ADB:hof-van-beroep-gent-30-01-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Hof van Beroep Gent
📅 2026-01-30
🌐 NL
Arrest
Rechtsgebied
Woonbeleid
Geciteerde wetgeving
wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Arrestnummer (' 1 ,1t, ~ / 2026 Repertorium nummer 2026 / Jj:5' Datum van uitspraak 30 januari 2026 Notit ienummer griffie - Notitienummer parket-generaal 2024/PGG/694 2024/VJU/363 Hof van beroep Gent Arrest tiende kamer correctionel e zaken Hof va n beroep Gent - tiende kamer • . - p. 2 Not.nr. ...
Volledige tekst
Arrestnummer
(' 1 ,1t, ~
/ 2026
Repertorium nummer
2026 / Jj:5'
Datum van uitspraak
30 januari 2026
Notit ienummer griffie
-
Notitienummer parket-generaal
2024/PGG/694
2024/VJU/363
Hof van beroep
Gent
Arrest
tiende kamer
correctionel e zaken
Hof va n beroep Gent - tiende kamer •
. - p. 2
Not.nr.
In de zaak van
1. nr.
, (RRN
),
met Belgische nationaliteit,
geboren
wonende te
- verzoeker -
2. nr.
, (ON
),
met zetel te
- verzoekster -
tegen
DE WOONINSPECTEUR,
met zetel te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22,
- eiser tot herstel -
1. Procedureverloop
1.1 Bij vonnis van 12 februari 2024 verklaarde de rechtbank van eerste aanleg West
Vlaanderen, afdeling Kortrijk, de verzoekers
schu ldig
aan en veroordeelde hen tot een straf voor het:
en
"als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, namelijk:
zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks
hebben meegewerkt;
A verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet
conforme of overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking
stelt, een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te
hebben verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Hof van beroep Gent • ti ende kamer
. - p. 3
tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20, § 1, eerste lid, decreet 15 juli 1997
houdende de Vlaamse Wooncode,
namelijk een woning gelegen te
het kadaster onder
~ bekend op
,, met een oppervlakte van Sa 64ca, thans toebehorende aan de huwgemeenschap
• bij
akte verleden voor notaris
te
ingevolge aankoop jegens
• op 31 augustus 2022,
-) in de periode van 1 fanuari 2020 tot en met 1 augustus 2022
( ... )
ten nadele van
ten nadele van
Il
In datzelfde vonnis veroordeelde de rechtbank de verzoekers tot het herstel onder
verbeurte van een dwangsom.
1.2 Tegen dit vonnis hebben de verzoekers en het openbaar ministerie, respectief op 6
maart 2024 en 8 maart 2024, hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 25 oktober 2024 bevestigde het hof het vonnis op strafgebied.
Over het herstel besl iste het hof als volgt:
"beveelt op vordering van de wooninspecteur de beklaagder
• om het onroerend goed en de erin aanwezige woning gelegen te
kadastraal gekend als
' te herstellen door:
te gaan
tot het wegwerken door middel van
renovatie-, verbeterings- en
over
aanpassingswerken van de gebreken aan het gebouw en de daarin aangebrachte
woongelegenheid, zodat dit gebouw en de daarin ondergebrachte woongelegenheid conform
zijn aan de veiligheids-, gezondheids-, en woonkwaliteitsvereisten, zoals bedoeld door artikel
3.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en zonder dat er overbewoning is;
dit binnen een termijn van twaalf maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit
arrest;
beslist dat op vordering van de wooninspecteur door
elk een dwangsom van 125 euro zal worden verbeurd per dag vertraging in de nakoming van
dit bevel te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn_ van twaalf maanden vanaf de dag
waarop dit arrest in kracht van gewijsde zal zijn;
Hof van beroep Gent - tiende kamer ·
- p. 4
beveelt dat voor het geval het pand niet binnen de opgelegde termijn wordt hersteld, de
wooninspecteur en het College van burgemeester en schepenen van
ambtshalve in de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel zullen kunnen voorzien, met de
daaraan verbonden kosten te last van
;
machtigt de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
om de kosten van herhuisvesting te verhalen op de beklaagden."
1.3 Op 25 november 2025 betekenden de verzoekers een dagvaarding aan de
wooninspecteur va n het Vlaams Gewest waarin ze vorderen:
"Gedaagde zich voor recht te horen zeggen dat verzoekers minstens tijdelijk en in elk geval
tot op heden in de onmogelijkheid verkeren om tegen 13 november 2025 over te gaan tot de
uitvoering van de herstelvordering die door het Hof werd opgelegd bij arrest van 25 oktober
2024.
Dienvolgens voor recht te zeggen dat, bij toepassing van artikel 1385quinquies Ger. W., de
looptijd van de dwangsom, die aan de uitvoering van de in de hoofdveroordeling opgelegde
herstelvordering werd gekoppeld, dient te worden opgeschort tot zes maanden na het tussen
te komen arrest.
( ... )"
1.4 Het hof hoorde op de openbare rechtszitting van 18 december 2025 in het Nederlands:
de verzoeker
kantoor te
de verzoeker
advocaat met kantoor te
, bijgestaan door meester
, advocaat met
, vertegenwoordigd door meester
het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door
, advocaat-generaal;
de eiser tot herstel, vertegenwoord igd door meester
kantoor te
, voor meester
., advocaat met kantoor te
·, advocaat met
2. Beoordeling
2.1 Het hof kan de dwangsom volgens artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk
Wetboek enkel opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door het hof te
bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of
gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te
voldoen.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
- p. 5
Er is sprake van een onmogelijkheid in de zin van deze bepaling indien zich een toestand
voordoet waarin de dwangsom haar zin als dwangmiddel, dit wil zeggen als geldelijke prikkel
om nakoming van de veroordeling zoveel mogelijk te verzekeren, verliest. Dit is het geval
indien het onredelijk zou zij n om van de veroordeelde meer inspanning en zorgvuldigheid te
vergen dan hij heeft betracht. De door artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk
Wetboek bedoelde onmogelijkheid is geen absolute, maar wel een relatieve onmogelijkheid
die moet worden afgemeten volgens de maatstaf van wat redelijkerwijze onmogelijk is.
2.2 Uit de dossiergegevens blijkt dat de verzoekers het onroerend goed, voorwerp van de
herstelvordering, bij notariële akte van 31 augustus 2022 hebben verkocht aar
:. In de akte werd er uitdrukkelijk op gewezen dat er een
herstelvordering op basis van artikel 3.43 Vlaamse Codex Wonen van 2021 hangende was.
De kopers verbonden zich ertoe ervoor te zorgen dat het pand zou worden geschrapt uit de
inventaris van ongeschi kte en onbewoonbare woningen (stuk la van de verzoekers) .
Per aangetekende brief van 3 november 2023 hebben de verzoekers de kopers verzocht en
formeel in gebreke gesteld om over te gaan tot uitvoering van de werken, waartoe ze zich in
de aankoopakte hadden verbonden (stuk 2 van de verzoekers). De kopers lieten weten dat
ze volop bezig waren met de uitvoering van de werken, maar dat die werken vertraging
(stukken 3 t.e.m . 6
hadden opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval van
van de verzoekers). Ze voerden die werken zelf uit, aangezien
zelfstandig
aannemer is. De verzoekers vernamen dat de werken ook tot tweemaal toe waren stilgelegd
door
, omdat de kopers vooral werken hadden uitgevoerd aan het
feestzaa l-gedeelte van het pand en dit zonder de vereiste omgevingsvergunning.
Na het arrest van dit hof va n 25 oktober 2024 sommeerden de verzoekers de kopers om
toelichting te geven over het vorderen van de werken en om hen te verzekeren dat het pand
conform zou zijn uiterlijk tegen 9 november 2025 (stuk 9 van de verzoekers). De kopers
reageerden niet op deze brief, en bleken het pand te koop te hebben gesteld via een
makelaar.
Op 23 januari 2025 liet de wooninspecteur van het Vlaams Gewest het arrest van het hof
aan de verzoekers betekenen, samen met een bevel tot herstel (stuk 14 van de verzoekers) .
Het herstel moest verwezenlijkt zijn voor 13 november 2025.
Een overleg tussen de verzoekers en de kopers vond plaats op 10 februari 2025, waaruit
bleek dat de kopers al een aantal werken hadden uitgevoerd, maar dat nog niet alle
gebreken waren opgelost. De kopers verbonden zich ertoe de wooninspectie uit te nodigen
met het oog op een hercontrole (stuk 18 van de verzoekers). Per e-mail van 23 februari 2025
drongen de verzoekers er nogmaals bij de kopers op aan om het herstel te rea liseren (stuk
16 van de verzoekers). Aangezien de verzoekers niets meer verna men, dagvaardden ze de
kopers voor de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, die de kopers bij vonnis van 7
oktober 2025 veroordeelde tot herstel onder verbeurte van een dwangsom (stuk 31 van de
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
. - p. 6
verzoekers). De rechtbank besliste eveneens dat, voor het geval de kopers in gebreke
zouden blijven de herstellingswerken uit te voeren, de verzoekers gemachtigd werden om
toegang te nemen tot het onroerend goed om zelf het nodige te doen.
Op 18 september 2025 werd een van de kopers,
, fa illiet verklaard. Per brief
van 18 november 2025 liet de curator weten dat ze de verzoekers geen toegang verleende
tot het pand (stuk 37b van de verzoekers).
De verzoekers verklaarden op de rechtszitting van het hof van 18 december 2025 dat de
curator hen inmiddels dan toch de sleutels heeft overhandigd, om hen toe te laten zelf het
herstel uit te voeren.
2.3 Aangezien de kopers er zich in de aankoopakte uitdrukkelijk toe hebben verbonden het
pand te zullen herstellen, wetende dat er een herstelvordering hangende was, is het niet
onrede lijk dat de verzoekers de kopers in eerste instantie de kans hebben gegeven om
daarvoor het nodige te doen. Toen de kopers talmden, stelden de verzoekers hen in
gebreke, organiseerden ze een overleg met bijstand van hun respectieve advocaten en
dagvaardden ze hen zelfs voor de burgerlijke rechtbank. Er kan de verzoekers niet verweten
worden daarbij te hebben getreuzeld. Dit geldt nog meer nu de kopers effectief waren
begonnen met renovatie- en herstelwerken en daarvan foto's bezorgden, maar waarbij het
voor de verzoekers niet eenvoudig was te achterhalen welke werken ze precies hadden
uitgevoerd en welke werken nog moesten uitgevoerd worden .
Bovendien bleven de verzoekers bereid om, in afwijking van wat contractuee l was
overeengekomen, het herstel toch zelf te realiseren, maar hadden ze hierbij af te rekenen
met tegenslagen die voor hen overmacht uitmaakten. Het hof bedoelt hiermee het
faillissement van een van de kopers, en meer bepaald de aanvankelijke - onterechte -
weigering van de curator om hen toegang te verlenen tot het pand.
Het zou onredelijk zijn om van de verzoekers nog meer inspanningen te vereisen dan ze
hebben geleverd. Op de rechtszitting van het hof van 18 december 2025 verzekerde
dat hij ervoor ka n zorgen dat het pand conform is, binnen een termijn van zes
maanden. Het hof beslist dan ook de looptijd van de dwangsommen op te schorten van 13
november 2025 tot zes maanden na datum van dit arrest.
3. Kosten
De wooninspecteur die in het ongel ijk is gesteld treedt op als orgaan van de Vlaamse
overheid. Die overheid is er daarom toe gehouden om de kosten van de verzoekers
(dagvaardingskosten) te betalen.
Voor deze procedure is echter geen rechtsplegingsvergoed ing verschuld igd. Artikel 162bis
Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
t - p. 7
strafzaken immers tot de verhouding tussen de beklaagde (en de burgerlijk aansprakelijke
partij) enerzijds en de burgerlijke pa rtij anderzijds. De wooninspecteur als herstelvorderende
overheid streeft anders dan een burgerlijke partij geen particu lier belang na, maar oefent
een wettel ijke opdracht in het algemeen belang uit. Hij heeft eenzelfde opdracht in het
kader van een procedure tot opheffing van de dwangsom, zoals ingesteld door de
verzoekers.
Toegepaste wetsartikelen:
Het hof maakt toepassing van de hiervoor aangehaalde artikelen en de artikelen:
211 Wetboek van Strafvordering,
24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Beslissing van het hof:
Het hof,
rechtsprekend op tegenspraak,
verklaart de vordering van
de grond ervan als volgt:
ontvankelij k en beslist over
schort voor beide verzoekers de looptijd van de dwangsommen op, die hen zijn opgelegd bij
arrest van de tiende kamer van dit hof van 25 oktober 2024, voor de periode vanaf 13
november 2025 tot en met 31 juli 2026;
veroordeelt de Vlaamse overheid tot de kosten van de verzoekers, namelijk de kosten van
de dagvaarding begroot op 421,46 euro.
Hof van beroep Gent - tiende kamer -
. - p. 8
Dit arrest is gewezen te Gent door het hof van beroep, t iende correctionele kamer,
samengesteld uit kamervoorzitter
, raadsheren
en in openbare rechtszitting van 30 januari 2026 uitgesproken door
, met
:, in aanwezigheid van
kamervoorzitter
bijstand van griffier
t.