Naar hoofdinhoud

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep, wat de oprichting van een Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren en een Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren betreft (ingediend door de heer Reccino Van Lommel c.s.)

Documentdetails

đŸ›ïž KAMER Legislatuur 55 📁 0752 Wetsvoorstel 📅 1953-07-22 🌐 NL
Status ⊘ VERVALLEN KAMER
Commissie ECONOMIE, CONSUMENTENBESCHERMING EN DIGITALISERING
Auteur(s) Lommel (VB); Erik, Gilissen (VB); Barbara, Pas (VB); Wouter, Vermeersch (VB)
Onderwerpen
OVERHEIDSTOEZICHT BEROEPSORGANISATIE FINANCIEEL BEROEP VERIFICATIE VAN DE REKENINGEN Vrije trefwoorden REVISORAAT

đŸ—łïž Stemmingen

Betrokken partijen

VB

Volledige tekst

N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie Ecolo-Groen : Ecologistes ConfĂ©dĂ©rĂ©s pour l’organisation de luttes originales – Groen PS : Parti Socialiste VB : Vlaams Belang MR : Mouvement RĂ©formateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams PVDA-PTB : Partij van de Arbeid van BelgiĂ« – Parti du Travail de Belgique Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders cdH : centre dĂ©mocrate Humaniste DĂ©FI : DĂ©mocrate FĂ©dĂ©raliste IndĂ©pendant INDEP-ONAFH : IndĂ©pendant - Onafhankelijk

AbrĂ©viations dans la numĂ©rotation des publications: Afkorting bij de numering van de publicaties:DOC 55 0000/000 Document de la 55e lĂ©gislature, suivi du numĂ©ro de base basisnummer en volgnummer QRVA Questions et RĂ©ponses Ă©crites QRVA Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV Version provisoire du Compte Rendu IntĂ©gral CRIV Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV Compte Rendu Analytique CRABV Beknopt Verslag Compte Rendu IntĂ©gral, avec, Ă  gauche, le compte rendu Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal CRIV intĂ©gral et, Ă  droite, le compte rendu analytique traduit verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN SĂ©ance plĂ©naire PLEN Plenum COM RĂ©union de commission COM Commissievergadering beige) MOT Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig MOT Motions dĂ©posĂ©es en conclusion d’interpellations (papier papier)

Vlaanderen heeft een economie die steeds meer eigen accenten legt en die in een gans andere rich ting evolueert dan de Franstalige economie. Ook de structuur van de economie is anders en dus menen wij dat het aangewezen is dat deze economie ook de bedrijfsrevisoren krijgt die het verdient, met hun eigen structuur, hun eigen visie en hun eigen opleiding. Die zal inderdaad verschillen van de collega’s aan de andere kant van de taalgrens. Daarom dus ons voorstel om een eigen Instituut van Vlaamse Bedrijfsrevisoren op te richten, met een eigen Raad van het Instituut en een eigen huishoudelijk Reglement. In het belang van de functie zelf van de bedrijfsrevisoren en in het belang van de Gewesten. Reccino VAN LOMMEL (VB) Erik GILISSEN (VB) Barbara PAS (VB) Wouter VERMEERSCH (VB)

Art. 6 Art. 7 Art. 8 prises flamands est retirĂ©e par l’institut concernĂ©â€.

Art. 9 In artikel 4bis van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” worden vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”; 2) het artikel wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende: “De vennootschap als bedoeld in het eerste lid en met maatschappelijke zetel in een van volgende gerechtelijke arrondissementen: Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, Leuven, behoort tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De vennootschap als bedoeld in het eerste lid en met maatschappelijke zetel in een van volgende gerechtelijke arrondissementen: Eupen, Luik, Namen, Waals-Brabant, Luxenburg en Henegouwen, Verviers behoort tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren. De vennoot schap als bedoeld in het eerste lid en met maatschap pelijke zetel in het gerechtelijk arrondissement Brussel behoort naar eigen keuze tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren.” In artikel 4ter van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”. In artikel 4quater van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut wordt door het Instituut” vervangen door de woorden “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren wordt door het betrokken instituut”. In dezelfde wet wordt een artikel 4quinquies inge voegd, luidende: “Art. 4quinquies. De personen die de eed afleggen voor een van volgende rechtbanken van eerste aanleg:

Arlon, Charleroi, Dinant, Eupen, Huy, LiĂšge, Marche-en Famenne, Mons, Namur, NeufchĂąteau, Nivelles, Tournai, Verviers, relĂšvent de l’Institut des rĂ©viseurs d’entreprises francophones et germanophones.

Art. 10 2) dans le texte nĂ©erlandais, le mot “candidaat” et remplacĂ© par le mot “kandidaat”.

Art. 11 Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Ieper, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oudenaarde, Tongeren, Turnhout, Veurne behoren tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed afleggen voor een van vol gende rechtbanken van eerste aanleg: Aarlen, Bergen, Charleroi, Dinant, Doornik, Eupen, Hoei, Luik, Marche en-Famenne, Namen, Neufchñteau, Nijvel, Verviers behoren tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed in het Nederlands afleg gen voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel behoren tot het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren. De personen die de eed in het Frans of het Duits afleg gen voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel behoren tot het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren.” In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “van het Instituut” worden vervangen door de woorden “een der instituten”; 2) in de Nederlandstalige tekst wordt het woord “can didaat” vervangen door het woord “kandidaat”. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “het huis houdelijk reglement van het instituut” vervangen door de woorden “de huishoudelijke reglementen van de instituten”; 2) in het tweede lid worden de woorden “ledenlijst wordt” vervangen door de woorden “ledenlijsten worden”; 3) in het tweede lid worden de woorden “de raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”; 4) in het derde lid worden de woorden “zetel van het Instituut kennis nemen van de ledenlijst of het Instituut”

s’adresser Ă  lui” sont remplacĂ©s par les mots “connais sance des tableaux des membres des instituts au siĂšge de ceux-ci ou s’adresser Ă  eux”;

Art. 12 Art. 13 Art. 14 Art. 15 Art. 16 vervangen door de woorden “zetels van de instituten kennis nemen van de ledenlijsten of het instituut”; 5) in het vierde lid worden de woorden “het Instituut, maar staan onder zijn toezicht” vervangen door de woorden “de instituten, maar staan onder hun toezicht”. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “het Instituut” vervangen door de woorden “de instituten”; 2) in het tweede lid worden de woorden “de Raad van het Instituut kan” vervangen door de woorden “de raden van de instituten kunnen”; 3) in het tweede lid worden de woorden “het huis houdelijk reglement” vervangen door de woorden “hun huishoudelijke reglementen”. In artikel 8, § 4 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”. In artikel 9 van dezelfde wet worden de woorden “de raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”. In artikel 9bis van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”.

Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 10. De Koning stelt, op voorstel van of na advies van de raden van de instituten, het stagereglement en het tuchtreglement vast, alsmede de reglementen die

Art. 17 Art. 18 Art. 19 noodzakelijk zijn voor de werking van de instituten en voor de verwezenlijking van hun bij deze wet omschre ven doelstellingen. Deze reglementen worden vastgesteld op voorstel of na advies van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen.” Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 11. De algemene vergadering van de instituten bestaat uit alle leden van het betrokken instituut. Zij kiest de voorzitter, de ondervoorzitter, de com missarissen en de andere leden van de raad van het instituut, aanvaardt of weigert de giften en legaten ten voordele van haar instituut, staat de vervreemding of de verpanding van haar onroerende goederen toe, keurt de jaarlijkse rekening der ontvangsten en uitgaven goed, ontlast de raad van diens beheer, beraadslaagt over alle onderwerpen waarvoor deze wet en de reglementen haar bevoegdheid verlenen. De vergadering neemt bovendien, door middel van berichten, voorstellen of aanbevelingen aan de raad, kennis van alle onderwerpen die hun instituut aanbe langen en die regelmatig zijn voorgelegd. De beslissingen van de algemene vergadering zijn bindend voor al de leden en stagiaires van haar instituut. Zij worden genomen bij meerderheid der aanwezige of vertegenwoordigde leden. Elk lid heeft recht op één stem. De leden kunnen aan een ander lid schriftelijk volmacht geven om op de algemene vergadering in hun plaats te stemmen. Elk lid kan houder zijn van ten hoogste twee volmachten.” In artikel 12 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut” telkens vervangen door de woorden “het instituut”.

Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 13. De instituten staat onder de leiding van een raad, samengesteld uit:

10 DOC 55 0752/001 Parmi ces douze membres, le conseil de l’institut dĂ©signe un secrĂ©taire et un trĂ©sorier. Toute dĂ©cision du conseil de l’institut concernant une personne dĂ©terminĂ©e est motivĂ©e.” Art. 20 Le conseil assure le fonctionnement de l’institut en se conformant Ă  la prĂ©sente loi et aux rĂšglements.

Art. 21 1° een voorzitter en een ondervoorzitter, die bij geheime stemming door de algemene vergadering voor drie jaar onder de leden van hun instituut worden gekozen; hun mandaat, dat verstrijkt op de dag zelf van de jaarlijkse algemene vergadering, kan éénmaal hernieuwd worden; 2° twaalf leden die door de algemene vergadering, bij een van de vorige verschillende geheime stemming voor drie jaar onder de leden van hun instituut worden gekozen; hun mandaat kan hernieuwd worden. Onder deze twaalf leden wijst de raad van het instituut een secretaris en een penningmeester aan. De beslissingen van de raad van het instituut worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter beslissend. Elke beslissing van de raad van het instituut die be trekking heeft op één welbepaalde persoon wordt met redenen omkleed.” Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 14. De raden van de instituten vertegenwoordigen hun instituut bij rechtshandelingen en bij rechtsvorde ringen, hetzij als eiser of als verweerder. De raad verzekert de werking van het instituut over eenkomstig deze wet en de reglementen. Hij bezit elke bevoegdheid van bestuur en beschik king, welke hem door deze wet of de reglementen niet wordt ontnomen. De reglementen met het oog op de inrichting of de beperking van zijn bevoegdheid kunnen slechts tegen derden worden aangevoerd in zover het koninklijk besluit, waarbij zij worden vastgesteld, in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. De raad kan het dagelijks bestuur toevertrouwen hetzij aan een van zijn leden, die de titel van administrateur zal voeren, hetzij aan verscheidene leden, die, onder de leiding van de voorzitter van het instituut, het uitvoerend comitĂ© zullen vormen.” In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

12 DOC 55 0752/001 2° disposent, avant d’accepter une mission, des capacitĂ©s, des collaborations et du temps requis pour son bon accomplissement; 5° n’exercent pas d’activitĂ©s incompatibles avec l’indĂ©pendance de leur fonction. § 2. À cet effet, les instituts peuvent: 1° exiger de leurs membres la production de toute information, de toute justification et de tout document, et notamment de leur plan de travail et de leurs notes de rĂ©vision;

Art. 27 2° vooraleer een opdracht te aanvaarden, beschikken over de bekwaamheid, medewerking en tijd vereist om deze opdracht goed uit te voeren; 3° zich met de nodige zorg en in volledige onaf hankelijkheid kwijten van de hun toevertrouwde controle-opdrachten; 4° geen opdrachten aanvaarden onder voorwaarden die een objectieve uitvoering daarvan in het gedrang zouden kunnen brengen; 5° geen werkzaamheden uitoefenen die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van hun taak. § 2. Te dien einde kunnen de instituten: 1° de voorlegging eisen door hun leden van elke informatie, van elke verklaring en van elk document en meer in het bijzonder van hun werkschema en van hun nota’s over uitgevoerde controletaken; 2° een onderzoek laten instellen bij hun leden naar hun werkmethodes en hun organisatie alsmede naar de zorg waarmee en de wijze waarop zij hun opdrachten uitvoeren. Elke revisor licht zijn instituut in, binnen de termijnen en op de wijze bepaald door het huishoudelijk reglement, over de door hem aanvaarde opdrachten waarvan de uitvoering aan de leden van het instituut uitsluitend is toevertrouwd, over de eraan verbonden bezoldiging, alsmede over het beĂ«indigen van deze opdrachten. Hetzelfde geldt voor de opdrachten waarvan de ver vulling niet uitsluitend aan de leden van het instituut is opgedragen, die worden vervuld hetzij door de be drijfsrevisor, hetzij door een persoon met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, of met wie hij beroepshalve in samenwerkingsverband staat, wanneer zij worden bezoldigd door een onderneming waarin de bedrijfsrevisor een opdracht vervult die uitsluitend aan de leden van het instituut is toevertrouwd.” In artikel 18quater van dezelfde wet worden de vol gende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid wordt het woord “Instituut” vervan gen door het woord “instituut”; 2) de woorden “de Raad” worden telkens vervangen door de woorden “de raad”.

Art. 28 Art. 29 Art. 30 a) l’avertissement; b) la rĂ©primande; c) l’interdiction d’accepter ou de continuer certaines missions; d) la suspension pour un terme ne pouvant excĂ©der une annĂ©e; e) la radiation. In artikel 18quinquies van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van zijn instituut”; 2) in het tweede lid worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”.

Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 19. Binnen elk instituut wordt de beroepstucht in eerste aanleg gehandhaafd door een tuchtcommissie. Deze commissie is samengesteld uit een rechter in de rechtbank van koophandel die ze voorzit, alsmede uit twee door de raad van het instituut aangeduide bedrijfs revisoren. De voorzitter wordt benoemd door de Koning op voordracht van de minister van Justitie. Voor elk ef fectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden worden voor een vernieuwbare periode van zes jaar benoemd.” Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 20. § 1. De tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd zijn: a) de waarschuwing; b) de berisping; c) het verbod om bepaalde opdrachten te aanvaarden of verder te zetten; d) de schorsing voor ten hoogste een jaar; e) de schrapping. De schorsing houdt verbod in het beroep van bedrijfs revisor in BelgiĂ« uit te oefenen voor de in de tuchtstraf bepaalde tijd. De schorsing houdt het verbod in om aan beraadslagingen en verkiezingen in de algemene vergaderingen, in de raden en in commissies van de

14 DOC 55 0752/001 commissions des instituts ainsi que des commissions d’appel, pendant la durĂ©e de l’exĂ©cution de cette peine disciplinaire. La radiation emporte interdiction d’exercer la profes sion de rĂ©viseur d’entreprises en Belgique. Le rĂ©viseur d’entreprises intĂ©ressĂ© bĂ©nĂ©ficie d’un droit de rĂ©cusation dans les cas prĂ©vus Ă  l’article 828 du Code judiciaire. La commission de discipline composĂ©e autrement statue sur la rĂ©cusation. instituten alsmede van de commissies van beroep deel te nemen, zolang deze tuchtstraf uitwerking heeft. De schrapping houdt verbod in om het beroep van bedrijfsrevisor in BelgiĂ« uit te oefenen. § 2. Een zaak wordt aanhangig gemaakt bij de tucht commissie door de raden van de instituten, hetzij van ambtswege, hetzij op de schriftelijke vordering van de procureur-generaal bij het hof van beroep. Elke belanghebbende kan bij de raden van de instituten een klacht indienen tegen een bedrijfsrevisor. De raden maken aan de tuchtcommissies een verslag over waarin de aan de bedrijfsrevisor ten laste gelegde feiten worden uiteengezet met verwijzing naar de be trokken wettelijke, bestuursrechtelijke of tuchtrechtelijke bepalingen. § 3. De tuchtcommissie kan geen tuchtstraf uitspreken tenzij de betrokken revisor, bij een ten minste dertig dagen vooraf toegezonden aangetekende brief, is uitgenodigd om voor de tuchtcommissie te verschijnen. Deze brief vermeldt, op straf van nietigheid, de ten laste gelegde feiten, de mogelijkheid om inzage te nemen van het dossier en nodigt de bedrijfsrevisor uit aan de tuchtcommissie een verweerschrift te richten waarbij alle voor zijn verweer nuttige stukken zijn gevoegd. De betrokken bedrijfsrevisor heeft een recht van wraking in de gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Over de wraking beslist de tuchtcommissie anders samengesteld. De betrokken bedrijfsrevisor mag zijn verweer mon deling of schriftelijk doen gelden. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat of door een lid van het betrokken instituut. § 4. De beslissingen van de tuchtcommissie zijn met redenen omkleed. Zij worden onverwijld, bij een ter post aangetekende brief, ter kennis gebracht van de betrokken bedrijfsrevisor, van de raad van het instituut en van de procureur-generaal bij het hof van beroep. Samen met deze betekening worden alle gepaste inlichtingen verstrekt betreffende de termijn van verzet en van hoger beroep, en de wijze waarop verzet of hoger

l’appel peuvent ĂȘtre formĂ©s. À dĂ©faut de ces mentions, la notification est nulle.

Art. 31 § 2. Le rĂ©viseur d’entreprises intĂ©ressĂ© ainsi que le conseil de son institut et le procureur gĂ©nĂ©ral prĂšs la cour d’appel peuvent interjeter appel dans un dĂ©lai de trente jours. § 5. Les §§ 3, 4 et 5 de l’article 20 sont Ă©galement d’application.” beroep tegen de beslissing kan worden ingesteld. Bij ontstentenis van deze vermeldingen is de kennisgeving nietig. § 5. Wanneer de betrokken bedrijfsrevisor erom uit drukkelijk vraagt, moet de rechtspleging in het openbaar plaats vinden, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de goede zeden, de openbare orde, ‘s lands vei ligheid, het belang van minderjarigen, de bescherming van het privĂ©leven, het belang van de rechtspraak of de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 27.” Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 21. § 1. Het hoger beroep tegen beslissingen van de tuchtcommissie wordt aanhangig gemaakt bij de commissie van beroep. Elk instituut telt een commissie van beroep en deze is samengesteld uit een raadsheer bij een hof van beroep die ze voorzit, uit een rechter in een rechtbank van koop handel en een rechter in een Arbeidsrechtbank, allen voorgedragen door de minister van Justitie en benoemd door de Koning, alsmede uit twee bedrijfsrevisoren aangeduid door de betrokken algemene vergadering. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De leden en plaatsvervangende leden worden voor een vernieuwbare periode van zes jaar benoemd. § 2. De betrokken bedrijfsrevisor alsmede de raad van zijn instituut en de procureur-generaal bij het hof van beroep kunnen hoger beroep instellen binnen een termijn van dertig dagen. § 3. Om toelaatbaar te zijn moet het hoger beroep bij aangetekende brief, gepost binnen de gestelde termijn, ter kennis worden gebracht van de commissie van beroep. § 4. De commissie van beroep kan geen uitspraak doen dan nadat de betrokken bedrijfsrevisor bij een ten minste vijftien dagen vooraf toegezonden aangetekende brief is uitgenodigd om voor de commissie van beroep te verschijnen. De betrokkene moet de gelegenheid worden geboden inzage te nemen van het dossier. § 5. De §§ 3, 4 en 5 van artikel 20 zijn van overeen komstige toepassing.”

16 DOC 55 0752/001 Art. 32 Art. 33 Art. 34 Sauf les exceptions visĂ©es Ă  l’alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, les instituts ne peuvent affecter leurs disponibilitĂ©s qu’à l’achat de fonds d’État belges ou d’autres valeurs mobiliĂšres jouissant, quant au capital et Ă  l’intĂ©rĂȘt, de la garantie de l’État. Les instituts ne peuvent, en aucun cas, disposer Ă  titre gratuit ni rĂ©partir leurs patrimoines en tout ou en partie entre leurs membres ou leurs ayants droit.” Art. 35 In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) in het eerste lid worden de woorden “de voorzit ter van de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de voorzitters van de raden van de instituten”; In artikel 23 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van het betrokken instituut”.

Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 24. De ontvangsten van de instituten alsmede de voorschriften in verband met het opmaken van en de controle op de rekeningen en de begroting worden bepaald door hun huishoudelijk reglement, met uitzon dering van het bepaalde in de artikelen 25 en 26. De instituten mogen geen andere onroerende goe deren bezitten dan die welke zij nodig hebben voor hun werking of die waarvan de Koning de verkrijging onder kosteloze of bezwarende titel of de inhuurneming heeft toegestaan. Buiten de in het voorgaande lid bedoelde uitzonderin gen, mogen de instituten hun beschikbare gelden slechts besteden voor de aankoop van Belgische staatsfondsen of andere effecten waarvan kapitaal en rente door de Staat gewaarborgd zijn. De beschikkingen onder de levenden of bij testament, ten bate van een der instituten, hebben slechts uitwerking na toelating of goedkeuring van de Koning. De instituten mogen, in geen geval, noch om niet beschikken noch hun vermogen geheel of gedeeltelijk verdelen onder hun leden of hun rechthebbenden.” Artikel 25 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:

1° les cotisations des membres; 2° les revenus et produits divers de leurs patrimoines; 3° les subsides, legs et donations.” Art. 36 “Art. 26. Chaque annĂ©e, les conseils des instituts soumettent Ă  l’assemblĂ©e gĂ©nĂ©rale: 1° l’inventaire des valeurs actives et passives de l’institut au 31 dĂ©cembre prĂ©cĂ©dent; 2° le relevĂ© des recettes et dĂ©penses de l’exercice arrĂȘtĂ© au 31 dĂ©cembre prĂ©cĂ©dent; 3° le budget pour le nouvel exercice; 4° le rapport sur l’activitĂ© de leur institut pendant l’annĂ©e Ă©coulĂ©e; 5° le rapport du ou des commissaires.

Art. 37 Art. 38 “Art. 25. De ontvangsten van de instituten bestaan onder meer uit: 1° de bijdragen der leden; 2° de diverse inkomsten en opbrengsten van hun vermogen; 3° de toelagen, legaten en schenkingen.” Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 26. Elk jaar leggen de raden van de instituten de hiernavolgende stukken aan hun algemene verga dering voor: 1° de inventaris der activa en passiva van het instituut op 31 december van het verlopen jaar; 2° de lijst der ontvangsten en uitgaven van het op vorige 31 december gesloten dienstjaar; 3° de begroting voor het nieuwe dienstjaar; 4° het verslag over de werkzaamheden van hun in stituut tijdens het verlopen jaar; 5° het verslag van de commissaris(sen). De juistheid van de inventaris en van de rekeningen dient vooraf te zijn nagegaan door een of meer com missarissen, leden van het betrokken instituut, die te dien einde door de algemene vergadering, buiten de leden van de raad van het instituut, voor één jaar zijn aangewezen en tweemaal achtereenvolgens opnieuw kunnen gekozen worden. Hun mandaat is onbezoldigd.” In artikel 28 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raad van een der instituten”.

Artikel 29 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 29. De raden van de instituten spreken zich uit over de bij artikel 28 bedoelde kandidaturen op het met redenen omkleed voorstel van een erkenningscommissie.

18 DOC 55 0752/001 Il est créé une commission d’agrĂ©ation au sein de chaque institut. Cette commission est composĂ©e: a) d’un juge au tribunal de commerce qui prĂ©side la chambre; b) de trois reviseurs d’entreprises; Pour chaque membre effectif, un membre supplĂ©ant est dĂ©signĂ© rĂ©pondant aux mĂȘmes conditions.

Art. 39 Art. 40 Art. 41 Binnen elk instituut wordt een erkenningscommissie ingericht. Deze commissie is samengesteld uit: a) een rechter in de rechtbank van koophandel die de kamer voorzit; b) drie bedrijfsrevisoren; c) drie personen die gedurende ten minste vijf jaar het beroep van accountant uitgeoefend hebben, zoals bepaald in artikel 78 van de wet met betrekking tot de titel en het beroep van accountant. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervanger aan gewezen die voldoet aan dezelfde voorwaarden. De magistraat die de kamer voorzit wordt voorgedra gen door de minister van Justitie. De andere leden en de plaatsvervangers worden geza menlijk voorgedragen door de minister van Economische Zaken en de minister van Middenstand. De effectieve leden en de plaatsvervangers worden door de Koning benoemd.” In artikel 30 van dezelfde wet worden de woorden “de Raad van het Instituut” vervangen door de woorden “de raden van de instituten”. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1) de woorden “de Raad van het Instituut” worden vervangen door de woorden “een raad van een instituut”; 2) de woorden “de commissie van beroep” worden vervangen door de woorden “de betrokken commissie van beroep”. In artikel 32 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut” vervangen door de woorden “het betrok ken instituut”.

In artikel 33 van dezelfde wet worden de woorden “het Instituut der Bedrijfsrevisoren” vervangen door de woor den “het Instituut der Vlaamse Bedrijfsrevisoren of het Instituut der Franstalige en Duitstalige Bedrijfsrevisoren”.