ADB:rechtbank-eerste-aanleg-antwerpen-02-03-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Antwerpen
📅 2026-03-02
🌐 NL
Rechtsgebied
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Samenvatting
- ::::::----~-=- ~ t~~;>. Vonnisnummer / Griffienummer / Repertorium nummer/ Europees Datum van uitspraak 2 maart 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 22CO8350 Rolnummer Notit ienummer parket TU64.l1.12169/2021 rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC1 Vonn...
Volledige tekst
-
::::::----~-=- ~ t~~;>.
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertorium nummer/ Europees
Datum van uitspraak
2 maart 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
22CO8350
Rolnummer
Notit ienummer parket
TU64.l1.12169/2021
rechtbank van eerste aanleg
Antwerpen, afdeling
Antwerpen
Kamer AC1
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
•• • ••• ···,.,.···---·------ -------------------------
I
p. 2
In de zaak van het openbaar ministerie
tegen:
BEKLAAGDEN:
1.
RRN
ingeschreven onder het ondernemingsnummer
geborer
van Belgische nationaliteit
ingeschreven te
beklaagde, bijgestaan door Meester
, advocaat te
2.
met maatschappelijke zetel gevestigd te
ingeschreven onder het ondernemingsnummer
Actief Normale toestand
beklaagde, vertegenwoordigd door
, advocaat te
TENLASTELEGGING(EN)
Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek;
door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben
meegewerkt;
door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf
zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of
arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt;
of, door het plegen van de feiten rechtstreeks te hebben uitgelokt door woorden in openbare
bijeenkomsten of plaatsen gesproken dan wel door enigerlei geschrift, dr ukwerk, prent of zinnebeeld
aangeplakt, rondgedeeld of ver kocht, te koop geboden of openlijk tentoongest eld.
A gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond voor opslaan van gebruikte of afgedankte
voertuigen, allerlei materialen, materieel of afval zonder of in strijd met een geldige vergunning
buiten de gevallen bedoeld In de artikelen 4.2.2. tot en met 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond voor het opslaan van
gebr uikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval, hetzij zonder
voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor
stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in
strijd met de betreffende vergunning te hebben uitgevoerd, hetzij na verval, vernietiging of het
verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de
betreffende vergunning, verder te hebben uitgevoerd,
(art. 4.2,1., s·, a), 4.2.2., 4.2.3., 4.2.4., 6.2.1. lid 1, 1· , en 6.3.1. § 1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Rolnummer
rechtbank van eer5te aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
•• .,,, •• ., .. ,..-------- --- - ----------------------
.,,,,,
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 3
; art. 5, 1 °, a), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning)
tussen 24 maart 2020 en 21 september 2021, meermaals op niet nader te bepalen data, onder
1 te
meer op 17 januari 2021, op 15 april 2021, op 16 mei 2021, op 21 juni 2021 en laatst op 3 augustus
2021
op het perceel gelegen te
gekadastreerd als
met een oppervlakte van 4710 m2
voor de geheelheid volle eigenaar van
')
namelijk: het gewoonlijk gebruik van de grond voor de opslag van gele en zwarte grond, struiken, mest,
plantenafval, steenpuln en het stallen van een graafkraan
door
2 !!;
meer op 15 februari 2021, op 22 juni 2021 en laatst op 26 januari 2022
tussen 14 februari 2021 en 7 maart 2023. meermaals op niet nader te bepalen data, onder
op het perceel gelegen te
gekadastreerd als
met een oppervlakte van 1476 m 2
ieder voor de helft volle eigendom var
ingevolge akte verleden op 25/02/2014 door notaris
.) en
namelijk het gewoonlijk gebruik van de grond voor de ops lag van allerhande afvalstoffen, materiaal en
materieel, waaronder ijzerwaren, steenpuin, grond, een kraan, een wals, een bobcat en een hakselaar
en het stallen van voertuigen, waaronder een tractor met aanhangwagen
door
3 :tg__
laatst op 6 december 2023
tussen 4 maart 2022 en 28 december 2023. meermaals. op niet nader te bepalen data en
Op het perceel geleden te
gekadastreerd als
met een oppervlakte van 39a 60ca
voor de geheelheid volle eigendom van de huwgemeenschap
ingevolge akte verleden op 14/12/2016 door notaris
)
namelijk het gewoon gebruik van het bos voor de opslag van grond en groenafval en het stallen van
voertuigen in functie van het bedrijf
door
tussen 26 december 2023 en 20 september 2024, meermaals. op niet nader te bepalen data
Rolnumme,
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
I
p. 4
en laatst op 19 september 2024
Op het perceel geleden te
gekadastreerd als
met een oppervlakte van 39a 60ca
voor de geheelheid volle eigendom van de huwgemeenschap
ingevolge akte verleden op 14/12/2016 door notaris
namelijk het gewoon gebruik van het bos voor de opslag van grond en groenafval en het stallen van
voertuigen in functie van het bedrijf
doo
en
B schending vergunningsplicht
buiten de gevallen bedoeld in artikel 16.6.1. § 1 lid 2 van het Decreet van S april 1995 houdende
algemene bepalingen inzake milieubeleid, opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid,
zonder omgevingsvergunning een Ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of de tweede klasse
te hebben geëxploiteerd of veranderd,
(art. 5.2.1. §§ 3, 4 en 6 lid 1, en 16.6.1. § 1 lid 1 Decreet 05 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid; art. 5, 1", c), en 6 lid 1 Decreet 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning)
1 te
tussen 24 september 2020 en 21 september 2021, meermaals op niet nader te bepalen data,
onder meer op 17 januari 2021, op 15 april 2021, op 16 mei 2021, op 21 juni 2021 en laatst op 3
augustus 2021
namelijk: rubriek 2.1.1.a) 1° bijlage Vlarem Il : opslag van afvalstoffen die niet aan de verwerking van
afvalstoffen verbonden zijn, meer bepaald maximaal 100 ton andere afva lstoffen dan de afvalstoffen
vermeld in b) (klasse 2)
door
2 te
meer op 15 februari 2021. op 22 juni 2021 en laatst op 26 januari 2022
tussen 14 februari 2021 en 7 maart 2023, meermaals op niet nader te bepalen data. onder
namelijk: rubriek 2.1.1.a) 1• bijlage Vlarem Il: opslag van afvalstoffen die niet aan de verwerking van
afvalstoffen verbonden zijn, meer bepaald maximaal 100 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen
vermeld in b} (klasse 2)
door
3 1ê._
laatst op 6 december 2023
tussen 4 maart 2022 en 28 december 2023, meermaals, op niet nader te bepalen data en
namelijk: rubriek 2.2.3.a) 2• bijlage 1 Vla rem Il, meer bepaald opslag• of composteerruimte van meer
dan 25 m3 tot en met 2000 m3 groenafva l (klasse 2)
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p.S
door
tussen 26 december 2023 en 20 september 2024. meermaals. op niet nader te bepalen data
4 !g
en laatst op 19 september 2024
namelij k: rubriek 2.2.3.a) 2· bijlage 1 Vlarem 11, meer bepaald opslag- of composteerruimte van meer
dan 25 m3 tot en met 2000 m3 groenafval (klasse 2)
door
en
Tevens gedagvaard om bij toepassing van artikel 16.6.5 van het Decreet van 5 april 1995 houdende
algemene bepalingen inzake milieubeleid door de rechter bij wijze van veiligheidsmaatregel, na de
partijen te hebben gehoord, het verbod te horen uitspreken om de Inrichtingen die aan de oorsprong
van het milieumisdrijf liggen, te exploiteren gedurende de termijnen door de rechter te bepalen onder
verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag bij overtreding van dit verbod.
PROCEDURE
Gezien het bewijs van overschrijvingen van de dagvaarding van beklaagde op het kantoor
Rechtszekerheid
en dd. 24 september
2025 ref :
dd. 22 september 2025 ref :
De behandeling en de debatten van de zaak hadden plaats in openbare terechtzitting.
De rechtspleging verliep in de Nederlandse taal.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde alle aanwezige partijen.
beoordeling
op strafgebied
feiten
a.
is actief Inzake tuin- en grondwerken, en
afbraak. HIJ beschikt voor deze werkzaamheden over een aanzienlijke hoeveelheid materiaal en
materieel, en was als onderneming (natuurlijke persoon) geregistreerd op het adres van zijn ouders,
(eerste beklaagde, verder:
met maatschappelijke zetel op zijn eigen adres.
Vanaf 27 december 2023 voerde hij zij n activiteiten uit middels
(tweede beklaagde, verder:
b.
In een periode van maart 2020 tot september 2020 stalde
op een weide in agrarisch gebied te
vader beschikten over een vergunning klasse 2 voor deze opslag.
De weide werd door zijn vader gepacht en
een graafkraan, grond en plantenafval
noch zijn
Roln umme1
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
I
p.6
c.
In een periode van februari 2021 tot tnaart 2023 gebruikte
het perceel van zijn woning tevens
voor de opslag van materiaal en materieel, grond, voertuigen en afval, waaronder puin. Dit perceel Is
gelegen in woonuitbre idingsgebied. Ook deze opslag was onvergund, zowel wat ruimtelijke ordening
betreft als inzake ingedeelde inrichting.
d.
Ook een bosperceel gelegen in agrarisch gebied, in de nabijheid van de woonplaats van de ouders van
gebruikt om goederen van zijn
(verde r aangeduid als percee!
), werd doOI
professionele werkzaamheden op te slagen. Toen
werd dit gebruik verdergezet tot september 2024.
zijn activiteiten ontwikkelde middels
bewijs, kwalificatie en toerekening
e.
De feiten van de tenlasteleggingen Al en B1 werden vastgesteld door de lokale politie op 17 januari
2021 en
werd geïdentificeerd als de verantwoordelijke voor de feiten. Hij werd aangemaand het
niet-toegelaten gebruik van het perceel te beëindigen. Tegen eind mei 2021 was het meeste materiaal
en de grond verwijderd, het groenafval werd pas tegen september 2021 weggehaald omdat de
hakselaar van
stuk zou zijn geweest.
werd over de feite n ve rhoord op 20 september 2021 en hij voerde geen verweer. Ook bij de
behandeling ten gronde worden deze feiten niet betwist.
f.
(tenlastelegging A2 en 82) werden eveneens
De feiten op het perceel van de woonplaats van
door de lokale politie vastgeste ld. De eerste vaststelling dateert van 15 februari 2021 er
werd
aangesproken met betrekking tot de noodzaak hiervoor over een vergunning te beschikken. Bij navraag
bij de gemeente op 31 januari 2022 bleek er nog geen regularisatie-aanvraag ingediend te zijn.
Later werd een vergunningstraject doorlopen , zonder succes.
g.
Op 6 december 2023 deed de lokale politie vaststellingen op het perceel
, naar aanleiding van
meldingen via het openbaar gerucht. Hierbij werd onder meer een tractor met reproductieplaat op
naam van
aangetroffen, maar ook grondophopingen en een container. Bij een volgende controle
op 19 september 2023 stelde de politie vast dat goederen verplaatst waren, en dat er nog meer ruimte
werd ingenomen .
De vaststell ingen en de gevoegde foto' s betreffende deze feiten zijn niet volledig duidelijk. Er werden
ook feiten van schijnbaar onvergunde of zonevreemde opslag vastgesteld op het adres van de ouders
van
maar van de foto' s kan niet steeds worden opgemaakt op welke locatie ze
tijdens
betrekki ng hebben. Evenwel blijkt aan de hand van de vaststellingen dat er op het perceel
de incriminatieperiodes van de tenlasteleggingen A3/B3 en A4/B4 steeds een opslag was van grond,
groenafval en materieel.
h.
De feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, B1 en B2 zijn bewezen.
Inzake de tenlasteleggingen B3 en B4 leidt de aangehaalde onduidelijkheid en de vermenging van de
met de vaststellingen op het terrein van de woning van de ouders
vaststellingen op het perceel
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 7
var
Il-grenzen overschreden werden. Voor deze tenlasteleggingen worden beklaagden vrijgesproken.
ertoe dat niet met zekerheid vaststaat dat de in de tenlasteleggingen opgenomen VLAREM
De bewezen feiten worden
dagvaarding.
toegerekend onder de kwalificatie weerhouden in de
straf en strafmaat
i.
Het opleggen van een straf benadrukt het belang van de overtreden norm en vervult een signaalfunctie
van maatschappelijke afkeuring, zowel naar de veroordeelde toe als naar de maatschappij in haar
geheel. De bestraffing beoogt het herstel van de door het misdrijf aangebrachte maatschappelijke
schade. De bestraffing dient ook om de maatschappij
te beschermen. Tegelijk wordt de
maatschappelijke reactie ten aanzien van de veroordeelde naar aanleiding van het misdrijf met de
bestraffing afgerond en indien mogelijk wordt de veroordeelde ertoe gebracht herhaling te vermijden
door middel van rehabilitatie en re-integratie.
Bij het bepalen van de concrete straffen wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de
feiten, de concrete feitelijke omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
j.
Het gebruik van percelen grond voor de opslag van een grote hoeveelheid aan materiaal, materieel,
grond en afval zonder de specifieke reglementering te volgen, is visueel storend, maatschappelijk
hinderlijk en houdt het gevaar in van milieuschade.
vermeed door de illegale opslag de kosten
van het gebruik van een locatie waar deze opslag reglementair kon.
k.
B00NS stelt dat de redelijke termijn voor de strafvervolging overschreden is en wijst hierbij op het
tijdsverloop sinds de eerste vaststellingen. Deze redenering gaat echter niet op: waar er initieel sprake
leek te zijn van vaststellingen op één plaats, bleek dat het betreffende perceel ontruimd geraakte, maar
en later een perceel van de nonkel en tante
dat achtereenvolgens het perceel van de woning var
van
voor zijn professionele werkzaamheden werden gebruikt. Deze nieuwe vaststellingen
noopten logischerwijze tot verder onderzoek en vertraagden de vervolging.
Het klopt echter wel dat de laatste vaststellingen ter plaatse dateren van 19 september 2024 en dat op
22 juli 2025 een rechtstreekse dagvaarding werd uitgebracht. In de tussentijd werd onder meer nog
een berekening van het wederrechtelijk vermogensvoordeel gemaakt door de politie, werden
administratieve gegevens opgevraagd en werd een vordering tot verbeurdverklaring opgesteld. Na
inleiding op de correctionele dagvaarding werd de behandeling van de zaak uitgesteld met een
conclusiekalender.
Het tijdsverloop in de vervolging toont aan dat het onderzoek en de vervolging trager verliepen dan
ideaal, zonder echter een overschrijding van de redelijke termijn op te leveren. De rechtbank houdt
echter wel rekening met het tijdsverloop bij het bepalen van de strafmaat.
1.
pleegde de feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, 81 en B2 met eenzelfde strafbaar
opzet, zodat één hoofdstraf met een bijkomende straf wordt opgelegd en de mogelijke straf bepaald
wordt door het feit waarvoor de wet de strengste straf voorschrijft.
heeft een blanco strafrechtelijk verleden.
Rolnummer
rechtbank Vl\O eerste aa11!eg AntWerJ)en, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p.8
••
' '' •"•~: • n • .. ~ ,• ; ) ( '~ • • •~ ............ )00.i,,,-.,
• - - - -- - - - -- - - -- - - -- - - - - - - - - - - -
m.
Aangezien de feiten werden gepleegd om kosten uit te sparen en aldus de winst te vergroten, past het
met de bestraffing in zijn vermogen t e raken. Als strikt punitieve straf wordt een geldboete
opgelegd, waarvan de hoogte en het gedeelte waarvan de tenuitvoerlegging wordt uitgesteld in
verhouding staan tot de ernst van de feiten. Dit uitstel heeft tot doel de desocialiserende effecten van
een omvangrijke geldboete te vermijden en het opnieuw plegen van misdr ijven te ontraden.
Om te vermijden dat hij blijvend voordeel kan halen uit de gepleegde misdrijven, wordt tevens een
bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel opgelegd (infra).
n.
bestaat slechts sinds december 2023 en heeft een blanco strafrechtelijk verleden.
De rol van
de tenuitvoerlegging volledig wordt uitgesteld.
bij de feiten is zeer beperkt, zodat een beperkte geldboete wordt opgelegd waarvan
o.
Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, begroot op
aanzienlijke bedragen, namelijk 50.968,50 euro voor de feiten van de tenlasteleggingen A3 en 83, en
18.534 euro voor de feiten van de tenlasteleggingen A4 en 84.
Voor de feiten van de tenlasteleggingen 83 en 84 worden beklaagden vrijgesproken, maar dit staat er
niet aan in de weg dat in de overeenstemmende periodes gebruik werd gemaakt van perceel
waarvoor de bewezen misdrijven A3 en A4 gelden.
p.
De redenering geformuleerd namens beklaagden dat ze geen kosten uitspaarden omdat ze goederen
stockeerden op een terrein van een familielid en daar geen huur voor dienden te betalen, klopt niet.
De uitgespaarde kost betreft net deze van de afbetaling of huur voor een locat ie waar de goederen
stedenbouwkundig wel correct gestald konden worden.
is onmogelijk het vermogensvoordeel met boekhoudkundige prec1s1e
Het
te bepalen.
Terughoudendheid is bovendien geboden, omdat enkel het vermogensvoordeel wordt afgeroomd
middels de verbeurdverklaring. De rechtbank begroot het vermogensvoordeel naar billijkheid op 6.000
tevens rekening houdende met de
euro in hoofde van
weinig rooskleurige bedrijfsresultaten van de laatste jaren, zoals voorgelegd.
en op 2.000 euro in hoofde var
exploitatieverbod
q.
Het openbaar ministerie vordert tevens een exploitatieverbod voor de inrichtingen betrokken bij de
feiten.
In deze blijkt echter niet dat er recent nog een illegaal gebruik was van de door de dagvaarding
vermelde percelen. Beklaagden leggen een - evenwel eenzijdig - fotodossier voor van de actuele
toestand (november 2025), dat indiceert dat de percelen niet meer voor de bedrijfsvoering var
of
worden gebruikt.
De huidige strafrechtelijke veroordeling van
noodzaak bijkomend een exploitatieverbod op te leggen, wordt niet aangetoond.
houdt een duidelijke waarschuwing in; de
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdellng Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
I
p. 9
De rechtbank legt geen exploitatieverbod op.
TOEGEPASTE WETTEN
De rechtbank houdt rekening met de volgende artikelen die de bestanddelen van de misdrijven en de
strafmaat bepalen, en het taalgebruik in gerechtszaken regelen :
art. 1, 2, 11, 12, 14, 16, 31, 32, 34, 35, 37, 41 wet van 15 juni 1935;
art. 1, 2, 3, 5, 6, 7, 7bis, 38, 39, 40, 41, 41bis, 42, 43bis, 65, 66 strafwetboek;
art. 4 V.T.Sv;
art. 191, 195 Sv;
alsook de wetsbepalingen aangehaald in de inleidende akte en in het vonnis .
De rechtbank:
op tegenspraak ten aanzien van
Op strafgebied
Ten aanzien van
, eerste beklaagde
Spreekt
voor de tenlasteleggingen 83 en B4 vrij.
Veroordeelt
voor de vermengde feiten van de tenlasteleggingen Al, A2, A3, A4, B1 en B2:
tot een geldboete van 6000,00 EUR, zijnde 750,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen .
Boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke terrnijn door een
gevangenisstraf van 90 dagen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft deze geldboete voor een termijn van 3 jaar,
doch slechts voor een gedeelte van 4000,00 EUR, zijnde 500,00 EUR verhoogd met 70
opdeciemen .
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3" en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 6000 euro (waardeconfiscatie).
Veroordeelt
tot betaling van:
-
-
-
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 90
opdeciemen, ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bij drage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelljnsbljstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafo1ken. Deze vergoeding bedraagt 62,37 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 699,12= 349,56 EUR.
Rolnumme1
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
ACl kamer
Vonnisnr
/
p. 10
Ten aanzien van
Spreekt
Veroordeelt
• tweede beklaagde
voor de tenlastelegging B4 vrij.
voor de tenlastelegging A4 :
tot een geldboete van 1600,00 EUR, zijnde 200,00 EUR verhoogd met 70 opdeciemen.
Verleent uitstel van tenuitvoerlegging wat betreft de geldboete voor een termijn van 2 jaar.
Verklaart verbeurd overeenkomstig artikel 42, 3° en 43bis Sw. de vermogensvoordelen voor een bedrag
van 2000 euro.
Veroordeelt
tot betaling van:
een bijdrage van 1 maal 250,00 EUR, zijnde de som van 1 maal 25,00 EUR verhoogd met 90
opdeciemen, ter fi nanciering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelij ke
gewelddaden en de occasionele redders;
een bijdrage van 26,00 EUR aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
een vaste vergoeding voor beheerskosten in strafzaken. Deze vergoeding bedraagt 62,37 EUR;
de kosten van de strafvordering tot op heden begroot op 1/2 x 699,12= 349,56 EUR.
Exploitatieverbod
Wijst de vordering een exploitatieverbod op te leggen af.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 2 maart 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, kamer ACl:
,, rechter
In aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting, met bijstand van gri ffier