ADB:rechtbank-eerste-aanleg-dendermonde-02-02-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Dendermonde
📅 2026-02-02
🌐 NL
Vonnis
Rechtsgebied
Ruimtelijke Ordening
Geciteerde wetgeving
Wet van 29 juni 1964; Wet van 5 maart 1952; wet van 18 juli 2025; wet van 15 juni 1935
Samenvatting
Vonnlsnummer / Griffienummer I Repertorlumnummer / Europees Datum van uitspraak 2 februari 2026 Naam van de beklaagde Systeemnummer parket 19CO24400 Rolnummer Notitienummer parket DE66.LA.1246/2019 rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank K...
Volledige tekst
Vonnlsnummer / Griffienummer
I
Repertorlumnummer / Europees
Datum van uitspraak
2 februari 2026
Naam van de beklaagde
Systeemnummer parket
19CO24400
Rolnummer
Notitienummer parket
DE66.LA.1246/2019
rechtbank van eerste aanleg
Oost-Vlaanderen, afdeling
Dendermonde, sectie
correctionele rechtbank
Kamer D13M
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie tegen:
BEKLAAGDE
geboren
van Belgische nat ionaliteit
APFIS:
ingeschreven te
, RRN
beklaagde, vertegenwoordigd door meester
;, advocaat te
1.
TENLASTELEGGINGEN
Als dader of mededader In de zin van artikel 66 van het Strafwetboek;
A optrekken of plaatsen van constructie zonder of in strijd met een geldige vergunning met
verzwarende omstandigheden
bulten de gevallen bedoeld In de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, het optrekken of plaatsen van een constructie, met uitzondering van onderhoudswerken,
verkavelingsvergunning,
hetzij
omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het
verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na
verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van
schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd, namelijk
stedenbouwkundige
voorafgaande
vergunning,
zonder
op een perceel gelegen te
ingeschreven tE
toebehoort aar
, eigendom van
, geboren
, kadastraal gekend als
en nr.
, geboren
1,
waarvan de blote eigendom
ingeschreven te
, met ondernemingsnumme,
en maatschappelij ke zetel tE
, en waarvan het vruchtgebruik eigendom is van
, ingevolge akte van verdeling van 14/12/2004 verleden door notaris
te
4 buitenmuren en een binnenmuur van een bijgebouw van 10,30m bij 3,50m en twee bouwlagen hoog
te hebben opgericht zonder stedenbouwkundige vergunning
(art. 4.1.1., 3° en 9°, 4.2.1., 1 •, a), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de
omgevingsvergunning)
met de omstandigheid dat het in artikel 6.2.1. lid 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
vermelde misdrijf gepleegd werd door een instrumenterende ambtenaar, vastgoedmakelaar of een
andere persoon die in de uitoefening van zijn beroep of activiteit onroerende goederen koopt,
verkavelt, te koop of te huur zet, verkoopt of verhuurt, bouwt of vaste of verplaatsbare inrichtingen
ontwerpt en/of opstelt of een persoon die bij die verrichtingen als tussenpersoon optreedt, bij de
uitoefening van zijn beroep, namelijk als aannemer
(art. 6.2.1. lid 2 en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening)
In de periode van 1 november 2018 tot en met 31 december 2018
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.3
B afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van constructie zonder of in strijd met een geldige
vergunning met verzwarende omstandigheden
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een constructie, met uitzondering
van onderhoudswerken, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, hetzij in strijd
met de vergunning, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de vergunning,
hetzij in geval van schorsing van de vergunning, te hebben uitgevoerd, voortgezet of, buiten het geval
bedoeld in artikel 6.1.1. lid 3 van voornoemde Codex, in stand gehouden, namelijk
op een perceel gelegen te
, kadastraal gekend als
, eigendom van
, geboren
Ingeschreven te
toebehoort aan
geboren
, en nr.
waarvan de blote eigendom
ingeschreven te
1,
, met ondernemingsnummer
en maatschappelijke zetel te
, en waarvan het vruchtgebruik eigendom is van
ingevolge akte van verdeling van 14/ 12/2004 verleden door notaris
te
1 een constructie gelegen tegen de perceelsgrens te hebben verhoogd tot 3,5m en te hebben
verbouwd tot duivenhok
te
. in de periode van 14 april 2015 tot en met 20 april 2016 (st. 68 verso)
2 aan de achterzijde van de loods een uitbreiding te hebben voorzien op verdieping door het optrekken
van het zadeldak en het aanbrengen van een extensie aan de linkerzijde, in functie van het houden van
duiven
in de periode van 30 maart 2017 tot en met 4 mei 2018 (st . 69)
(art. 4.1.1., 3°, 6°, go en 12°, 4.2.1., 1°, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4. en 6.1.1. lid 1, 1°, en 3 Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, feiten vanaf 01/03/2018 strafbaar gesteld door art. 4.1.1., 3°, 6°, go en 12°, 4.2.1.,
1°, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, lid 2 en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelij ke Ordening; art.
5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning)
met de omstandigheid dat het in artikel 6.1.1. lid 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
vermelde misdrijf gepleegd werd door een instrumenterende ambtenaar, vastgoedmakelaar of een
andere persoon die in de uitoefening van zijn beroep of activiteit onroerende goederen koopt,
verkavelt, te koop of te huur zet, verkoopt of verhuurt, bouwt of vaste of verplaatsbare inrichtingen
ontwerpt en/of opstelt of een persoon die bij die verrichtingen als tussenpersoon optreedt, bij de
uitoefening van zijn beroep, namelijk als aannemer
(art. 6.1.1. lid 2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening)
C afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van constructie zonder of in strijd met een geldige
vergunning met verzwarende omstandigheden
buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een constructie, met uitzondering
vergunning,
van
verkavelingsvergunning,
of
omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning
te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende
vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd,
omgevingsvergunning
stedenbouwkundige
stedenbouwkundige
onderhoudswerken,
voorafgaan de
handelingen
zonder
hetzij
voor
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sect ie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.4
namelijk
op een perceel gelegen te
, kadastraal gekend als
ingeschreven te
toebehoort aan
, eigendom var
geboren
en nr.
, geboren
1,
waarvan de blote eigendom
ingeschreven te
1,
met ondernemingsnummer
en maatschappelijke zetel te
, en waarvan het vruchtgebruik eigendom is van
, ingevolge akte van verdeling van 14/12/2004 verleden door notaris
te
.. ,
een gemene muur te hebben verhoogd met 1,60m over een breedte van 7,20m
{art. 4.1.1., 3°, 6°, 9° en 12°, 4.2.1., 1 •, c), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1°, en 6.3.1. § 1 Vlaamse
Codex Ruimt elijke Ordening ; art. 5, 1°, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de
omgevlngsvergu n nlng)
met de omstandigheid dat het In artikel 6.2.1. lid 1 van de Vlaamse Codex Ruimt elijke Ordening
vermelde misdrijf gepleegd werd door een instrumenterende ambtenaar, vastgoedmakelaar of een
andere persoon die In de uitoefening van zijn beroep of activiteit onroerende goederen koopt,
verkavelt, te koop of te huur zet, verkoopt of verhuurt, bouwt of vaste of verplaatsbare inrichtingen
ontwerpt en/of opstelt of een persoon die bij die verrichtingen als tussenpersoon optreedt, bij de
uitoefening van zijn beroep, namelijk als aannemer
(art. 6.2.1. lid 2 en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening)
. in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018
*
*
*
2.
PROCEDURE
De rechtbank nam kennis van de dagvaarding waardoor de zaak bij haar werd aanhangig gemaakt.
De dagvaarding werd overgeschreven op het bevoegde kantoor Rechtszekerheid.
De zaak werd behandeld op de openbare terechtzitting van 5 januari 2026.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen,
, eerste substituut-procureur des Konings,
inclusief het openbaar ministerie in de persoon van
in haar vordering.
3.
BEOORDELING OP STRAFGEBIED
3.1
Overzicht van de feiten
betreffen vier percelen In eigendom van beklaagde
Het adres
gelegen in woongebied. Op deze eigendom bevinden zich een woning, een appartementsgebouw en
een loods. Tussen de woning en de appartementen bevindt er zich een onderdoorgang met hierboven
een woonlaag. Tegen de linker perceelsgrens staat een bijgebouw/garage en achteraan staat een
bijgebouw/ duiventil op de linker perceelsgrens aan de loods.
Rolnumme1
rec htbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 5
Op 11 maart 2019 werd vastgesteld dat er gestart werd met het bouwen van een bijgebouw met twee
bouwlagen (er stonden al muren maar nog geen dak) en dat de linker perceelsgrens werd opgehoogd
Hiervoor was een vergunning nodig. De uitbreiding
aan de woning in
van de loods die eerder werd geweigerd, was nog steeds aanwezig. Met de uitbreiding werd de loods
deels bestemd tot duiventil.
Er werd mondeling een stakingsbevel opgelegd. Dit stakingsbevel werd nadien bekrachtigd door de
GSI.
Architect
regularisatiedossier opstellen.
verklaarde dat hij geen toezicht had uitgeoefend op de werken. Hij zou wel een
Beklaagde verklaarde in november 2018 gestart te zijn met de werken. Hij had de werken zelf
uitgevoerd. Hij dacht dat er geen vergunning nodig was voor een bijgebouw van minder dan 40
vierkante meter. Vroeger stonden er volières maar deze had hij weggenomen omdat hij geplaagd werd
door ratten die zijn duiven opaten. De buur links waar hij had aangebouwd, had geen probleem met
de constructie.
Op 16 oktober 2019 verklaarde beklaagde dat hij bezig was met regulariseren.
Bij brief van 6 februari 2021 werd door de GSI van
een herstelvordering
ingeleid. De GSI vorderde de verwijdering van het niet vergunde deel van de loods aan de rechterzijde,
achteraan op het terrein, het verwijderen van de wederrechtelijke constructies tegen de linker
perceelsgrens van het terrein, zowel de constructie achteraan (in gebruik als duiventil) alsook de
constructie waarvan de bouw werd gestaakt middels stakingsbevel van 11 maart 2019 (inclusief
eventuele vloerplaat en fundamenten), op vullen van de bouwput en afvoer van afbraakmaterialen.
Ook werd de staking van het wederrechtelijk gebruik van de loods voor recreatie (duiventil) in plaats
van de vergunde opslag gevorderd.
De herstelvordering kreeg een positief advies van de Hoge Raad voor de Handhavingsu itvoering.
3.2
Bespreking van de schuldvraag
1.
Beklaagde moet zich voor de rechtbank verantwoorden wegens het optrekken van constructies zonder
vergunning, het verbouwen en uitbreiden van constructies zonder vergunning en het verhogen van
een gemene muur zonder vergunning met de verzwarende omstandigheid dat beklaagde een
professional is in vastgoed.
2.
2.1.
De rechtbank merkt op dat tenlasteleggingen A tot en met C voorzien in incrlminatieperlodes van een
zekere duur, terwijl het in casu gaat om aflopende misdrijven. Om die reden verbetert de rechtbank
de initiële dagvaarding door telkens na de incriminatieperiode de woorden " op een niet nader
bepaalde datum" toe te voegen Deze verbetering wijzigt d.e ten laste gelegde feiten niet en het
verweer had er betrekking op.
2.2.
Sinds 1 maart 2018 is het Decreet van 2S april 2014 betreffende de handhaving van de
omgevingsvergunning in werking. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd grondig gewijzigd.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende ka m er
Vonnisnr
/
p.6
•• ~ .. ~=~·= -=-... - - ·~ - -- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
De handelingen vermeld onder t enlasteleggingen A, B en C zijn nog steeds strafbaar gesteld. De
rechtbank verwijst hiervoor naar de artikelen zoals opgesomd In de dagvaarding. De straffen zij n
dezelfde gebleven.
3.
De schu ld van beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten staat vast. De rechtbank verwijst hiervoor
naar de materiële vaststellingen In het strafdossier alsook naar de gevoegde foto's.
Ook de verzwarende omstandigheid van (sinds 1 maart 2018) artikel 6.2.1, laatste lid VCRO (op het
ogenblik van de bewezen feiten van voor 1 maart 2018 artikel 6.1.1, laatste lid VCRO) is genoegzaam
bewezen. De verzwarende omstandigheid heeft betrekking op personen die omwille van hun
professionele activiteiten met betrekking tot vastgoed - activiteiten in de ruime zin, met inbegrip van
aannemingswerken - meer dan de gemiddelde burger kennis hebben, of kennis moeten hebben, van
de regelgeving inzake ruimtelijke ordening en vergunningen. Dit is, gelet op het door beklaagde
uitgeoefende aannemersberoep, het geval.
4.
De feiten zijn hem toerekenbaar en de rechtbank zal beklaagde hiervoor veroordelen.
3.3
Straftoemeting
1.
De rechtbank legt voor beklaagde overeenkomstig artikel 65, eerste lid Strafwetboek één straf op voor
de feiten van tenlasteleggingen A, 8.1, B.2 en C samen.
Bij het bepalen van straf en strafmaat houdt de rechtbank rekening met de aard, de objectieve ernst
en de omstandigheden waarin de feiten werden gepleegd, alsook met de persoon van beklaagde. De
rechtbank houdt tevens rekening met de doelen van de bestraffing zoals bepaald in artikel 7 van het
Strafwetboek, zoals gewijzigd bij wet van 18 juli 2025 houdende maatregelen met het oog op de
vermindering van de overbevolking in de gevangenissen en tot Invoering van de principiële
onmogelijkheid om het elektronisch toezicht uit te voeren op de plaats waar het slachtoffer verblijft
(B.S. 4 augustus 2025, in werking getreden op 4 augustus 2025) dat ingevolge artikel 2 van het
Strafwetboek als mildere strafwet van toepassing is.
2.
Beklaagde stoorde zich niet aan de stedenbouwkundige vergunningsplicht en plaatste zijn eigen belang
en profijt boven het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dit klemt des te meer gelet op zijn
beroep als aannemer.
3.
Beklaagde is
jaar oud en heeft een ongunstig strafverleden. Hij heeft verschillende voorgaanden,
voornamelijk inzake wegverkeer. Na de t hans bewezen verklaarde feiten werd hij ook veroordeeld
wegens een stedenbouwkundig misdrijf tot een geldboete van 2.000 euro.
Op de terechtzitting van 5 januari 2026 verzocht beklaagde om een straf met uitstel en wees hij op het
tijdsverloop sinds de feiten en de tussengekomen regularisatie.
4.
Gelet op de ernst van de feiten en het strafverleden van beklaagde is een substantiële geldboete
alleszins passend en noodzakelijk.
Rol nu mmer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p. 7
De rechtbank houdt anderzijds ook rekening met het tijdsverloop sinds de feiten en met de stappen
die beklaagde ondertussen zette ter regularisatie en omkleedt de op te leggen geldboete daarom deels
met uitstel. Grotere mildheid zou beklaagde onvoldoende het ontoelaatbare karakter van zijn
gedragingen doen inzien.
4.
HERSTELVORDERING
Gelet op de tussengekomen regularisatievergunning, verklaart de rechtbank de herstelvordering -
zoa ls door het openbaar ministerie gevorderd op de terechtzitting van 5 januari 2026 - zonder
voorwerp.
s.
BEOORDELING OP BURGERLIJK GEBIED
Omdat de door beklaagde gepleegde en bewezen verklaarde feiten mogelijk schade hebben
veroorzaakt, houdt de rechtban k de bu rgerlijke belangen ambtshalve aan, overeenkomstig artikel 4 van
de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering (art. 4 V.T.Sv.).
6.
TOEGEPASTE WITTEN
De bijzondere wetten zoals vermeld in punt 1. Tenlasteleggingen;
Wet van 15 juni 193S, art. 2, 11 tot 14, 21 tot 24, 31 tot 37, 40, 41;
Wetb. van strafvordering, art. 162, 182, 184, 185, 189, 190, 190ter, 194, 195;
Strafwetboek, art. 2, 38, 40, 65, eerste lid, 66;
Wet van 5 maart 1952, art. 1, gew. programmawet d.d. 24.12.1993, art. 1; gew. art.36 Wet 07.02.2003;
Art. 2 en 3 van de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie (B.S. 30.12.2011),
zoals gewijzigd bij B.S. 29.12.2016, art. 59, 60; (opdeciemen);
Art. 6 Programmawet Il van 27.12.2006;
W.01.08.1985, art. 28, 29, gew. art. 1 K.8. 31.10.2005 (25 euro);
Wet van 29 juni 1964, art. 8§1; gew.W. 10.2.1994; (uitstel).
BESLISSING
De rechtbank beslist OP TEGENSPRAAK ten aanzien van
OP STRAFGEBIED
De rechtbank:
VERBETERT de dagvaarding door telkens na de incriminat ieperiode in tenlasteleggingen A, 8.1.
8.2 en C de w oorden "op een niet nader bepaalde datum" toe te voegen;
verklaart beklaagde SCHULDIG aan de feiten van de tenlasteleggingen A, B.1, B.2 en C, zoals
verbeterd;
veroordeelt beklaagde voor deze feiten samen tot een GELDBOETE van 32.000,00 EURO,
zijnde een geldboete van 4.000,00 EURO, verhoogd met 70 opdeciemen (x8) of een
vervangende gevangenisstraf van 3 maanden;
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnisnr
/
p.8
verleent beklaagde GEWOON UITSTEL van een gedeelte van 20.000,00 EURO (zijnde 2.500,00
euro, verhoogd met 70 opdeciemen (x8)) van de opgelegde geldboete voor een periode van
3 jaar.
wijst beklaagde erop dat het uitstel van rechtswege herroepen wordt ingeval gedurende de
proeftijd een nieuw misdrijf is gepleegd dat veroordeling t ot een criminele straf of
hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden zonder uitstel ten gevolge heeft gehad.
Bijdragen - vergoeding - kosten
De rechtbank veroordeelt beklaagde tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 250,00 euro, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 62,37 euro;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 298,17 euro.
De rechtbank legt de kosten begroot op 27,96 euro (dagvaarding d.d. 4 februari 2022) ten laste van de
Belgische Staat.
HERSTEL
De rechtbank verklaart de herstelvordering zonder voorwerp.
OP BURGERLIJK GEBIED
De rechtbank houdt de beslissing over de burgerlijke belangen ambtshalve aan.
Alles gebeurde in de Nederlandse taal overeenkomstig de wet van 15 juni 1935.
Rol nummer
rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, sectie correctionele rechtbank
Dertiende kamer
Vonnlsnr
/
p.9
Dit vonnis is in openbare terechtzitting uitgesproken op 2 FEBRUARI 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, D13M kamer, samengesteld uit:
, rechter, voorzitter van de D13M kamer,
In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
Met bijstand van griffier