelijk zij die de misdaad of
het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt:
A opzettelijk achterlaten of beheren van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het
Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten ervan
opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning,
afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten afvalstoffen te
hebben achtergelaten of beheerd in strijd met de voorschriften van het decreet van 23
december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
of de uitvoeringsbesluiten ervan,
(art. 16.6.3, § 1, eerste lid, en 16.6.4, decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid; art. 3, 1 ° en 7°, 12, § 1 en 69 decreet 23 december 2011 betreffende het
duurzaam beheer van materiaal kringlopen en afvalstoffen)
in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023
1 te
door
namelijk door:
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 3
-
-
-
-
-
-
resta nten
kapotte metalen
omheiningspalen/omheîningsnetten,
verspreid op de exploitatie verschillende afvalstoffen achter te laten; m.n. minstens
kapotte
dakplaten,
rioleringsbuizen, al lerhande
betonrestanten, kapotte zeildoeken,
elektronisch afval, leeggoed bier,. kapotte houtrestanten en houtaval, kapotte
(tuin)meubelen, isolatierestanten, kapotte deur, oude kapotte hondenhokken,
kapotte vijverbak en metaalafval;
asbest te hergebruiken binnen de exploitatie;
niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake
asbest;
zich niet van asbest te ontdoen;
geen afvalstoffenregister ter beschikking/ter inzage te hebben op de exploitatie;
het niet te kunnen aantonen dat de afvalstoffen de afgelopen vijf jaar conform
werden afgevoerd;
op niet nader te bepalen tijdstippen en minstens op 6 december 2022
in de periode van 1 januari 2022 tot en met 6 december 2022, meermaals
door
namelijk door allerhande afvalstoffen, onder meer yoghurtpotjes, PMD, restafval, gevogelte
en een hamster te hebben verbrand;
in de periode van 1 januari 2022 tot en met 9 oktober 2023
3k
door
namelijk door:
-
-
-
-
afvalstoffen
restanten van
te hebben achtergelaten: m.n.
oude banden,
allerhande
metaalrestanten, kapotte ramen/glas, plastiekrestanten, kapotte potten, kapot t apijt,
oude niet gekeurde olietank, kapotte /oude meubels (kapotte lesbank en tafel),
groenafval, snoeihout, afvalhout, kapotte tuinschermen, kapotte dakplaten, kapot
plastiek zei l,
kapotte asbestplaten, oude/kapotte bakken,
metaalrestanten, kapotte ramen, versteende cementzakken, asbestplaten op en rond
allerhande puin/afbraakmaterialen,
van wapeningsnetten, oude
spuitbussen met gevaarssymbolen;
asbest te hergebruiken binnen de exploitatie;
niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake
asbest;
zich niet van asbest te ontdoen;
resta nten
B opzettelijke schending van de zorgplicht
opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning,
afvalstoffen te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, te weten, als natuurlijke
persoon of rechtspersoon die afvalstoffen beheert, niet alle maatregelen te hebben
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
-p. 4
genomen die redelijkerwijs kun nen worden genomen om gevaar voor de gezondheid van de
mens of voor het milieu, meer bepaald risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora,
geluids- of geurhinder, schade aan natuur- en landschapsschoon te voorkomen of zoveel
mogelijk te beperken,
{art. 16.6.3, § 1, eerste lid en 16.6.4. decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid; art. 3, 1° en 7°, 12, § 3 en 69 decreet 23 december 2011 betreffende het
duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen)
in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023
1 te
door
namelijk door:
restanten
kapotte metalen
omheiningspalen/omheiningsnetten,
ka potte zeildoeken,
verspreid op de exploitatie verschillende afvalstoffen achter te laten; m.n. minstens
kapotte
dakplaten,
betonrestanten,
rioleringsbuizen, allerhande
elektronisch afval, leeggoed bier, kapotte houtrestanten en houtafval, kapotte
(tuin)meubelen, isolatierestanten en metaalafval;
asbest te hergebruiken binnen de exploitatie;
niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake
asbest;
zich niet van asbest te ontdoen;
verschillende bedrijfsafvalstoffen niet te scheiden en samen te stapelen: KGA,
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afvalbanden;
in de periode van 1 januari 2022 tot en met 9 oktober 2023
2k
door
namelijk door:
-
-
-
-
afvalstoffen
restanten van
allerhande
te hebben achtergelaten: m.n. oude banden,
metaalrestanten, kapotte ramen/glas, plastiekrestanten, kapotte potten, kapot tapijt,
oude niet gekeurde olietank, kapotte /oude meubels (kapotte lesbank en tafel),
groenafval, snoeihout, afvalhout, kapotte tuinschermen, kapotte dakplaten, kapot
plastiek zeil,
kapotte asbestplaten, oude/kapotte bakken,
metaalrestanten, kapotte ramen, versteende cementzakken, asbestplaten op en rond
allerhande puin/afbraakmaterialen,
restanten van wapeningsnetten, oude
spuitbussen met gevaarssymbolen;
asbest te hergebruiken binnen de exploitatie;
niet de nodige maatregelen te nemen voor de gezondheid van mens/milieu inzake
asbest;
zich niet van asbest te ontdoen;
C schending vergunningsplicht
Hof van beroep Gent - tiende kamer
- p. 5
-- ---~-~-------------------------
buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1, § 1, tweede lid, decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg
of voorzichtigheid, zonder omgevingsvergunning een ingedeelde inrichting of activiteit van
de eerste of de tweede klasse te hebben geëxploiteerd of veranderd,
(art. 5.2.1, §§ 3, 4 en 6, eerste lid, en 16.6.1, § 1, eerste lid, decreet 5 april 1995 houdende
algemene bepalingen inzake milieubeleid; art. 5, 1 °, c), en 6, eerste lid, decreet 25 april 2014
betreffende de omgevingsvergunning)
namelijk door meer dan tien volwassen dieren te hebben gehouden zonder correcte
o mgevi ngsvergu n n i ng,
te
door
in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023
D schending exploitatie- en vergunningsvoorwaarden
buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1, § 1, tweede lid, decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepal ingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg
of voorzichtigheid, als exploitant van een ingedeelde inrichting of activiteit de algemene,
sectorale of bijzondere milieuvoorwaarden niet te hebben nageleefd,
(art. 5.4.9, § 1 en 16.6.1, § 1, eerste lid, decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid)
namelijk door van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene
bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM Il) niet te hebben nageleefd:
art. 4.1.3.1. - 4.1.3.3: het niet zindelijk houden van de exploitatie en onvoldoende
maatregelen te nemen om ongedierte te bestrijden;
art. 4.1.5.1: het niet op eenvoudig verzoek verschaffen van relevante gegevens
inzake producten, afvalstromen, emissies;
art. 4.1.6.1: het langdurig opslaan van afvalstoffen en geen regelmatige afvoer van
bepaalde afvalstoffen te houden;
art. 4.1.7.2: meerdere recipiënten (volgens CLP-verordening), niet ingekuipt te
hebben en geen gepaste stalplaats te hebben voorzien;
art.
te
vloeistoffen/afvalstoffen om de gevolgen voor mens en leefmilieu te beperken;
art. 4.7.0.1: onvoldoende maatregelen te nemen om emissies van asbest te
voorkomen, asbest niet verpakt/afgedekt, verspreid te laten liggen, vrij te laten
liggen in de weide en door asbest bijkomend te hergebruiken;
onvoldoende maatregelen
gevaarlijke
4.1.12.1:
nemen
bij
namelijk door van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende sectorale
bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM Il) niet te hebben nageleefd:
-
art. 5.9.8.4: de stalling van de dieren en de omgeving niet in een goede hygiënische
toestand te houden, met name door onvoldoende reinigingsactiviteiten wat blijkt uit
de vloerbevuiling;
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
, - p. 6
-
-
-
-
-
-
-
ratten, muizen,
art. 5.9.8.4: onvoldoende bestrijdingsmaatregelen ter voorkoming van ongedierte
zoals
insecten, bij gebrek aan ongediertebestrij dingsplan;
reststromen, bestemd voor de voeding van dieren, niet in gesloten recipiënten te
bewaren;
art. 5.9.8.5: restanten van dierlijke mest te lozen via de Interne riolering;
art. 5.9.8.5: de vloeibare vorm van dierlijke mest niet/onvoldoende op te vangen; het
lozen van terrein- of afvalwater afkomstig van de inrichting niet op te nemen in de
omgevingsvergunn ing;
art. 5.9.12.2: de omheining van de exploitatie tot op heden niet conform
aangepast/vergund te maken; het groenscherm niet als volledig ondoorzichtig
element te maken en niet volwaardig aan te planten; geen geluidsisolatie te voorzien
bij de buitenhokken en de exploitatiegebouwen van de honden, de
te stallen en
exploitatiegebouwen
onvoldoende ruimte te hebben om de honden binnen de gebouwen te huisvesten;
art. 5.17.4.1.1. en art. 5.17.4.1.5: niet de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen
inzake de gevaarlijke producten, door ze niet in een specifiek bestemde opslagruimte
te bewaren, maar verspreid te stallen in/buiten de exploitatiegebouwen; voor lege
gecontamineerde recipiënten geen voorbehouden en aangegeven plaats te hebben,
maar ze verspreid gestald te laten staan In de exploitatiegebouwen;
art. 5.17.4.1.7: geen rookverbod zichtbaar te hebben op de exploitatie;
art. 5.17.4.1.11: geen instruct ies en duidelijke kennis inzake de gevaarsaspecten aan
de werknemers te melden;
art. 5.17.4.1.11: geen toezicht op de lokalen/opslagplaatsen te hebben;
art. 5.17.4.3.1 en 5.17.4.3.6: geen inkuiping te voorzien voor gevaarlijke producten;
producten met gevaarssymbolen opgenomen in de CLP-verordening in het rond te
stallen;
te gebruiken om materialen/afvalstoffen
van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams
Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
(VLAREMA)
-
-
-
-
art. 4.3.2: niet de bed rijfsafvalstoffen afzonderlijk te houden (zoals KGA, afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur, afvalbanden, ... );
art. 4.6.1: door te sluikstorten;
art. 4.6.2: door zwerfvuil te creëren;
art. 6.1.1.3: door niet de algemene voorwaarden na
afvalstoffenproducenten;
art. 7.2.1.1: door geen afvalstoffenregister bij te houden;
art. 7.2.3.1: door de nodige registers niet vijf jaar lang bij te houden en ter inzage te
houden op de exploitatiezetel;
leven voor
te
namelijk door de bijzondere milieuvoorwaarden uit de omgevingsvergunning van 9 januari
2019 op naam var
niet te hebben
(zie bijlage 6 bij p11
nageleefd door:
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
-p. 7
-
-
-
-
-
de honden 's nachts niet in binnenhokken te laten verblijven en de binnenhokken
niet bijkomend te isoleren;
de binnenhokken die als berging of stal gebruikt worden niet te ontruimen en
bijgevolg niet te gebruiken als huisvesting voor honden;
de buitenpistes niet dagelijks te reinigen;
de honden vrij te laten rondlopen op de binnenkoer en/of achteraan in de weide;
geen ongediertebestrijdingsplan ter inzage op de exploitatie te hebben;
te
door
in de periode van 1 november 2021 tot en met 9 oktober 2023
E verzet tegen inspectie
opzettelijk de toezichtrechten, bedoeld in artikel 16.3.10, 1° tot en met 5°, decreet van 5
april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, te hebben geschonden,
(art. 16.3.10, 1 • tot en met s·, en 16.6.1, § 2, 2° decreet 5 april 1995 houdende algemene
bepalingen inzake milieubeleid)
namelijk door:
-
de opstellers geen toega ng te verlenen;
niet de noodzakelijke documenten voor te leggen;
te
door
in de periode van 14 december 2021 tot en met 14 februari 2022
de
F niet naleven maatregelen
opzettelijk
geldboeten,
voordeelontnemingen, veiligheidsmaatregelen of de door de rechte r opgelegde maatregelen
niet te hebben uitgevoerd, betaald of te hebben genegeerd,
(art. 16.6.1, § 2, 1° decreet 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid)
bestuu rlijke maatregelen,
bestuurlijke
opgelegde
namelijk door het exploitatieverbod uit het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West
Vlaanderen, afdeling Kortrijk van 21 november 2016 niet na te leven, opgelegd omwille van
het niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om behoorlij k vergund te zijn en te
voldoen aan alle toepasselijke exploitatievoorwaarden;
en/of bii samenhang elders in het Riik in de periode van 10 december 2021
te
tot en met 9 oktober 2023
door
Wat betreft Al-A2, B, C en D
Beiden zijn eveneens gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.5. decreet van 5 april
1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, door de rechter bij wijze van
veiligheidsmaatregel, na de partijen te hebben gehoord, het verbod te horen uitspreken om
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
- p. 8
de inrichtingen die aan de oorsprong van het milieumisdrijf liggen, te exploiteren gedurende
de termijnen door de rechter te bepalen onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro
per dag bij overtreding van dit verbod, dit tot op het ogenblik dat de inrichting, behoorlijk is
vergund/de bewezen verklaarde milieumisdrijven (tenlasteleggingen A1-A2, B, C en D)
hebben doen opgehouden te bestaan.
Beiden zijn ook gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.4. decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepa lingen inzake milieubeleid, zich te horen veroordelen tot het
inzamelen, vervoeren en verwerken van de achtergelaten afvalstoffen binnen een door de
rechter vastgestelde term ijn, onder verbeurte van een dwangsom van 500 euro per dag bij
niet naleving van deze veroorde ling.
Wat betreft A.3
is eveneens gedagvaard om, met toepassing van artikel 16.6.4. decreet van 5
april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zich te horen veroordelen
tot het inzamelen, vervoeren en verwerken van de achtergelaten afvalstoffen binnen een
door de rechter vastgestelde termijn, onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per
dag bij niet naleving van deze veroordeling.
1. Voorafgaande procedure
* * * *
1.1 De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17, besliste
bij vonnis van 17 juni 2024 op tegenspraak als volgt:
"OP STRAFGEBIED
Op tegenspraak ten aanzien van de eerste beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, B1, C, D, Een F voor de eerste beklaagde
• bewezen.
• voor de gezamenlijk bewezen verklaarde feiten
Veroordeelt de beklaagde
van de tenlasteleggingen tot een geldboete van 8.000,00 euro, namelijk 1.000,00 euro
verhoogd met 70 opdeciemen.
Zegt voor recht dat bij niet betaling binnen de wettelijke termijn de geldboete zal kunnen
vervangen worden door een gevangenisstraf van 90 dagen.
een bedrag van 200,00 euro, namelijk een bedrag van 25,00
Veroordeelt
euro verhoogd met 70 opdeciemen, te betalen als bijdrage tot de financiering van het fonds
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
-p. 9
, -----·., ••• - -------- - - - - - ------------
tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele
redders.
Veroordeelt
strafzaken van 58,90 euro.
• tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
om te betalen de som van 34,17 euro als gerechtskosten.
Veroordeelt
het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
• tot het betalen van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor
Op tegenspraak ten aanzien van de tweede beklaagde
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en 81 voor de tweede beklaagde
niet bewezen.
Spreekt de beklaagde
81.
• vrij voor de feiten van de tenlasteleggingen A1, A2 en
Verklaart de feiten van de tenlasteleggingen A3, 82, C, D, E en F voor de tweede beklaagde
• bewezen.
Veroordeelt de beklaagde
·voorde gezamenlijk bewezen verklaarde feiten van
de tenlasteleggingen tot een geldboete van 4.000,00 euro, namelijk 500,00 euro verhoogd
met 70 opdeciemen.
Zegt voor recht dat bij niet betaling binnen de wettelijke termijn de geldboete zal kunnen
vervangen worden door een gevangenisstraf van 45 dagen.
• een bedrag van 200,00 euro, namelijk een bedrag van 25,00 euro
Veroordeelt
verhoogd met 70 opdeciemen , te betalen als bijdrage tot de financiering van het fonds tot
financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele
redders .
Veroordeelt
strafzaken van 58,90 euro.
• tot het betalen van de vergoeding voor beheerskosten in
Veroordeelt
om te betalen de som van 34,17 euro als gerechtskosten.
Veroordeelt
het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
• tot het betalen van een bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 10
EXPLOITA TJEVERBOD
~ in toepassing van artikel 16.6.5 van het decreet
Legt aan
van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het verbod op om de
hinderlijke inrichting gelegen aan
te exploiteren,
indien deze inrichting binnen de drie maanden na het in kracht van gewijsde treden van
huidig vonnis niet voldoet aan de hierna volgende voorwaarden:
- er moet voldaan zijn aan alle toepasselijke exploitatievoorwaarden (algemene, sectorale en
bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden).
Zegt voor recht dat door de beklaagden
een dwangsom
zal worden verbeurd van 1501 00 euro per dag vertraging in naleving van deze veroordeling
vanaf het verstrijken van een termijn van 3 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van
dit vonnis.
HERSTELMAA TREGEL
1. Herstelmaatregel wat betreft het onroerend goed gelegen te
' L
Verklaart de herstelmaatregel ten aanzien van de.
• ongegrond.
Verklaart de herstelmaatregel ten aanzien van
• gegrond.
Veroordeelt
achtergelaten afvalstoffen gelegen op het onroerend goed gelegen te:
tot het
inzamelen, vervoeren en verwerken van de
nummer
:, kadastraal gekend,
binnen een termijn van 3 maanden vanaf het definitief worden van dit vonnis onder
verbeurte van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging dat dit bevel niet wordt
nageleefd.
2. Herstelmaatregel wat betreft het onroerend goed gelegen te
L
Zegt voor recht dat de herstelmaatregel zonder voorwerp is.
Verklaart de herstelmaatregel ongegrond.
OP BURGERLIJK GEBIED
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
i-p.11
Houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan bij toepassing van artikel 4, tweede alinea
VT,SV. aangehouden."
1.2 Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het afleggen van een verklaring op
de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op:
10 juli 2024 door de beklaagde
16 juli 2024 door de beklaagde
16 juli 2024 door de beklaagde
18 juli 2024 door het openbaar ministerie tegen beide beklaagden.
Deze partijen dienden tegelijk ook elk een verzoekschrift In op die griffie, zoals
voorgeschreven door artikel 204 Wetboek van Strafvordering.
1.3 Op de rechtszitting van 24 januari 2025 (inleidingszitting) legde het hof met toepassing
van de artikelen 152, § 1 en 209bis,
lid, Wetboek van Strafvordering,
conclusietermijnen vast en bepaalde de rechtsdag op de rechtszitting van 16 mei 2025.
laatste
Op de rechtszitting van 16 mei 2025 werd de zaak op vraag van de verdediging uitgesteld
naar de rechtszitting van 21 november 2025 en vervolgens naar de rechtszitting van 4
december 2025.
Enkel de beklaagde
heeft conclusies neergelegd. Ze deed dit t ijdig.
1.4 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 4 december 2025 in het Nederlands:
de beklaagde
advocaat met kantoor te
, vertegenwoordigd door meester
de beklaagde
, vertegenwoordigd door meester
·, voor meester
:, beiden advocaat met kantoor te
het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door
, advocaat-generaal.
2. Ontvankelijkheid hoger beroep - saisine
2.1 Alle verklaringen van hoger beroep tegen het vonnis van 17 juni 2024 zijn t ijdig en
regelmatig naar de vorm. Ook de grievenformulieren zijn tijdig ingediend.
op 9 juli 2024 ingediende grievenformulier
2.2 In het door de advocaat van
verduidelijkt hij dat het hoger beroep beperkt is tot de dwangsom die de eerste rechter
koppelde aan het exploitat ieverbod. De exploitatie zou bovendien stelselmatig zijn
afgebouwd en geen vergunningsplichtige hinderlijke inrichting meer zijn.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
,-p.12
~-~----- - ------ - ------- - - - - -
De advocaat van
kruiste in het grievenformulier de rubriek "Straf en/of
maatregel" aan en stelde daarin niet akkoord te gaan met het opgelegde exploitatieverbod
en de daaraan gekoppelde dwangsom.
Op 16 juli 2024 legde de advocaat van
een tweede grievenformulier neer,
waarin hij een bijkomende grief formuleerde over de herstelmaatregel en de daaraan
gekoppelde dwangsom.
Het openbaar ministerie legde voor beide beklaagden een afzonderlijk grievenformulier neer
en duidde daarin telkens een grief aan over de straf.
Al deze grieven zijn nauwkeurig.
2.3 De hoger beroepen van respectief de beklaagder
het openbaar ministerie zijn ontvankelijk (art. 203 en 204 Wetboek van Strafvordering).
en van
Het hof beslist In dit arrest binnen de perken van de hoger beroepen en vervolgens van de
grieven zoals bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering. Er zijn geen redenen om in
deze zaak ambtshalve een grief in de zin van deze bepaling op te werpen.
De devolutieve werking van de beperkte hoger beroepen en vervolgens de grieven brengt
mee dat de saisine van het hof beperkt is tot de straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds1
het exploitatieverbod en de herstelmaatregel. Alle andere beslissingen van de eerste rechter
zijn definitief.
3. Feiten
3.1 Op 14 december 2021 voerde toezichthouder
·, bijgestaan door onder
meer twee inspecteurs-dierenartsen een controle uit van de hondenkwekerij uitgebaat door
was
aanwezig op het terrein, maar weigerde de politie aanvankelijk toegang te verlenen en
weigerde alle medewerking.
. De dochter van
in
Bij de rondgang stelde de politie vast dat er overal op het terrein afval lag, waaronder ook
asbesthoudend afval en recipiënten met gevaarlijke producten, zonder te zijn voorzien van
lekbakken. Verschillende ruimtes die volgens de verleende omgevingsvergunning bestemd
waren als hondenhok, waren in werkelijkheid volgestouwd met afval. De puppy's die zich in
de quarantaineruimte bevonden, hadden geen proper eten en drinkwater.
In een
hondenslaapmand op de buiten loopweide lag een 2ak met een beschimmelde, onbekende
substantie. Het gebouw waar de puppy's zich bevonden 1 was onvoldoende geïsoleerd. De
hygiënische omstandigheden van de hondenstallingen en de omgeving in het algemeen 1
lieten erg te wensen over. Zowel in als buiten de hondenverblijven was er allerlei slachtafval
gedeponeerd.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 13
Bij vonnis van 21 november 2016 legde de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen,
afdeling Kortrijk,
een exploitatieverbod op, maar de beklaagden hadden dit
verbod dus zonder meer naast zich neergelegd.
werd verhoord op 2 februari 2022. Hij weigerde te antwoorden op het
merendeel van de vragen .
verklaarde bij verhoor op 7 februari 2022 dat ze zorgde voor de administratie
van de hondenkennel. Als het nodig was, hielp ze haar vader ook bij het verzorgen van de
dieren.
3.2 Bij een hercontrole op 6 december 2022 stelde de politie vast dat de algemene, sectorale
en bijzondere exploitatievoorwaa rden nog altijd niet werden nageleefd. Nog steeds lag er
afval her en der onreglementair verspreid op het terrein. Niettegenstaande de minister van
dierenwelzijn zijn erkenning als beroepskweker van honden met ingang van 1 juli 2022 had
de kweekactiviteiten gewoon te hebben verdergezet. De
ingetrokken, bleek
inspecteur dierenwelzijn nam daarom verschillende
bij de controle aanwezige
hondennestjes in beslag.
Ook op 28 november 2023 bleken de exploitatievoorwaarden niet te zijn nageleefd en werd
de uitbating niettegenstaande het opgelegde verbod, nog altijd verdergezet. Het aantal
honden was wel afgebouwd, maar onvoldoende opdat de Vlarem-regelgeving niet langer
van toepassing zou zijn. Ondanks het uitvoeren van enkele opruimingswerken was er nog
steeds een aanzienlijke hoeveelheid afval aanwezig in en rond de gebouwen op het erf.
, gelegen in
3.3 Op 6 december 2022 controleerde de politie ook de woning en het omliggend terrein
. In de loop van de
eigendom van
maand oktober 2022 had ze bij de gemeente een melding klasse 3 ingediend voor het
houden van maximum t ien honden op haar adres. Op het ogenblik van de controle wa ren er
geen honden aanwezig, maar deze moesten volgens haar nog worden overgebracht van het
erf aan
, omdat de erkenni ng als hondenkweker van haar
vader was ingetrokken.
De woning en het omliggend terrein war en volgens de politie dermate wanordelijk, dat ze
niet geschikt waren om dieren te huisvesten. Verspreid op het terrein lag allerlei afva l,
waaronder asbestafval.
4. Strafbaarstellingen - aanvullingen door het hof
De eerste rechter verklaarde
D, Een F.
Hij sprak haar voor de telastleggingen A.1, A.2 en B.1. Deze beslissingen zijn definitief.
schuldig aan de telastleggingen A.1, A.2, B.l, C,
verklaa rde hij schuldig aan de telastleggingen A.3, B.2, C, D, Een F.
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
, -p.14
Aangezien zowel de telastlegging A.1 als de telastlegging A.3 onder meer inbreuken op de
regels inzake asbestbeheer omvatten, zijn op de feiten van die telastleggingen ook de
bepalingen van artikel 12, § 4 en 33/7 Materialendecreet van toepassing. De telastlegging
A.1 slaat ook op de niet naleving van de regels
inzake het bijhouden van een
afvalstoffenregister en het niet kunnen aantonen dat de afvalstoffen conform werden
afgevoerd. Ook de artikelen 7.2.1.1 en 7.2.3.1 Vlarema zijn dus van toepassing.
Volgens de telastlegging A.2, zoals bewezen verklaard door de eerste rechter, verbrandde
allerhande afvalstoffen, waaronder yoghurtpotjes, PMD, restafva l, gevogelte
en een hamster. Dit is verboden krachtens artikel 6.11.1. Vlarem Il en artikel 4.5.2, § 1,
Vlarema.
en zijn dochter lgnes hielden meer dan tien volwassen honden op het terrein
gelegen in
zonder dat ze daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning
beschikten. Deze feiten zijn het voorwerp van de telastlegging C. Dit is in strijd met de
voorwaarden opgelegd door rubriek 9.9, 2° van de indellngslijst van Vlarem ll.
Het niet naleven van de milieuvoorwaarden door het schenden van de bepalingen van de
artikelen 4.3.2, 4.6.1, 4.6.2, 6.1.1.3, 7.2.1.1 en 7.2.3.1 Vlarema, zoals geviseerd in de
telastlegging D, is strafbaar gesteld door artike l 16.6.3, § 1, eerste lid, Decreet Algemene
Bepalingen inzake Milieubeleid.
en
hebben allebei opzettelijk de toezichtrechten bedoe ld in
artikel 16.3.10. Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid geschonden, zoals
omschreven In de telastlegging E. Het weigeren om toegang te verlenen aan de opstellers
wordt concreet strafbaar gesteld en verboden door de artikelen 16.3.10, 1° en 16.3.12. van
dat decreet. Het niet voorleggen van de noodzakelijke documenten door de artikelen
16.3.10, 2° en 16.3.13. van datzelfde decreet.
5. Straftoemeting
5.1 Elke beklaagde pleegde de feiten van de door de eerste rechter voor hem/haar bewezen
verklaarde telastleggingen met eenzelfde misdadig opzet, zodat het hof tel kens slechts een
straf toepast, met name de zwaarste (art. 65, eerste lid, Strafwetboek).
Artikel 7 Strafwetboek schrijft de strafdoelstellingen voor die de rechter in overweging moet
nemen bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat. Deze strafdoelstellingen
bestaan in het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de
overtreding van de strafwet, de bescherming van de maatschappij, het bevorderen van het
herstel van het maatschappelijk evenwicht, het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte
schade en het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de
dader. De rechter moet zoeken naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf
en de straf.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 15
5.2 De beklaagden schonden herhaaldelijk en
toepassing op de hondenkwekerij op het terrein ir
langdurig de milieuvoorschriften, van
uitgebaat door
, daarbij geholpen door
. Daarnaast stouwde
zijn terrein vol met afval, zelfs met asbesthoudend afval. Hierdoor bracht hij de gezondheid
deed hetzelfde met haar terrein gelegen in
van zowel mens als dier in gevaar
Daarnaast toonden belde beklaagden zich bijzonder koppig en hardleers: al bij
vonnis van 21 november 2016 was hen het verbod opgelegd de hondenkwekerij nog verder
te exploiteren zolang de exploitatie niet behoorlijk vergund was, maar toch zetten ze de
uitbating verder. Daarnaast bemoeilijkten ze de controles door de toezichthouders, door hen
onder meer geen toegang tot het terrein ir
te verlenen.
is
jaar oud. Zijn strafregister is ongunstig. Hij werd drie keer veroordeeld
voor verkeersmisdrijven, maar ook drie keer voor misdrijven die verband houden met de
uitbating van zijn hondenkwekerij. Zo veroordeelde de correctionele rechtbank te Kortrijk
hem op 5 december 2012 tot een geldboete van 150 euro met uitstel voor inbreuken op de
afvalstoffenwetgeving en de Dierenwelzijnswet. De correctionele
rechtbank West
Vlaanderen, afdeling Kortrijk, veroordeelde hem bij vonnis van 21 november 2016 tot een
geldboete van 1.000 euro, deels met uitstel, opnieuw voor
inbreuken op de
Dierenwelzijnswet en op de milieuwetgeving. Dit hof, zelfde kamer, legde hem bij arrest van
10 maart 2023 een effectieve geldboete op van 750 euro voor inbreuken op de
Dierenwelzijnswet en inbreuken op de milieuwetgeving.
i~
jaar oud. Ook haar strafregister is niet meer gunstig. Ze werd een keer
veroordeeld door de politierechtbank voor een verkeersinbreuk. Daarnaast werd ze door het
hiervoor aangehaalde arrest van dit hof van 10 maart 2023 veroordeeld tot een geldboete
van 250 euro, waarvan de helft met uitstel, eveneens voor
inbreuken op de
Dierenwelzijnswet en inbreuken op de milieuwetgeving.
is naar eigen zeggen alleenstaande en zorgt zowel voor haar vader als voor
haar moeder, die allebei ernstige gezondheidsproblemen hebben. Beide beklaagden hebben
het financieel niet breed. Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met deze
omstandigheden, zonder dat ze als verzachtend kunnen worden beschouwd in de zin van
artikel 85 Strafwetboek.
Terecht voert
aan dat haar rol beperkter was dan die van haar vader. Dit neemt
niet weg dat ze ten onrechte aanvoert dat ze nooit de bedoeling of het opzet heeft had om
misdrijven te plegen, of om deel te nemen aan de inbreuken gepleegd door haar vader. Haar
schuld aan de misdrijven van de telastleggingen A.3, 8.2, C, D, E en F staat immers definitief
vast en ligt niet ter beoordeling van het hof voor.
Voor wat de feiten betreft in huidig dossier, gepleegd vóór 10 maart 2023, maakt het hof
voor beide beklaagden toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek. De misdrijven
die werden beoordeeld in het arrest van 10 maart 2023 en de feiten die ter beoordeling van
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 16
het hof voorliggen, gepleegd voor die datum, zijn de opeenvolgende en voortgezette
uitvoering van eenzelfde misdadig opzet. Het is volgens het hof niet nodig om daarvoor nog
een bijkomende straf op te leggen. Een kopie van het arrest van 10 maart 2023 ligt voor in
de bundel van
(stuk 1). Alle partijen bevestigden op de rechtszitting van 4
december 2025 dat dit arrest definitief is geworden.
Voor de feiten gepleegd na 9 maart 2023 legt het hof beide beklaagden de hierna bepaalde
geldboete op. Bij het bepa len van de omvang daarvan, houdt het hof rekening met de ernst
en het herhaaldelijk karakter van de feiten, met het aandeel van elk van hen hierin, en met
de hiervoor aangehaalde persoonlijke omstandigheden van de beklaagden. Deze geldboete
beantwoordt het best aan de hoger weergegeven strafdoelstellingeh. Ze geeft op passende
wijze uiting aan de maatschappelijke afkeuring van de daden van de beklaagden en is
proportioneel met de ernst van de misdrijven. Om voldoende ontradend te zijn , moet ze
voor beide beklaagden effectief blijven en verleent het hof geen uitstel.
De geldboete moet telkens nog worden vermeerderd met 70 deciemen (x 8). De
vervangende gevangenisstraf die het hof de beklaagden oplegt, spoort hen voldoende aan
om de geldboete te betalen.
6. Kosten - bijdrage aan het Slachtofferfonds
De eerste rechter besliste definitief over de kosten van de strafvordering in eerste aanleg,
net als over de vaste vergoeding en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische
tweedelijnsbijstand . De beklaagden zijn gehouden tot de kosten van de strafvordering in
hoger beroep, aan de zijde van het openbaar ministerie begroot zoals hierna bepaald.
Met toepassing van artikel 91 koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het
algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken verhoogt het hof de kosten in hoger
beroep met 10 %.
Nu het hof hen voor de feiten gepleegd na 9 maart 2023 veroordeelt tot een correctionele
hoofdstraf moeten de beklaagden de bijdrage betalen van 25 euro tot financiering van het
bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de
occasionele redders (art. 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere
bepalingen). Deze bijdrage, die een eigen aard heeft en geen straf inhoudt, wordt
vermeerderd met 70 dedemen tot 200 euro, en dit ongeacht de datum van de bewezen
verklaarde feiten.
7. Exploitatieverbod
Het openbaar ministerie vordert dat het hof net zoals de eerste rechter beide beklaagden
met toepassing van artikel 16.6.5 Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid een
exploitatieverbod zou opleggen, onder verbeurte van een dwangsom.
Hof van beroep Gent - tiende kamer·
-p.17
-~~- - -~----------------------
Het gevorderde verbod slaat op de exploitatie van de hondenkwekerij, uitgebaat door
, daarin bijgestaan en geholpen
op het adres
door
Op 4 maart 2025 liet
de hondenfokkerij had stopgezet (stuk 14, stukkenbundel
aan de gemeente via het omgevingsloket weten dat hij
). De gemeente
verleende hem hiervan akte op 23 april 2025 en wees hem er op dat dit
betekende dat hij voortaan hoogstens vier volwassen honden mocht houden (stuk 15,
stukkenbunde
).
heeft sinds 1 juli 2024 geen ondernemingsnummer meer (zie bijlage 1 aan
navolgend pv
van 3 februari 2025 - stuk 17 procedurekaft in hoger beroep).
Bij de controle op 3 februari 2025 bleek dat het aantal honden duidelijk was afgebouwd (zie
datzelfde navolgend pv
van 3 februari 2025) . De beklaagden hielden voor dat er
slechts vier volwassen honden op het terrein aanwezig waren, maar de toezichthouders
stelden vast dat ze vier honden hadden verstopt op de eerste verdieping van de woning en
één in de veranda.
Op de rechtszitting van 4 december 2025 legden de beklaagden een proces-verbaal voor van
de inspectie Dierenwelzijn van 15 oktober 2025 waaruit blijkt dat bij een hercontrole op 7
oktober 2025 op het adres
nog slechts drie border collies
aanwezig waren en een whippet. Er konden geen andere honden worden aangetroffen,
niettegenstaande alle ruimten van de woning werden doorzocht. Dlt waren ook de enige
honden die in DoglD op naam van
waren geregistreerd. Ook de eigen woning
van
werd diezelfde dag gecontroleerd. Daar waren slechts twee whippets
aanwezig. Anders dan vroeger al gebeurde, was het dus niet zo dat er honden van op het
waren overgebracht naar de eigen won ing van
adres van
om de toezichthouders te misleiden.
is volgens het hof dan ook niet
Het
exploitatieverbod op te leggen.
langer opportuun om de beklaagden een
8. Herstelmaatregel
8.1 Het openbaar ministerie vorderde eveneens om de beklaagden te veroordelen tot het
verwijderen van alle achtergelaten afvalstoffen onder verbeurte van een dwangsom (art.
16.6.4. Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid).
8.2 Nu
definitief is vrijgesproken voor de telastleggingen A.1, A.2 en B.1,
besliste de eerste rechter terecht dat ze niet kon worden veroordeeld tot het verwijderen
van het afval van het terrein in
Hof van beroep Gent - tiende kamer - 2024/NT /816 - p. 18
Er ligt een proces-verbaal voor van 28 november 2023 (stuk 10, kaft rechtspleging in eerste
het afval op het t errein rond haar eigen woning In
aanleg) dat aantoont dat
r verwijderde. In haar stukkenbundel steken stukken die bewijzen dat ze het
asbestafval en oud ijzer reglementair heeft afgevoerd, net als verschillende stukken die de
afvoer van allerlei afval naar het recyclagepark staven. Het is dan ook niet nodig om haar een
afvalverwijderingsbevel op te leggen voor haar eigen terrein in
betreft en het terrein in
8.3 Anders is het wat
Hij is schuldig aan meerdere inbreuken op de afvalstoffenwetgeving, omschreven in de
telastleggingen A.1 en 8.2. Bij de hercontrole op 3 februari 2025 bleek dat er zich toen nog
steeds afval op het terrein bevond, onder andere rond de veranda, in en omheen de
aanhangwagens (oud ijzer, houtafval, metaalrestanten, oude ramen, plastiekrestanten) (zie
stuk 17, procedurekaft in hoger beroep). De beklaagde maakt op geen enkele manier
aannemelijk dat hij dit afval inmiddels heeft verwijderd. Aangezien uit de dossiergegevens
de manifeste onwil van de beklaagde blijkt om zich in regel te stellen en het afval van deze
percelen te verwijderen, is een bevel tot verwijdering van het afval onder verbeurte van de
hierna bepaalde dwangsom nog steeds noodzakelijk.
Het bedrag van de dwangsom per dag dat na het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest
en na het verlopen van de afvalverwijderingstermijn geen gevolg wordt gegeven aan de
opgelegde maatregel, moet voldoende hoog zijn om de beklaagde aan te zetten tot het
vrijwillig (laten) verwijderen van het afval. Dat bedrag kan daarom niet lager zijn dan het
door de eerste rechter voorziene bedrag. Dit bedrag is helemaal niet buiten proportie tot de
feiten en houdt er wel degelijk rekening mee dat de beklaagde al belangrijke inspanningen
deed om een deel van het afval te verwijderen. Omwille van de beperkte financiële
mogelijkheden van de beklaagde voorziet het hof wel een maximumbedrag aan te
verbeuren dwangsommen, meer bepaald 25.000 euro.
Toegepaste wetsartikelen:
Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en van de artikelen:
211 Wetboek van Strafvordering,
24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Perken van het hoger beroep:
De saisine van het hof is beperkt tot de straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds, het
exploitatieverbod en de herstelmaatregel. Alle andere beslissingen van de eerste rechter zijn
definitief.
Beslissing van het hof:
Het hof,
Hof van beroep Gent• tiende kamer-
, - p. 19
rechtsprekend op tegenspraak,
verklaart de beroepen ontvankelijk en beslist over de grond ervan als volgt:
wijzigt het beroepen vonnis voor zover bestreden als volgt:
op strafgebied:
stelt vast dat de misdrijven die het voorwerp waren van het definitief geworden arrest van
het hof van beroep te Gent van 10 maart 2023 en de aan het hof voorgelegde feiten van de
telastleggingen A.1, A.2, B.1, C, D, Een F, gepleegd vóór die datum samen de opeenvo lgende
en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet;
beslist dat het niet nodig is om daarvoor een bijkomende straf op te leggen;
veroordeelt de beklaagde
voor de aan het hof voorgelegde feiten van de
telastleggingen A.1, B.1, C, D en F gepleegd nà 9 maart 2023 samen tot een geldboete van
500 euro, met deciemen gebracht op 4.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van
drie maanden;
stelt vast dat de misdrijven die het voorwerp waren van het definitief geworden arrest van
het hof van beroep te Gent van 10 maart 2023 en de aan het hof voorgelegde feiten van de
telastleggingen A.3, B.2, C, D, E en F, gepleegd vóór die datum, samen voor de beklaagde
de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig
opzet;
beslist dat het niet nodig is om daarvoor een bijkomende straf op te leggen;
veroordeelt de beklaagde
voor de aan het hof voorgelegde feiten van de
telastleggingen A.3, B.2, C, D en F gepleegd nà 9 maart 2023 samen tot een geldboete van
250 euro, met deciemen gebracht op 2.000 euro, of een vervangende gevangenisstraf van
twee maanden;
bijdrage aan het Slachtofferfonds, kosten in hoger beroep
veroordeelt de beklaagder
elk tot betaling van een bedrag
van 25 euro, vermeerderd met 70 deciemen en zo gebracht op telkens 200 euro te betalen
als bijdrage tot de financiering van het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en aan de occasionele redders;
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 20
veroordeelt de beklaagden
hoofdelijk tot betaling van de
kosten van de strafvordering in hoger beroep, voor het openbaar ministerie begroot op
260,50 euro;
wat betreft het exploitatieverbod:
stelt vast dat het gevorderde exploitatieverbod zonder voorwerp is;
wat betreft het afvalverwijderingsbevel:
veroordeelt (enkel) de beklaagde
op vordering van het openbaar ministerie
tot het legaal inzamelen, vervoeren en verwerken van alle achtergelaten afval op het percee l
in
binnen een termijn van drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest;
onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging in de nakoming van
dit bevel, in geval van niet-uitvoering van dit arrest binnen de gestelde termijn;
bepaalt het maximum van de te verbeuren dwangsommen op in totaal 25.000 euro;
verklaart het voor
terrein te
gevorderde afvalverwij derlngsbevel met betrekking tot het
, zonder voorwerp.
Hof van beroep Gent - t iende kamer-
, -p. 21
Kosten beroep:
Afschrift vonnis:
Afschriften akten HB:
Opstelrecht ber. bekl.:
Dagv. 1e bekl.:
Dagv. 2e bekl.:
+ 10%:
€ 57,00
€ 12,00
€ 105,00
€ 31,41
€ 31,41
€ 236,82
€ 23,68
Totaal:
€ 260,50
Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, tiende correctionele kamer,
samengesteld uit kamervoorzitter
'., raadsheren
en in openbare rechtszitting van 9 januari 2026 uitgesproken door
, advocaat-generaal, met
:, in aanwezigheid van
kamervoorzitter
bijstand van griffier