ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-26-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2026-01-26
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Woonbeleid
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 26 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 21CO23896 Rolnummer Notitienummer parket IE66.WI.100100/2021 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk Kamer K.17 Vonnis Aangeboden op...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
26 januari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
21CO23896
Rolnummer
Notitienummer parket
IE66.WI.100100/2021
rechtbank van eerste aanleg
West-Vlaanderen, afdeling
Kortrijk
Kamer K.17
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 2
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van:
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiseres in herstel
WOONINSPECTEUR, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus
22, woonstkeuze doend bij haar raadsman
met als raadsman meester
, advocaat te
tegen:
, geboren
, van Belgische nationaliteit, RRN:
, ingeschreven te
met als raadsman meester
, advocaat te
------------------------
1
TENLASTELEGGINGEN
De beklaagde wordt als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende
feiten:
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 7 februari 2024
1 te
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
namelijk een woning gelegen te
,
,
, bekend ten kadaster onder
met een oppervlakte van 2a
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 3
93ca, toebehorende
overlijden van
was en
voor de geheelheid in volle eigendom en dit ingevolge het
op 24 februari 2024, die voordien voor de geheelheid vruchtgebruiker
voor de geheelheid blote eigenaar en dit ingevolge het overlijden van
, die voordien voor de geheelheid volle eigenaar was
2 te
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
in de periode van 7 februari 2024 tot en met 4 december 2024
,
,
,
,
,
namelijk een woning gelegen te
, bekend ten kadaster onder
met een oppervlakte van 2a
voor de geheelheid in volle eigendom en dit ingevolge het
, die voordien voor de geheelheid vruchtgebruiker
voor de geheelheid blote eigenaar en dit ingevolge het overlijden van
, die voordien voor de geheelheid volle eigenaar was
93ca, toebehorende
overlijden van
was en
2
PROCEDURE
De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 12 januari 2026.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen.
Gehoord de eiseres in herstel bij monde van haar raadsman voornoemd.
Gehoord de uiteenzetting van de zaak door
, substituut-procureur des Konings, die de zaak
samenvat en conclusie neemt strekkende tot de veroordeling van de beklaagde bij toepassing van de
strafwet.
Gehoord de raadsman van de beklaagde in zijn antwoorden en middelen van verdediging.
3
FEITEN
Op 27 januari 2021 voerde de wooninspectie een controle uit in een pand aan
in
Er was een melding van de gemeente. Het pand was naakte eigendom van
was de vruchtgebruiker.
In het pand was een eengezinswoning. Het gebouw had 2 kleine gebreken in categorie I, 1 ernstig
gebrek in categorie II en 1 gebrek dat een direct gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid of
mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaakt in categorie III.
De woning had 13 kleine gebreken in categorie I, 4 ernstige gebreken in categorie II en 3 gebreken die
een direct gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid of mensonwaardige
levensomstandigheden veroorzaken in categorie III. De woning was ongeschikt en onbewoonbaar.
Er woonden vier personen in de woning. Het contract werd afgesloten met
. De huur
bedroeg 550 euro. Er was een huurwaarborg van twee maanden De huurders hadden geen klachten.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 4
Ze woonden er sinds zes jaar. Er was vroeger een probleem met de elektriciteit, maar dat was opgelost.
De woning werd op 22 maart 2021 ongeschikt en onbewoonbaar verklaard door de burgemeester.
konden niet worden verhoord.
schriftelijke reactie dat hij niet op de hoogte was van de gebreken. Er waren nooit klachten geweest.
Uit een melding van
en uit een consultatie van het rijksregister
bleek dat er begin februari 2024 nieuwe personen in de woning waren ingeschreven. Het zou om de
dochter van de vorige huurders gaan.
verklaarde in een
De wooninspectie stelde een aantal keren vast dat het herstel nog niet werd uitgevoerd.
4
SCHULD
4.1
Tenlastelegging A.1
Onder tenlastelegging A.1 wordt
stellen, met het oog op bewoning, van een niet-conforme of overbewoonde woning, in
vervolgd voor verhuren, te huur of ter beschikking
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 7 februari 2024.
De feiten zijn bewezen, gelet op de vaststellingen van de wooninspectie.
De feiten worden wat betreft de periode van 22 maart 2021 tot 7 februari 2024 ook niet betwist.
De feiten zijn ook bewezen wat de periode van 1 januari 2019 tot 22 maart 2021 betreft:
Een rechtsgeldig besluit van de bestuurlijke overheid van ongeschikt- of onbewoonbaarver-
klaring is geen constitutief bestanddeel van dit misdrijf.1 Het volstaat dat een woning werd
verhuurd of ter beschikking gesteld die niet aan de woonkwaliteitsnormen voldoet.
Een proces-verbaal van de wooninspectie is één manier waarop het openbaar ministerie deze
tenlastelegging kan bewijzen, maar niet de enige manier. Zo kan het openbaar ministerie aan-
tonen dat de gebreken in de woning structureel van aard zijn en dus noodzakelijkerwijze aan-
wezig moeten geweest zijn bij de start van de incriminatieperiode.2 In dit geval waren heel
wat gebreken structureel, en moeten ze dus al op 1 januari 2019 al aanwezig geweest zijn.
Het gaat bijvoorbeeld om het ontbreken van voldoende verluchting in de bijkeuken of het
onvoldoende aanwezig zijn van veilige borstwering of het bestaan van valgevaar (blad 4 aan
PV
4.2
Tenlastelegging A.2
Onder tenlastelegging A.2 wordt
stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning, in
in de periode van 7 februari 2024 tot en met 4 december 2024.
vervolgd voor verhuren, te huur of ter beschikking
-
De feiten zijn bewezen, gelet op de vaststellingen van de wooninspectie. Ze worden ook niet betwist.
1 Vgl. Cass. 9 september 2014,
2 Vgl. Gent 12 september 2025, www.arrestendatabank.be; Antwerpen 15 september 2021, www.arrestenda-
tabank.be. Brussel 3 juni 2021, www.arrestendatabank.be.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 5
5
STRAFTOEMETING
De bewezen verklaarde feiten zijn de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde
misdadig opzet zodat voor deze feiten samen slechts één straf moet worden opgelegd.
Bij het bepalen van de straf van
houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst
van de bewezen feiten en met de begeleidende omstandigheden bij het plegen van de feiten. De
rechtbank houdt ook rekening met de leeftijd en de persoonlijke situatie van
. Tot slot
, zoals die onder meer
houdt de rechtbank ook rekening met de persoonlijkheid van
blijkt uit zijn strafrechtelijk verleden.
De feiten zijn ernstig.
woning was een gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de huurders.
verhuurde een woning die in bijzonder slechte staat was. De
is
jaar. Hij werd in het verleden tienmaal politioneel en tweemaal correctioneel
veroordeeld.
Een opschorting zou niet in verhouding tot de ernst van de feiten staan. Er moet een duidelijk signaal
zijn dat de woningkwaliteitsnormen stipt moeten worden nageleefd. Verder werd de woning verder
verhuurd nadat ze ongeschikt en onbewoonbaar verklaard werd. Tot slot werd het herstel nog niet
uitgevoerd.
De hierna bepaalde geldboete is een gepast straf. Ze wordt gedeeltelijk met uitstel opgelegd. Dat zal
gelden als waarschuwing voor de toekomst.
6 VERBEURDVERKLARING
Het openbaar ministerie vordert de bijzondere verbeurdverklaring van 39.050 euro.
De rechtbank acht het bewezen dat de beklaagde uit de bewezen verklaarde tenlasteleggingen gelden
heeft verkregen. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig
wordt bevonden en gestraft wordt, maar anderzijds in bezit zou worden gelaten van de winsten die hij
uit zijn misdrijf haalde. Een misdrijf mag niet lonen.
Met de voorgelegde stukken maakt
aannemelijk dat de huur tot en met februari 2024
toekwam aan zijn vader.1 Die was inderdaad vruchtgebruiker van het pand (pg. 2 aanvankelijk PV nr.
voor maart 2024
Het openbaar ministerie toont niet aan dat
de begunstigde van de ontvangen gelden was.
De verbeurdverklaring moet dus beperkt worden tot de huur die
de periode van maart 2024 tot en met december 2024 (10 maanden x 550 euro).
ontvangen heeft voor
De rechtbank spreekt de bijzondere verbeurdverklaring uit voor 5.500 euro. Daarmee wordt aan
geen onredelijk zware straf opgelegd.
1 Stuk 2 en 7
.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 6
7 WOONHERSTEL
7.1 Algemeen
Op 7 februari 2022 heeft de wooninspecteur zijn herstelvordering bij het openbaar ministerie
ingediend.
Het herstel werd nog niet uitgevoerd. De herstelmaatregel blijft noodzakelijk. De herstelvordering werd
afdoende gemotiveerd en is noch onwettig, noch kennelijk onredelijk.
7.2
Termijn voor herstel
Gelet op de omvang van de gevorderde werken is een termijn van 12 maanden voldoende als
hersteltermijn. Een langere termijn is niet noodzakelijk. De herstellingswerken zijn reeds aangevat.
Bovendien heeft
sinds de herstelvordering al heel wat tijd gehad.
7.3 Dwangsom
Het opleggen van een dwangsom als drukkingsmiddel voor het uitvoeren van het bevolen herstel is
eveneens noodzakelijk. Het bedrag ervan kan door de rechter bepaald worden zelfs zonder een
specifiek gevorderd bedrag of hoger dan het gevorderde bedrag. Het volstaat dat een dwangsom
gevorderd wordt.
Een dwangsom van 150 euro per dag moet worden opgelegd gelet op het talmen om over te gaan tot
het herstel. Het bestuur heeft er namelijk belang bij dat de veroordeelden zelf de veroordeling tot het
herstel nakomen gelet op de beperkte overheidsmiddelen, de zware procedure van aanbesteding en
de lange tijd nodig voor een ambtshalve uitvoering. Tenslotte heeft de gemeenschap er baat bij dat dit
ten spoedigste gebeurt. Een dwangsom is daartoe het meest efficiënte middel.
Er is geen reden om een dwangsomtermijn op te leggen.
7.4 Ambtshalve herstel - kosten
De wooninspectie en het college van burgemeester en schepenen van
worden gemachtigd om zelf het herstel uit te voeren indien
-
in gebreke blijft
dat te doen.
De veroordeling tot herstel blijft de grondslag voor het verhaal op de beklaagde van de kosten van een
eventueel ambtshalve herstel door de bevoegde overheid of voor een verhaal van herstelkosten die de
nieuwe eigenaar in voorkomend geval zou moeten maken als gevolg van de door de beklaagde
gepleegde feiten.
De eventuele herhuisvestingskosten vallen ten laste van
college van burgemeester en schepenen van
om die op
te verhalen.
7.5 Uitvoerbaarheid bij voorraad
. De wooninspectie en het
worden gemachtigd
Er zijn geen bijzondere redenen om het herstel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
8
BESLISSINGEN
8.1 Algemeen
De rechtbank heeft uitspraak op tegenspraak gedaan wat betreft
.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 7
8.2 Beslissingen op strafgebied
8.2.1
De rechtbank verklaart de feiten van tenlasteleggingen A.1 en A.2 bewezen wat
betreft.
---
De rechtbank veroordeelt
tot:
- een geldboete van 16.000,00 euro (=2.000,00 euro, wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij
x 8) of een vervangende gevangenisstraf van 90 dagen, met uitstel voor de helft van de geldboete
voor een periode van drie jaar.
De rechtbank spreekt wat
euro (art. 42, 3° en 43bis Sw.).
---
De rechtbank veroordeelt
betreft de bijzondere verbeurdverklaring uit voor 5.500
tot betaling van
een bijdrage van 200,00 euro (=25,00 euro, wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij x
8), tot financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
en aan de occasionele redders
een bijdrage van 26,00 euro tot de financiering van het begrotingsfonds voor de juridische
tweedelijnsbijstand.
de vaste vergoeding in strafzaken van 62,37 euro.
8.2.2 Gerechtskosten
De rechtbank veroordeelt
tot de gerechtskosten, begroot in totaal op 352,98 euro.
8.3 Beslissingen over de herstelvordering
Beveelt op vordering van de wooninspecteur aan
het herstel op het pand gelegen te
, kadastraal gekend,
, door het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden (dit is het
wegwerken van de bestaande gebreken), waardoor het pand voldoet aan de elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel op 12 maanden na het in kracht van
gewijsde treden van dit vonnis.
Legt aan
bevel ten voordele van de wooninspecteur.
een dwangsom van 150 euro per dag vertraging op in de nakoming van dit
Wijst
wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
erop dat de veroordeelde overeenkomstig artikel 3.46 Vlaamse Codex Wonen de
onmiddellijk bij aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs op de hoogte
moet brengen wanneer de opgelegde herstelmaatregelen vrijwillig werden of zullen zijn uitgevoerd.
Zegt voor recht dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
termijn, ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde.
, indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 8
-
Zegt dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
de eventuele kosten van herhuisvesting op
kunnen verhalen.
8.4 Beslissingen op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan (artikel 4 VTSv.).
9
TOEGEPASTE WETSBEPALINGEN
De rechtbank heeft rekening gehouden met de artikelen van de hierboven vermelde tenlasteleggingen.
Daarnaast houdt de rechtbank onder meer ook met de volgende wetsartikelen rekening:
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
- 182, 184, 185, 189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering
- 38, 40, 42, 43, 43bis, 65, 66, 79, 80 Sw.
- 1, 8 §1 W. 29.06.1964
- 1 Wet 05.03.1952
- 29 Wet 1.8.1985
Alles wat voorafgaat werd overeenkomstig de bepalingen van de wet op het gebruik der talen in het
Nederlands behandeld.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 26 januari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier
.