ADB:rechtbank-eerste-aanleg-hasselt-27-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Hasselt
📅 2026-01-27
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer 2026 / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 27 januari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 24CO20961 Rolnummer parket HA66.L8.003967/2024 rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel Kamer 13D Vonnis Aangeboden ...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
2026 /
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
27 januari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
24CO20961
Rolnummer
parket
HA66.L8.003967/2024
rechtbank van eerste aanleg
Limburg, afdeling Hasselt
Sectie correctioneel
Kamer 13D
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel
p. 2 / 6
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
2.
3.
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
eerste beklaagde, bijgestaan door meester
, advocaat te
.
met maatschappelijke zetel gevestigd te
tweede beklaagde, vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
advocaat met kantoor te
in zijn hoedanigheid van curator van
maatschappelijke zetel gevestigd te
in persoon verschenen.
,
, met
,
1. TENLASTELEGGING
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek:
Op het perceel, gelegen te
Gekadastreerd als
-
-
-
alles eigendom van
notaris
te
),
met een oppervlakte van 02ha03a90ca,
met een oppervlakte van 18a35ca,
met een oppervlakte van 01ha46ca63ca,
ingevolge akte van aankoop van 13 juli 2022 verleden door
Buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, het optrekken of plaatsen van een constructie, het functioneel samen-
brengen van materialen waardoor een constructie ontstaat, met uitzondering van onderhouds-
werken, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning,
omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het
verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd,
hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning,
hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd. (art.
4.1.1., 3° en 9°, 4.2.1., 1°, a) en b), 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning)
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel
p. 3 / 6
in de periode van 21 juni 2024 tot en met 20 september 2024
Te
door
namelijk een zomerbar met tafels, stoelen, vaten, zitlounges, toiletunit, food/dranktruck en
verharding langs grasstrook dienstig als parking
Tevens gedagvaard teneinde zich, overeenkomstig artikel 42, 3° en/of artikel 43bis van het
Strafwetboek, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van
31.500,00 euro, zijnde de op grond van de weerhouden feiten geraamde illegale vermogens-
voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de
plaats ervan zijn gesteld dan wel de inkomsten uit belegde voordelen.
Tevens gedagvaard om zich te horen veroordelen tot uitvoering van de herstelvordering van de
tot herstel in de oorspronkelijke staat binnen de week, onder verbeurte
Burgemeester te
van een dwangsom van 250 euro per dag in geval van niet-uitvoering en tot machtiging aan de
burgemeester en stedenbouwkundig inspecteur tot het uitvoeren van de bevolen herstel-
maatregelen in de plaats van de veroordeelde en op diens kosten (zie stuk 11 van het dossier).
[…]
2. PROCEDURE
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
3. VOORGAANDEN
1. Beklaagden werden gedagvaard om te verschijnen op 6 mei 2025 bij rechtstreekse
dagvaarding betekend:
- op 3 april 2025 aan de woon- of verblijfplaats (art. 38, § 1 Ger.W.) van eerste beklaagde
- op 3 april 2025 aan de zetel (art. 35, 1ste lid Ger.W.) van tweede beklaagde
De rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de strafvordering lastens beklaagden.
Deze dagvaarding werd overeenkomstig artikel 6.3.1, § 6 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
overgeschreven op het Kantoor Rechtszekerheid
op 4 april 2025, zodat de
strafvordering ontvankelijk is.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel
p. 4 / 6
2. Ter terechtzitting van 6 mei 2025 werden overeenkomstig artikel 152 Sv. conclusietermijnen
bepaald voor:
- beklaagden uiterlijk op 17 juni 2025;
- eventueel het openbaar ministerie uiterlijk op 29 juli 2025;
- beklaagden uiterlijk op 19 augustus 2025.
3. Ter griffie werd neergelegd:
- op 17 juni 2025, een gezamenlijke conclusie door eerste beklaagde
en tweede
beklaagde
;
- op 26 augustus 2025, een gezamenlijk syntheseconclusie en stukken door eerste
beklaagde
en tweede beklaagde
.
4. Bij schrijven van 28 augustus 2025 liet de curatele weten dat zij thans aangesteld werden
als curator van tweede beklaagde
.
5. Ter terechtzitting van 2 september 2025 werd de zaak in een andere samenstelling omwille
van organisatorische redenen uitgesteld.
6. Bij schrijven van 5 januari 2026 liet de curatele weten dat zij inmiddels ook werden
aangesteld voor het persoonlijke faillissement van eerste beklaagde
.
7. De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting op
6 januari 2026, waar de zaak voor zoveel als nodig werd hernomen voor de anders samen-
gestelde zetel en waar werden gehoord:
- het openbaar ministerie, in haar vordering;
- eerste beklaagde
-
in zijn middelen van verdediging bijgestaan door
curator
die aangaf dat er in hoofde van de curatele in deze een
tegenstrijdigheid van belangen is, gezien zij werden aangesteld als curatoren voor
zowel eerste beklaagde
persoonlijk als tweede beklaagde
Op deze terechtzitting wierp de rechtbank tevens een mogelijke herkwalificatie van de
tenlastelegging op naar artikel 4.2.1.6° V.C.R.O., zijnde de mogelijke gehele of gedeeltelijke
wijziging van de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel.
4. BEOORDELING
1. De curatele verzoekt de rechtbank om eerst over te gaan tot aanstelling van een lasthebber
ad hoc voor tweede beklaagde
overeenkomstig artikel
2bis V.T.Sv. en stelde ter terechtzitting dat zij zowel werden aangesteld voor het faillissement van
.
eerste beklaagde
persoonlijk als tweede beklaagde
Het openbaar ministerie achtte het eveneens aangewezen dat er een lasthebber ad hoc zou
worden aangesteld.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel
p. 5 / 6
2. Uit artikel 2bis V.T.Sv. volgt dat de rechter met het oog op het vrijwaren van het recht van
verdediging van de rechtspersoon ambtshalve of op verzoek een lasthebber ad hoc kan
aanstellen om deze te vertegenwoordigen.
Door het feit dat de curatele werd aangesteld voor de faillissementen van beide beklaagden,
zijn er volgens de rechtbank voldoende concrete aanwijzingen dat er een belangenconflict is
ontstaan dat het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces van de rechtspersoon
in de zin van artikel 6 E.V.R.M. aantast, minstens zorgt dit voor een problematische situatie die
ertoe leidt dat de curatele haar mandaat niet naar behoren kan waarnemen in het belang van
beide beklaagden, hetgeen eveneens gevolgen kan hebben op de in deze strafprocedure
gehanteerde en te hanteren verdedigingsstrategie.
3. In die omstandigheden is het aangewezen om alvorens recht te doen op straf- en op burgerlijk
gebied, over te gaan tot een aanstelling van een lasthebber ad hoc, zoals hierna bepaald
te behartigen.
teneinde de belangen van tweede beklaagde
Het mandaat van de lasthebber ad hoc wordt niet verondersteld kosteloos te zijn. De
rechtspersoon dient de lasthebber ad hoc te vergoeden, reden waarom er een provisie wordt
toegekend zoals hierna bepaald.
werd weliswaar failliet verklaard en er
Tweede beklaagde
is geen wettelijke regeling voor de vergoeding van de lasthebber ad hoc ingeval de
rechtspersoon insolvabel is. De rechtspersoon heeft in dat geval wel recht op tweedelijns-
, considerans B.15.). De
bijstand door een advocaat (GwH 17 november 2016 (nr.
aangestelde lasthebber ad hoc zal met medewerking van de curatele desgevallend hiertoe de
nodige aanvraag dienen te doen, indien er onvoldoende actief is om de provisie te betalen.
4. De debatten worden heropend op de zitting zoals hierna bepaald en er worden conclusie-
termijnen vastgelegd, die partijen tevens zullen toestaan om standpunt in te nemen omtrent
de mogelijke herkwalificatie, zoals hierboven aangegeven, alsook omtrent de impact van het
nieuwe strafwetboek dat in werking treedt op 8 april 2026.
5. Aangezien huidig vonnis geen vonnis van veroordeling vrijspraak of ontslag van rechts-
vervolging betreft, word deze beslissing overeenkomstig artikel 203, § 3 Sv. uitvoerbaar bij
voorraad verklaard.
5. TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven
en de strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37 en 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 25, 38, 39, 40, 41, 50, 66 en 84 strafwetboek;
art. 2bis en 4 V.T.Sv.;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt - Sectie correctioneel
p. 6 / 6
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
.
Herneemt de zaak voor de thans anders samengestelde zetel.
Stelt alvorens verder recht te doen op straf- en op burgerlijk gebied aan als lasthebber ad hoc
van mrs.
, advocaten met kantoor te
, KBO
de curatoren van het faillissement van
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
:
mr.
---
advocaat met kantoor te
,
KBO
Beveelt dat de organen van tweede beklaagde
en de
curatoren aan de lasthebber ad hoc alle stukken zullen overhandigen die nodig zijn voor de
uitvoering van zijn mandaat.
Kent aan de lasthebber ad hoc lastens de vertegenwoordigde vennootschap een provisie van
hiertoe.
700,00 euro toe en veroordeelt tweede beklaagde
Verzoekt het Openbaar Ministerie een afschrift van dit vonnis aan de lasthebber ad hoc ter
kennis te brengen.
Houdt de beslissing over de kosten aan.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande hoger beroep.
Bepaalt overeenkomstig artikel 152, § 2 Sv. conclusietermijnen als volgt:
- beklaagden uiterlijk op 7 april 2026;
- het openbaar ministerie uiterlijk op 16 juni 2026;
- beklaagden uiterlijk op 18 augustus 2026.
BEVEELT EEN HEROPENING DER DEBATTEN ter zitting van deze rechtbank, afdeling Hasselt,
13D kamer, OP 1 SEPTEMBER 2026 OM 09:00 UUR (80 min. – pleidooien) in zaal 2.7 van het
gerechtsgebouw te 3500 Hasselt, Parklaan 25 bus 2.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 27 januari 2026 door de
rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt Sectie correctioneel, kamer 13D:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier
.