ADB:rechtbank-eerste-aanleg-antwerpen-02-02-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2026-02-02
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnlsnummer / Griffienummer I Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 2 februari 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 23(06946 Rolnummer Notitienummer parket AN66.Wl.104400/2022 rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer ACl Vonnis Aangeboden op Niet t...
Volledige tekst
Vonnlsnummer / Griffienummer
I
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
2 februari 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
23(06946
Rolnummer
Notitienummer parket
AN66.Wl.104400/2022
rechtbank van eerste aanleg
Antwerpen, afdeling
Antwerpen
Kamer ACl
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Von nisnr
... , -,·=·=•-·--- - - ----------------------------
I
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDE :
RRN
geboren
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, bijgestaan door meester
, advocaat te
loco Meester
, advocaat te
TENLASTELEGGING(EN)
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld.
in het pand gelegen te
gekadastreerd als
voor de geheelheid volle eigendom van de huwgemeenschap
te
(
) ingevolge akte verleden op 19/07/2010 door notaris
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
1 te
in de periode van 25 oktober 2021 tot en met 25 oktober 2022
namelijk woning
van het bovenvermelde pand
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
. . .. ,,, ,.,,,, ... ,-.:.,,... _
__ :w __ ..,., _____________________________ _
/
p.3
ten nadele var
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
2 te
in de periode van 13 oktober 2023 tot en met 5 december 2024
namelijk woning
van het bovenvermelde pand
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
ten nadele van
3 te
in de periode van 1 november 2022 tot en met 13 oktober 2023
namelijk woning
van het bovenvermelde pand
ten nadele van
ten nadele van
EN INZAKE:
de WOON INSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST
met kantoren te 1000-Brussel, Havenlaan 88, bus 22 en te 2018 Antwerpen, Lange
Kievitstraat 111-113 bus 56
eiser in herstel, vertegenwoordigd door meester
Meester
1, advocaat te
, advocaat te
loco
PROCEDURE
Gezien het bewijs van overschrijving van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor Rechtszekerheid
dd. 25 augustus 2025 ref :
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
I
p . 4
beoordeling
op strafgebied
feiten
a.
(beklaagde, verder:
eigenaar van een hoekpand te
pand). In juni 2019 werd de woning op het
) is sinds juli 2010 samen met zijn echtgenote de
(verder: het
), aan
door de burgemeester ongeschikt verklaard.
opnieuw in een periode van oktober 2021
Niettemin verhuurde
tot oktober 2022, hoewel de woning niet-conform en onbewoonbaar was, met gebreken die
mensonwaardige omstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of
de gezondheid van de bewoners.
de woning op het
b.
verhuurde in het pand ook niet-conforme en onbewoonbare woningen op
zelfs aan nadat de
Vlaamse wooninspectie op 25 oktober 2022 gebreken in het pand had vastgesteld die alle woningen in
het pand onbewoonbaar maakten, meer bepaald vanaf 1 november 2022.
;. Hij vatte de huur van de woning op
bewijs, kwalificatie en toerekening
c.
Op 25 oktober 2022 werd een onderzoek uitgevoerd door de Vlaamse Wooninspectie naar aanleiding
van een melding van
van het pand verder
verhuurd werd, ondanks het besluit van de burgemeester van 6 juni 2019 tot ongeschiktheid van de
woning. Enkel de woning op het gelijkvloers kon worden geïnspecteerd, maar op basis van de gebreken
aan het gebouw stond vast dat alle woningen In het pand niet-conform en onbewoonbaar waren. In
het bijzonder was de elektriciteitsinstallatie gevaarlijk en was de toegang tot de kelder gevaarlijk.
dat de woning op het
De woning op het gelijkvloers was bewoond.
d.
Omdat
niet inging op uitnodigingen tot verhoor en er evenmin een melding van herstel werd
gegeven, vond op 13 oktober 2023 een nieuwe controle plaats. Hierbij bleken ook de woningen op de
eerste en de tweede verdieping bewoond te zijn.
De gebreken aan het gebouw werden opnieuw vastgesteld en ook de elektriciteitsinstallatie in de
woning op de eerste verdieping vertoonde gebreken. In de woning op de tweede verdieping werd
onder meer bijkomend vastgesteld dat de gootsteen niet met een reukafsluiter (sifon) was
geïnstalleerd.
e.
voert bij de behandeling ten gronde geen betwisting betreffende zijn strafrechtelijke schuld. Hij
wijst wel op de problemen om de huurders van de woning op de eerste betwisting ertoe te bewegen
het pand te verlaten. Hierbij wordt echter geen overmacht aannemelijk gemaakt of voorgehouden.
In besluiten vroeg
evenwel vast dat
voor deze feiten, geviseerd door tenlastelegging A2, de vrijspraak. Het staat
een huurovereenkomst aanging met de bewoners vermeld in deze
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
I
p. s
tenlastelegging, het koppel
bijbrengt
wordt gewag gemaakt van een huur die inging op 1 december 2019 op basis van een overeenkomst
van 25 november 2019. Aldus werd de huur aangevat na de datum van de (bestuurlijke)
onbewoonbaarheidsverklaring (6 j uni 2019).
en hun kinderen. In de stukken die
Vervolgens blijkt slechts dat er in juni 2022 een oproeping bij de Vrederechter werd geïnitieerd
betreffende een huurgeschil (zie stuk 1 van beklaagde). Voor het eerst op 7 augustus 2025 blijkt
duidelijk geëist te hebben dat de huurders zouden vertrekken uit de woning (zie stuk 2 van beklaagde)
en momenteel zou een procedure hangende zijn bij de Vrederechter (hiervan worden geen stukken
gevoegd). Waar
in besluiten stelt dat hij 'sinds de start van de incriminatieperiode - en al ruim
hiervoor- tracht om de huurders van de woning van de eerste verdieping uit huis te zetten', betreft dit
enkel een bewering die niet aannemelijk wordt gemaakt. Meer nog: In de ingebrekestelling van 7
augustus 2025 wordt gewag gemaakt van een huurachterstal van 18 maanden, wat met zich brengt dat
tot het begin van 2024 nog huur betaald zou zijn.
tijdens de incrlminatiepertode van tenlastelegging A2 (van 13
Het voorgaande impliceert dat
oktober 2022 tot en met 5 december 2024) verantwoordelijk was voor het verhuren, minstens het ter
beschikking stellen, van een niet-conforme en onbewoonbare woning, met het oog op bewoning,
waarbij de woning effectief bewoond werd. Deze feiten zijn allerm inst het gevolg van overmacht en de
feiten zijn hem ook strafrechtelijk toerekenbaar.
f.
De feiten zijn bewezen, werden correct gekwalificeerd en worden
toegerekend.
straf en strafmaat
g.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en vervult een signaalfunctie
van maatschappelijke afkeuring, zowel naar de veroordeelde toe als naar de maatschappij in haar
geheel. De bestraffing beoogt het herstel van de door het misdrijf aangebrachte maatschappelijke
schade. De bestraffing dient ook om de maatschappij te beschermen. Tegelijk wordt de
maatschappelijke reactie ten aanzien van de veroordeelde naar aanleiding van het misdrijf met de
bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de veroordeelde ertoe gebracht herhaling te vermijden
door middel van rehabilitatie en re-integratie.
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
De bewezen feiten werden met eenzelfde strafbaar opzet gepleegd, zodat één hoofdstraf wordt
opgelegd en de mogelijke straf bepaald wordt door het feit waarvoor de wet de strengste straf
voorschrijft.
h.
De feiten zijn ontoelaatbaar. Gebrekkige woningen verhuren houdt een ernstig risico In voor de
veiligheid en de gezondheid van de bewoners. Het is ook nefast voor hun welzijn. Het getuigt van een
gebrek aan respect voor de levenskwaliteit van de bewoners. Het nalaten de noodzakelijke
investeringen te doen leidt bovendien tot een kostenbesparing en aldus tot een onrechtmatig
economisch voordeel.
i.
wijst er in het kader van zijn strafrechtelijke verdediging op dat het pand reeds toen hij het
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kam er
Vonnisnr
/
p. 6
aankocht een woning had op de gelijkvloerse verdieping (in strijd met ruimtelijke ordening) en dat de
huurders van de eerste verdieping zich niet constructief opstelden.
toont evenwel aan dat
bewust het pand gebruikte als
De concrete chronologie
opbrengsteigendom en hierbij de winsten liet primeren op de normconformiteit en de veiligheid, de
gezondheid en de woningkwaliteit van de huurders. Reeds in februari 2019 vond een controle plaats,
die aanleiding gaf tot een besluit tot ongeschiktheid van 6 juni 2019. De drie woningen in het pand
werden daarna verhuurd, de huur van de woning op de tweede verdieping werd zelfs pas aangevat na
de controle van de Vlaamse wooninspectie van 25 oktober 2022.
j.
De ernst van de feiten maakt het noodzakelijk een relat ief strenge geldboete op te leggen.
heeft een blanco strafrechtelijk verleden, zodat de tenuitvoerlegging van een deel van de
geldboete wordt uitgesteld, om hem ertoe te bewegen in de toekomst geen misdrijven meer te plegen.
k.
Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van het illegaal vermogensvoordeel, op basis
van de ontvangen huurgelden. Het staat vast dat
illegale vermogensvoordelen heeft genoten
door het verhuren van woongelegenheden die daartoe niet geschikt waren. De verbeurdverklaring van
de illegale vermogensvoordelen dient uitgesproken te worden, gelet op de omvang van de feiten en de
daarmee verbonden bedragen. Daar criminaliteit niet mag
lonen, zou het maatschappelijk
onverantwoord zijn dat
voordeel zouden halen uit de bewezen feiten.
voert een verweer met betrekking tot de omvang van de huurgelden betreffende de woning op
de tweede verdieping, stellende dat de huur slechts tot 1 mei 2023 zou gelopen hebben. Evenwel blijkt
er toen nog
uit de vaststellingen bij de controle op 13 oktober 2023 dat de huurde~
woonden. Dit verweer is dan ook ongegrond.
Met betrekking tot het pand op de eerste verdieping stelt
dat er vanaf november 2023 geen
huur meer werd betaald (en dat de latere betalingen betrekking zouden hebben op een
huurachterstal). Het bewijs van betalingen van huur vanaf november 2023 wordt niet geleverd, zodat
met betrekking tot deze woning slechts één maand huur in rekening wordt gebracht.
Aldus betreft het wederrechtelijk vermogensvoordeel 16.250 euro (woninE
7.800 euro; woning
: 7.700 euro). Dit vermogensvoordeel wordt verbeurd verklaard, dit is geen
: 750 euro; wonin~
onredelijk zware straf.
herstel
1.
De herstelmaatregelen van artikel 3.43 van de Vlaamse Codex Wonen, beogen als bijzondere vorm van
teruggave de gevolgen van de door artikel 3.34 van de Vlaamse Codex Wonen bedoelde misdrijven
teniet te doen en de woning of het pand dat de aanwezige woningen omvat conform te maken en de
overbewonlng te beëindigen.
te veroordelen om aan de wonine
De Wooninspecteur van het Vlaams Gewest (eiser tot herstel, verder: WOONINSPECTEUR) vordert
concreet
) een andere bestemming te geven
volgens de bepalingen van de VCRO, hetzij het pand te slopen, tenzij de sloop verboden is op grond
van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. Met betrekking tot de twee andere woningen
wordt de principiële herstelmaatregel gevorderd, strekkende tot het conform maken van die woningen.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 7
m.
Bij de behandeling ten gronde hield
voor dat de woning op het gelijkvloers gerenoveerd zou
zijn, maar dat de huurders nog steeds in de woning op de eerste verdieping verbleven. Hij zou wel
recent een melding tot herstel gedaan hebben, maar aangezien aan de gebreken op de eerste
verdieping niet werd verholpen en geen (integraal) herstel werd vastgesteld, blijkt dat de
herstelvordering actueel is en niet zonder voorwerp.
n.
Reeds bij de initiële vaststellingen werd verwezen naar een stedenbouwkundige inbreuk, namelijk het
wijzigen van het aantal woongelegenheden in het pand en het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een
functie.
Het is noodzakelijk de alternatieve herstelmaatregel, zoals omschreven in de tweede zin van het eerste
lid van artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen op te leggen voor de woning
Aangezien deze herstelmaatregel niet noodzakelijk de woonfunctie ongedaan maakt, wordt bijkomend
opgelegd dat alle gebreken aan de woning moeten worden weggewerkt om het te laten voldoen aan
de veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen zoals bedoeld in de Vlaamse Codex Wonen,
indien het goed bestemd wordt voor bewoning (zie in die zin ook: Cass. 11 mei 2021.
).
o.
Betreffende de woningen
wordt de principiële herstelmaatregel opgelegd.
p.
De gestelde herstelvordering is ontvankelijk en gegrond. De vordering is niet onredelijk en staat in
verhouding tot vastgestelde inbreuken.
De termijn voor uitvoering wordt bepaald op 10 maanden na het in kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis. De rechtbank legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging, met dien
verstande dat die dwangsom zal verbeuren vanaf de eerste dag na de hogervermelde hersteltermijn in
zoverre het huidig vonnis vooraf werd betekend. Er wordt aldus geen dwangsomtermijn toegestaan.
worden
De WOONINSPECTEUR en het college van burgemeester en schepenen van
conform artikel 3.47 van de Vlaamse Codex Wonen tevens gemachtigd om ambtshalve in de uitvoering
van het opgelegde herstel te voorzien, op kosten van beklaagde.
Tevens worden de WOONINSPECTEUR en het college van burgemeester en schepenen van
gemachtigd de kosten van herhuisvesting te recupereren bij toepassing van de artikelen
artikel 3.33 en 3.48 Codex Wonen.
q.
De WOONINSPECTEUR vordert tevens de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er is geen
dringende reden om deze uitzondering te voorzien.
op burgerlijk gebied
r.
Op basis van de vaststellingen in het strafdossier blijken de bewezen feiten mogelijk schade te hebben
veroorzaakt waarvoor geen burgerlijke vordering werd ingesteld. De burgerlijke belangen worden in
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 8
• ··· ·• •,c .. ,•~ - -.. -~ - ··~
·- -- -- - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
zoverre ambtshalve aangehouden.
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen:
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 6, 7, 38, 40, 41, 42, 43bis, 65, 66 strafwetboek;
art. 4 V.T.Sv;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis.
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
, de WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST,
Verleent akte aan De Woonlnspecteur van het Vlaamse Gewest van zijn vrijwillige tussenkomst.
Op strafgebied
Veroordeelt
voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen Al, A2 en A3:
tot een geldboete van 14000,00 EUR, zijnde 1750,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 4000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43bls Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 16.250 euro (waardeconfiscatie).
Veroordeelt
tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 90
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbljstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 62,37 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 372,39 EUR.
-
-
-
-
Herstel
Verklaart de vorderingen van de wooninspecteur van het Vlaams Gewest ontvankelijk en gegrond;
veroordeel1
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p.9
1.
tot het geven van een andere bestemming aan de wonine
van het pand te
, gekadastreerd als
volgens de
bepalingen van de Vlaamse Codex Ru imtelijke Ordening, hetzij de woning te slopen, tenzij de
sloop verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, en;
tot het uitvoeren van alle werken om de conformiteit In de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat deze woning
betreft, indien het goed bestemd wordt voor bewoning;
2.
3. tot het uitvoeren van alle werken om de conformiteit in de zin van artikel 1.3 § 1, 8° Codex
Wonen, te herstellen en de eventuele overbewoning te beëindigen wat de woningen
In het pand te
,), gekadastreerd als
betreft;
bepaalt de termijn voor uitvoering op t ien maanden na het in kracht van gewijsde treden van
onderhavig vonnis;
legt een dwangsom op van 150 euro per dag vertraging na het verstrijken van de hoger bepaalde
hersteltermijn in zoverre huidig vonnis vooraf werd betekend; legt geen dwangsomtermijn op;
machtigt de woon inspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en schepenen
conform artikel 3.47 van de Codex Wonen in de uitvoering van het opgelegde
van
herstel te voorzien, op kosten van
met machtiging tot recuperatie van de kosten aan de
uitvoering verbonden;
machtigt de wooninspecteur van het Vlaamse Gewest en het College van burgemeester en schepenen
van
om de eventuele kosten vermeld in artikel 3.33 van de Codex Wonen te
verhalen op
wijst het verzoek de veroordeling tot de herstelmaatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren af.
Op burgerlijk gebied
Houdt de burgerlijke belangen aan.
****
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken In openbare zitting op 2 februari 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer ACl:
1, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van griffier