ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-26-01-2026-0
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2026-01-26
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 26 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 23CO51328 Rolnummer Notitienummer parket VU66.WI.100500/2023 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk Kamer K.17 Vonnis Aangeboden op...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
26 januari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
23CO51328
Rolnummer
Notitienummer parket
VU66.WI.100500/2023
rechtbank van eerste aanleg
West-Vlaanderen, afdeling
Kortrijk
Kamer K.17
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 2
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van:
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiseres in herstel
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus
22, woonstkeuze doend bij haar raadsman
met als raadsman meester
, advocaat te
, ingeschreven te
,
tegen:
, geboren
, RRN:
met als raadsman meester
, advocaat te
-------------------------
1. WOONHERSTEL
1.1 Algemeen
Op 16 oktober 2023 heeft de wooninspecteur zijn herstelvordering bij het openbaar ministerie
ingediend.
Het herstel werd nog niet uitgevoerd. De herstelmaatregel blijft noodzakelijk. De herstelvordering werd
afdoende gemotiveerd en is noch onwettig, noch kennelijk onredelijk.
In het tussenvonnis van 24 november 2025 oordeelde de rechtbank al het volgende:
“Het feit dat
worden veroordeeld.
geen eigenaar is, betekent niet dat hij niet tot het herstel kan
Behoudens een vastgesteld integraal herstel, mag de vordering slechts worden afgewezen in
het geval van kennelijke onredelijkheid. Het feit dat er volgens
geen bewoning
in het pand meer zou zijn, betekent niet dat de herstelvordering zonder voorwerp zou zijn. Ook
de intentie om tot sloop over te gaan volstaat daarvoor niet.”
De nieuwe argumenten die
leiden. Ze betekenen evenmin dat de herstelvordering ondertussen kennelijk onredelijk zou zijn.
daarover aanbrengt, kunnen niet tot een andere conclusie
Er is daarom ook geen reden om de Wooninspectie uit te nodigen om een herstelcontrole uit te voeren.
Er is nog geen melding van herstel. Omdat de herstelvordering niet zonder voorwerp is louter omdat
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 3
er geen bewoning meer is,1 heeft een herstelcontrole ook weinig zin.
Uit de aanvullende stukken blijkt dat de stedenbouwkundige bestemming van het pand niet gewijzigd
werd. Het pand
is nog steeds vergund als handelszaak met woonentiteit. Dat de
huisvestingsbestemming in de praktijk is weggenomen toont
trouwens niet aan.
Tot slot wijst de wooninspectie er terecht op dat uit het aanvullend onderzoek gebleken is dat er sprake
is van een stedenbouwkundige inbreuk, omdat het aantal woonentiteiten gewijzigd werd (art. 4.2.1, 7°
VCRO). De wooninspectie heeft de herstelvordering in die zin terecht aangepast.
De rechtbank verduidelijkt nog dat niets er zich tegen verzet dat de veroordeelde de woning
terugbrengt naar de vergunde toestand (zodat de stedenbouwkundige inbreuk weggenomen wordt)
en vervolgens het integraal herstel uitvoert.2
1.2 Termijn voor herstel
Gelet op de omvang van de gevorderde werken is een termijn van 13 maanden voldoende als
hersteltermijn. De rechtbank kent een iets langere termijn toe omdat
in de praktijk zal
moeten onderhandelen met de eigenaars.
1.3 Dwangsom
Het opleggen van een dwangsom als drukkingsmiddel voor het uitvoeren van het bevolen herstel is
eveneens noodzakelijk. Het bedrag ervan kan door de rechter bepaald worden zelfs zonder een
specifiek gevorderd bedrag of hoger dan het gevorderde bedrag. Het volstaat dat een dwangsom
gevorderd wordt.
Een dwangsom van 150 euro per dag moet worden opgelegd gelet op het talmen om over te gaan tot
het herstel. Het bestuur heeft er namelijk belang bij dat de veroordeelden zelf de veroordeling tot het
herstel nakomen gelet op de beperkte overheidsmiddelen, de zware procedure van aanbesteding en
de lange tijd nodig voor een ambtshalve uitvoering. Tenslotte heeft de gemeenschap er baat bij dat dit
ten spoedigste gebeurt. Een dwangsom is daartoe het meest efficiënte middel.
Er is geen reden om een dwangsomtermijn op te leggen.
1.4 Ambtshalve herstel - kosten
De wooninspectie en het college van burgemeester en schepenen van
gemachtigd om zelf het herstel uit te voeren indien
in gebreke blijft dat te doen.
worden
De veroordeling tot herstel blijft de grondslag voor het verhaal op de beklaagde van de kosten van een
eventueel ambtshalve herstel door de bevoegde overheid of voor een verhaal van herstelkosten die de
nieuwe eigenaar in voorkomend geval zou moeten maken als gevolg van de door de beklaagde
gepleegde feiten.
1 Vgl. Antwerpen 26 juni 2013, RW 2013-14, 503.
2 Vgl. T. VANDROMME, “De strafrechtelijke aanpak van krotverhuur – overzicht van rechtspraak 2021”, Tijdschrift
Grondrechten en armoede 2022, 130; zie ook art. 70, §5 Kaderdecreet Kaderdecreet Vlaamse Handhaving 2023.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 4
De eventuele herhuisvestingskosten vallen ten laste van
college van burgemeester en schepenen van
. De wooninspectie en het
worden gemachtigd om die op
te verhalen.
1.5 Uitvoerbaarheid bij voorraad
Er zijn geen bijzondere redenen om het herstel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2. BESLISSING
De rechtbank doet uitspraak op tegenspraak ten aanzien van
en de Woonsinspectie.
De rechtbank beveelt op vordering van de wooninspecteur aan
gelegen te
het herstel op het pand
, door
zijn vergunde
Als er een stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt of het pand teruggebracht wordt
renovatie-, verbeterings- of
naar
aanpassingswerkzaamheden (dit is het wegwerken van de bestaande gebreken), waardoor het
pand voldoet aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals
bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen.
toestand, het uitvoeren van
Als er geen stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt,
o Ofwel het slopen van het pand (tenzij dit verboden is)
o Ofwel de voornoemde woonentiteiten een andere bestemming geven op basis van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De rechtbank bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel op 13 maanden na het in
kracht van gewijsde treden van dit vonnis.
De rechtbank legt aan
nakoming van dit bevel ten voordele van de wooninspecteur.
een dwangsom van 150 euro per dag vertraging op in de
De rechtbank wijst
erop dat de veroordeelde overeenkomstig artikel 3.46 Vlaamse
Codex Wonen de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente
Koksijde onmiddellijk bij aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs op de hoogte moet
brengen wanneer de opgelegde herstelmaatregelen vrijwillig werden of zullen zijn uitgevoerd.
De rechtbank zegt voor recht dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen
indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn,
van
ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde.
De rechtbank zegt dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van de
gemeente Koksijde de eventuele kosten van herhuisvesting op
kunnen verhalen.
3. TOEGEPASTE WETSBEPALINGEN
De rechtbank heeft rekening gehouden met de artikelen van de hierboven vermelde tenlasteleggingen.
Daarnaast houdt de rechtbank onder meer ook met de volgende wetsartikelen rekening:
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 5
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Alles wat voorafgaat werd overeenkomstig de bepalingen van de wet op het gebruik der talen in het
Nederlands behandeld.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 26 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier