ADB:rechtbank-eerste-aanleg-kortrijk-09-03-2026
Beslissingsdetails
🏛️ Rechtbank eerste aanleg Kortrijk
📅 2026-03-09
🌐 NL
Rechtsgebied
Woonbeleid
Samenvatting
Vonnisnummer / Griffienummer / Repertoriumnummer / Europees Datum van uitspraak 9 maart 2026 Naam van de beklaagde(n) Systeemnummer parket 21CO10802 Rolnummer Notitienummer parket IE66.WI.101200/2020 rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk Kamer K.17 Vonnis Aangeboden op Ni...
Volledige tekst
Vonnisnummer / Griffienummer
/
Repertoriumnummer / Europees
Datum van uitspraak
9 maart 2026
Naam van de beklaagde(n)
Systeemnummer parket
21CO10802
Rolnummer
Notitienummer parket
IE66.WI.101200/2020
rechtbank van eerste aanleg
West-Vlaanderen, afdeling
Kortrijk
Kamer K.17
Vonnis
Aangeboden op
Niet te registreren
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 2
KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken
In de zaak van:
HET OPENBAAR MINISTERIE,
Eiseres in herstel
Wooninspecteur, met kantoren te 1000 Brussel, Havenlaan 88 bus 22,
woonstkeuze doend bij haar raadsman
met als raadsman meester
, advocaat te
tegen:
, ingeschreven onder het ondernemingsnummer
, met maatschappelijke zetel gevestigd te
vertegenwoordigd door meester
, advocaat te
-------------------------
1
TENLASTELEGGINGEN
De beklaagde wordt als dader/mededader in de zin van artikel 66 Sw. vervolgd voor de volgende
feiten:
verhuren, te huur of ter beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of
overbewoonde woning
als verhuurder, als eventuele onderverhuurder of als persoon die een woning ter beschikking stelt, een
niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon te hebben verhuurd, te
huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning,
(art. 3.34. Vlaamse Codex Wonen van 2021)
Tot 1 januari 2021 strafbaar gesteld door artikel 20 §1, lid 1 Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode
in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 juni 2023
te
ten nadele van
van
, ten nadele van
nadele van
, ten nadele van
ten nadele
ten nadele van
, ten
, ten nadele van
, ten nadele van
4, ten nadele van
, ten nadele van
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 3
,
ten nadele van
,
Namelijk diverse kamerentiteiten in een loods gelegen te
kadaster onder
een oppervlakte van 18a 88ca, toebehorende aan
grond ingevolge akte aankoop jegens
notaris
bekend ten
(landgebouw) met
zijnde de eigenaar van de
verleden voor
op 24 september 2015, en aan
te
, zijnde eigenaar van het gebouw (opstalhouder) ingevolge akte inbreng in
vennootschap verleden voor notaris
te
op 24 september 2015.
2
PROCEDURE
De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 23 februari 2026.
De rechtbank nam kennis van de stukken van de rechtspleging en hoorde de aanwezige partijen.
Gehoord de eiseres in herstel bij monde van haar raadsman voornoemd.
Gehoord de uiteenzetting van de zaak door
, substituut-procureur des Konings, die de zaak
samenvat en conclusie neemt strekkende tot de veroordeling van de beklaagde bij toepassing van de
strafwet.
Gehoord de raadsman van de beklaagde in zijn antwoorden en middelen van verdediging.
3
FEITEN
Op 22 oktober 2020 voerde de wooninspectie een controle uit in een loods op het landbouwbedrijf
. Er was een eerdere klacht bij de politie van twee seizoensarbeiders. Die hadden
verklaard dat ze 100 euro betaalden voor huisvesting, maar dat de omstandigheden erbarmelijk waren.
Het gebouw had 15 strafpunten. In het gebouw waren 10 kamers ondergebracht. In de meeste kamers
woonden seizoensarbeiders. De kamers hadden tussen de 43 en 79 strafpunten. Er was een negatief
verslag van de brandweer.
De wooninspectie verhoorde een aantal seizoensarbeiders. Die verklaarden dat ze voor
werkten. Ze hadden geen klachten. Verschillende onder hen bevestigden dat ze 100
euro per maand betaalden. Dat werd afgehouden van hun loon.
De wooninspectie stelde vast dat de situatie in de loods afweek van de stedenbouwkundige
vergunning.
Het pand werd verzegeld. Op 10 november 2020 werd het vrijgegeven na een positief verslag van de
brandweer.
verhoord. Hij verklaarde dat hij
Op 23 februari 2021 werd de zaakvoerder van
sinds 2015 de eigenaar van de loods was. Toen waren er zes kamers voor seizoensarbeiders. In 2019
had hij er vier extra gemaakt. De bezetting was wisselend. Er verbleven maximum twee personen per
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 4
kamer. Ze betaalden 100 euro, met nutsvoorzieningen in. De werknemers mochten eten van de
opbrengst van het bedrijf. Daarvoor rekenden ze 3 euro per dag aan. Onmiddellijk na de controle had
hij de nodige werken gedaan. De gebreken waren weggewerkt. Ze waren enkel nog aan het wachten
op de stedenbouwkundige vergunning.
Op 16 maart 2022 stelde de politie vast er op 5 oktober 2021 een stedenbouwkundige
regularisatievergunning was aangevraagd. Die was afgewezen als onvolledig. Er was nog geen nieuwe
aanvraag ingediend.
Op 23 juni 2022 stelde de politie vast dat er nog geen aanvraag was ingediend.
Op 22 november 2022 liet de architect van
werd ingediend.
weten dat de regularisatieaanvraag
Op 17 januari 2023 liet de zaakvoerder van
weten dat er een herstelcontrole kon
doorgaan. Hij had al eerder een aantal documenten over de herstelwerken overgemaakt. De
wooninspectie vroeg eerst bijkomende informatie op over de regularisatieaanvraag.
Op 12 april 2023 stelde de politie vast de aanvraag volledig was en dat het openbaar onderzoek liep.
Op 7 juli 2023 vernam de wooninspectie via de stad Ieper dat er een regularisatievergunning was
aangevraagd voor verblijven voor 19 personen. Er zouden echter nog steeds 23 personen in het pand
verblijven.
Op 9 november 2023 stelde de wooninspectie vast dat er nog geen herstel was. Eén van de
zaakvoerders van
had op 1 september 2023 laten weten dat er na een verslag van
de brandweer nog aanpassingswerken zouden gebeuren tegen november 2023.
4
SCHULD
Onder de enige tenlastelegging wordt
vervolgd voor verhuren, te huur of ter
beschikking stellen, met het oog op bewoning, van niet-conforme of overbewoonde woning, in
) in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 juni 2023.
Uit het dossier blijkt dat
aan haar werknemers kamers ter beschikking stelde.
Deze tenlastelegging viseert kamers die “rechtstreeks of via tussenpersoon worden verhuurd, te huur
gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning”.1 Het is dus niet relevant dat
niet de eigenaar van het pand is. Uit het dossier blijkt verder dat de vergoeding voor
de bewoning werd afgehouden van het loon dat
aan de bewoners betaalde.
Het pand werd verzegeld tussen 22 oktober 2020 en 10 november 2020. In die periode kan er geen
huisvesting geweest zijn, zodat
wat deze periode betreft vrijgesproken moet
worden.
Uit het dossier blijkt dat er gedurende de rest van de incriminatieperiode bewoning is geweest. Dat
wordt op zich ook niet betwist.
Uit de vaststellingen van de wooninspectie blijkt dat de woning op het moment van de controle niet
1 Art. 3.34 Vlaamse Codex Wonen.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 5
aan de woningkwaliteitsvereisten voldeed. Verschillende gebreken waren structureel, en waren dus op
1 juni 2019 noodzakelijkerwijze ook aanwezig. Verder blijkt dat er ook tussen 22 oktober 2020 en 30
juni 2023 nog gebreken aanwezig waren. Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-
verbaal van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel.1 Dat de woningen al
voor het einde van de incriminatieperiode conform waren, maakt
niet
aannemelijk. Uit het dossier blijkt integendeel dat
op 1 september 2023 nog een
negatief brandweerverslag overmaakte.2 Er was dus minstens op dat vlak nog sprake van een gebrek
van categorie II.
Ook het feit dat de bewoners zelf geen (ernstige) klachten zouden hebben geformuleerd over de
kwaliteit van de woning is niet relevant. De Vlaamse woningkwaliteitsnormen zijn objectief en dienen
te worden nageleefd, ongeacht de eventuele inschikkelijke houding van de bewoners.3
Het te laste gelegde misdrijf vereist (algemeen) opzet, wat wordt verondersteld bij het plegen van de
materiële handeling, die als de uiting van de vrije en bewuste wil van de beklaagden moet worden
aanzien. De beklaagde maakt rechtvaardiging, schuldontheffing of niet-toerekeningsvatbaarheid niet
enigszins aannemelijk.4 Binnen
was er duidelijk een gebrek aan aandacht voor de
woningkwaliteitsnormen.
5
STRAFTOEMETING
houdt de rechtbank rekening met de aard en de
Bij het bepalen van de straf van
ernst van de bewezen feiten en met de begeleidende omstandigheden bij het plegen van de feiten. De
rechtbank houdt ook rekening met de leeftijd en de persoonlijke situatie van
. Tot
slot houdt de rechtbank ook rekening met het strafrechtelijk verleden van
.
De feiten zijn ernstig.
verhuurde gedurende lange tijd kamers die in bijzonder
slechte staat was. Die kamers waren een gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de huurders.
Werkgevers moeten zorgen dat seizoensarbeiders correct gehuisvest worden.
is een landbouwbedrijf. Zij heeft een blanco strafregister.
Er moet een duidelijk signaal zijn dat de woningkwaliteitsnormen stipt moeten worden nageleefd. Het
herstel werd (ondanks het feit dat er meer dan vijf jaar verlopen zijn) ook nog steeds niet uitgevoerd.
Omgekeerd houdt de rechtbank er rekening mee dat blijkt dat
wel relatief snel
inspanningen geleverd heeft om de ergste gebreken te verhelpen. Een deel van de vertraging in het
herstel is ook aan administratieve redenen te wijten.
De hierna bepaalde (minimum)geldboete is daarom een gepaste straf. Ze wordt voor de helft met
uitstel opgelegd. Dat zal gelden als waarschuwing voor de toekomst.
1 Art. 3.46 Vlaamse Codex Wonen.
2 Bijlage 2 en 2 aan PV nr:
3 Vgl. Antwerpen 13 december 2023, www.arrestendatabank.be.
4 Vgl. Gent 7 februari 2025, www.arrestendatabank.be.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 6
6 VERBEURDVERKLARING
Het openbaar ministerie vordert de verbeurdverklaring van 36.000 euro.
De rechtbank acht het bewezen dat de beklaagde uit de bewezen verklaarde tenlastelegging gelden
heeft verkregen. Het zou maatschappelijk onaanvaardbaar zijn dat de beklaagde enerzijds schuldig
wordt bevonden en gestraft wordt, maar anderzijds in bezit zou worden gelaten van de winsten die zij
uit haar misdrijf haalde. Een misdrijf mag niet lonen.
Bij afwezigheid van gegevens die de rechter toelaten het bedrag aan vermogensvoordelen als bedoeld
door artikel 42, 3°, Strafwetboek of de geldwaarde ervan als bedoeld door artikel 43bis, tweede lid,
Strafwetboek exact vast te stellen, mag hij dit bedrag ex aequo et bono bepalen, mits daarvoor de
gegevens van het strafdossier in aanmerking te nemen die een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van
de omvang van de vermogensvoordelen of raming van de geldwaarde ervan toelaten.1
Een vermogensvoordeel is uit het misdrijf verkregen indien er een causaal verband bestaat tussen dat
misdrijf en het vermogensvoordeel. Het is noodzakelijk maar voldoende dat wordt vastgesteld dat het
in aanmerking genomen vermogensvoordeel voortkwam uit de wederrechtelijke activiteit.2 De
verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel kan verder worden uitgesproken ongeacht het
voordeel dat een beklaagde uit het misdrijf heeft gehaald en ongeacht de bestemming die hij later aan
dat vermogensvoordeel heeft gegeven.3 De inhoudingen op het loon van haar werknemers die
heeft verricht maken dus weldegelijk een vermogensvoordeel uit.
Het openbaar ministerie baseert zich op de verklaringen van de bewoners. In het voordeel van de
beklaagde moet rekening gehouden worden met een foutmarge:
Enerzijds zal de bezetting van de kamers niet steeds constant geweest zijn – zo waren er op
vrijge-
het moment van de controle enkele vrije kamers. Tot slot werd
sproken voor een deel van de incriminatieperiode.
De rechtbank moet verder op zich geen aftrek doen van de kosten die
gemaakt heeft.4 Omgekeerd maakt
aannemelijk dat minstens een deel
van de ontvangen gelden gebruikt werd voor de nutsvoorzieningen en voeding. Het openbaar
ministerie heeft dat deels in rekening gebracht, maar er is geen zekerheid over de verhouding
1/4e kosten – 3/4e huur.
Tot slot vermindert de rechter zo nodig het bedrag van verbeurdverklaring om de veroordeelde geen
onredelijk zware straf op te leggen.5
Alles samengenomen spreekt de rechtbank de verbeurdverklaring uit van 12.500 euro.
1 Vgl. Cass. 26 april 2022,
2 Vgl. Cass. 26 april 2022,
3 Vgl. Cass. 26 april 2022,
4 Vgl. Cass. 22 september 2015,
.
.
5 Art. 43bis, lid 7 Sw; Vgl. Cass. 26 januari 2021,
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 7
7 WOONHERSTEL
7.1 Algemeen
Op 24 november 2020 heeft de wooninspecteur zijn herstelvordering bij het openbaar ministerie
ingediend.
Het herstel werd nog niet uitgevoerd. Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-
verbaal van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel.1 Het tegenbewijs
wordt niet geleverd, ook omdat niet blijkt of de huidige situatie conform de verleende
stedenbouwkundige vergunning is.
De herstelvordering moet worden uitgesproken tegen elke veroordeelde. Het feit dat
geen eigenaar van de loods is, betekent dus niet dat er geen herstel kan worden uitgesproken.2
De herstelmaatregel blijft noodzakelijk. De herstelvordering werd afdoende gemotiveerd en is noch
onwettig, noch kennelijk onredelijk. De rechtbank verduidelijkt evenwel dat als blijkt dat het pand
aangepast werd conform de verleende stedenbouwkundige vergunning, het herstel enkel bestaat in
het uitvoeren van renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden.
7.2
Termijn voor herstel
Gelet op de omvang van de gevorderde werken is een termijn van 10 maanden voldoende als
hersteltermijn.
7.3 Dwangsom
Het opleggen van een dwangsom als drukkingsmiddel voor het uitvoeren van het bevolen herstel is
eveneens noodzakelijk. Het bedrag ervan kan door de rechter bepaald worden zelfs zonder een
specifiek gevorderd bedrag of hoger dan het gevorderde bedrag. Het volstaat dat een dwangsom
gevorderd wordt.
Een dwangsom van 150 euro per dag moet worden opgelegd gelet op het talmen om over te gaan tot
het herstel. Het bestuur heeft er namelijk belang bij dat de veroordeelden zelf de veroordeling tot het
herstel nakomen gelet op de beperkte overheidsmiddelen, de zware procedure van aanbesteding en
de lange tijd nodig voor een ambtshalve uitvoering. Tenslotte heeft de gemeenschap er baat bij dat dit
ten spoedigste gebeurt. Een dwangsom is daartoe het meest efficiënte middel.
Er is geen reden om een dwangsomtermijn op te leggen.
7.4 Ambtshalve herstel - kosten
De wooninspectie en het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper worden
in gebreke blijft dat te doen.
gemachtigd om zelf het herstel uit te voeren indien
De veroordeling tot herstel blijft de grondslag voor het verhaal op de beklaagde van de kosten van een
1 3.46 Vlaamse Codex Wonen.
2 Vgl. T. VANDROMME, Woningkwaliteitsbewaking in het Vlaamse Gewest, Mechelen, Kluwer,2023, 412.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 8
eventueel ambtshalve herstel door de bevoegde overheid of voor een verhaal van herstelkosten die de
nieuwe eigenaar in voorkomend geval zou moeten maken als gevolg van de door de beklaagde
gepleegde feiten.
De eventuele herhuisvestingskosten vallen ten laste van
college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper worden gemachtigd om die op
. De wooninspectie en het
te verhalen.
7.5 Uitvoerbaarheid bij voorraad
Er zijn geen bijzondere redenen om het herstel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
8
BESLISSINGEN
8.1 Algemeen
De rechtbank heeft uitspraak op tegenspraak gedaan wat betreft
wooninspecteur.
en de
8.2 Beslissingen op strafgebied
8.2.1
De rechtbank verklaart de feiten van de enige tenlastelegging bewezen wat
betreft.
---
De rechtbank veroordeelt
tot:
- een geldboete van 24.000,00 euro (=3.000,00 euro, wettelijk te verhogen met 70 opdecimes, hetzij
x 8), met uitstel voor de helft van de geldboete voor een periode van drie jaar.
De rechtbank spreekt wat
12.500 euro (art. 42, 3° en 43bis Sw.).
betreft de bijzondere verbeurdverklaring uit voor
---
De rechtbank veroordeelt
tot betaling van
een bijdrage van 250,00 euro (=25,00 euro, wettelijk te verhogen met 90 opdecimes, hetzij x
10), tot financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
en aan de occasionele redders
een bijdrage van 26,00 euro tot de financiering van het begrotingsfonds voor de juridische
tweedelijnsbijstand.
de vaste vergoeding in strafzaken van 62,37 euro.
8.2.2 Gerechtskosten
De rechtbank veroordeelt
tot de gerechtskosten, begroot in totaal op 352,98 euro.
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 9
8.3 Beslissingen over de herstelvordering
Beveelt op vordering van de wooninspecteur aan
gelegen te
kadastraal gekend
het herstel op het pand (loods)
door
Als het pand voldoet aan de voorwaarden van de verleende stedenbouwkundige vergunning
of
aanpassingswerkzaamheden (dit is het wegwerken van de bestaande gebreken), waardoor het
pand voldoet aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals
bedoeld in artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen.
verbeterings-
renovatie-,
uitvoeren
van
het
,
Als het pand niet voldoet aan de voorwaarden van de verleende stedenbouwkundige vergun-
ning
),
o Ofwel het slopen van het pand (tenzij dit verboden is)
o Ofwel de voornoemde woonentiteiten een andere bestemming geven op basis van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel op 10 maanden na het in kracht van
gewijsde treden van dit vonnis.
Legt aan
dit bevel ten voordele van de wooninspecteur.
een dwangsom van 150 euro per dag vertraging op in de nakoming van
Wijst
Wonen de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
onmiddellijk bij aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs op de hoogte moet brengen
wanneer de opgelegde herstelmaatregelen vrijwillig werden of zullen zijn uitgevoerd.
erop dat de veroordeelde overeenkomstig artikel 3.46 Vlaamse Codex
Zegt voor recht dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
indien het vonnis niet vrijwillig wordt uitgevoerd binnen voormelde termijn, ambtshalve in de
uitvoering ervan kunnen voorzien op kosten van de veroordeelde.
Zegt dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen van
kosten van herhuisvesting op
kunnen verhalen.
de eventuele
8.4 Beslissingen op burgerlijk gebied
De rechtbank houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan (artikel 4 VTSv.).
9
TOEGEPASTE WETSBEPALINGEN
De rechtbank heeft rekening gehouden met de artikelen van de hierboven vermelde tenlasteleggingen.
Daarnaast houdt de rechtbank onder meer ook met de volgende wetsartikelen rekening:
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
- 182, 184, 185, 189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering
- 38, 40, 42, 43, 43bis, 66, 79, 80 Sw.
- 1, 8 §1 W. 29.06.1964
Rolnummer
rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk
17° correctionele kamer
Vonnisnr /
p. 10
- 1 Wet 05.03.1952
- 29 Wet 1.8.1985
Alles wat voorafgaat werd overeenkomstig de bepalingen van de wet op het gebruik der talen in het
Nederlands behandeld.
Dit vonnis is gewezen en uitgesproken in openbare zitting op 9 maart 2026 door de rechtbank van
eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, kamer K.17:
, rechter
in aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie vermeld in het proces-verbaal van de
terechtzitting,
met bijstand van griffier