ADB:rechtbank-eerste-aanleg-gent-24-02-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Gent
📅 2026-02-24
🌐 NL
Beschikking
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Uitgift e Uitgereikt aan Uitgereikt aan Uitgereikt aan op € op € op € Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent beschikking Beslagrechter Repertoriumnummer 2026/ ' /\ ·\ 1 \.-L / /, ( i • \ I r -./ Datum van uitspraak 24 februari 2026 Rolnummer 1 1 Verzoekschrift/dagvaarding na 3...
Volledige tekst
Uitgift e
Uitgereikt aan
Uitgereikt aan
Uitgereikt aan
op
€
op
€
op
€
Rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen,
afdeling Gent
beschikking
Beslagrechter
Repertoriumnummer
2026/
'
/\ ·\ 1
\.-L / /, ( i
• \ I
r
-./
Datum van uitspraak
24 februari 2026
Rolnummer
1
1
Verzoekschrift/dagvaarding
na 31/01/2019
aan te bieden voor registratie
Aangeboden op
Niet te registreren
BESLAGRECHTER I N DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, AFDELING GENT
OPENBARE TERECHTZ I TTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F 0
AR
IN DE ZAAK VAN:
rijksregisternummer
samenwonende
te
1 met rijksreglsternummer
, en
., met
- eisers -
hebbende als raadsman meester
, advocaat met kantoor te
TEGEN:
de WOONINSPECTEUR van het VLAAMS GEWEST, met ondernemingsnummer
0316.380.841, met burelen gevestigd te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 15 bus 253;
- verweerder -
hebbende als raadsman meester
, advocaat met kantoor te
VERLEENT DE BESLAGRECHTER HET HIERNA VOLGENDE VONNIS.
I.
DE RECHTSPLEGING:
De zaak werd Ingeleid bij dagvaarding die op regelmatige wijze werd betekend op
1.1.
25 september 2025.
Bij beschikking gewezen op 14 oktober 2025 heeft de beslagrechter in toepassing
1.2.
van artikel 747, § 3 Ger. W. de conclusietermijnen en de rechtsdag bepaald.
De partijen werden bij monde van hun advocaat In hun middelen en conclusies
1.3.
gehoord op de openbare terechtzitting van dinsdag 10 februari 2026, waarna de debatten
werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op
heden.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken van de partijen werden
1.4.
door de beslagrechter ingezien.
1.5.
I n toepassing van artikel 748b1sGer. W. wordt de laatste conclusie van de partijen
beschouwd als een alomvattende syntheseconclusie die de gedinginleidende akte en de
overige conclusies vervangt. Een argument dat niet als zodanig opnieuw wordt verwoord
doch louter steunt op een verwijzing of referentie naar een eerder in dezelfde aanleg
genomen conclusie of gedinginleidende akte, en dus verwijst of refereert naar een voor de
lid, 3° Ger. W. onbestaande conclusie of
toepassing van artikel 780, eerste
geding inleidende akte, dient dan ook met beantwoord te worden (zie ook Cass., 26 mei
2011,
Men kan de feitenrechter geen
onwettigheid verwijten wanneer deze oordeelt, bij toepassing van artikel 748bis Ger. W.,
geen uitspraak te moeten doen over een In een syntheseconclusie niet hernomen eis, noch
die uitspraak te moeten aanhouden.
en
Het beantwoorden van een vordering die in de inleidende akte of voorgaande conclusies
werd gesteld en niet werd hernomen in de syntheseconclusie, maakt een miskenning uit
van artikel 1138, 2° Ger. W. (Cass., 29 maart 2012,
).
2
BESLAGRECHTER I N DE RECHTBANK VAN EERST E AANLEG OOS T-VLAANDEREN , AFDE LING GENT
OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F 0
II.
DE VORDERINGEN:
2.1.
De eisers vorderen:
(1) In hoofdorde, te horen zeggen voor recht dat er lastens hen geen dwangsommen
verbeurd zijn, minstens dienaangaande en alvorens recht te doen een prejudiciële vraag
te stellen aan het Benelux Gerechtshof in verband met het verbeuren van de dwangsom,
(2) derhalve te zeggen voor recht dat de uitvoeringshandelingen die de verweerder heeft
genomen op 01/06/2023, 18/01/2024, 08/07/2024, 31/01/2025 en 11/04/2025,
onrechtmatig en van generlei waarde zijn,
(3) in ondergeschikte orde, de verbeurde dwangsommen te beperken tot een maximum
van 7S.000,00 euro en te zeggen voor recht dat er slechts voor dat bedrag gedwongen
mag worden uitgevoerd, minstens de verdere tenuitvoerlegging te schorsen,
(4) de verweerder te bevelen om handlichting te verlenen van het op 19 september 2025
betekende uitvoerende beslag op onroerend goed, binnen de 24 uur na de betekening van
het tussen te komen vonnis, en te zeggen voor recht dat bij gebreke aan vrijwillige
handlichting van het beslag binnen deze termijn het vonnis als titel voor de opheffing van
het beslag zal gelden, en
(5) de verweerder tot betaling van de gedingkosten te veroordelen.
2.2.
De verweerder vordert:
(1) in hoofdorde, zich minstens deels onbevoegd te verklaren en voor het overige de
vordering af te wijzen als ongegrond,
(2) het vonnis voorlopig uitvoerbaar te verklaren, en
(3) de eisers te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding.
III.
VOORAFGAANOEN:
3.1.
De eisers werden bij vonnis uitgesproken op 20 september 2022 door de 30ste
correctionele kamer van deze rechtbank bij verstek veroordeeld om het pand gelegen te
, een andere bestemming te geven volgens de bepalingen
van de VCRO, hetzij de woning te slopen, tenzij de sloop is verboden op grond van
wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, binnen een termijn van tien maanden
nadat het vonnis werd uitgesproken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
150,00 euro per dag vertraging en per veroordeelde beklaagde.
Dit vonnis werd door het Openbaar Ministerie aan de eisers betekend en zij hebben er geen
rechtsmiddelen tegen aangewend.
3.2. Op initiatief van de verweerder werd op 1 juni 2023 een kopie van de uitgifte van
het vonnis van 20 september 2022 aan de eisers betekend samen met een bevel tot
uitvoering van het herstel (tegen uiterlijk 21/07/2023).
Op 18 januari 2024, 8 juli 2024 en 3 januari 2025 werden verjaringstuitende bevelen
betekend.
Op 11 april 2025 werd krachtens deze uitvoerbare titels een bevel voorafgaand aan
uitvoerend beslag op onroerend goed betekend lastens de eisers met navolgende
overschrijving op het kantoor rechtszekerheid
Op 19 september 2025 werd vervolgens een uitvoerend beslag op het onroerend goed
gelegen tE
betekend met navolgende overschrijving op
het kantoor rechtszekerheid
3.3.
Bij beschikking van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, uitgesproken op 16
juni 2025 werd (enkel) de (tweede) eiseres toegelaten tot de collectieve schuldenregeling.
3
BESLAGRECHTER IN DE RECHTBANK VAN EERSTE AAN LEG 00ST- VLAAND8REN, Al:DELING GEN'."""
OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F 0
3.4.
Op 25 september 2025 hebben de eisers voor de dwangsomrechter (kamer 30 van
deze rechtbank) een vordering ingesteld in toepassing van artikel 1385quinquies Ger. W.
Deze procedure îs lopende.
Tegelijkertijd hebben de eisers de huidige procedure voor de beslagrechter ingeleid op 25
september 2025.
IV.
BEOORDELING:
4.1.
In het aan de eisers op 19 september 2025 betekende beslagexploot worden
lastens hen beiden verbeurde dwangsommen in rekening gebracht voor de periode van
22/07/2023 tot 12/09/2025 ten bedrage van 117.600,00 euro per persoon.
In totaal wordt in dit exploot een bedrag ingevorderd (inclusief kosten) van 239.153,58
euro.
De toelaatbaarheid en/of de ontvankelijkheid van de door de eisers ingestelde
4.2.
rechtsvordering wordt door de verweerder in essentie niet betwist. Ook ambtshalve ziet de
beslagrechter geen redenen om deze toelaatbaarheid en/of ontvankeUjkheid in twijfel te
trekken.
Het is evenwel terecht dat de verweerder opmerkt dat de beslagrechter niet de
dwangsomrechter Is zodat hij niet bevoegd is om een al dan niet tijdelijke onmogelijkheid
vast te stellen om uitvoering te geven aan de dwangsomveroordeling, en evenmin om in
te verbeuren
plaats van de dwangsomrechter een plafond/maximum aan de
dwangsommen te verbinden.
4.3.
De regelmatighe,ä van de aan de eisers betekende exploten (betekening-bevel,
verjaringstultende bevelen en gedwongen tenuitvoerlegging op het onroerend goed) staat
niet ter discussie. I n ieder geval voeren de eisers geen middelen aan die betrekking zouden
hebben op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging.
Ten onrechte zijn de eisers van mening dat er hen geen bevel zou zijn betekend
4.4.
waarin verduidelijkt wordt waarom en vanaf wanneer dwangsommen zouden beginnen te
verbeuren.
Het exploot van betekening-bevel dat op 1 juni 2023 aan de eisers werd betekend (zie hun
stuk 2) heeft tot doel om aan de eisers (voor de tweede maal) een kopie van het vonnis
van 20 september 2022 houdende de dwangsomveroordeling mede te delen .eci om hen
erop te wijzen dat deze veroordeling tot herstel dient uitgevoerd te zijn tegen uiterlijk 20
september 2023 (om middernacht), zijnde binnen de tien maanden na de uitspraak, zoniet
zouden er dwangsommen van 150,00 euro per dag en per persoon beginnen te lopen vanaf
21 september 2023.
Tevens wordt in dit exploot uitdrukkelijk meegedeeld op welke wijze de eisers de
woon inspecteur en het college dienen te Informeren omtrent het uitgevoerde herstel, zodat
dit middels een proces-verbaal van vaststelling/uitvoering door de bevoegde diensten zou
kunnen worden bestatigd, hetgeen dan als bewijs van herstel zou gelden (en de
dwangsommen zou doen stoppen).
4.5.
De (tweede) eiseres werd bij beschikking van 16 juni 2025 toegelaten tot de
collectieve schuldenregeling. Daaromtrent stellen de eisers dat de verweerder geen
aangifte van schuldvordering zou hebben gedaan waardoor zijn schuldvordering zou
komen te vervallen.
De verweerder kan dit blijkbaar niet bevestigen, noch ontkennen, en Is bezig met dit te
onderzoeken . In ieder geval verhindert de toelating van de eiseres tot de collectieve
4
BESLAGRECHTER I N DE RECHTBANK VAN El!:RSTE AANLEG OOST - VLAANDE:REN, AFDELI NG GEN'r
OPENBARE TE RECHTZITTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F 0
schuldenregeling niet dat de verweerder opzichtens de eiser nog steeds over een actuele
en opeisbare schuldvordering en titel beschikt, waardoor een gedwongen tenuitvoerlegging
minstens lastens de eiser, die niet toegelaten werd tot de collectieve schuldenregeling,
mogelijk is en blijft.
Volgens de eisers is de veroordeling onduidelijk, minstens hebben zij al het nodige
4.6.
gedaan om eraan te voldoen.
De beslagrechter treedt de eisers in deze redenering niet bij. Terecht stelt de verweerder
immers dat om aan de herstelmaatregel te voldoen het niet volstaat dat het litigieuze pand
niet langer wordt verhuurd (aan vier studenten of aan anderen). De doelnorm van de
herstelmaatregel en de daarbij horende veroordeling is dat panden die niet aan de
minimale kwaliteitsvereisten voldoen van de markt gehaald worden. Het pand dient
conform gemaakt te worden aan de regelgeving en vervolgens moet dit door de bevoegde
ambtenaren worden vastgesteld, Het louter een andere bestemming geven aan het
betrokken pand (niet meer per kamer verhuren zodat het opnieuw een eengezinswoning
wordt) zonder dat een conformiteit kan worden vastgesteld is niet in overeenstemming
met het uitvoeren van de herstelmaatregel.
De andere mogelijkheid die de eisers hadden om uitvoering
te geven aan de
herstelmaatregel was het slopen van het pand indien dit wettelijk toegelaten is of kan
worden.
Geen van beide opties werd door de eisers benut. De herstelmaatregel, die duidelijk is,
werd bijgevolg (nog steeds) niet uitgevoerd.
4.7.
Ten onrechte menen de eisers dat er voor wat de uitvoering van de
herstelmaatregel betreft sprake zou zijn van een 'respijttermijn' van tien maanden die pas
een aanvang kan nemen vanaf de betekening van het vonnis op initiatief van de
verweerder.
In het vonnis van de correctionele rechtbank van 20 september 2022 werd aan de eisers
een termijn van tien maanden gegeven om de herstelmaatregel uit te voeren en dit met
Ingang van de datum van de uitspraak van het vonnis. Er werd door de rechtbank met
andere woorden een uitvoeringstermijn van tien maanden vanaf de uitspraak van het
vonnis opgelegd.
De stelling van de eisers dat de betekening van het vonnis een voorwaarde is om de termijn
(van tien maanden) voor de uitvoering van de herstelmaatregel te laten starten is verkeerd .
Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen de termijn die opgelegd wordt
voor de uitvoering van een hoofdveroordeling (herstelmaatregel) en de mogelijkheid voor
een rechter om te bepalen dat de dwangsom pas na een bepaalde tijd zal verbeuren zoals
bepaald in artikel 1385bis, lid 4 Ger. W. (zie arresten Benelux Gerechtshof 25 juni 2002 en
11 februari 2011 en Cass. 15 maart 2011 inzake
In casu werd er door de bodemrechter een uitvoeringstermijn bepaald en geen termijn om
na de betekening nog enig respijt te krijgen alvorens de dwahgsom zou beginnen
verbeuren.
De (andersluidende) rechtspraak die de eisers in hun conclusies aanhalen is intussen reeds
lange tijd achterhaald. De prejudiciële vraag die zij gesteld wensen te zien aan het Benelux
Gerechtshof is In het verleden reeds beantwoord.
De omstandigheid dat de eisers, naar eigen zeggen, niet in staat zouden zijn om
4.8.
tot uitvoering van werken of tot sloop van het gebouw over te (laten) gaan, maakt geen
overmacht uit in hunnen hoofde om de hoofdveroordeling uit te voeren. Het niet
5
BESLAGRECHTER IN DE RECHTBANK VAN EERSTE AAN LEG OOST-VLAAN DEREN, AFDELI NG GEN1
OPENBARE TERECHTZI TTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F0
beschikken over de financiële middelen die nodig zijn om de werken uit te voeren creëert
evenmin een situatie van overmacht.
Van overmacht kan immers slechts sprake zijn wanneer iemand zijn verplichtingen niet kan
nakomen door onvoorziene en onvermijdbare omstandigheden buiten zijn wil, waardoor
hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de gevolgen.
De bewering van de eisers dat de verkoop van het pand onmogelijk zou zijn gemaakt door
de houding van de verweerder is niet bewezen en overigens volkomen in strijd met de
werkelijkheid. De wettelijke hypotheek die ten gevolge van de veroordeling werd
ingeschreven is door de wet bepaald en geen onredelijk en/of willekeurig initiatief van de
woon inspecteur.
Van overmacht is derhalve geen sprake.
4.9.
Van rechtsmisbruik is in hoofde van de verweerder evenmin sprake.
Het verbod op rechtsmisbruik werd door het Hof van Cassatie bij herhaling uitdrukkelijk
erkend als een algemeen rechtsbeginsel (zie o.m. Cass. 22 september 2008,
).
cass. 6 januari 2011,
De titularis van een subjectief recht pleegt rechtsmisbruik wanneer hij dit recht uitoefent
op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat
recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (Cass. 10 september 1971,
De
rechter mag hierbij slechts een marginale toetsing doorvoeren. Dit houdt in dat de rechter
terughoudend moet opstellen en dat hij enkel een
zich bij zijn beoordeling
rechtsuitoefening mag beteugelen
indien hij een manifeste of kennelijke
grensoverschrijding kan vaststellen. Daarbij dienen de concrete feiten die rechtsmisbruik
uitmaken nauwgezet te worden vastgesteld en dient ook te worden aangegeven waarom
een bepaalde rechtsuitoefening kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale
rechtsuitoefening in dezelfde omstandigheden.
Het uitoefenen van een recht met het exclusieve oogmerk om te schaden vormt
). Dit criterium werd uitgebreid en
rechtsmisbruik (Cass. 11 april 1958,
geobjectiveerd tot "handelen zonder enig legitiem motief' en "zonder enig redelijk en
voldoende belang" (A. DE BOECK, "Rechtsmisbruik" in Bijzondere overeenkomsten, Artikelsgewijze
commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 2011, 13). Tussen verschillende wijzen om zijn
recht uit te oefenen met hetzelfde nut, die uitoefening verkiezen die voor een ander
schadelijk is of welke het algemeen belang miskent, vormt eveneens rechtsmisbruik (Cass.
). Er is eveneens sprake van
12 juli 1917,
rechtsmisbruik wanneer het gediende belang buiten verhouding staat tot het geschade
belang of wanneer het voordeel dat de rechtsuitoefening aan de titularis biedt of beoogt
te bieden buiten verhouding staat tot het enorme nadeel dat aan de ander wordt berokkend
(zie o.m. Cass. 19 september 1983, Arr.
cass. 16 november 1961,
In het voorliggende geval streeft de verweerder enkel de tenuitvoerlegging na van een
definitieve uitspraak/titel die nog steeds uitvoerbaar en actueel is. Van misbruik van recht
kan dan ook geen sprake zijn.
4.10. Het recht op een eerlijk proces van de eisers Is gegarandeerd en gerespecteerd.
De vaststelling dat zij rechtsbijstand hebben gekregen om de huidige procedure en tevens
een procedure voor de dwangsomrechter in te stellen, vormt daarvan het beste bewijs.
4.11. De eisers dienen als de enige in het ongelijk gestelde partij de gerechtskosten te
dragen.
6
BESLAGRECHTER I N DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST- VLAANDEREN , AFDEL ING GENT
OPENBARE TERECHTZI TTING VAN 24 FEBRUARI 2026
F 0
De gerechtskosten omvatten onder meer de rechtsplegingsvergoedlng, zoals bepaald In
artikel 1022 Ger. W. (art. 1018, sub 6° Ger. W.). Deze rechtsplegingsvergoeding Is een
forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk
gestelde partij, zijnde de verweerder (art. 1022, eerste lid Ger. W.), en bedraagt in casu
in principe 1.883,72 euro omdat het een niet in geld waardeerbare vordering betreft (en
geen in geld waardeerbare zoals de eiser blijkbaar meent).
Gelet op de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand die aan de eisers werd
toegekend wordt de rechtsplegingsvergoeding herleid tot het minimumbedrag van 117,73
euro.
4.12. Huidig vonnis
zekerheidsstelling.
is krachtens de wet zelf uitvoerbaar bij voorraad zonder
OP DEZE GRONDEN,
DE BESLAGRECHTER,
RECHT DOENDE OP TEGENSPRAAK,
Met inachtneming van de artikelen 2 e.v. van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der
talen in gerechtszaken.
Alle strijdige en meeromvattende conclusies verwerpende als ongegrond, niet ter zake
dienend en/of overbodig.
VERKLAART de vordering van de eisers ontvankelijk doch in alle onderdelen ongegrond.
VEROORDEELT de eisers tot betaling van de gerechtskosten en stelt deze kosten vast als
volgt:
*
*
*
aan de zijde van de eisers:
*
kosten dagvaarding :
300,53 euro (in debet)
aan de zijde van de verweerder:
*
rechtsplegingsvergoeding:
117,73 euro
aan de zijde van de Belgische Staat:
*
rolrechten:
165,00 euro.
Huidig vonnis is krachtens de wet uitvoerbaar bij voorraad zonder zekerheidsstelling.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de beslagrechter In de
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op 24 FEBRUARI 2026,
waar aanwezig waren:
., beslagrechter,
, griffier.
7