ADB:raad-van-state-brussel-23-01-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Raad van State Brussel
📅 2026-01-23
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Dierenwelzijn
Geciteerde wetgeving
koninklijk besluit van 19 november 2024
Samenvatting
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK In zake: VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER A R R E S T nr. in de zaak van 23 januari 2026 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat kantoor houdend te bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat...
Volledige tekst
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
In zake:
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
A R R E S T
nr.
in de zaak
van 23 januari 2026
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door
advocaat
kantoor houdend te
bij wie woonplaats wordt gekozen
--------------------------------------------------------------------------------------------------
I. Voorwerp van de vordering
1.
De vordering, ingesteld op 24 november 2025, strekt tot de
schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestemmingsbeslissing van het
departement Omgeving van de Vlaamse overheid, afdeling Dierenwelzijn van
26 september 2025 waarbij twee honden in volle eigendom worden gegeven aan
een erkend dierenasiel.
II. Verloop van de rechtspleging
2.
Bij beschikking van 28 november 2025 werd de
procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de
terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026.
De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden
ingediend overeenkomstig de procedurekalender.
Eerste auditeur
heeft een verslag opgesteld.
Staatsraad
heeft verslag uitgebracht.
Advocaat
, die verschijnt voor verzoeker en
, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn
advocaat
gehoord.
Eerste auditeur
heeft een met dit arrest
eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der
talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1.
Op 29 juli 2025 doen een inspecteur-dierenarts en de lokale
politie – naar aanleiding van een melding – vaststellingen inzake overtredingen op
het dierenwelzijn met betrekking tot twee honden van verzoeker.
3.2.
Op 29 juli 2025 worden de twee honden van verzoeker
bestuurlijk in beslag genomen.
3.3.
Wegens verblijf in het buitenland kon verzoeker voorafgaand
aan de bestreden beslissing niet strafrechtelijk worden verhoord.
3.4.
Bij brief van 4 augustus 2025 wordt verzoeker uitgenodigd om
zijn
schriftelijk verweer
in
te dienen betreffende
een mogelijke
bestemmingsbeslissing.
Op 14 augustus 2025 dient verzoeker zijn schriftelijk verweer in.
3.5.
Op 26 september 2025 beslist het afdelingshoofd Dierenwelzijn
van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid om in toepassing van
artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 de twee
honden in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar de dieren op dat
ogenblik verblijven.
Dit is de bestreden beslissing.
3.6.
De twee honden worden op 9 en 18 oktober 2025 door derden
“geadopteerd”.
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
A. Pleitnota van verzoeker
4.
5.
Verzoeker heeft op 20 januari 2026 een pleitnota ingediend.
De
toepasselijke procedureregeling voorziet niet
in de
mogelijkheid voor verzoeker om een pleitnota in te dienen. In zoverre deze
pleitnota de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting wordt ze niet als
processtuk, maar als loutere inlichting in aanmerking genomen. In zoverre
verzoeker in zijn mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de nota die
er derhalve de schriftelijke neerslag van vormt, nieuwe argumenten ter adstructie
van zijn vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ontwikkelt, waarvan hij
niet aantoont dat hij die niet in zijn verzoekschrift kon ontwikkelen, zijn zij niet-
ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd.
B. Vertrouwelijke stukken
6.
De verwerende partij heeft op verzoek van de Raad van State de
adoptiecontracten, die aanvankelijk enkel volledig geanonimiseerd en in een niet-
ondertekende versie werden neergelegd, opnieuw als vertrouwelijke stukken
neergelegd.
niet.
7.
lichten.
Verzoeker betwist de vertrouwelijke behandeling van de stukken
Er zijn geen redenen voorhanden om de vertrouwelijkheid te
V. Ontvankelijkheid van het beroep
Uiteenzetting van de exceptie
8.
In de nota met opmerkingen werpt de verwerende partij op dat
het beroep niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang.
Beoordeling
9.
Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de
verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een
onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de
grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn,
wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
VI. Schorsingsvoorwaarden
10.
Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts
worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor
een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één
ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een
versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van deze beslissing
prima facie kan worden verantwoord.
VII. Spoedeisendheid
Uiteenzetting van de spoedeisendheid
11.
In het verzoekschrift zet verzoeker uiteen dat de kern van zijn
eigendomsrecht op de honden wordt aangetast en dat dit des te meer het geval is,
omdat de honden ter adoptie kunnen worden aangeboden. De bestreden beslissing
heeft tot gevolg dat de emotionele band tussen verzoeker en zijn huisdieren wordt
verbroken. Verzoeker zet uiteen dat de honden een belangrijk deel van zijn leven
uitmaken en binnen de familiekring leven. De bestreden beslissing is een schok
voor verzoeker en sindsdien is hem elk affectief contact met zijn honden ontzegd.
Voorts wijst verzoeker erop dat de honden ook een belangrijke zin aan zijn leven
geven, dat gericht is op fokkerij en training, alsook deelname aan wedstrijden. De
bestreden beslissing veroorzaakt volgens verzoeker aanzienlijke stress, die zijn
mentale en emotionele gezondheid kan beïnvloeden. Deze nadelen die moeilijk of
zelfs niet omkeerbaar zijn, getuigen van een voldoende ernst en dringendheid om
de uitkomst van de nietigverklaringsprocedure niet te kunnen afwachten. Volgens
verzoeker staat het overigens vast dat een langdurige scheiding tussen een dier en
zijn eigenaar een aanzienlijke aantasting kan veroorzaken van de gehechtheidsband
die hen verbindt. Het volledig ontbreken van elk contact kan ertoe leiden dat de
hond de gewenning aan de eigenaar verliest. Verzoeker besluit dat het voor hem
ondenkbaar is de uitkomst van de procedure te moeten afwachten om zijn honden
terug te krijgen.
Beoordeling
12.
Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting
van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid
verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”.
Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van
19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot
wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker
toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto
aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende –
tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
Voorts kan luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing op elk moment worden
bevolen indien de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep
tot nietigverklaring en minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het
onderzoek zich
leent voor een versnelde behandeling en waarmee de
nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan
worden verantwoord. Met deze wijzigingen aan artikel 17 van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State beoogt de wetgever de schorsingsprocedure te
optimaliseren en maatwerk mogelijk te maken op basis van de spoedeisendheid die
in de vordering tot schorsing wordt aangevoerd. (Wetsontwerp tot wijziging van
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-
2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 9). Het is evenwel niet de bedoeling met deze
hervorming de strekking te wijzigen van het begrip spoedeisendheid zoals dat thans
gedefinieerd is door de rechtspraak van de Raad van State. (Wetsontwerp tot
wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 11). Bijgevolg zal de
spoedeisendheid worden vastgesteld wanneer de verzoekende partij het resultaat
van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen,
op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke
gevolgen. Wanneer de afdeling bestuursrechtspraak een vordering tot schorsing
verwerpt wegens het gebrek aan spoedeisendheid, kan een nieuwe vordering
slechts worden ingediend indien die steunt op nieuwe elementen die de
spoedeisendheid
van
deze
vordering
rechtvaardigen. De
afdeling
bestuursrechtspraak kan bovendien een termijn bepalen waarin geen enkele nieuwe
vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen kan worden
ingediend indien het enige nieuw ingeroepen element bestaat uit het verloop van
de tijd (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State).
Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de
doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een
annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
13.
Verzoeker steunt de uiteenzetting van de spoedeisendheid in
essentie op de emotionele band met de dieren en het gegeven dat zij in belangrijke
mate deel uitmaken van zijn leven. Door het verbreken van die band en het
onmogelijk maken van elk contact met de dieren, vreest verzoeker dat de hechting
tussen hemzelf en de dieren dreigt verloren te gaan, zodat hij de afloop van de
annulatieprocedure niet kan afwachten.
14.
Hoewel met verzoeker kan worden aangenomen dat de scheiding
van zijn huisdieren, waarvan hij aanvoert er een affectieve band mee te hebben,
hem zwaar valt, alsook dat dit mogelijk een negatieve impact kan hebben op de
hechting tussen de dieren en verzoeker, stelt de Raad van State vast dat de
gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dit
nadeel te dezen niet kan verhelpen.
In tegenstelling tot een nietigverklaring heeft een schorsing van
de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing enkel uitwerking voor de
toekomst. Een gebeurlijke nietigverklaring van de bestreden beslissing zou tot
gevolg hebben dat in toepassing van artikel 72, § 4, van de Vlaamse Codex
Dierenwelzijn van 17 mei 2024 het daaraan voorafgaande beslag, vermeld in
paragraaf 1 van die bepaling, van rechtswege wordt opgeheven, omdat in die
hypothese de bestreden beslissing moet worden geacht nooit te hebben bestaan,
zodat er sprake is van het uitblijven van een bestemmingsbeslissing, zoals bedoeld
in artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024. Daar de
schorsing enkel uitwerking heeft voor de toekomst, heeft zij evenwel niet dezelfde
gevolgen als een nietigverklaring. In geval van schorsing van de tenuitvoerlegging
van de bestreden beslissing zou de bestreden beslissing wel degelijk blijven
voortbestaan – ook al heeft zij geen uitwerking meer –, zodat ook het eraan
voorafgaande beslag blijft bestaan. Verzoeker heeft de aan de bestreden beslissing
voorafgaande beslagbeslissing voorts niet aangevochten. Een schorsing van de
tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou derhalve de door verzoeker
aangevoerde argumenten en omstandigheden om de spoedeisendheid
te
verantwoorden, niet ongedaan maken.
De schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden
beslissing moet een nuttig effect hebben en moet verzoeker behoeden voor de
gevreesde schade. Wanneer de schorsing van de bestreden beslissing het
aangevoerde nadeel niet kan verhinderen of ongedaan maken, wordt de
spoedeisendheid van de vordering tot schorsing niet aangetoond.
15.
In de mate dat verzoeker de spoedeisendheid steunt op de vrees
dat de honden ter adoptie worden aangeboden, volstaat de vaststelling dat dit
nadeel zich reeds heeft gerealiseerd (zie supra, nr. 3.6) en niet ongedaan wordt
gemaakt door de loutere schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden
beslissing.
16.
In de mate dat verzoeker verwijst naar aanzienlijke stress en een
impact op zijn mentale en emotionele gezondheid, stelt de Raad van State vast dat
verzoeker de beweerde gezondheidsimpact op geen enkele wijze aantoont. Ze kan
derhalve de spoedeisendheid evenmin verantwoorden.
17.
Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoeker niet aantoont dat er
sprake is van spoedeisendheid.
VIII. Conclusie
18.
Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld
in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief
vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend
zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
,
staatsraad, waarnemend voorzitter,
bijgestaan door
,
griffier.
De griffier
De voorzitter
7