ADB:rechtbank-eerste-aanleg-antwerpen-22-12-2025-0
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2025-12-22
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer I Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 22 december 2025 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 23(021349 Rol nummer Notitienummer parket AN66.Wl.100400/ 2023 rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer ACl Vonnis Aangeboden op Ni...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
I
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
22 december 2025
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
23(021349
Rol nummer
Notitienummer parket
AN66.Wl.100400/ 2023
rechtbank van eerste aanleg
Antwerpen, afdeling
Antwerpen
Kamer ACl
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p.2
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
2.
, RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, vertegenwoordigd door meester
Meester
•, advocaat te
;, advocaat te
loco
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
,RRN
beklaagde, bijgestaan door meester
, advocaat te
loco Meester
, advocaat te
TENLASTELEGGING(EN)
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld.
In het onroerend goed gelegen te
, gekadastreerd als
, met een totale oppervlakte van 23a soca, eigendom var
voor het geheel in volle eigendom ingevolge akte verleden op 22 oktober 2013.
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtst reeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
Rol nu mmer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
, ..... ___ , ________________________________ _
ACl kamer
Vonnisnr
/
p.3
··~·
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
in de periode van 27 augustus 2022 tot en met 16 februari 2023
namelijk een woning gelegen op voornoemd adres te
minimale kwaliteitsvereisten, aan
aan 500,00 euro/maand.
die niet voldeed aan de
door
EN INZAKE:
de WOON INSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te
eiser in herstel, vertegenwoordigd door
11 advocaat te
PROCEDURE
Gezien het bewijs van overschrijving van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor Rechtszekerheid
dd. 17 maart 2025 ref:
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
beoordeling
op strafgebied
feiten
a.
(eerste beklaagde, verder
) zijn de bestuurders van
beklaagde, verder:
vennootschap heeft een constructie in eigendom op een erf te
constructie).
braadkuikenstal, als woning aan
2022 tot 16 februari 2023.
(tweede
. Deze
(verder: de
woonden hiernaast en verhuurden de constructie, een voormalige
voor 500 euro per maand van 27 augustus
) en
Deze constructie voldeed echter niet aan de veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen
voor bewoning. De elektriciteitsvoorziening was gevaarlijk, er was geen drinkbaar water en de
gasbranders in de woning leverden een ernstig risico op CO-intoxicatie op. De ramen hadden enkele
beglazing.
Rolnumme,
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnlsnr
/
p. 4
bewijs, kwalificatie en toerekening
b.
De diensten van de Wooninspecteur van het Vlaamse Gewest (eiser tot herstel, verder:
WOONINSPECTEUR) voerden op 16 februari 2023 een onderzoek uit in de door
bewoonde
constructie naar aanleiding van een melding van de lokale politie op 14 februari 2023. De woning
vertoonde effectief verregaande gebreken, 11 gebreken van categorie 1, 6 gebreken van categorie Il en
3 gebreken van categorie 111.
De woning was ongeschikt en onbewoonbaar.
C.
lichtte in een verhoor van 21 april 2023 toe dat ze
uit de nood hielpen door haar te
laten verblijven in de voormalige stal, waar ze lang geleden ook zelf tijdelijk in hadden gewoond. Ze
waren op de hoogte van de feitelijke situatie in de constructie en bevestigden dat ze een huur van 500
had kort bij hen in huis ingewoond, maar
euro per maand, kosten niet inbegrepen, vroegen.
wilde in de constructie verblijven met haar partner.
De feiten zijn bewezen op basis van de duidelijke vaststellingen van 16 februari 2023 en de beschrijving
door de diensten van de WOONINSPECTEUR. De feiten worden niet betwist door beklaagden.
d.
Beklaagden vragen een herkwalificatie van de feiten naar een inbreuk op artikel 3.35 Vlaamse Codex
Wonen In de plaats van artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen. Aan beide strafbaarstellingen is dezelfde
strafmaat gekoppeld, maar artikel 3.34 Vlaamse Codex Wonen heeft betrekking op "een niet-conforme
of overbewoonde woning" en artikel 3.35 Vlaamse Codex Wonen op "een roerend of een onroerend
goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is".
Het onderscheid betreft aldus of het ter beschikking gesteld goed al dan niet een woning is. Dit begrip
werd niet omschreven of geoperationaliseerd in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen, zodat het
dient te worden begrepen in zijn algemene juridische betekenis, zoals deze kan worden afgeleid uit
onder meer artikel 15 Gec. Grondwet, artikel 8 EVRM, artikel 7 van het Handvest van de EU en het
Wetboek van Strafvordering, namelijk de concrete locatie die door een natuurlijke persoon wordt
gebruikt om er zijn of haar hoofdverblijf te houden. Tevens kan uit de omschrijving van het begrip
"zelfstandige woning" (artikel 1.2, 156° van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september
2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021: "een woning die beschikt over een toilet,
een bad of douche en een kookgelegenheid") worden afgeleid dat een woning naast een slaapplaats
de aanwezigheid vergt van een toilet, bad of douche en een kookgelegenheid, waarbij de laatste drie
functies gedeeld kunnen worden.
Of de specifieke plaats al dan niet een woning is, vergt een feitelijke toetsing.
In deze blijkt duidelijk dat de plaats die tegen betaling ter beschikking werd gesteld aan PLEYSIER een
woning betrof, meer bepaald een ingerichte plaats met laminaatvloer, geschilderde muren, een keuken
en een badkamer. Er was ook een woonkamer en een slaapkamer. Dat beklaagden er in het verleden
tevens tijdelijk hadden gewoond, bevestigt ook de omschrijving van de plaats als woning.
Er is bijgevolg geen reden om de feiten te herkwalificeren onder artikel 3.35 Vlaamse Codex Wonen.
e.
De feiten werden correct gekwalificeerd en worden beklaagden toegerekend.
Rolnumm er
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. S
straf en strafmaat
f.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en vervult een signaalfunctie
van maatschappelijke afkeuring, zowel naar de veroordeelde toe als naar de maatschappij in haar
geheel. De bestraffing beoogt het herstel van de door het misdrijf aangebrachte maatschappelijke
te beschermen. Tegelijk wordt de
schade. De bestraffing dient ook om de maatschappij
maatschappelijke reactie ten aanzien van de veroordeelde naar aanleiding van het misdrijf met de
bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de veroordeelde ertoe gebracht herhaling te vermijden
door middel van rehabilitatie en re-integratie.
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlij ke omstandigheden van de veroordeelde.
g.
De feiten zijn ontoelaatbaar. Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico in voor de
veiligheid en de gezondheid van de bewoners. Het is ook nefast voor hun welzijn. Het getuigt van een
gebrek aan respect voor de levenskwaliteit van de bewoners.
de woning aan
huurprijs van 500 euro per maand vroegen en dat uit hun verklaring volgt dat er voor
een andere huurder in de constructie gewoond heeft.
geven aan zelf vroeger in de voormalige braadkulkenstal te hebben gewoond en
te hebben verhuurd om haar te helpen. Daar staat tegenover dat ze een
reeds
De concrete situatie ter plaatse was schrijnend, zonder drinkbaar water, zonder verluchting en met een
risico op CO-vergiftiging.
h.
De ernst van de feiten brengt met zich dat een opschorting van de uitspraak van de veroordeling geen
gepast signaal zou zijn. Een correctionele veroordeling is noodzakelijk.
Het gunstig strafrechtelij k verleden van
tenuitvoerlegging van de geldboetes die als hoofdstraf worden opgelegd, uitgesteld kan worden.
brengt evenwel met zich dat de
i.
Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van het illegaal vermogensvoordeel, op basis
van de ontvangen huurgelden. Het staat vast dat beklaagden illegale vermogensvoordelen hebben
genoten door het verhuren van de niet-geschikte woning. Daar criminaliteit niet mag lonen, zou het
maatschappelijk onverantwoord zijn dat beklaagden voordeel zouden halen uit het bewezen feit.
Deze bijkomende straf heeft enkel tot doel het voordeel op basis van het plegen van een misdrijf in
hoofde van beklaagden teniet te doen; de strikt punitieve component van de bestraffing ligt vervat in
de hoofdstraf, de geldboete. De concrete bijzondere verbeurdverklaring houdt geen onredelijk zware
straf - noch op zich, noch in combinatie met de geldboetes.
de huur voor de laatste maand niet betaalde, noch de
Uit de verklaring van
kosten voor de nutsvoorzieningen. Hier werd bij de berekening van het vermogensvoordeel rekening
gehouden, zodat deze vordering ingewilligd wordt zoals gevorderd. Deze bijzondere verbeurdverklaring
wordt gelijk verdeeld over belde beklaagden.
volgt dat
Rol nummer
rechtbank va n eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnlsnr
/
p.6
herstel
j.
De WOONINSPECTEUR formuleerde op 16 maart 2023 een herstelvordering en
zich daar op 29 maart 2023 bij aan.
sloot
k.
De WOONINSPECTEUR vordert de alternatieve herstelmaatregel met betrekking tot het pand te
(de constructie; de voormalige braadkuikenstal). De redenering van de WOONINSPECTEUR
luidt dat de constructie vergund is voor landbouwdoeleinden, maar nog steeds ingericht is als woning,
te weten met een keukenfunctie, een badkamer en een toilet. Hoewel de constructie momenteel niet
wordt gebruikt voor bewoning, zou deze eenvoudig- zonder bouwkundige ingrepen -terug als woning
kunnen worden aangewend.
1.
Beklaagden wijzen er echter op dat de constructie wordt gebruikt als bijgebouw bij de
landbouwactiviteiten, namelijk om arbeiders die tijdelijke arbeid komen verrichten een ruimte te
verschaffen om te eten, te douchen en gebruik te maken van een toilet.
m.
Met foto's tonen beklaagden aan dat de constructie momenteel sober is ingericht als een ruimte die
kan dienen als refter en bijgebouw met sanitaire functies voor werknemers van het kippenbedrijf. Dat
de ruimte nog herkenbaar is als een voormalige woning, spreekt dit niet tegen en evenmin sluit de
aanwezigheid van een douche en een keuken het gebruik door de werknemers van het kippenbedrijf
ult. De constructie heeft momenteel niet langer de functie wonen.
aan dat ze een regulari.satie-aanvraag indienden voor een
Bovendien toner
functiewijziging van de construct ie van woning en berging naar refter met sanitair en berging in functie
van het landbouwbedrijf. De deputatie van de provincie
verklaarde deze aanvraag op 27
maart 2025 zonder voorwerp, omdat de beoogde functies reeds onder de huidige hoofdfunctie
'landbouw' vallen.
In het besluit van de deputatie wordt ook geëxpliciteerd dat een wijziging naar de functie wonen in
voorkomend geval wel vergunningsplichtig zou zijn, maar dat dit uitdrukkelijk werd uitgesloten in de
aanvraag. Beklaagden geven ook aan dat de construct ie niet meer voor bewoning gebruikt wordt of zal
worden, en dat werknemers er niet overnachten.
n.
Dit impliceert dat de constructie reeds een andere functie dan wonen heeft, zodat één van de beoogde
resultaten van de alternatieve herstelvordering reeds werd bereikt, namelijk het geven van een andere
bestemming dan wonen aan de constructie. De herstelvordering is dan ook zonder voorwerp.
op burgerlijk gebied
o.
Op basis van de vaststellingen in het st rafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordering werd ingesteld. De burgerlijke belangen worden In
zoverre ambtshalve aangehouden.
Rolnummer
recht bank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 7
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 61 7, 38, 39, 40, 41, 42, 43bis, 66 strafwetboek;;
art. 4 V.T.Sv;
art. 185 Sv;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
HET VLAAMSE GEWEST,
Op strafgebied
de WOONINSPECTEUR VAN
Verleent akte aan WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST van haar vrijwillige tussenkomst.
Ten aanzien van
, eerste beklaagde
Veroordeelt
voor de enige tenlastelegging:
tot een geldboete van 4800,00 EUR, zijnde 600,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43bls Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 1.250 euro (waardeconfiscatie).
Veroordeelt
tot betaling van:
-
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 384,47 = 192,24 EUR.
Ten aanzien van
1 tweede beklaagde
Veroordeelt
voor de enige tenlastelegging:
' '
'
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
._,,., ., . .,, .. «m•---- -- ----------------------------
I
p.8
tot een geldboete van 4800,00 EUR, zijnde 600,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 3 jaar.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 1.250 euro (waardeconfiscatie).
Veroordeelt
tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 200,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 61,01 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 384,47 = 192,24 EUR.
-
-
-
-
Herstel
Stelt vast dat de herstelvordering zonder voorwerp is.
Op burgerlijk gebied
Houdt de burgerlijke belangen aan.
****
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 22 december 2025 door de rechtbank van
eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer ACl:
~ rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier